Veel gestelde vragen This is a new feature at this site. An interactive way to talk about the genealogies

The owner of this website pays about 400 dollar per month to keep this webiste in the air. In order to view the data follow this link donate any amount you want. Now also possible on a bankaccount in the Netherlands, made possible by the familybank . The site gets 80.000 hits daily. Please click on the advertisements to generate money for me

Home Search Login Your Bookmarks  
Share Print Bookmark


Report: plaatsen in Nederland geordend volgens plaatsen met coordinaten en beschrijving

         Description: Places in the Netherlands, ordered according to placenames with coordinates and description


Matches 1 to 800 of 3122   » Comma-delimited CSV file

1 2 3 4 Next»

# Place Longitude Latitude Notes ID
1 's Gravenmoer, Dongen, Noord-Brabant  4.939813613891602  51.658713670964595  's Gravenmoer is een dorp in de gemeente Dongen, in het midden-noorden van de Nederlandse provincie Noord-Brabant. Het dorp heeft 2220 inwoners (2004).
Geschiedenis
* 's Gravenmoer is in 1308 ontstaan aan een veenkanaal en hoorde oorspronkelijk bij het Graafschap Holland dat een gedeelte van het gebied ten zuiden van de rivier de Maas in bezit had.
* Van het begin af aan was 's Gravenmoer een schippersplaats, waar gehandeld werd in turf, stro en rijshout. Uiteindelijk kwam aan de turfwinning en later ook aan de scheepvaart een einde. In 1950 werd de haven gedempt.
* In 1421 werd het dorp tijdens de Sint-Elisabethsvloed zwaar getroffen.
* In de zestiende eeuw kwam het dorp via de contacten die de schippers hadden, in aanraking met de Reformatie en werd het gewonnen voor de "nije leer". In 1610 werd een predikant aangesteld. De eeuwen daarna bleef 's Gravenmoer een protestantse enclave in een rooms-katholieke streek.
* Gedurende de Tachtigjarige Oorlog probeerde het dorp aansluiting te vinden bij Brabant, maar het werd in 1734 bij Holland gevoegd. In 1814 na de Franse tijd werd het dorp definitief bij de nieuw gevormde provincie Noord-Brabant gevoegd. Tot 1997 vormde 's Gravenmoer een zelfstandige gemeente.
Naam
De naam van het dorp is 's Gravenmoer, dus zonder koppelteken. Voluit zou de naam des Graven moer zijn, de tweede naamval. De verkorte versie 's Gravenmoer zou eigenlijk met een koppelteken moeten zijn, om aan te geven dat des bij de Graven hoort. Het koppelteken zit echter niet in de naam. 
659 
2 's Gravenwaard, Herwen en Aerdt, Gelderland  6.107034  51.863231  Een gehucht vlak bij Lobith in de vroegere gemeente Herwen en Aerdt nu Rijnwaarden  36603 
3 's Grevelduin, Capelle, Noord-Brabant  4.984574  51.690609  's Grevelduin-Capelle, meestal aangeduid als Capelle, is een dorp in de provincie Noord-Brabant. Het dorp is ontstaan in de 13e eeuw en behoorde oorspronkelijk bij het Graafschap Holland. Tot 1923 was Capelle een zelfstandige gemeente. In 1923 werden de dorpen Sprang, Vrijhoeve-Capelle en Capelle samengevoegd tot de gemeente Sprang-Capelle. In 1997 werd de gemeente Sprang-Capelle opgeheven en sindsdien maakt het dorp Capelle deel uit van de gemeente Waalwijk.
Historie van Capelle
Rond 1200 was het gebied rond Capelle, de Langstraat, een grote wildernis. Het gebied hoorde destijds bij het Graafschap Holland. Op een gegeven moment begon de Graaf van Holland met het "in leen geven" van stukken van dit moeras. Degenen, die de grond in leen kregen, moesten er voor zorgen dat de grond ontgonnen werd. Verder moesten ze een jaarlijkse rente of cijns betalen en manschappen leveren aan de graaf. Op het grondgebied van Capelle ontstonden in die tijd drie ambachtsheerlijkheden. Deze drie heerlijkheden, die het dorp Capelle zouden vormen, waren Nederveen-Capelle, 's Grevelduin-Capelle en Zuidewijn-Capelle. Deze ambachtsheerlijkheden hadden een gezamenlijke kapel (kerk). Vandaar de naam Capelle. Het dorp Capelle komt waarschijnlijk voor het eerst voor in een afschrift van een akte van 29-31 augustus 1257, die te vinden is in de abdij van Sint-Truiden. In deze akte droegen Walterus Spirinch, heer van Aalburg, en zijn vrouw Ysalde al hun bezittingen over aan de abdij van Sint-Truiden, waaronder de tienden in de parochie "Waspich" en "Capella". Waarschijnlijk vormden Waspik en Capelle in 1257 dus één parochie. Er was dus sprake van een kerk, waaruit afgeleid kan worden dat het aantal inwoners al een zekere omvang had bereikt.
Capelle lag destijds in de Grote Waard of Zuid-Hollandse Waard, ook wel genoemd: "Dortse Waard", die in de nacht van 18 op 19 november 1421 door de Sint Elisabethsvloed werd getroffen. Capelle werd door het water verslonden. Ook de middeleeuwse kapel van Capelle werd verwoest. Capelle werd echter herbouwd. De winterdijk werd versterkt en ten zuiden van deze dijk werd Capelle weer opgebouwd.
De belangrijkste inkomstenbron van de inwoners van Capelle was oorspronkelijk het turfsteken / handelen in turf. Turf was destijds de belangrijkste brandstof. Via de vaarten en de haven van Capelle werd de turf afgevoerd naar de grote steden. Door de turfvaart vestigden zich in Capelle ook vele schippers. Ook de landbouw begon zich gaandeweg in Capelle te ontwikkelen.
Aan de turfhandel kwam in de 17e eeuw een einde door het uitgeput raken van de turfgronden. De landbouw begon belangrijker te worden. Door de vele overstromingen in de Langstraat was het buitendijkse gebied zeer vruchtbaar geworden door toedoen van de achtergebleven rivierklei. Het gras wat hierop groeide was zeer geschikt voor het maken van hooi. De hooihandel verdrong de turfhandel. De schippers konden overgaan op het transport van hooi.
In 1814 werd de Hollandse gemeente Capelle aan de provincie Noord-Brabant toegevoegd. Niet zo lang hierna werd het wapen van Capelle vastgesteld. Het wapen valt als volgt te omschrijven: "Van zilver, beladen met een berg (duin), waarop een kapelletje (een kapelsvlinder), alles in hunne natuurlijke kleur". Het is dus een dubbel sprekend wapen (duin wijst op 's-Grevelduin en kapelletje op Capelle). Op woensdag 13 januari 1819 werd het grondgebied van Capelle afgepaald. Capelle kende in die tijd negen buurgemeenten. Dit waren: Dussen, Meeuwen, Drongelen, Besoyen, Sprang, Vrijhoeve-Capelle, Loon op Zand, Dongen en Waspik.
In de tweede helft van de 19e eeuw geschiedde het personen- en goederenvervoer in de Langstraat hoofdzakelijk per diligence en met paard en wagen. Er waren ook enkele stoombootdiensten met het westen van Nederland vanuit de havens in de Langstraat, waaronder de Capelse haven. Deze waren vooral belangrijk voor de veehouders en veehandelaren, want zij moesten regelmatig met hun vee naar de veemarkt in Rotterdam. Vanuit de Capelse haven werd er ook veel hooi naar Rotterdam vervoerd. Jaarlijks gingen ongeveer 800 schepen de Capelse haven in en uit. Zij vervoerden in totaal 40000 ton. Ongeveer 10 schepen van meer dan 10 ton hadden hun thuishaven in Capelle.
De landbouw, handel en industrie in de Langstraat (vooral de schoenindustrie en lederindustrie) hadden problemen met het transport van hun goederen. Een spoorlijn zou de oplossing voor het vervoersprobleem zijn. Er werd flink gelobbyd bij de regering en in 1875 ging de Tweede Kamer akkoord met de aanleg van een spoorlijn. Deze zou lopen tussen Lage Zwaluwe en 's-Hertogenbosch. In de periode 1886-1890 werd de Langstraatspoorlijn aangelegd. Deze spoorlijn kreeg al gauw de bijnaam "halve zolenlijntje", omdat vooral de schoen- en lederindustrie er gebruik van maakte. Ook Capelle kreeg een station. Voor de Capellenaren was de ligging van het station echter zeer ongelukkig: het lag helemaal aan de oostzijde van het dorp. In 1893 werd dat probleem opgelost: op de hoek van de Heistraat en Nieuwevaart kwam een nieuw station. Capelle beschikte vanaf dat moment over twee stations.
Aan het einde van de 19e eeuw werd begonnen met het graven van de Bergse Maas. Deze werd gegraven om de rivieren Maas en Waal te scheiden, waardoor er minder kans was op overstromingen. De Bergse Maas kwam ten noorden te liggen van het Oude Maasje en werd in 1904 officieel in gebruik genomen.
Capelle ging de 20e eeuw binnen en bleef qua karakter een echt boerendorp. Verder was de middenstand goed vertegenwoordigd en waren er drie schoenfabrieken en een meelfabriek. Opvallend was dat Capelle vrij veel renteniers kende, die "teerden op de spaarzaamheid van hun voorouders". Begin 20e eeuw ontstond er glastuinbouw in Capelle. Deze sector kon zich vanwege de ideale waterbeheersing goed ontwikkelen.
De oorlog ging niet aan Capelle voorbij. In de oorlogsperiode was onder andere in Capelle, maar in feite in heel de Langstraat, de verzetsgroep André actief in het verzet tegen de Duitsers. Capelle werd eind oktober 1944 bevrijd, maar de oorlog was toen nog niet voorbij: tot eind januari 1945 lag de hele Langstraat midden in het frontgebied. De geallieerden hadden de Langstraat bevrijd, maar aan de overzijde van de Bergsche Maas, het Land van Heusden en Altena, waren de Duitsers nog heer en meester. Er volgden zware beschietingen. De trieste balans van de strijd rond het Capelse Veer: honderden doden en gewonden.
Na de oorlog moest er in Capelle veel herbouwd worden. In 1950 stopte op de Langstraatspoorlijn het personenvervoer. Niet veel later stopte ook het goederenvervoer. Capelle ontkwam niet aan de watersnood van 1953: er ontstond voor honderdduizenden guldens schade. Gelukkig waren er geen slachtoffers te betreuren, omdat de dijken grotendeels intact bleven.
Aan het eind van de jaren '60 kwam Capelle aan een snelweg de liggen: de Maasroute A59. In 1986 werd begonnen met het verwijderen van de rails en bielzen van de oude spoorlijn. Momenteel ligt er een fietspad: het Halve Zolenpad.
Ondanks twee gemeentelijke herindelingen blijft Capelle zijn eigen karakter behouden. Een stukje van het "oude" Capelle is zelfs teruggekomen: in 1998 werd de binnenhaven van Capelle weer gedeeltelijk open gelegd. 
35875 
4 's Herenloo, Ermelo, Gelderland  5.596949  52.314827  Enige gevonden vermelding
Harderwijk
Het Linnaeustorentje is een achtkantige laat-gotische traptoren (16de eeuw, gerestaureerd in 1907) van een verdwenen stadsgebouw van de Commanderij 's-Heerenloo
Verder is het een zorg instelling in Ermelo. 
35418 
5 's-Gravenpolder, Borsele, Zeeland  3.90333333333333  51.4597222222222  's-Gravenpolder is een dorp in de gemeente Borsele, in de Nederlandse provincie Zeeland. Het dorp heeft 4570 inwoners (2005) en is daarmee de tweede kern van de gemeente.
Het dorp is vrij explosief gegroeid, doordat het tot voor kort als groeikern voor de gemeente was aangewezen. Tijdens die periode werden er relatief veel woningen in de vrije sector gebouwd.
Midden in het dorp staat een gotische kerk uit de 14e eeuw. Aan de rand van het dorp staat molen "De Korenhalm" uit 1876, die nog steeds in gebruik is.
Een groot deel van de bevolking van 's-Gravenpolder is lid van de Gereformeerde Gemeente.
Tot de gemeente behoorde ook de in 1816 opgeheven gemeente Zwake. 
39953 
6 's-Gravensloot, Utrecht  4.8790669441223145  52.09381180738805  s-Gravensloot is een is een landweg aan de meest noordelijke rand van de stad Woerden waaraan voornamelijk vrijstaande huizen zijn gelegen. Op werkdagen tijdens de ochtend- en avondspits is de weg alleen geopend voor gemotoriseerd bestemmingsverkeer.
De gemeente Kamerik
De gemeente Kamerik ontstond in 1811 uit de heerlijkheid Kamerik en de Houtdijken. De gemeente is in 1817 gesplitst in Kamerik-Houtdijken, Kamerik-Mijzijde en 's-Gravensloot. Die splitsing heeft geduurd tot 1857. In de tijd van de splitsing werd wel het onderwijs door de gemeenten gezamenlijk verzorgd en betaalden de gemeenten ook gezamenlijk het salaris van de koster. In 1857 werden de vier voormalige gemeentes Kamerik-Houtdijken, Kamerik-Mijzijde, 's-Gravesloot en Teckop tot de nieuwe gemeente Kamerik samengevoegd.
Het wapen van de gemeente Kamerik was eerder het wapen van de heerlijkheid Kamerik en de Houtdijken.
De gemeente is in 1989 opgegaan in Woerden.
De smalle straat wordt veel gebruikt door recreanten om te fietsen en te wandelen. Er zijn drie gemeentelijke monumenten aan de straat gelegen: huisnummers 19-20, 38-39 en 101.
De in Nederland beschermde en zeldzame steenbreekvaren (Asplenium trichomanes) groeit hier.
Aan de oostzijde komt de 's-Gravensloot uit op de provinciale weg naar Kamerik. Aan de westelijke zijde loopt de weg dood bij de jachthaven van Woerden bij de Grecht. Hier is tegenwoordig een voetgangerspontje die de weg naar Zegveld ontsluit voor voetgangers en fietsers, maar het pontje is nogal eens defect door vandalisme.
De gemeente Woerden heeft rond 1995 plannen gehad om ten noorden van de 's-Gravensloot nieuwbouw te realiseren, er is echter besloten dit deel van het Groene Hart vooralsnog te ontzien, en het agrarische karakter van de omgeving te behouden. 
60945 
7 's-Heer Arendskerke, Zeeland  3.824793  51.491132  's-Heer Arendskerke is een dorp in de gemeente Goes, in de Nederlandse provincie Zeeland. Het dorp heeft 1320 inwoners (2004).
Geschiedenis
's-Heer Arendskerke werd ook wel; 's Heer-Arendskerke, Aernoutskerke, Ser Arnoudskerke of Sraskerke genoemd. Zoals vele dorpsnamen eindigen op kerke is waarschijnlijk ook hier het woord kerke verbonden met de persoonsnaam van de stichter, een voorname telg uit het geslacht Van Schenge.
De Heren Van Schenge bouwden op een plaats net ten zuiden van het dorp een kasteel dat later verviel en waarvan de stenen werden gebruikt als dijkversteviging. Deze Heren hadden het recht van aanwas van al het land tussen Beveland en Walcheren en speelden dus een belangrijke rol bij de westwaartse bedijkingen.
De eerste vermelding was in 1275 als dochterparochie van het nabijgelegen en oudere Wissekerke. Op haar beurt was 's Heer Arendskerke (kerk gewijd aan St. Pieter) weer de moederkerk van Baarsdorp.
Was het in de vorige eeuwen nog een belangrijk dorp. Anno 2005 is het dorp met ruim 1300 inwoners in vergelijking met vele andere nog maar bescheiden in omvang en voor een flink deel van haar voorzieningen (onder andere winkels, onderwijs en theater) afhankelijk van onder andere Goes en het nabijgelegen Heinkenszand.
Overheid
Voor 1970 was 's-Heer Arendskerke een zelfstandige gemeente, daarna is het noordelijk deel (inclusief dorp) gevoegd bij de gemeente Goes en de rest werd opgenomen in de nieuwe gemeente Borsele. 
37167 
8 's-Heer Hendrikskinderen, Goes, Zeeland  3.861915  51.502967  's-Heer Hendrikskinderen is een dorp in de gemeente Goes, in de Nederlandse provincie Zeeland. Het dorp heeft 1340 inwoners (2004).
Het dorpje ligt op een uitloper van een kreekrug, waarop ook Goes ontstaan is. De kerk waar het dorpje naar vernoemd is, werd in 1805 vervangen door een zaalkerkje. De laatste jaren wordt er rond dit dorpje volop gebouwd.
Bekende (ex-)inwoners
Marten Wiersma, politicus.
Geboren in 's-Heer Hendrikskinderen
Willem Lodewijk Harthoorn, verzetsman.
Anjolie Wisse, atlete. 
703 
9 's-Heer-Abtskerke, Borsele, Zeeland  3.880852  51.470627  's-Heer Abtskerke (Zeeuws: Sgrabbekerke) is een klein dorp in de gemeente Borsele, in de Nederlandse provincie Zeeland. Het dorp is gelegen op het zuidelijk deel van schiereiland Zuid-Beveland, de zogenaamde “Zak van Zuid-Beveland”, alwaar de omgeving voornamelijk bestaat uit kleine dorpjes, polders, dijken, welen en kreekresten. Het dorp heeft 520 inwoners (2005). Het deelt de brandweer met 's-Gravenpolder.
Het dorp ligt in het natuurgebied de Poel. Het is vernoemd naar de abten van de Middelburgse abdij, die in de 13e eeuw het gebied in bezit had gekregen van Dirk VII, graaf van Holland, en hier een kapel had gesticht, de voorloper van de huidige kerk. Zoals in veel dorpen staat de kerk in het centrum van het dorp. De kerk is gotisch en stamt uit de 15e eeuw.
Tot de gemeente behoorde ook de in 1816 opgeheven gemeenten Baarsdorp en Sinoutskerke. 
645 
10 's-Heerenberg, Gelderland  6.24583333333333  51.8763888888889  's-Heerenberg is een stad in de gemeente Montferland, provincie Gelderland en telt ongeveer 8000 inwoners (2003). 's-Heerenberg verkreeg op 8 september 1379 stadsrechten van Willem I van den Bergh.
Bezienswaardigheden
Het stadje is interessant voor toeristen en geïnteresseerden in geschiedenis om te bezoeken. In 's-Heerenberg bevindt zich het kasteel Huis Bergh, waar de heren van den Bergh zetelden. In het kasteel zijn tal van schilderijen van oude Italiaanse meesters te bezichtigen. Ook het oude stadscentrum met onder andere de stadsomwalling en De Plantage, een soort bostuin van Huis Bergh, trekken veel toeristen. In de directe omgeving ligt het natuurgebied Montferland, een heuvelachtig bosgebied dat door fietsers, wandelaars en paardrijders druk bezocht wordt.
's-Heerenberg staat bekend om carnaval, boven de rivieren is dit (samen met het Twentse Oldenzaal) 'het Mekka van de carnaval'. De diverse optochten zijn meer dan de moeite waard te bekijken. Tijdens carnaval is 's-Heerenberg bekend onder de naam Waskupenstad. Leuke details zijn dat zowel Burgers' Zoo als het Afrika museum (tegenwoordig in Berg en Dal) hun oorsprong in 's-Heerenberg hebben. Het Afrika museum is begonnen in het voormalig klooster Don Rua waar tot 1999 het bekende creativiteitscentrum Gouden Handen gevestigd was. De toenmalige paters, die naar Afrika reisden, besloten een museum op te richten.
Door het boek "Pim Pandoer en de Heks van 's-Heerenberg" genoot de stad in de vorige eeuw van enige bekendheid. Het verhaal is gebaseerd op een oude weduwe met de naam Mechteld ten Ham die van verschillende zaken door de toenmalige 's-Heerenbergse bevolking beschuldigd werd. Dit vrouwtje werd op 26 juli 1605 op de brandstapel gezet bij De Laak in Azewijn. Algemeen wordt aangenomen dat Mechteld ten Ham de laatste heks van Nederland is. In 's-Heerenberg wordt rond augustus elk jaar een feest gevierd ter ere van de oude weduwe (het Mechteld Ten Ham-feest).
Het Neije Raethuys werd in 1531 gebouwd ter vervanging van het Ailde Raethuys aan de Kellenstraat. Vanoudsher is het raadhuis het bestuurscentrum van zowel de stad als van het land van den Berge. Vergaderingen van de magistraat en van de geërfden van het graafschap Bergh hebben hier plaatsgevonden. Daarnaast werd er recht gesproken. In de kelder bevond zich een gevangenis en heden ten dage is voor het raadhuis een schandpaal opgesteld. De raadhuisklok uit 1526 werd in vroeger tijden gebruikt om de burgers bijeen te roepen voor vergaderingen en bij een uitbraak van een ramp, zoals een brand. Het raadhuis werd in de jaren 1914-1918 gerestaureerd.
Verder is er ook nog de Boetselaersborg, een klein kasteeltje aan het Kattenburg. Dit kasteeltje behoort tot de bezittingen van Huis Bergh, en is niet van binnen te bezichtigen. 
33360 
11 's-Heerenhoek, Borsele, Zeeland  3.824793  51.491132  s-Heerenhoek is een dorp in de gemeente Borsele, in de Nederlandse provincie Zeeland. Het dorp heeft 1970 inwoners (2005).
Het dorp is ontstaan na de inpoldering van de Borsselepolder in 1616; het heette toen Calishoek. Het dorp ontstond op een kruispunt van dijken van verschillende polders. In 1672 werd hier een protestantse kerk gebouwd; inmiddels staat midden in het dorp een rooms-Katholieke kerk uit 1870. 's-Heerenhoek is een bekend uitgaanscentrum op Zuid-Beveland. Het dorp trekt ieder jaar veel bezoekers tijdens carnaval, wanneer het wordt omgedoopt in "Paerehat". Een beroemde inwoner van 's-Heerenhoek is oud-wielrenner Jan Raas. 
39952 
12 's-Hertogenbosch, Noord-Brabant  5.304210  51.689222  's-Hertogenbosch of Den Bosch is een stad in de gemeente 's-Hertogenbosch, tevens de hoofdstad van de provincie Noord-Brabant, een van de drie zuidelijke provincies van Nederland. De Franse naam voor deze stad is Bois-le-Duc en de Duitse versie luidt Herzogenbusch. Haar Latijnse naam is Silva Ducis of Buscum Ducis. De stad maakt deel uit van het stedelijk netwerk BrabantStad.
's-Hertogenbosch is een van de oudste middeleeuwse steden van Nederland en is volgens de overlevering in 1185 gesticht door hertog Hendrik I van Brabant aan de samenloop van de Aa en de Dommel, die tegenwoordig samenkomen bij de Citadel in de stad. De zustersteden van 's-Hertogenbosch zijn Trier in Duitsland en Leuven in België. Daarnaast heeft de stad sinds 1997 een vriendschapsband met de Roemeense stad Focşani.
's-Hertogenbosch is lid van de Nederlandse Vereniging van Vestingsteden.
's-Hertogenbosch werd als stad officieel gesticht vanuit Orthen, een oud domein van de graven van Leuven. Op de locatie was vermoedelijk al eerder spontaan een handelsnederzetting ontstaan, hetgeen opmerkelijk is omdat de meeste plaatsen destijds bij een klooster of als agrarische nederzetting ontstonden. Al enkele decennia na de vorming van deze nederzetting, verleende hertog Hendrik I van Brabant stadsrechten, vermoedelijk tussen 1185 en 1196. De vroegste vermelding is in een document uit 1196. In die tijd was het niet zo gebruikelijk dergelijke rechten expliciet vast te leggen en veel andere (nieuwe) steden in de Nederlanden namen het Bossche geschreven stadsrecht als voorbeeld. 
32154 
13 't Goy, Houten, Utrecht  5.223097801208496  52.00208424729346  't Goy is een dorp in de gemeente Houten, in de Nederlandse provincie Utrecht; het is gelegen nabij Schalkwijk. Vanaf 1966 is het uitgegroeid van gehucht tot een klein dorp met nieuwbouw (vrijstaande bungalows). De aanvankelijk dichte beplanting met boomgaarden is voor een flink deel verdwenen. In 't Goy ligt landgoed Wickenburgh. Het landgoed heeft een wit landhuis met een duiventoren, oprijlaan en een groot bos achter het huis.
Het dorpje is in tweeën gedeeld, op enige afstand ligt het Nieuwe Goy waar een kerkje en oorspronkelijk twee cafés en een bakkerswinkel gevestigd waren, alsmede een R.K. school en een landbouwschool (thans dorpshuis). De bevolking was voorheen voornamelijk werkzaam in de landbouw/fruitteelt (appels, kersen enz.). Thans zijn het veel stedelingen die hier buiten zijn komen wonen. Het "Oude Goy" (plaatselijk ook wel "het Goyse Dorp" genoemd) had een openbare lagere school aan de Wickenburghseweg die een van de kleinste van het land was (tenslotte nog maar 8 leerlingen in 1969). Ook was in die jaren in het oude Goy een vakschool voor de fruitteelt gevestigd.
Aan de Tuurdijk zijn restanten van een Romeinse Villa ontdekt. Het is een van de drie Romeinse bouwwerken waarvan in de gemeente Houten sporen zijn gevonden. 
72118 
14 't Haantje, Sleen, Drenthe  6.82305555555556  52.8147222222222  't Haantje is een dorp in de gemeente Coevorden in de provincie Drenthe, met ongeveer 230 inwoners.
Het dorp is na de aanleg van het Oranjekanaal ontstaan. De herkomst van de naam is onzeker. Men vermoedt dat het de naam van een café is geweest, maar het waarom van de naam is onduidelijk. Het verhaal gaan dat de herbergier een struik bij huis had staan die in de vorm van een haan was geknipt.
Het bezit een zwembad dat de gemeente heeft willen sluiten, maar door protest van de bewoners werd besloten dat het zwembad toch kan blijven. Ook is er een voetbalclub, VV Theo genaamd (theo = 't Haantje en omstreken). 
34458 
15 't Harde, Elburg, Gelderland  5.879831314086914  52.41608959892025  't Harde is een dorp op de Veluwe in de gemeente Elburg in de Nederlandse provincie Gelderland. Het is een bosrijke plaats gelegen aan de A28, bekend van de militaire kazerne op de Woldberg.
Geschiedenis
't Harde is vernoemd naar de hardere ondergrond die hier was in vergelijking met omliggende gebieden. Als in 1875 wordt besloten een militair complex op de Woldberg aan te leggen, spreekt men nog van de legerplaats Oldebroek. In 1930 bestond 't Harde uit 39 huizen waarin 175 mensen woonden. In 1935 verrezen de eerste villa's waaronder Mariposa en de Vale Ouwe. Pas in 1953 zette de stormachtige ontwikkeling in die van 't Harde de grootste kern van de voormalige gemeente Doornspijk maakte. Eind 1963 stonden er al 670 woningen en er werden plannen ontwikkeld voor de bouw van minstens nog zo'n 600 in de wijken Strijbis en het bungalowpark.
Als symbool van een nieuw tijdperk mogen we wijzen op de bouw van het zwembad "De Hokseberg". Het ontwerp was van de Heidemij en gold als het mooiste van Nederland. Zo'n zwembad is tegenwoordig onmisbaar, al was het alleen maar om water bij de hand te hebben bij bosbranden. Zoiets gebeurde werkelijk op 18 juni 1970. Een hevige brand op het Artillerie Schietkamp bedreigde 't Harde, slechts op het nippertje werd het dorp gered. Drie villa's en drie huizen brandden af. Op het afgebrande stuk grond werden later woningen gebouwd.
Twee gemeentes
't Harde lag van oudsher in twee gemeentes; de gemeente Oldebroek en gemeente Elburg. Het deel ten noord-oosten van de Eperweg hoorde bij Oldebroek en de rest hoorde bij de gemeente Doornspijk. Op 26 maart 1974 werd door een gemeentelijke herindeling het Oldebroeker deel van 't Harde bij de nieuwe gemeente Elburg gevoegd. De tweedeling kun je nog zien in bijvoorbeeld de twee vestigingen van de Rabobank, één vallend onder Oldebroek en een onder Elburg. Ook wordt de wijk ten Noord-oosten van de Eperweg in volksmond nog steeds de Oldebroeker nieuwbouw genoemd.
't Harde heeft op 1 januari 2006 ongeveer 6000 inwoners en is daarmee na Elburg de grootste plaats in de gemeente. Het dorp ligt bij de A28 (Amersfoort-Zwolle) en heeft een station aan de spoorlijn tussen deze steden. De stoptrein stopt er 2 keer in het uur per richting.
De hoofdweg binnen het dorp van 't Harde is de Eperweg. De Eperweg is de doorgaande weg door 't Harde en verbindt Epe met de Zuiderzeestraatweg nabij Oostendorp. Deze 'weg naar Epe' oftewel Eperweg werd in 1853 verhard aangelegd en daardoor geschikt gemaakt voor het toenemende verkeer. In 1855 werd de weg voorzien van een grindlaag en kreeg het de naam Epergrintweg mee. Jaren later werd de weg voorzien van asfalt en sindsdien wordt de weg Eperweg genoemd. De Eperweg is onderdeel van de N309.
Bedrijventerreinen
't Harde heeft twee bedrijventerreinen. De eerste is de Koekoek, gelegen aan de noordzijde van het dorp. Tussen de spoorlijn Zwolle-Amersfoort en de A28, in het oosten van 't Harde ligt verder nog bedrijventerrein 't Spoor. Deze is te herkennen aan de hoge kranen die langs de A28 staan. 
74710 
16 't Heem, Vlagtwedde, Groningen  7.049016952514648  52.88612158186294  't Heem is tegenwoordig een wijk van Ter Apel in het Groningse Westerwolde (Nederland). Oorspronkelijk was het een gehucht even ten noorden van het kloosterdorp.
De huidige wijk wordt begrensd door de voormalige spoorlijn in het zuiden en de Nulweg in het noorden. De naam 't Heem betekent hoge boerenplaats. 
75828 
17 't Klooster, Aalten, Gelderland  6.539520621299744  51.89694709420044  't Klooster is een buurtschap in de gemeente Aalten, twee kilometer noordelijk gelegen van Bredevoort in de Gelderse Achterhoek. In de vijftiende eeuw heeft in deze buurtschap daadwerkelijk een klooster gestaan, te weten het klooster Nazareth, ook wel het klooster Schaer genaamd. Dit verdwenen klooster hoorde bij de beweging van de Moderne Devotie. In de nabije omgeving van dit klooster ligt de Kloosterschans een deel van een omvangrijk stelsel landweren. Daarnaast is er op 5 november 2005 een beeld onthuld. Het bronzen beeld, van de hand van de Eibergse kunstenaar Jan te Kulve, toont een bewoner van klooster Schaer in de kleding van zijn Orde (reguliere kanunniken van Sint-Augustinus). Sinds 1980 is het een zelfstandige buurtschap in de gemeente Aalten.  146950 
18 't Klooster, Usquert, Groningen  6.619480  53.429688  Zie ook de kaart. Een gehucht met twee huizen.  34262 
19 't Laar, Vaassen, Epe, Gelderland  5.950126647949219  52.30196040910632  't Laar (Nedersaksisch: ′t Laor) is een Nederlands buurtschap die enkele kilometers ten noordwesten van het Veluwse dorp Vaassen ligt, in de provincie Gelderland. Het gebied kenmerkt zich door een uitgestrekt weidegebied en wat akkers aan de rand van een bosrijke omgeving.
Evenementen en activiteiten
De buurtschap heeft een actieve buurtvereniging die een eigen blad uitgeeft en een eigen buurtgebouw (de Loarkit) exploiteert. 
66717 
20 't Lage van de weg, Uithuizen, Groningen  6.655098  53.411839  't Lage van de weg is een dorpje in de gemeente Eemsmond in de provincie Groningen. Het ligt direct ten westen van Uithuizen.
Het dorp ontstond in het midden van de negentiende eeuw. De naam verwijst naar de verhoging die naast de weg is ontstaan na een dijkdoorbraak in de veertiende eeuw. Op die verhoging staan een aantal boerderijen, die als buurt ook bekend zijn als Bovenhuizen. De huizen langs de weg liggen een stuk lager en heten daarom het Lage van de weg. 
170 
21 't Schot, Vlagtwedde, Groningen  7.083499431610107  52.863365411807095  't Schot is een gehucht vlak bij Ter Apel in de gemeente Vlagtwedde. Het ligt ten zuiden van Ter Apel, ten noorden en zuiden van het Ruiten-Aa-kanaal, waar dit samenkomt met het Ter-Apelkanaal.
Anders dan de aanpalende dorpen Burgemeester Beinsdorp en Agodorp, die beiden uit de twintigste eeuw stammen, wordt 't Schot, net als 't Heem aan de noordzijde van Ter Apel, al op oude kaarten vermeld. De oorsprong van het gehucht hangt samen met de stichting van het Klooster Ter Apel in de vijftiende eeuw. De naam verwijst naar een schot, dat is een stal of schuur. De monniken van het klooster lieten hier hun vee grazen.
Het oorspronkelijke gehucht wordt omgeven door een bos met dezelfde naam. 
132335 
22 't Veen, Muntendam, Groningen  6.861777305603027  53.123289748203966  Verder geen gegevens bekend, zie ook de oude kaart voor de locatie. Vroeger zullen hier waarschijnlijk veenhutten gestaan hebben.  32735 
23 't Veen, Siddeburen, Slochteren, Groningen  6.852315  53.231468  't Veen ligt 1 - 2 km ten z van de kerk in Siddeburen en bestaat uit enkele huizen en een opvallende houtwal in N-Z richting van ca 1700m en een breedte van ca 50m.  36335 
24 't Waar, Scheemda, Groningen  6.95194444444444  53.2252777777778  't Waar is een streekdorp in de gemeente Scheemda in de provincie Groningen (Nederland), gelegen in het kleigedeelte van het Oldambt. Het dorp ligt aan een oude oeverwal in de ingepolderde Dollard.
De naam van het dorp verwijst naar een sluis in het Ol Daipke. Woar of waar is een oud synoniem voor zijl het Groningse woord voor sluis. De Dollard werd in deze streek vanaf het einde van de zestiende eeuw op de zee teruggewonnen.
Voor de inpoldering liep hier de Menter A, het Oude Diepje zal daar en restant van zijn geweest. Tegenwoordig ligt het dorp tussen het Buiten Nieuwediep en het Termunterzijldiep. 't Waar vormt samen met Nieuw-Scheemda een dubbeldorp. 
32672 
25 't Zandt, Groningen  6.774244  53.366133  't Zandt is een klein dorp in de gemeente Loppersum in de provincie Groningen, Nederland. Het dorp heeft bijna 900 inwoners. Tot 1990 was 't Zandt een zelfstandige gemeente.
Het dorp is ontstaan als dijkdorp na de inpoldering van de voormalige Fivelboezem in de veertiende eeuw door monniken van het klooster Bloemhof. De naam verwijst naar een zandrug in de oude boezem. Dorpsbewoners wonen niet ín 't Zandt, maar óp 't Zandt.
Een opmerkelijk pand in het dorp (op het voormalige grondgebied van het dorp Leermens), is de zogenaamde sarrieshut. Deze hoorde bij de voormalige molen, de Leermenstermolen. Deze molen is in 1957 afgebroken, één roede ging naar een molen te Warffum. Bij iedere korenmolen in de provincie Groningen stond vroeger een sarrieshut. Dat was de woning van de chercher, de ambtenaar die belast was met de controle op de belasting op het gemaal. Het woord Chercher werd verbasterd tot sarries.
Even buiten het dorp ligt de boerderij Alberdaheerd. Hier stond vroeger een borg die bewoond werd door het geslacht Alberda. De borg is verdwenen, maar het borgterrein, met gracht, oprijlaan en bomen, is nog aanwezig. Tegenwoordig bevindt zich hier een sierviskwekerij.
't Zandt is gebouwd op een zandplaat die al bestond in de tijd dat de dijk op de lijn Godlinze, Schatsborg, Zeerijp als zeewering het achterland tegen het water beschermde. in die tijd liepen wadlopers al van de dijk naar de zandplaat en terug. Ze droegen stokken om de prielen makkelijker over te steken. Later hadden de wadloppers mooie wandelstokken. Vandaar de naam van de inwoners van 't Zandt " 't Zandster Handstokken".
Voormalige gemeente
De gemeente 't Zandt bestond tot 1990 naast het hoofddorp uit de dorpen, gehuchten en buurtschappen: Eenum, De Groeve, Kolhol, Leermens, Lutjerijp, Oosterwijtwerd, 't Zandstervoorwerk, Zeerijp en Zijldijk. 
32123 
26 1e Exloërmond, Odoorn, Drenthe  6.93388888888889  52.9280555555556  Eerste Exloërmond (of: 1e Exloërmond) is een klein dorp in de gemeente Borger-Odoorn, provincie Drenthe.
Het ligt vlakbij Nieuw-Buinen en Tweede Exloërmond. Eerste Exloërmond telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2006 390 inwoners (201 mannen en 189 vrouwen).
Het dorp, dat vlakbij de provinciegrens met
Groningen ligt, heeft een korte geschiedenis. Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd
genoemd. De 'mond' werd gegraven ten behoeve van het vervoeren van onder andere turf naar de stad Groningen.
Door de vervening die daardoor ontstond, werd het gebied bewoonbaar en groeide de bevolking zeer snel. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
Als alternatief voor vervoer per schip en personenvervoer werd er een spoorlijn aangelegd in het gebied, die vanaf 2 mei 1924 ook een halte in Eerste Exloërmond kende. Al op 15 mei 1935 werd de halte gesloten. Het enorme, statige stationsgebouw bleef tot in de jaren '70 staan.
In 2003 is er een kunstwerk geplaatst die herinnert aan de plek. De spoorrails liggen er nog wel.
Eerste Exloërmond kent, net als vele andere kleine nederzettingen in de regio, een continue bevolkingsafname. Dit terwijl de grotere plaatsen alleen maar groeien. 
66709 
27 2e Exloërmond, Odoorn, Drenthe  6.92833333333333  52.9063888888889  Tweede Exloërmond of 2e Exloërmond (Drents: Tweide Ekselermond) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Borger-Odoorn. Tweede Exloërmond telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2006 2427 inwoners (1234 mannen en 1193 vrouwen). De officiële naam van het dorp is 2e Exloërmond, maar het is gebruikelijker de naam te spellen als Tweede Exloërmond.
Tweede Exloërmond is een veenkolonie, hoofdzakelijk bestaande uit lintbebouwing, die zich uitstrekt over een lengte van meer dan zes kilometer tot aan de provinciegrens met Groningen. Aan het zuideinde van het dorp bevindt zich naast het lint een nieuwbouwwijk.
In het dorp bevinden zich drie kerken: de Nederlands Hervormde kerk van de Protestantse Gemeente, een fraaie Baptistenkerk uit 1922 en een modern kerkgebouw van de Nieuw-Apostolische gemeente.
Tweede Exloërmond heeft de volgende voorzieningen: een bibliotheek, een openbare en protestants-christelijke basisschool, sportvelden, een supermarkt, een postagentschap en enkele horecagelegenheden.
In 2003 vierde het dorp zijn 150-jarig bestaan. In de ontginningstijd, midden negentiende eeuw, was het leven zwaar. Zowel het graven van kanalen en wijken als het steken van de turf werd met de hand gedaan. Voor de boeren die zich na de ontginning vestigden, was het moeilijk het land vruchtbaar te krijgen. Het had veel mest nodig, maar die was destijds schaars: kunstmest bestond nog niet. Daarnaast was de bereikbaarheid een probleem: pas in 1907 werd een verharde weg aangelegd naar Exloo.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het afgraven van turf gestaakt. Enerzijds was de meeste turf toen wel afgegraven, anderzijds was turf als brandstof overbodig geworden door de komst van andere brandstoffen. Het werd toen een probleem de vele veenarbeiders nieuw werk te verschaffen. Daar ook de werkgelegenheid in de landbouw langzaam terugliep, was dat geen gemakkelijke opgave. Gebrek aan werkgelegenheid is ook vandaag nog een probleem in de Veenkoloniën.
Eind 2006 kreeg het dorp nationale bekendheid door de verkrachting en moord op de 12-jarige inwoonster van dit dorp Suzanne Wisman.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Tweede Exloërmond of 2e Exloërmond (Drents: Tweide Ekselermond) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Borger-Odoorn. Tweede Exloërmond telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2006 2427 inwoners (1234 mannen en 1193 vrouwen). De officiële naam van het dorp is 2e Exloërmond, maar het is gebruikelijker de naam te spellen als Tweede Exloërmond.
Tweede Exloërmond is een veenkolonie, hoofdzakelijk bestaande uit lintbebouwing, die zich uitstrekt over een lengte van meer dan zes kilometer tot aan de provinciegrens met Groningen. Aan het zuideinde van het dorp bevindt zich naast het lint een nieuwbouwwijk.
In het dorp bevinden zich drie kerken: de Nederlands Hervormde kerk van de Protestantse Gemeente, een fraaie Baptistenkerk uit 1922 en een modern kerkgebouw van de Nieuw-Apostolische gemeente.
Tweede Exloërmond heeft de volgende voorzieningen: een bibliotheek, een openbare en protestants-christelijke basisschool, sportvelden, een supermarkt, een postagentschap en enkele horecagelegenheden.
In 2003 vierde het dorp zijn 150-jarig bestaan. In de ontginningstijd, midden negentiende eeuw, was het leven zwaar. Zowel het graven van kanalen en wijken als het steken van de turf werd met de hand gedaan. Voor de boeren die zich na de ontginning vestigden, was het moeilijk het land vruchtbaar te krijgen. Het had veel mest nodig, maar die was destijds schaars: kunstmest bestond nog niet. Daarnaast was de bereikbaarheid een probleem: pas in 1907 werd een verharde weg aangelegd naar Exloo.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het afgraven van turf gestaakt. Enerzijds was de meeste turf toen wel afgegraven, anderzijds was turf als brandstof overbodig geworden door de komst van andere brandstoffen. Het werd toen een probleem de vele veenarbeiders nieuw werk te verschaffen. Daar ook de werkgelegenheid in de landbouw langzaam terugliep, was dat geen gemakkelijke opgave. Gebrek aan werkgelegenheid is ook vandaag nog een probleem in de Veenkoloniën.
Eind 2006 kreeg het dorp nationale bekendheid door de verkrachting en moord op de 12-jarige inwoonster van dit dorp Suzanne Wisman.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Tweede Exloërmond of 2e Exloërmond (Drents: Tweide Ekselermond) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Borger-Odoorn. Tweede Exloërmond telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2006 2427 inwoners (1234 mannen en 1193 vrouwen). De officiële naam van het dorp is 2e Exloërmond, maar het is gebruikelijker de naam te spellen als Tweede Exloërmond.
Tweede Exloërmond is een veenkolonie, hoofdzakelijk bestaande uit lintbebouwing, die zich uitstrekt over een lengte van meer dan zes kilometer tot aan de provinciegrens met Groningen. Aan het zuideinde van het dorp bevindt zich naast het lint een nieuwbouwwijk.
In het dorp bevinden zich drie kerken: de Nederlands Hervormde kerk van de Protestantse Gemeente, een fraaie Baptistenkerk uit 1922 en een modern kerkgebouw van de Nieuw-Apostolische gemeente.
Tweede Exloërmond heeft de volgende voorzieningen: een bibliotheek, een openbare en protestants-christelijke basisschool, sportvelden, een supermarkt, een postagentschap en enkele horecagelegenheden.
In 2003 vierde het dorp zijn 150-jarig bestaan. In de ontginningstijd, midden negentiende eeuw, was het leven zwaar. Zowel het graven van kanalen en wijken als het steken van de turf werd met de hand gedaan. Voor de boeren die zich na de ontginning vestigden, was het moeilijk het land vruchtbaar te krijgen. Het had veel mest nodig, maar die was destijds schaars: kunstmest bestond nog niet. Daarnaast was de bereikbaarheid een probleem: pas in 1907 werd een verharde weg aangelegd naar Exloo.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het afgraven van turf gestaakt. Enerzijds was de meeste turf toen wel afgegraven, anderzijds was turf als brandstof overbodig geworden door de komst van andere brandstoffen. Het werd toen een probleem de vele veenarbeiders nieuw werk te verschaffen. Daar ook de werkgelegenheid in de landbouw langzaam terugliep, was dat geen gemakkelijke opgave. Gebrek aan werkgelegenheid is ook vandaag nog een probleem in de Veenkoloniën.
Eind 2006 kreeg het dorp nationale bekendheid door de verkrachting en moord op de 12-jarige inwoonster van dit dorp Suzanne Wisman.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd. 
32722 
28 2e Exloërmond, Odoorn, Drenthe        151513 
29 Aadorp, Almelo, Overijssel  6.628064632677706  52.37956422770408  Aadorp is een dorp in de Twentse gemeente Almelo in de Nederlandse provincie Overijssel. Aadorp ligt in het voormalige veengebied ten noorden van de lijn Almelo-Wierden aan weerszijden van het Overijssels Kanaal. Dit veengebied werd na 1900 geleidelijk ontgonnen. In de periode tussen 1900 – 1920 wordt het gebied ten westen van het kanaal, genaamd de Binnen Woesten en Buiten Woesten ontgonnen in het kader van de werkverschaffing ter bestrijding van de werkloosheid. Het ontstaan van de buurtschap Aadorp, met bebouwing op het kruispunt van en langs de verbindingsroutes naar Almelo (Gravenweg), Wierden (Bruglaan) en Vriezenveen (Parallelweg), is een feit.
Als in 1930 een brug over het kanaal wordt aangelegd is de weg vrijgemaakt voor een meer planmatige ontwikkeling voor het gebied ten zuiden van de Bruglaan. Rond 1950 werd met het graven van de noordelijke zijtak van het Twentekanaal het industrieterrein Almelo-Noord in ontwikkeling gebracht. Dit industrieterrein ligt op korte afstand van Aadorp.
In 1984 komt er een sterke verandering. De Bruglaan wordt afgesloten als gevolg van de ontwikkeling van het Bedrijvenpark Noord-West Twente. De openheid van het buitengebied in noordwestelijke richting maakt plaats voor omringende bedrijfsterreinen. Als gevolg van de omsluiting en de gebrekkige relatie met Aadorp-Oost wordt opgemerkt dat Aadorp – De Woesten als het ware op een eiland komt te liggen.
Aadorp maakt sinds de gemeentelijke herindeling in 2001 deel uit van de gemeente Almelo. 
68701 
30 Aagtekerke, Veere, Zeeland  3.510912  51.546634  Aagtekerke (Zeeuws: Aegte/'t Aflat) is een dorp in de Zeeuwse gemeente Veere. Het aantal inwoners bedroeg op 1 januari 2007 1.476. Het dorp ligt nabij Domburg en Oostkapelle maar ligt zelf niet aan de zee.
Vroeger werden veel toeristen, die overdag hun dag doorbrachten bij het strand van Domburg, bij de Aagtekerkenaren thuis opgevangen als logies. Door de achteruitgang van het toerisme in het geheel en ook door de bouw van een groot vakantiehuizenterrein nabij Domburg (gebouwd door de Roompot) is dit teruggedrongen. Er zijn wel veel (mini)campings.
Aagtekerke is genoemd naar de heilige Agatha (patrones van het dorp). Tegenwoordig is het dorp niet rooms meer. De protestante kerk speelt nog wel een rol van betekenis, bij de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart 2006 kreeg de SGP in dit dorp 61,8% van de stemmen. De bijnaam in omringende dorpen luidt 't heitedurp; vroeger had de geitenfokkerij hier enige betekenis. 
721 
31 Aalbeek, Nuth, Limburg  5.851368  50.900476  Aalbeek (Limburgs: Aolbaek) is een gehucht dat deel uitmaakt van de gemeente Nuth, in de Nederlandse provincie Limburg.
Aalbeek is altijd klein gebleven, zo tussen de 45 en de 115 huizen of boerderijen met als voornaam karakteristiek heel veel poorten. Aalbeek is omringd door de natuur.
Geschiedenis en naam
Aalbeek is een van de oude nederzettingen in centraal Zuid-Limburg. Eerste naamsvermelding als Oelbeek in 1324. Deze benaming duidt op een moerassige (oel, ool) beek en inderdaad lag Aalbeek ooit langs een beek. Zwaar vervuild door afvallozing is ze overkluisd en als riolering gaan dienen. Aalbeek heeft er zijn slingerende hoofdweg (Aalbekerweg-Nieuwenhuysstraat) aan te danken.
Belangrijkste gebouw was 250 jaar lang de centraal gelegen villa Aalbeek met het erbij behorende landgoed. Vanaf 1879 tot 1970 werden de oude gebouwen en na hun sloop het nieuwe klooster gebruikt door Duitse Jezuïeten en door de Afrikaanse Missiën (SMA). Na veertien jaar leegstand volgde sloop in 1992. Het voormalige koetshuis van de villa is geheel nieuw, maar in oude stijl opgetrokken. Op het voormalige landgoed zijn een negental landhuizen gebouwd. Dat deel van Aalbeek, de Membredehof, is vernoemd naar de belangrijkste bewoner, jhr. mr. A.C. Membrede (1758-1831), ooit kamervoorzitter van de Verenigde Staten-Generaal onder koning Willem I der Nederlanden.
Aalbeek, hoe klein ook, behoorde tot aan de herindeling in 1982 tot twee gemeentes. Het grootste gedeelte hoorde bij Hulsberg, enkele boerderijen hoorden bij Wijnandsrade. Aan deze bijzondere situatie kwam een eind door indeling van heel Hulsberg en Wijnandsrade bij de gemeente Nuth. 
39909 
32 Aalden, Zweeloo, Drenthe  6.719512939453125  52.789267958041876  Aalden is een dorp in de provincie Drenthe (Nederland), gemeente Coevorden.
Aalden vormt samen met buurdorp Zweeloo haast een geheel, enkel gescheiden door de Aelderstroom of Westerstroom. Het dorp bestaat zelf ook uit twee delen, gescheiden door de Aelderstraat, de doorgaande weg. Aan de ene kant van de weg ligt Oud-Aalden (Drents: Aold-Aalden), het oude esdorp dat volledig bestaat uit Saksische boerderijen en is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Aan de andere kant van de weg liggen de nieuwbouwwijken van het dorp.
Aalden is sterk op toeristen gericht. Dit heeft vooral te maken met de aanwezigheid van bungalowpark Aelderholt en golfterrein De Gelpenberg. Ook is er een asielzoekerscentrum bij het dorp gevestigd. Bezienswaardig is, naast Oud-Aalden, onder meer korenmolen Jantina Helling (ook wel Aeldermeul genoemd) uit 1891.
Het dorp is het voorzieningencentrum van de voormalige gemeente Zweeloo. Het heeft onder meer een bibliotheek, een openbare en een protestants-christelijke basisschool, een supermarkt met postagentschap, een bakker en diverse horecagelegenheden.
De marke van Aalden wordt gekarakteriseerd door essen, kleine bospercelen en groenlanden langs de Aelder- of Westerstroom. 
978 
33 Aalst, Gelderland  5.127010345458984  51.785471044482414  Aalst (Oalst in plaatselijk dialect) is een dorp in de gemeente Zaltbommel, in de Nederlandse provincie Gelderland. Het is gelegen aan de afgedamde Maas tegenover Veen, ten zuidwesten van de stad Zaltbommel. Het kende in 2005 zo'n 1911 inwoners.
Aalst is in de regio bekend om de Steenfabriek en om het gemaal. Bij één van die steenfabieken, De Rietschoof, is een buurtschap ontstaan, dat dezelfde naam draagt als de steenfabriek.
Aalst zelf wordt voor het eerst gemeld rond 850 als Halosta. Aan het eind van de tiende eeuw wordt als Altisti en Aloste aangeduid en in de 11e eeuw al als Alaste en weer een eeuw later Aelst. Aalst was van 1812 tot 1817 een zelfstandige gemeente, daarna ging het op in de gemeente Brakel. Deze gemeente ging in 1999 op in de gemeente Zaltbommel. 
1021 
34 Aalst, Waalre, Noord-Brabant  5.47666666666667  51.3963888888889  Aalst (Brabants:Aolst) is een kerkdorp in de gemeente Waalre, in de Nederlandse provincie Noord-Brabant en is gelegen aan de Tongelreep. Tot de samenvoeging met Waalre 1923 was Aalst een zelfstandige gemeente. Tot het kerkdorp Aalst behoren de wijken De Voldijn, Ekenrooi, en de buurtschap Achtereind.
Op 1 januari 2006 had Aalst 10.420 inwoners (63% van het inwoneraantal van de hele gemeente Waalre). Het kerkdorp wordt gescheiden door de drukke verkeersader N69, de directe verbinding Eindhoven-België via Waalre en Valkenswaard. De grote aantallen vrachtwagens, bussen en personenauto's zorgen met name tijdens de spits voor lange files. Naar een oplossing wordt nog gezocht. 
38299 
35 Aalsum, Oostdongeradeel, Friesland  6.003363132476807  53.33961405208608  Aalsum (Fries: Ealsum) is een dorp in de gemeente Dongeradeel in de Nederlandse provincie Friesland. Het postcodegebied van het dorp telt 162 inwoners (2004).
Aalsum ligt ten noorden van Dokkum, een van de Friese elf steden. Tot de gemeentelijke herindeling van 1984 maakte Aalsum deel uit van de voormalige gemeente Oostdongeradeel. Het westelijk deel van de buurtschap Sibrandahuis en het buurtje Swarte Mosk worden tot het dorpsgebied van Aalsum gerekend. Vroeger lag er ten noorden van het dorp aan de rivier de Paesens nog de buurtschap De Marren onder Aalsum. Ook de voorstad De Streek van Dokkum behoorde lange tijd onder Aalsum.
Aalsum ligt op een terp van 5,3 meter boven NAP. De terp had oorspronkelijk een omvang van ongeveer 4 hectare, maar werd begin jaren 1880 voor het grootste deel afgegraven. Alleen het deel waar de kerk en het laatst resterende kerkpad (de oude doodweg) op staan cq. liggen resteren en geven nu duidelijk de contouren van de relatief hoge wierde aan. Het oostelijke, noordelijke en westelijke kerkpad zijn verdwenen bij de afgraving van de wierde. Wel vormt het noordelijk kerkpad over de 'bodem' van het noordelijk deel van de afgegraven wierde onderdeel van een historisch wandelpad. Een deel van de omtrek van de terp wordt gemarkeerd door de oude ossengang. Rondom het resterende deel stroomt de Aalsumervaart, een gegraven kanaal tussen Dokkum en de rivier de Paesens. De terp had vroeger een radiale verkaveling, waarbij de kerk precies in het midden stond. Aan de buitenzijde van de ringweg staat de enige nog resterende bebouwing. Buiten de ringweg en vaart loopt de radiale verkaveling verder door het landschap in. De spaarzame bebouwing van het dorp wordt gevormd door enkele huizen en boerderijen aan de oostzijde van de ossengang, langs de vaart naar het zuiden toe en verspreid door het landschap.
Het dorp heeft een behoorlijke himrik, die in het verleden nog groter is geweest. Dit kwam doordat Dokkum geen klokslag (rechtsgebied buiten de stad) heeft gekend, zodat de gracht rond de stad vroeger ook de grens met Aalsum vormde. Met de groei van Dokkum naar het noorden kwam het regelmatig tot grenscorrecties met Oostdongeradeel, wat de gemoederen tussen beide gemeenten soms hoog deed oplaaien. Een geplande grenscorrectie ging zelfs niet door omdat hierdoor de burgemeester van Oostdongeradeel in Dokkum zou komen te wonen. Kerkelijk werden de oude himrikgrenzen nog tot 2005 gehanteerd; veel Dokkumers vielen vroeger kerkelijk dan ook onder Aalsum. In 2005 fuseerden de hervormde gemeenten van Dokkum en Aalsum-Wetsens na veel overleg; de Aalsumers wensten niet om 'via de achterdeur' alsnog 'Dokkumers' te worden.
Geschiedenis
De terp dateert waarschijnlijk uit de vroege middeleeuwen; bij de opgravingen werden onder andere een 7e-eeuwse spang, een eikenhouten weefzwaard en hoofdkappen uit de laat-Merovingische of Karolingische periode gevonden. Andere voorwerpen die werden gevonden waren een bronzen mantelspeld met een versiering van gecloisonneerde steentjes, een bronsblikken gordelversiering en gouden ring met een rode steen. De eerste vermelding van het dorp is in een lijst van bezittingen van de abdij van Fulda uit 945, toen het Atlesheim werd genoemd. In de 14e tot 16e eeuw wordt het gespeld als Aelsom, Aelsum, Ailsum of Aelsen (vanaf 16e eeuw). Vanaf ongeveer 1700 wordt het Aalsum, al komt ook Aalzum voor. De naam komt waarschijnlijk van de mansnaam 'Atle' of 'Athel' en het woord -heem (huis of woonplaats).
In 1901 werd de Spoorlijn Leeuwarden - Anjum (Dokkumer Lokaaltje) geopend. Het station van Dokkum werd bij Aalsum geplaatst; Station Dokkum-Aalsum. In 1935 werd het passagiersvervoer tussen Dokkum en Anjum stopgezet en werd Dokkum-Aalsum het eindstation van de lijn. In 1936 werd het passagiersvervoer volledig stopgezet. Tussen 1940 en 1942 werd de lijn nog korte tijd in gebruik gesteld, maar daarna werd de lijn alleen nog voor goederenvervoer gebruikt, tot ook dat stopte in 1975. Het station werd in de jaren 1970 afgebroken en de lijn opgebroken.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in het geheim wapenleveringen gedropt nabij de kerk van Aalsum. Hoewel de Wehrmacht slechts 2 kilometer verderop was gevestigd, werden deze leveringen nooit ontdekt. Op 16 april 1945 werden op het kerkhof van Aalsum 2 Canadezen begraven die waren omgekomen bij de schermutseling bij Oostmahorn.
Bij Aalsum stond vroeger een schooltje, dat later werd afgebroken, waarna er arbeiderswoningen werden gebouwd.
Gebouwen
Kerk
De romaanse kerk van Aalsum dateert van ongeveer 1200 en was gewijd aan de heilige Catharina van Alexandrië. Midden 13e eeuw werd het relatief lange en inspringende priesterkoor met halfronde apsis gebouwd. Rond 1500 werd het schip verlengd naar het westen. In 1843 werd de toren afgebroken en vervangen door een houten dakruiter op de westgevel, waarin de klok van Jan Butendiic (Steven Butendiic) uit 1440 werd gehangen. Op de klok staan afbeeldingen van de heilige Anna. Bij een restauratie in 1960 werd de dakruiter vervangen en gewijzigd. Het hek van de begraafplaats voor de kerk met het opschrift 'momento mori' ("gedenk te sterven") dateert ook van 1843. In 2009 kwam Aalsum in het nieuws doordat op het kerkhof een grafsteen uit zichzelf, meerdere malen, een meter verschoof.
States
Bij Aalsum hebben twee states gestaan. De Stinstrastate stond bij de buurtschap Sibrandahuis ten oosten van de wierde. De state wordt voor het eerst genoemd in 1583 als een Fries langhuis. Op de plek van de state staat nu de omgrachte boerderij Stinstera, die waarschijnlijk dateert uit eind 18e, begin 19e eeuw. Ten zuiden van de kerk van Aalsum stond vroeger de Mokkemastate, waarvan uit de begintijd weinig meer bekend is dan dat deze in 1492 voor de tweede maal verwoest werd. De state werd herbouwd en veranderde verschillende malen van eigenaar. In de 18e eeuw woonden er pachtboeren en was het mogelijk nog in gebruik als zomerhuis. Rond 1800 moet het huis zijn verworden tot een ruïne, omdat in 1811 het huis in puin ligt. Op de plek van de state ligt nu het parkeerterreintje ten zuiden van de kerk.
Molens
Aalsum heeft een korenmolen gehad tussen ongeveer 1520 en ongeveer 1630. In de eerste helft van de 18e eeuw werd de zaagmolen 'Eben Haëzer' gebouwd aan de Aalsumervaart, ten zuiden van Aalsum. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd er een mosselpellerij gevestigd. In 1927 werd de molen afgebroken. Later verrees hier een wijk van Dokkum. 
146464 
36 Aalten, Gelderland  6.58083333333333  51.925  Aalten (Nedersaksisch: Aalt'n) is een gemeente in het oosten van de Nederlandse provincie Gelderland, en ligt tegen de Duitse grens. Het had op 1 juli 2006 een inwoneraantal van 27.541 (bron: CBS) en een oppervlakte van 97,04 km².
Het gemeentewapen van Aalten is een zilverkleurig schild met een groene lindeboom. De naam "Aalten" komt van de oorspronkelijke naam Aladna, voor het eerst genoemd in een akte uit 823.
Buiten de plaats Aalten vallen ook de volgende dorpen en buurtschappen onder de gemeente: Barlo, Bredevoort, Dale, Dinxperlo, Haart, De Heurne, IJzerlo, 't Klooster, Lintelo.
Op 1 januari 2005 werd de gemeente Dinxperlo bij Aalten gevoegd. Het dorp Dinxperlo en de buurtschap De (Dinxperlose) Heurne kwamen toen bij de nieuwe gemeente.
Ten zuiden van Aalten ligt de Duitse stad Bocholt met ca. 75.000 inwoners.
In de gemeente Aalten bevindt zich de stad Bredevoort. Bredevoort is de boekenstad van Nederland en trekt jaarlijks vele toeristen. 
33043 
37 Aam, Elst, Gelderland  5.867128372192383  51.918361378602675  Aam is een buurtschap in de Nederlandse gemeente Overbetuwe, gelegen in de provincie Gelderland. Het ligt ten oosten van het dorp Elst aan de A325  147237 
38 Aardenburg, Sluis, Zeeland  3.44166666666667  51.2736111111111  Aardenburg is een stadje in het westelijke deel van Zeeuws-Vlaanderen, behorend tot de gemeente Sluis. Het is tevens de oudste stad van Zeeland en heeft stadsrechten. Aardenburg heeft 2438 inwoners (2007).
Het is een van de oudste nederzettingen van Nederland en was al in de Romeinse tijd bewoond. Er is een aantal fundamenten van huizen uit die tijd aangetroffen, daarnaast zijn er diverse andere archeologische vondsten gedaan. Ook heeft Aardenburg een castellum gehad voor de kustbewaking van de grenzen van het Romeinse Rijk, met de benaming 'Castellum Rodanum'.
Aardenburg herbergt een aantal bezienswaardige gevels en gebouwen, waarvan de Sint-Baafskerk de voornaamste is; deze kerk is in Nederland het meest complete voorbeeld van een kerk in de stijl van de Scheldegotiek. Het stadje was vroeger een vestingstad; er zijn nog delen van stadswallen en een stadspoort (de Westpoort) te vinden.
Regionaal wordt Aardenburg ook wel kikkerstad genoemd. Deze naam is afkomstig van het groene uniform van de plaatselijke fanfare. De inwoners van Aardenburg hebben de naam kikkers als geuzennaam aangenomen en het centrum van het stadje wordt zelfs gesierd door een kikkerfontein. 
1293 
39 Aardscheveld, Assen, Drenthe  6.580984  52.975729  Anreep is een oud esdorp, ontstaan in de middeleeuwen. Op schrift wordt Anreep in 1141 genoemd, waarschijnlijk bestond Anreep toen uit één boerderij. Maar er zijn bewoningssporen gevonden van ver voor de jaartelling. In 1456 zijn in Anreep 4 boerenerven bekend, in 1612 waren dat 5 erven. In het westelijk deel van de marke van Anreep ontstond in de 19e eeuw het Aardscheveld, een plaggenhuttenkolonie. Nu bestaat Anreep nog uit ca. 15 boerderijen, die overigens voor het overgrote deel geen agrarische functie meer hebben.
Ten noorden van Anreep loopt het Anreeperdiepje, de bovenloop van de Drentsche Aa. 
32729 
40 Aarle, Aarle-Rixtel, Noord-Brabant  5.63777777777778  51.5088888888889  Aarle-Rixtel (Brabants: Aole-Rixtel) is een dorp in de provincie Noord-Brabant, gelegen in de Meierij van 's-Hertogenbosch. Aarle-Rixtel is de op één na grootste kern van de gemeente Laarbeek, ten noorden van de gemeente Helmond. Aarle-Rixtel telt 5.814 inwoners (1 juni 2006, bron: CBS). Tot 1 januari 1997 was het een zelfstandige gemeente. Historisch gezien bestaat het dorp uit twee vroegere kernen: Aarle en zuidoostelijk daarvan Rixtel. Deze zijn in de twintigste eeuw echter aaneengegroeid.
Klokken en Textiel
Ze staat als dorp bekend om haar textiel en klokken.
De klokkenindustrie had een langere geschiedenis die zich nog steeds voortzet. Met name kerkklokken werden en worden overigens nog geproduceerd door de firma Koninklijke Petit en Fritsen. Petit en Fritsen behoort hiermee in Nederland tot de laatste van de twee levende klokkengieterijen, in Asten (niet ver van Aarle-Rixtel) is nog de Koninklijke Eijsbouts (van de familie Eijsbouts).
De textielindustrie werd, onder de huidige naam Artex B.V., in de eerste plaats gevestigd door textielfabrikant Louis van Kimmenade in 1944. De familie van de Kimmenade was tot aan eind jaren 70 één van de bekendste textielfamilies van Noord-Brabant. Eind jaren 80 werd Artex door Hunter Douglas overgenomen.
Croy
Verder kent Aarle-Rixtel het landgoed Croy, waarop Kasteel Croy staat. Tot op de dag van vandaag is nog steeds niet bekend wanneer kasteel Croy is gebouwd. In het jaar 1472 bezat Rutger van Erp op Strijp een slotje met hoeve, groot ongeveer 20 bunder. Waarschijnlijk bestond het toenmalig slotje uit de huidige noord-zuid gerichte vleugel, met de ronde toren op de noordwesthoek. Rutger van Erp op Strijp bleef hier echter niet wonen. Nadien hebben nog vele adellijke families het kasteel bewoond. De laatste adellijke familie was de familie Van der Brugghen. 
33163 
41 Aarle-Rixtel, Noord-Brabant  5.637166500091553  51.51015274115722  Aarle-Rixtel (Brabants: Aole-Rixtel) is een dorp in de provincie Noord-Brabant, gelegen in de regio Peelland. Aarle-Rixtel is de op één na grootste kern van de gemeente Laarbeek, ten noorden van de gemeente Helmond. Aarle-Rixtel telt 5814 inwoners (1 juni 2006, bron: CBS).
Etymologie
De naam Aarle zou afkomstig zijn van Plaats aan de Aa.
De naam Rixtel zou Rijk kasteel betekenen.
De inwoners worden Aarlenaar, Rixtelnaar, Aarle-Rixtelnaar of 'un aorlese' genoemd.
Geschiedenis
De geschiedenis van Kasteel Croy is onder de beschrijving van het kasteel te vinden. Dit kasteel had te maken met de heerlijkheden Stiphout, Aarle en Rixtel.
Historisch gezien bestaat het dorp daardoor dus eveneens uit twee vroegere kernen: Aarle en zuidoostelijk daarvan Rixtel. Aarle is de plaats waar de kapel van Onze Lieve Vrouw in 't Zand staat. Beide plaatsen hadden een parochiekerk maar deze kerken werden genaast door de protestanten in 1648. Na 1672 werd er een schuurkerk gebouwd tussen beide parochies in, waardoor de parochies aaneengroeiden. Later is er ook een enkele parochiekerk gekomen. Bovendien vormden, na ongeveer 1810, de kernen Aarle en Rixtel een enkele gemeente Aarle-Rixtel. Deze is op 1 januari 1997 opgegaan in de gemeente Laarbeek.
In de twintigste eeuw zijn beide kernen volledig aaneengegroeid. Hierdoor is Aarle-Rixtel een betrekkelijk groot en lang dorp geworden, waarvan in 1823 een klein deel is afgesneden door de aanleg van de Zuid-Willemsvaart. Er kwamen twee belangrijke kloosters in Aarle-Rixtel: Het klooster van de Zusters van Liefde in 1856 en het klooster van de Missiezusters van het Kostbaar Bloed omstreeks 1900.
Klokken en Textiel
Het dorp staat bekend om haar textielindustrie en klokkengieterij.
De klokkenindustrie had een langere geschiedenis die zich nog steeds voortzet. Met name kerkklokken werden en worden overigens nog geproduceerd door de firma Koninklijke Petit & Fritsen. Petit & Fritsen behoort hiermee in Nederland tot de laatste twee nog in bedrijf zijnde klokkengieterijen: in Asten (niet ver van Aarle-Rixtel) is nog de Koninklijke Eijsbouts (van de familie Eijsbouts).
De textielindustrie werd, onder de huidige naam Artex b.v., in de eerste plaats gevestigd door textielfabrikant Louis van Kimmenade in 1944. De familie van de Kimmenade was tot aan eind jaren 70 één van de bekendste textielfamilies van Noord-Brabant. Eind jaren '80 van de 20e eeuw werd Artex door Hunter Douglas overgenomen. In 2007 zijn ook de activiteiten van Weverij de Ploeg in Artex ondergebracht.
Bezienswaardigheden
Kasteel Croy
Verder kent Aarle-Rixtel het landgoed Croy, waarop Kasteel Croy staat. Tot op de dag van vandaag is nog steeds niet bekend wanneer kasteel Croy is gebouwd. In het jaar 1472 bezat Rutger van Erp in het gebied Strijp een klein slot met daarbij een hoeve, ongeveer 20 bunder groot. Waarschijnlijk bestond het toenmalig slot uit de huidige noord-zuid gerichte vleugel, met de ronde toren op de noordwesthoek. Rutger van Erp bleef hier echter niet wonen. Nadien hebben nog vele adellijke families het kasteel bewoond. De laatste adellijke familie was de familie Van der Brugghen. Nu (2006) is het kasteel sinds enkele jaren in gebruik als kantoorruimte i.v.m. exploitatie.
Kapel en klooster
Het Kloostercomplex Mariëngaarde met de kapel van Onze-Lieve-Vrouw in 't Zand is een groot kloostercomplex waarvan de kapel het oudste en oorspronkelijke deel uitmaakt. Deze dateert van omstreeks 1500, maar ze raakte na 1568 in verval, want de devotie verminderde door de opkomende reformatie. In 1597 volgde herstel en de kapel werd ook vergroot, totdat ze in 1616 het huidige voorkomen kreeg. Het gebouw heeft een verlaagd koor en de zuidarm heeft een in- en uitgezwenkte topgevel uit 1608. Hier werd en wordt Onze-Lieve-Vrouwe van Aarle-Rixtel vereerd, wat een beeldje uit de 14e of 15e eeuw is. In 1648 werd de kapel door de protestanten gevorderd en werd het een school, later een raadhuis. Het Mariabeeldje werd in de buitengevel geplaatst, en in 1667 kwam het achtereenvolgens te staan in de schuurkerken achter de Kerkstraat en op de Couwenberg. In 1846 kwam echter de nieuwe kerk gereed, waar het beeldje in werd geplaatst. De pastoor kocht echter in 1853 de oude kapel terug, en in 1856 kwam het beeldje weer op zijn oorspronkelijke plaats. In dat jaar kwam ook het klooster van de Zusters van Liefde van Onze Lieve Vrouw, Moeder van Barmhartigheid gereed, waar de kapel deel van ging uitmaken. Van 1897-1906 werd het interieur van de kapel vernieuwd naar een ontwerp van het bureau van Pierre Cuypers. Er kwam een nieuw altaar, glas-in-loodramen en er kwamen muurschilderingen op de triomfboog, die bedevaartgangers voorstellen welke, op zoek naar genezing, naar het beeldje komen, Een aantal van de wonderbaarlijke genezingen, plaats vindend in de eerste helft van de 17e eeuw, worden daar gememoreerd. In 1951 werd de rechter zijbeuk van de kapel herbouwd.
In de kapel bevindt zich een drieluik, geschilderd door Jacob Cornelisz. van Oostsanen, dat een Madonna met Kind voorstelt.
Het beeldje van Onze-Lieve-Vrouwe van Aarle-Rixtel bevindt zich eveneens in het interieur van de kapel. Het is een pijpaarden beeldje dat waarschijnlijk in Arendonk is vervaardigd. Het beeldje, dat uit het einde van de 15e eeuw stamt en ongeveer 20 cm hoog is, stelt een zittende madonna voor, een vorm die bekend staat als Sedes Sapientiae. Naar verluidt zou het gebakken zijn in de pottenbakkerij van Jan van Eyck, die ook in Rixtel bezittingen had. Dit soort beeldjes werd in grote aantallen vervaardigd en als aandenken aan een bedevaart meegenomen. Tijdens de 19e eeuw had het beeldje een rode mantel om. In 1906 werd het beeldje in een glazen kast geplaatst. In 1917 is de kleding verwijderd en is het beeldje opnieuw gepolychromeerd. In 1951 werd een zilveren schrijn vervaardigd en in 1956 kreeg het beeld een gouden kroon met parels en edelstenen. Het jaar daarop kreeg ook het kindje Jezus een gouden kroon.
Veel later is het beeldje door criminelen vernield teneinde de sieraden te bemachtigen. Het huidige beeldje is een replica van het oorspronkelijke exemplaar.
Voor de geschiedenis van de bedevaart naar dit beeldje, zie het artikel over: Onze-Lieve-Vrouwe van Aarle-Rixtel.
Overige bezienswaardigheden
* De Kerk Onze Lieve Vrouw Presentatie is een waterstaatskerk uit 1846, waarvan de ingang geflankeerd wordt door kolommen. De kerk bezit een Smits-orgel.
* De voormalige hervormde kerk is een eenvoudig klein gebouwtje met torentje uit 1847 aan de Kouwenberg. Het gebouwtje is tegenwoordig niet meer als kerk in gebruik.
* Het Hagelkruis is een zeer oud natuurstenen kruisbeeld dat zich bij een wegkruising op de Hoge Akkers ten noorden van Aarle-Rixtel bevindt. Het toont een gestyleerde Christusfiguur in een primitief aandoende stijl, voorzien van de letters INRI. Dit kruisbeeld is voor het eerst vermeld in 1419 met de tekst: ter plaatse geheten dat Haghelcruys. In 1910 werd er, ter bescherming, een hek omheen geplaatst. Een dergelijk kruis werd gezien als een middel om hagelschade aan het gewas af te weren, maar het gebruik is mogelijk op oudere, heidense, gebruiken terug te voeren. Dit is het enige nog overgebleven hagelkruis in Nederland . Zie ook: Wegkruis
* Huis Ter Hurkens, ook Heurkenshuis of De Witte Poort genoemd, is een landhuis ten noorden van Aarle-Rixtel op een plaats waar vroeger een kasteel gelegen heeft.
* Missieklooster Heilig Bloed, gelegen ten noordoosten van Aarle-Rixtel, in een ontginningsgebied. 
68200 
42 Abbega, Wymbritseradeel, Friesland  5.570286512156599  53.01934724181899  Abbega (Fries: Abbegea) is een dorp in de gemeente Súdwest-Fryslân, in de Nederlandse provincie Friesland.
Beschrijving
Tot 2011 lag Abbega in de voormalige gemeente Wymbritseradeel. Het dorp telt ongeveer 260 inwoners.
Er staat een kleine basisschool, genaamd Bernegea. Het fonds (leen) 'sint geertruiden', waardoor in de afgelopen eeuwen honderden studenten de mogelijkheid hebben gekregen om te kunnen studeren, heeft zijn oorsprong in dit dorp. 
134201 
43 Abcoude Proosdij, Utrecht  4.9833  52.2833  Abcoude (Vroeger Abcoude Proosdij) is een gemeente en dorp in het noordwesten van de Nederlandse provincie Utrecht, grenzend aan de gemeente Amsterdam. De gemeente telt 8.657 inwoners (per 1 januari 2007, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 32,11 km² (waarvan 1,75 km² water).  20006 
44 Abcoude, Utrecht  4.9833  52.2833  Abcoude is een gemeente en dorp in het noordwesten van de Nederlandse provincie Utrecht, grenzend aan de gemeente Amsterdam. De gemeente telt 8.657 inwoners (per 1 januari 2007, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 32,11 km² (waarvan 1,75 km² water).  21483 
45 Abelstok, Leens, Groningen  6.44944444444444  53.3513888888889  Abelstok is het gemaal vlakbij de Abelstokstertil in de provincie Groningen dat als een van de drie gemalen de zg. tweede schil van het door de bodemdaling door gaswining verzakte gebied gaat bemalen.
Het gemaal staat met de gemalen Stad & Lande en Schaphalsterzijl op de rand van het verzakte gebied.
Naast het gemaal is een schutsluis aanwezig om de scheepvaart (voornamelijk pleziervaart) mogelijk te houden.
Het gemaal staat in de Hoornsevaart op de plek waar de Kromme Raken naar het zuiden aftakt.
Ook het bos aan de overkant van de provinciale weg heet Abelstok.
De Abelstokstertil is de brug (til) met de N361 over de Kromme Raken tussen Mensingeweer en Wehe-den Hoorn (gemeente De Marne).
De naam Abelstok is bij veel Groningers bekend. De herkomst van de naam is onduidelijk. Vermoedelijk is het genoemd naar een paal (stok) die daar in of bij het water was geplaatst namens de abt van het klooster van het Oldenklooster en Nijenklooster (ten noorden van Wehe-den Hoorn). Abelstok zou dus zijn: abtenstok. De paal zou kunnen zijn bedoeld om een doorwaadbare plek aan te gegeven of het zou een grenspaal kunnen zijn geweest. De aanduiding stok zou ook kunnen verwijzen naar een smalle loopbrug met één leuning.
De naam is al lang in gebruik en dus zeker – zoals wel wordt gedacht – geen verwijzing naar de nabij gelegen boomgaard, waar bij de ingang de naam Abelstok is aangebracht.
Een sage wil doen geloven dat een zekere Abel de naamgever was. Hij had gewed dat hij met een polsstok over het water kon springen. Dat lukte hem inderdaad, maar hij sprong zo ver dat niemand hem nog kon zien, waarop iedereen "Wee, wee" riep. Zo kwam Wehe aan zijn naam. Om aan te geven dat hij goed was overgekomen blies de bakker op zijn hoorn. Zo kreeg Den Hoorn zijn naam. Toen was men gerust gesteld en zei: "d' Mens is er weer" en dat werd: Mensingeweer. 
65702 
46 Abeltjeshuis, Vlagtwedde, Groningen  7.21451997756958  53.00643152334228  Abeltjeshuis is een streek in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen in Nederland.
Het ligt aan de grens met Duitsland ten oosten van Bourtange.
Abeltjes Huis was de naam van een eeuwenoude boerderij annex herberg. Deze deed in vroegere tijden dienst als rust- en overnachtingsplek voor reizigers die van en naar het Duitse achterland Westfalen trokken. De oude heirweg van Groningen naar Münster passeerde hier de grens.
Historie
Na de inval van de Franse troepen in 1795 werd ook de vesting Bourtange door hen veroverd. Ter verdediging werd ten oosten van Bourtange een linie aangelegd met diverse verdedigingswerken. Een lastig punt in deze verdedigingszone vormde het Abeltjeshuis. Om strategische redenen werd de verdedigingslinie ten oosten van Abeltjehuis aangelegd. Na de opheffing van de vesting Bourtange verloor de verdedigingslinie haar functie. De stichting Het Groninger Landschap wist het gebied in 1936 te verwerven. Diverse onderdelen van de verdedigingslinie zijn nog goed in het landschap te herkennen: de 637 meter lange liniedijk en de plaatsen waar de bastions, de redans en de redoute Bakoven hebben gelegen. 
75999 
47 Achlum, Franekeradeel, Friesland  5.485  53.1480555555556  Achlum is een dorp, dat vanaf 1 januari 1984 bij de gemeente Franekeradeel behoort, in de provincie Friesland (Nederland). Het is een terpdorp aan de Slachtedyk met ongeveer 666 inwoners (2004).
Achlum ligt ten zuidoosten van Harlingen en ten zuidwesten van Franeker.
Ten noorden van Achlum staat de Stinspoort van het slot Groot Deersum. Het is in 1658 gebouwd van gele baksteen en in voorzien van twee trapgevels.
De Hervormde kerk is gebouwd in de 12e eeuw van tufsteen. De toren is in de 15e eeuw gebouwd en heeft in 1789 een houten bekroning gekregen.
Naast de kerk staat een monumentale 18e eeuwse kop-hals-rompboerderij. 
35644 
48 Acht, Eindhoven, Noord-Brabant  5.426301956176758  51.47993965082005  Kerkdorp Acht is een dorp volledig ingeklemd tussen de Rijksweg 58 en Eindhoven. Het behoort tot Eindhoven (stadsdeel Woensel), hoewel de inwoners van Acht dit niet graag willen weten. Consequent worden de bordjes waar het stadsdeel op staat 'bewerkt' zodat alleen Acht te lezen is. Acht is per openbaar vervoer te bereiken met, heel toepasselijk, buslijn 8. In 2006 had Acht 3900 inwoners.
Etymologie
Op grond van het feit dat er sprake is van "watre" als een der begeerlijkheden in het Achtse zou de naam Acht daarvan afgeleid kunnen zijn. We moeten daarbij denken aan achwa, of aqua. Er liepen inderdaad enige beken op de verder droge heide.
Een andere verklaring is dat de naam Acht is afgeleid van "achte", dat rechtsgebied betekent.
Geschiedenis
Op het grondgebied van Acht zijn tal van archeologische vondsten gedaan, die wijzen op vroege bewoning. Zo werd op de plaats waar de Ekkersrijt de Oirschotsedijk kruist, tijdens de ontginningen in 1928, een urnenveld aangetroffen. Later zijn nog andere urnenvelden en grafheuvels ontdekt. Ook bestaan er mesolithische en neolithische vindplaatsen. Daarnaast werd in 1992 een vindplaats uit de Romeinse tijd ontdekt.
Acht werd voor het eerst vermeld in juli 1303, toen hertog Jan II van Brabant gemeenterechten verleende
Jan II hertog van Brabant verkoopt aan de lieden van Strijp gemene gronden, genoemd Achtermere binnen nader omschreven grenzen, onder bedinging van een voorlijf en een jaarlijkse erfcijns van 40 schellingen.
Anno Domini millesirno trecentesimo tertio.
Er was hier sprake van de grond in de omgeving van Welpscoet waar men moet denken aan de huidige Oirschotsedijk en de Wielewaal. Het was zeer vruchtbare grond met meertjes beken en grasland. Natuurlijk was de nederzetting ouder dan deze schriftelijke vermelding.
Uiteindelijk was er sprake van twee nederzettingen: Au Acht (Oud Acht): het huidige kerkdorp, en Nij Acht (Nieuw Acht), wat ten westen ervan ligt, waar ontginningen waren.
De heer van Woensel reserveerde in 1307 al het vrije gebruik van de beken en weiden van de gemeynd-beken en weiden die deel uitmaakten van het oorspronkelijke bezit van de onderdanen, die het eerder vrije eigendom tot het zijne had gemaakt. Hij spreekt daar van het "bos" dat men Achte heet. Het bos strekte zich uit van de Grote Beek tot een strook waar nu het bedrijventerrein Ekkersrijt ligt Naar het westen toe zal het gebied van Tegenbosch, Hurk en Mispelhoef nog bij het bos hebben gehoord.
Hoewel Acht sinds de Middeleeuwen tot de parochie van Woensel behoorde, was er einde 16e eeuw toch een kapel die vermoedelijk aan Sint-Antonius abt was gewijd. Na 1648 werd deze kapel gesloten en ze is onder meer als tiendschuur en, in de 19e eeuw, als woonhuis gebruikt. In Acht heeft sinds 1715 ook een schuurkerk gestaan.
De huidige kerk, eveneens aan Sint-Antonius abt gewijd, werd gebouwd in 1886. Ze werd uitgebreid in 1928 en 1951.
In de tweede helft van de twintigste eeuw rukte de stad Eindhoven op, met woonwijken en snelwegen, terwijl aan de westzijde de bedrijvigheid van Eindhoven Airport toenam. Toch heeft Acht zijn dorpse karakter weten te behouden.
Bezienswaardigheden
* De Mispelhoeve. Deze boerderij ligt aan de Oirschotsedijk. In de zijgevel is het jaartal 1774 te lezen, maar het gebouw is ouder, want de naam 'Mispelhoeve' werd al vermeld in 1729, terwijl er op dezelfde plaats in 1590 al een boerderij moet hebben gestaan. Zeker vanaf 1774 is de boerderij ook een café geweest. Na de aanleg van de Oirschotsedijk werd het een herberg, waar de voerlui zich verzamelden om gezamenlijk de gevaarlijke heide over te steken naar Oirschot. Na restauraties in 1937 en 1954 is het gebouw nog steeds in gebruik als café en herberg. De Mispelhoeve is een rijksmonument.
* Kerk van Sint-Antonius abt uit 1886.
* Rustiek pleintje met dorpspomp. Deze pomp is geplaatst naar aanleiding van het 700 jarig jubileum van de verstrekking van gemeenterechten, in 2003.
* Beltmolen Annemie. Dit is een bovenkruier die in 1889 is gebouwd als korenmolen. Ze bevindt zich aan de Boschdijk. In 1957 is ze geschikt gemaakt voor bewoning, waartoe het mechanisme gedeeltelijk ontmanteld werd. De rest is illegaal door een bewoner verwijderd, maar sedert 2005 kan de molen weer draaien. 
523 
49 Achterberg, Rhenen, Utrecht  5.586118698120117  51.97277873851542  Achterberg is een dorp in de gemeente Rhenen, in de Nederlandse provincie Utrecht. Het dorp heeft ca. 4000 inwoners (2007). Achterberg is een agrarisch dorp met monumentale boerderijen.
Kerken
Ook zijn er in Achterberg 3 kerken:
* een Hervormde Gemeente binnen de PKN
* een Hersteld Hervormde Gemeente
* een Oud Gereformeerde Gemeente
Eerst- en laatstgenoemde in een monumentaal kerkgebouw, de andere in een bedrijfspand omdat de hersteld hervormden buiten de PKN wilden blijven.
Evenementen
Achterberg staat regionaal vooral bekend om 2 grote evenementen: Koninginnedag en Achterbergse dag. Op Koninginnedag (30 april) worden allerlei evenmenten georganiseerd zoals een optocht, zeskamp, ringsteken, enz. Achterbergse dag is een evenement op 2e Pinksterdag waar ieder jaar tienduizenden mensen op af komen om de kraampjes te bezoeken, wc pot te gooien en andere dingen te doen.
Geschiedenis
In de Middeleeuwen werd in Achterberg aan de voet van de Grebbeberg, kasteel Ter Horst gebouwd door Bisschop Godfried van Rhenen (1156 - 1178). Het diende als gevangenis, bestuurscentrum en militaire veste. In 1543 werd dit kasteel verwoest en niet meer opgebouwd. De tufstenen werden gebruikt voor kasteel Vredenburg in Utrecht.
In de Tweede Wereldoorlog is aan de rand van Achterberg bij de Grebbeberg hard gevochten. Er zijn nog kazematten aanwezig die op gedenkdagen ook te bezichtigen zijn. Verder is er een militaire erebegraafplaats waar ieder jaar op 4 mei kransen worden gelegd en waar Prof. Mr. Pieter van Vollenhoven een toespraak houdt. 
76057 
50 Achterbuurt, Steenwijkerwold, Overijssel  6.0833  52.8167  Achterbuurt, later genaamd Witte Paarden (1953), is een buurtschap in de gemeente Steenwijkerwold, in de Nederlandse provincie Overijssel. De buurtschap is gelegen in de Kop van Overijssel ten noordwesten van Steenwijk.
In de buurtschap was een herberg, genaamd Witte Paarden. Deze herberg vormde vroeger een overnachtingsmogelijkheid aan de weg Zwolle - Leeuwarden, waar ook de paarden voor die nacht gestald en verzorgd konden worden. In 1953 besloot de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Steenwijkerwold de buurtschap de naam van de herberg te geven.
Door het tijdens de laatste ijstijd opgestuwde zand, zogenaamde stuwwallen, is het gebied rond Witte Paarden erg heuvelachtig. 
147023 
51 Achterdiep, Sappemeer, Groningen  6.788820  53.172040  Het Achterdiep is een streek in de gemeente Hoogezand-Sappemeer in de provincie Groningen in Nederland.
De streek is genoemd naar het kanaal het Achterdiep dat parallel aan het Winschoterdiep loopt, vandaar de naam: het diep achter het Winschoterdiep.
Oorspronkelijk ging het over in het Noordbroeksterdiep dat doorliep tot aan Noordbroek. Over het diep zijn nog een aantal hoogholtjes te vinden.
Marianne Timmer groeide op aan het Achterdiep. 
32057 
52 Achterdijk, Ruinen, Drenthe  6.3875627517700195  52.75962215385432  Een gehucht of streek nabij Ruinen  146945 
53 Achterma, Ruinen, Drenthe  6.38181209564209  52.758648243117854  Een buurtje in de voormalige gemeente Ruinen  146712 
54 Achterveld, Bentelo, Overijssel  6.684179  52.225388  Bentelo (Nedersaksisch: Beantel) is een klein boerendorp in de Nederlandse gemeente Hof van Twente. Het dorp had 2110 inwoners in 2006.
De plaats is een centrum van intensieve veehouderij. Bentelo heeft de grootste wijngaard van Nederland, een vleesproeverij, een kinderspeelboerderij, diverse aspergetelers, drie kroegen en restaurants. 
21842 
55 Achterveld, Leusden, Utrecht  5.496082305908203  52.13630659522255  Achterveld is een dorp in de gemeente Leusden in de Nederlandse provincie Utrecht. Het dorp is gelegen tegen de grens van de provincie Gelderland aan, grofweg halverwege Leusden en Barneveld, in de Gelderse Vallei. Iets ten zuiden ervan ligt het jeugddorp De Glind. Achterveld heeft 2580 inwoners (2004).
Opvallend is, dat de bevolking van Achterveld voor een groot deel rooms-Katholiek is, terwijl de rest van de streek overwegend protestants is. Het meest opvallende bouwwerk is dan ook de St. Jozefkerk uit 1933, typerend voor het indrukwekkende oeuvre van de traditionalistische architect H.W. Valk (1886-1973). In 2002 is het interieur van de kerk gerestaureerd. Onder de parochianen gaf dit aanleiding tot zeer verdeelde reacties; onder buitenstaanders overheerste de lof. De kerk is nog altijd een samenbindend element in de Achterveldse gemeenschap, die zich verder onderscheidt van de rest van de gemeente door een wat grotere cohesie en een relatief bloeiend verenigingsleven. Probleem voor het dorp is het in stand houden van het voorzieningenniveau. 
474 
56 Achtkarspelen, Friesland  6.127590  53.207465  Achtkarspelen is een gemeente in het oosten van de provincie Friesland (Nederland). De gemeente telt 28.151 inwoners per 1 juli 2006 (Bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 103,98 km².
Dorpen
De gemeente Achtkarspelen omvat elf dorpen. De Nederlandse namen zijn de officiële.
NAAM INWONERS
Buitenpost 5.800
Surhuisterveen 5.700
Harkema 4.300
Kootstertille 2.500
Twijzelerheide 2.000
Drogeham 1.800
Surhuizum 1.300
Augustinusga 1.300
Boelenslaan 1.200
Gerkesklooster-Stroobos 1.200
Twijzel 1.100
Gerkesklooster en Stroobos worden doorgaans als één geheel beschouwd.
Buurtschappen
Naast deze officiële kernen bevinden zich in de gemeente de volgende buurtschappen:
* Blauwverlaat (Blauforlaet)
* Buweklooster (Bouwekleaster)
* Hamshorn (Hamsherne)
* De Kooten (De Koaten)
* Kortwoude (Koartwâld
* Kuikhorne (Kûkherne)
* Lutkepost (Lytsepost)
* Ophuis (Ophûs)
* Opperkooten (Opperkoaten)
* Rohel (Reahel)
* Roodeschuur (Reaskuorre)
* De laatste Stuiver (De léste Stuver)
* Surhuizumer Mieden (Surhuzumer Mieden)
Geschiedenis
De naam Achtkarspelen verwijst naar de acht oorspronkelijke kerspelen in de grietenij, te weten: Augustinusga, Buitenpost, Drogeham, De Kooten, Lutkepost, Surhuizum en Twijzel. Achtkarspelen nam lang een aparte plaats in in Friesland. In de Middeleeuwen behoorde Achtkarspelen tot het bisdom Münster, terwijl de rest van Friesland onderdeel was van het bisdom Utrecht.
De grietenij Achtkarspelen werd in 1851 een gemeente na de invoering van de gemeentewet van Thorbecke in Nederland. 
32190 
57 Achttienhoven, De Bilt, Utrecht  5.135013  52.149161  Westbroek is een voormalige gemeente en klein dorp in de gemeente De Bilt, in de Nederlandse provincie Utrecht. Het dorp is gelegen in een landelijk gebied ten noorden van de stad Utrecht en ten westen van Maartensdijk. Westbroek heeft 990 inwoners (2004).
De lintbebouwing van Westbroek grenst aan de polders; Polder Achttienhoven, Kerkeindse Polder en Polder Westbroek in het noorden, en Polder de Kooi en natuurreservaat de Molenpolder in het zuiden. Het uiterste oosten van Westbroek is de voormalige woonplaats Achttienhoven en iets verder richting Maartensdijk bevindt zich de kleine woonplaats Achterwetering.
Achtienhoven was een dorp waar nu de Doctor Welfferweg ligt. 
36126 
58 Ackerenden, Siddeburen, Slochteren, Groningen  6.860977  53.254585  Een streek nabij Siddeburen. Het heet nu Akkereindenweg  38505 
59 Acquoy, Geldermalsen, Gelderland  5.137222  51.878537  Acquoy (uitspraak: akkooi) is een dorp in de gemeente Geldermalsen. Op 1 januari 2006 telde het dorp 617 inwoners. In 1965 telde het dorp 608 inwoners, in 1993 waren dat er 615.
Historie
Volgens een overlevering zou een Jan van Arkel het dorp Acquoy gesticht hebben, nadat hij in 1133 terugkeerde van een kruistocht. Dit is echter onwaarschijnlijk, want het jaar 1133 valt in een periode dat er geen kruistochten waren. De eerste kruistocht was namelijk van 1096-99 en de tweede van 1147-49. Sommige bronnen melden dat de Jan van Arkel die hier genoemd wordt Jan van Arkel VIII is, maar die heeft een eeuw later geleefd en had de bijnaam "de Sterke".
In 1305 wordt Acquoy genoemd als behorend tot het bezit van de heren van Voorne. In 1364 verpandde Catherina van Voornenburgh haar huis met de burcht van Acquoy voor 10 jaar aan Otto van Arkel en later kocht hij het. Vanaf toen hoorde Acquoy net als Arkel zelf en Gellicum tot de heerlijkheid van Arkel. Nadat Acquoy enige malen in andere handen was overgegaan, werd het in 1513 gekocht door Floris van Egmond, graaf van Buren.
Door zijn huwelijk met de kleindochter van Floris, Anna van Egmond in 1551 kwam Acquoy samen met Leerdam in bezit van prins Willem van Oranje. In die tijd werd de heerlijkheid verheven tot Baronie. Acquoy bleef in handen van het Huis van Oranje tot 1795, waarna het samen met Leerdam, bij Holland werd ingelijfd. Toen verviel de titel Baron van Acquoy onder de de titel Graaf van Leerdam. Dit geschiedde overigens niet zonder protest van de zijde der bevolking. In 1820 werd het dorp Gelders gebied doordat het bij de gemeente Beesd werd gevoegd. Overigens is het wapenschild van Acquoy nog altijd te bewonderen in de Nieuwe Kerk in Amsterdam.
De naam Acquoy wordt al in 1311 genoemd, maar er heerst onzekerheid aangaande de oorsprong ervan. Sommigen zeggen dat de naam is samengesteld uit het Latijnse "aqua" (water) en het Germaanse "ooi" (laag en drassig land). "Ooi" treffen we ook aan in de namen: Wadenoijen, Poederoyen en Ammerzoden (= Ammerzoyen). Uit ditzelfde denken zou de naam "Rhenoy" samengesteld zijn uit "Rhenus" = Rijn, gevolgd door hetzelfde. Anderen wijzen erop dat "Acquoy" in oude bronnen vermeld wordt als Eckoy of Echoy en dat zou als betekenis hebben laagland van heer Akko of Ekko". Het zou hier dan gaan om een Fries edelman maar dit is zeer onzeker.
Acquoy is bekend als geboorteplaats van Cornelius Jansenius, de bisschop van Ieper, uit wiens theologische geschriften de beweging van het jansenisme voortkwam. 
35499 
60 Adorp, Groningen  6.53444444444444  53.2747222222222  Adorp (Gronings: Oadörp) is een dorp gelegen in de gemeente Winsum in de provincie Groningen in (Nederland). Adorp is ook de naam van de voormalige gemeente die in 1990 is opgegaan in Winsum.
Adorp is een wierdedorp, gelegen op de uitloper van de Hondsrug en gelegen aan een voormalige bocht (meander) van het Selwerderdiepje (de Hunze).
Op de wierde staat een kerk uit de 13e eeuw. Het interieur stamt uit de 17e eeuw. Het dorp heeft verder een molen, Aeolus genaamd.
De naam Adorp zou kunnen betekenen:
1. dorp (terp) aan de A,
2. dorp in het bouwland (arth) of
3. dorp van Arn (persoonsnaam).
Even ten zuiden van het dorp mondde de Drentsche Aa uit in de Hunze.
Voormalige gemeente
De voormalige gemeente Adorp bestond naast het dorp zelf uit de dorpen, buurtschappen en gehuchten:Arwerd, Groot Wetsinge, Harssens, Hekkum, Klein Wetsinge, Sauwerd en Wierum. Het gemeentehuis stond in Sauwerd. 
34235 
61 Aduard, Groningen  6.46  53.2547222222222  Aduard (Gronings: Auwerd) is een dorp in de gemeente Zuidhorn in de Nederlandse provincie Groningen met 2.468 inwoners (2005). Tot 1990 was Aduard een zelfstandige gemeente. In dat jaar werd het samen met de voormalige gemeenten Grijpskerk en Oldehove bij Zuidhorn gevoegd.
Het dorp is ontstaan rond het cisterciënzersklooster dat hier in 1192 werd gesticht. Dit klooster van Aduard groeide uit tot het grootste en invloedrijkste van de Ommelanden. Op zijn toppunt bezat het meer dan 10.000 ha aan gronden, waarvan een deel in Friesland en Drenthe. Zie ook Kloosterkaart Groningen
De voornaamste reden voor de enorme bloei van het klooster was dat het de ontginning en afwatering van de woeste gronden serieus ter hand nam. De monniken groeven het Aduarderdiep, legden de Aduarderzijl aan en stichtten verschillende voorwerken (uithoven), de boerderijen die bij het klooster behoorden.
Het klooster besloeg een groot deel van het huidige dorp, dat ooit groter was dan de toenmalige stad Groningen. In de 15e eeuw had het een eigen, zij het kleine academie, de Aduarder Kring. Op 11 september 1575 werd het klooster grotendeels verwoest. Alleen het hospitium (de ziekenzaal), tegenwoordig in gebruik als kerk, bleef tot op de dag van vandaag bestaan.
Voormalige gemeente
De voormalige gemeente Aduard bestond naast het hoofddorp uit de dorpen, gehuchten en buurtschappen: Aduardervoorwerk, Den Ham, Den Horn, Fransum, Fransumervoorwerk, Gaaikemadijk, Hoogemeeden, Lagemeeden, Nieuwklap, Steentil en Wierumerschouw (gedeeltelijk). 
33015 
62 Aduarder Voorwerk, Aduard, Groningen  6.4740800857543945  53.26096592084243  Aduarder Voorwerk is een buurtje in de Groningse gemeente Zuidhorn. Het ligt aan de noordzijde van het van Starkenborghkanaal, iets ten oosten van Aduard en iets ten westen van Steentil. Er staan vier boerderijen op een rij langs de weg.
De naam voorwerk verwijst naar het voormalige klooster van Aduard. Een voorwerk, elders ook wel uithof genoemd, was een buitenbezitting van het klooster. Het Aduarder voorwerk werd ook wel het 'Oude Voorwerk' genoemd, waar het iets noordelijker gelegen Fransumer Voorwerk ook wel het 'Nieuwe Voorwerk' werd genoemd. De vroegere aanwezigheid is nog terug te zien in het feit dat het terrein enigszins verhoogd ligt. Dit is echter alleen aan noordoostzijde (nabij Steentil) goed te zien vanaf de weg. De vier boerderijen werden na de reductie gebouwd. De meest westelijke is de kop-hals-rompboerderij Rekamp. 
87700 
63 Aduarderzijl, Ezinge, Groningen  6.466  53.318  Aduarderzijl (Gronings: Auwerderziel) is een gehucht in de gemeente Winsum in de provincie Groningen in (Nederland).
Het dorp heet naar de gelijknamige spuisluis (zijl) die is aangelegd door de monniken van het klooster Aduard. Deze hebben (± 1400) ook het Aduarderdiep aangelegd, het water waarin de zijl is gelegen.
Naast de Aduarderzijl is een tweede sluis, de Kokersluis, in de 1867 aangeleg toen de zijl te klein bleek te zijn.
Pal naast de sluis staat het bij iedere Groninger fietser bekende Waarhuis, de voormalige sluiswachterswoning (waren = bewaren, bewaken). 
238 
64 Aegum, Idaarderadeel, Friesland  5.827855467796326  53.13049040828175  Aegum (officieel, Fries: Eagum) is een dorpje in de gemeente Boornsterhem (Boarnsterhim) in de Nederlandse provincie Friesland.

Het dorpje is met ongeveer 30 inwoners van zes boerderijen en met een oude kerktoren een van de kleinste dorpjes van Friesland, maar is volgens een oud Fries rijmpje wel het middelpunt van Friesland (en dus de wereld).

Aegum leit mids yn'e wrâld.
trije hoannestappen fan de toer dêr is it middelpuntsje
en dy't it net leauwe wol, kin't neitrêdzje.

Het plaatsje heeft zelfs een gedenksteentje dat dit middelpunt vastlegt en door onder andere door Groningse studenten nog wel eens bezocht wordt in verband met hun ontgroeningsrituelen
Geschiedenis

Hoe oud het dorpje Aegum (Eagum) is, is niet bekend, maar gezien de bouwstijl van de oude kerktoren die in het dorpje gelegen is, werd de toren in de 13e eeuw gebouwd. In het begin van de 16e eeuw kreeg de toren een zaal. De kerk zelf was in 1777 zo slecht geworden, dat deze afgebroken werd, en vervangen door een nieuwe die in 1778 gereed was. Die kerk werd vervolgens in 1838 verkocht om afgebroken te worden, wat in 1856 ook gebeurd is, maar de toren is wel blijven staan en is in 1983 gerestaureerd. In Aegum gaat het verhaal dat de stenen van het kerkgebouw destijds zijn hergebruikt voor het bouwen van een kroeg in Opeinde.

Aegum kwam voor het eerst voor in de geschiedenis in 1450, als Aghem, destijds vaak geschreven als Ægum. In 1511 waren in het Register van Aanbring voor het dorpje 6 adressen geregistreerd. Eagum lag aan het Wargaastermeer en de visserij was naast het boeren dan ook een belangrijke bron van inkomsten. Maar in 1633 werd het meer drooggemaakt door Paulus Jansz Cley. Hij en zijn zoon Wilhelm Cley werden later in de kerk begraven. Paulus Janz. Cley zijn grafzerk ligt nu als monument aan de Wergeaster zijde in de Wergeastermarpolder, ook is in Wergea een straat naar hem vernoemd. Aegum heeft ook zonder de visserij bestaan, en in de 17e en 18e eeuw had Aegum negen boerderijen. In de 20e eeuw was het aantal ongeveer wederom rond de vijf, waarbij op de meeste plaatsen niet meer gewoond wordt.

Ten zuiden van het dorp staat een Amerikaanse windmotor.

Bestuurlijk maakte Aegum tot de gemeentelijke herindeling in 1984 deel uit van de gemeente Idaarderadeel, die toen samen met Rauwerderhem en een groot deel van Utingeradeel opgegaan is in de nieuwe gemeente Boornsterhem. Sinds januari 1989 is de officiële naam van het dorpje het Friestalige Eagum.
http://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Aegum&oldid=32365216 
132528 
65 Aerdt, Herwen en Aerdt, Gelderland  6.08531999605475  51.893710643084106  Aerdt is een van de dorpen in de gemeente Rijnwaarden, in de Nederlandse provincie Gelderland. Het dorp ligt ten oosten van de buurtschap Aerdenburg en ten westen van Herwen. Aerdt bestaat voornamelijk uit vrijstaande huizen. De centrale straat is de Schoolstraat. Ten noorden van het dorp ligt de Jezuitenwaai, en ten noordoosten van Aerdt ligt de Duitse-Nederlandse grens. Het inwonersaantal ligt rond de 950 inwoners. Het Huis Aerdt ligt ten westen van de plaats Herwen.
Tot 1984 vormde Aerdt, samen met Herwen de gemeente Herwen en Aerdt. 
138246 
66 Afferden, Bergen, Limburg  6.009092330932617  51.63597519370935  Afferden (Noord-Limburgs: Offere) is een plaats in het noordelijk deel van Nederlands Limburg en hoort bij de gemeente Bergen. Dit kerkdorp ligt vlak langs de Maas, hemelsbreed zo'n 15 kilometer ten noorden van Venray en 25 kilometer ten zuiden van Nijmegen.
Geschiedenis
Aan het einde van de 13e of het begin van de 14e eeuw werd Kasteel Afferden gebouwd. In eerste instantie was dit een omgrachte boerderij die in het begin van de 15e eeuw door een volwaardig kasteel werd vervangen.
Afferden behoorde bij het Overkwartier van Gelre of Spaans Opper-Gelre. Tijdens de Spaanse Successieoorlog werd het door Pruisische troepen bezet, en zo bleef het als deel van Pruisisch Opper-Gelre ongeveer een eeuw lang Duits (tot 1814).
Wapen van Afferden
De oudste vermelding van de schepenen van Afferden is al op 21 maart 1363. Pas vanaf 1534 heeft de schepenbank een eigen zegel, met de heiligen Cosmas en Damianus. Cosmas houdt in de linkerhand een balsemkruik en Damianus in zijn rechterhand een boek. In latere versies staan ze voor een gemetselde muur en is er geen boek, maar geeft Damianus een balsemkruik aan Cosmas.
Gebouwen
Al voor de 13e eeuw stond in Afferden een kerk. De toren stamt uit de 13e eeuw. In de 16e eeuw en de 19e eeuw vonden ingrijpende verbouwingen plaats.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte de oude kerk totaal verwoest. De toren bleef staan, en is later gerestaureerd.
In 1957-1958 werd een nieuwe kerk gebouwd naar ontwerp van Jules Kayser.
Niet alleen de kerk, maar ook de plaatselijke korenmolen werd verwoest. De molen Nooit Gedacht is in 1958 gebouwd als vervanging van de oude molen.
Naast deze gebouwen is er ook nog Kasteel Blijenbeek. Deze is tevens in de Tweede Wereldoorlog helemaal verwoest. Het is tot op heden een Ruïne. 
78970 
67 Afferden, Druten, Gelderland  5.633175373077393  51.880161586945746  Afferden is een dorp in de gemeente Druten in het Land van Maas en Waal in de Nederlandse provincie Gelderland. Het telt circa 1620 inwoners (per 1 januari 2005).
In de loop der eeuwen is de dorpskern verplaatst. De oude kern wordt heden nog gemarkeerd door de toren van een verder gesloopte kerk. Elders in het dorp staat de huidige parochiekerk St. Victor en Gezellen uit 1890-1891, die werd gebouwd naar een ontwerp van architect Carl Weber. De kerk is grotendeels in neogotische stijl maar heeft een toren die invloeden uit de romaanse stijl vertoont. Oorspronkelijk had deze toren de hoogste van de streek moeten worden, in elk geval hoger dan die van het naburige Druten. Omdat de kerk echter is gebouwd op grond die te weinig draagkracht heeft om een zware toren te kunnen dragen, is de toren niet voltooid.
Overstromingsgevaar
In 1995 werden alle bewoners van Afferden en omliggende dorpen geëvacueerd omdat het water in de Waal gevaarlijk hoog stond. Als dit het water de dijk zou overspoelen, zou deze opgeblazen worden om de Betuwe te beschermen. Het water zakte echter tijdig en daarom bleef de dijk gespaard. Wanneer de dijk zou worden opgeblazen, zou Afferden ongeveer drie meter onder water liggen. 
64768 
68 Akkerwoude, Dantumadeel, Friesland  5.974706  53.290680  Akkerwoude (Fries: Ikkerwâld) is een voormalig dorp in de Friese gemeente Dantumadeel. Op 1 januari 1971 werd het, samen met Dantumawoude en Murmerwoude samengevoegd tot Damwoude. Akkerwoude was het meest westelijk gelegen dorp van de drie.
Akkerwoude is gebouwd rond een kerk. De huidige kerk dateert uit 1849, deze is gebouwd op dezelfde plaats waar al eerder een kerk stond die vermoedelijk rond de 13e eeuw is gebouwd.
Eertijds was hier de coöperatieve zuivelfabriek "Dokkumer Wâlden en omstreken" gevestigd. Deze zuivelfabriek werd in 1899 opgericht op initiatief van dokter Van der Sluis en schoolmeester Woudstra. In 1969 fuseerde de zuivelfabriek met “Noordoostergo” te Dokkum en de fabriek in Akkerwoude sloot haar deuren. 
35577 
69 Akkrum, Utingeradeel, Friesland  5.83555555555556  53.0488888888889  Akkrum is een van de achttien dorpen in de gemeente Boornsterhem (Boarnsterhim) in de Nederlandse provincie Friesland. Het ligt naast het dorpje Nes, waardoor er ook gesproken wordt van Akkrum-Nes. Het dorp Akkrum telt 3156 inwoners (1 januari 2005).
Het dorp is gelegen aan het riviertje de Boorne, dichtbij de Leppa Akwadukt, waarbij de autosnelweg A32 tussen Heerenveen en Leeuwarden toebehoort. Tot Akkrum behoort ook de buurtschap Oude Schouw.
Een monument in het dorp is de hervormde kerk uit de 18de eeuw met gebrandschilderde ramen uit dezelfde bouwperiode. 
38380 
70 Akmarijp, Utingeradeel, Friesland  5.788078308105469  53.00525525813331  Akmarijp (Fries: Eagmaryp) is een dorp in de gemeente Scharsterland in de Nederlandse provincie Friesland. Het dorp telt ongeveer 115 inwoners.
Tot de gemeentelijke herindeling in 1984 maakte Akmarijp deel uit van de voormalige gemeente Utingeradeel. Op de begraafplaats staat ook één van de Klokkenstoelen in Friesland.
Bevolkingsontwikkeling
* 2004 - 115
* 2003 - 115
* 2002 - 114
* 1999 - 123 
225 
71 Albergen, Tubbergen, Overijssel  6.76194444444444  52.3716666666667  Albergen (Nedersaksisch: Albeargen), is een dorp in de Overijsselse gemeente Tubbergen. Albergen telt ongeveer 3500 inwoners, en is zeven kilometer ten oosten van Almelo gelegen.
In het dorp zijn een school, de R.K. Basisschool Kadoes en een R.K.-kerk, de St. Pancratiuskerk gelegen. Het dorp kent een rijk verenigingsleven, waarbij met name carnavalsvereniging De Alberger Bökke en de in 1932 opgerichte hand- en voetbalvereniging RKSV De Tukkers een relatief groot ledenbestand kennen.
Albergen heeft jaarlijks een primeur met de eerste grote carnavalsoptocht van Twente. Met Pinksteren worden er traditionele school- en volksfeesten gehouden. Het dorp staat al sinds de 15e eeuw in de geschiedenisboeken vermeld, dankzij het St. Antoniusklooster wat op de plek heeft gestaan van de huidige St.-Pancratiuskerk. Johannes van Lochem, prior van dit klooster, schreef er tussen 1520 en 1525 zijn kroniek, welke in 1995 in een Nederlandse vertaling werd uitgebracht. Deze belangrijke periode in de geschiedenis van Albergen is terug te vinden in de huidige straatnamen.
Albergen ligt temidden van de Twentse natuur. Karakteristieke houtwallen en glooiende esgronden bepalen het beeld aan met name de noordkant van het dorp, terwijl het kanaal Almelo-Nordhorn aan de zuidkant van het dorp zich van zijn mooiste kant laat zien. 
35840 
72 Allingawier, Wonseradeel, Friesland  5.444873571395874  53.04747032315721  Allingawier is een terpdorp in de gemeente Wonseradeel, in de Nederlandse provincie Friesland.
Beschrijving
Allingawier ligt ten zuidwesten van Exmorra en telt ongeveer 80 inwoners (2009). Aan de noordzijde van het dorp ligt het Van Panhuyskanaal. Het dorp is voor een belangrijk deel ingericht als museum. Het maakt deel uit van de Aldfaers Erf Route, een museumroute door de dorpen Allingawier, Exmorra en Piaam. In het dorp staat de Allingastate. Ook is er De Izeren Ko te zien, een uit 1970 daterende paaltjasker. 
75976 
73 Almelo Stad, Overijssel  6.66666666666667  52.3666666666667  Stad Almelo is een voormalige gemeente in de Nederlandse provincie Overijssel.
Tot 1795 maakten de stad Almelo en het bijbehorende richterambt deel uit van de heerlijkheid Almelo en Vriezenveen. Op 21 oktober 1811, tijdens de Napoleontische tijd, werden stad en ambt van de voormalige heerlijkheid Almelo samengevoegd tot een gemeente. Op 24 november 1815 werd echter alweer besloten, mede onder invloed van de heer van Almelo, graaf van Rechteren Limpurg en koning Willem I, om stad en ambt opnieuw te scheiden. Zo werd op 29 september 1818 de gemeente Almelo gesplitst in Ambt en Stad Almelo. Op 1 januari 1914 werden deze beide gemeentes weer bij elkaar gevoegd tot de gemeente Almelo.
Het grondgebied van de gemeente Stad Almelo omvatte het grondgebied van de stad Almelo in de voormalige heerlijkheid. Vanaf 1 oktober 1829 werd het grondgebied iets groter, toen een klein gebied van Ambt Almelo bij de stad werd gevoegd. Het ambt telde rond 1870, voor de grote groei van de stad als gevolg van textielnijverheid, 3600 inwoners.
Het gemeentewapen van Stad Almelo was blauw, waarop drie gouden ruiten stonden. Het wapenschild was gedekt met een vijfbladige kroon.
Door het tijdelijke samenvoegen van stad en ambt, ontstonden vlak na de scheiding diverse conflicten over het te voeren beleid.
Geschiedenis en architectuur
Het op zandgrond gelegen Almelo ontstond in de Middeleeuwen als nederzetting op de plek waar een landweg een beek kruiste die toen de Aa heette. Op die plaats stond het voor het eerst in 1236 genoemde en nog steeds bestaande Huis Almelo. Uit oude documenten blijkt dat de nederzetting in ieder geval in 1420 al stadsrechten had. De stad had een gracht, maar geen muur, en is dan ook nooit van militair belang geweest. Huize Almelo bestaat waarschijnlijk al sinds de 12e eeuw en is tot op de dag van vandaag in handen van de familie Van Rechteren Limpurg. De familie had eeuwen verschillende rechten in de stad Almelo, waaronder het recht om recht te spreken. Vandaag de dag houdt de graaf zich bezig met restauratie van oude panden in de binnenstad en het onderhouden van bossen die eigendom van de familie zijn.
Tussen 1818 en 1914 was de gemeente Almelo opgesplitst in de gemeenten Stad Almelo en Ambt Almelo.
In de 17e en 18e eeuw kwam de huisweverij steeds meer op. De entree in Almelo van de eerste stoommachine, in 1830, veroorzaakte een overgang naar fabrieksmatige productie. De textielindustrie werd ook bevorderd door de aanleg van het Overijssels Kanaal (in 1855) en de spoorlijn van Almelo naar Salzbergen, in 1865. Rond 1900 waren er dan ook vele zeer rijke families in Almelo en uit die tijd dateren veel landhuizen en villa's in diverse stijlen zoals Jugendstil, expressionisme en neorenaissance.
Vanaf de jaren 1960 kreeg de Almelose textielindustrie het door de goedkopere buitenlandse concurrentie erg moeilijk, wat tot massale bedrijfssluitingen leidde. Ook vandaag de dag nog zijn de effecten hiervan in de werkloosheidscijfers zichtbaar. Veel textielfabrieken zijn afgebroken, maar sommige markante gebouwen zijn behouden gebleven. Van de villa's die textielbaronnen lieten bouwen is Bellinckhof aan de Wierdensestraat wel de mooiste. Gebouwd door de familie Ten Cate in de jaren '20 van de vorige eeuw is het eveneens één van de grootste textielhuizen in Twente. Het huis en park zijn niet toegankelijk maar beide zijn van grote schoonheid. Het ontwerp is van architect Karel Muller. De eetkamer is betimmerd met mahoniehout, de hal heeft een zwartgeaderde witte marmeren vloer en de zaal is van groene betimmering voorzien met rose zijde en behangen met familieportretten van de Ten Cate's. De huidige familietelg is, net als de graaf, actief in stadsbehoud en helpt naast zijn eigen park het Egbert ten Cate Plantsoen en het Beeklustpark in Almelo onderhouden.
Ook zijn er in Almelo architectonisch interessante kerken. De Grote Kerk dateert uit 1733. Reeds in 1236 is sprake van een burghtkapel in Almelo. De torenspits werd in de 18e eeuw geplaatst op verzoek van gravin Sophia Juliana von Castell Rüdenhausen. Opvallend is de Latijnse inscriptie boven de hoofdingang uit het jaar 1738. Lang hebben voor de toegangsweg naar de kerk twee van Bentheimer zandsteen gemaakte pilaren gestaan met de wapenschilden van Van Rechteren Limpurg en Almelo. Deze zijn in 1884 verplaatst naar de oprijlaan van het kasteel. Deze oprijlaan, de Gravenallee, is drie kilometer lang en eindigt bij het Kanaal Almelo-Nordhorn. Halverwege is een tolhuis en kan een rondwandeling gemaakt worden door de bossen, waarin zich ook de grafkelder van Van Rechteren Limpurg bevindt.
Verder is er het vanaf 1914 gebouwde tuindorp De Riet. Deze wijk is voor het merendeel tussen de twee wereldoorlogen in gebouwd en bestaat uit goed onderhouden, kleine huisjes die in een zeer kenmerkende bouwstijl zijn gebouwd. Een deel is in handen van de twee woningbouwstichtingen. De wijk heeft tegenwoordig een eigen treinstation. 
34821 
74 Almelo, Overijssel  6.66666666666667  52.3666666666667  Almelo is een stad en gemeente in de regio Twente in de Nederlandse provincie Overijssel. Almelo grenst in het noorden aan Twenterand, in het noordoosten aan Tubbergen, in het zuidoosten aan Borne, in het zuiden aan Hof van Twente en in het westen aan Wierden. Het is de eerste in het rijtje van de drie steden Almelo-Hengelo-Enschede. De gemeente Almelo is ontstaan uit een fusie (1914) tussen de gemeenten Ambt Almelo en Stad Almelo.
De gemeente Almelo beslaat een oppervlakte van 69 km² en telde volgens cijfers van het CBS op 1 juli 2006 72.100 inwoners. Behalve de stad Almelo omvat de gemeente de kernen Aadorp, Bornerbroek en Mariaparochie (gedeeltelijk). De gemeente Almelo maakt deel uit van het kaderwetgebied Regio Twente. Sommige Almeloërs spreken Twents, een Nedersaksisch dialect.
Geschiedenis en architectuur
Het op zandgrond gelegen Almelo ontstond in de Middeleeuwen als nederzetting op de plek waar een landweg een beek kruiste die toen de Aa heette. Op die plaats stond het voor het eerst in 1236 genoemde en nog steeds bestaande Huis Almelo. Uit oude documenten blijkt dat de nederzetting in ieder geval in 1420 al stadsrechten had. De stad had een gracht, maar geen muur, en is dan ook nooit van militair belang geweest. Huize Almelo bestaat waarschijnlijk al sinds de 12e eeuw en is tot op de dag van vandaag in handen van de familie Van Rechteren Limpurg. De familie had eeuwen verschillende rechten in de stad Almelo, waaronder het recht om recht te spreken. Vandaag de dag houdt de graaf zich bezig met restauratie van oude panden in de binnenstad en het onderhouden van bossen die eigendom van de familie zijn.
Tussen 1818 en 1914 was de gemeente Almelo opgesplitst in de gemeenten Stad Almelo en Ambt Almelo.
In de 17e en 18e eeuw kwam de huisweverij steeds meer op. De entree in Almelo van de eerste stoommachine, in 1830, veroorzaakte een overgang naar fabrieksmatige productie. De textielindustrie werd ook bevorderd door de aanleg van het Overijssels Kanaal (in 1855) en de spoorlijn van Almelo naar Salzbergen, in 1865. Rond 1900 waren er dan ook vele zeer rijke families in Almelo en uit die tijd dateren veel landhuizen en villa's in diverse stijlen zoals Jugendstil, expressionisme en neorenaissance.
Vanaf de jaren 1960 kreeg de Almelose textielindustrie het door de goedkopere buitenlandse concurrentie erg moeilijk, wat tot massale bedrijfssluitingen leidde. Ook vandaag de dag nog zijn de effecten hiervan in de werkloosheidscijfers zichtbaar. Veel textielfabrieken zijn afgebroken, maar sommige markante gebouwen zijn behouden gebleven. Van de villa's die textielbaronnen lieten bouwen is Bellinckhof aan de Wierdensestraat wel de mooiste. Gebouwd door de familie Ten Cate in de jaren '20 van de vorige eeuw is het eveneens één van de grootste textielhuizen in Twente. Het huis en park zijn niet toegankelijk maar beide zijn van grote schoonheid. Het ontwerp is van architect Karel Muller. De eetkamer is betimmerd met mahoniehout, de hal heeft een zwartgeaderde witte marmeren vloer en de zaal is van groene betimmering voorzien met rose zijde en behangen met familieportretten van de Ten Cate's. De huidige familietelg is, net als de graaf, actief in stadsbehoud en helpt naast zijn eigen park het Egbert ten Cate Plantsoen en het Beeklustpark in Almelo onderhouden.
Ook zijn er in Almelo architectonisch interessante kerken. De Grote Kerk dateert uit 1733. Reeds in 1236 is sprake van een burghtkapel in Almelo. De torenspits werd in de 18e eeuw geplaatst op verzoek van gravin Sophia Juliana von Castell Rüdenhausen. Opvallend is de Latijnse inscriptie boven de hoofdingang uit het jaar 1738. Lang hebben voor de toegangsweg naar de kerk twee van Bentheimer zandsteen gemaakte pilaren gestaan met de wapenschilden van Van Rechteren Limpurg en Almelo. Deze zijn in 1884 verplaatst naar de oprijlaan van het kasteel. Deze oprijlaan, de Gravenallee, is drie kilometer lang en eindigt bij het Kanaal Almelo-Nordhorn. Halverwege is een tolhuis en kan een rondwandeling gemaakt worden door de bossen, waarin zich ook de grafkelder van Van Rechteren Limpurg bevindt.
Verder is er het vanaf 1914 gebouwde tuindorp De Riet. Deze wijk is voor het merendeel tussen de twee wereldoorlogen in gebouwd en bestaat uit goed onderhouden, kleine huisjes die in een zeer kenmerkende bouwstijl zijn gebouwd. Een deel is in handen van de twee woningbouwstichtingen. De wijk heeft tegenwoordig een eigen treinstation. 
32249 
75 Almen, Gorssel, Gelderland  6.301174163818359  52.158822283861994  Almen (Nedersaksisch: Alm) is een dorp dat deel uitmaakt van de gemeente Lochem in de Nederlandse provincie Gelderland. Tot 1 januari 2005 hoorde het dorp bij de gemeente Gorssel. Almen heeft 1169 inwoners (1 januari 2006). De dorpskern ligt tussen het Twentekanaal en de Berkel. Er is een openluchtzwembad en met name in de zomer is het dorp en de omgeving geliefd bij toeristen. Het dorp ligt tussen landerijen en bossen en kent een levendig verenigingsleven. Het kerkje uit de 14e eeuw bevat een crypte met gemummificeerde lichamen, net als in het Friese Wieuwerd, maar deze zijn niet te bezichtigen. De doopvont is zeer bijzonder en bij gebrek aan vergelijkingsmateriaal weet men niet hoe oud hij precies is. Schattingen variëren van 800 tot 1400 na Christus.
De sporen van de dichter Staring, die een groot deel van zijn leven heeft doorgebracht op kasteel de Wildenborch bij Vorden en zijn bijdrage probeerde te leveren aan de vooruitgang van de landbouw, zijn nog goed zichtbaar. Dat zijn streven naar modernisering hem niet altijd in dank werd afgenomen, verwoordt hij in zijn gedicht 'De Hoofdige Boer' (hoofdig = koppig). Net buiten het dorp staat bij de in het gedicht bezongen brug een bordje met vier regels uit het gedicht:
Eens was het anders hier ter stee
Wanneer een voort de weg doorsnee
En 't brugje, naast dien voort geleid
De smaad droeg van zijn nieuwigheid 
1007 
76 Almenum, Barradeel, Friesland  5.440832  53.173164  Almenum was een kerkdorp dat vlak tegen Harlingen lag, in de Nederlandse provincie Friesland. Heden is het een buurtschap binnen de gemeente Harlingen.
Geschiedenis
Er wordt voor het eerst over Almenum geschreven in 754 als geschiedschrijver Winsemius de reis van Bonifatius van Stavoren, via Almenum richting Dokkum beschrijft.
Het dorp werd gesticht door zendeling Gustavus Forteman die in 777 de dom van Almenum bouwde, dit was de eerste Christenkerk in Friesland. In 1563 kreeg Harlingen toestemming van koning Filips II van Spanje (1527 - 1598) om Almenum binnen de wallen te trekken. Vanaf dat moment twistten Harlingen en Barradeel tot 1684 over de bijbehorende rechten en verplichtingen toen de toenmalige Friese stadhouder (Hendrik Casimir II van Dietz-Nassau) besliste dat Almenum definitief aan Harlingen kwam. Nadat het dorp was opgenomen binnen de wallen van Harlingen is de St. Michaëlsdom vervangen door een nieuwe kerk.
Er is een Friese sage over de St. Michaëlsdom. Hierin zou een rode wonderdoenende banier zijn ingemetseld, de Magnusvaan.
Almenum, zeer oud en beroemd d. in Friesland, kw. Westergoo, griet. Barradeel, arr. en 5 u. W. van Leeuwarden, kant. en 2 u. W. van Franeker. Het is zuid- en noordwaarts langs den zeedijk gelegen, en was vroeger van grooter omvang, doch door de herhaalde uitleggingen van de stad Harlingen, grootendeels daarbij ingelijfd, zoo dat deze stad thans geheel door de landen van Almenum ingesloten is en dit dorp ten O. tot voorstad heeft. Sedert de vergrootingen van Harlingen schijnen er tusschen de regering van die stad, en die van de griet. Barradeel twisten te hebben bestaan over de grensscheiding, totdat geeindigd zijn, door een arbitrale uitspraak van den Stadhouder van Friesland van 30 April 1684, volgens welke onder anderen de Stad Harlingen verpligt is tot onderhoud der armen van Almenum.
Hier werd, zoo men wil, in 777 de eerste Christenkerk van Friesland, door het toen bloeijend, doch reeds sedert de 11de eeuw uitgestorven geslacht der Fortemans, gesticht en aan den aartsengel Michaël; later werd zij meermalen herbouwd en eindelijk, ingevolge octrooi van den koning van Spanje, van 6 September 1565, in 1580 binnen de nieuwe wallen van Harlingen getrokken. In deze kerk werden, naar men wil, de oude privilegiën van Karel den Groote bewaard. De Dorpsingezetenen behooren thans kerkelijk onder Harlingen, en het grietenijbestuur moet ook regt hebben op eene zitplaats in de groote kerk te Harlingen, althans tot het houden der stemmingen van Almenum, in die kerk.
Men telt hier 111h., en 550 inw., onder welk 480 Herv., 50 R.K. en 15 Doopsgez., die hun bestaan grootendeels vinden in veeteelt, alsmede in den arbeid in de aldaar gevestigde fabrijken, waarvan de eigenaars in Harlingen wonen, zijnde 1 kalkbranderij, 1 oliemolen, 2 pelmolens, 7 houtzaagmolens, 1 dakpan- en estrikfabrijk, en 1 linnenbleekerij. Van de 2 lijnbanen is er nog maar ééne in werking. Ook is hier nog eene in 1828 geheel nieuw gebouwde school met onderwijzerswoning, die doorgaans door 100 leerlingen, onder welke vele uit de stad Harlingen, bezocht wordt.
Weleer lagen onder Almenum, de sloten Bolta, Harlinga, Harns, Gratinga, van welke laatste de tegenwoordig onder het dorp behoorende Gratindabuurt of Grettingabuurt haren naam ontleent. Op den zeedijk alhier, bij de grensscheiding der contributien van den vijf deelen zeedijkbuitendijks en binnendijks, staat het monument van steen, ter eere van Caspar Robles, een Spaansch landvoogd, die de verbetering van de zoo nuttige zeedijken, ten spijt van aanmatigingen en vooroordeelen, met kracht heeft doorgezet.
Door dit dorp loopen de trekvaarten van Harlingen naar Franeker en van Harlingen naar Bolsward.
In 1064 beging Ruurd Harlinga, op het kerkhof te Almenum, in eenen twist over het voorgaan ten offer, eenen manslag aan Sakser van Harns. In 1516 stak Frits van Gombach, Drost van Harlingen om redenen van defensie, de kerk en buurt van Almenum in brand. 
35559 
77 Almkerk, Woudrichem, Noord-Brabant  4.964726  51.772885  Almkerk (Brabants: Almkérk) is een plaats in het noorden van de provincie Noord-Brabant, hemelsbreed ongeveer 12 km ten zuiden van Gorinchem. De naam is afkomtig van de kerk die gebouwd was langs het riviertje de Alm. In 1277 wordt de naam "Almekercke" voor het eerst in geschriften aangetroffen. Het aantal bewoners was in 2004 ruim 3600. Almkerk maakt sinds 1973 deel uit van de gemeente Woudrichem en ligt in het land van Heusden en Altena.
Het is vanouds een protestants dorp dat zich bevond op de overgang van het katholieke Brabant naar het protestantse Zuid-Holland. In de rivier de Alm bevond zich een oud sluisje, een zogenaamd verlaat (nu de naam van de sporthal "'t Verlaat"). Vroeger stond in het dorp een molen, waaraan de Molenwijk nog herinnerd. Almkerk is van origine een plattelandswoonkern, maar heeft zich door de jaren heen behoorlijk uitgebreid voor haar eigen begrippen. Het intieme karakter en het open land eromheen geven het dorp zowel in zomer als winter een pittoreske sfeer.
Tegenwoordig zijn de inwoners een mix van forenzen en vanoudsher in regio aanwezige families. Het door de ligging in het Land van Heusden en Altena is het voor sommige evenementen een interessante locatie. 
35140 
78 Alphen en Riel, Alphen-Chaam, Noord-Brabant  4.967271  51.495218  Alphen en Riel is een voormalige gemeente in de provincie Noord-Brabant.
De gemeente is in 1997 opgeheven. Het grootste deel, met het dorp Alphen maakt sindsdien deel uit van de gemeente Alphen-Chaam. Het overige deel, met het dorp Riel, is bij de gemeente Goirle gevoeg 
33162 
79 Alphen, Appeltern, Gelderland  5.47138888888889  51.8213888888889  Alphen (ook: Alphen aan de Maas) is een dorp met ongeveer 1700 inwoners in het zuidwesten van de Gelderse gemeente West Maas en Waal.
Een van de bezienswaardigheden is de zeer oude kerk. De fundamenten en een deel hiervan behoren tot de oudste kerken van Nederland.
Alphen is door een veerdienst verbonden met het Brabantse Lith, en ook met het Brabantse Oijen.
In de omgeving vindt veel landbouw en fruitteelt plaats.
Momenteel (oktober 2005) worden er voorbereidingen getroffen voor grootscheepse buitendijkse ontzanding. Deze vinden plaats om een alternatief te bieden voor het gat van Maasbommel. Zowel vanuit Lith als vanuit Alphen wordt hier kritisch naar gekeken. 
1306 
80 Alteveer, Hoogeveen, Drenthe  6.4875  52.6741666666667  Alteveer is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente De Wolden, met ongeveer 630 inwoners.
Alteveer is een veenkolonie uit de zeventiende eeuw. Het is een lintdorp met aan de zuidkant van het lint enige nieuwbouw.
Behalve een Gereformeerde kerk, een protestants-christelijke basisschool, kroegje, jeugdsoos, snackbar en een bibliotheek zijn er geen voorzieningen en is het dorp aangewezen op Zuidwolde of Hoogeveen. De omgeving bestaat uit landbouwgebied (veenontginningen) en kleine bospercelen. Ten westen van het dorpsgebied ligt het Steenberger Oosterveld, het grote bosgebied van Zuidwolde. 
34614 
81 Alteveer, Onstwedde, Groningen  6.994434  53.052057  Alteveer is een streekdorp in de buurt van Onstwedde in de provincie Groningen, gedeeltelijk in de gemeente Stadskanaal en gedeeltelijk in de gemeente Pekela. Het heeft ongeveer 1300 inwoners in 2003. Het dorp ligt aan weerszijden van de N365 en naast de N366.
In Alteveer is het multifunctioneel dorpscentrum de Drijscheer, waar sportieve en culturele gebeurtenissen plaatsvinden. Voor dit gebouw ligt een zwerfsteen van 30 ton die tussen Alteveer en Tange is opgegraven. Verder was de Coöperatieve aardappelmeelfabriek Alteveer in het dorp gevestigd. Deze was in 1909 opgericht en is inmiddels gesloten is. Bakkerij Muntinga, die voor de wijde omgeving brood bakte was in Alteveer gevestigd en is in 2006 verhuisd naar Winschoten. In Alteveer is het bedrijf Unitel gevestigd, dat in 2004 de telegramdienst van KPN telecom heeft overgenomen. Er zijn twee basisscholen: Christelijke basisschool De Höchte en openbare basisschool 't Zonnedal.

De kei van 30 ton voor het dorpshuis de Drijscheer die tussen Alteveer en Tange is opgegraven in Alteveer zelf en even ten zuiden van het dorp (in Höchte) ligt een morene uit de ijstijd. De maximale hoogte van deze morene is tien meter boven NAP.
Aan de noordoostelijke zijde van het dorp ligt het terrein van zandzuigerij Van de Velde. Hier wordt wit zand gewonnen dat is aangevoerd door de voormalige rivier Eridanos. Ook onder het dorp zelf heeft het bedrijf inmiddels zandlagen weggezogen. Toen dit gegeven zo rond 2003 in de aandacht kwam naar aanleiding van de behandeling van een vergunning zorgde dit voor ongerustheid binnen het dorp. 
48998 
82 Alteveer, Roden, Drenthe  6.43239256738525  53.111265948874085  Alteveer is een buurtschap ruim een kilometer ten zuiden van het Noord-Nederlandse dorp Roden, in het noorden van de provincie Drenthe. Het maakt deel uit van de gemeente Noordenveld.  148724 
83 Alting, Beilen, Drenthe  6.538023948669434  52.8675507699814  Alting is een buurtschap vlak bij Beilen  82806 
84 Alverna, Wijchen, Gelderland  5.75833333333333  51.8033333333333  Alverna is een kerkdorp in de Gelderse gemeente Wijchen, gelegen tussen Grave en Nijmegen. Het dorp is vernoemd naar La Verna in Toscane, de berg waar Franciscus van Assisi stigmata ontving.
Het dorp telt drie kloosters, waarvan er een ook La Verna heet. Het dorp bezit een molen uit 1887 waarvan het authentieke gangwerk nog geheel intact is. De naam van de molen, 'Schoonoord', heeft ook alles te maken met het oorspronkelijk religieuze karakter van het dorp. De molen wordt, maart 2006, geheel gerestaureerd in oorspronkelijke staat. Niet alleen de oorspronkelijke kleuren zijn teruggekeerd, ook het gestroomlijnde Van Bussselwieksysteem is geplaatst. Helaas staan er inmiddels zoveel bomen rond de molen dat over de westkant geen wind meer kan worden gevangen. Het maalwerk van de molen zal ook gerestaureerd worden, zodat na ruim 60 jaar stilstand weer 'Alvernees meel' gemalen kan worden. Voorts liggen er rond het dorp een kunstskibaan, een manege, een bowlingcentrum, en een golfbaan.
Alverna kwam in de publiciteit toen langs de toegangswegen plaatsnaamborden werden geplaatst die het dorp aanduidden met de gemeentenaam Wijchen. De Alvernezen bekladden de toegangsbordjes, tot de gemeente uiteindelijk besloot nieuwe bordjes langs de wegen te plaatsen met de naam Alverna. 
36592 
85 Ambt Almelo, Overijssel  6.66666666666667  52.3666666666667  Ambt Almelo is een voormalige gemeente in de Nederlandse provincie Overijssel.
Tot 1795 maakten de stad Almelo en het bijbehorende richterambt deel uit van de heerlijkheid Almelo en Vriezenveen. Op 21 oktober 1811, tijdens de Napoleontische tijd, werden stad en ambt van de voormalige heerlijkheid Almelo samengevoegd tot een gemeente. Op 24 november 1815 werd echter alweer besloten, mede onder invloed van de heer van Almelo, graaf van Rechteren Limpurg, en koning Willem I, om stad en ambt opnieuw te scheiden. Zo werd op 29 september 1818 de gemeente Almelo gesplitst in Ambt en Stad Almelo. Op 1 januari 1914 werden deze beide gemeentes weer bij elkaar gevoegd tot de gemeente Almelo.
De gemeente Ambt Almelo omvatte het grondgebied van het voormalige richtambt Almelo. Vanaf 1 oktober 1829 werd het grondgebied iets kleiner, toen een klein gebied bij Stad Almelo werd gevoegd. Het ambt telde rond 1870 een kleine 4000 inwoners.
Het gemeentewapen van Ambt Almelo bestond uit drie azuurblauwe balken op een gouden achtergrond, waarbij deze balken waren beladen met twaalf ruiten van zilver: vijf op de bovenste, vier op de middelste en drie op de onderste balk.
Door het tijdelijke samenvoegen van stad en ambt, ontstonden vlak na de scheiding diverse conflicten over het te voeren beleid. Zo was de Stad Almelo van mening dat het Ambt Almelo de wegen naar de stad moest onderhouden, omdat deze op het gemeentelijk grondgebied van het ambt lagen. De Gedeputeerde Staten besloten echter dat de Stad zelf onderhoudsplichtig was voor de wegen naar Wierden, Borne en Delden, terwijl het ambt de wegen naar Geesteren, Ootmarsum en Vriezenveen moest onderhouden. 
36176 
86 Ambt Delden, Overijssel  6.681060791015625  52.22586467908276  Ambt Delden (Nedersakisch: Ambt Dealdn) is een voormalige gemeente in Twente, in de Nederlandse provincie Overijssel. De hoofdplaats van de gemeente was Bentelo. Tot de gemeente behoorden verder het dorp Hengevelde en de buurtschappen Azelo, Deldenerbroek, Deldeneresch, Wiene en Zeldam.
De gemeente had een sterk landelijk karakter. Het in 1818 door de overheid ingezette beleid om Ambt en Stad Delden te splitsen was er oorspronkelijk op gericht om de stad Delden te scheiden van het omringende platteland.
In 2001 werd de gemeente heringedeeld bij de nieuwgevormde gemeente Hof van Twente. Daarmee kwam een einde aan bijna 200 jaar zelfbestuur van het Ambt Delden. 
76306 
87 Ambt Doetinchem, Gelderland  6.343826  51.929168  Ambt Doetinchem is een voormalige gemeente in de provincie Gelderland. De gemeente bestond uit het dorp Gaanderen en de vier buurtschappen: IJzevoorde, Oosseld, Langerak en Dichteren. In 1822 was het inwoneraantal 1980, in 1890 was dit 3996. Het gemeentehuis was gevestigd in Gaanderen.
Na de Franse tijd werd er op 1 januari 1818 een Schoutambt opgericht waaruit op 1 augustus 1825 de gemeente Ambt Doetinchem ontstond. Als burgemeester werd Steven Horsting aangesteld, hij was rentmeester van de Slangenburg. Na overleg werd er besloten de gemeente samen te voegen met de gemeente Stad Doetinchem. Hetgeen gebeurde op 1 januari 1920. 
71267 
88 Ambt Hardenberg, Overijssel  6.6  52.5666666666667  Ambt Hardenberg was een gemeente in de provincie Overijssel. De gemeente werd in 1942 samengevoegd met de gemeente Stad Hardenberg tot de gemeente Hardenberg.  34087 
89 Ambt Ommen, Overijssel  6.41666666666667  52.5166666666667  Ommen is een gemeente en een gelijknamige kleine Hanzestad aan de Overijsselse Vecht gelegen in de streek Salland. Ommen heeft sinds 1248 stadsrechten en wordt al rond het jaar 1100 genoemd als doorwaadbare plaats langs de Vecht.
Op 1 augustus 2006 woonden 17.348 inwoners in de gemeente Ommen (bron: CBS), op een oppervlakte van 181,98 km². Dit komt neer op een dichtheid van 96 inwoners per vierkante kilometer.
De volgende dorpen en buurtschappen liggen ook in de gemeente Ommen: Archem, Arriën, Arriërveld, Beerze, Beerzerveld, Besthmen, Dalmsholte, Eerde, Giethmen, Hoogengraven, Junne, Lemele, Nieuwebrug, Ommerschans, Stegeren, Stegerveld, Varsen, Vilsteren, Vinkenbuurt, Witharen, Zeesse, Ommerkanaal
Geschiedenis
Ommen is ontstaan op de plek van een doorwaadbare plek in de rivier de Vecht.
In de jaren jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw was Ommen het wereldcentrum van de theosofie. Op het landgoed Eerde van Philipp baron van Pallandt had Krishnamurti zijn Orde van de Ster in het Oosten gevestigd. Jaarlijks werden op het landgoed de Sterkampen gehouden. Begin jaren dertig hief Krishnamurtu zijn orde op, omdat hij tegen persoonsverheerlijking was. De baron verkocht het terrein aan de gemeente Ommen. De Sterkampen gingen tot 1938 door, en Krishnamurti was er jaarlijks gastspreker.
In 1941 werd op deze plek het strafkamp Erika gevestigd. 
32973 
90 Ambt Vollenhove, Overijssel  5.998524  52.691115  Ambt Vollenhove was een gemeente in de provincie Overijssel. De gemeente werd in 1942 samengevoegd met de gemeente Stad Vollenhove tot de gemeente Vollenhove, delen kwamen ook bij IJsselham en Blokzijl. Nu behoort het gehele gebied tot de gemeente Steenwijkerland.  87411 
91 Amby, Limburg  5.733073  50.863747  Amby (Limburgs: Amie) is een wijk in Maastricht in de Nederlandse provincie Limburg. Tot 1 juli 1970 was Amby een zelfstandige gemeente, een klein deel van het grondgebied van de voormalige gemeente Amby ging bij die gemeentelijke herindeling naar de gemeente Meerssen. De eerste schriftelijke vermelding van de plaats, als Ambeia, dateert uit 1157.
In Amby ligt een aantal kasteeltjes en herenhoeven, waaronder Kasteel Geusselt (daterend uit de 17e eeuw, gerestaureerd in 1997), Huis Severen en de Withuishof. De R.K.-kerk van Amby werd gebouwd in 1866 naar een ontwerp in neogotische stijl van Carl Weber. Ze is gewijd aan de heilige Walburga. In Amby zijn de studio's van de radio- en televisieomroep L1 gevestigd.
De wijk heeft een eigen winkelcentrum en rijk vereningingsleven, met onder andere een harmonie die eveneens vernoemd is naar de H. Walburga. Er zijn meerdere horecavoorzieningen. Per openbaar vervoer is de wijk goed bereikbaar. 
32768 
92 Ameland, Friesland  5.73  53.448  Ameland is een gemeente in de provincie Friesland, bestaande uit het Nederlandse waddeneiland Ameland. Op 1 januari 2007 telde de gemeente 3.452 inwoners (bron: CBS).
Kernen
In de gemeente Ameland bevinden zich vier dorpen, waarvan alleen de Nederlandse namen worden gebruikt. Op Ameland wordt geen Fries, maar Amelands gesproken, een mengdialect dat verwant is aan het Stadsfries.
Aantal inwoners per woonkern op 1 januari 2004
Ameland is uit het westen gerekend het vierde Nederlandse waddeneiland (streek) en behoort tot de provincie Friesland. Het eiland is onderdeel van de gelijknamige gemeente Ameland.
Ten noorden grenst het aan de Noordzee, en ten zuiden aan de Waddenzee. Ten westen ligt het eiland Terschelling en ten oosten Schiermonnikoog. Rederij Wagenborg onderhoudt een veerdienst tussen Holwerd en Nes.
Ameland bestaat voornamelijk uit zandduinen. Ten oosten van Buren ligt het Oerd, een drassig gebied, waar veel vogels leven, en waar zeewater via een aantal geulen vrijelijk in- en uitstroomt. De totale strandlengte is 27 km en de totale lengte van de fietspaden is 100 km. Hollum is het dorp met het oudste huis van Ameland, gebouwd in 1516.
Het eiland beschikt over een klein vliegveld bij Ballum; Ameland Airport Ballum.
Op Ameland wordt geen Fries, maar Amelands gesproken, een mengdialect dat verwant is aan het Stadsfries.
De vuurtoren is gemaakt in Deventer, in de ijzergieterij van Nering Bögel, zie ook onder ijzeroer.
Geschiedenis
De eerste vermelding van Ameland is van in de 8e eeuw. Het was toen onderhorig aan het graafschap Holland. Dit tot in 1424. Toen verklaarde de Heer van Ameland zich een 'Vrije Heer' (vrijheerschap). Ameland is een eiland geworden door de Watersnood van 1287, toen de waddenzee werd gevormd.
Hoewel Holland, Friesland en de keizer van het Heilige Roomse Rijk deze quasi-onafhankelijke status betwistten, bleef het een vrijheerschap tot de familie, Cammingha, uitstierf in 1708. Daarna werd de Friese stadhouder Johan Willem Friso van Oranje-Nassau Heer van Ameland en na hem, zijn zoon stadhouder van heel Nederland, Stadhouder Willem IV en zijn kleinzoon Stadhouder Willem V.
Pas in de grondwet van 1814 werd het eiland definitief geïntegreerd in Nederland (in de toenmalige provincie Friesland). De koningen en de koninginnen van Nederland handhaven vandaag nog steeds de titel 'Vrijheer van Ameland'.
Van 1871 tot 1872 werd bij het wantij een dam gebouwd tussen Ameland en het vasteland door een maatschappij voor landaanwinning van de Friese eilanden. Door aanslibbing wilde men landbouwgrond creëren. De provincie Friesland en het Nederlandse Rijk betaalden ieder 200.000 gulden. Het was geen succes: de dam bleek niet stormbestendig en in 1882 na zware stormen in de winter 1881/1882 werd besloten de reparatiewerkzaamheden te stoppen. De dam is met eb nog steeds deels te zien. De veerdam bij Holwerd is de damaanzet van deze dam. 
37579 
93 Amen, Rolde, Drenthe  6.608855724334717  52.94188976242298  Amen is een esdorp in het zuid-westen van de gemeente Aa en Hunze in de provincie Drenthe (Nederland). Het dorp ligt aan de weg van Rolde via Nijlande en Ekehaar naar Hooghalen in de gemeente Midden-Drenthe. Langs het dorp stroomt het Amerdiep, een van de namen van de bovenloop van de Drentsche Aa. In Amen wonen 91 mensen (1 januari 2008). Behalve een café heeft het verder nauwelijks voorzieningen.
Geschiedenis
De oudste vermelding van van Amen is in 944 toen het twee erven groot was. In de dertiende eeuw werd de buurtschap een boermarke, samen met Ekehaar had Amen omstreeks 1300 vijf waardelen. Tot de dag van vandaag is Amen een kleine buurtschap gebleven. De school die in 1819 werd geopend werd wegens gebrek aan leerlingen in 1853 weer afgebroken. Ook de coöperatieve zuivelfabriek was slechts een kort leven beschoren, van 1903 tot 1913. Het grootste aantal inwoners had Amen net na de Tweede Wereldoorlog, toen het dorp 147 inwoners had. 
65099 
94 America, Horst, Limburg  5.97888888888889  51.4377777777778  America is een dorp in de gemeente Horst aan de Maas in de Nederlandse provincie Limburg. Het dorp is gelegen in de streek De Peel, aan de spoorlijn Venlo - Eindhoven (station America), maar heeft sinds 1970 geen treinstation meer. America heeft 2170 inwoners (2004).  36306 
95 Amerongen, Utrecht  5.46083333333333  52.0025  Amerongen is een dorp in de Nederlandse provincie Utrecht, gemeente Utrechtse Heuvelrug, gelegen op de gelijknamige Heuvelrug in het zuidoosten van de provincie. De Utrechtse Heuvelrug is tegenwoordig een nationaal park. Het dorp heeft 5170 inwoners (2005). Amerongen is vooral bekend dankzij Kasteel Amerongen.
Nabij Amerongen is een sluis- en stuwcomplex in de Nederrijn gebouwd.
Tot 1 januari 2006 was Amerongen een zelfstandige gemeente, waaronder ook de kernen Elst (gedeeltelijk) en Overberg vielen. Sindsdien is het dorp onderdeel van de nieuwe gemeente Utrechtse Heuvelrug. Bij deze gemeentelijke herindeling is het Amerongse deel van Elst (U) bij de gemeente Rhenen gevoegd. 
35815 
96 Amersfoort, Utrecht  5.388450622558594  52.161296998266366  Amersfoort is een stad en gemeente in de Nederlandse provincie Utrecht. De gemeente telt 139.017 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS) en alleen de stad 119.785 inwoners (2005). Het is in bevolkingsaantal de tweede stad van de provincie Utrecht en de zeventiende (veertiende als men het buitengebied meetelt) van Nederland.
Geschiedenis
De stad dankt zijn ontstaan en naam aan een doorwaadbare plaats of voorde in de rivier de Eem (vroeger: Amer). Verschillende beken die water afvoerden uit de Gelderse Vallei kwamen bij elkaar in een laagte tussen de Amersfoortse Berg en het hoger gelegen gebied ten noorden van Amersfoort (Hoogland). Bij die doorwaadbare plaats werd de Eem gekruist door handelsroutes die van Utrecht naar het oosten en noorden liepen. De eerste vermelding van de plaats dateert uit 1028. Er moet toen sprake geweest zijn van een boerennederzetting. De strategische ligging was voor de bisschop van Utrecht aanleiding om er één van zijn hoven te bouwen, om van hieruit de Gelderse Vallei te ontginnen. Waarschijnlijk werd dit bisschoppelijk hof in de eerste helft van de twaalfde eeuw gesticht op de plaats waar thans de Sint-Joriskerk staat. Handel en nijverheid leefden op en de nederzetting kreeg in 1259 stadsrechten van de Utrechtse bisschop Hendrik van Vianden.
In de acte, waarin aan Amersfoort stadsrechten werd verleend werd het stadje omschreven als een oppidum, dat wil zeggen dat de stad versterkt was, waarschijnlijk door een aarden wal, wellicht met poorten. Tegen het einde van de dertiende eeuw werd de eerste stenen muur gebouwd, met een lengte van 1550 meter, en omgeven door een gracht. Op de plattegrond van het centrum van Amersfoort is deze eerste stadsmuur nog goed terug te vinden.
Omstreeks 1380 werd al begonnen met de bouw van een nieuwe muur (gereed rond 1450). Daarvan was de totale lengte 2850 meter. En het oppervlak van de ommuurde stad verdrievoudigde. In deze muur werd een aantal poorten gebouwd die tot op de dag van vandaag te bewonderen zijn, zoals de Koppelpoort en Monnikendam. Van de eerste muur is weinig bewaard gebleven, slechts de sterk gerestaureerde Kamperbinnenpoort resteert. Niettemin is het verloop van de eerste muur nog intact; de Muurhuizen volgen het tracé van de muur en maken gebruik van diens fundering.
Amersfoort kreeg in de Middeleeuwen na wonderen rond een Mariabeeld grote betekenis als bedevaartsoord, waardoor vanaf 1444 de Onze Lieve Vrouwetoren kon worden gebouwd.
Amersfoort had in de Middeleeuwen een bijzonder groot aantal brouwerijen en een belangrijke textielnijverheid De stad beleefde in de 18e eeuw een bloeiperiode dankzij de tabaksteelt.
De komst van de spoorwegen deed de stad uit haar 19e eeuwse slaap ontwaken. Amersfoort werd een belangrijk knooppunt en is dat tot op heden gebleven. Aan het eind van de 20e eeuw kreeg de stad een grote groei-impuls door de Groeistad-status, die inmiddels heeft geleid tot de bouw van grote nieuwe wijken, waarvan Kattenbroek door zijn bijzondere architectuur landelijke bekendheid heeft verworven.
Amersfoort komt ook voor in de geschiedenis van New York. De Nederlanders stichtten bij Nieuw Amsterdam op Long Island het dorpje 'Nieuw Amersfoort' vlakbij Breukelen (Brooklyn), Heemstede (Hempstead), Haarlem (Harlem) en Vlissingen (Flushing). Deze naam Amersfoort is later veranderd in 'Flatlands'. Het 'Amersfort Park' in Flatlands heeft zijn naam behouden. 
1164 
97 Ammerzoden, Gelderland  5.22  51.75  Ammerzoden is een dorp, gelegen aan de noordzijde van de Maas in het westen van Gelderland. Het dorp telt 3655 (1 januari 2006) inwoners. Sinds 1 januari 1999 behoort het tot de gemeente Maasdriel. Het dorp wordt in de volksmond Ammerooie(n) genoemd.
Geschiedenis
De oudste vermelding van Ammerzoden dateert uit de 11e eeuw, als Ambersoi. Latere vermeldingen spreken van Amersoyen of Amelroije. Het element 'Ammer' verwijst waarschijnlijk naar een oude rivierbedding ('mer' is te herleiden tot oude rivierloop en 'a' betekent water). 'Ooi' heeft de betekenis van een weidegebied langs een rivier.
Ammerzoden lag waarschijnlijk tot halverwege de 14e eeuw in een soort langs de Maas gelegen niemandsland tussen Gelre en Brabant. Pas in 1381 werd Ammerzoden een leen van de hertog van Gelre en is sindsdien, ondanks de nog steeds bestaande oriëntatie op Brabant, altijd Gelders gebleven.
In Ammerzoden bevindt zich het Kasteel Ammersoyen, gebouwd in het midden van de veertiende eeuw. Dit kasteel is zwaar beschadigd geraakt tijdens een brand in 1590 en heeft in de Tweede Wereldoorlog ook flinke schade opgelopen. In 1975 is het kasteel heropend.
Daarnaast heeft Ammerzoden een tweetal kerken. De protestantse kerk is tussen 1500 en 1547 gebouwd als een rooms-katholieke kerk. In het rampjaar 1672 werd deze kerk door de Fransen gedeeltelijk met de grond gelijk gemaakt, enkele jaren nadat de kerk in het bezit was gekomen van de protestanten. Tot op de dag van vandaag is het voormalige schip een ruïne. De toren en het koor zijn gerestaureerd. Het koor wordt gebruikt als kerk door de Nederlands Hervormde gemeenschap die in het buurdorp Well waar het overgrote deel van deze Hervormde Gemeente woont.
De katholieken bouwden in de negentiende eeuw een eigen kerk in Ammerzoden, genoemd naar Sint-Willibrord. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de kerk door de Duitsers vernietigd, omdat deze voor de geallieerden als mikpunt kon dienen. Sinds 1953 bestaat er een nieuwe kerk onder dezelfde naam en op dezelfde locatie.
Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog heeft ook de rest van Ammerzoden veel schade geleden; weinig gebouwen zijn gespaard gebleven. 
34597 
98 Amstelhoek, Mijdrecht, Utrecht  4.835143089294434  52.23098261960449  Amstelhoek is een klein dorp in het uiterste noordwesten van de gemeente De Ronde Venen en de Nederlandse provincie Utrecht. Het dorp ligt aan het Amstel-Drechtkanaal, met aan de overkant het Noord-Hollandse Uithoorn. Amstelhoek heeft 988 inwoners (2007).  70700 
99 Amstenrade, Limburg  5.92222222222222  50.9383333333333  Amstenrade (Limburgs: Awstroa of ook wel Austroa) is een dorp in het zuiden van Nederlands Limburg. Het vormt samen met de plaatsen Oirsbeek, Doenrade, Puth, Schinnen en Sweikhuizen de gemeente Schinnen. Tot 1982 was het een zelfstandige gemeente.
Het ligt ten westen van Brunssum en ten noorden van Hoensbroek.
Vanouds valt onder het dorp Amstenrade ook de buurtschap Hommert. Deze ligt grotendeels in de gemeente Schinnen, maar gedeeltelijk in de gemeente Heerlen (dorp Hoensbroek) en voor nog een ander deel in de gemeente Nuth.
Geschiedenis
Oudere vormen van de plaatsnaam: 1223 Osterode, 1274 Anstenroden, 1298 Anstenrode, 1840 Amstenraedt.
De identificatie van de eerstgenoemde vorm wordt betwijfeld, daar geen van de later genoemde vormen deze ondersteunt. Het voorste deel van de naam bevat de persoonsnaam Ansto, het tweede bevat het in vele plaatsnamen voorkomende rode, oftewel ‘rooiing, ontginning’.
Amstenrade wordt, zover bekend, voor het eerst genoemd in een akte uit 1274, die verband hield met de benoeming van de geestelijkheid van de kapel van Amstenrade.
In 1319 ging Amstenrade als leen behoren tot het kathedrale kapittel van Luik en weer later behoorde de plaats tot het Land van Graafschap Valkenburg|Valkenburg. Ondanks dat het een eigen dorpsraad had, viel het rechtstreeks onder de Schepenbank van Oirsbeek.
Amstenrade kreeg onder graaf Huyn een bestuurlijke functie over het graafschap Amstenrade-Geleen. In 1767 viel het door verkoop en huwelijk toe aan de grafelijke familie De Marchand et d’Ansembourg.
Na een aantal turbulente periodes zou het uiteindelijk vanaf de Franse tijd als zelfstandige gemeente verder gaan, tot aan de gemeentelijke herindeling van 1982 toe. 
35806 
100 Amsterdamscheveld, Emmen, Drenthe  6.91388888888889  52.6872222222222  Amsterdamscheveld is een buurtschap in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Emmen, dat valt onder Erica. Op 1 januari 2004 had het ongeveer 130 inwoners.
In 1850 kocht een groep Amsterdamse beleggers dit stuk veengrond en noemden het naar hun woonplaats: Amsterdamscheveld. Het veen dat hier werd afgegraven, werd over de Verlengde Hoogeveense Vaart afgevoerd. Nieuw -Amsterdam ontwikkelde zich hierdoor sterk. 
36739 
101 Amsweer, Delfzijl, Groningen  6.902461051940918  53.30857142976585  Amsweer is een gehucht in de gemeente Delfzijl. Het ligt op een kleine wierde, net ten zuiden van het Eemskanaal. Op de wierde was vroeger een vijver die nooit droog viel. In die vijver zaten drie putten, die de zusterputten genoemd werden. Vanuit die putten kon het omliggende land, dat veel lager lag, bevloeid worden. De putten zijn in 1911 gedempt.  36061 
102 Andel, Woudrichem, Noord-Brabant  5.05  51.7833333  Het dorp Andel (Brabants: Ael) ligt in het rivierengebied in het Land van Heusden en Altena. Voorheen (tot 1812) behoorde het tot Zuid-Holland, maar tegenwoordig tot Noord-Brabant. Andel is deel van de gemeente Woudrichem. Het dorp is ontstaan op de oeverwal van de rivier de Alm, maar ligt door veranderingen van de rivierenloop tegenwoordig aan de afgedamde Maas. Het dorp is bekend vanwege de dam in de Maas en de eringelegen "Andelse sluis". Het opvallendste gebouw is ongetwijfeld de 14e eeuwse Romboutstoren met zijn karakteristieke bakstenen spits.
Geschiedenis
Andel, in de dorpsmond ook wel 'Ael' genoemd, bestaat uit Op- en Neder-Andel. De vondsten van Romeins aardewerk duiden op bewoning, die terug gaat tot de 2de eeuw na Christus. In de 9de eeuw wordt het dorp voor het eerst in geschreven bronnen vermeld. De hervormde kerk van Op-Andel dateert uit de 13de eeuw, van de kerk van Neder-Andel is alleen nog de toren over. Op het kerkhof bij deze toren is Jan Claesen begraven. De legende wil dat dit de Jan Claesen is, die trompetter was in het leger van de Prins van Oranje.
Bewoning
De oudste vermelding van het dorp, als villa Analo, komt voor in een handschrift uit circa 850. De oorsprong van de naam is te vinden in de Germaanse woorden ana (= hoger gelegen) en lo (=bos). Zowel Op- als Neer-Andel werden echter al in de Romeinse tijd bewoond. Dit blijkt uit archeologische vondsten die gedaan werden onder meer achter het oude gemeentehuis aan de Dorpsstraat te Neer-Andel en op 'de Kwel' te Op-Andel. De stijging van het zeewater, de zogenaamde transgressie, veroorzaakte tussen de 5de en de 9de eeuw in het laag gelegen Land van Altena veel wateroverlast. Op een aantal plaatsen was zelfs sprake van een tijdelijke onderbreking van de bewoning; ook Andel was gedurende deze periode nauwelijks bewoond. Toen het water zich in de 9de eeuw langzaam maar zeker terugtrok, kwamen de mensen ook weer terug. Het spreekt voor zich dat eerst de hoger gelegen gronden bewoond en gecultiveerd werden, zoals de percelen 'Huiswerf' en 'Konijnen-berg' (op de plaats van de gelijknamige straat en de Prins Bernhardstraat). Hier werden in de bodem de sporen van een versterkte boerderij gevonden. Het zou echter nog tot de 12de eeuw duren voordat er sprake was van een nederzetting van enige omvang, maar meer dan enkele tientallen huizen en boerderijen zal het dorp niet geteld hebben. Uit een belastingkohier van 1632 weten we dat er in dat jaar 91 huizen in Andel stonden. Dat impliceert een bevolking van ongeveer 450 personen. Sindsdien is het inwonertal meer dan vervijfvoudigd.
Oude herbergen
In het verleden is er in de Nederlanden langs wegen en vaarten een uitgebreid netwerk van herbergen ontstaan. Ze boden de reiziger de mogelijkheid tot overnachting, verpozing en het gebruik van een maaltijd. Langs de doorgaande wegen bedroeg de afstand van de ene naar de andere herberg vaak niet meer dan tien kilometer. Ook Andel had binnen zijn grenzen in het verleden in ieder geval twee van zulke logementen: zo is daar op de eerste plaats het veerhuis De Zwaan bij het veer Andel - Poederoijen. Gebruikers van dit pontveer alsmede de passagiers van de beurtschippers van Heusden en 's-Hertogenbosh naar het westen van Holland vice versa, vonden hier onderdak. Dit huis, waar een fraai begin 19de eeuws uithangbord aan de gevel prijkt, is gelegen in een kronkel van de Maasdijk ten zuidoosten van het dorp en werd al in 1759 vermeld. Daarnaast is er nog sprake van de herberg De Rib, gelegen ten noordoosten van de dorpskern van Op-Andel. Deze herberg kan bogen op een nog veel hogere ouderdom. Reeds in 1559 wordt er een Elisabeth Pietersdr. genoemd als waardin van deze herberg. In De Rib ging het er echter niet altijd even gemoedelijk aan toe. Uit de archieven blijkt dat in deze herberg met de regelmaat van de klok vechtpartijen plaatsvonden; op 17 augustus 1728 loopt een handgemeen echter zodanig uit de hand dat er een dode te betreuren valt. Een zekere Arien Starkenborg wordt door Cornelis van Dam, een Andelse kleermaker, met een 'bloot mes' in de borst gestoken en sterft kort daarop. De dader werd bij de kraag gevat en ter dood veroordeeld. Op een schavot voor het stadhuis van Woudrichem werd hij enkele weken na zijn veroordeling door de beul uit Dordrecht, die het Land van Altena tot zijn werkgebied mocht rekenen, onthoofd. 
35137 
103 Andelst, Valburg, Gelderland  5.7286834716796875  51.90843157768965  Andelst is een kerkdorp in de gemeente Overbetuwe, in de Nederlandse provincie Gelderland. Het kende op 1 januari 2003 zo'n 1662 inwoners.
Tot 2001 behoorde het dorp tot de gemeente Valburg. De plaats is een al oude plaats, al in 885 wordt de plaats genoemd, dan als Andassale. Die benaming zou terugslaan op zaal, wat iets van een uit één ruimte bestaand huis betekent. In 1294 en 1295 wordt de plaats even Anders genoemd.
In het dorp een hervormde kerk met een romaans schip uit de 11e eeuw', een toren uit de 14e eeuw en een gotisch koor uit 1440.
Het dorp is bekend van het kasteel/huis Andelst en van het treinstation Station Zetten. Verder was het één van de plekken waar de piraat Radio Invicta (1979 - 1983) vanuit zond, de eerste en één van de weinige piratenzenders in de Betuwe die zich ook uiteindelijk begaf op de televisie als televisiepiraat. 
39922 
104 Anderen, Anloo, Drenthe  6.68555555555556  53.0002777777778  Anderen is een klein (agrarisch)dorp in de gemeente Aa en Hunze in de provincie Drenthe. Het ligt tussen Rolde en Eext, even ten zuiden van Anloo in het Nationaal landschap de Drentsche Aa en grenst aan het Balloërveld een uitgestrekt heidegebied. Het dorp bestaat al zeker meer dan 600 jaar. Gebinten van de boerderij aan het Hagenend 3 stammen uit 1376, terwijl uit bisschoppelijke leenprotocollen blijkt dat deze boerderij al tussen 1379 en 1382 werd beleend aan Albert Avinghe. Samen met de dorpen Gasteren en Anloo vormt het de zo genaamde zanddorpen. Het dorp heeft 255 inwoners (1 januari 2007).  33046 
105 Ane, Hardenberg, Overijssel  6.6501617431640625  52.614907622296286  Ane is een buurtschap in de gemeente Hardenberg in de Nederlandse provincie Overijssel; het telt ongeveer 500 inwoners. In het landschap bevinden zich enkele hallenboerderijen: dit boerderijtype, bestaande uit een middenbeuk met zijbeuken, is van architectonisch, cultuurhistorisch en landschappelijk belang. Ook kent het nog een molen, de Anermolen.
Geschiedenis
In 1227 vond de Slag bij Ane plaats.
De Slag bij Ane was een veldslag in 1227 tussen een ridderleger van de bisschop van Utrecht, Otto van Lippe, en de troepen van burggraaf van Coevorden, Rudolf II van Coevorden. Laatstgenoemde werd gesteund door Drentse boeren. De Drenten wisten het leger van de bisschop te verslaan, waarbij de bisschop zelf sneuvelde. De slag wordt beschreven in de zogenaamde Narracio uit 1232.
Achtergrond
Vanaf het midden van de 11e eeuw kregen de bisschoppen van Utrecht gebieden in Drenthe, Overijssel en de stad Groningen in leen van de Duitse keizer. Deze gebieden maakten sindsdien deel uit van het Sticht Utrecht. Als vertegenwoordiger van de bisschop werd onder meer in Groningen en Coevorden een prefect aangesteld. Oorspronkelijk was dat een ambtenaar, maar bisschop Hartbert van Bierum gaf halverwege de 12e eeuw beide functies in erfelijke leen aan zijn broers Leffard (Groningen) en Ludolf (Coevorden). Daarmee verkregen deze een eigen machtsbasis.
De zoon van Ludolf, Rudolf I van Coevorden, kwam daarbij snel in conflict met zijn formele heer, de bisschop. Rudolf probeerde zijn macht uit te breiden door zich te bemoeien met de opvolging van Leffard in Groningen. In eerste instantie dolf Rudolf het onderspit tegen de bisschop en verloor hij het kasteel in Coevorden. In 1191 wist hij zijn rechten te herwinnen. Zijn opvolger, Rudolf II van Coevorden, zette dezelfde politiek voort en verbond zich met de Gelkingen, de tegenstanders van Egbert, de prefect van Groningen. De macht van de bisschop van Utrecht was te gering om hier veel tegen te doen.
Toen in 1216 Otto van Lippe tot bisschop werd benoemd keerde het tij. Anders dan zijn voorgangers was Otto bereid zijn macht te laten gelden. Hij liet Rudolf II weten geen genoegen te nemen met diens aanspraken in Groningen. Toen Rudolf het besluit van de bisschop openlijk tegensprak, leek een oorlog onvermijdelijk.
Het conflict tussen Rudolf en de bisschop is op zich geen bijzonder conflict in die tijd, conflicten tussen leenheer en vazal zijn eerder regel dan uitzondering. Het bijzondere in het conflict is dat Rudolf gesteund wordt door een legertje van Drentse boeren. De reden van het verzet van de Drenten is niet duidelijk. Wellicht was het verzet tegen een poging van de bisschop om meer inkomsten uit de provincie te genereren maar zeker is dat niet.
De slag
Op 28 juli 1227, een hete zomerdag, ontmoeten de troepen van de bisschop van Utrecht, Otto van Lippe, een grote groep opstandige Drenten onder leiding van Rudolf II van Coevorden op een veld in de buurt van het huidige dorp Ane. De precieze locatie van de slag is niet bekend, sommigen menen bij Ane, andere bronnen menen dat de slag iets meer naar het noorden, bij het latere Huis ten Klooster plaatsvond. Volgens de oudste bron, de "Narracio", bevonden beide legers voordat de slag ontbrandde zich een halve mijl van elkaar. De legers werden gescheiden door een moeras zonder enige begroeiing. Dit zou wijzen op een beurtelings drijvende of soms droogliggende veenlaag, afhankelijk van de heersende waterstanden in de nabij gelegen Vecht. Deze veensoort kon ontstaan onder invloed van sterk wisselende waterstanden. Naar het zich laat aanzien is dit het gebied ten noordoosten van Ane, gelegen tussen twee zandhoogtes en die doorsneden wordt door een stuwdijk. Dit gebied voldoet als enige aan de omschrijving als omschreven in de "Narracio". In de latere middeleeuwen is hier een stuwdijk aangelegd om de sterk wisselende waterstanden te regelen. Deze dijk was ooit van drie overlaten voorzien.
De bisschop was naar deze zuidgrens van Drenthe gegaan om het opstandige Drenthe tot de orde te roepen. Hij had hiervoor een groot aantal krijgsheren opgeroepen, versterkt met een aantal krijgsscharen van de bisschoppen van Münster en Keulen. Dit leger werd door middel van boten over de nabije Vecht bevoorraad. Het vaandel met Sint-Martinus, de schutspatroon van Utrecht, werd gedragen door ridder Roelof van Goor.
De Drenten die wisten dat zij met hun grotendeels ongeoefende legertje een slag in open veld tegen zo'n zwaar uitgerust leger nooit zouden kunnen winnen, lokten welbewust een gewapend treffen uit in een moerassig gebied, later bekend als de Mommenriete. De paarden van het bisschoppelijke leger zakten in de zompige grond weg en de ridders met hun zware harnassen konden zich hier niet op eigen kracht uit redden.
Het leger van de Drenten bestond merendeels uit lichtbewapend Drents landvolk en bendes (onder leiding van Rudolf, met onder andere het leger dat net was teruggekeerd van het door hen bezette Groningen). Toen de zwaar geharnaste ridders op hun paarden begonnen weg te zinken in het stinkende moeras vielen de Drenten aan. Met pijlen, speren, messen en knotsen maakten ze korte metten met de vijand. Vrijwel het gehele bisschoppelijke leger, waaronder vele beroemde edelen zoals de kruisvaarder Berend van Horstmar, werd hierbij genadeloos afgemaakt.
Bisschop Otto had het ongeluk gevangengenomen te worden, waarna hij werd gescalpeerd en gekeeld. Voor de Drentse "onmensen" (zoals ze in de kerkelijke kroniek genoemd werden) was zijn getonsuurde hoofdhuid waarschijnlijk een luguber tastbaar bewijs dat de trotse kerkheer echt dood was. Later werd zijn zwaarverminkte lijk gevonden en naar de Utrechtse dom gebracht waar het met alle eer begraven werd. In de Narracio wordt vermeld dat aan de zijde van de Drenten ook vrouwen hebben meegevochten.
Na de slag
De opvolger van Otto II, Wilbrand van Oldenburg, veroverde Drenthe vervolgens op 14 oktober 1228 terug. Op 30 augustus 1229 wist Rudolf Coevorden echter weer in te nemen .
In 1230 zag Rudolf echter in dat hij op den duur tegen de bisschop geen stand zou houden. Hij besloot zich te onderwerpen. De bisschop ging hierop in en vroeg Rudolf hem te ontmoeten in het kasteel van Hardenberg. Rudolf begaf zich samen met zijn vriend Hendrik van Gravesdorp (uit Grasdorf in Bentheim) naar Hardenberg. In plaats van naar zijn rang en stand te worden ontvangen werd hij gevangengenomen, gemarteld en uiteindelijk vermoord op 25 juli 1230.
Vervolgens riep Wilbrand de Friezen op om samen met hem tegen de opstandige Drenten te vechten en dit leidde tot de Fries-Drentse oorlog in 1231-1232. Nadat het de Friezen was mislukt, lukte het Wilbrand alsnog zijn doel te bereiken en versloeg hij de Drenten een jaar later bij Peize. Naar aanleiding van de slag bij Ane ommuurde hij de burcht in Hardenberg. Uit erkentelijkheid voor de hulp bij de bouw werd Zwolle stadsrechten verleend.
Deze veldslag en de gevolgde tactiek heeft veel overeenkomsten met de Vlaamse Guldensporenslag. 
82953 
106 Anerveen, Gramsbergen, Overijssel  6.660246849060059  52.6331957254861  Anerveen is een buurtschap gelegen in de gemeente Hardenberg in de Nederlandse provincie Overijssel. Het ligt vlak bij het dorp Gramsbergen. In 1997 woonden er 160 mensen, waarvan een meerderheid man is. Bij Anerveen is een gerestaureerde beltmolen uit 1864 en een camping te vinden. De buurtschap ligt ca. 12 kilometer van de Duitse grens af.  75345 
107 Angeloerdijk, Emmen, Drenthe  6.908766  52.780790  Verder geen gegevens bekend  34295 
108 Angelsloo, Emmen, Drenthe  6.9333333  52.7833333  Angelslo is een woonwijk in de Drentse plaats Emmen.
Algemeen
De wijk is gebouwd in de jaren '60 van de twintigste eeuw.
De Statenweg verbindt de verschillende straten, welke ook nog weer allemaal een zijstraat hebben waar woonerven zijn gelegen.
In Angelslo, vlakbij het winkelcentrum, is een moskee gevestigd. Het winkelcentrum aan de Landschapslaan is geheel overdekt, er kan ook gratis geparkeerd worden. Verder kent Angelslo twee basisscholen, de O.B.S. Angelslo en C.B.S. Het Twiespan.
Ook twee hunebedden hebben hun ligging gevonden in Angelslo. Momenteel ondergaan de Boerschaplaan en zijstraten, alsmede de Kerspellaan en zijstraten een grondige renovatie in het kader van Emmen Revisited. Aan de rand van Angelslo ligt de Boermarkeweg, waaraan het Scheperziekenhuis gevestigd is met aan de overzijde het theater De Muzeval.
Geschiedenis
Tot in de jaren 60 van de vorige eeuw was Angelslo niet echt een zelfstandig functionerend dorp. Het was meer een boerennederzetting in de marke van Noord- en Zuidbarge, gelegen op een zandrug ten westen van Emmen, die twee meter hoger gelegen was dan de omliggende moerassen. Pas per 1 oktober 1938 werd Angelslo ook administratief en bestuurlijk tot Emmen gerekend. Maar Angelslo is alles behalve een jonge nederzetting. Uit de archeologisch onderzoeken ten tijde van de bouw van de wijk zijn er grondsporen van grote boerderijen uit de Bronstijd (ong. 3000 jaar geleden) gevonden. Andere tekenen van een vroege bewoning zijn de hunebedden die respectievelijk aan de huidige Fokkingeslag en Haselackers zijn gelegen. Deze twee hunebedden zijn tijdens de bouw van de wijk Angelslo opgenomen in de wijkstructuur. Dat Angelslo vroeger aan een bos gelegen moeten hebben valt af te leiden uit zijn naam. Lo of Loo is een bosrijke vlakte. Ook de huidige wijk is gelegen aan een bos. Tegenwoordig is Angelslo een wijk met ongeveer 3000 wooneenheden. Samen bieden zij ongeveer 8000 mensen een thuis. Angelslo is in de jaren zestig in rap tempo gebouwd. De toestroom van arbeiders als nieuwe inwoners dwong de stad ertoe te zorgen voor passende huisvesting. De wijk wordt ontworpen door ir. Niek de Boer, die in 1955 zijn voorganger stedenbouwkundige Z. Naber opvolgde en het plan ‘Emmen III’ van Naber verder uitwerkte (historisch-emmen, 2006). Met grote volledigheid is destijds in de wijken vormgegeven aan het ’moderne bouwen’ dat gekenmerkt wordt door platte daken. Een tweetal architecten, Th. Strikwerda en A.Oosterman heeft hun stempel gedrukt op de wijk. Zij hebben veelal de identieke woningen met platte daken ontworpen Deze vorm van bouwen leverde niet alleen kostenbesparingen op, maar bleek ook de gelijk uitziende vorm te vergroten. Behalve laagbouw met platte daken kent Angelslo verspreid langs de wijkrand 11 zogenaamde ‘egmondflat’. Verder werd rond 1975 langs de bosrand, aan het eind van elke laan een hoogbouwflat gerealiseerd. De flats waren bedoeld om de wijk te ‘omarmen’ en te voorkomen dat de laagbouw van de wijk ongemerkt ‘overloopt’ naar het bos. Er waren plannen om langs de Statenweg ook hoogbouwflats te realiseren. De gemeenteraad had hier echter moeite mee waardoor het aantal tot één hoogbouwflat aan het begin van de Landschapslaan is gebleven. Wel zijn het winkelcentrum van architect J.Sterrenberg en de belangrijkste voorzieningen als scholen, kerken, horeca, dokterspraktijken en tankstations langs de slagader van Angelslo, de Statenweg, geconcentreerd. 
34291 
109 Angeren, Bemmel, Gelderland  5.95805555555556  51.9155555555556  Angeren is een dorp gelegen aan de Nederrijn en ligt in gemeente Lingewaard. Deze gemeente ligt tussen Arnhem en Nijmegen. Angeren heeft 2847 inwoners (per 1 januari 2006). Het dorp ligt aan de N838.
In 2001 is de gemeente voormalig gemeente Bemmel samengegaan met de gemeenten Huissen en Gendt in de nieuwe gemeente Lingewaard (aanvankelijk Bemmel genoemd).
Angeren heeft veel verschillende sportmogelijkheden. Angeren heeft een voetbalvereniging (SV Angeren), Handbalvereniging (HVA Hieltjes), Jeu de Boules vereninging, Tafeltennisvereniging, judovereninging en een balletvereninging.
Angeren heeft ook nog een aantal andere activiteiten. Het kinderdorp dat jaarlijks in de grote vakantie terugkeert is elk jaar weer een groot succes. Mede dankzij de sponsors en vrijwilligers. Ook Carnaval in Angeren is volgens omstanders de beste uit de regio. De Kwaliteit en diversiteit ligt erg hoog. Verders worden er nog activiteiten georganiseerd in het dorphuis in Angeren. Deze is centraal gelegen in het dorp.
De bouw van de Betuwelijntunnel onder het Pannerdens kanaal is in Angeren begonnen, in het buurtschap de Boerenhoek. Een deel van de boor staat er nog als kunstobject. 
37440 
110 Angerlo, Gelderland  6.135520935058594  51.9966136324929  Angerlo (inwoneraantal: 5136 (2004)) is een plaats in de gemeente Zevenaar in het oosten van Nederland, in de Nederlandse provincie Gelderland. De plaats ligt aan de zuidelijke oever van de IJssel, ongeveer 2 km ten zuiden van Doesburg.
Geschiedenis
Angerlo was eeuwenlang een kerspel van Doesburg, dat houdt in dat het kerkelijk onder hetzelfde gezag viel. Ca. het jaar 1500 telde het dorp negentig huishoudens (ongeveer 350 inwoners). In 1811 werd Angerlo een zelfstandige gemeente. In 1866 kreeg het gemeentebestuur in herberg Het Wapen twee kamers ter beschikking als secretarie. In het dorp staan staat één van de twee oudste kerken van Nederland: de Nederlands Hervormde Kerk in de dorpstraat is van omstreeks 900.
Tot 1 januari 2005 was Angerlo een zelfstandige gemeente, maar werd toen samengevoegd met de gemeente Zevenaar. De nieuwe gemeente draagt ook de naam Zevenaar en heeft ruim 30.000 inwoners. De gemeente Angerlo maakte deel uit van het kaderwetgebied KAN en omvatte een gebied van 30,34 km² (waarvan 2,10 km² water). De oppervlakte van de gemeente Zevenaar is na de samenvoeging twee keer zo groot geworden. Naast Angerlo vielen ook Bahr, Bevermeer, Bingerden, Giesbeek en Lathum onder het gemeentebestuur. 
33169 
111 Anjum, Oostdongeradeel, Friesland  6.12722222222222  53.3747222222222  Anjum (Fries: Eanjum) is een hoog terpdorp in het noordoosten van de gemeente Dongeradeel, provincie Friesland (Nederland). Anjum werd gesticht omstreeks het jaar 1000, waarschijnlijk door een man genaamd Ane.
De trekpleister van Anjum is de Michaëlkerk uit 1100, deels gebouwd uit tufsteen.
Anjum was van 1913 tot 1935 eindpunt van de spoorlijn het Dokkummer lokaaltje. Het oude stationsgebouw staat er nog steeds. Later is dat bekend geworden als het horrorpension, doordat er twee moorden zijn gepleegd. 
35931 
112 Ankum, Dalfsen, Overijssel  6.242637634277344  52.52183012956389  Ankum is een klein dorp behorend tot de gemeente Dalfsen, in de Nederlandse provincie Overijssel.
In het dorp woonden op 1 januari 2008 103 mensen en er zijn twee basisscholen, een openbare en een protestants-christelijke gevestigd. Het dorp ligt vlak langs de provinciale weg van Zwolle naar Dalfsen, de N340.
Verder is er in Ankum een buurthuis waar bijna elke avond (dans)cursussen en gezelligheidsavonden worden georganiseerd. In dit buurthuis wordt sinds 1935 elke zomer een traditioneel dansfeest gehouden, wat altijd al door dezelfde familie wordt georganiseerd. Ankum heeft geen kerk. Het is een landelijk dorp. In het dorp staat een tankstation en een autodealer. Deze bedrijfjes liggen op de Ankummer Es. 
71867 
113 Anloo, Drenthe  6.697368621826172  53.04296886105308  Anloo is een dorpje in de gemeente Aa en Hunze in de Nederlandse provincie Drenthe. Het dorp is gelegen in het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa en op de rand van de Hondsrug. Op 1 januari 2007 had het dorp 370 inwoners.
Anloo is een zeer goed bewaard gebleven brinkdorp met veel monumentale Saksische boerderijen. Bezienswaardig is verder de Nederlands Hervormde Magnuskerk, een romaanse kerk die grotendeels is opgetrokken uit tufsteen. De kerk dateert uit de 11e eeuw en is daarmee een van de oudste kerken van Drenthe. Mede om de instandhouding van de kerk te kunnen bekostigen, wordt elk jaar rond 19 augustus, de feestdag van Sint-Magnus, een etstoeldag gehouden. Op deze dag wordt een 17e-eeuwse rechtszitting van de etstoel nagespeeld, waarbij het dorp geheel in de sfeer van die tijd gebracht wordt.
In Anloo zijn diverse horecagelegenheden te vinden. Daarnaast is er de openbare basisschool Anloo, die tevens een streekfunctie vervult voor de dorpen Gasteren en Anderen.
Het landschap rond Anloo wordt gedomineerd door essen, bossen en heidevelden (Landgoed Terborgh, Kniphorstbosch) en groenlanden langs de beek, het Anlooër Diepje.
Staatsbosbeheer (SBB) heeft in Anloo een informatiecentrum in de Homanshof. Hier kan men uitgebreide informatie vinden over het nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa. In de bossen ligt het pinetum Ter Borgh, een coniferenpark opgericht in 1953.
Voormalige gemeente
Tot de gemeentelijke herindeling op 1 januari 1998 was Anloo de naam van een zelfstandige gemeente, waarvan het gemeentehuis zich in Annen bevond. Naast Anloo en Annen bestond de gemeente uit de dorpen: Anderen, Annerveenschekanaal, Eext, Eexterveen, Eexterveenschekanaal, Eexterzandvoort, Gasteren, Nieuw Annerveen, Oud Annerveen, Schipborg en Spijkerboor. 
32148 
114 Anna Jacobapolder, Zeeland  4.1290998458862305  51.63919532909277  Anna Jacobapolder is een klein dorp in de gemeente Tholen, in de Nederlandse provincie Zeeland. Het dorp heeft 400 inwoners (2004). Het dorpje ligt op het "schiereiland" Sint-Philipsland.
Op 6 juli 1988 ging het veer tussen Anna Jacobapolder en de buurtschap Zijpe na 88 jaar uit de vaart. Door de aanleg van de Philipsdam was het veer overbodig geworden. 
47996 
115 Annen, Anloo, Drenthe  6.71833333333333  53.0586111111111  Annen is een dorp in het noorden van de gemeente Aa en Hunze in de Nederlandse provincie Drenthe, halverwege de dorpen Zuidlaren en Gieten, gelegen op de Hondsrug. Het dorp heeft 3707 inwoners (1 januari 2007). Tot de vorming van de gemeente Aa en Hunze was het de hoofdplaats van de voormalige gemeente Anloo.
Midden in de oude dorpskern ligt een grasbrink, wat kenmerkend is voor dorpen in de omgeving. De brink van Annen is de grootste grasbrink van Europa. Één van de hunebedden bij Annen is tegenwoordig binnen de dorpskern te vinden. 
32221 
116 Annerveen, Anloo, Drenthe  6.76055555555556  53.0886111111111  Oud Annerveen is een klein dorp in de gemeente Aa en Hunze Het ligt in het uiterste noord-westen van de gemeente. Aan de zuid-oost kant ligt het tegen Spijkerboor, in het noord-oosten grenst het aan Zuidlaarderveen. Evenwijdig aan de Dorpsstraat, iets ten zuiden van het dorp, stroomt de Hunze. Het dorp telde op 1 januari 2007 126 inwoners.
Het dorp heeft nauwelijks eigen voorzieningen. De dichtsbijzijndste basisschool is in Nieuw Annerveen.
Zie ook
* Annerveenschecompagnie,Anloo, Drenthe
* Annerveenschekanaal, Anloo, Drenthe
* Nieuw Annerveen, Anloo, Drenthe
* Oud Annerveen, Anloo, Drenthe 
32574 
117 Annerveenschecompagnie, Anloo, Drenthe  6.796473  53.080945  Een voormalig veengebied, behorend tot de marken Annen en Eext, begrensd door de Hunze aan de westzijde en door de Semslinie aan de oostzijde. Voordat in 1817 door middel van het Convenant tussen de Drentse veenmarken en de stad Groningen de afvoer van turf uit de Oostermoerse venen via het Stadskanaal geregeld werd, sloot de stad al in 1771 een overeenkomst met de marken van Annen en Eext.
Een leidende rol in de onderhandelingen speelde Lambertus Grevijlink, wiens vader het verlaat in de Hunze bij Spijkerboor pachtte. Voor de aankoop van de venen en het in exploitatie nemen van het veengebied had Lambertus Grevijlink een compagnie gevormd met enige Drentse notabelen die als geldschieters optraden. Dit werd de Annerveensche Heerencompagnie die in 1771 daadwerkelijk van start kon gaan. Het veengebied werd ontsloten door het Kielster Hoofddiep, dat op Gronings grondgebied lag, aan de Drentse zijde van de Semslinie in zuidoostelijke richting te verlengen. Dit werd het Grevijlinkskanaal, later Annerveenschekanaal genoemd. Het veengebied lag geheel westelijk van het kanaal.
De laatste twee decennia van de 18e eeuw maakte de vervening goede voortgang en werd het Anner gedeelte van het veenbezit geheel aan snee gebracht. In de 19e eeuw volgde de ontsluiting van het gedeelte in de marke van Eext. In 1810 kwam een einde aan de compagnie toen het grootste deel van goederen werd verkocht. In 1822 ontstond een nieuwe compagnie onder de naam Annerveensche Compagnie. Deze ging zich niet langer actief met de vervening zelf bemoeien, maar zich beperken tot het verkopen van veenpercelen en ondergrond, vooral in het Eexterveen, alsmede tot het onderhoud van de vaart. In 1847 werden de laatste percelen verkocht, waarmee feitelijk een einde kwam aan de compagnie. Ondanks dat de onderneming van Lambertus Grevijlink in zijn tijd als lichtend voorbeeld gold, ging het feitelijk slechts om een beperkt veengebied van ongeveer 500 ha. De turfproductie kwam nooit boven de 1000 dagwerk uit. Naar schatting hebben de Anner- en Eextervenen in een tijdsbestek van tachtig jaar in totaal ca. 50.000 dagwerk opgeleverd. M.A.W. Gerding
--------------------------------------------------------
Zie ook
* Annerveen, Anloo, Drenthe
* Annerveenschekanaal, Anloo, Drenthe
* Nieuw Annerveen, Anloo, Drenthe
* Oud Annerveen, Anloo, Drenthe
* Begraafplaats Annerveen, Annerveen, Aa & Hunze, Drenthe, Nederland
* Begraafplaatsen en grafstenen in Aa & Hunze, Drenthe, Nederland 
33199 
118 Annerveenschekanaal, Anloo, Drenthe  6.791009902954102  53.0840263929045  Annerveenschekanaal (Drents: Annerveensekenaol) is een Nederlands dorpje in het noordoosten van de Drentse gemeente Aa en Hunze, op de grens met de provincie Groningen. Op 1 januari 2007 had het 431 inwoners.
In het dorp, dat gekenmerkt wordt door boerderijen en herenhuizen, bevindt zich een Nederlands Hervormd boerderijkerkje uit 1836 en Annerzathe ,een landhuis uit 1878 in Waterstaatstijl omringd door een grote landschapstuin. Behalve de openbare basisschool De Badde zijn er geen voorzieningen meer.
Annerveenschekanaal is ontstaan als een veenkolonie. Het bestaat hoofdzakelijk uit lintbebouwing aan de oostkant van het Grevelingskanaal. Het kanaal is genoemd naar Lambartus Greijvelink, mede-eigenaar van de Annerveensche Heerencompagnie die de hoogvenen in dit gebied heeft ontgonnen. Naar hem is ook een herenhuis in het dorp vernoemd, het Greijvelinkhuis. Eind negentiende eeuw vormde het kanaal een belangrijke transportroute en was het dorp volledig ingesteld op de binnenvaart. Tegenwoordig is daar vrijwel niets meer van over. Het verstilde kanaal, met zijn kleine bruggetjes en bomenrijen aan weerskanten, biedt het dorp echter wel een pittoreske aanblik en maakt Annerveenschekanaal tot een van de meest karakteristieke veenkoloniale dorpen van Drenthe. Het kanaal is wel opgenomen in een nieuwe vaarroute die wordt aangelegd tussen het Zuidlaardermeer en Bareveld.
--------------------------------------------------------
Zie ook
* Annerveen, Anloo, Drenthe
* Annerveenschecompagnie,Anloo, Drenthe
* Nieuw Annerveen, Anloo, Drenthe
* Oud Annerveen, Anloo, Drenthe
* Begraafplaats Annerveen, Annerveen, Aa & Hunze, Drenthe, Nederland
* Begraafplaatsen en grafstenen in Aa & Hunze, Drenthe, Nederland 
33200 
119 Anreep, Assen, Drenthe  6.5848850011389  52.976388633273096  Anreep is een buurtschap gelegen ten zuid-oosten van de stad Assen en valt onder de gemeente Assen in de provincie Drenthe (Nederland).
Geschiedenis
Anreep is een oud esdorp, ontstaan in de middeleeuwen. Op schrift wordt Anreep in 1141 genoemd, waarschijnlijk bestond Anreep toen uit één boerderij. Maar er zijn bewoningssporen gevonden van ver voor de jaartelling. In 1456 zijn in Anreep 4 boerenerven bekend, in 1612 waren dat 5 erven. In het westelijk deel van de marke van Anreep ontstond in de 19e eeuw het Aardscheveld, een plaggenhuttenkolonie. Nu bestaat Anreep nog uit ca. 15 boerderijen, die overigens voor het overgrote deel geen agrarische functie meer hebben.
Ten noorden van Anreep loopt het Anreeperdiepje, de bovenloop van de Drentsche Aa. 
65569 
120 Ansen, Ruinen, Drenthe  6.333446502685547  52.78273769849248  Ansen (Nedersaksisch: Aansen) is een klein dorp tussen Dwingeloo en Ruinen in de Nederlandse provincie Drenthe. Ansen heeft ongeveer 220 inwoners. Het behoort samen met tientallen andere plaatsen, dorpen en gehuchten, onder andere Alteveer, Koekange, Ruinerwold, Veeningen en Zuidwolde, tot de gemeente De Wolden.
Ansen heeft een basisschool, restaurant (Theehuys Anserdennen), beeldhouwatelier en kampeermogelijkheden. De dorpswinkel is rond 1997 opgeheven. Wel komt er in Ansen een bus van Connexxion 
65485 
121 Apeldoorn, Gelderland  5.964622  52.216314  CHAN
DATE 10 Jun 2013 
32267 
122 Aperloo, Doornspijk, Overijssel  5.85970401763916  52.42577068339305  Aperloo is een buurtschap in de Nederlandse gemeente Elburg, gelegen in de provincie Gelderland. Het ligt tussen 't Harde en Hoge Enk. Aperloo is een cirkelvormig gebied met een diameter van ca anderhalve kilometer. Het centrum wordt gevormd door de boerderij. Aan de ronde vorm is te zien dat dit gebied al zeer vroeg in cultuur gebracht was. Rechte lijnen in het landschap duiden op de ontginningen waar op de Noordwest-Veluwe vermoedelijk al in de 12e eeuw een begin mee is gemaakt.
In 1837 ontdekte H.R. Sneller in Aperloo op ongeveer een meter onder de grond een stuk weg geplaveid met keistenen. Deze stenen kon hij goed gebruiken voor zijn eigen woning. Tijdens het verslepen viel zijn oog op een merkwaardige steen met twee gaten erin. Men vermoedde dat het om een Voor-Romeinse molensteen ging. In hetzelfde gebied werd ook een middeleeuwse wijnkan gevonden.
In Aperloo is in het jaar 1521 een veldslag uitgevochten. Een Overijssels legertje was bij het Katerveer overgestoken. Het stroopte de Veluwe af tot aan de Hierdense Beek bij Harderwijk. Met rijke buit werd de terugtocht ingezet. De feestvreugde over deze geslaagde operatie werd wreed verstoord door een Gelders leger bestaande uit 300 ruiters en 1800 man voetvolk. De nederlaag in de velden van Aperloo was verpletterend. Twee koperen kanonnen werden naar Elburg gesleept. Ter nagedachtenis aan deze gedenkwaardige veldslag stonden ze tweehonderd jaar in het stadhuis opgesteld. Daarna zijn ze verkocht voor oud metaal. 
87589 
123 Appel, Nijkerk, Gelderland  5.5414170026779175  52.18681966044994  Appel is een buurtschap in de gemeente Nijkerk, in de Nederlandse provincie Gelderland. Het ligt tegen de grens van de gemeente Barneveld, 3 kilometer ten oosten van het dorp Zwartebroek. Het bestaat uit een aantal boerderijen, omringd door weilanden en bossen.
Samen met de omgeving, waaronder de buurtschap 't Woud en het gebied Prinsenkamp, heeft het 1700 inwoners (2004).
Vroeger passeerde het Kippenlijntje (een lokale spoorlijn) de buurtschap, maar het deel van deze lijn langs Appel werd in 1937 buiten dienst gesteld.
Ook is Appel bekend om zijn pittoreske boerderijen, vaak karakteristiek voor de Veluwe. Ondanks dat de boerderijen ver uit elkaar staan, kan men toch spreken van een hechte gemeenschap.
In Appel staat langs de Barneveldseweg op nummer 178 de in 1888 gebouwde en in 2006 volledig gerestaureerde korenmolen De Hoop. 
78200 
124 Appelscha, Ooststellingwerf, Friesland  6.35  52.9547222222222  Appelscha (Stellingwerfs: Appelsche) is een dorp in de gemeente Ooststellingwerf, provincie Friesland (Nederland), met 4953 inwoners (1 januari 2006).
Geschiedenis
Appelscha wordt voor het eerst in 1247 als Appels vermeld in de boeken van het Aartsbisdom Utrecht. Het bestond eeuwen lang slechts uit een klein aantal boerderijen rond de Boerenstreek, en de buurtschappen Aekinga, Terwisscha en De Bult. Het esdorp lag ingeklemd tussen droge zandige heide en nat veen, toen nog de Appelschaster- en Fochteloër venen genaamd. Rond 1450 werden leidijken aangelegd om het zure lekwater afkomstig van het veen uit de akkers te weren.
Vanaf 1827 breidt het dorp met de komst van duizenden Friese arbeiders ten behoeve van de turfwinning uit, en ontstaat het huidige dorp. De sociale omstandigheden zijn echter zeer slecht, en tegen de tijd dat turf veel minder is gaan opbrengen dan steenkool breekt er in 1888 onder de veenarbeiders een grote staking uit. Dit is het begin van georganiseerde stakingen in Nederland. 
32498 
125 Appeltern, Gelderland  5.585  51.8322222222222  Appeltern is een dorp in het Land van Maas en Waal met circa 800 inwoners, behorend tot de Gelderse gemeente West Maas en Waal. Het ligt aan de Maas, tussen Batenburg (gemeente Wijchen) en Maasbommel. Het dorp heeft een veerverbinding met het Noord-Brabantse Megen.
Appeltern is vooral bekend vanwege zijn omvangrijke modeltuinencomplex De Tuinen van Appeltern, dat jaarlijks vele tienduizenden bezoekers krijgt.
Aan de oostkant van het dorp bevindt zich het stoomgemaal De Tuut, dat te bezichtigen is. Ernaast staat een elektrisch gemaal, dat de Nieuwe Wetering tegenwoordig bemaalt en daarmee het zuidoostelijke gedeelte van het Land van Maas en Waal droog houdt.
Van het kasteel van Appeltern resteren alleen nog bijgebouwen. De bekendste bewoner was de patriot Joan Derk van der Capellen tot den Pol, tot leven gewekt in de roman Schaduwbeeld of Het geheim van Appeltern (1989) van Hella Haasse.
Aan de Maasdijk staat de neogotische St.Servatiuskerk. Aan de veel onopvallender protestantse kerk ernaast zijn middeleeuwse elementen zichtbaar.
Ook is er in Appeltern de Gouden Ham (voorheen de Megense Ham), het is een soort strandje waar je lekker kunt zonnen, als het weer het toelaat. 
32691 
126 Appingedam, Groningen  6.858386993408203  53.32300423278852  Appingedam (Gronings: n Daam, inwoners per 1 juli 2006: 12.240, bron: CBS) is een stad en gemeente in het noorden van Nederland, in de provincie Groningen. De gemeente beslaat een oppervlakte van 24,62 km² (waarvan 0,79 km² water).
Het stadje Appingedam, gelegen aan het Damsterdiep, is de hoofdstad van het Ommeland (historisch gewest) Fivelingo. Het is tezamen met de stad Groningen een van de twee steden met historische stadsrechten in de provincie.
Geschiedenis
De stad Appingedam is, naast Groningen, één van de 2 middeleeuwse steden die de provincie Groningen rijk is. Over de precieze ouderdom en het ontstaan van de naam bestaat geen zekerheid. De stad ontstond omstreeks 1200 rond de Delf, het latere Damsterdiep. De naam is mogelijk ontleend aan een dam in de rivier de Appe of Apt. Bij de kruising van de Apt en de Delf ontstond een nederzetting van schippers, koop-en ambachtslieden. In een document uit 1224 is voor het eerst sprake van de plaatsnaam Appingedam.
Door de gunstige ligging aan de Delf, die een open verbinding met de zee vormde, groeide de nederzetting in korte tijd uit tot een belangrijk handels- en marktcentrum. Appingedam werd de hoofdplaats van het Friese gewest Fivelingo. Aan de kaden van de Delf werden binnengelopen zeeschepen afgemeerd en losten en laadden schippers hun vracht. Vervolgens werden de goederen opgeslagen en verhandeld. Handel werd gedreven met Noord-Duitsland en het Oostzee-gebied, Scandinavië en Westfalen. Bij de Wezertol van Bremen golden gunstige uitzonderingstarieven voor Damster schepen. Appingedam was een belangrijk regionaal marktcentrum.
Appingedam had in de Middeleeuwen niet alleen in economisch, maar ook in juridisch en bestuurlijk opzicht een centrumfunctie. Al in de 13e eeuw vergaderden hier de redgers van het Friese gewest Fivelingo. De zelfstandigheid van rechtspraak en bestuur werd bevestigd in 1327. In dat jaar erkenden de vertegenwoordigers van de Zeven Friese Zeelanden, verenigd in het verbond van de Opstalboom, de al van oudsher in Appingedam bestaande rechten en gewoonten en leggen deze vast in het stadsprivilege van Appingedam, de buurbrief. De voertaal in Appingedam was in de middeleeuwen Fries. Dit blijkt ook uit overgeleverde Oudfriese wetsteksten. Het Fries werd als gevolg van de Hanzehandel en de invloed van de stad Groningen aan het einde van de middeleeuwen verdrongen door het Gronings/Sakisch. Hoewel Appingedam sedert de 16e eeuw in economisch opzicht geleidelijk aan achteruit ging, ontstond er tijdelijk een opleving rond 1630, als het raadhuis gebouwd wordt en rond 1760 als veel gevels, vooral in de Solwerderstraat, worden vernieuwd. Aan het eind van de 18e eeuw worden toch nog altijd zo'n 50 zeeschepen per jaar bevracht en worden regelmatig vaste beurtdiensten onderhouden op Sneek, Amsterdam en Leer.
Langs het Damsterdiep stonden steen- en pannenbakkerijen, kalkovens en scheepswerven. Wind- en rosmolens zorgden voor het malen van graan en boekweit het persen van olie en het zagen van hout. Bovendien telde de stad maar liefst 6 bierbrouwerijen, 2 jeneverstokerijen, enkele leerlooierijen, weverijen, garentwijnderijen, een zeepziederij, een lijmziederij, een azijnmakerij en een zoutkeet.
Aan het einde van de 19e eeuw bloeide de Damster economie weer wat op. Appingedam maakte vooral naam met de veemarkten, waarvan de paardenmarkt de belangrijkste was. In 1884 kreeg de stad aansluiting op de nieuwe spoorlijn Groningen-Delfzijl. Het vervoer over water nam hierdoor in belangrijkheid af. Aan het begin van de 20e eeuw ontwikkelde Appingedam zich meer en meer tot het industriële centrum vanFivelingo. In 1870 introduceerde C. Roggenkamp de eerste stoommachine in Appingedam en richtte hij de eerste stoomtimmerfabriek van Nederland op, de 'Molly'.
Appingedam kreeg onder andere een zuivelfabriek, een vlasfabriek, een strokartonfabriek en een gasfabriek. De Machinefabriek van Ter Borg & Mensinga kreeg wereldfaam en de metaalgieterij van Jan Brons produceerde de Bronsmotor, een scheepsmotor die over de hele wereld werd verkocht.
Thans staat op de hoek van de Kniestraat en de Dijkstraat, als een soort industrieel monument, de reusachtige krukas van zo'n Bronsmotor.
Sinds 1945 heeft Appingedam zich vooral ontwikkeld tot regionaal verzorgingscentrum, zowel in bestuurlijk opzicht als op het gebied van het onderwijs en de winkelvoorzieningen. Eind zeventiger jaren, begin tachtiger jaren komt daar de ontwikkeling tot toeristisch centrum voor de noord-oostelijke hoek van de provincie Groningen bij. 
32777 
127 Arcen en Velden, Limburg  6.18027777777778  51.4419444444444  Arcen en Velden is een gemeente in Limburg (Nederland). De gemeente telt 8.788 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 42,03 km² (waarvan 1,07 km² water).
De gemeenten Arcen en Velden behoorden bij het Overkwartier van Gelre of Spaans Opper-Gelre. Tijdens de Spaanse Successieoorlog werd het gebied door Pruisische troepen bezet, en zo bleef het als deel van Pruisisch Opper-Gelre ongeveer een eeuw lang Duits (tot 1814). 
36072 
128 Arcen, Limburg  6.18138888888889  51.4772222222222  Arcen is een vestingstadje, en vormt één van de kernen van de gemeente Arcen en Velden in Limburg, zo'n 12 kilometer boven Venlo.
Langs de Maas wordt gebaggerd voor de winning van zilverzand. Hierdoor zijn enkele meren ontstaan. Naast een thermaalbad, een bungalowpark en de zogeheten "Kasteeltuinen" van Kasteel Arcen trekt Arcen ook toeristen door de plaatselijke bierbrouwerij, waar Hertog Jan gebrouwen wordt. Monumentale gebouwen zijn verder de kerk, ontworpen door H.W. Valk, en het gemeentehuis naar ontwerp van A.J. Kropholler. Momenteel zijn de Kasteeltuinen helaas failliet.
Geschiedenis
Arcen behoorde bij het Overkwartier van Gelre of Spaans Opper-Gelre. Tijdens de Spaanse Successieoorlog werd het door Pruisische troepen bezet, en zo bleef het als deel van Pruisisch Opper-Gelre ongeveer een eeuw lang Duits (tot 1814). 
35695 
129 Archem, Ambt Ommen, Overijssel  6.439238845230079  52.47605561538435  Archem is een oude buurtschap in de gemeente Ommen in de Nederlandse provincie Overijssel. De buurtschap ligt op ongeveer 20 kilometer ten noordwesten van Almelo, en ligt ten zuiden van Ommen, langs de weg tussen Ommen en Lemele. Archem wordt traditioneel gekenmerkt door zijn hallenhuisboerderijen, een es op de flanken van de Archemerberg, heide op de hogere delen van de berg en weidegronden langs de Regge. Ook is er een havezate in de buurtschap aanwezig.
Archem telt ongeveer 90 inwoners. 
98187 
130 Arensgenhout, Hulsberg, Limburg  5.840615  50.888719  Arensgenhout is een gehucht dat deel uitmaakt van de gemeente Nuth.
Arensgenhout heeft een buurtvereniging en een fanfare (St. Clemens) en je kan er mooi wandelen.
Arensgenhout en het nog kleinere aangrenzende gehucht Kleingenhout tellen samen 181 woningen. Beide buurtschappen grenzen aan de kernen Schimmert en Hulsberg. Al deze plaatsen vallen bestuurlijk onder de gemeente Nuth. Daarnaast grenzen beide buurtschappen aan de bekende toeristenplaats Valkenburg aan de Geul. Werd bij de gemeentelijke herindeling in 1982, toen Arensgenhout en Kleingenhout deel uitmaakten van de gemeente groot Hulsberg, de A 79 als grens gehanteerd, hier gebeurde dat niet. De Sittarderweg en Ravensbos behoren toe aan de gemeente Valkenburg aan de Geul. Beide wegen, die in het verlengde van elkaar liggen, vormen de grens. Niet alleen de grens tussen Arensgenhout en Kleingenhout met Valkenburg aan de Geul. Maar ook de grens tussen de Oostelijke Mijnstreek (Parkstad) en het Heuvelland. Daarnaast scheidt de Nuther kern Schimmert de beide buurschappen van de Westelijke Mijnstreek. Arensgenhout en Kleingenhout liggen in het groene hart tussen de stedelijke gebieden Sittard, Heerlen en Maastricht. Drie steden die op circa 15 kilometer van de beide buurtschappen verwijderd liggen.
De naam Arensgenhout is afgeleid uit de woorden Aren (Aeren) en Hout. Aren betekent graan en Hout duidt op een bos. Arens Genhout, Aerensgenhout zijn historische benamingen voor wat nu Arensgenhout is. Uit de benaming leiden wij af dat Arensgenhout is ontstaan op een plek waar een bos werd gerooid om er vervolgens te kunnen ploegen en waarop enkele boerderijen werden gebouwd om graan te oogsten. De naam maakt dan ook duidelijk dat Arensgenhout van oorsprong een agrarische gemeenschap was. Eind eerste helft van de vorige eeuw werden een aantal boerderijen al verbouwd tot woonhuis. In het begin van de tweede helft van de vorige eeuw (tussen 1960 en 1975) had de toen opkomende (macro) economische ontwikkelingen een enorme invloed op beide buurtschappen. Van de drie kroegen verdwenen er twee en ook de laatste kruidenierswinkel sloot de deuren. In het laatste kwartaal van de vorige eeuw, door de aanleg van twee nieuwe straten, in 1975 Kleingenhoutersteeg en Burg. Kerckhoffsstraat en Achter de Smidse in 1980, veranderde het beeld van Arensgenhout drastisch van een agrarische in een forensen gemeenschap. 
37045 
131 Armweide, Ruinen, Drenthe  6.3167524337768555  52.767804740829575  Armweide is een buurtschap in de gemeente De Wolden, provincie Drenthe (Nederland). De buurtschap is gelegen ten noordoosten van Ruinen en ten zuiden van Ansen.  149451 
132 Arnemuiden, Zeeland  3.67277777777778  51.5033333333333  Arnemuiden (Zeeuws: Erremu) is een Nederlandse plaats in de gemeente Middelburg van de provincie Zeeland en ligt in de regio (en op het voormalig eiland) Walcheren. De plaats heeft 4790 inwoners (CBS, 2005).
Arnemuiden is onder andere bekend als een van de plaatsen in Nederland waar tot op heden de klederdracht nog wel (en niet alleen op hoogtijdagen) gedragen wordt. Bekend is ook het liedje "De klok van Arnemuiden", dit gaat over de klokken van de Arnemuidse kerk op de markt. Arnemuiden is een zeer gesloten, overwegend zwaar gereformeerde, gemeenschap en heeft vanouds de visserij als voornaamste bron van inkomsten, al noodzaakten de Deltawerken en verscheidene polders de vissersvloot om naar Vlissingen uit te wijken.
Arnemuiden vormde tot 1997 een zelfstandige gemeente en omvatte toen ook het dorp Kleverskerke. De plaats heeft een station aan de Zeeuwse Lijn, de spoorlijn van Roosendaal naar Vlissingen. 
36011 
133 Arnhem, Gelderland  5.91666666666667  51.9833333333333  CHAN
DATE 09 Jun 2013 
32083 
134 Arriën, Ommen, Overijssel  6.449103355407715  52.52677028601776  Arriën is een buurtschap in de gemeente Ommen (provincie Overijssel). De buurtschap ligt ten oosten van de stad Ommen aan de Overijsselse Vecht (Z) en aan de rijksweg 34. Het heeft 422 inwoners in 2004.
Arriën is van oorsprong een esdorp. Op de kaart uit 1915 is goed te zien dat de akkercomplexen op de hoger gelegen es tussen de Vecht en het dorp liggen. De lagere marsgronden bij de Vecht zijn graslanden. Ten noorden van het dorp ligt het Arriërveld, een uitgestrekt heideveld dat tot de gemeenschappelijke gronden (marke) van Arriën behoorde. Deze gronden waren aan de noordzijde, aan de Drentse kant, niet duidelijk begrensd. Voor de boeren aan de Drentse kant, uit Zuidwolde, goldt hetzelfde. Ze liepen ongeveer tot zover het zicht reikte. De heidevelden zijn in de eerste helft van de twintigste eeuw ontgonnen en op de es wordt anno 2004 ook veeteelt bedreven. 
54 
135 Arum, Wonseradeel, Friesland  5.47527777777778  53.1297222222222  rum is een dorp in de gemeente Wonseradeel. Het ligt in het westen van de Nederlandse provincie Friesland, en heeft ongeveer 1000 inwoners.
Geschiedenis
Op 4 Juli 1380 werd nabij Arum een veldslag geleverd tussen de monniken van Ludingakerk en die van Oldeklooster, waarbij in totaal meer dan 130 man sneuvelden. De edelen Sicke Gratinga en Gale Hania, zwaar gewond, werden naar Ludingakerk teruggevoerd. Hania zou overlijden aan zijn verwondingen. 
35561 
136 Asch, Buren, Gelderland  5.311589241027832  51.93058861452152  Asch is een dorp in het oude Graafschap Buren dat sinds 1811 behoort tot de gemeente Buren in de Nederlandse provincie Gelderland.
De oudste vermelding komt voor in een 13e eeuws afschrift van een oorkonde uit 889. Daarin staat "Aske mansam". Honderd procent zekerheid dat het hier Asch bij Buren betreft is er niet. Het kan ook een gelijknamige, geheel verdwenen plaats geweest zijn, in de buurt van Heemskerk.
In het oud Germaans is Asch afgeleid van aske, welk woord staat voor een boomsoort, de es. In ruimere zin betekende het woord een speer van essenhout gemaakt. Wellicht dat dus de naam is afgeleid van een vroeger op deze plaats gelegen essenbos. Vooralsnog is geen betere verklaring gevonden waarom deze naam aan het huidige dorp is gegeven. 
71288 
137 Asingaborg, Ulrum, Groningen  6.335919499397278  53.35635027459569  De Asingaborg was een borg in Ulrum gebouwd rond de 15e eeuw. In 1809 is de borg gesloopt.
De borg is bewoond door de families Asinga, Hillebrandes, Lewens, Lewe en Von Inn- und Kniphausen. 
82782 
138 Asperen, Lingewaal, Gelderland  5.10666666666667  51.8813888888889  Asperen is een stadje in de Gelderse gemeente Lingewaal met ongeveer 3.100 inwoners. Het ligt in de Betuwe tegen Leerdam (Zuid-Holland) aan. Tot 1986 was Asperen een zelfstandige gemeente, die tot Zuid-Holland behoorde.
Asperen heeft twee kerken; een Nederlands-Hervormde en een Gereformeerde kerk.
Asperen vierde in 1983 zijn duizendjarig bestaan. Omstreeks 1314 kreeg het stadsrechten. 
42 
139 Assel, Apeldoorn, Gelderland  5.837003576721145  52.2002347432213  Assel is een gehucht in de gemeente Apeldoorn in de Nederlandse provincie Gelderland. Het wordt door het Kroondomein gescheiden van het dorp Hoog Soeren, ligt op 2 kilometer van Radio Kootwijk en ongeveer 10 kilometer ten noordwesten van Apeldoorn. Assel is een gehucht van 12 woningen, een natuurbegraafplaats met een kapel (de Heilige-Geestkapel), een natuurcamping, een uitspanning (deze wordt in de zomer veel bezocht door bezoekers van de Asselse Heide, een natuurgebied waar men, vooral tegen de avond, veel wild kan zien) en een huifkarverhuurbedrijf. Voorheen stond Assel ook bekend vanwege de ijzerwinning. De grond zit vol (ijzer-)slakken.
Assel had sinds 1876 een eigen treinhalte: halte Assel. Het station werd onder meer gebruikt door koning Willem III en later door prins Hendrik, die vandaar naar het Aardhuis konden reizen, een jachtchalet in het Kroondomein dat in 1861 voor Willem III gebouwd werd.
Tijdens de bouw van het zendstation Radio Kootwijk, gestart in 1918, werd er van Assel naar Radio Kootwijk een speciaal enkelbaans spoorlijntje aangelegd voor het vervoer van bouwmaterialen.
Assel heeft tegenwoordig geen aansluiting meer op het openbaar vervoer, al wordt het gehucht wel doorkruist door de spoorlijn Amsterdam - Apeldoorn, tot aan Zutphen Oosterspoorweg genoemd.
Te Assel bevindt zich ook het Don Bosco Centrum, voorheen de Mariahoeve. Dit centrum biedt ruimte voor bezinning, vorming en ontspanning aan jongeren en aan volwassenen die zich inzetten voor het jongerenwerk. Het centrum wordt geleid door paters Salesianen, de kloosterorde van Don Bosco (s.d.b.). Een aantal Salesianen vormen hier een communiteit. Bij het centrum liggen akkers, die binnen de bosrijke omgeving een landbouwenclave vormen. 
131556 
140 Asselt, Swalmen, Limburg  6.01277777777778  51.2261111111111  Asselt, tot 2007 onderdeel van de voormalige gemeente Swalmen, is een kerkdorp binnen de Nederlandse gemeente Roermond, provincie Limburg (Nederland). Het plaatsje ligt aan de Maas. Er wonen circa 180 mensen. Het is vooral bekend om zijn hooggelegen, oeroude en mooie kerkje. Exterieur en interieur daarvan zijn bezienswaardig, maar vooral de ligging op een heuvel, en bovendien aan een rivier, is in Nederland zeer uitzonderlijk.
Geschiedenis
Asselt (Frankische naam: Aslao, Aschlo, Ascloha, of Ascaloha) was in de Karolingische tijd (8e tot 11e eeuw) een Frankisch kroondomein en koningshof (villa, vroenhof, curtis) en fungeerde alszodanig ook als palts, een plaats waar de voorraden van vorsten werden verzameld en waar recht gesproken werd. De Noormannen meerden hier aan en beroofden vanuit de palts Asselt vele steden in de wijde omtrek.
Vanaf omstreeks 1100 was Asselt een heerlijkheid met een tol op de Maas, waarvan de heren zich rond 1200 'Van Asselt' noemden. De eerste meer bekende heer was Rutger van Asselt (1275), leenman zowel van het Graafschap Gelre als van het Graafschap Loon. In 1695 gingen de heerlijkheid Asselt en de Asselterhof (curtis van Asselt) op in de heerlijkheid Swalmen.
Kerk
De rooms-katholieke kerk van Sint-Dionysius de Areopagiet werd in de 11e eeuw gebouwd op een heuvel aan de Maas, waar eerder een fort had gestaan. Deze kerk werd grotendeels gebouwd met stenen afkomstig van Romeinse gebouwen. Van de oorspronkelijke romaanse kerk resteren nog het schip en het koor. De oorspronkelijke westtoren stortte in de 16e eeuw eeuw in en werd hierna vervangen door een nieuwe bakstenen toren, die nu aan de oostzijde werd gebouwd. In 1916-1918 werd de kerk gerestaureerd en vergroot door P.J.H. Cuypers. In de kerk staat een doopvont in romaanse stijl.
Museum Asselt
Tegenover het kerkje bevindt zich een folkloristisch (thans: cultuurhistorisch) en oudheidkundig museum. De grondslag van het museum werd gelegd in 1927 door pastoor Pinckers en koster Piet Loven, die toen begonnen met het verzamelen van vele voorwerpen. Niet alleen in Asselt, maar in heel Midden-Limburg ging de koster de voorwerpen ophalen. De collectie werd tentoongesteld in het bakhuis van de boerderij tegenover de kerk. De oude bakoven daar is nog aanwezig en is geconserveerd. Later vonden uitbreidingen van de museumruimte plaats. Naast gebruiksvoorwerpen van regionaal-volkskundige aard (in het voormalige bakhuis en in de kelder) bezit het museum een deelcollectie oudheidkundige voorwerpen:
* op de bovenverdieping: bijlen en speerpunten uit het stenen tijdperk, mammoet-tanden, schelpdieren uit de krijttijd, stofstempels en beelden.
* in het voormalige koetshuis: Romeins aardewerk, een wapenverzameling, voorraadkannen en kruiken. 
48 
141 Assen, Drenthe  6.562099456787109  53.00209945515253  Assen (Drents: As'n) is een gemeente en stad in het noorden van de Nederlandse provincie Drenthe, waarvan het de hoofdstad is.
De oppervlakte van de gemeente is 83,5 km². Op 28 augustus 2007 werd de 65.000e inwoner geboren. Een inwoner van Assen wordt een Assenaar genoemd. Assen maakt samen met onder meer Groningen deel uit van de regiovisie Groningen-Assen
Kernen
De stad Assen ligt in een esdorpenlandschap. De gemeente omvat behalve de stad Assen, de dorpen Witten, Loon, Rhee, Ter Aard, Ubbena, een gedeelte van Vries, Zeijerveen en Zeijerveld. Daarnaast horen de buurtschappen Anreep, De Haar, Schieven en Graswijk bij de Gemeente Assen.
Geschiedenis
In 1258 werd het nonnenklooster Sancta Maria de Campe of Mariënkamp verplaatst van Coevorden naar een dekzandrug op de plek waar nu het centrum van Assen ligt. Het grootste deel van de toen gegraven singels is later gedempt, maar de huidige straatnamen (Gedempte Singel, Noordersingel, Oostersingel en Zuidersingel) herinneren er nog aan. Het klooster werd in 1602 opgeheven, waarna het hoofdgebouw in gebruik werd genomen als vergaderplaats voor onder meer het College van Gedeputeerden. Later in de 17e eeuw ontstond er een echte nederzetting binnen de singels, ongeveer een cirkel met een doorsnede van 300 m. Pas laat in de 18e eeuw werd Assen uitgebreid tot buiten dit gebied. Het voorheen vrij onaanzienlijke Assen werd pas rond die tijd een aantrekkelijke woonplaats voor de welgestelden in de provincie. Voorbeelden van opmerkelijke woonhuizen zijn Huize Overcingel en het Witte Huis.
In opdracht van Lodewijk Napoleon, die Assen als zomerresidentie koos, werd het in 1807 een zelfstandige gemeente en in 1809 een stad. Daarmee is het één van de jongste steden met stadsrechten in Nederland. Het grootse stedenbouwkundige plan dat hij liet maken door de Italiaanse architect Carlo Giovanni Francesco Giudici bleef nagenoeg onuitgevoerd. In 1814 werd Assen hoofdstad van Drenthe.
In de prille ochtend van maandag 11 december 1944 werd een gewapende overval gepleegd op het Huis van Bewaring in Assen. De overval werd uitgevoerd door 11 mannen en 1 vrouw, ze bevrijdden uiteindelijk 29 gevangenen. De overvallers en een deel van de bevrijde gevangenen waren jongeren die behoorden tot de Knok Ploeg Noord Drenthe.
Woonwijken
De laatste 100 jaar is de ontwikkeling van Assen in een stroomversnelling geraakt. In de periode voor de Tweede Wereldoorlog groeide de werkgelenheid en daarmee het inwonertal tot ongeveer 22.000 mensen. Na de oorlog verdubbelde dat aantal.
Na de Tweede Wereldoorlog werd een aantal grote woonwijken gebouwd. Assen heeft negen woonwijken, die soms weer zijn opgedeeld in buurten. Het oudste is het centrum, waarna “over het spoor” Assen-Oost werd gebouwd, dat in de volksmond ook wel Vredeveld wordt genoemd. Deze wijk is vanuit het verleden op te splitsen in verschillende buurten, zoals het Rode, Blauwe en Witte dorp, de Schildersbuurt, Amelterhout en de villawijken Sluisdennen, Vreebergen en Houtlaan. In Assen-Oost wordt een nieuwe woonbuurt ingericht, Park Diepstroeten, op het voormalige terrein van de stichting Hendrik van Boeijenoord.
De tweede uitbreiding in Assen zijn de wijken de Lariks en Noorderpark, vervolgens werden Vredeveld en Noorderpark vergroot en werd de wijk Pittelo gebouwd. Begin jaren '70 kwam de wijk Assen-West tot stand; deze bestaat uit de buurten Baggelhuizen, Kortbossen en Westerpark. In de jaren '80 en '90 werden Peelo en Marsdijk gebouwd.
Kloosterveen is de nieuwste woonwijk van Assen. In de wijk komen in totaal ongeveer 6.500 woningen te staan en is zo opgezet dat alle woonstijlen van de twintigste eeuw er in terug te vinden zijn. In het hart van Kloosterveen wordt een compleet voorzieningencentrum gebouwd, genaamd ‘Kloosterveste’. Assen heeft nu, als snelst groeiende stad van het noorden, ongeveer 67.000 inwoners. Naar verwachting neemt dit aantal de komende jaren verder toe tot 80.000 in 2030.
Stadsdelen
De wijken/stadsdelen met inwonersaantal per januari 2010
Centrum Assen (5.400)
Assen-Oost (7.800)
de Lariks (5.700)
Noorderpark (8.600)
Pittelo (3.800)
Baggelhuizen (?)
Assen-West (4.100)
Peelo (6.900)
Marsdijk (12.900)
Kloosterveen (10.200+)
Bedrijventerreinen:
Messchenveld
Peelerpark
Marsdijk 
76947 
142 Asten, Noord-Brabant  5.74722222222222  51.4030555555556  Asten (Brabants: Ááste)is een plaats en gemeente in de provincie Noord-Brabant. De gemeente telt 16.375 inwoners op 1 januari 2007. (bron: www.asten.nl) en heeft een oppervlakte van 70,40 km². De gemeente Asten maakt deel uit van het kaderwetgebied SRE. Hoofdkern is het dorp Asten, met 13.001 inwoners. Op het grondgebied van de gemeente Asten ligt een groot deel van het nationaal park de Grote Peel, een hoogveengebied. Bezienswaardig is de neogotische kerk O.L. Vrouwe Presentatie uit 1896-1898 naar ontwerp van Caspar Franssen. In het dorp Ommel staat een kerk, gebouwd na de Tweede Wereldoorlog, dat dienst doet als bedevaartsoord voor Maria. Het in 1940 gebouwde gemeentehuis werd ontworpen door A.J. Kropholler. Asten heeft een goed en uitgebreid winkelbestand, dat het afgelopen jaar is uitgebreid met het woonwinkelcomplex `Het Kompas´ en de komende jaren nog wordt uitgebreid met het vernieuwde Midaswinkelcentrum. De voetbalclub in Asten is NWC, afgeleid van NOAD Wilhelmina Combinatie. Zij spelen in het seizoen 2006/2007 in de 2e klasse. Per openbaar vervoer is Asten bereikbaar vanuit zowel Eindhoven als Helmond met Hermes lijn 20, die vanuit beide plaatsen om het half uur rijdt (in de spits 4 keer per uur vanuit Eindhoven). Het dorp Asten ligt zo'n 10 kilometer verwijderd van Helmond en 20 kilometer van Eindhoven.
In Asten bevindt zich de Koninklijke Klokkengieterij Eijsbouts. In 1993 is daar de voormalig grootste klok ter wereld gegoten. Deze klok was een geschenk van de Britse koningin Elizabeth II aan Nieuw-Zeeland. Toen is Asten tot klokkendorp uitgeroepen. In 2006 is door de Koninklijke Eijsbouts opnieuw de grootste klok ter wereld gegoten, 36.000 kilogram zwaar met een klepel van 1.500 kilogram. Deze klok is bestemd voor een Japanse ondernemer die daar een van zijn vakantieparken mee wil sieren. Naast Koninklijke Eijsbouts bevindt zich ook het Nationaal Beiaardmuseum in het Peeldorp. Asten afficheert zich graag als Klokkendorp. Om die status te onderstrepen wordt jaarlijks de manifestatie Asten Klinkt Als Een Klok georganiseerd. In 2007 vindt die plaats in het weekend van 12 en 13 mei. 
32638 
143 Augsbuurt, Kollumerland, Friesland  6.163523197174072  53.2661498093796  Augsbuurt (vroeger: Lutjewoude, Fries: Lytsewâld) is het kleinste dorp van de gemeente Kollumerland en Nieuwkruisland, provincie Friesland (Nederland).
Augsbuurt ligt aan de Stroobossertrekvaart tussen Kollum en Stroobos. Het dorp wordt gekenmerkt door de kerk die is gebouwd in 1782. Deze doet nu dienst als muziekkapel voor streekmuziekschool De Wâldsang. Het is een eenvoudig bakstenen gebouw met een nieuwe toren (1917). De kerk is eigendom van de Stichting Alde Fryske Tsjerken. Gedurende het winterseizoen zijn er muziekuitvoeringen. 
63484 
144 Augustinusga, Achtkarspelen, Friesland  6.162540  53.217890  Augustinusga (Fries: Stynsgea) is een dorp in de gemeente Achtkarspelen.
Het ligt in het oosten van de provincie Friesland (Nederland), 10 kilometer ten noorden van Drachten. Het dorp telt 1346 inwoners (1 jan. 2006). 
32559 
145 Avereest, Overijssel  6.3666667  52.6166667  Avereest was een voormalig zelfstandige gemeente het noord-oosten van de streek Salland in de provincie Overijssel die bestond uit Balkbrug, Dedemsvaart en Oud Avereest. Het gemeentekantoor was gevestigd aan de Hoofdvaart in Dedemsvaart, vanwaar de gemeente werd bestuurd. Door de gemeentelijke herindeling bij Koninklijk Besluit van 29 juni 2000, zijn alle dorpen gaan behoren tot de gemeente Hardenberg.
Partnergemeente van Avereest was Bad Rothenfelde in Nedersaksen in Duitsland. 
32970 
146 Averlanckhorst, Staphorst, Overijssel  6.250692  52.660144  Een voormalig gehucht in de gemeente Staphorst  35360 
147 Axel, Terneuzen, Zeeland  3.90888888888889  51.2655555555556  Axel is een stad in Zeeuws-Vlaanderen, behorend tot de gemeente Terneuzen. De stad telde in 2007 8149 inwoners en is hiermee de zesde plaats van de provincie Zeeland. Tot de gemeentelijke herindeling van 2003 was Axel een zelfstandige gemeente. In 1970 werd de gemeente Axel uitgebreid met de gemeenten Koewacht, Overslag en Zuiddorpe en delen van Sint Jansteen, Vogelwaarde en Westdorpe. De voormalige gemeente had een oppervakte van 72,36 km², waarvan 71,38 km² land.
De stad Axel maakt, samen met onder andere Terneuzen en Zaamslag (maar niet de ten zuiden van Axel liggende dorpen), deel uit van het overwegend calvinistische Land van Axel. Kenmerkend is de traditionele Axelse klederdracht, inmiddels alleen nog door folkloregroepen gedragen, met opstaande doek, kanten trekmuts, en spiraalvormige gouden krullen met strik.
De naam Axel zou "eksterbosje" (agnulauha) of "kasteel aan het water" (akesele) kunnen betekenen.
Korte geschiedenis van Axel
In 1183 verkreeg Axel stadsrechten van Philips van den Elzas, graaf van Vlaanderen. Vroeger lag Axel in het rechtsgebied van de stad Gent. Later werd door Philips II Axeler Ambacht bij Axel gevoegd. Axel is meerdere keren in brand gestoken (onder andere door viering van midzomernachtsfeest), geplunderd door de Gentenaren en het is ook een tijd Spaans gebied geweest. Op 17 juli 1586 is het door Prins Maurits op de Spanjaarden veroverd. Door het gebied ten westen van Axel (bij Westdorpe) onder water te zetten kon Axel behouden blijven. Dit water vormde daarmee de grens tussen Spaans en Nederlands gebied.
Het gebied Staats-Vlaanderen (het latere Zeeuwsch-Vlaanderen) was verdeeld in 't Vrije van Sluis en vier Ambachten (Hulster-, Axeler-, Assenedener- en Boukhouter Ambacht). In het Axeler Ambacht lagen de steden: Axel en Ter Neuze, de dorpen: Aan Dyke, Zaamslag, Koewagt, Zuiddorp, Overslag en enkele kleine schanssen. (De plaatsnamen zijn op de oude wijze gespeld).
In de Tweede Wereldoorlog werd Axel bevrijd door Poolse troepen; de Eerste Poolse Pantser divisie. Een aantal straatnamen in de stad en het centrale plein, het Szydlowskiplein, herinneren hier nog aan. Ook is tussen Axel en Hulst de Gdynia Bridge te vinden, op de plaats waar de Polen onder dekking van dichte mist het kanaal van Axel naar Hulst overstaken middels een pontonbrug. 
35327 
148 Azelo, Ambt Delden, Overijssel  6.714320182800293  52.29797133423253  Azelo (Nedersaksisch: Oazel(e)) is een buurtschap in de gemeente Hof van Twente in de Nederlandse provincie Overijssel. Het ligt tussen Borne, Bornerbroek en Delden in en telt ongeveer 250 inwoners. Tot 1 januari 2001 behoorde Azelo tot de gemeente Ambt Delden. De buurtschap is met name bekend door het knooppunt Azelo, waar de rijksweg 1 en de rijksweg 35 samenkomen.
Ten oosten van de kern van Azelo stroomt de Azelerbeek.
Azelo was vroeger een buurschap en marke in het richterambt Delden. Het erfmarkenrichterschap van de marke Azelo lag oorspronkelijk op de Hof van Azelo, de huidige boerderijen Have en Meijer. Nadat Twickel in de zeventiende eeuw het markenrichterschap had gekocht werden de holtinks gewoonlijk op de boerderij Graes gehouden.
In de buurtschap Azelo lag vroeger de havezate Dubbelink. Een restant hiervan is het zogenaamde Meistershoes aan de Meijerinkveldkampsweg. Ook het oude bakspieker van Dubbelink bestaat nog.
Een groot deel van de boerderijen in Azelo, waaronder Graes, Have, Meijer en de boerderijen op Dubbelink, hoort onder het landgoed Twickel.
Trivia
* Op 22 december 1943 maakte een Amerikaanse B-17 Flying Fortress een noodlanding bij de boerderij Stoveler in Azelo na het uitvoeren van een bombardement boven Osnabrück. Als gevolg van vijandelijk vuur waren drie van de vier vliegtuigmotoren uitgevallen. Hoewel het grootste deel van de bemanning reeds met parachutes het toestel had verlaten en gevangen werd genomen, kon een deel van de bemanning met hulp van het Twentse verzet vluchten. 
76311 
149 Azewijn, Zeddam, Gelderland  6.304006576538086  51.88666357770388  Azewijn is een kerkdorp in de gemeente Montferland (in de voormalige gemeente Bergh) in het oosten van de Nederlandse provincie Gelderland, aan de voet van het Montferland en het Bergherbos. Azewijn ligt ongeveer 5 kilometer oostwaarts van 's-Heerenberg.
Van het bestaan van het dorp wordt voor het eerst melding gemaakt in bronnen die uit de vroege Middeleeuwen stammen. Eveneens in de Middeleeuwen is aan de rand van het dorp een kleine burcht gebouwd van waaruit de Ridders van Aswin de omgeving onveilig maakten. De restanten hiervan zijn nog altijd zichtbaar op de hoek van de Dr. Hoegenstraat en de Marssestraat.
Het dorp bestaat uit twee delen, te weten de dorpskern zelf en een uitgestrekt buitengebied. Ten oosten van de dorpskern liggen de Grote- en Kleine Reeven. In het laatste gebied ligt een zandafgraving waar fossiele vondsten gemeld zijn. Hier ligt tevens een vuilstortplaats.
In de dorpskern ligt het water De Laak waar in vroegere tijden de heks Mechteld ten Ham in het water is gegooid, om te laten bewijzen dat ze een heks was. Ze bleef drijven, hetgeen als bewijs gold. Vervolgens is deze laatste heks van Nederland op de brandstapel gezet te 's Heerenberg.
Het dorp, overwegend van katholieke signatuur, heeft een eigen R.K. kerk. Deze kerk is gewijd aan de Heilige Mattheus. Azewijn heeft ondanks haar geringe grootte, nog enkele voorzieningen, zoals een basisschool, een bakker annex kruidenier, een poelier, een kapper, een kroeg en een molenaar. Azewijn heeft iets minder dan 800 inwoners.
In 2006 werd de eerste Monumentenprijs van de jonge gemeente Montferland toegekend aan de pastorie van Azewijn. In het naburige Klein-Azewijn staan steenbakkerijen voor handvorm en strengpers gevelbaksteen. 
58647 
150 Baak, Steenderen, Gelderland  6.225967168938951  52.077413807803296  Baak (Nedersaksisch: Boak) is een klein Nederlands dorp in de Gelderse Achterhoek, gemeente Bronckhorst, tussen Steenderen, Vorden en Wichmond, op een kleine tien km van Zutphen, met in 2007 bijna 1200 inwoners.
Baak is omstreeks 1190 ontstaan als buurtschap, maar is later rond de (voor het aantal inwoners erg ruime) katholieke kerk uitgegroeid tot dorp. Deze kerk, de St. Martinuskerk van architect Alfred Tepe uit 1890, staat in de top 10 van hoogste kerken van Nederland.
Binnen de dorpsgrenzen, langs de weg naar Wichmond, ligt Huis Baak, één van de vele kastelen die dit deel van de Achterhoek rijk is. Het kasteel is vanaf 1982 in handen geweest van de rooms-katholieke Focolarebeweging. In 2007 werd het verkocht aan de christelijke organisatie Ellel Ministries, na 25 jaar een Mariapoli te zijn geweest. Het huis is ook vanaf de openbare weg goed te bekijken; bovendien loopt er een wandelpad rond het kasteelpark.
De naam Baak
Het is niet met zekerheid te zeggen waar de naam Baak vandaan komt. Er zijn een aantal mogelijkheden:
1. van het Germaanse woord 'baka', dat heuvelrug betekent.
2. van het Germaanse woord 'baki', dat beek betekent (vergelijk het Duitse 'bach'; het Deense 'bæk' en het Friese 'beets').
Hiervan is de eerste optie minder aannemelijk omdat Baak geen deel uitmaakt van een heuvelrug. De tweede optie zou wat dat betreft logischer zijn, aangezien Baak aan de Baakse beek gelegen is. In de naam van Baak is ook het Middelnederlandse woord 'beke' te herkennen, wat eveneens 'beek' betekent. We vinden hiervan in de Achterhoek meerdere verbasteringen terug (zoals Bekveld, Beezebekke, Meerbekke, Overbekkink).
Een oude legende vertelt overigens een andere oorsprong van de naam van het dorp. Zo wordt verteld dat er in Baak ooit een kalf in de kerktoren is terechtgekomen die uit het raam kwam te hangen en 'boaaak, boaaak' begon te loeien. Het is echter duidelijk dat dit niet meer dan een latere volksvertelling is, aangezien het etymologisch volkomen onlogisch is dat het dorp hier zijn naam aan zou danken.
De geschiedenis van Baak
Door de vondst van een aantal urnen uit de 10e eeuw weet men dat er destijds reeds een gemeenschap in Baak woonde. Het prille dorp ontstond waarschijnlijk omdat men elkaar nodig had om het land te verbouwen en weerstand te kunnen bieden aan ziektes.
In 11e eeuw kwam het hofstelsel in Baak en kreeg het twee hoven, namelijk een van de Graaf van Gelre (hof te Baak) en een van de bisschop van Utrecht (hof Tamming).
In de 12e eeuw nam de bevolking sterk toe, en dus werd er veel woeste grond ontgonnen, later besefte men dat men zuinig moest zijn op de woeste gronden en richtte men in 1400 de Marke van Baak op.
In de 13e eeuw had Baak volgens de documenten zijn eerste kapel gekregen, welke ten ere van de Heilige Nicolaas gebouwd was door de Heer van Baak, maar desondanks moest men op zondag noch steeds naar Steenderen gaan voor de Heilige Mis.
Ook Baak ontkwam niet aan de onlusten van de 14e eeuw. De Heer van Baak moest eerst met een behoorlijk aantal boeren meevechten in de Limburgse successie-oorlog. Dichter bij huis was er ook nog de strijd tussen de Heekerens en de Bronkhorsten. Aangezien Baak niet ver van Bronkhorst lag, had het dorp ook te lijden onder deze strijd; er zijn plunderingen geweest en de kapel werd verwoest. In 1362 is er een nieuwe kapel gebouwd, die voorzien was van een toren met opvallend dikke muren (1,15 m) en een kleine ingang. Dit is waarschijnlijk zo gedaan omdat de toren dan als schuilplaats kon dienen ten tijde van strijd. Tegenwoordig staat alleen de toren nog overeind. 
68114 
151 Baambrugge, Abcoude, Utrecht  4.989166259765625  52.24966453484505  Baambrugge is een dorp gelegen in de gemeente Abcoude in het noordwesten van de Nederlandse provincie Utrecht. Het dorp is gelegen aan het riviertje de Angstel, hemelsbreed gelegen tussen de Vinkeveense Plassen in het westen en het Amsterdam-Rijnkanaal in het oosten. Baambrugge heeft 1050 inwoners (2004).  36127 
152 Baamsum, Termunten, Groningen  7.041389  53.283932  Baamsum is een gehucht in de gemeente Delfzijl in het noorden van de provincie Groningen. Het ligt aan de weg van Woldendorp naar Termunten. Tot de gemeentelijke herindeling van 1990 hoorde het bij de gemeente Termunten. De Oude Ae stroomt langs het gehucht.
De naam komt in de middeleeuwen al voor als Bompsum en Baemzen. De betekenis zou afgeleid zijn van heem.
Iets ten westen van het gehucht lag tot het einde van de zestiende eeuw het klooster Menterne, ook bekend als Grijzemonnikenklooster. Het klooster werd gesticht aan het einde van de dertiende eeuw door monniken uit het klooster van Nieuwolda. Op de plaats van het klooster staat nu een boerderij die Grijze Monnikenklooster heet. 
37257 
153 Baard, Baarderadeel, Friesland  5.66845178604126  53.142035340808754  Baard is een klein dorpje in de gemeente Littenseradeel (Littenseradiel), provincie Friesland (Nederland). Het dorp telt ongeveer 200 inwoners.
Het dorp bevat een school, een dokter en een eetcafé.
In Baard is een draadloos netwerk gebouwd. Daardoor was Baard lokaal één van de eerste dorpen met een snelle internetverbinding. Hierdoor heeft het dorp als bijnaam Wireless Baard. 
66010 
154 Baarderadeel, Friesland  5.682583  53.120900  Baarderadeel (Fries: Baarderadiel) is een voormalige gemeente in het midden van de provincie Friesland (Nederland). De gemeente heeft bestaan tot 1984.
Na de gemeentelijke herindeling op 1 januari 1984 is Baarderadeel samen met de gemeente Hennaarderadeel opgegaan in de nieuwe gemeente Littenseradeel.
Kernen (1983)
De gemeente Baarderadeel bevatte vijftien dorpen. De hoofdplaats was Mantgum.
* Baard
* Beers (Fries: Bears)
* Bozum (Fries: Boazum)
* Britswerd (Fries: Britswert)
* Hijlaard (Fries: Hilaard)
* Huins (Fries: Húns)
* Jellum
* Jorwerd (Fries: Jorwert)

* Lions (Fries: Leons)
* Mantgum
* Oosterlittens (Fries: Easterlittens)
* Oosterwierum (Fries: Easterwierrum)
* Weidum
* Wieuwerd (Fries: Wiuwert)
* Winsu 
32195 
155 Baardwijk, Waalwijk, Noord-Brabant  5.09555555555556  51.6919444444444  Baardwijk (Brabants: Borrek) is een wijk in de stad Waalwijk. Baardwijk was oorspronkelijk een dorp tussen Waalwijk en Drunen en lag op het grondgebied van Holland. Pas in 1814 werd het toegevoegd aan de provincie Noord-Brabant. Tot 1922 was het dorp een zelfstandige gemeente, waarna het een onderdeel van de gemeente Waalwijk werd.
Geschiedenis
De geschiedenis van Baardwijk gaat tenminste terug tot de Middeleeuwen. Baardwijk bezat toen een kapel. In 1272 werd een nieuwe kerk gesticht. Tijdens het 12 jarig bestand in de Tachtigjarige oorlog, werd in Baardwijk het calvinisme ingevoerd. De katholieken van Baardwijk konden dankzij de katholieke heer van Baardwijk hun geloof blijven uitoefenen. Van 1692 tot 1836 gebruikten zij hiervoor een schuurkerk. Met steun van het rijk werd in de jaren dertig van de 19e eeuw een nieuwe kerk gebouwd, die in 1896-1897 werd vervangen door de huidige nagotische kerk. 
33115 
156 Baarland, Borsele, Zeeland  3.885857  51.408398  Baarland is een klein dorp in de gemeente Borsele, in de Nederlandse provincie Zeeland. Het dorp heeft 650 inwoners (2005).
Midden in het dorp, achter de kerk, ligt het voormalige Slot Baarland, waarvan alleen de slotgracht, ommuring en het koetshuis bewaard zijn gebleven.
Net buiten het dorp, aan de weg naar Oudelande, zijn de fundamenten te bezichtigen van het middeleeuwse kasteel "Hellenburg", dat tijdens een stormvloed in de 15e eeuw verwoest werd.
Ten zuiden van Baarland ligt een grote camping, die ook het dorp zelf een aantal voorzieningen biedt, waaronder een overdekt zwembad. 
644 
157 Baarle-Nassau, Noord-Brabant  4.93  51.4436111111111  Baarle-Nassau (Brabants:Baol) is een gemeente in de provincie Noord-Brabant. De gemeente telt 6.668 inwoners per 1 juli 2006 (bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 76,36 km² (waarvan 0,02 km² water).
Baarle-Nassau vormt samen met de Belgische gemeente Baarle-Hertog het dorpje Baarle. Het grondgebied van beide gemeenten loopt met name in de kern van Baarle flink door elkaar. Er zijn 22 exclaves van Baarle-Hertog in Baarle-Nassau en acht exclaves van Baarle-Nassau in Baarle-Hertog. Een aantal van deze Nederlandse exclaves vormen weer enclaves binnen de Belgische enclaves in Nederland.
Door de unieke constructie van twee landen in één dorp, zijn de winkels op zondag ook open. Mede omdat de winkels in België wel open mogen zijn op zondag.
Baarle-Nassau had vroeger twee stations welke onderdeel uitmaakten van het Bels lijntje. Een in het dorp zelf en een bij het gehuchtje Baarle-Nassau Grens.
Baarle-Hertog en Baarle-Nassau vormen samen het dorp Baarle. 22 Belgische enclaves liggen verspreid in en om het dorp. In enkele van deze enclaves liggen weer zeven Nederlandse exclaves. Bij het Belgische dorpje Zondereigen ligt ook nog een Nederlandse onbewoonde enclave wat het totaal op acht brengt. In 1995 heeft een derde grenscommissie de grenzen officieel vastgesteld. Hierbij is onder andere een tot dusver neutraal stukje grasland toegewezen aan België, waarmee Baarle-Hertog sindsdien 22 enclaves kent. Zeer zeldzaam is het zogenaamde quadripoint.
De grenzen in Baarle volgen meestal de erfgrenzen. In sommige gedeelten van het dorp loopt de grens grilliger en kan de keuken van een huis zich in een ander land bevinden dan de woonkamer. Zo loopt de grens bijvoorbeeld dwars door een filiaal van Zeeman. Daarom is afgesproken dat de ligging van de voordeur de nationaliteit van het huis (en de inwoners) bepaalt. Echter, er zijn huizen, die zowel een Belgische als een Nederlandse voordeur hebben. Dit zorgde voor veel problemen als mensen verdacht werden van smokkelen. Voor het gemak is er bij alle huisnummers in het dorp een Nederlands of een Belgisch vlaggetje afgebeeld
Geschiedenis
De oorsprong van de wonderlijke nationale versnippering van Baarle-Hertog en Baarle-Nassau ligt in een ver verleden. In de 13e eeuw gaf de Hertog van Brabant een deel van de hoeven in de gemeente in leen aan de heer van Breda. Dat dit zo versnipperd gebeurde, was omdat de hertog van Brabant de vruchtbare stukken voor zich wilde houden. Sinds 1403 waren het de graven van Nassau die baron van Breda waren. De bezittingen van de hertog heetten sindsdien Baarle-Hertog, die van de baron van Breda Baarle-Nassau.
Bij de Vrede van Münster werd overeengekomen dat de Spaanse koning, als rechtsopvolger van de hertogen van Brabant, Baarle-Hertog zou krijgen, terwijl Baarle-Nassau zou toevallen aan de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waar de prins van Oranje, rechtsopvolger van de graven van Nassau, stadhouder was. Die situatie is sindsdien in grote lijnen onveranderd gebleven. 
33036 
158 Baarlo, Ambt Vollenhove, Overijssel  5.949268341064453  52.73799491142426  Baarlo is een buurtschap in de gemeente Steenwijkerland, in de Kop van Overijssel, in de Nederlandse provincie Overijssel. Niet verwarren met Baarlo in Limburg!
Omgeving
Baarlo is vroeger een dorp geweest. In de buurt ligt de plaats Blokzijl, nabij de provinciale weg N333 tussen Marknesse en Steenwijk, en de plaatsen: Muggenbeet, Scheerwolde en Wetering. 
85848 
159 Baarlo, Limburg  6.09416666666667  51.3275  Baarlo (in de plaatselijke streektaal 'Baolder') is een aan de Maas gelegen Nederlands dorp in de Limburgse gemeente Maasbree, acht kilometer ten zuiden van Blerick/Venlo en ten noorden van Kessel.
Uit bodemvondsten blijkt dat zich reeds voor het begin van onze jaartelling mensen in Baarlo gevestigd hadden. Later kwamen de Romeinen, zij bouwden aan de Romeinse weg tussen Tongeren en Nijmegen een vesting: Oyen (tussen Baarlo en Kessel). De oudste vermelding van de naam Baarlo is uit 1219. De meest voor de hand liggende verklaring voor de naam is die van hoger gelegen lege of kale plek (Baar) bij een bos (lo).
Een veer verbindt Baarlo met Steyl.
Baarlo wordt vooral bewoond door landbouwers en door welgestelde Venlonaren die de gemeentebelastingen ontvluchten en een landelijke omgeving opzoeken.
Het dorp met een landelijk karakter afficheert zich als kasteeldorp, vanwege zijn vier kastelen. De vier kastelen zijn de Borcht, ook wel d'Erp genoemd (oorspronkelijke bebouwing waarschijnlijk 13de eeuw), de Berckt (oorspronkelijke bebouwing 13de eeuw), de Raay (oorspronkelijke bebouwing 13de eeuw) en Scheres (ca. 1860). 
36292 
160 Baarn, Utrecht  5.28611111111111  52.2125  Baarn is een gemeente en stad in de Nederlandse provincie Utrecht, gelegen aan de rivier de Eem. De totale gemeente telt 24.443 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 33,03 km² (waarvan 0,46 km² water).
Geschiedenis
Baarn ligt in het midden van Nederland op de grens van de provincies Utrecht en Noord-Holland, aan de enige rivier die van bron tot monding op Nederlands gebied ligt, de Eem. Al vanaf 8000 tot 4500 v.Chr. heeft de mens zich in de omgeving van de rivier opgehouden. Het bewijs hiervoor is geleverd door enkele duizenden stuks vuursteen die bij een viertal archeologische onderzoeken zijn gevonden.
Voor de oorsprong van het dorp Baarn moeten we terug naar de twaalfde eeuw. In die tijd werden de bestaande dorpen te klein, mede door de kruistochten, de handelsbetrekkingen met andere regio's en de groei van de bevolking. Doordat elk dorp in grote mate in eigen behoefte voorzag, moest men over een omliggend gebied van voldoende grootte beschikken, bijvoorbeeld om in de behoefte aan brandstof te voorzien of om het vee te kunnen weiden. In en rond de twaalfde eeuw ontstonden daardoor vele nieuwe nederzettingen, waaronder waarschijnlijk ook het huidige Baarn. De eerste nederzetting, die in de omgeving van de Leestraat lag, zal uit maximaal een twintigtal boerderijen hebben bestaan. Pas in de veertiende eeuw verplaatst de kern van het dorp zich in de richting van de Brink, waar in de eerste helft van diezelfde veertiende eeuw de Pauluskerk is gebouwd.
De oorsprong van de naam 'Baarn' geeft nog steeds veel stof tot discussie en heeft nog steeds niet tot een bevredigend antwoord geleid. Het meest voor de hand liggend lijkt dat de naam een verwijzing is naar 'een gebied waar veel brandstof te halen of te delven is', (vergelijk 'Barneveld': veld waar brandstof te halen valt).
Omstreeks 1350 verleent de bisschop van Utrecht de inwoners van Baarn stadsrechten, het recht van zelfbestuur aan het dorp. Het recht van poorterij heeft Baarn nooit gekregen. Baarn heeft daarom nooit een muur of wal om het dorp heen gehad.
Rond 1500 had Baarn negenhonderd inwoners. Een daling is te zien in 1633 toen na telling ongeveer 650 inwoners Baarn bevolkten. Deze daling had te maken met oorlogen. Een echte groei ontstond tussen het einde van de achttiende eeuw en circa 1830. Toen telde Baarn zo'n 1800 inwoners. Fabrieken werden gevestigd en men bouwde bijbehorende arbeiderswoningen. Zo vestigde zich in 1802, aan de Hoofdstraat, de tapijtfabriek van Scherenberg. In 1807 had de fabriek zo'n driehonderd werknemers in dienst. Ook vestigden zich spinscholen in Baarn en Soest. In een latere periode begon patisserie De Ruyter aan de Brinkstraat 25-27 met de fabricage van haar vermaarde gestampte muisjes.
In de Gouden Eeuw, van 1600 tot 1672, stond Amsterdam centraal in de ontwikkeling van Baarn. Baarn was vergeleken bij het grote Amsterdam slechts een dorp, maar wel een aantrekkelijk dorp voor de hoofdstedelijke kooplieden en patriciërs. Zij lieten tot ver in de achttiende eeuw weelderige zomerverblijven en jachthuizen bouwen op grote stukken land in Baarn. Zoals het lustslot 'Soestdijk', tussen 1674 en 1678 gebouwd, de buitenplaats Groeneveld en ook hofstede 'De Eult', omstreeks 1640 gebouwd door de Amsterdamse burgemeester Johan Bicker op een stuk grond aan de dijk naar Soest. Vermeldenswaard is ook de buitenplaats Pijnenburg, een ontwerp van architect Philips Vingboons, gebouwd in 1647 voor de rijke weduwe Sara de Wael.
De plaatselijke middenstand breidde fors uit. Kruideniers, meubelmakers, bloemisten, kledingontwerpers en schoenmakers stelden hun diensten ter beschikking. Zij etaleerden hun producten en zo ontstond een nieuw verschijnsel: de winkelstraat. Oude woonstraten als de Laanstraat, Brinkstraat, Nieuwstraat en Nieuw Baarnstraat kregen een winkelfunctie en niet voor niets kreeg de Laanstraat als bijnaam: Baarnse Kalverstraat! De Laanstraat is overigens in 1876 genoemd naar de eerste burgemeester van Baarn, mr. J.C.G.C. Laan.
Na de aanleg van de spoorlijn Amsterdam-Amersfoort in 1874, nam de handel en industrie toe en werd Baarn van een agrarisch dorp een villadorp. Veel welgestelde mensen, grotendeels afkomstig uit Amsterdam, kwamen zich hier tijdens de zomermaanden of permanent vestigen en lieten ruime villa's bouwen op grote kavels. Vele families die in het buitenland (Indië) rijk waren geworden, kozen Baarn als hun laatste aardse woonoord. Hier konden ze in alle rust, omgeven door weiden en heidevelden, genieten van hun laatste levensjaren. Dat gaf Baarn de macabere bijnaam “het groene graf”. Baarn kreeg zelfs een drukbezocht badhotel, dat door de beroemde architect H.P. Berlage in 1887 werd gebouwd (behalve het torentje, gesloopt in 1984).
Na 1945: Na de Tweede Wereldoorlog maakte een aantal villa's plaats voor flat- en bungalowbouw. Maar nog steeds is, wandelend door de dorpskern en door de boomrijke lanen van 'Hoog Baarn' te zien dat Baarn veel van zijn oude charmes heeft behouden en als woonplaats geliefd is.
Het gemeentewapen van Baarn is in heraldische termen: 'een gouden bisschop op een veld van azuur (geel op blauw)'. Het is een voorstelling van Sint Nicolaas, de patroon van de middeleeuwse Baarnse geloofsgemeenschap, het kerspel of parochie. De geschiedenis van dit wapen gaat terug tot de veertiende eeuw, toen Baarn stadsrechten kreeg. Men vindt het wapen op de oudste stadszegels. Het wapen werd in 1818 bij Koninklijk besluit officieel vastgesteld.
Dit oorspronkelijke wapen is gedurende ruim honderd jaar vervangen geweest door een ander wapen, voorstellend een man die een steigerend paard aan de teugel houdt. Dit wapen werd in 1867 aangenomen, bij de samenvoeging van Baarn en de Vuursche tot één gemeente. Het duurde tot 1969 voor het Baarnse gemeentebestuur besloot het oude wapen in ere te herstellen, wat vervolgens officieel werd vastgesteld door de Hoge Raad van Adel, die over deze zaken beslist.
Bezienswaardigheden
Paleis Soestdijk
Kasteel Groeneveld
De Brink
Pauluskerk
Gemeentehuis van Baarn
Treinstation met Koninklijke wachtkamer
Cantonspark
Hertenkamp in het Bosje van IJzendijke
Lage Vuursche en kasteel Drakestein
De Naald van Waterloo
Hoog Baarn om de vele mooie villa's die Baarn rijk is
Geboren
Diederik van Weel (28 september 1973), hockeyinternational
Koningin Beatrix (31 januari 1938)
Prinses Irene (5 augustus 1939)
Fanny Blankers-Koen (26 april 1918 - 25 januari 2004), Sportvrouw
Bob Fosko, alias Geert Timmers (4 oktober 1955)
Michiel Wijsmuller, voorzitter Amsterdamse haven (15 mei 1950)
Tineke de Nooij (27 april 1941)
Yorick van Wageningen (24 juni 1964), acteur
Fred Lammers (1937), royalty kenner
Marlayne Sahupala, zangeres en presentatrice SBS 6
Adri Schipper (10 juni 1951), wielrenner
Plien van Bennekom (20 maart 1971), cabaretière
Vincent Pieter Semeyn (Piet) Esser (9 maart 1914 - 19 november 2004), beeldhouwer
Dustley Mulder (27 januari 1985}, voetballer
Marian Visser van Klaarwater (19 oktober 1952), auteur en onderzoeksjournalist
Overleden
Augusta de Wit (9 februari 1939), romanschrijfster
Woonachtig in Baarn
Joop van de Ende
Benny Neyman
Marijke Helwegen
Annette Barlo
Peter Lusse
Fred Butter
Ben Cramer
Tineke Verburg
Noemswaardige Ex-Bewoners
Maurits Cornelis Escher (Woonachtig in Baarn: 1941 - 1970) Een van 's werelds meest beroemde grafici
Johan Hendrik Willem Leliman (Woonachtig in Baarn: 1917-1921) Belangrijk architect van o.a. villa's in het Gooi 
32254 
161 Babberich, Zevenaar, Gelderland  6.11111111111111  51.9061111111111  Babberich (oude naam "Babborga") is een dorpje in de Nederlandse gemeente Zevenaar, gelegen ten zuidoosten daarvan in de landstreek "De Liemers" in Gelderland. Het dorp telt ongeveer 2000 inwoners (2006).
Geschiedenis
Net als een groot gedeelte van de huidige Liemers kwam Babberich pas in 1816 bij Nederland. De Hertog van Gelre had deze gebieden ooit in een ver verleden verpand aan de Hertog van Kleef, dus van oorsprong Nederlands heeft het lang bij Duitsland gehoord. Ligt Babberich nu op de Nederlands-Duitse grens, zo lag het vroeger op de grens van Frankische en Saksische invloeden die beiden nu nog terug te vinden zijn in taal en cultuur in het dorp en de rest van de Liemers.
De geschiedenis van Babberich wordt gedomineerd door het kasteel "Halsaf" in het Babberichse Bos. Dit kasteel, dat in de Middeleeuwen nog een echt kasteel compleet met ophaalbrug was, is in de 18e eeuw afgebroken en vervangen door een huis. Een van de adellijke rechten van Halsaf was de duivenvlucht. Op het landgoed is dan ook nog altijd een witte duiventoren te zien uit 1785. Halsaf en de Babberichse schutterij zijn al sinds de oprichting in 1874 onlosmakelijk met elkaar verbonden. De bewoner van het huis (tot 2004 de familie De Nerée tot Babberich), is president en beschermheer van de schutterij.
Babberich en de rest van de Liemers zijn overwegend rooms-Katholiek gebleven omdat ze in de tijd van de Reformatie niet bij de Nederlanden hoorden. 
34266 
162 Babyloniënbroek, Wijk en Aalburg, Noord-Brabant  5.025343894958496  51.74255211895234  Babyloniënbroek (Brabants: Broek) is een dorp in de gemeente Aalburg in de provincie Noord-Brabant. Het telde 404 inwoners (1 januari 2010).
Toponymie
De eigenaardige naam van het dorp zou zijn oorsprong vinden in de spreekwoordelijke Babylonische barbaarsheid van de bevolking, die de monniken aantroffen die hier in de 8e en 9e eeuw het Christendom en andere beschaving kwamen verspreiden. Hun standplaats was waarschijnlijk Heusden. Schertsend zouden zij hun onderneming, een uithof, Villa Babylonia hebben gedoopt.
Geschiedenis
Babyloniënbroek wordt voor het eerst vermeld in een document uit 1124, toen Andries van Cuijk, bisschop van Utrecht, het patronaatsrecht van de kerk van Wijk en Aalburg aan de Abdij van Sint-Truiden deed toekomen. Hierin was sprake van quae et Babilonia. Ook in een handvest van 1403 is sprake van Babilonie broek.
Er bestaat een tekening door Cornelis van Hardenberg uit 1809 (in de collectie van de Atlas Van Stolk te Rotterdam), waarop te zien is hoe de dorpelingen schuilden onder de houten balken van de plaatselijke kapel ten tijde van de watersnood van 1809.
Babyloniënbroek was een ambachtsheerlijkheid behorend tot de benedendorpen van het Land van Heusden en leenplichtig aan Heusden. Sedert 1814 behoorde het tot de gemeente: Meeuwen, Hill en Babylonënbroek. In 1908 werd de naam hiervan gewijzigd in: Meeuwen. Deze gemeente werd in 1923 toegevoegd aan de gemeente Eethen, welke in 1973 opging in de gemeente Aalburg.
Het bestaat uit één straat, de Broeksestraat, die bij een sloot overgaat in de Hillsestraat. De Hill is een buurtschap, dat op iets hogere grond gelegen is. Vanaf de jaren '60 zijn er meerdere woningen tussen de weilanden bijgebouwd waardoor volgens sommigen inmiddels sprake is van een bebouwde kom.
Bezienswaardigheden
* Het Slotje van Babyloniënbroek, nabij Broeksestraat 13, is een gebouwtje uit 1609 met resten van een ouder gebouw, waar de heren van Babyloniënbroek hebben gewoond en wat mogelijk ook een uithof van de Abdij van Berne geweest is. Het gebouw is door een smeedijzeren hek van de straat afgesloten.
* De Hervormde kerk, bijgenaamd De Korenschoof, aan Broeksestraat 7, is een van oorsprong middeleeuws gebouw. Het vierkante, rietgedekte koor stamt uit de 14e eeuw. In 1664 werd het eenbeukige schip herbouwd. Dit is breder dan het koor en vorzien van rondboogvensters en pilasters. Muurresten van de middeleeuwse kerk zijn nog in het schip aanwezig. Het dak is bekroond met een dakruiter die een spitse toren heeft. In het interieur vindt men een houten tongewelf. De eikenhouten kansel stamt uit 1631 en ook is er een memoriebord uit 1806. Het orgel is in 1904 gebouwd door N.W. van Mechelen uit Rotterdam. Sommige pijpen in het binnenwerk werden overgenomen van een orgel uit Hooge Zwaluwe. Achter de kerk is een begraafplaats en naast de kerk bevinden zich de 19e-eeuwse pastorie en een oude appelboomgaard.
* Diverse boerderijen, onder meer van het Altenase dwarsdeeltype, aan de Broeksedijk en de Hillsedijk. 
83474 
163 Baexem, Leudal, Limburg  5.88  51.2244444444444  Baexem (Limburgs: Boaksum) is een kerkdorp gelegen in Midden-Limburg, Nederland. Het maakt sinds 1 januari 2007 deel uit van de gemeente Leudal, een nieuwe fusiegemeente. Voordien behoorde Baexem tot de gemeente Heythuysen, thans deel uitmakend van Leudal. Baexem heeft circa 2900 inwoners.
Ligging en oriëntatie
Baexem ligt aan de provinciale weg Weert-Roermond. Het is een woonkern die qua werkgelegenheid en voor een aantal voorzieningen georiënteerd is op Roermond, en qua (middelbaar) onderwijs op het nabijgelegen Horn. Baexem behoorde vroeger niet tot het Graafschap Horn, zoals Heythuysen en twee andere gemeenten die nu de gemeente Leudal vormen, maar tot het Vorstendom Thorn. (Ook Hunsel hoorde niet tot het Land van Horn, maar tot de Heerlijkheid Kessenich.)
Bijzonderheden
Het oude dorp Baexem bewaart waardevolle herinneringen aan het rijke verleden, zoals kasteel "de Baexem", Huize de Brias, de kloosters Exaten en Mariabosch, en de molen "Aurora".De H. Johannes de Doperkerk uit 1949-1950 werd ontworpen door architect Alphons Boosten. De oude kerk van Baexem was gelegen op de "Klockeberg" en werd in de Tweede Wereldoorlog opgeblazen. De Klockeberg is er in Baexem nog steeds. Er zijn nog grafstenen uit de Middeleeuwen zichtbaar.
Het voormalige treinstation (Station Baexem-Heythuysen, is tegenwoordig in gebruik als woonhuis. 
34962 
164 Baflo, Groningen  6.51333333333333  53.3619444444444  Baflo (Gronings: Bavvelt) is een dorp in de gemeente Winsum in de Nederlandse provincie Groningen. Tot 1990 was het de hoofdplaats van de gemeente Baflo. Het dorp vormt een dubbeldorp met Rasquert. Het postcodegebied van Baflo telt 1.955 inwoners (2012), het dorp zelf ongeveer 1700 inwoners (CBS 2010).
De inwoners van Baflo werden vroeger ook wel spottend 'koarschoevers' genoemd. Volgens een volksverhaal zouden Baflo en Eenrum elkaars torens benijden; die van Eenrum is veel hoger, maar die van Baflo veel steviger. Om de Eenrummers te plagen zouden een inwoner uit Baflo eens een dun houten torentje op een kruiwagen hebben gezet en daarmee naar Eenrum zijn gekruid. Daar zou hij vervolgens zijn doodgestoken door Eenrummers, waarop de Baffelders de Eenrummers vervolgens 'doodstekers' noemden en de Eenrummers de Baffelders 'koarschoevers'.
Wierde en naam
De Baffelder wierde dateert van omstreeks 600 v.Chr. Rond die tijd was het gebied van Noord-Groningen half land en half zee, omdat het periodiek overstroomde. Aan het einde van de 8e eeuw zou Liudger een kerkje hebben gesticht in Baflo. Baflo wordt zelf voor het eerst genoemd als 'Bestlon' in 945 in een lijst van bezittingen van de abdij van Fulda (oorkonde in het Oorkondenboek van Groningen en Drenthe), maar zou ouder zijn dan het reeds in 885 genoemde nabijgelegen dorp Den Andel. Rond 1000 wordt het dorp 'Bahtlon' genoemd in een lijst van de goederen van het klooster van Werden en in 1221 wordt het genoemd als 'Beftlo' toen Maarhuizen als parochie werd afgescheiden van de kerk van Baflo. Het voorvoegsel beft of baft wordt vertaald als "achter" en het achtervoegsel -lo als "moerasbossen" in de betekenis "achter de moerasbossen" of misschien "de achtermoerassen". Het moeras verwijst hier naar de lager gelegen gronden ten zuiden van Baflo.
Kerk en macht
In de 12e eeuw werd de oude stenen kerk van Baflo gebouwd. De losstaande toren dateert uit de 13e eeuw en werd vroeger ook gebruikt als gevangenis, waaraan een cachot nog herinnert. De kerk vormde de zetel van het personaatschap (proosdij of decanaat) Baflo, een van de zes proosdijen van De Ommelanden (de anderen waren Oldehove, Leens, Usquert, Loppersum en Farmsum). Deze zes proosdijen samen werden ook wel aangeduid als het personaatschap Baflo in ruime zin. Het personaatschap Baflo in enge zin omvatte Halfambt, Innersdijk, een deel van Middag, Ubbega (Ubga of Upgo), Westerdijkshorn en Noord- en Zuidwolde. Deze gebieden omvatten een belangrijk deel van de streek Hunsingo. In 1371 vielen er 35 kerspelen onder. Baflo zelf was tevens de hoofdplaats van de Hunsingose landstreek Halfambt, waaronder ook de latere gemeenten Baflo, Eenrum en Warffum vielen.
De kerk en proosdij van Baflo werden in de middeleeuwen geleid door een afdeling van het genootschap van de Kalendebroeders. Hun vergaderingen werden 'kalendae' genoemd en in Baflo stond aan het hoofd daarvan een persona (of persona personatus), die tevens de functie van pastoor vervulde. Een van de Baflose persona was de vader van een belangrijk humanist genaamd Roelf Huisman ofwel Rudolf Agricola, ter ere van wie in 1982 in het dorp een beeld werd geplaatst van de hand van de Andelse beeldhouwer Jan Steen. In latere eeuwen taande de invloed van de kerk van Baflo en ging de persona in Bedum wonen.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog leed het dorp onder opgelegde schattingen en in 1582 werd het dorp geplunderd door Spaanse troepen onder leiding van Mulert (of Muylert). Na de reductie verloor het dorp haar belangrijke kerkelijke en wereldlijke positie, al behield het dorp wel de functie van kerkelijke hoofdplaats. De macht van de adel bleef echter. Nabij Baflo stonden de Saaksumborg (of De Eest; bij Lutje Saaksum/Lutke Saaxum) en de borg Sassema (bij De Dingen). Sassema werd reeds in 1710 op afbraak verkocht. In 1886 werd ook de Saaksumborg op afbraak verkocht, waarbij echter het schathuis bleef staan om te dienen als boerderij tot 1972, toen het werd verplaatst naar de borg Verhildersum bij Leens. De huiswierden van beide borgen zijn nog zichtbaar in het landschap.
Ontwikkeling vanaf de 19e eeuw
De bebouwing van het dorp bleef eeuwenlang beperkt tot de wierde. Nadat echter in 1893 de spoorlijn spoorlijn Sauwerd - Roodeschool werd aangelegd en het Station Baflo werd geopend, veranderde dit. Het dorp breidde zich toen uit naar het oosten. Gepensioneerde boeren lieten hier rentenierswoningen bouwen. Niet alle woningen waren echter van even goede kwaliteit. Zo stonden de woningen die kort na de Eerste Wereldoorlog tussen Baflo en de begraafplaats aan oostzijde van het dorp werden gebouwd bekend als een 'verbanningsoord' en werden in de volksmond daarom spottend ook wel 'Amerongen' genoemd, naar het verbanningsoord van de Duitse keizer Wilhelm II. Na de Tweede Wereldoorlog werd het dorp verder uitgebreid naar het zuiden. Het inwoneraantal van het dorp nam in tegenstelling tot veel andere dorpen op het Groninger platteland nauwelijks af na de Tweede Wereldoorlog. Weliswaar was ook in Baflo sprake van een terugloop in de werkgelegenheid in de landbouwsector, maar in het dorp zelf werd dit gecompenseerd door de aanwezigheid en stichting van verschillende bedrijven.
Baflo heeft een aantal fabrieken en bedrijven gekend. In 1888 werd een zuivelfabriek geopend, die echter al in 1916 weer sloot en vanaf 1921 werd voortgezet in Bedum (nu Frico). Rond 1900 bevond zich ook een scheepssloperij aan de haven. Voor de werkverschaffing was er toen een vlintenklopperij. In 1939 wist de toenmalige burgemeester van Spengler een filiaal van de Groningse N.V. Tricotagefabriek Mekel en Co. naar Baflo te halen voor het uitvoeren van defensieorders. Direct na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werden deze orders echter teruggetrokken en werd de fabriek regelmatig stilgelegd vanwege een gebrek aan grondstoffen. Toen verschillende meisjes ook nog voortijdig stopten met hun arbeid in de fabriek, was het snel bekeken: In 1942 sloot het filiaal haar deuren alweer. Naast deze fabrieken heeft Baflo ook een filiaal (sorteercentrum) van het Groningse Pootgoed en Zaaizaad-Verkoopbureau (PZVB) gehad, dat in de jaren 1970 overging naar Agrico en nog later naar de gebroeders Vonck, die in 2003 opgingen in Logistiek Centrum Westpoort, dat het gebouw nu gebruikt als opslag ('warehouse'). Ook stond in Baflo de veevoederfabriek van Jacobus Jan Nienoord (al in de jaren 1920 bekend als commissiehandel). Nadat Jacobus overleed bij een ongeluk in 1976 en de veevoederindustrie in het slop raakte was het ook hiermee snel gebeurd. In 1984 namen mengvoederfabriek Sikma uit Giekerk en Viando uit Veenwouden de fabriek over. Kort daarna werd de fabriek gesloten en de productie overgebracht naar Giekerk (sinds 1999 alleen nog in Stroobos). Veel inwoners van het dorp zijn tegenwoordig werkzaam als forens in plaatsen als Delfzijl of Groningen.
Baflo was in 1950 het eerste dorp op het Groningse platteland dat een bejaardentehuis kreeg ('De Hörn'), wat betekende dat de inwoners, in tegenstelling tot de situatie in de meeste verzorgingstehuizen, hun zelfstandigheid behielden. Eind jaren 1960 werd De Hörn vervangen door het huidige bejaardentehuis 'Viskenij'. 
1131 
165 Baijum, Littenseradeel, Friesland  5.630911  53.165538  Baijum (officieel, Fries: Baaium) is een dorp in de gemeente Littenseradeel (Littenseradiel), provincie Friesland (Nederland).
Het dorp Baijum ligt in het noorden van Littenseradeel, hemelsbreed tussen Welsrijp (Wjelsryp) en Huins (Húns), en iets ten noorden van Winsum. Het dorp telt ongeveer 120 inwoners.
Oorspronkelijk lag Baijum in een gebied met veel Middelzeese terpen. 
751 
166 Bakel en Milheeze, Noord-Brabant  5.765590667724609  51.51280224425956  Bakel en Milheeze is een voormalige Nederlandse gemeente in Noord-Brabant.
Tot de naamswijziging op 8 mei 1819 was de naam van deze gemeente Bakel, daarna werd ook de naam Bakel c.a. gebruikt.
De gemeente telde in 1996 8265 inwoners en had een oppervlakte van 66,37 km². De dorpskernen Bakel, Milheeze en De Rips waren onderdeel van deze gemeente.
In 1997 werd in het kader van de gemeentelijke herindeling van Noord-Brabant de gemeente opgeheven en ingedeeld in de nieuw gevormde gemeente Gemert-Bakel. 
132455 
167 Bakel, Bakel en Milheeze, Noord-Brabant  5.74083333333333  51.5025  Bakel is een plaats in de gemeente Gemert-Bakel in de provincie Noord-Brabant. Bakel was in het Ancien Régime een onderdeel van het hertogdom Brabant, waar het binnen de administratieve eenheden van de Meierij van 's-Hertogenbosch en het Kwartier van Peelland viel. Na de instelling van de gemeenten werd de gemeente Bakel en Milheeze opgericht, die tot aan de samenvoeging met Gemert in 1997 (?) bleef bestaan. Op 1 januari 2007 bedroeg het inwoneraantal van Bakel 5593.
Oudste geschiedenis
Bakel was gelegen aan de oude doorgaande weg van Empel naar Roermond aan een weg, die ook wel de Oude Weg werd genoemd. De oudste schriftelijke vermelding stamt uit het jaar 714, als er voor de Frankische hofmeier Pippijn II een oorkonde wordt opgemaakt in diens woning in Bakel ("Bagoloso" in die tijd). Dit vroeg-middeleeuwse koninklijke verblijf is archeologisch nog niet gelokaliseerd. Een oorkonde uit 721 spreekt over de bezittingen van de Frankische edelman Herelaef, wiens moeder bezittingen te Bakel (Baclaos) had. Herelaef schonk in dat jaar aan Willibrordus onder meer een kerk te Bakel. Deze kerk kwam door toedoen van Willibrordus terecht in het bezit van het klooster Echternach, welk klooster tot 1795 invloed zou blijven houden in Bakel. 
32670 
168 Bakhuizen, Gaasterland, Friesland  5.459046363830566  52.86796397277375  Bakhuizen (Fries: Bakhuzen) is een dorp in de gemeente Gaasterland-Sloten (Gaasterlân-Sleat), provincie Friesland (Nederland). Het dorp ligt op een keileemheuvel die is achtergebleven na de Riss-ijstijd en wordt al in 1412 genoemd. Het telt 1026 inwoners (01-01-2005).
In Bakhuizen staat de R.K. neogotische Sint-Odulphuskerk, een multifunctioneel centrum (de Gearte) en een museum. Verder is er de muziekvereniging Euphonia (anno 1898) en een koor (Bakhuusterheech Sjongers).
Ten oosten van Bakhuizen staat een camping, "De Wite Burch".
In de zomervakantie is er een christelijk gereformeerd recreatieteam op deze camping aanwezig 
537 
169 Bakkeveen, Opsterland, Friesland  6.25722222222222  53.0816666666667  Bakkeveen (Fries: Bakkefean) is een dorp in de gemeente Opsterland in de Nederlandse provincie Friesland. Bakkeveen ligt op korte afstand van Drachten, en telt ongeveer 2000 inwoners (anno 2004).
Het dorp werd het eerst genoemd als de plaats waar in 1231 de Friezen en Drenten een veldslag hadden uitgevochten. Tijdens de Tachtigjarige oorlog werd het dorp door de Spanjaarden verwoest. Het huidige Bakkeveen is ontstaan tijdens de veenontginning in 1660.
Samen met negen anderen werd kunstenaar Hendrik Werkman in 1945 in Bakkeveen gefusilleerd door een Duits vuurpeloton, drie dagen voor de bevrijding van Noord-Nederland. De redenen voor zijn arrestatie en executie zijn nooit helemaal duidelijk geworden. Hij ligt begraven op de begraafplaats van Bakkeveen en in het dorp staat een monument ter nagedachtenis aan de tien gefusilleerden.
Bakkeveen ligt temidden van een bosrijk gebied met afwisselende heide- en zandvlakten en is gelegen op de grens met Groningen en Drenthe. Een drietal organisaties beheert de gebieden rondom Bakkeveen: Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en It Fryske Gea. Vanuit een schaapskooi op de aangrenzende heide van Allardsoog wordt regelmatig de heide van Bakkeveen door een schaapskudde begraasd. Daarnaast lopen er Exmoor-ponies en Schotse Hooglanders vrij in het heidegebied rond.In Bakkeveen staat het historische landgoed Slotplaats, omgeven door fraaie bossen. Deze is momenteel in gebruik als Theehuis en als startpunt van de excursies van Natuurmonumenten in de bossen bij Bakkeveen. Achter de Slotplaats staat het oude koetshuis dat na renovatie in gebruik is genomen als VVV-kantoor. De Slotplaats zelf is in 2006 gerestaureerd en de tuinen en boomgaarden rondom het landhuis zijn in oude luister hersteld.
Bakkeveen staat tegenwoordig voornamelijk bekend als recreatiegebied met attractie- en vakantieparken. Dankzij het toerisme kent Bakkeveen een goed voorzieningenniveau als bijvoorbeeld een grote supermarkt en goede busverbindingen met Drachten en Assen. Sinds enige tijd is er een speciaal bospad voor rolstoelers. Dit pad is ongeveer 1.5 km lang en begint bij de parkeerplaats van het zwembad Dundelle. 
257 
170 Bakovensmee, Vlagtwedde, Groningen  7.1981048583984375  53.014008691262525  Bakovensmee, ook geschreven als Bakovensmeij is een streekje in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen in Nederland. Het ligt direct ten noorden van Bourtange.
Bakovensmee maakt feitelijk onderdeel uit van de vesting Bourtange. Aan de westzijde loopt het kanaal. Aan de noordzijde de Bakovenkade. Deze kade, ook bekend als de Soldatendijk, is in de achttiende eeuw aangelegd ter versterking van de vesting. Later werd langs de grens met Duitsland nog De Linie aangelegd. Waar het kanaal de Bakovenkade kruist ligt een redoute. De extra verdedigingswerken werden aangelegd omdat door voortgaande verdroging van het moeras de vesting makkelijker bereikbaar werd.
De naam Bakovensmee verwijst naar de Groningse benaming voor hooi/weidelanden, die lagen aan de Bakovenkade.
Het Groninger Landschap beheert dit buitengebied van de vesting. Vanaf het informatiecentrum van de vesting is een wandelroute uitgezet. Een deel van die wandeling gaat over de route van het Noaberpad.
Bron http://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Bakovensmee&oldid=33716921 
137720 
171 Balgoij, Wijchen, Gelderland  5.714435577392578  51.781913504332074  Balgoy of Balgoij is een dorp in de gemeente Wijchen, in de Nederlandse provincie Gelderland. Tot 1923 vormde Balgoy samen met Keent de gemeente Balgoy en Keent. Balgoy werd tot 1980 deel van de gemeente Overasselt waarna het ingedeeld werd bij Wijchen.
Aan de rand van het dorp staat een laat-middeleeuwse toren, het restant van de in 1914 gesloopte kerk. In dat jaar kwam aan het andere eind van het dorp de huidige St. Johannes de Doperkerk gereed, een ontwerp van de Tilburgse architect Jan van der Valk. 
673 
172 Balinge, Westerbork, Drenthe  6.60694444444444  52.7652777777778  Nieuw-Balinge (Drents: Nei-Baoling) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Midden-Drenthe, met ongeveer 790 inwoners (1 januari 2004).
Nieuw-Balinge is een veenkolonie, ontstaan aan het einde van de negentiende eeuw aan de Middenraai. Door kleinschalige nieuwbouw heeft het een eigen dorpskern gekregen. Een deel van de dorpskern wordt gevormd door bungalowpark De Breistroeken.
Het dorp heeft een Nederlands Hervormde en een Christelijk Gereformeerde kerk. Daarnaast zijn er sportvelden, een openbare en een protestants-christelijke basisschool, en een kleine supermarkt voor eerste levensbehoeften.
De omgeving van Nieuw-Balinge bestaat uit een combinatie van landbouwgebied (veenontginningen) en de uitgestrekte heidevelden van het Mantingerveld, met als belangrijkste onderdelen het Mantingerzand ten noorden van het dorp en het Lentsche Veen ten oosten ervan. In het 850 hectare grote natuurgebied van Natuurmonumenten wordt een natuurherstelprogramma afgewerkt om enkele versnipperde gebieden weer met elkaar te verbinden.
Geschiedenis
Het gebied waar nu Nieuw-Balinge ligt, was tot midden negentiende eeuw een smalle strook veen tussen de heidevelden van Mantinge en Gees in. Daarna begon ook hier de vervening. In 1860 werd haaks op de Hoogeveense Vaart in noordelijke richting de Middenraai gegraven, met links en rechts vele wijken als zijtakken hiervan. Via het water werd het turf afgevoerd. Na de afgraving werden vanwege de grote vraag naar hout eerst naaldbomen aangeplant in het gebied, maar toen de houtprijzen zakten werd het omgevormd tot landbouwgebied. In de jaren twintig werd de Middenraai doorgetrokken in noordelijke richting door het Mekelmeersche Veen, richting Witteveen. Ten oosten van het veengebied werden ook delen van het heidegebied (Groote Veld) ontgonnen. Door afgraving van de bemeste bovenlaag zullen veel van deze heideontginningen weer teruggegeven worden aan de natuur.
Tot 1 januari 1998 maakte Nieuw-Balinge deel uit van de gemeente Westerbork. 
33006 
173 Balk, Gaasterland, Friesland  5.57833333333333  52.8983333333333  Balk is een dorp in de provincie Friesland (Nederland). Het is de hoofdplaats van de gemeente Gaasterland-Sloten (Gaasterlân-Sleat), en heeft circa 3350 inwoners.
Balk is gelegen tussen Harich en Wijckel. Door het dorp stroomt het riviertje de Luts. Het plaatsje zou zijn ontstaan bij een balk over het riviertje; vandaar de naam. Later werd hier een brug gebouwd. Aanvankelijk hoorde Balk bij Harich. In 1585 werd het door Spaanse soldaten uit Groningen geplunderd. Balk werd in de 18e eeuw welvarend door de boterhandel, en in de 19e eeuw was het een zelfstandig dorp geworden.
Balk kende vanouds diverse geloofsgemeenschappen. Eén daarvan was de gemeente der Mennonieten in Balk die zeer streng in de leer was. In het midden van de 19e eeuw is een grote groep naar Amerika uitgeweken om zich daar in de omgeving van Goshen in de staat Indiana te vestigen. Een gevelsteen in Balk herinnert nog aan deze oude geloofsgemeenschap.
Het dorp en het riviertje zouden de dichter Herman Gorter, wiens grootvader in de 19e eeuw doopsgezind predikant was in Balk, tot zijn beroemde gedicht "Mei" hebben geïnspireerd. Daarin spreekt Gorter overigens niet van een dorp, maar van stadje; en niet van een riviertje, maar van een watergracht:
Een nieuwe lente en een nieuw geluid
Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit
Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht
In een oud stadje, langs de watergracht.
Ter herinnering staat aan de Luts een standbeeld van de dichter. Balk bezit verder een historische kern, met een raadhuis uit 1615.
In Balk en omstreken verschijnt een krant; de Balkster Courant. 
35659 
174 Balkbrug, Avereest, Overijssel  6.3930301676737145  52.59974771655701  Balkbrug (Nedersaksisch: De Balk) is een dorp in de gemeente Hardenberg en telde in 2007 ongeveer 3800 inwoners. Voor de gemeentelijke herindeling van 2001 behoorde Balkbrug samen met Dedemsvaart en Oud Avereest tot de gemeente Avereest.
Het dorp is ontstaan aan het kanaal de Dedemsvaart. Het dankt zijn naam aan een balk die onder een brug in dit kanaal lag. Deze balk moest voorkomen dat schepen met te grote diepgang deze brug konden passeren. Het lag ook op de kruising van deze vaarweg met de weg van Ommen naar Meppel, waardoor hier een wat grotere nederzetting kon ontstaan. Ook werd de groei van het dorp bespoedigd door het oprichten van een bedelaarskolonie van de "Maatschappij van Weldadigheid" rond 1800 op de Ommerschans ten zuiden van het dorp.
In 1886 kreeg Balkbrug een stoomtramverbinding aan de lijn van de DSM van Dedemsvaart dorp naar Dedemsvaart SS, een station aan de lijn Zwolle - Meppel. In 1908 groeide Balkbrug uit tot een knooppunt van stoomtramlijnen toen Spoorweg-Maatschappij Meppel-Balkbrug haar lijn tussen Meppel en Balkbrug opende. In 1939 werd deze lijn weer gesloten. In 1947 sloot de eerstgenoemde lijn.
In de jaren zestig is het kanaal de Dedemsvaart, welke door Balkbrug loopt, gedempt en werd de N377 er overheen aangelegd. 
64070 
175 Ballast, Coevorden, Drenthe  6.719825  52.674704  Verder geen informatie bekend  36106 
176 Balloo, Rolde, Drenthe  6.63166666666667  52.9955555555556  Balloo is een klein dorpje in de gemeente Aa en Hunze. Het ligt vlak bij Rolde. Balloo heeft 149 inwoners (1 januari 2007).
Geschiedenis
Balloo ligt op een van de oudste verkeersroutes door Drenthe. Deze route liep van Sleen via Rolde en Balloo naar Groningen. Langs die route door het veen ontstonden de eerste nederzettingen. Dat Balloo daarbij enige status had blijkt uit de aanwezigheid van de Balloërkuil, vlak bij het dorp. Hier zouden in de prehistorie al vergaderingen en rechtszittingen hebben plaatsgevonden. Later wordt dit ook een van de drie plaatsen waar de Etstoel bijeenkomt. 
34919 
177 Ballum, Ameland, Friesland  5.687248706817627  53.444679044059725  Ballum is een dorp op het Nederlandse waddeneiland Ameland in de gemeente Ameland, provincie Friesland.
Alhoewel Ballum met ongeveer 370 inwoners het kleinste dorp is op Ameland, ligt het gemeentehuis in het dorp. De veerpont van Ameland bevindt zich daarentegen in Nes. 
34452 
178 Banholt, Mheer, Limburg  5.809429077923596  50.78983842208301  Banholt (Limburgs: Tebannet) is een klein dorp in de Nederlandse gemeente Eijsden-Margraten, in het zuiden van de provincie Limburg. Eertijds behoorde het tot de gemeente Mheer, die tot 1981 heeft bestaan. In de periode 1981-2010 maakte het dorp deel uit van de gemeente Margraten. Het dorp heeft 1020 inwoners.
In Banholt is lang een kerkstrijd geweest met Mheer, waarmee het tot 1937 een parochie vormde, want hoewel de inwoners van Banholt pleitten voor een nieuwe kerk tussen de dorpen in, werd deze in Mheer gebouwd. Dit veroorzaakte de bouw van een aparte kerk uit protest, de Sint-Gerlachuskerk, die in het jaar 1876 voltooid werd. De toren werd in 1922 bijgebouwd en heeft een zadeldak, iets wat vrij weinig te vinden is in Limburg. Uiteindelijk werd het dorp in 1937 een zelfstandige parochie, gewijd aan de H. Gerlachus.
Bij Banholt hoort ook de buurtschap Terhorst.
Het dorp is gesitueerd op het Plateau van Margraten. 
109582 
179 Bansum, Holwierde, Bierum, Groningen  6.874340772628784  53.35814733936078  Bansum of Bantsum is een wierde in het noordoosten van het dorp Holwierde in de Nederlandse provincie Groningen. De diameter van de wierde bedraagt ongeveer 175 meter. De Bansum is met 3,29 meter boven NAP de hoogste van de drie wierden waarop het dorp gebouwd is. Volgens W.J. Eelssema komt ban uit het Keltisch en betekent "hoog" en zou het nan uit Nansum laag betekenen omdat deze wierde lager is (2,83 meter). Een andere verklaring stelt dat Banse een mansnaam is en -um verwijst naar heem ("Banse's heem/erf").
De wierde wordt van west naar oost in tweeën gedeeld door de Nansumerweg, die loopt tussen de westelijker gelegen Holwierde en de oostelijker gelegen wierde Nansum. Het noordelijk deel wordt gevormd door de begraafplaats met omringende grasvelden en een woning. Het zuidelijk deel bestaat uit huizen aan zuidzijde van de Bansumerweg, aan weerszijden van de haaks erop verlopende Bansumerweg en de tuinen erachter. De grens van het noordelijk deel is relatief duidelijk afgebakend aan de rand van de grasvelden, aan zuidzijde lopen de grenzen van de wierde dwars door de bebouwing en tuinen. Aan oostzijde van de begraafplaats stroomt een stukje van de De Vliet (of Het Vliet), die vroeger vanaf Marsum als waddenpriel langs de zuid- en oostzijde van de wierde en langs Uiteinde naar de Eems liep, maar bij Bansum dichtslipte en later werd vergraven. De straat ten oosten van de wierde (Het Vliet) is ernaar vernoemd.
De uit zandige klei bestaande wierde dateert uit de Late IJzertijd (oudste aangetroffen sporen dateren uit Romeinse tijd) en vormde onderdeel van een oeverwal langs De Vliet, die langzamerhand werd uitgebreid in westelijke richting. Vroeger moeten er gezien de hoogte meerdere huizen hebben gestaan, maar rond 1800 was de wierde bijna onbewoond. Er lagen toen alleen een paar gebouwen aan zuidzijde van de wierde. In 1860 werd door een boer aan oostzijde van de wierde een stuk grond verkocht, waarop de Holwierse begraafplaats werd aangelegd. Rond 1900 lagen er nog steeds slechts 2 huisjes op de wierde, aan weerszijde van de Nansumerweg. Na de Tweede Wereldoorlog werd de Bansumerweg aangelegd. Pas vanaf die tijd werd de huizenbouw uitgebreid op en rond de wierde. Eerst op het zuidelijk deel van de wierde, maar rond 1990 ook aan noordzijde van de wierde.

http://www.holwierde.net/publicaties/grepen-uit-het-verleden/ 
83591 
180 Barchem, Lochem, Gelderland  6.442279815673828  52.124615015440234  Barchem is een dorp in de gemeente Lochem in de Gelderse Achterhoek in de Nederlandse provincie Gelderland. Het heeft 1807 inwoners (1 januari 2006). Het ligt vlak naast de Lochemse Berg. Barchem betekent oorspronkelijk 'Dorp naarbij de Berg'
Vroeger liep er vanaf Borculo richting Lochem een tram (de tramlijn Deventer - Borculo), deze liep ook door Barchem. In 1944 is deze verbinding opgeheven. Het station in Barchem werd verbouwd tot 'Hotel Meilink'. Rond 2000 werd Hotel Meilink gesloopt en er zijn nu seniorenwoningen geplaatst onder de naam Station Barchem. Op het terrein waar nu woonerf 'Scholtenhof' staat, stond vroeger een coöperatie.
Barchem ligt aan de provinciale weg tussen Lochem en Ruurlo (Provinciale weg 312) en Borculo (Provinciale weg 821). Het heeft een directe busverbinding met Lochem en Borculo (lijn 56). De plaats is populair bij toeristen, en heeft een groot aantal campings in de directe omgeving. Op 2 juni 1999 werd dit kleine plaatsje getroffen door een windhoos die veel schade aanrichtte. Nu staat er in Barchem een school genaamd de Barchschole, een supermarkt, en een hotel/café genaamd De Groene Jager.
Buurtgemeenschappen:
Vrochterhoek
Bosheurne
Zwiep (uitgegroeid tot dorp) 
134743 
181 Barge, Wolfsbarge, Hoogezand, Groningen  6.722347  53.130717  Wolfsbarge (soms: Wolfsbergen) is een buurtschap in de gemeente Hoogezand-Sappemeer in de provincie Groningen in Nederland. Wolfsbarge is gelegen aan de weg N386, ten zuiden van Kropswolde en ten oosten van het Zuidlaardermeer. De Semslinie is de zuidgrens van het gebied.
Ondanks dat er slechts enkele woningen staan, heeft Wolfsbarge een begraafplaats van 14 are groot met tientallen graven waaronder enkele uit het Gemenebest.
In de Middeleeuwen werd hier veen afgegraven. Tot in de 20e eeuw was er voldoende restveen om tot turf te verwerken. Na de vervening werden de dalgrond vooral voor akkerbouw gebruikt.
Geschiedenis
In 1250 verwierf de abdij van Aduard grond nabij Wolfsbarge voor de aanleg van een kloosterkolonie (Colonium Masterii). In 1262 kocht de abdij percelen veen en weiland , gelegen aan de rivier de Hunze, van Zuidlaren.
Voor de turfstekers in het veen liet het klooster een kapel bouwen. In 1268 kwam de bisschop van Utrecht de kapel inwijden en noemde de kolonie Hotus Sancti Bernardi, de tuin van Sint Berhardus. In het jaar 1282 werd de kapel afgescheiden van de kerk van Noordlaren, waarvoor de abdij van Aduard 2000 stenen als vergoeding aan de kerk van Noordlaren betaalde.(Register Feith, deel 1, 1282.) Wolfsbarge werd daarmee een van de kerspellen van het Gorecht.
De kapel was gewijd aan de Heilige Maagd Maria, ook Beate Maria Virginis kapel genoemd.
De Rijksuniversiteit Groningen heeft in 1937, onderzoek gedaan naar de plaats waar de kapel zou hebben gestaan.
Het klooster van Aduard bezat te Wolfsbarge ook een kloosterboerderij, een zogenaamd voorwerk, dat werd gepacht door een meier. De huur die een meier aan het klooster diende te betalen werd uitgedrukt in schuiten turf. Turf werd naar de stad Groningen vervoerd over de Hunze. De vaart op de Hunze werd beheerst door het Schuitenschuiversgilde. Buiten het Schuitenschuiversgilde om mochten alleen inwoners van Kropswolde, Wolfsbarge en Westerbroek turf vervoeren, mits hun schepen minder capaciteit hadden dan die van het gilde. Gildebroeders van het Schuitenschuiversgilde verwijderden ondiepten in de Hunze. Tot 1667 bleef dit zo, daarna zouden de aangrenzende marken de Hunze onderhouden. Dit gebeurde zo slecht dat de rivier als scheepvaartroute verviel tot aan het begin van de 19e eeuw de Hunze bijna onbevaarbaar was. Daarna ging het bergafwaarts met de ontginning van het veen. 
38326 
182 Barger-Compascuum, Emmen, Drenthe  7.04194444444444  52.7552777777778  Barger-Compascuum (Drents: Barger-Compas) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Emmen, met ongeveer 1480 inwoners (1 januari 2004).
Barger-Compascuum is een veenkolonie in het uiterste oosten van de provincie, tegen de Duitse grens. In tegenstelling tot de meeste veenkoloniën in het gebied is het een vrij compact dorp met weinig lintbebouwing. Doordat het dorp lange tijd vrij geïsoleerd lag, is het nog altijd een hechte gemeenschap.
De belangrijkste bezienswaardigheid in het dorp is het Veenpark. Hier wordt de geschiedenis van het veengebied en de veenkoloniën vertelt: van het moeras, via de plaggenhutjes en de turfgravende veenarbeiders, naar het ontstaan van de dorpen. Tot slot komt ook de geschiedenis van de landbouw aan bod, die na het voltooien van de vervenging ontstond. Daarnaast bevindt zich in het park het Harmoniummuseum. Met een smalspoortreintje is niet alleen het hele park, maar ook het aangrenzende hoogveenreservaat Berkenrode van Staatsbosbeheer te bereiken.
Barger-Compascuum heeft behalve de rooms-katholieke Sint-Josephkerk uit 1924, een ontwerp van Jos Cuypers en diens zoon Pierre Cuypers jr., de volgende voorzieningen: een rooms-Katholieke en een protestants-christelijke basisschool, sportvelden, een supermarkt, een postagentschap en diverse andere winkels en horecagelegenheden. Het dorp kent daarnaast een uitbundig verenigingsleven.
Het dorpsgebied van Barger-Compascuum bestaat uit een combinatie van landbouwgebied (veenontginningen) en natuurgebied. Tot de laatste categorie behoort niet alleen Berkenrode, maar ook het Oosterbos en het aangrenzende ontwikkelingsproject Landgoed Scholtenszathe. Tussen beide grote natuurgebieden in ligt het buurtschap Klazienaveen-Noord, dat ook onder Barger-Compascuum valt. Buiten het dorpsgebied valt het tuinbouwgebied van Klazienaveen ten zuidwesten van Barger-Compascuum.
Geschiedenis
Het gebied waar nu Barger-Compascuum ligt, was eeuwenlang een woest en moeilijk begaanbaar hoogveengebied, dat onderdeel uitmaakte van het 50.000 hectare grote Bourtangermoeras. In de Middeleeuwen kregen de boeren van de Duitse zanddorpen Ober- en Niederlangen en Altharen aan de andere kant van de grens, van de bisschop van Münster (het toenmalig 'staatshoofd' in wat nu het Eemsland is) het recht om hun schapen gezamenlijk te laten weiden in het gebied tot aan de Runde. De Runde was een belangrijk veenriviertje ten westen van het huidige Barger-Compascuum, dat uitmondde in het Zwarte Meer. Tot in de negentiende eeuw heeft er onenigheid bestaan tussen de Drenten en de Hannoveranen (het Eemsland hoorde bij het Koninkrijk Hannover) over de grens tussen de Duitse en de Nederlandse gebieden. Een enkele keer kwam het zelfs tot massale vechtpartijen in het veen tussen Drentse en Eemslandse boeren. Dit ondanks het bestaan van grensverdragen, waarin het beweiden was geregeld. Dit werd omschreven met het Latijnse woord compascere, dat gezamenlijk beweiden betekent. De namen Emmer-Compascuum en Barger-Compascuum duiden er dus op, dat zich hier de gezamenlijke weide van de marke van Emmen resp. Noordbarge bevond. In het Tractaat van Meppen van 1824 werd de staatgrens tussen de Nederlandse en Duitse gebieden min of meer vastgelegd. De definitieve scheiding van de compascuum voltrok zich echter pas in 1867. Doordat tegelijkertijd het verbod op het bouwen van woningen met een 'stookplaats' werd opgeheven, kon het grensgebied bewoond worden.
Ondertussen waren rond 1861 de eerste bewoners al in het gebied neergestreken. Zij waren grotendeels afkomstig uit het Eemsland (Hannoveranen), maar er waren ook kolonisten uit Drenthe (Coevorden), Groningen en zelfs uit Overijssel bij. De overgrote meerderheid van hen was katholiek, wat de katholieke achtergrond van het dorp verklaart. Na een inventarisatie van het aantal katholieken door de pastoor van Erica, waar Barger-Compascuum onder viel, werd in 1873 in het dorp een eigen parochie opgericht. Na een jaar missen te hebben gehouden in een schuurkapel met strodak, werd in 1874 een houten 'veenkerk' gebouwd, die tot de ingebruikname van de huidige kerk in 1924 dienst zou doen. 
38089 
183 Barger-Oosterveen, Emmen, Drenthe  6.97694444444444  52.7041666666667  Barger-Oosterveen is een buurtschap in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Emmen, dat hoort bij Klazienaveen. Op 1 januari 2004 had het ongeveer 300 inwoners.  33088 
184 Barger-Oosterveld, Emmen, Drenthe  6.95583333333333  52.7719444444444  Barger-Oosterveld is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Emmen, met 2770 inwoners (1 januari 2004). Officieel is het echter niet erkend als afzonderlijk dorp, maar maakt het deel uit van de kern Emmen.
Geografie
Barger-Oosterveld is een ontginningsdorp, gelegen op een hoge zandrug. Het is een jong dorp en heeft daarom weinig oude gebouwen. Het wordt van de rest van Emmen gescheiden door de N381, de Rondweg rond de stad. Aan de noordkant van het dorp ligt een groot bedrijventerrein.
De omgeving van Barger-Oosterveld bestaat uit landbouwgebied (heideontginningen). Het omliggende veengebied ligt tot tien meter lager dan het dorp. Aan de oostkant grenst het dorpsgebied aan het Oosterbos en het natuurontwikkelingsproject Landgoed Scholtenszathe.
Barger-Oosterveld heeft een aantal voorzieningen, waaronder een openbare en rooms-Katholieke basisschool, sportvelden, een supermarkt met postagentschap en diverse winkels en horecagelegenheden. Het dorp is echter vooral bekend van sportpark de Meerdijk, waar FC Emmen zijn thuiswedstrijden speelt. Tot het dorpsgebied behoort ook begraafplaats Oeverse Bos.
Geschiedenis
Al in de Bronstijd was er bewoning op deze plek. In 1957 worden de resten blootgelegd van een tempel uit deze periode. Deze staat bekend onder de naam Tempeltje van Barger-Oosterveld. In 1953 wordt een nog oudere vondst gedaan, namelijk de Dolk van Barger-Oosterveld.
Het huidige Barger-Oosterveld is ontstaan in 1880 en vierde in 2005 zijn 125-jarig jubileum. Het huidige dorpsgebied was tot eind negentiende eeuw een heidegebied dat hoorde bij de marke van Noord- en Zuidbarge. De eerste bewoners waren individuele gelukzoekers die vanaf de veilige zandgronden wilde meeprofiteren van de veenontginningen in de buurt. In de jaren 1870 kwamen er steeds meer boeren uit Barger-Compascuum die daar hun bedrijf niet meer konden uitoefenen. Het ging vooral om rooms-katholieken afkomstig uit de buurt van Hannover, die daarom Hannovenaren werden genoemd. Door grond te pachten van de Barger boeren konden zij hier een eigen bestaan opbouwen, zij het met hard werken en veel bijverdiensten in Holland of de veengebieden. Na de Tweede Wereldoorlog groeide het dorp sterk door de bouw van enkele nieuwbouwwijken, maar het bleef een hechte gemeenschap.==Bezienswaardigheden== De rooms-katholieke Gerardus Majellakerk dateert uit 1906. Het was de eerste kerk in Nederland met deze heilige als patroon en om die reden is het een bedevaartplaats geworden. 
34284 
185 Bargercompagnie, Wolfsbarge, Hoogezand, Groningen  6.721841  53.128926  Wolfsbarge (soms: Wolfsbergen) is een buurtschap in de gemeente Hoogezand-Sappemeer in de provincie Groningen in Nederland. Wolfsbarge is gelegen aan de weg N386, ten zuiden van Kropswolde en ten oosten van het Zuidlaardermeer. De Semslinie is de zuidgrens van het gebied.
Ondanks dat er slechts enkele woningen staan, heeft Wolfsbarge een begraafplaats van 14 are groot met tientallen graven waaronder enkele uit het Gemenebest.
In de Middeleeuwen werd hier veen afgegraven. Tot in de 20e eeuw was er voldoende restveen om tot turf te verwerken. Na de vervening werden de dalgrond vooral voor akkerbouw gebruikt.
Geschiedenis
In 1250 verwierf de abdij van Aduard grond nabij Wolfsbarge voor de aanleg van een kloosterkolonie (Colonium Masterii). In 1262 kocht de abdij percelen veen en weiland , gelegen aan de rivier de Hunze, van Zuidlaren.
Voor de turfstekers in het veen liet het klooster een kapel bouwen. In 1268 kwam de bisschop van Utrecht de kapel inwijden en noemde de kolonie Hotus Sancti Bernardi, de tuin van Sint Berhardus. In het jaar 1282 werd de kapel afgescheiden van de kerk van Noordlaren, waarvoor de abdij van Aduard 2000 stenen als vergoeding aan de kerk van Noordlaren betaalde.(Register Feith, deel 1, 1282.) Wolfsbarge werd daarmee een van de kerspellen van het Gorecht.
De kapel was gewijd aan de Heilige Maagd Maria, ook Beate Maria Virginis kapel genoemd.
De Rijksuniversiteit Groningen heeft in 1937, onderzoek gedaan naar de plaats waar de kapel zou hebben gestaan.
Het klooster van Aduard bezat te Wolfsbarge ook een kloosterboerderij, een zogenaamd voorwerk, dat werd gepacht door een meier. De huur die een meier aan het klooster diende te betalen werd uitgedrukt in schuiten turf. Turf werd naar de stad Groningen vervoerd over de Hunze. De vaart op de Hunze werd beheerst door het Schuitenschuiversgilde. Buiten het Schuitenschuiversgilde om mochten alleen inwoners van Kropswolde, Wolfsbarge en Westerbroek turf vervoeren, mits hun schepen minder capaciteit hadden dan die van het gilde. Gildebroeders van het Schuitenschuiversgilde verwijderden ondiepten in de Hunze. Tot 1667 bleef dit zo, daarna zouden de aangrenzende marken de Hunze onderhouden. Dit gebeurde zo slecht dat de rivier als scheepvaartroute verviel tot aan het begin van de 19e eeuw de Hunze bijna onbevaarbaar was. Daarna ging het bergafwaarts met de ontginning van het veen. 
38325 
186 Bargermeer, Emmen, Drenthe  6.917185  52.757696  Het Bargermeer is een drooggelegd meer en is nu een kleine woonwijk van Emmen.  34285 
187 Bargerwesterveen, Emmen, Drenthe  6.876349  52.727519  Gelocaliseerd, met de volgende tekst:
Persbericht: bestemmingsplan 'Barger-Westerveen'
Gewijzigd bestemmingsplan 'Barger-Westerveen'
Het college van burgemeester en wethouders stemt in met het gewijzigde bestemmingsplan 'Barger-Westerveen'. Zij stelt de raad voor dit gewijzigde bestemmingsplan vast te stellen.
Het bestemmingsplan wordt gewijzigd omdat het Van der Valk concern heeft verzocht om in de omgeving van de afslag N37 nabij de Dikkewijk een hotel-accommodatie te mogen vestigen. Dit verzoek past in de gemeentelijke visie voor dit gebied en vormt de directe aanleiding tot het opstellen van het bestemmingsplan. 
35441 
188 Barkhoorn, Onstwedde, Groningen  7.045433521270752  53.01278357576965  Een gehucht nabij Onstwedde  75101 
189 Barlage, Onstwedde, Groningen  7.059230804443359  53.01850091440276  Vlagtwedder-Barlage is een streek in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen. De streek ligt tussen van het dorp Vlagtwedde en het Ruiten-Aa-kanaal. De naam verwijst waarschijnlijk naar berken. Aan de noordkant wordt de streek begrensd door het recreatiegebied De Barlage, met daarin een groot bungalowpark het Parc Emslandermeer.
De naam Barlage komt ook voor als gehucht in de gemeente Stadskanaal. 
48312 
190 Barneveld, Gelderland  5.58388888888889  52.1391666666667  Barneveld is een dorp in de Nederlandse provincie Gelderland en tevens hoofdplaats van de gelijknamige gemeente Barneveld, in het midden van Nederland. Het dorp heeft ongeveer 28.147 inwoners (2005). Door het zuiden van Barneveld stroomt de Barneveldse Beek.
Geschiedenis
Barneveld bestaat als kerkdorp sinds 1333, alhoewel de leeftijd van Barneveld op meer dan 800 jaar wordt geschat. Deze schatting is gebaseerd op een tekst uit 1174 waarin een Wolfram van Barneveld wordt genoemd. De plaats vervult een marktfunctie in de Gelderse Vallei, maar is nooit tot stad verheven. In de 17e en 18e eeuw was Barneveld een belangrijk knooppunt in het netwerk van Hessenwegen. De naam Barneveld is mogelijk een oude naam of een verbastering van de naam Bronveld. Een andere mogelijke herkomst van de naam is Barnsteenveld.
Barneveld heeft ook bekendheid verworven door het relaas van de Kabeljauwse ruiteraanvoerder Jan van Schaffelaar, die hier op 16 juli 1482 van de door Hoeken belegerde toren sprong. Op het Torenplein staat sinds 1903 een standbeeld van hem. Huize De Schaffelaar en het aangrenzende Schaffelaarse bos, ten oosten van het dorp, zijn naar hem vernoemd. 
35246 
191 Barnflair, Vlagtwedde, Groningen  7.08166666666667  52.8513888888889  Barnflair is een dorp in de gemeente Vlagtwedde in de Nederlandse provincie Groningen.
Het dorp ligt ten zuiden van Ter Apel en is ermee verbonden door de lintbebouwing langs het Ter Apelkanaal. Tussen Ter Apel en het dorp ligt nog: Burgemeester Beinsdorp en met wat fantasie Agodorp.
Het plaatsje is vooral bekend omdat er zich de grensovergang met Duitsland bevindt. Ook aan de andere zijde van de grup (zoals de grens hier wel schertsend wordt genoemd — grup is een droge sloot) heet het, op zijn Duits geschreven, Barnfleer.
De naam betekent brandend veen (bern = brand, fleer = laagveen). De ietwat Franse schrijfwijze komt wel meer bij Groninger plaatsnamen voor, zoals bij Bourtange en Usquert. 
38934 
192 Barradeel, Friesland  5.483869  53.219514  Barradeel (Fries: Barradiel) is een voormalige gemeente in het noordwesten van de provincie Friesland (Nederland) en heeft bestaan tot 1984. Barradeel telde op 1 januari 1974 6747 inwoners en had een oppervlakte van 66,98 km².
Na de gemeentelijke herindeling op 1 januari 1984 is Barradeel onderverdeeld in de drie gemeenten Franekeradeel, Harlingen en Het Bildt. Een groot deel is toentertijd samen met het stadje Franeker toegevoegd aan Franekeradeel. Een klein deel in het zuidwesten met het dorp Wijnaldum is toegevoegd aan Harlingen en een klein deel in het noordoosten rondom het dorp Minnertsga aan Het Bildt
Kernen (1983)
De gemeente Barradeel bestond uit acht dorpen. De hoofdplaats was Sexbierum.
Nederlandse naam Friese naam
Firdgum Furdgum
Klooster-Lidlum Kleaster-Lidlum
Minnertsga Minnertsgea
Oosterbierum Easterbierrum
Pietersbierum Pitersbierrum
Sexbierum Seisbierrum
Tzummarum Tsjummearum
Wijnaldum Winaem 
297 
193 Barsbeek, Ambt Vollenhove, Overijssel  6.019048690795898  52.65681045479847  Barsbeek is een buurtschap in de gemeente Steenwijkerland, in de Nederlandse provincie Overijssel. De buurtschap is gelegen in de Kop van Overijssel ten oosten van de provinciale weg N331 (plaatselijk bekend als de Oppenswolle), en bestaat uit een lange, met een grote bocht lopende weg met wat verspreide lintbebouwing. De weg loopt van Sint Jansklooster tot dichtbij het Zwarte Meer.  81465 
194 Bartlehiem, Tietjerksteradeel, Friesland  5.839705467224121  53.27484254603936  Bartlehiem is een gehucht bij Oudkerk en Wijns in de gemeente Tietjerksteradeel, provincie Friesland (Nederland), en het telt ongeveer 70 inwoners. Voor een deel ligt het ook in de gemeenten Ferwerderadeel en Leeuwarderadeel, waarvoor het een buurtschap is.
Elfstedentocht
Bartlehiem is vooral bekend dankzij de Elfstedentocht, waarbij de schaatsers het traject Bartlehiem - Dokkum vice versa moeten afleggen. Komend uit westelijke richting vanaf Finkum via de Finkumervaart passeren schaatsers het bekende houten fiets-en voetgangersbruggetje van Bartlehiem en slaan vervolgens linksaf om noordwaarts via de Dokkumer Ee naar Dokkum te schaatsen. Bij terugkomst slaat men linksaf in oostelijke richting (Oudkerkervaart), vanaf hier dan nog ca. 10 km naar de eindstreep op de Bonkevaart in Leeuwarden. Bartlehiem is dus de enige plek waar men in drie windrichtingen elfstedentocht-deelnemers in actie kan zien.
Diversen
In 1893 werd een zuivelfabriek opgericht. Deze is in de jaren vijftig gesloten. Het pand is sinds 2010 in gebruik als woonvorm voor mensen met geheugenproblemen ("Herbergier").
Op de oostoever van de Dokkumer Ee bevindt zich op nr. 13 Camping Bartlehiem (+ schenkerij "De Vlier"), op nr. 9 is Atelier/galerie "Bartlehiem" het domein van kunstschilder/tekenaar Hans Krakou.
Het dankt zijn naam aan een klooster dat er ooit heeft gestaan met de naam Bethlehem, later verbasterd tot Bartlehiem. 
138112 
195 Barwoutswaarder, Utrecht  4.84870584813234  52.082540290397326  Barwoutswaarder is een voormalige gemeente en woonplaats, recentelijk een woonwijk en bedrijventerrein in Woerden, in de Nederlandse provincie Utrecht. Barwoutswaarder heeft 5670 inwoners (2004).
De wijk is gelegen ten westen van de kern Woerden, ten zuiden van de Oude Rijn en de gelijknamige weg. Ten westen ligt de woonplaats Bekenes, en ten noorden, aan de andere kant van het water, de huizengroep Rietveld. Ten zuidoosten ligt de wijk Molenvliet. Barwoutswaarder bestaat voor een deel uit een bedrijventerrein, nieuwbouwwoningen en in het westen oude bebouwing, waaronder enkele boerderijen. Tevens is het gelegen in het noorden van de Polder Barwoutswaarder.
Barwoutswaarder was een zelfstandige gemeente, totdat het in 1964 werd verdeeld tussen de gemeenten Bodegraven en Woerden (toen nog beide in de provincie Zuid-Holland). 
89348 
196 Basse, Steenwijkerwold, Overijssel  6.032906718212871  52.80432731321052  Basse is een buurtschap in de gemeente Steenwijkerland, in de Nederlandse provincie Overijssel. De buurtschap is gelegen in de Kop van Overijssel ten westen van Steenwijkerwold, dichtbij de grens met de provincie Friesland.  89484 
197 Bastion Grobbendonck, 's-Hertogenbosch, Noord-Brabant  5.32012939453125  51.69474658445377  Bastion Grobbendonck was een bastion in de binnenstad van 's-Hertogenbosch. Het was een onderdeel van de vestingwerken van de stad. Het bastion was ook bekend onder de naam Bastion bij de boom, vernoemd naar de Boompoort die vlakbij het bastion stond. Op dit punt komen tegenwoordig de Aa, de Dommel en de Zuid-Willemsvaart samen om tezamen verder als Dieze richting de Ertveld Plas te vloeien.
Op advies van een aantal ingenieurs liet Anthonie Schets een negental bastions bouwen. Hij liet dit bastion als eerste bouwen, wat niet bijzonder verwonderlijk was. De noordoosthoek van de vestingwerken was het meest kwetsbaar. In 1614 is dit bastion gereed gekomen.
In het Singeltalud is nog een flank terug te vinden van het bastion. Het was de aanzet van de zuidelijke flank van het bastion. Verder herinnert ons niks meer aan het voormalige bastion. De huidige Oliemolenbrug loopt over de as van het vroegere bastion, dat geheel vergraven is, door de verlenging van de Singel.
Als gevolg van de capitulatie veranderde de naam van het bastion. De bastion ging verder onder de naam Bastion Oliemolen, naar de oliemolen die hier heeft gestaan.
De werken van het bastion zijn in 1890 verdwenen na de kanalisatie van de Dommel. 
67095 
198 Batenburg, Gelderland  5.62777777777778  51.8233333333333  Batenburg is een plaats in het Land van Maas en Waal, behorend tot de gemeente Wijchen. Het ligt westelijk van Wijchen aan de Maas. Batenburg telde in 2005 slechts 600 inwoners, maar heeft een verleden als stad, zelfs een van de oudste van Gelderland. Het historische Batenburg met zijn kasteelruïne is een beschermd stadsgezicht.
Behalve de ruïne zijn er in Batenburg veel historische, veelal witgepleisterde boerderijen te zien, en een oude protestantse dorpskerk, die na verwoesting in de Tachtigjarige Oorlog gedeeltelijk werd herbouwd. Het is, evenals de veel grotere neogotische rooms-Katholieke kerk ernaast, oorspronkelijk gewijd aan Sint Victor.
In de zomer is er veel waterrecreatie.
Geschiedenis
Batenburg kreeg in 1349 stadsrechten, maar aangenomen wordt dat het stadje ze rond het jaar 1000 ook al had gekregen. Het werd bestuurd door de machtige Heren van Batenburg, die noch aan de hertog van Gelre noch aan die van Brabant ondergeschikt waren, maar alleen aan de Duitse keizer. Hun kasteel, rond 1250 gebouwd op een motte, is sinds de Franse tijd een ruïne. De Heren van Batenburg (de laatsten waren de vorsten Van Bentheim-Steinfurt) bestuurden hun Gelderse bezit sindsdien op afstand.
Batenburg sloeg in de Middeleeuwen zijn eigen munten, die echter vanwege hun slechte kwaliteit geen goede reputatie hadden.
In 1818 werd Batenburg een gemeente, die tot 1984 zelfstandig was: toen werd Batenburg onderdeel van Wijchen. Deze gemeente voert sindsdien het Batenburgse stadswapen 
35781 
199 Bath, Reimerswaal, Zeeland  4.20944444444444  51.4030555555556  Bath is een buurtschap in de gemeente Reimerswaal, in de Nederlandse provincie Zeeland. In 1813 werd de gemeente Fort-Bath gevormd. In 1816 werd de gemeente Maire samengevoegd met (Fort) Bath. In 1877 werd het met het naburige dorp Rilland samengevoegd tot de gemeente Rilland-Bath. De buurtschap heeft 90 inwoners (2004).
Bath heeft ook een kerk. Bijzonder hieraan is dat de dorpskerk hier een Vrije Evangelische Gemeenten is. Waarschijnlijk is dit de enige plaats in Nederland waar de dorpskerk evangelisch is. 
34591 
200 Bathmen, Overijssel  6.28694444444444  52.25  Bathmen (Nedersaksisch: Battum) is een dorp in de gemeente Deventer, provincie Overijssel. Het inwonertal van de gemeente bedroeg 5328 in 2004 en de oppervlakte 26,48 km², waarvan 0,24 km² water.
Tot de gemeente Bathmen behoorden naast het dorp Bathmen ook de dorpen en buurtschappen Apenhuizen, Dortherhoek, Loo, Pieriksmars en Zuidloo. 
34964 
201 Bavel, Breda, Noord-Brabant  4.83083333333333  51.5666666666667  Bavel is een Brabants dorp in de gemeente Breda, vlakbij Ulvenhout.
Bavel ligt ten zuidoosten van Breda en heeft bijna 5400 inwoners.
Bavel behoorde voor 1942 tot de gemeente Ginneken en Bavel. In dit jaar werd de plaats Ginneken door de gemeente Breda geannexeerd, waarna het restant van de gemeente in de nieuwe gemeente Nieuw-Ginneken opging. Deze gemeente werd bij de herindeling van 1997 opgeheven, waarna Bavel bij Breda werd gevoegd. 
34939 
202 Bazuin, Zuidwolde, Drenthe  6.41447496440378  52.6545026637486  Bazuin is een buurtschap in de gemeente De Wolden, provincie Drenthe (Nederland). De buurtschap is gelegen tussen Drogt en Schottershuizen.  68518 
203 Beckum, Hengelo, Overijssel  6.742901802062988  52.212132434157304  Beckum is een kerkdorp in de gemeente Hengelo in de streek Twente, gelegen in de Nederlandse provincie Overijssel. Tot het ontstaan van de gemeente Hengelo in 1811 hoorde Beckum onder het richterambt Delden. Beckum telt ongeveer 800 inwoners (2005). Beckum ligt aan de provinciale weg N739 Hengelo-Haaksbergen. In het dorp bevindt zich de rooms-katholieke Blasiuskerk en de r.k. Basisschool De Bleek.
Pinksterfeesten
Sinds 1917 organiseert de Stichting Pinksterfeesten Beckum jaarlijks de Pinksterfeesten, met als doel samen met de Beckumer gemeenschap een feest te organiseren, waarbij de verdiensten terugvloeien naar de Beckumer verenigingen en instellingen. Voor, tijdens en na het feest werken ruim 600 vrijwilligers uit het dorp en verenigingen van het dorp mee aan het slagen van het evenement. De datum van het feest is elk jaar gekoppeld aan het Pinksterweekend. Het feestterrein 't Ossenveeld, dat sinds het jaar 2000 in gebruik is, heeft een oppervlakte van bijna drie ha. Jaarlijks komen duizenden bezoekers uit de hele regio op het evenement af.
Volle Polle
Sinds enkele jaren vindt er in Beckum het jaarlijkse event "Volle Polle" plaats, een groot auto- en motorsportspektakel met nationale en internationale deelnemers. Er is auto- en motorsport, muziek, bedrijvenmarkt en kinderactiviteiten. Ook rijden in de “Knakworstklasse” de plaatselijke motorcrossers. In de “Nachtcross” voor auto’s gaan dorpsgenoten de strijd met elkaar aan. 
82842 
204 Bedum, Groningen  6.6025  53.3002777777778  Bedum (Gronings: Beem) is de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente in de provincie Groningen in Nederland.
Het dorp ligt ongeveer 10 km ten noorden van de stad Groningen en is gelegen aan de spoorlijn van Groningen naar Delfzijl en aan het Boterdiep.
Kerken
De huidige hervormde kerk werd in de 11e eeuw gesticht als bedevaartskerk van Sint-Walfridus, die in Bedum zou hebben geleefd en door Vikingen was vermoord. Opvallend aan de kerk is de scheve 11e eeuwse toren in romaanse stijl. Volgens sommigen is deze minstens zo scheef als die van Pisa. Hij is in ieder geval de scheefste van Nederland. In de 15e eeuw werd de kerk vergroot tot een tweebeukige gotische hallenkerk, die in de 16e eeuw werd uitgebreid met een groot koor met omgang ten behoeve van het kapittel van de kerk. Na de Reformatie is de kerk zwaar verminkt, onder meer door sloop van het koor en verlaging van de noorderbeuk. In de Middeleeuwen had Bedum nog een bedevaartskerk, gewijd aan Sint Radfridus, de zoon van Walfridus. Van deze kerk is boven de grond niets over.
De rooms katholieke kerk Onze Lieve Vrouwe Hemelvaart is een eenbeukige kruiskerk in neo-gotische stijl, gebouwd in 1880-1881 naar ontwerp van Alfred Tepe.
De gereformeerde Noorderkerk uit 1938 werd ontworpen door architect Egbert Reitsma in traditionalistische stijl. 
32695 
205 Beegden, Limburg  5.92083333333333  51.1883333333333  Beegden (Limburgs: Bieëgdje) is een kerkdorp in de gemeente Maasgouw in de Nederlandse provincie Limburg. Het heeft ongeveer 1800 inwoners. Beegden heeft een landelijke ligging tussen de dorpen Heel en Horn, de Maas en natuurgebied de Beegderheide en ligt vlak bij de stad Roermond.
Voorheen was Beegden een aparte gemeente, dit tot de herindeling (1991) waarin Heel en Panheel, Wessem en Beegden samengevoegd werden tot de nieuwe gemeente Heel. Deze gebeurtenis wordt herdacht door een monument voor de St. Martinuskerk. In 2007 volgde opnieuw een gemeentelijke herindeling en sindsdien is het onderdeel van de gemeente Maasgouw.
De afgelopen jaren heeft vooral het toerisme zich ontwikkeld in Beegden en de rest van de gemeente Heel. De "trekpleisters" van Beegden zijn de kerk, het 17e eeuwse Huis Nederhoven tegen de grens met Heel en de Beegderheide. Hier wordt vooral gefietst en gewandeld door het natuurgebied dat bestaat uit bos, heide en vennen. Het is verder de leefomgeving van schapen, die de heide intact houden, konijnen en zeldzame vlinders. Verder is er nog de standaardmolen St. Lindert, de iedere woensdag en zaterdag geopend is. De molen is na de grondige restauratie van 2000 vrij te bezichtigen. 
35692 
206 Beek en Donk, Noord-Brabant  5.63027777777778  51.5347222222222  Beek en Donk zijn/is een (dubbel) dorp van in de provincie Noord-Brabant, gelegen in de Meierij van 's-Hertogenbosch. Tot 1 januari 1997 was Beek en Donk een zelfstandige gemeente.

Beek en Donk is de hoofdplaats van de gemeente Laarbeek. Beek en Donk telt 10.028 inwoners (1 juni 2006, bron: CBS). Tot 1 januari 1997 was het een zelfstandige gemeente.
Ligging
Beek en Donk is een rustig gelegen dorp aan de Zuid-Willemsvaart. Tevens begint het Wilhelminakanaal hier op de grens met het buurdorp Aarle-Rixtel. Het dorp kent, net als het buurdorp Aarle-Rixtel, twee historische centra: het Heuvelplein in het zuidelijk gelegen Beek, en het Piet van Thielplein, in het noordelijk gelegen Donk. De Beekse Sint-Michaëlkerk en de Donkse Sint-Leonarduskerk vormen de basis voor de beide kerkgemeenschappen. D'n Oude Toren, een losstaande kerktoren aan de rand van het dorp uit de 15e eeuw, waakt over de Laarsche Velden en Beekse Akkers. De toren is het laatste restant van het vroegere dorp Beek, dat in de middeleeuwen naar de rand van de huidige akker werd verplaatst, waarbij de kerk eenzaam achterbleef, en nog eeuwen werd gebruikt vanuit het nieuwe dorp, een veelvoorkomend fenomeen in de Brabantse Kempen en westelijk Brabants Peelland. In oude schriftelijke bronnen worden Aarle en Beek overigens regelmatig in één samenvoeging genoemd: Aarle-Beek.
Kenmerkend voor het feit dat Beek en Donk vroeger uit twee afzonderlijke kernen heeft bestaan, is de strook groen, dwars door het dorp. Hier vindt men ook de Muziektuin. Sinds 2003 staat hier het nieuwe gemeentehuis van de in 1997 nieuwgevormde gemeente Laarbeek. 
34983 
207 Beek, Bergh, Gelderland  6.187778  51.905833  Beek is een dorpskern in de voormalige gemeente Bergh in het oosten van de provincie Gelderland. Beek ligt aan de voet van het Montferland en het Bergherbos. Ten zuiden van de dorpskern ligt de landsgrens met Duitsland. Op 1 januari 2005 is de gemeente Bergh opgeheven en met de gemeente Didam samengevoegd tot een nieuwe gemeente Montferland.
Bergh als gemeente is ontstaan uit de heerlijkheid Land van den Bergh
Het kerkdorp is van overwegend katholieke signatuur. Beek telt ongeveer 2500 inwoners. Het dorp heeft een rijk verenigingsleven, waaronder een eigen voetbalvereniging, een carnavalsvereniging, een schutterij, een eigen harmonie en een rijvereniging. 
127500 
208 Beek, Limburg  5.7956470999999965  50.9393162  Beek (Limburgs: Baek) is een groot dorp in het zuiden van de Nederlandse provincie Limburg. Het is de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente Beek en telt 8870 inwoners.
Beek wordt omringd door zowel landelijk gebied als door stedelijk gebied als door sterk industrieel gebied. Aan de noordzijde van de plaats ligt Geleen met het industriecomplex Chemelot, aan de oostzijde het heuvelland, aan de zuidzijde de luchthaven Maastricht-Aachen Airport (plaatselijk beter bekend als Vliegveld Beek) en aan de westzijde de woongemeente Stein.
De plaats heeft vele eigen voorzieningen. Naast het dorpscentrum ligt op het bedrijventerrein ten noorden van de plaats een groot overdekt winkelcentrum waar grotere winkels als C&A en Albert Heijn zijn gevestigd. Centraal staat de neoromaanse Sint Martinuskerk die in het jaar 1888 naar een ontwerp van de Duitse architect Lambert von Fisenne werd gebouwd en in 1909-1910 door Jos Cuypers en Jan Stuyt werd vergroot. Deze kerk verving de oude vervallen kerk uit de 13e eeuw. Elders in beek bevindt zich het zogenaamde Leopoldkerkje, een protestantse kerk die in 1835-1837, toen Limburg deel uitmaakte van België, op kosten van de Belgische overheid werd gebouwd. In Beek bevindt zich, op de lijn Maastricht-Sittard het NS-station Beek-Elsloo. 
32532 
209 Beek, Ubbergen, Gelderland  5.925252915476449  51.83029853910986  Beek is een dorp in de Nederlandse gemeente Ubbergen (Gelderland). Op 1 januari 2006 lag het inwoneraantal op 3439. Tussen dit dorp en Leerdam ligt het 98 kilometer lange Lingepad. Het dorp ligt tussen de stuwwal van het Rijk van Nijmegen en de Ooijpolder. Door de overvloed aan helder water uit de bronnen die ontspringen aan de stuwwal is Beek van de 19e tot ver in de 20e eeuw een dorp van wasserijen geweest voor de rijke burgerij van Nijmegen. Hiervan getuigen nog de witte wasboerderijtjes alsmede enkele spoelputten.  62757 
210 Beekbergen, Apeldoorn, Gelderland  5.96361111111111  52.1597222222222  Beekbergen (Nedersaksisch: Bekbargen) is een plaats op de Veluwe, gelegen ten zuiden van Apeldoorn, met circa 5000 inwoners. Bestuurlijk valt het onder de gemeente Apeldoorn. In het zomerseizoen verdrievoudigt de bevolking ongeveer door de vele campings en vakantieparken die in de bossen om Beekbergen gelegen zijn.
Kenmerkend in het dorpsbeeld is de oude Kerk waarvan de oudste delen uit de elfde eeuw stammen. In de kerk is het graf van een van de eerste Veluwse papiermakers, Marten Orges ( – 9 september 1626) te vinden. Verder liggen in de buurt een aantal natuurgebieden, waaronder de Loenermark en het Spelderholt. Er is (in het aangrenzende dorpje Lieren) een station voor de stoomtrein tussen Apeldoorn en Dieren die door de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij (VSM) wordt geëxploiteerd en die 's zomers voor toeristen toegankelijk is.
Verder is er een bejaardenhuis, "De vier Dorpen", een verpleeghuis (Het Zonnehuis, het oudste verpleeghuis van Nederland). In het dorp en in de daaromheen liggende bossen zijn voorts diverse tehuizen en inrichtingen gevestigd. Op het instituut voor de pluimveeteelt "Het Spelderholt" wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het houden van kippen en ander gevogelte. Er is verder een openbare lagere school. De Dorpstraat is de belangrijkste straat waar haast alle winkels aan gevestigd zijn, vooral rond de oude dorpskern waar de reeds genoemde Hervormde kerk staat.
De winkeliersvereniging "Bemivo" (Beekbergse Middenstand Vooruit) organiseert al sinds 1966 in het zomerseizoen 'Veluwse markten' waar oude ambachten als spinnen, touwslaan, bijenhouden en klompensnijden worden gedemonstreerd en plaatselijke producten in kramen kunnen worden gekocht van in klederdracht gehulde verkopers, opgeluisterd door eveneens in Veluwse boerendracht gehulde muzikanten.
Naar de plaats is het nabijgelegen verkeersknooppunt Beekbergen genoemd. 
35879 
211 Beemte, Apeldoorn, Gelderland  5.98502659  52.2545926  Beemte is een dorp in de gemeente Apeldoorn, in de Nederlandse provincie Gelderland.
Beemte ligt op ongeveer 7 kilometer ten noorden van Apeldoorn en nabij het Apeldoorns Kanaal. Het dorp maakt deel uit van de kern Beemte-Broekland en kent ongeveer 300 inwoners. 
148822 
212 Beers, Baarderadeel, Friesland  5.73359942449315  53.15651602322565  Beers (officieel, Fries: Bears) is een dorp in het noordoosten van de gemeente Littenseradeel (Littenseradiel), provincie Friesland (Nederland). Het dorp ligt nabij Jellum en Weidum en telt ongeveer 130 inwoners.
In het dorp ligt de zeventiende eeuwse Stinspoort van de voormalige Uniastate. Van 16 juni 1883 tot en met 15 mei 1938 had het dorp een station aan de spoorlijn tussen Leeuwarden en Sneek. Het station werd in het begin van de Tweede Wereldoorlog korte tijd heropend; het werd op 1 juni 1940 weer in gebruik genomen, maar werd op 24 november van datzelfde jaar weer gesloten - ditmaal voorgoed.
Tot de gemeentelijke herindeling per 1 januari 1984 maakte Beers deel uit van de gemeente Baarderadeel. In 1991 werd de officiële naam gewijzigd in het Friestalige Bears, als een van de dorpen van Littenseradeel. 
64106 
213 Beers, Cuijk, Noord-Brabant  5.83027777777778  51.7244444444444  Beers (Brabants: Béérs) is een dorp in de Nederlandse gemeente Cuijk, provincie Noord-Brabant.
De voormalige gemeente Beers werd in 1994 opgeheven en verdeeld over de gemeenten Cuijk (dorp Beers), Grave (dorp Gassel) en Mill en Sint Hubert. 
36558 
214 Beersterhamrik, Beerta, Groningen  7.095  53.1738888888889  Waarschijnlijk ligt dit net buiten Beerta  32678 
215 Beersterhoogen, Beerta, Groningen  7.134176  53.182856  Beersterhoogen is een streekdorp in de gemeente Reiderland in de provincie Groningen. Het ligt tussen Beerta en Nieuw-Beerta. De streek bestaat uit een aantal kapitale boerderijen. De naam verwijst naar de hogere ligging van de streek ten opzichte van Beerta.  35473 
216 Beerta, Groningen  7.096133  53.173631  CHAN
DATE 09 Jun 2013 
63887 
217 Beertsenhoven, Wijlre, Limburg  5.887222  50.827222  Beertsenhoven, Bertzenhoven (Limburgs: Baetsehaove) is een buurtschap ten zuidwesten van Wijlre in de gemeente Gulpen-Wittem in de Nederlandse provincie Limburg. De buurtschap ligt tussen de Geul en het natuurgebied Dolsberg aan de gelijknamige weg van Stokhem naar Gulpen en bestaat uit vijf boerderijen en huizen. De naam 'Beertsenhoven' is afgeleid van de hoeve van ene Berthso.
Een van de boerderijen is gebouwd in vakwerkstijl en heeft een met dakpannen beklede zijgevel. Midden in de buurtschap staat een smeedijzeren wegkruis van voor 1870.
In de directe omgeving zijn verschillende holle wegen en waterbronnen. Op de Dolsberg staat een hellingbos met onder andere orchideeën.
https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Beertsenhoven&oldid=36077173 
139557 
218 Beerze, Ommen, Overijssel  6.528668403625488  52.51408194715432  Beerze is een buurtschap in de gemeente Ommen in de Nederlandse provincie Overijssel, gelegen ongeveer 20 kilometer ten noorden van Almelo. De buurtschap telt 233 inwoners. en is zeer karakteristiek vanwege haar hallenhuisboerderijen. Vroeger was Beerze een pleisterplaats voor Vechtschippers met hun zompen op hun route vanuit Duitsland naar Zwolle. Bekend was de schippersherberg "De Goede Vrouwe" die naast het latere theehuis, nu camping, "de Roos", was gelegen. In het begin van de 20ste eeuw was er een spoorweghalte bij het landgoed Beerze. Nabij Beerze liggen veel wandelroutes.
Van 1905 tot 1932 had het dorp een stopplaats aan de spoorlijn Zwolle - Stadskanaal 
81617 
219 Beerzerveld, Ommen, Overijssel  6.575403213500977  52.4938654780978  Beerzerveld is een buurtschap in de gemeente Ommen in de Nederlandse provincie Overijssel en ligt op ongeveer 16 kilometer ten noorden van Almelo. De buurtschap is ontstaan langs het Overijssels Kanaal omstreeks het midden van de 19e eeuw tijdens de turfwinning en latere ontginning van de woeste gronden onder Beerze. De buurtschap Beerzerveld met het omliggende gebied had 1017 inwoners op 1 januari 2007.  81614 
220 Beesd, Geldermalsen, Gelderland  5.19111111111111  51.8875  Beesd is een dorp in de gemeente Geldermalsen in de provincie Gelderland. Op 1 januari 2006 telde Beesd 3.650 inwoners. Na het dorp Geldermalsen is Beesd de grootste kern in de gemeente.
Historie
Beesd (Bisde/Beest) wordt voor het eerst genoemd in de stichtingsoorkonde van de abdij Mariënweerd in het jaar 1129, waarin goederen onder andere te Beesd aan de abdij worden geschonken. Sinds 1414 vormde Beesd, samen met Rhenoy, een klein Gelders ambt. In 1427 kreeg het een apart landsrecht. Dit betekende dat Beesd zelf rechten mocht uitspreken.
Tot 1 januari 1978 was Beesd een zelfstandige gemeente. Op die datum zijn Beesd, Buurmalsen, Deil en Geldermalsen samengevoegd tot de huidige status. 
35688 
221 Beesel, Limburg  6.03916666666667  51.2669444444444  Beesel is een plaats en gemeente in Limburg (Nederland) (Midden-Limburg). Het dorp Beesel ligt tussen Swalmen, Belfeld (gemeente Venlo), Kessel (te bereiken met een veerpont) en de grens met Duitsland. De gemeente telt 13.662 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 29,20 km² (waarvan 2,50 km² water).
Geschiedenis
Beesel wordt voor het eerst vermeld in 1275 en vormde samen met Belfeld eeuwenlang één schepenbank. Lange tijd hoorden beide plaatsen bij het Overkwartier of Spaans Opper-Gelre. In 1713 kwam het samen met enkele ander gemeenten als Staats-Opper-Gelre aan de Verenigde Provinciën. Een van de oudst bewaarde gebouwen is kasteel Nieuwenbroek. 
36305 
222 Beetgum, Menaldumadeel, Friesland  5.687170  53.236798  Beetgum (Fries: Bitgum) is een dorp in de gemeente Menaldumadeel, provincie Friesland (Nederland). Het dorp ligt ten oosten van Berlikum en heeft 735 inwoners (2005).  296 
223 Beets, Opsterland, Friesland  6.0626935958862305  53.060949967273594  Beets en Beetsterzwaag waren vroeger twee plaatsen maar zijn ineengevloeid tot een plaats. Beets lag ruwweg achter Lindenstein  86051 
224 Beetsterzwaag, Opsterland, Friesland  6.0775  53.0611111111111  Beetsterzwaag (Fries: Beetstersweach) is een dorp in de gemeente Opsterland, in de Nederlandse provincie Friesland, op korte afstand van Drachten. Hoewel het niet de grootste kern van Opsterland is, is het gemeentehuis er gevestigd. Het dorp, dat ook wel de parel van Opsterland genoemd wordt, telt 3.747 inwoners (1 januari 2006).
Geschiedenis
Beetsterzwaag was vroeger een aanzienlijk dorp. Niet omdat het zoveel inwoners had, maar door de adel die het aanzien van het dorp bepaalde. Ook nu nog heeft het dorp dit karakter, gelegen temidden van uitgestrekte bossen en heidevelden en met een ”Hoofdstraat” die zich kenmerkt door historische panden en prachtig aangelegde tuinen. De Hoofdstraat is als “buorren” minstens drie en een halve eeuw oud en de historische panden zijn stille getuigen van de rijke adel in de 18e en 19e eeuw.
In de eerste week van 2007 komt het dorp opeens prominent in het nieuws doordat er formatie-besprekingen voor het nieuwe kabinet plaatsvinden tussen CDA, PvdA en de ChristenUnie. Jan Peter Balkenende, Wouter Bos en André Rouvoet overleggen er achter gesloten deuren op landgoed Lauswolt onder leiding van informateur Wijffels. 
289 
225 Beijum, Bedum, Groningen  6.591481000195927  53.25429593256067  Beijum is een wijk in het noorden van de stad Groningen. De straatnamen hebben betrekking op heerden. Beijum werd gebouwd in de jaren zeventig en tachtig van de 20e eeuw. De eerste bewoners van de nieuwe wijk betrokken hun nieuwbouwwoning in 1978. De wijk heeft twee winkelcentra. Het overdekte Winkelcentrum Beijum ligt aan de Stoepemaheerd in het westen van de wijk. Hier zijn twee supermarkten en enkele kleine winkels gevestigd. Tot 2003 liep de busbaan door het winkelcentrum heen. Sindsdien is het winkelcentrum met een grote renovatie opgeschoven en rijdt de bus langs het centrum. In Beijum-Oost bevinden zich aan de Claremaheerd ook enkele winkels. In 2007 is dit winkelcentrum ook gerenoveerd en is het plein autovrij gemaakt.
Geschiedenis
Beijum is één van de eerst bewoonde gebieden van de provincie Groningen. Al in de periode van 250 voor tot 150 na Chr. was er sprake van bewoning op de wierde Beiahêm. Deze was gelegen aan zee (het brede estuarium van de Hunze) en werd in de 3e eeuw overspoeld. De verhoging van het landschap, waar de wierde gelegen moet hebben, is nog te zien bij het huidige gezondheidscentrum.
In de 11e eeuw werd begonnen met de afgraving van het veengebied en ontstond weer een dorp Beijum. Dit had zijn eigen kapel en borg. De laatste is in 1738 afgebroken. Het schathuis bleef staan en kan nog herkend worden in het pand Beijumerweg 15. Het kerkhof, behorende bij de ook afgebroken Middeleeuwse kapel in Beijum, bevindt zich nog op het terrein rond de boerderij in het midden van de wijk, waar op korte termijn weer een kinderboerderij zal worden gevestigd. Rond 1900 werd het gehucht Beijum genoemd.
Het gehucht lag in de gemeente Bedum en kwam in 1969 (tegelijk met de gehele gemeente Noorddijk) bij de stad Groningen. De grote waterpartij die door de wijk loopt, met de naam Noorddijkstermaar, is de verbrede grenswatergang. 
138211 
226 Beilen, Drenthe  6.51111111111111  52.8566666666667  Beilen is een dorp in Drenthe en hoofdplaats van de gemeente Midden-Drenthe.
Beilen + bijgebied Beilen telt ruim 10.700 inwoners, het dorp Beilen telt c.a. 9.600 inwoners. De hele gemeente Midden-Drenthe ongeveer 33.000 inwoners. Beilen ligt midden in Drenthe en wordt daarom ook wel het Hart van Drenthe genoemd.
Uit onderzoek is gebleken dat ongeveer 20.000 jaar geleden rond Beilen al mensen woonden. Rond het jaar 1000 werd Beilen al genoemd in oorkonden. De naam is een verbastering van de oorspronkelijke naam Bijlloo, dat zoiets als 'open gehakte plek in het bos' betekent. Door ontginningen in deze eeuw werden geregeld resten van oude nederzettingen en begraafplaatsen gevonden. In 1955 werd in Beilen een belangrijke vondst gedaan: een goudschat. Dit was de rijkste uit de Drentse bodem. Deze is in het Drents Museum in Assen te bezichtigen. Op 8 augustus 1820 heeft een grote brand een groot deel van Beilen in de as gelegd. Alleen de oude kerk is bewaard gebleven.
Het dorp is ligt ingesloten tussen de spoorlijn Groningen - Zwolle, de autosnelweg de A28, de provinciale weg N381 en het natuurgebied Terhorsterzand.
Op 2 december 1975 werd bij Wijster een trein gekaapt door Zuid-Molukse jongeren waarna in Beilen een beleidscentrum werd ingericht (zie Treinkaping bij Wijster). De kapers schoten drie personen (de machinist en twee passagiers) dood maar gaven zich na bijna 2 weken over.
Gemeentelijke herindeling
Tot 1998 was Beilen een gemeente. Na gemeentelijke herindeling ging Beilen op in de gemeente Middenveld. Deze gemeente heeft slechts kort bestaan, want vanaf 2000 is Middenveld weer overgegaan in de gemeente Midden-Drenthe. 
32136 
227 Beilervaart, Beilen, Drenthe  6.46666666666667  52.8666666666667  Beilervaart (dorp in de gemeente Midden-Drenthe)  35565 
228 Belfeld, Limburg  6.11444444444444  51.31  Belfeld (in de plaatselijke streektaal 'Belvend') is een dorp in de gemeente Venlo en telt ongeveer 5500 inwoners.
Tot 2001 was Belfeld een zelfstandige gemeente. Na de gemeentelijke herindeling van dat jaar maakt Belfeld deel uit van de gemeente Venlo. Archeologische vondsten duiden op bewoning van Belfelds grondgebied tot 100.000 jaar voor Christus of nog eerder. De oudste (thans bekende) schriftelijke vermelding van Belfeld als plaats dateert uit 1326. Het betreft een bericht waarin een zekere Gerhard Vosken van Swalmen stammend uit de familie Van Broeckhuysen en zijn vrouw worden verplicht om het burchtleen in het naburige Brüggen te bebouwen en te bewonen, ofwel hun goederen te 'Belven' aan de Maas als leen aan de graaf van Gulik op te dragen. Naast Belven komen tot 1800 verschillende andere schrijfwijzen van de plaatsnaam voor, onder andere Beblevelt, Bollefelt en Belsveldt. Na 1800 treffen we nog vrijwel uitsluitend de benaming Belfeld aan. Over het ontstaan van de plaatsnaam zijn de geleerden het niet eens. Het 'ven' dat we in veel oude schrijfwijzen aantreffen spreekt voor zich, maar over de raadselachtige 'Bel' zijn de meningen verdeeld. Een waarschijnlijke verklaring is de identificatie met het Germaanse woord bala (= wit). Belfeld zou dan zoveel betekenen als 'witteveen', verwijzend naar de lichte kleur van het jonge Belfeldse veen. Het centrum van Belfeld lag voor de oorlog bij de Maas. Daar lag ook de kerk en het Raadshuis. Nu ligt de kerk in het centrum van Belfeld. Alleen het oude kerkhof van Belfeld ligt er nog. 
34906 
229 Bellingeweer, Winsum, Groningen  6.517277  53.326093  Bellingeweer is tegenwoordig een deel van het dorp Winsum in de provincie Groningen (Nederland). Oorspronkelijk is het een zelfstandig dorpje geweest, gebouwd op een wierde. Het had een eigen kerk, die in 1824 is afgebroken. Het kerkhof is bewaard gebleven. Bij het dorp stond het Huis te Bellingweer of ook wel de Tammingaborg genoemd. Deze is in 1820 afgebroken.
De wierde waarop het dorp gebouwd werd dateert uit het begin van de jaartelling. 
34187 
230 Bellingwolde, Groningen  7.17194444444444  53.1202777777778  Bellingwolde (Gronings: Ben(ne)wolle of Bennewold) is een dorp van 3762 inwoners (met inbegrip van de omliggende gehuchten Den Ham, Rhederbrug en Rhederveld) in de gemeente Bellingwedde in de Nederlandse provincie Groningen. Het draagt het karakter van een streekdorp en heeft een lengte van ruim 4 kilometer. Het is een beschermd dorpsgezicht. Tot 1968 was Bellingwolde een zelfstandige gemeente.
Geschiedenis
Bellingwolde is in de Middeleeuwen ontstaan op een zandrug. Het hoorde aanvankelijk bij Reiderland, maar door het oprukken van de Dollard verdween deze streek voor een groot deel in de golven en kwam Bellingwolde onder Westerwolde te vallen waartoe het nog steeds wordt gerekend. Vanuit Bellingwolde is er, getuige de voormalige opstrekkende verkaveling land gewonnen op de Dollard. Hierdoor kwam Bellingwolde op een zandrug te liggen die de klei van de Dollard in het westen scheidde van het veen in het oosten van het Bourtangermoeras. Ook dit werd ontgonnen vanuit Bellingwolde.
In de 19e eeuw vormden de vruchtbare kleigronden de basis voor de groei van de welvaart van de Bellingwolder boeren. Door de hoge graanprijzen tussen 1850 en 1875 specialiseerden velen van hen in de akkerbouw en verwierven een hoge mate van welvaart. Van deze - vroegere - welvaart getuigen een aantal grote herenboerderijen in het dorp. In diezelfde tijd groeide het dorp naar het zuiden. Tegenover de zeer rijke herenboeren stonden de arme arbeiders en de spanningen tussen deze bevolkingsgroepen leidden er in 1892 toe dat er een opstand uitbrak, die met behulp van soldaten werd neergeslagen. In het interbellum kwam het tweemaal tot langdurige stakingen.
Voorzieningen en economie
Na de Tweede Wereldoorlog nam het belang van de landbouw af. De mechanisatie zorgde voor een sterke uitstoot van arbeidskrachten. Het landschap werd ingrijpend veranderd door de ruilverkavelingen in de jaren zestig en zeventig, waardoor de opstrekkende verkaveling verdween. Het dorp kreeg meer het karakter van een forenzendorp en door de toegenomen mobiliteit gingen er zich mensen vestigen die zich aangetrokken voelden tot het karakter van het dorp. Ook ontwikkelt het dorp zich in toeristische zin.
Vanaf de jaren 80 van de twintigste eeuw zijn bossen aangelegd. Het gebied langs het Veendiep, dat pal ten zuiden van het dorp loopt, maakt deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur. Hier langs liggen vrijliggende fietspaden. Door het dorp loopt de LF-route 9: De NAP-route en de grensoverschrijdende fietsroute de United Countries Tour. Langs de oostzijde van het dorp loopt een gedeelte van het bij wandelaars bekende "Noaberpad", een wandelroute van Bad Nieuweschans naar Emmerik (Duitsland).
Het Museum de Oude Wolden is een kunstmuseum met wisselende tentoonstellingen en permanent werken van de magische realist Lodewijk Bruckman.
Bellingwolde heeft verschillende instellingen voor onderwijs: de openbare basisschool De Oosterschool, de openbare basisschool De Westerschool en de christelijke basisschool De Wegwijzer bevinden zich in het dorp zelf. In het gehucht Rhederbrug dat tegen het dorp aan ligt en onder Bellingwolde valt, ligt de openbare basisschool Rhederbrug.
Bellingwolde heeft een sportpark, het H. Kemperpark, dat is geopend in 1955. Er zijn veel verschillende naaldbomen aangeplant en het wordt daarom ook wel arboretum genoemd. Naast het sportpark ligt het zwembad en een camping. Ook is er in het dorp een multifunctioneel zalencentrum aanwezig, genaamd De Meet, dat beschikt over een sporthal, podia en diverse zalen met horecafaciliteiten. 
32131 
231 Belt-Schutsloot, Wanneperveen, Overijssel  6.062865257263184  52.670428237556614  Belt-Schutsloot is een dorp gelegen in de Wieden in de gemeente Steenwijkerland in de Nederlandse provincie Overijssel. In 2012 telde het dorp 575 inwoners.
Belt-Schutsloot ligt tussen de wateren Arembergergracht, Schutsloterwijde en de Kleine Belterwijde. Toerisme - in het bijzonder watersport - is een belangrijke bron van inkomsten. Het dorp telt dan ook veel campings en jachthavens. De Wiedenroute loopt door het dorp. Belt-Schutsloot is ontstaan uit twee dorpjes; Belt (Zandbelt) en de aan de Schutsloterwijde gelegen Schutsloot. In de loop van de jaren is het één dorp geworden. Dwars door het dorp loopt een kanaal, waar veel plezierjachten door varen. 
139525 
232 Beltrum, Gelderland  6.5643310546875  52.067055564326076  Beltrum is een dorp in de gemeente Berkelland. Het is gelegen in de Achterhoek in de provincie Gelderland.
Beltrum is tevens een voormalige Nederlandse gemeente, dat bestond uit naast het dorp, dat zelf lang een buurtschap was en nu nog soms zo wordt aangeduid, ook de buurschappen Lintvelde, Avest en Zwolle (Gelderland). In 1819 werd Beltrum bij de gemeente Eibergen gevoegd en het dorp hoort sinds 1 januari 2005 tot de gemeente Berkelland.
Geschiedenis
De geschiedenis van Beltrum (een verbastering van Belteren of Velteren) als zelfstandige eenheid begint in 1236. Toen verkocht een jonker van Borculo, die mogelijk in geldnood verkeerde, de villa Groenlo en een gebied er omheen aan de graaf van Zutphen. De latere stad Groenlo was vanaf dat moment een enclave in Borculo's gebied. De Groenlose burgerij en in­stellingen, zoals het gasthuis en de kerk hadden bezit­tingen in Beltrum. Tot de "geestelijke" goederen behoor­den onder meer de erven Schurink en Gunnewijk. Tot de voogdij Beltrum behoorden in de 17e eeuw de buurschappen Beltrum, Lintvel­de, Avest en Zwolle. De marken van Beltrum en Lintvelde had­den ook enige rechten in de mark van Zieuwent, toentertijd ook wel het Heerenbroek genoemd.
Bij de volkstelling in 1748 werden in Beltrum 223 gezinnen geteld, waarvan 122 in de buur­schap Beltrum, veertig in Lintvelde, vierendertig in Avest en zevenentwintig in Zwolle. Uitgaande van een aantal van 5 personen per gezin werd de totale bevolking geschat op 1115 personen. In 1811 telde de gemeente Beltrum 1724 inwoners.
Tussen 1740 en 1770 nam het aantal nieuwe vestigingen fors toe, met name in de buurtschap Beltrum, waar men in het laatstgenoemde jaar 140 gezinnen telde. Het verpondingskohier uit de 17e eeuw biedt voor de buurtschap Beltrum: 28 gewaarde erven, 22 halve erven en maar liefst 34 katersteden. In 1817 telde de kadastrale gemeen­te Beltrum (inclusief Zwolle) 266 huizen (waarvan in de buur­schap Beltrum 149). De kadasternummering begon bij Bouwhuis of Spilman in Avest.
In 1795 werd Beltrum een zelfstandige gemeente met een zwak financieel draagvlak. De gemeente nam een aantal taken van de vroegere voogdij over, waaronder het onderhoud van wegen. Uit de boedel van de mark en de gereformeerde kerk kwam de zorg voor het onderwijs. De mark zelf bleef verantwoordelijk voor het bestuur van en toezicht op de gemeenschappelijke gronden. Bij Koninklijk Besluit van 17 februari 1819 werd Beltrum bij de gemeente Eibergen gevoegd, na onenigheid met burgemeester J.B.A. Batenburg van Bel­trum en de Gedeputeerde Staten. Rechter­lijk gezien behoorde de gemeente al tot het kanton (Vredegerecht) Eibergen sinds 1811. Hier­door ontstond er een onderscheid naar mentali­teit en oriënta­tie - die van het katholieke en stadse Groenlo en het hervormde Eibergen.
Dat Beltrum niet bij Groenlo werd gevoegd werd mede veroorzaakt door het feit dat de oude Gelderse steden na het herstel van de onafhankelijkheid in 1813 een bijzondere positie kregen binnen de provincie die herinnerde aan de periode van ridderschap en steden tot 1795. Daardoor werden ook de oude stads- of gemeentegrenzen gehandhaafd. Pas de fusie van de gemeenten Groenlo en Lichtenvoorde en delen van de gemeente Eibergen, waaronder Zwolle, delen van Avest en Voor-Beltrum in de nieuwe gemeente Oost Gelre, betekende voor deze buurschappen het einde van de in 1236 ontstane scheiding tussen de stad en het kerspel Groenlo. 
666 
233 Bemelen, Limburg  5.763864  50.847138  Bemelen (Limburgs: Bieëmele) is een dorp in de gemeente Margraten in het Nederlandse Zuid-Limburg, gelegen aan de rand van de Maasvallei net ten oosten van Maastricht. In het dorp wonen ongeveer 370 mensen. Bemelen was tot 1982 één van de kleinste gemeenten van het land, de enige andere buurtschappen binnen de gemeente waren Gasthuis en Wolfshuis. Het naastgelegen gehucht Sint Antoniusbank, dat voorheen tot Cadier en Keer behoorde, wordt tegenwoordig ook vaak beschouwd als onderdeel van Bemelen. Al in 1970 waren delen van de gemeente geannexeerd door Maastricht.
Bemelen is bekend om het natuurreservaat de Bemelerberg en de groeve 't Rooth. De steile beklimmingen naar het plateau van Margraten zijn zeer geliefd bij de wielersport, met hellingspercentages van gemiddeld 6% tot maximaal 11%. Naast de fietsvariant van de Mergellandroute heeft in het verleden ook het WK Wielrennen de Bemelerberg getrotseerd.
Het dorp bestaat uit twee wegen en enkele doodlopende straten. Centraal staat de Sint Laurentiuskerk die in het jaar 1845 is gebouwd, de mergelen toren stamt al uit de 13e of de 14e eeuw. 
36785 
234 Bemmel, Gelderland  5.897083282470703  51.89339106861062  Bemmel is een plaats in de gemeente Lingewaard, in het oosten van Nederland, in de provincie Gelderland en heeft 12.189 inwoners (1 januari 2006). De plaats ligt in het stroomgebied van Waal, Rijn en Linge, in het gebied tussen Arnhem en Nijmegen.
Geschiedenis
Bemmel is in de periode 1990-2006 flink uitgebreid: een drietal nieuwe wijken is gebouwd: Klein Rome, Klaverkamp en Essenpas.
Bemmel heeft ook een gedeelte in de uiterwaarden liggen. Hier vindt u dan ook het Dijkmagazijn. Dit gebouw staat aan de dijk en verzorgt routes en tochten door de polder en werkt veelal samen met de 
33082 
235 Benderse, Ruinen, Drenthe  6.3713836669921875  52.78111795859963  Benderse is een buurtschap in de gemeente De Wolden, provincie Drenthe (Nederland). De buurtschap is gelegen ten noorden van Ruinen.
In Benderse staat een schaapskooi, de thuisbasis van de schaapskudde van Ruinen. Ook is er een bezoekerscentrum van Natuurmonumenten gevestigd, het Bezoekerscentrum Dwingelderveld. In de zomermaanden worden er wel demonstraties schapendrijven gegeven met behulp van bordercollies. 
132540 
236 Beneden Veensloot, Meeden, Groningen  6.930441856384277  53.12921259644791  Beneden Veensloot is een streek in de gemeente Menterwolde in de Nederlandse provincie Groningen. De streek wordt tegenwoordig tot Meeden gerekend. Beneden Veensloot ligt ten oosten van Muntendam en ten zuiden van Meeden. De weg door het gehucht loopt in het oosten door naar Kibbelgaarn
Beneden ziet op de ligging van het gehucht ten opzichte van de voormalige Veensloot. Deze liep van zuid naar noord. Derhalve ligt Beneden Veensloot ten noorden van Boven Veensloot. 
47926 
237 Beneden Verlaat, Veendam, Groningen  6.87794029712677  53.124410001657026  Vroeger waren de vaarwegen de hoofdwegen. Bij het beneden verlaat kwam je dan ook Veendam binnen  62584 
238 Beneden-Leeuwen, Leeuwen, Gelderland  5.516338348388672  51.88343190514768  Beneden-Leeuwen is een dorp gelegen in de provincie Gelderland, dat onderdeel uitmaakt van de gemeente West Maas en Waal, waartoe ook de plaatsen Boven-Leeuwen, Alphen, Maasbommel, Appeltern, Altforst, Dreumel en Wamel behoren.
Beneden-Leeuwen bestaat uit verschillende buurten. Onder andere De Fruitbuurt, De Ret en De Bloemenbuurt. De winkelstraat van Beneden-Leeuwen is de Zandstraat, maar er staan ook verschillende winkels in de Zijveld en in de Beatrixstraat.
Een van de bezienswaardigheden is het Streekhistorisch Museum Tweestromenland.
Beneden-Leeuwen wordt in het dialect Lauwe genoemd, en met carnaval is het dorp een feestelijk paradijs. In die dagen wordt er weinig meer over Beneden-Leeuwen gesproken, maar over Lauwe. 
36741 
239 Benedenknijpe, Schoterland, Friesland  5.971713066101074  52.96872990875345  De Knipe (Nederlands, verouderd: De Knijpe) is een dorp in de gemeente Heerenveen in de Nederlandse provincie Friesland.
Beschrijving
De Knipe ligt ten oosten van de plaats Heerenveen. Hoewel de gemeente Heerenveen voor alle andere officiële kernen de Nederlandse plaatsnamen hanteert, is voor De Knipe de Friese naam de officiële. Door het dorp loopt de Schoterlandse Compagnonsvaart. Hierin lag een knijp, een versmalling in de vaart, en daaraan dankt het dorp De Knipe zijn naam. De Knipe was tot 1970 opgesplitst in Bovenknijpe en Benedenknijpe en werd toen vaak gezamenlijk kortweg De Knijpe genoemd. Toen in 1970 beide dorpen werden samengevoegd werd de nieuwe naam het Friese De Knipe.
Anne Zernike was in 1911 de eerste vrouwelijke dominee van Nederland. Zij begon als doopsgezind predikante in Bovenknijpe. Jan Mankes heeft van 1909-1915 in Het Meer vlakbij Benedenknijpe gewoond. Hij is in 1915 getrouwd met Anne Zernike.
In De Knipe staat de openbare Compagnonsschool en de christelijke CBS De Pream (basisonderwijs). Op sportgebied is er de korfbalvereniging Kinea en voetbalvereniging V.V. Read Swart. Op de gemeentelijk begraafplaats staat ook één van de klokkenstoelen in Friesland. Ten zuidwesten van het dorp staat een Amerikaanse windmotor. In 1967 kocht Ger Harmsen een boerderijtje in De Knipe, waar hij van 1971 tot zijn overlijden in 2005 woonde. 
134212 
240 Benkemahuis, Midwolda, Groningen  7.018847465515137  53.19638101619105  Dit huis wordt voor het eerst vermeld in 1505 als 'hoofdmanswooninghe' van Harmen Benckema. Harmen komt in verschillende akten voor sinds het jaar 1484, ook als grietman van Vredewold. Mogelijk is Harmen verwant aan Eneke Benkema (in 1445 en 1448 genoemd), maar dat is niet te bewijzen.
In 1505 ging het huis een belangrijke rol spelen in de strijd om Groningen. De hertog van Saksen en de graaf van Oost-Friesland lieten het versterken met bolwerken en grachten en ze legerden er een bezetting, zonder dat de stad dat kon verhinderen. Harmen zelf kreeg ter vergoeding een jaargeld van 1000 rijnse gulden. In 1514 vernamen de stedelingen, dat het huis slecht bezet was; Harmen Benkema was er zelf hoofdman met een vijftiental knechten. De Groningers overvielen het huis 's nachts, er was toen een waker boven op het steenhuis. In de gracht zat in verband met de zomer weinig water. Zo trokken de Groningers aan de oostzijde uit het appelhof door de gracht en braken het staket in de gracht en op de wallen. Daarna kwamen ze beneden in het huis waar Harmen Benckema nog lag te slapen. Hij werd gevangen genomen en naar Groningen gevoerd. Huis, benedenkamer, keuken en zaal werden geheel geplunderd, waarna alles uitgebrand werd. Op een rantsoengeld van 800 rijns gulden werd Harmen vrijgelaten. In 1520 wordt hij voor het laatst vermeld.
Of de in 1540 te Midwolde genoemde Jelt en Ivo Benckema zonen van hem waren, is niet bekend. Zij zijn mogelijk de laatsten met deze naam. Ook het huis speelde geen rol meer, het werd verdrongen door het kort na 1520 gestichtte Nienoord. In 1557 kwam het zelfs aan Wigbold van Ewsum, tegelijk met een niet nader bekende Mentkeheerd. Dit kwam door een overeenkomst met Ewo Eyssema, die blijkbaar deze goederen geerfd had. Tijdelijk zijn de beide heerden in bezit geweest van de stad Groningen, want in 1632 kocht de heer van Nienoord ze van haar. Aan het eind van de 17e eeuw werd het huis opgeknapt en ingericht als woning voor Karel Ferdinand van In- en Kniphuisen. Van hem is mogelijk de nieuwe naam Carelsveld afgeleid. Na de dood van zijn moeder in 1714 werd Karel Ferdinand heer van Nienoord. Hij stierf in 1718. Rechten waren niet verbonden aan het huis. In Vredewold behoorden deze aan de heren van Nienoord. In 1768 stond het huis leeg en onverhuurd. Eveneens in 1773, toen het in een advertentie te huur werd aangeboden. In 1793 werd het huis met hoven, singels, grachten, geboomten, plantages enz. bij akte van donatie door F. F. van In- en Kniphuisen overgedragen aan zijn zoon Johan Carel Ferdinand. Deze trouwde het volgende jaar, nog minderjarig, ondanks het verzet van zijn vader met Magdalena Dorothea Lewe. Na de dood van zijn vader in 1795 erfde hij Asinga bij Ulrum.
Huidige toestand
In 1819 werd het huis door brand verwoest en daarna gesloopt. De oprijlaan bestond nog aan het eind van de 19e eeuw. Het terrein is nog te herkennen, hoewel de grachten gedempt zijn. De bodem is daar nog lager en drassig. De korte oprijlaan was vroeger hoog geweest maar afgegraven voor het dempen van de gracht. Aan het begin van de oprijlaan staat nu een huisje.
Ik heb het niet kunnen vinden. Als iemand het weet hoor ik het graag. 
82930 
241 Bennekom, Ede, Gelderland  5.67555555555556  51.9994444444444  Bennekom is een woonkern van de gemeente Ede (provincie Gelderland) met 14.683 (1 januari 2004) inwoners.
Geschiedenis
Bennekom als woonplaats heeft een lange historie. Zo werd eind juli 2006 op het terrein van het voormalige Bennekomse ziekenhuis de resten van een boerderij met bijgebouwen, een graanopslag- en een afvalkuil uit de vroege ijzertijd (800 tot 500 v. Chr.) gevonden. Ook bevinden zich een aantal grafheuvels uit de oudheid zich in de buurt van Bennekom. Bij eerdere opgravingen in en rond het dorp zijn ook restanten uit de ijzertijd en de vroege middeleeuwen ontdekt.
Bennekom ligt aan de rand van het Binnenveld, dat vroeger uit moeras bestond. Langs de huidige Dr. Dreeslaan stond het kasteel Nergena dat al in 1340 in historische documenten wordt genoemd en dat vrijwel zeker eigendom was van de Hertog van Gelre. Het kasteel stond bij het Rhenense veen en was een belangrijk verdedigingswerk tegen de gevechten met de bisschop van Utrecht en is uiteindelijk verwoest. De haardplaat uit dit kasteel is nog aanwezig in het Bennekomse museum. Later is op deze plek het Heerenhuis Nergena gebouwd, dat sinds 1664 in handen was van het geslacht Van Eck. In 1810 wordt het door Samuel Baron van Eck, Heer van Overbeek en Nergena verkocht. Uiteindelijk heeft de enige burgemeester van Bennekom, Theodorus Prins, het gekocht, die het in 1830 liet afbreken. In 1952 is in de stijl van dit huis voor het toenmalige Rijksinstituut voor het Rassenonderzoek van Landbouwgewassen begonnen met de bouw van een nieuw gebouw. In 1954 werd het gebouw betrokken.
Ook de oude kerk in het centrum van Bennekom heeft een lange geschiedenis achter de rug. Ging men er aanvankelijk van uit dat de Oude kerk of Alexanderkerk uit het midden van de veertiende eeuw dateerde, recent onderzoek wijst er (door de vondst van tufstenen fundamenten) op dat het eerste gebouw waarschijnlijk al uit de twaalfde eeuw dateert. Omstreeks 1290 kreeg deze kapel parochiale zelfstandigheid. 
39203 
242 Benneveld, Zweeloo, Drenthe  6.75  52.7833333333333  Benneveld (buurtschap in de gemeente Coevorden)  34299 
243 Benschop, Lopik, Utrecht  4.979381561279297  52.01014032978066  Benschop is een dorp dat deel uit maakt van de gemeente Lopik, in de Nederlandse provincie Utrecht. De plaats ligt in de polder Lopikerwaard.  37784 
244 Bentelo, Overijssel  6.684179  52.225386  Bentelo is een klein boerendorp in de Nederlandse gemeente Hof van Twente. Het heeft 2110 inwoners (2006).
De plaats is een centrum van intensieve veehouderij. Bentelo heeft de grootste wijngaard van Nederland, een vleesproeverij, een kinderspeelboerderij, diverse aspergetelers, drie kroegen en restaurants. 
35873 
245 Berg aan de Maas, Limburg  5.769831  51.005511  Berg aan de Maas, is een plaats in het zuiden van Nederlands Limburg. Zij maakt sinds 1982 deel uit van de Limburgse gemeente Stein. Tot de gemeentelijke herindeling in 1982 behoorde zij tot de voormalige gemeente Urmond, die is opgegaan in de nieuwe fusiegemeente Stein.
Zoals de naam al zegt, is het dorp gelegen langs de rivier de Maas. De toevoeging \"aan de Maas\" dient ter onderscheiding van het gelijknamige en tevens in Limburg gelegen Berg in de gemeente Valkenburg aan de Geul. Beide plaatsen worden lokaal en in hun naaste omgeving veelal kortweg \"Berg\" genoemd.
Het dorp was al in de 16e eeuw een parochie met een eigen kerkgebouw. Anno 2006 heeft Berg circa 2080 inwoners, terwijl het inmiddels qua bebouwing eraan vast gelegen gehucht Nattenhoven er circa 170 telt.
In het verleden is Berg meermaals bedreigd door overstromingen van de Maas. Berg ligt, sinds in de twintiger en dertiger jaren van de vorige eeuw aan de oostelijke zijde het Julianakanaal gegraven is, ingeklemd tussen twee grote waterlopen.
De kerk van Berg aan de Maas is genoemd naar de heilige Michäel. Het oorspronkelijke gebouw is in 1842 door de Maastrichtse bouwmeester Jean Dumoulin vergroot en in 1905 nog eens verbouwd door de Tegelense architect Caspar Franssen. 
436 
246 Berg en Dal, Groesbeek, Gelderland  5.91972222222222  51.8197222222222  Berg en Dal is een dorp in de gemeenten Groesbeek en Ubbergen, nabij Nijmegen in de provincie Gelderland. In Berg en Dal en het buitengebied wonen 1949 mensen (31-12-2004).
Bezienswaardigheden
* Het Afrika Museum
* Tivoli (Berg en Dal) 
35568 
247 Berg en Terblijt, Limburg  5.784719  50.861015  Berg en Terblijt is een voormalige gemeente in de Nederlandse provincie Limburg. De gemeente bestond uit de kernen Berg, Terblijt, Vilt en Geulhem, het kwam te vervallen bij de gemeentelijke herindeling van 1982, hierbij werd de gemeente samengevoegd met Valkenburg-Houthem waardoor de nieuwe gemeente Valkenburg aan de Geul ontstond.
De naam van de vroegere gemeente werd gekozen omdat er in het land meerdere woonplaatsen de naam Berg dragen, zoals het in dezelfde provincie gelegen Berg aan de Maas. Terblijt is een gehucht dat aan de zuidkant tegen Berg is gelegen. Door de plaatsnamen te combineren in de gemeentenaam kon er een betere onderscheiding worden gemaakt. Voor de postadressen en op de bewegwijzering werd tevens gekozen om de naam Berg en Terblijt te gebruiken, wat thans nog steeds wordt gedaan. Het komt dan ook vaak voor dat de betreffende plaats zo wordt genoemd.
De kern Berg heeft ongeveer 3500 inwoners, de kern Vilt heeft er 950 en Terblijt 180. 
37570 
248 Bergeijk, Noord-Brabant  5.35916666666667  51.3202777777778  Bergeijk (Brabants: Bérgààjk) (tot september 1998 officieel Bergeyk) is een plaats en gemeente in de provincie Noord-Brabant. De gemeente telt 18.096 inwoners (1 januari 2007: bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 103,22 km² (waarvan 0,70 km² water en ruim een kwart bos- en natuurgebied). De gemeente Bergeijk maakt deel uit van het kaderwetgebied SRE. De gemeente Bergeijk (geschreven met ij) is in 1997 ontstaan door de herindeling van de gemeenten Bergeyk, Luyksgestel, Riethoven en Westerhoven. Ofschoon van oorsprong een agrarische gemeente neemt toerisme en recreatie een steeds belangrijkere plaats in (Kempervennen, Camping de Paal, Camping de Zwarte Bergen enz.) De gemeente kenmerkt zich dan ook door prachtig natuurschoon. In 2007 is een natuurplan in gebruik genomen.  33054 
249 Bergen op Zoom, Noord-Brabant  4.28666666666667  51.4944444444444  Bergen op Zoom (Brabants: Bèrge) is een stad in de provincie Noord-Brabant.
Bergen op Zoom is met 65.454 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS) de 50e gemeente van Nederland. De gemeente beslaat een oppervlakte van 93,13 km² (waarvan 12,21 km² water) en heeft naast Bergen op Zoom de kernen Halsteren en Lepelstraat en de gehuchten Heimolen en Kladde binnen de gemeentegrenzen die sinds 1 januari 1997 zijn samengevoegd.
Geografie / Ligging
De stad Bergen op Zoom ligt in het uiterste westen van Noord-Brabant, dicht bij de provincie Zeeland en de grens met België. De stad is gelegen op de Brabantse Wal. Ten oosten van Bergen op Zoom bevinden zich heuvelachtige zandgronden met de bossen van Zoomland en de Wouwse Plantage. Ten westen van Bergen op Zoom liggen het Markiezaatsmeer en het Zoommeer, welke vóór de aanleg van de Oesterdam en de Markiezaatskade deel uitmaakten van de Oosterschelde.
Bergen op Zoom is niet genoemd naar het kanaaltje de Zoom, dat door de stad stroomt. Bergen op Zoom bestond al een paar honderd jaar voordat de Zoom pas werd gegraven. De stad is genoemd naar het hoogteverschil van de Brabantse Wal (zoom) waarop de stad is gebouwd. De naam Bergen komt van het heuvelachtige karakter van het landschap. Het hoogteverschil loopt op tot zo'n 20 meter.
Het centrum van Bergen op Zoom ligt in een soort kom, waarbij de Grote Markt op een laag punt ligt, en de randen van het centrum hoger gelegen zijn. Bijna alle wijken van Bergen op Zoom liggen op de hoge zandgronden van de Brabantse Wal. De industrieterreinen rond de haven en de grote nieuwbouwwijken op de 'Bergse Plaat' (een voormalige zandplaat in de Oosterschelde) liggen echter op de lage kleigronden.
Geschiedenis
De stad Bergen op Zoom heeft tot 1287 deel uit gemaakt van het Land van Breda dat tot die tijd geregeerd werd door de Heer van Breda. Toen hij overleed werd ervoor gekozen om het Land van Breda te verdelen in twee heerlijkheden, waardoor dus het Land van Bergen op Zoom ontstond met de stad als hoofdplaats. Het is niet precies bekend wanneer Bergen op Zoom stadsrechten heeft gekregen omdat de stadsarchieven bij een grote stadsbrand in 1397 verloren zijn gegaan, maar er wordt aangenomen dat dit bij of al voor het afscheiden van de stad als heerlijkheid is gebeurd.
De stad op de grens van Zeeuwse, Vlaamse en Brabantse invloeden was een belangrijke handelsstad en had laken- en aardewerknijverheid. Bergen op Zoom weerstond verschillende Spaanse belegeringen (onder meer door de hertog van Parma in 1588 en door Spinola in 1622, waaraan Valerius zijn lied Merck toch hoe sterck wijdde. De stad behield na de aanleg van nieuwe vestingwerken door Menno van Coehoorn haar onneembare reputatie. De vesting ging deel uitmaken van de West-Brabantse waterlinie. De Fransen maakten tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog in 1747 echter korte metten met La Pucelle (De Maagd). De stad werd verdedigd door de hoogbejaarde generaal Cronstrom. Grote delen van de stad gingen bij de inname door de Fransen verloren. Bergen op Zoom bleef ook na het vertrek van de Fransen in 1814 een belangrijke garnizoensstad. 
32276 
250 Bergen, Limburg  6.03361111111111  51.5991666666667  Bergen is een plaats en gemeente in de Nederlandse provincie Limburg (Nederland). De gemeente telt een kleine 14.000 inwoners en heeft een oppervlakte van zo'n 110 km² (waarvan slechts enige km² water).
Kernen
Dorpen: Afferden, Aijen, Bergen, Nieuw-Bergen, Siebengewald, Well en Wellerlooi. Gehuchten en buurtschappen: Heukelom en Knikkerdorp
Geschiedenis
Bergen maakte in ieder geval sinds de zestiende eeuw deel uit van de schepenbank Well en had geen eigen zegel of wapen. Bergen behoorde verder bij het Overkwartier van Gelre of Spaans Opper-Gelre. Tijdens de Spaanse Successieoorlog werd het door Pruisische troepen bezet, en zo bleef het als deel van Pruisisch Opper-Gelre ongeveer een eeuw lang Duits (tot 1814). Op het Congres van Wenen in 1815 kwam er een nieuwe staatkundige indeling. De grens tussen Nederland en Pruisen (lees nu Duitsland) werd bepaald op een afstand van een kanonschot gemeten vanaf de rivier de Maas. Dit om een bufferzone te vormen in geval van een aanval uit het oosten. 
35374 
251 Bergentheim, Hardenberg, Overijssel  6.616845  52.527119  Bergentheim (Nedersaksisch: Banthum of Bantem), is een dorp in de Overijsselse gemeente Hardenberg. De kern ligt tussen de spoorlijn Zwolle - Emmen en het Kanaal Almelo-De Haandrik in. Het heeft anno 2006 ongeveer 3500 inwoners
Over de naam van Bergentheim is niet veel bekend. Wel staat er in het boek: ‘600 jaar Bergentheim’ van H.J. Hilberink, 1985, De Krim Hardenberg: "Moeten we in ’t woord Berg-es de oorsprong zoeken van de naam Bergentheim"
Oorspronkelijk was Bergentheim een esdorp, twee tot drie kilometers ten westen van de huidige kern. Dit heet tegenwoordig Oud-Bergentheim. De huidige kern komt tot ontwikkeling door de vervening van de veengebieden ten oosten van Bergentheim. Deze gebieden worden aangekocht mr. I.A. Van Roijen (1800 - 1868) en afgegraven. (Bergentheim bestaat zelf sinds 1385.) Na zijn dood wordt de onderneming voortgezet onder de naam N.V. Veenderij Erven Mr. I.A. Van Royen. Deze bouwen in 1890 een turfstrooiselfabriek aan het begin van de twintigste eeuw. In 1905 krijgt Bergentheim een station aan de spoorlijn Zwolle - Stadskanaal (verder doorgaand naar Delfzijl), aangelegd door de NOLS. Tevens komt er een spoorhaven. Er was in het ontwerp sprake van een 'halte'. Bergentheim kreeg dan ook niet een groot stationsgebouw zoals dat bijvoorbeeld in Gramsbergen nog staat. Het bleek echter al snel te klein. De halte Bergentheim werd toch een station en het gebouw werd al in 1907 uitgebreid. Het station wordt gesloten in 1975, en het gebouw afgebroken in 1993.
De turfstrooiselfabriek wordt in 1948 gesloten. Later vestigt de Wavin zich aldaar om aldaar rioolputten te maken, maar deze is nu ook al gesloten en is nu onderdeel van Toppoint BV.
Bergentheim ligt aan de provinciale weg N343. Het heeft sportverenigingen zoals de voetbalclub VV Bergentheim. 
38384 
252 Bergerden, Bemmel, Gelderland  5.917435884475708  51.92387132515448  Bergerden, gelegen in de gemeente Lingewaard, is een van de locaties die door de Nederlandse overheid is aangwezen voor de grootschalige ontwikkeling van glastuinbouw. De locatie ligt tussen de bebouwde kom van Huissen en de Linge en omvat 335 hectare.
Door het aanwijzen van grootschalige locaties verwacht de overheid milieuvoordelen te behalen en een alternatief te bieden voor gebieden waar tuinders plaats maken voor woningen, industrie, wegen etc. 
78133 
253 Bergh, Gelderland  6.293071  51.911356  Bergh was tot 1 januari 2005 een gemeente in de provincie Gelderland, volgens algemene aanname grotendeels gelegen in de streek de Achterhoek, gelegen tegen de landsgrens met Duitsland. De gemeente telde op 1 januari 2004 18.390 inwoners en had op het moment van opheffen een oppervlakte van 74,98 km² (waarvan 0,4 km² water).
Bergh als gemeente is ontstaan uit de heerlijkheid Land van den Bergh; er bestaat geen plaats waarnaar de gemeente is vernoemd. Ten onrechte wordt het Graafschap Bergh wel eens verwisseld met het Hertogdom Berg in Duitsland. In 1863 verloor Bergh land aan de toenmalige gemeente Gendringen. Netterden was niet de eerste plaats waar afstand van werd gedaan (aan Gendringen). Bij het Weense congres in 1815 werd beslist dat het gebied van de Vier Hezen Duits moest worden in ruil voor de Duitse enclaves Wehl, de Liemers en Huissen. In de vorige eeuw was het wederom raak: in 1966 moest het Harveld (niet te verwarren met het dorp Harreveld in de Achterhoek) worden afgestaan aan Doetinchem en in 1984 was dat het geval met een gedeelte van Wijnbergen. Op 1 januari 2005 fuseerde Bergh met de buurgemeente Didam tot de nieuwe gemeente Montferland. In de ogen van velen was dit een opmerkelijke fusie, omdat de karakters van de voormalige gemeenten erg verschillend zijn, ondermeer doordat Bergh volgens algemene aanname grotedeels een deel van de Achterhoek is, en Didam een deel van de Liemers.
De Berghse bevolking is grotendeels van katholieke signatuur, net als de overige bevolking aan deze kant van de Oude IJssel. Dit is overigens wel opvallend, daar de meerderheid van de Achterhoekse bevolking (onkerkelijken niet meegerekend) van Nederlands-Hervormde signatuur is. Wel kent de Achterhoek meerdere katholieke enclaves. 
34822 
254 Bergharen, Wijchen, Gelderland  5.664310455322266  51.851420507859466  Bergharen is een dorp in de Nederlandse gemeente Wijchen, in de provincie Gelderland. Er wonen circa 2000 mensen. Bergharen heeft een eigen slager, een café, een cafetaria, een rijhal, een kleine supermarkt, een Rabobank, een terrein met meerdere visvijvers, twee kleine campings en een bescheiden industrieterrein. Het dorp heeft 2 kerken, een protestante en een katholieke kerk. Er is een bos, waarop een kapel staat, en een molen. Ook heeft het dorp het grootste aaneengesloten rivierzandduingebied van West-Europa. Bergharen was eerst een zelfstandige gemeente.  35742 
255 Berghem, Oss, Noord-Brabant  5.57472222222222  51.77  Berghem (Brabants: Barge) is een Noord-Brabants dorp aan de rand van Oss, met ca. 6500 inwoners. De naam "Berghem" is (waarschijnlijk) afgeleid van de woorden "Berga"en "Haim", die respectievelijk "Berg" en "Woonplaats" betekenen. (zie ook onder naamhistorie Bergamo). Doordat het hoger gelegen was was het daardoor beschermd was tegen overstromingen van de Maas. Berghem ligt in een overgangsgebied met aan de zuidkant hoog gelegen zandgronden met een typisch Brabants landschap, zoals akker- en weidepercelen, bos- en heidegebieden. Aan de noordkant treft men laag gelegen polderlandschap met rivierklei van de maasvallei.
Het meest bekend is Berghem waarschijnlijk om zijn jaarlijkse Verlichte Carnavalsoptocht, die elk jaar tienduizenden mensen uit het hele land naar het dorp toe trekt.
Op 1 januari 1994 gaan de gemeenten Oss, Berghem en Megen (met Haren en Macharen) samen in een nieuwe gemeente Oss. Het heel dicht bij Oss gelegen Berghem kan de gemeente voorzien van grond voor woningbouw en bedrijven. Berghem wordt op dit moment sterk uitgebreid en is een van de groeikernen van de gemeente Oss. De nieuwbouwijk "Piekenhoef" ten zuiden van de spoorlijn 's-Hertogenbosch - Nijmegen zal uiteindelijk 1500 woningen omvatten waarmee Berghem in 1 klap ongeveer verdubbelt van grootte.
Berghem kent een dorpsraad die de belangen van het dorp bij de gemeente vertegenwoordigt.
Een stukje geschiedenis
Het dorp Berghem ligt ten oosten van Oss. Enkele honderden meters onbebouwd gebied scheiden de beide kernen. Het vanouds agrarische dorp, vormt oorspronkelijk kerkelijk en bestuurlijk een geheel met Oss. Willibrordus is (ook) de patroon van Berghem, dat in 1677 een eigen pastoor krijgt en 'onafhankelijk' wordt van Oss.
Belangrijke jaartallen in de geschiedenis van Berghem:
1286 Hertog Jan I van Brabant geeft de inwoners van Berghem, Duren en Oss een complex broeklanden in bruikleen. Het begin van Berghem en Duren als eigen leefgemeenschappen.
1677 Berghem wordt een zelfstandige parochie.
1947 Benoeming burgemeester J. van Akker burgemeester van Berghem (tot 1967).
1966 Eerste grenscorrectie met de gemeente Oss (Danenhoef).
1978 Benoeming burgemeester B. Straatsma (laatste) burgemeester van Berghem (tot 1990).
1987 Opening nieuwe gemeentehuis.
1994 De gemeente Berghem gaat op in de nieuwe gemeente Oss. 
36563 
256 Berghuizen, Heerde, Gelderland  6.041567  52.391434  http://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_Nederlandse_plaatsen  35889 
257 Berghuizen, Losser, Overijssel  6.940648391662535  52.29957766000068  Berghuizen is een voormalige buurtschap in Twente. Tegenwoordig is de buurtschap opgegaan in verschillende wijken van Oldenzaal in de provincie Overijssel.
Met de wet van 30 maart 195 wordt het gehele buurtschap Berghuizen, 12,67 km² groot , per 1 juli 1955 onderdeel van de gemeente Oldenzaal. Snel daarna werd begonnen met de aanleg van de wijk Zuid-Berghuizen. Hierbij werd gebruikgemaakt van de bestaande doorgaande infrastructuur. Ook werden verschillende bouwwerken in de nieuwe wijk ingepast. De boerderij van Stakenboer is daar een voorbeeld van.
Het noordelijk deel van Berghuizen zou de eerste jaren onder Oldenzaals bestuur ongeschonden doorkomen. Vanaf midden jaren 60 verdwijnt Noord-Berghuizen langzamerhand onder de Oldenzaalse woonwijken aan de noordwestzijde van de stad. In de jaren 60 verrijst op de voormalige essen De Thij, De Zandhorst en De Maten de wijk De Thij. in de jaren jaren 70 en 80 gevolgd door de wijk De Essen, aangelegd op de Hooge Esch. Vanaf de jaren 90 wordt in het tussenliggende gedeelte, voorheen de Bentheimergraven Esch de wijk Graven Es aangelegd.
Bron http://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Berghuizen_(Oldenzaal)&oldid=31281024 
131331 
258 Berghuizen, Ruinerwold, Drenthe  6.28888888888889  52.7136111111111  Berghuizen is een buurtschap in de gemeente De Wolden, provincie Drenthe (Nederland). De buurtschap ligt vlakbij de N375 tussen Ruinerwold en Koekange.
Berghuizen heeft actieve verenigingsgezinde inwoners; er is een toneel-, muziek- en voetbalvereniging. 
76027 
259 Bergum, Tietjerksteradeel, Friesland  5.99416666666667  53.1922222222222  Bergum (officieel, Fries: Burgum) is een dorp in de provincie Friesland (Nederland). Het is de hoofdplaats van de gemeente Tietjerksteradeel (Tytsjerksteradiel) en het telt 10.074 inwoners. (1 januari 2007)
Het dorp ligt aan het Prinses Margrietkanaal tussen de Wijde Ee en het Bergumermeer. Enkele dorpen in de omgeving zijn Suameer (Sumar), Hardegarijp (Hurdegaryp) en Noordbergum (Noardburgum).
Bergum wordt gekenmerkt door de 11e eeuwse of 12e eeuwse Sint Martinuskerk en door de 'Poppestien' ('Babysteen'), een grote zwerfkei die midden in het dorp ligt en waar veel folklore aan is verbonden. Zo zou de steen helpen bij het krijgen van kinderen.
Tot 1930 behoorde ook Noordbergum bij het dorp, wat toen een zelfstandig dorp werd. Sinds 1989 is de officiële naam van het dorp het Friestalige Burgum, voorheen Bergum. 
32179 
260 Bergumerburen, Tietjerksteradeel, Friesland  5.991926193237305  53.19307593577819  BERGUMER-BUREN of de Groote-Buurt, b., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 u. O. van Leeuwarden, kant. Bergum. het is eene der vijf buurten, waaruit het d. Bergum bestaat.
Het is me niet duidelijk waar het nu precies lag 
47837 
261 Beringe, Helden, Limburg  5.947809219360352  51.33603323077308  Beringe is een (kerk)dorp in de gemeente Peel en Maas.
Het gebied rond Beringe wordt waarschijnlijk al bewoond sinds omstreeks 900 na Christus. Het dorp is gelegen aan het uiteinde van de Noordervaart, die door Napoleon werd aangelegd en eigenlijk bedoeld was als verbinding tussen de Schelde, Maas en Rijn, maar nooit werd voltooid. Oorspronkelijk heette het kanaal Grand Canal du Nord. Per 1 januari 2010 maakt Beringe, als kern uit de oud-gemeente Helden, deel uit van de gemeente Peel en Maas.
5 maal Beringen
Beringe heeft sinds 1969 speciale vriendschappelijke relaties met Be(h)ringe(n)s in Duitsland, België, Luxemburg en Zwitserland, vijf maal Beringen genaamd, hoewel het tegenwoordig om in totaal 7 plaatsen gaat met (ongeveer) dezelfde naam. In het centrum van het dorp staat een vijfkantige zuil met de wapens van alle vijf de plaatsen en een bord met de locaties ervan. Elke 3 jaar wordt in één van de zeven Beringens een soort van uitwisseling gehouden.
Sport en cultuur
Beringe heeft een handbalvereniging, Bevo-HC, die in de Nederlandse eredivisie speelt (vroeger heette de club Bevo, na fusie met Helden werd de naam veranderd in Bevo-Heldia Combinatie). De handbalvereniging speelt haar wedstrijden in Helden-Panningen, in de in 2005 gereed gebrachte bouwcoach-hallen.
In 2006 wordt gestart met het bouwen van een nieuw multifunctioneel centrum. Dit zal de activiteiten van de oude "wiekslaag" over gaan nemen. Ook zal in het nieuwe centrum een nieuw café komen, wat het oude, nostalgische "Trepke" moet gaan vervangen.
De carnavalsvereniging heet 'De Beringse Kuus' (Kuus betekent volgens velen "varken" (in het dialect "Koes"), maar de officiële betekenis van het woord is "knuppel" waar vroeger het varkensvoer mee gemengd werd).
Religie
In 1872 werd op de plaats van de huidige kerk een bedevaartkapel gebouwd, ter ere van O.L.V. van het H. Hart. In deze kapel mochten geen missen worden gelezen, zodat de bewoners van Beringe voor de missen naar Maasbree moesten. Deze afstand was vrij groot, dus daarom vroegen de inwoners in 1916 naar een eigen kerk. Omdat het geld er niet voor was, werd pas in 1928 begonnen met de bouw. Als architect werd Joseph Franssen aangezocht.
In 1944 werd de toren van de kerk opgeblazen, waardoor die op de rechterzijde van het schip viel.
Na de oorlog werd het parochiehuis als noodkerk ingericht. Joseph Franssen werd alweer als architect aangezocht, om de kerk te herbouwen. In 1946 werden het priesterkoor en de transeptarmen opgebouwd, die alvast gebruikt konden worden. In 1951 werd de rest van de kerk gebouwd, en in 1952 de toren. 
78137 
262 Berkel-Enschot, Tilburg, Noord-Brabant  5.14277777777778  51.5825  Berkel-Enschot is een voormalige gemeente in Noord-Brabant, sinds 1997 behorend tot de gemeente Tilburg. De gemeente telde in 1996 10.596 inwoners en had een oppervlakte van 19,82 km². De hoofdplaats van de gemeente was Berkel-Enschot. Berkel en Enschot zijn van oudsher twee boerendorpen die samen één gemeente vormden (later met Heukelom). Dit gebeurde onder de "burgemeester der boeren" genaamd Cornelis Brenders.
De namen Berkel en Enschot komen van oudere Nederlandse woorden 'Berkeloo' en 'Ende Skied', wat in nieuw Nederlands betekent 'Berkenbos' en 'Eindgrens'.
Berkel-Enschot zat in de Eerste en Tweede Wereldoorlog vol met soldaten. In het stadsarchief Tilburg zijn foto's te vinden over de inname van Berkel-Enschot door de Geallieerden.
Na de Tweede Wereldoorlog werd Berkel-Enschot een snel groeiend dorp dat erg profiteerde van de (textiel)industrie van Tilburg. Vervolgens werd de gemeente Berkel-Enschot-Heukelom (drie zielen en één bestuurlijk hart) in 1996 opgesplitst, waarna Berkel-Enschot deel uit ging maken van de gemeente Tilburg en Heukelom van de gemeente Oisterwijk. 
35535 
263 Berkelaar, Echt, Limburg  5.866667  51.11666  *Berkelaar (gehucht in de gemeente Echt-Susteren)
Verder geen gegevens bekend 
35488 
264 Berlicum, Sint-Michielsgestel, Noord-Brabant  5.399247  51.678891  Berlicum (Brabants: Balkum) is een dorp in de provincie Noord-Brabant, gelegen in de Meierij van 's-Hertogenbosch. Berlicum behoort tot de gemeente Sint-Michielsgestel. Het is na Sint-Michielsgestel het grooste dorp van de gemeente. Het dorp telt samen met Middelrode op 1 januari 2006 9378 inwoners.
Tot de gemeentelijke herindeling in 1995 was Berlicum een zelfstandige gemeente, waar Middelrode en Wamberg ook onderdeel van uitmaakten. In 1994 werd het samen met Den Dungen, Gemonde en Maaskantje toegevoegd aan de gemeente Sint-Michielsgestel.
Vermoedelijk is het dorp tussen 600 en 700 na Christus ontstaan. De oude schrijfwijzen Beerlinghem, Berlinchem, Berlekem, Berlikem en Berlanchum zijn later Berlicum geworden. In de volksmond was de naam 'Balkum' al bekend in de zeventiende eeuw. In het lokale dialect wordt deze laatste benaming nog steeds gebruikt.
Gemeente Vlag en Wapen. Het oorspronkelijke gemeentewapen stamt uit 16 juli 1817 en werd omschreven als: " Van azuur, beladen met een beer, staande op een terras, alles van goud.". Op 17 mei 1973 is het Wapen herzien: " In goud een gaande beer van sabel. Het schild gedekt met een gouden kroon van 3 bladeren en 2 parels."
Het centrum van het dorp is het Mercuriusplein waar de meeste winkels gevestigd zijn en waar wekelijks een markt is. Naast diverse industrieterreinen is er ook veel nieuwbouw. Na de tweede wereldoorlog is Berlicum waar ook Middelrode deel van uit maakt een forensendorp geworden. Vanuit Berlicum is 's-Hertogenbosch per auto in enkele minuten bereikbaar. Er zijn twee kerken in het dorp: de 'Samen-op-Weg'-kerk en de R.K. Sint-Petruskerk. Beide kerken hebben een sombere geschiedenis. Verder beschikt Berlicum over diverse scholen, een verzorgingshuis, een openbare bibliotheek, een apotheek, een brandweerkazerne, een benzinestation en diverse eetgelegenheden. Er is ook een sportpark gevestigd in Berlicum, genaamd Sportpark de Brand. Sinds 2005 zijn alle huisartsen in het dorp verenigd in een huisartsenpraktijk. Tevens zijn er drie tandarts praktijken. Tijdens het jaarlijks terugkerende carnavalsfeest heet Berlicum 'de birrekoal'.

Markante inwoners van Berlicum
Herman de Man 1930 Nederlands Schrijver
Miriam Oremans 1972 Nederlands tennisspeelster 
830 
265 Berlikum, Menaldumadeel, Friesland  5.651680  53.243823  Berlikum (Fries: Berltsum) is een dorp in de gemeente Menaldumadeel, provincie Friesland (Nederland), en telt ongeveer 2500 inwoners.
De plaats is ontstaan aan de Middelzee, en heeft in de negentiende eeuw een tramstation gehad van de NTM aan de lijn Leeuwarden-Sint Jacobiparochie. Berlikum ligt in een akkerbouwgebied en was in de Planologische Kernbeslissing (PKB) en de Vijfde Nota Openbare Ruimte aangewezen als concentratielocatie voor glastuinbouw. Eind 2004 besloot de Raad voor het Landelijk Gebied echter dat extra financiële steun van de rijksoverheid niet nodig was, en dat de glastuinbouw moest worden geconcentreerd in de "greenports" Westland, Oostland, Aalsmeer en omstreken, en Venlo.
Twaalfde Friese stad?
De Alkmaarse gemeentesecretaris Joost Cox maakte op 9 februari 2005 bekend dat Berlikum in de veertiende - en vijftiende eeuw stedelijke kenmerken heeft gehad. Daarmee zouden er geen elf, maar twaalf steden in Friesland liggen. Volgens Cox heeft Berlikum in 1355 zichzelf stadsrechten toegekend, met medeweten van de raadslieden van Westergo, en werd het in 1470 in een brief van de Duitse Hanzestad Lübeck een stad genoemd. Berlikum lag destijds aan de Middelzee. Een document waaruit onomstotelijk bleek dat aan Berlikum stadsrechten waren verleend had Cox echter niet gevonden. Zijn claim werd weersproken door historicus Hans Mol van de Fryske Akademy. Volgens Mol had Berlikum zich destijds niet tot stad weten te ontwikkelen omdat de plaats te dicht bij Leeuwarden lag. 
259 
266 Bern, Herpt en Bern, Noord-Brabant  5.165290832519531  51.7482649550268  Bern is een buurtschap in de gemeente Zaltbommel, in de Nederlandse provincie Gelderland. Het ligt op het "eiland" Nederhemert. Deze buurtschap bestaat uit ongeveer 5 straten en is te bereiken via een dijkweg (N831) en vanuit Noord-Brabant via het Bergse veer vanuit Herpt. De buurtschap telt 39 inwoners (per 1 januari 2009).
Geschiedenis
Men gaat ervan uit dat Bern gesticht is op de resten van de norbertijner abdij van Berne. Sinds de Maaswerken in de jaren 1883 - 1904 is de buurtschap Bern aan de Bommelerwaardse, Gelderse kant van de Maas gelegen. Vanaf 1 januari 1958 viel Bern, na een grenscorrectie, onder de gemeente Kerkwijk. Op 1 januari 1999 is de gemeente Kerkwijk opgegaan in de gemeente Zaltbommel.
In de buurtschap staat nog het brouwershuis van de abdij. Na verwoesting in de Tweede Wereldoorlog werd het brouwershuis herbouwd, maar het pand, dat niet wordt bewoond, heeft in recente tijden weer te lijden onder verval en onder begroeiing die de muren en daken van bijgebouwen en ommuring uit elkaar drukt. 
71554 
267 Besoyen, Noord-Brabant  5.050020217895508  51.6886565138457  Besoyen is een wijk in de stad Waalwijk.
Besoyen was oorspronkelijk een dorp tussen Waalwijk en Sprang-Capelle en lag op het grondgebied van Holland. Tot 1922 was het dorp een zelfstandige gemeente, waarna het een onderdeel van de gemeente Waalwijk werd. 
64989 
268 Best, Noord-Brabant  5.39222222222222  51.5108333333333  Best is een plaats en gemeente in de provincie Noord-Brabant, gelegen in de Meierij van 's-Hertogenbosch. De plaats ligt geografisch gezien op de splitsing Eindhoven - Tilburg en Eindhoven - 's-Hertogenbosch. De gemeente telt 29.000 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 35,35 km². Binnen de gemeentegrenzen liggen 2 andere kernen: Aarle en De Vleut. De gemeente Best maakt deel uit van het kaderwetgebied SRE.
In de regio werden vroeger veel klompen gemaakt, dit is nog zichtbaar aan de vele populieren in het landschap. Ook is er een verwijzing in de naam tijdens het carnaval: Klompengat. Schoenenfabriek Bata en later Philips Medical Systems hebben het dorpje zeer sterk laten groeien.
Geschiedenis
De eerste bewoners die op Bests grondgebied woonden, dateren uit 1700 v. Chr.. Dit blijkt uit opgravingen in de Aarlese Heide ten zuiden van het Wilhelminakanaal. Andere vondsten stammen van de Keltische Cultuur zoals de Germaanse urnen uit de La Ténatijd van 500 v. Chr.. Bij één van de gevonden grafheuvels werd een vorm aangetroffen die sterk herinnert aan de aanleg van Keltische tempeltjes. In een andere grafheuvel werden vormen en tradities uit de oudere bronstijd van 1700-800 voor Christus ontdekt.
De patroonheilige van Best
Sint-Odulphus is de patroonheilige van Best. Zijn levensloop is nauw verweven met de folklore en traditie van Best. Kronieken zeggen dat daar waar hij werd geboren nu de Odulphuskerk staat. Hij was in 805 pastoor van Oirschot. Kort daarna werd hij benoemd tot kanunnik van het Aartsbisdom Utrecht kapittel en later naar Friesland gezonden waar hij naam verwierf van Apostel der Friezen. Momenteel prijkt Sint-Odulphus op het gemeentewapen van Best. De neo-gotische Sint-Odulphuskerk uit 1880-1886 staat in het centrum van de gemeente en werd ontworpen door architect Carl Weber. Vóór de kerk staat het Odulphusbeeld uit 1901. 
32566 
269 Betterwird, Westdongeradeel, Friesland  5.980787  53.328701  Betterwird is een buurtschap in de gemeente Dongeradeel in de Nederlandse provincie Friesland. Het ligt tussen Dokkum en Foudgum aan de N356  75315 
270 Beugen, Boxmeer, Noord-Brabant  5.93722222222222  51.6722222222222  Beugen is een dorp in de gemeente Boxmeer (Noord-Brabant). De naam Beugen is afgeleid van 'Beughem' (of 'Bougheim') wat de omschrijving is voor een nederzetting ('heim') in de 'bocht' van de Maas.
Net buiten het dorp ligt het natuurgebied De Vilt (een oude Maasarm) met twee vennen.
Tot halverwege de twintigste eeuw kruiste nabij Oeffelt de Maaslijn het Duits Lijntje. Dit punt werd Kruispunt Beugen genoemd. 
32398 
271 Beukhorst, Vlagtwedde, Groningen  7.1201276779174805  52.92259381695968  Het toponiem horst is een historische benaming voor een met kreupelhout of hakhout begroeid, hoger gelegen stuk grond. De grond is meestal zandgrond en de houtbegroeiing kan zowel op als rondom het stuk grond voorkomen. Het woord horst is afkomstig van het Germaanse woord hursti dat beboste opduiking in moerassig terrein betekende.
Naast horst komt af en toe ook de variant hors voor, niet te verwarren met het woord hors of gors dat gebruikt wordt voor een zandplaat die met springtij onderloopt, bijvoorbeeld de Vliehors.
Het Germaanse woord hursti is ook terug te vinden in Duitsland en Engeland in toponiemen horst resp. hurst. 
75854 
272 Beulake, Ambt Vollenhove, Overijssel  6.000707745552063  52.69092856735417  Beulake of Beulaeke was een dorp dat bestond van ca. 1600 tot 1776 in de kop van Overijssel, ongeveer ten noordoosten van Sint Jansklooster en ten noordwesten van Ronduite. Het dorp is verdronken, in wat nu de Beulakerwijde heet, door stormvloed in 1776.
De naam is een verbastering van het vroegere Bodelaecke, waarvan bode verwant is met het Duitse Bude (stal), het Friese bode (schuur) en Nedersaksische boô, een hut voor koeien of schapen; een laecke of lake is een moerassig gebied. 
86070 
273 Beuningen, Gelderland  5.7698822021484375  51.86239386737922  Beuningen is een gemeente en plaats in de Nederlandse provincie Gelderland. De gemeente bestaat sinds 13 februari 1980 naast Beuningen uit de kerkdorpen (in volgorde van grootte) Ewijk, Winssen en Weurt. De gemeente heeft 25.163 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS), waarvan 16.972 (1 januari 2006) in Beuningen zelf. De oppervlakte bedraagt 47,50 km². Beuningen ligt in het Land van Maas en Waal in de oksel van knooppunt Ewijk met aan de zuidzijde de A73 (Nijmegen-Venlo) en ten westen de A50 (Zwolle-Eindhoven). In het noorden grenst Beuningen aan rivier de Waal en aan de oostkant aan Nijmegen. De gemeente Beuningen maakt deel uit van de Stadsregio Arnhem-Nijmegen.
Beuningen
Beuningen
Typerend voor Beuningen zijn de vele nieuwbouwwijken waarin wonen en water door de gemeente centraal wordt gesteld. Voorbeelden van deze wijken zijn De Heuve, De Haaghe, Den Balmerd en de meest recente uitbreiding de Beuningse plas en De Rietlanden. Binnen de gemeentegrenzen ligt in Ewijk de grote recreatieplas De Groene Heuvels.
Geschiedenis
Het gebied waar Beuningen nu ligt werd vroeger mogelijk al door de Romeinen bewoond. In ieder geval worden er met regelmaat Romeinse opgravingen gedaan. Tot ongeveer 1900 was Beuningen, net zoals Ewijk en Winssen, een arm boeren dorp dat vaak door overstromingen getroffen werd. Toch waren er ook een behoorlijk aantal zeer goed bemiddelde families in Beuningen, met name grote boeren, die voor de hoogste belastingopbrengst in de streek zorgden.
Van 1900 tot 1970 was er een nonnenklooster gevestigd, dat trachtte de armoede te verlichten. Eind jaren '20 veranderde deze situatie door de bouw van de nieuwe Waalhaven op de grens van Weurt en Nijmegen (1928) en de aanleg van betere straten. ook was er de aanleg van de stoomtram van Nijmegen naar Druten. De stoomtram kwam over de van Heemstraweg door Beuningen. De komst van de Van Heemstraweg (1927-1959) verbond Beuningen met Nijmegen aan de oostkant en aan de westkant de dorpen aan de Waal tot aan Zaltbommel.
Tegenwoordig is Beuningen uitgegroeid tot een groeikern c.q. voorstadje van Nijmegen met vele nieuwbouwwijken.
Gemeente
Op volgorde van west naar oost
* Winssen
* Ewijk
* Beuningen
* Weurt
Inwonersaantal
Per 06/10/2006
* Beuningen 17111
* Ewijk 3542
* Weurt 2442
* Winssen 2102
* Totaal 25197 
37339 
274 Beuningen, Losser, Overijssel  6.997947692871094  52.35894653050391  Beuningen (Nedersaksisch: Böaningn) is een klein dorp in de gemeente Losser in de Nederlandse provincie Overijssel. Anno 2006 telde het dorp 1080 inwoners. Het is gelegen aan het riviertje de Dinkel, in overwegend agrarisch gebied, ruim een kilometer ten zuiden van Denekamp.
Beuningen hoorde aanvankelijk tot het kerspel Denekamp, in 1817 werd de marke Beuningen onderdeel van de gemeente Losser. In het dorp staat een rooms-katholieke kerk uit 1948. Net buiten het dorp bevindt zich een camping, een voetbalveld en een bos.
Van Jonge Leu en Oale Groond
Veel dorpsscènes voor het fictieve dorp Dinkelo in de Twentse soapserie Van Jonge Leu en Oale Groond zijn in Beuningen opgenomen. De geestelijke vader van die soap, Herman Finkers, woont een kleine kilometer verderop. 
132854 
275 Beusichem, Buren, Gelderland  5.2925  51.9488888888889  Beusichem is een plaats in de gemeente Buren in de Nederlandse provincie Gelderland. Het is gelegen in de Gelderse Betuwe, enkele kilometers ten oosten van Culemborg.
Beusichem gelegen in het voormalige graafschap Buren. Vormde een zelfstandige gemeente van 1811 tot en met 1977, sindsdien behoort het tot de gemeente Buren. Tussen 1811 en 1817 behoorden ook Ravenswaaij, Rijswijk en Zoelmond tot de gemeente Beusichem.
De oudste vermelding van dit dorp is te vinden in een eind 11e eeuws afschrift van een oorkonde, die is opgesteld tussen 918 en 948. De tekst, betreffende een lijst van bezittingen van de St. Maartenskerk te Utrecht luidt; "insulam... iuxta Buosinhem qui propior ville Riswic". In oudere literatuur wordt als oudste datum het jaar 866 vermeld, maar bovenstaande datering is de meest waarschijnlijke.
In de loop der eeuwen is heel wat met de schrijfwijze van deze plaatsnaam gegoocheld. De betekenis is taalkundig als volgt te verklaren. 'Chem' is afgeleid van 'hem', dat woonplaats betekent in het oudnederlands. 'Beuse' is een verbastering van Boso, een persoonsnaam, die in oudgermaans 'vijand' betekent. Dat is weer een afleiding van 'bosi', dat vijandig betekent, denk aan 'boos'. Vrij vertaald zou Beusichem dan betekenen; 'woonplaats van (de familie van) Boso' of 'woonplaats van de vijand'.
Het gebied was eigendom van de heren van Beusichem, waarvan de oudste vermelding gevonden wordt in 1196. Het was een telg van dit geslacht dat het stadsrecht van Culemborg uit 1318 bevestigde. Voor het overige werd de naam van het geslacht met evenzovele variaties geschreven als die van het dorp. 
35321 
276 Bierum, Groningen  6.85944444444444  53.3813888888889  Bierum (Gronings: Baaierm) is een wierdedorp in de gemeente Delfzijl in het noorden van de provincie Groningen in Nederland.
Het ongeveer 800 inwoners tellende dorpje ligt ten noordwesten van Delfzijl aan de Waddenkust. Het meest karakteristieke gebouw van het dorp is de middeleeuwse kerk waarvan de toren wordt ondersteund door een enorme steunbeer met doorgang. Deze steunbeer was er oorspronkelijk voor bedoeld om de toren van de kerk te ondersteunen, maar door een fout in de fundering trekt deze de toren nu in feite naar beneden. Bijzonder is verder dat deze grotendeels Romaanse kerk overwelfd is met Romanogotische meloengewelven.
In Bierum stond vroeger de borg Luinga. Het borgterrein is nog goed te herkennen. De entree met bakstenen brug is nog volledig intact.
Bierum vormde met de omliggende dorpen Godlinze, Losdorp, Holwierde, Krewerd en Spijk, tot 1990 een zelfstandige gemeente. Bij de grootschalige herindeling in dat jaar werd Bierum bij Delfzijl gevoegd. 
32117 
277 Biervliet, Terneuzen, Zeeland  3.68555555555556  51.3269444444445  Biervliet is een dorp (1691 inwoners 2007) in Zeeuws-Vlaanderen, en is een van de kernen van de gemeente Terneuzen.De plaats heeft een lange geschiedenis, ze kreeg in 1183 al stadsrechten. Biervliet hoorde tot 1573 bij het Graafschap Vlaanderen.
Rond 1400 waren er watersnoden en kwam Biervliet op een eiland te liggen. In 1573 werd het veroverd door de Watergeuzen en kwam Biervliet onder Hollands bestuur. Maurits van Nassau liet een vesting bouwen op het eiland om het scheepsverkeer naar Gent onder controle te houden.
Willem Beukelszoon is waarschijnlijk de bekendste inwoner, hij is de uitvinder van het haringkaken waardoor de vis beter geconserveerd en dus getransporteerd kon worden. 
37307 
278 Biessum, Delfzijl, Groningen  6.8975  53.3341666666667  Biessum is een dorpje in de gemeente Delfzijl in de provincie Groningen in Nederland. Het ligt tegen Delfzijl-Noord aan.
Het dorpje ligt op, of beter gezegd rond, een wierde. De wierde van Biessum is een van de best bewaarde in de provincie Groningen. De oorspronkelijke stervormige verkaveling is nog vrijwel helemaal terug te vinden. De woningen en boerderijen staan aan de ossengang die nog intact is.
Het dorpje heeft geen eigen kerk, ook niet gehad. Voor het kerkbezoek moesten de Biessumers via het kerkepad naar de nabijgelegen Uitwierde. 
36118 
279 Biest-Houtakker, Hilvarenbeek, Noord-Brabant  5.15777777777778  51.5063888888889  Biest-Houtakker is een dorp in de Nederlandse provincie Noord-Brabant. Het dorp, waar ongeveer 850 mensen wonen, maakt deel uit van de gemeente Hilvarenbeek. Biest-Houtakker ligt aan het Wilhelminakanaal waaraan ook een passantenhaven is gelegen.
Jaarlijks wordt in mei het Volksfeest georganiseerd, waarbij volop muziek, een jaarmarkt en entertainment aanwezig zijn.
Biest-Houtakker heeft een actief verenigingsleven met onder meer een voetbalvereniging (SVSOS), een tennisvereniging (TOB) en een carnavalsvereniging (de Pinnekleuvers). 
34948 
280 Biezelinge, Kapelle, Zeeland  3.96222222222222  51.4741666666667  Biezelinge is een dorp in de Nederlandse gemeente Kapelle (provincie Zeeland). Er waren op 1 januari 2007 1554 inwoners.
Het dorp wordt van Kapelle gescheiden door een spoorlijn. Er is een station (Kapelle-Biezelinge).
Vroeger bezat het dorp een haven, die in verbinding stond met de Westerschelde. Deze is echter in 1717 dichtgeslibd en is tegenwoordig een marktplein.
Ten oosten van Biezelinge stond op een hoger gelegen stuk land het klooster "Jeruzalem". Naar de fundamenten is onderzoek gedaan, maar er is niets meer van intact. De plek is sinds vele generaties in gebruik als landbouwgrond door de familie De Roo.
De bedrijven Hapro zonnehemels en Coroos conserven hebben in het dorp hun hoofdvestiging. 
37888 
281 Biggekerke, Veere, Zeeland  3.525317  51.499025  Biggekerke (Zeeuws Beekerke/Beekeu) is een klein dorp in de Zeeuwse gemeente Veere. Op 1 januari 2007 had het 904 inwoners. Het is een typisch Walchers kerkdorp.
Hoewel de naam van het dorp wel eens aanleiding geeft tot spot, heeft deze niets met varkens van doen: Bigge was in de vroege Middeleeuwen een gangbare persoonsnaam. De plaatsnaam kan een heilige oorsprong hebben. Biggekerke zou naar de heilige Begga zijn vernoemd.
De kerk in het dorp stamt uit de 15de eeuw.
Tot 1966 vormde Biggekerke een zelfstandige gemeente. In dat jaar ging het dorp op in de nieuwe gemeente Valkenisse. Op 1 januari 1997 werd de gemeente Valkenisse opgeheven, sindsdien maakt Biggekerke deel uit van de gemeente Veere. 
701 
282 Bijleveld, Vinkeveen, Utrecht  4.9390411376953125  52.08456959594681  Het waterschap Oudhuizen beoosten Bijleveld was een klein waterschap in de provincie Utrecht in de gemeente Wilnis en/of Vinkeveen en Waverveen. Het is nu opgegaan in de Vinkeveen.
Verzorgingsplaats Bijleveld is gelegen aan de A12 Den Haag-Arnhem tussen afrit 14 en 15 nabij Harmelen.
De bedoeling is dat er ter hoogte van deze verzorgingsplaats een nieuwe op- en afrit komt. Op deze manier kunnen de afritten 14 en 15 ontlast worden die met de nieuwbouwwijken in Woerden en Leidsche Rijn de afgelopen jaren veel meer verkeer te verwerken hebben gekregen.
Herkomst naam
De naam Bijleveld komt van de polder waar deze verzorgingsplaats in ligt (net als het riviertje dat er door stroomt). Er zijn verschillende verklaringen voor de herkomst van de naam van de polder:
* het zou kunnen wijzen op de vroegere legerplaats, die Harmelen ooit was. Soldaten in die tijd werden ook bilemannen genoemd. (bile of bille is een kort zwaard). Bijleveld betekent dan zwaardveld of soldatenveld.
* de vorm van de polder zou lijken op een bijl.
* de naam is pas ontstaan toen de polder werd gegraven. De noodzaak om water op de Amstel te lozen vergde het graven van een watergang van de Rijn tot aan de Amstel. Voor deze investering heeft de polder als onderpand gediend, vastgelegd in een zogenaamde Beile of Bijlbrief (vergelijkbaar met het Engelse Bail). Deze investering moet voor die tijd tezamen met het gestelde onderpand uitzonderlijk geweest zijn, zodat het onderpandige veld de naam Beileveld kreeg. 
961 
283 Bildtzijl, Het Bildt, Friesland  5.71833333333333  53.3011111111111  Oude en Nieuwe Bildtzijl
Oudebildtzijl (Bildts: Ouwe-Syl) is een dorp in de gemeente Het Bildt, provincie Friesland (Nederland). Het ligt ten noordoosten van Sint Annaparochie, aan het oostelijke eind van de Oudebildtdijk, en telt 740 inwoners (2004).
Hier begon in 1505 de aanleg van de Oudebildtdijk. De naam van de nederzetting die er ontstond komt van de uitwateringssluis (zijl) die hier voor de Oude Rij werd aangelegd. Pas in 1948 kreeg de nederzetting de status van dorp. Rond 1960 trok een deel van de bevolking weg, omdat als gevolg van de landbouwmechanisatie de werkgelegenheid afnam. In de vrijkomende huisjes gingen forenzen, Randstedelingen en Duitse toeristen wonen 
1183 
284 Bilthoven, De Bilt, Utrecht  5.19861111111111  52.1283333333333  De geschiedenis van Bilthoven gaat terug tot 20 augustus 1863, toen de spoorlijn Utrecht - Amersfoort in gebruik werd genomen en bij de kruising van de spoorlijn met de Soestdijkseweg een station werd geplaatst.
Het nieuwe station werd Station De Bilt genoemd, ondanks het feit dat het op een halfuur lopen van De Bilt lag. Pas rond 1900 verschenen de eerste villa's rond het nieuwe station. Als gevolg van deze spoorverbinding met de stad en het feit dat de grond relatief goedkoop was, nam het aantal villa's rond het station na 1900 snel toe. Het dorpje dat hierdoor langzaamaan ontstond, werd aangeduid met de naam De Bilt-Station. Deze naam bleek echter voor verwarring te zorgen. Mensen die in De Bilt op bezoek wilden gaan, bleken regelmatig de trein naar Station De Bilt te nemen en omgekeerd namen mensen die in De Bilt-Station wilden zijn vaak in Utrecht de tram naar De Bilt.
Om deze reden werd in 1917 besloten de naam van het nieuwe dorp te veranderen. Tijdens een raadsvergadering op 23 mei 1917 werden diverse namen voorgesteld, waaronder De Bilt-Buiten, Biltwijk en De Leyen. Uiteindelijk werd gekozen voor de naam Biltsche Duinen. Deze naam stuitte echter op bezwaar van de Spoorwegen. Daarom werd op 11 oktober 1917 een nieuwe raadsvergadering aan de naamgeving van het dorp gewijd. In deze nieuwe raadsvergadering werden wederom diverse namen besproken, zoals Leyenhoven, De Bilt-Hoog en Bilthof. Een meerderheid van de raad ging uiteindelijk akkoord met de naam Bilthoven, voorgesteld door het raadslid Melchior. 
32415 
285 Bingelrade, Limburg  5.926293  50.976111  Bingelrade (Limburgs: Bèngelder) is een dorp dat sinds 1982 samen met Jabeek, Merkelbeek en Schinveld deel uitmaakt van de gemeente Onderbanken in het zuiden van Nederlands-Limburg. De plaats ligt ten noorden van Brunssum en bestaat voornamelijk uit lintbebouwing langs een aantal wegen.
Het dorp bestaat uit de vier oorspronkelijk afzonderlijke kernen Bingelrade, Quabeek, Raath en Viel.
In Raath staat het gelijknamige kasteelachtige landhuis, dat in de negentiende eeuw op de plaats van een verdwenen kasteel gebouwd werd. Vlakbij het kasteel ligt het in mergelsteen en hout uitgevoerde puthuisje van Bingelrade uit 1664. De parochiekerk van het dorp, de Sint-Lambertuskerk, werd in 1935 gebouwd naar een ontwerp van architect N. Schoenmakers uit Sittard. De bouwstijl verwijst naar de gotiek (spitsboogvensters), maar in het trapvormige torenfront zijn ook duidelijk invloeden van de Art Deco aanwezig. 
36310 
286 Binnen Ae, Woldendorp, Termunten, Groningen  7.026663461376984  53.25500734608302  Binnen Ae is een buurtschap op de grens van de gemeenten Scheemda en Delfzijl in de provincie Groningen. De buurtschap bestaat uit een aantal boerderijen langs de weg Binnen Ae. Het ligt in het verlengde van Oostwolderhamrik aan de weg van Nieuwolda naar Woldendorp. Langs de buurtschap stroomt een riviertje met dezelfde naam dat een restant van de Munte is.  89568 
287 Birdaard, Dantumadeel, Friesland  5.87861111111111  53.2936111111111  Birdaard (Fries (taal) (officieel): Burdaard) is een dorp in de gemeente Ferwerderadeel, provincie Friesland (Nederland). Het heeft ongeveer 1080 inwoners (2004), en ligt aan de Dokkumer Ee, de vaarverbinding tussen Dokkum en Leeuwarden. In de zomer passeren zo'n twaalfduizend boten het dorp. Tijdens een Elfstedentocht wordt Birdaard tweemaal gepasseerd.
Het dorp hoorde aanvankelijk bij de gemeente Dantumadeel. Bij een gemeentelijke herindeling op 1 mei 1984 ging het, samen met Janum, over naar de gemeente Ferwerderadeel. 
35637 
288 Blaarthem, Gestel en Blaarthem, Noord-Brabant  5.454326  51.421213  CHAN
DATE 10 Jun 2013 
32571 
289 Bladel, Noord-Brabant  5.215507  51.366429  Bladel is een plaats en gemeente in de provincie Noord-Brabant. De gemeente telt 19.055 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 73,60 km².
Geschiedenis van de gemeente Bladel
In het verleden lagen de dorpen in de Brabantse Kempen nogal geïsoleerd. Toen in 1897 de tramlijn Eindhoven-Reusel tot stand kwam, bevorderde dat de komst van industrieën. Vooral de sigarenindustrie ging een belangrijke plaats innemen. Vele kleine fabriekjes ontstonden, maar een groot deel daarvan verdween weer in de loop der jaren.
In 1959 werd Bladel aangewezen als ontwikkelingskern en kon daardoor financiële faciliteiten bieden aan nieuwe industrieën. Sinds die tijd hebben veel bedrijven van uiteenlopende aard zich in de gemeente gevestigd. De dorpen die samen de gemeente Bladel vormen hebben elk hun specifieke historische kenmerken.
Bladel vinden we o.a. terug als Bladele, Pladella en Bladella, maar al sinds 1280 is de schrijfwijze: Bladel. Het oudste gegeven van Bladel is een akte uit 922, -waarin Karel de Eenvoudige, Koning van Frankrijk in een kasteel "Pladella Villa" -graaf Dirk "Holland ende die Kerck t'Egmonde" (Kennemerland) ten geschenke gaf. Men mag daarom zeggen dat in Bladel de wieg van Holland heeft gestaan. Aangenomen wordt dat met Pladella Villa een groot huis in het huidige dorp Bladel bedoeld is.
Hapert komt in 710 voor onder de naam Heopardum. De Heilige Willibrordus kreeg toen als gift van Bertiliadia haar bezittingen in Hulislaum (Hulsel) en Heopardum.
In Hoogeloon staat een uit de Middeleeuwen (± 1400) daterende toren. In de toren bevindt zich een klok uit 1435. Bij opgravingen in 1827 werden in Hoogeloon onder andere overblijfselen van de Romeinse tijd gevonden. In de jaren dertig werden grafheuvels ontdekt uit de bronstijd welke een van de grootste en hoogste grafheuvels die in België of Nederland te vinden zijn. Het achtervoegsel -loon is afgeleid van het Germaanse Lauhun dat beboste heuvel betekent.
In oude brieven wordt Casteren ook Castelre en Kerk-Casteren genoemd. Omdat hier Romeinse oudheden zijn gevonden wordt aangenomen dat Casteren is afgeleid van "Castra", wat Latijns is voor legerplaats.
In 1219 wordt al geschreven over Netersel, maar later zien we o.a. nog Nederseel en Nethersem. Netersel is één van de "Acht Zaligheden".
Overige kernen en buurtschappen
Casteren, Bladel, Dalem, Hapert, Hoogeloon en Netersel. 
34954 
290 Blankenham, Overijssel  5.89638888888889  52.7647222222222  Blankenham is een uitgestrekt dijkdorp in de gemeente Steenwijkerland in de Nederlandse provincie Overijssel. Tot 1973 was Blankenham een eigen gemeente en werd in dat jaar bij IJsselham gevoegd. Sinds 2001 heboort het tot Steenwijkerland.
Het dorp ligt op de grens van de Noordoostpolder en aan de rand van Nationaal Park De Weerribben.
Geschiedenis
Blankenham is ontstaan toen de buurtschap IJsselham zich in tweeën splitste. Oorspronkelijk kreeg het de naam In den Hamme. Later werd het vernoemd naar Frederik III van Blankenheim, bisschop van Utrecht. Op 26 juni 1418 gaf deze bisschop de Blankenhammingers het recht een eigen kerk te stichten, omdat de inwoners te ver van de kerk van IJsselham woonden.
Mythe
Bij deze plaats hoort het verhaal van de Fruinen, wezens die in de kolken langs de dijk zouden leven. Waarschijnlijk in deze eeuw bedacht voor promotionele doeleinden. 
35608 
291 Blauwehand, Wanneperveen, Overijssel  6.083110235504137  52.69960469330277  Blauwe Hand is een buurtschap in de gemeente Steenwijkerwold, Overijssel.
Door de stormvloeden van 1776 en 1825 zijn delen verdwenen.
Ook genaamd De Blauwe Hand. 
131310 
292 Blauwhuis, Wymbritseradeel, Friesland  5.533429  53.021884  Blauwhuis (Fries: Blauhûs) is een dorp in de gemeente Wymbritseradeel, in de Nederlandse provincie Friesland.
De plaats ontstond in ca. 1640 rond Het Blauwhuis, het polderhuis van het in 1632 drooggelegde Sensmeer. Doordat dit polderhuis gebruikt werd als schuilkerk ontwikkelde Blauwhuis zich als een katholieke enclave. Pas sinds 1949 is Blauwhuis officieel een dorp.
Blauwhuis is ook bekend van de Blauhúster Dakkapel die regelmatig optreedt tijdens belangrijke schaatswedstrijden. 
77275 
293 Blauwkapel, Utrecht, Utrecht  5.139648288313765  52.11568899972471  Blauwkapel is een klein stukje van de stad Utrecht, gesitueerd in het noordoosten van deze gemeente, en een deel van de gemeente De Bilt. Oorspronkelijk was het een dorpje met de naam Voordorp. Deze naam is einde 20e eeuw gebruikt voor de Utrechtse buurt Voordorp. Het huidige Blauwkapel dankt zijn naam aan de kapel die daar in 1451 werd gebouwd ter vervanging van een oudere kapel. In de nieuwe kapel werden het plafond en de wanden blauw geschilderd. De aanduiding "Blauwkapel" vervangt de eerdere naam van het dorp.
Nadat de kerk sinds 1943 in onbruik was geraakt, werd de kerk in 1957 door de Stichting Vrienden van Blauwkapel gekocht en met overheidssteun gerestaureerd. Op 1 september 2005 zijn de predikantenborden van de kerk, die enige tijd daarvoor waren teruggevonden, weer teruggeplaatst.
Fort Blauwkapel
Het Fort Blauwkapel is in de periode 1818–1821 gebouwd om het bestaande dorp heen, als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het is één van de grootste forten van deze verdedigingslinie. Aanvankelijk bestond het fort uit beplante aarden wallen. In latere jaren werd het versterkt met militaire gebouwen. In 1960 verloor het fort zijn militaire functie. Een deel is nu in gebruik door een scouting-groep.
Opmerkelijk is dat de schrijver Willy van der Heide (van de Bob Evers-serie) vlak na de Tweede Wereldoorlog enkele jaren gevangen heeft gezeten in het fort. Een van de boeken uit de serie heet Bob Evers belegert Fort B.
Een ander persoon die in deze periode hier gevangen heeft gezeten is Willem Sassen. Hij ontsnapte op kerstavond 1945 (?) tijdens de uitvoering van een toneelstuk dat hij zelf had geschreven. Aan het eind van het toneelstuk riep hij "Ik ga naar Londen, vader, de radio roept mij, adieu, ik ga." Vervolgens liep hij van het podium en kroop samen met twee anderen uit een raam waarvan de tralies van tevoren waren doorgezaagd. 
148082 
294 Bleijerheide, Kerkrade, Limburg  6.067359  50.854756  Wijken en gebieden in Kerkrade
Kerkrade-Noord:
* Eygelshoven-Kom (sinds 1 januari 1982 behoort Eygelshoven tot de gemeente Kerkrade)
* Hopel
* Vink
* Waubacherveld
Kerkrade-Oost/Noord:
* Chevremont
* Erenstein
* Haanrade
* Rolduckerveld
Kerkrade-Oost/Zuid:
* Bleijerheide
* Holz
* Kerkrade-Centrum
* Nulland
* Mucherveld
Kerkrade West:
* Gracht
* Heilust
* Kaalheide
* Spekholzerheide
* Terwinselen 
35921 
295 Blekslage, Onstwedde, Groningen  7.064787624467499  52.9898779251393  Blekslage is een gehucht in de gemeente Stadskanaal in de provincie Groningen.
Het ligt tussen de Mussel-Aa en het Mussel-Aa-kanaal, iets ten noorden van Kopstukken. Blekslage ligt aan de rand van de gemeente en heeft geen enkele voorziening. Het dichtstbijzijnde dorp is Harpel, waar een lagere school is.
Vlak bij het gehucht liggen voormalige vloeivelden voor de aardappelmeelindustie. Hier ontwikkelt zich een klein natuurgebied waar onder meer de zwarte stern sinds enige jaren weer broedt.
De naam komt van blek (= blik, dat zilverschoon betekent) en lage (= plaats, plek). 
61329 
296 Blerick, Limburg  6.14972222222222  51.3694444444444  Blerick (in de streektaal: Blierik) is een plaats aan de westoever van de Maas naast Venlo. Blerick is gelegen tussen de A73 en de A67 en telt ongeveer 28.000 inwoners. Het is daarmee het op één na grootste stadsdeel van Venlo.
Geschiedenis
De naam Blerick is afgeleid van Blariacum, een Romeinse nederzetting. De eigenlijke romeinse nederzetting is niet in het huidige Blerick aangetroffen en ligt vermoedelijk in het zuidwesten. Blerick heeft vele namen gekend, te weten Blariacum, Blerke, Blerijck, Blerik, Blerick, Venlo-Blerick, Venlo-West. Blerick was voor 1794 een zelfstandig gehucht. Sinds de stadswording van Venlo op 1 september 1343, maar waarschijnlijk al veel eerder, was Venlo omgeven door een omwalling. Op de Blerickse Maasoever lag tegenover de stad reeds in 1461 een militair gebouw. Voor Blerick leverden de vele belegeringen van de vestingstad Venlo telkens problemen op met veel materiële schade aan onroerende goederen. De veelvuldige verwoesting van gebouwen is er waarschijnlijk de oorzaak van dat er in Blerick zo weinig ‘oude’ gebouwen bewaard zijn gebleven. Het kerspel Blerick bestond al zeer vroeg uit drie woonkernen, rotten genaamd. Op de eerste plaats was er het huidige centrum van Blerick plus enige bebouwing aan het Nieuwborg en de Horsterweg. Dit gedeelte heette het Dorp, Blerick of Maes-Blerick. Daarnaast was er het Hout-Blericker rot en het Boekender rot. Gemiddeld genomen kun je stellen dat het aantal inwoners van Blerick tussen ongeveer 1450 en 1875 steeg van minder dan 700 tot ruim 2.200.
Blerick behoorde, zoals Venlo, bij het Overkwartier van Gelre of Spaans Opper-Gelre. Tijdens de Spaanse Successieoorlog werd het de hele omgeving van Venlo door Pruisische troepen bezet, en bleef zo als deel van Pruisisch Opper-Gelre ongeveer een eeuw lang Duits. Venlo zelf kwam echter in Nederlandse handen.
Na 1794 bezette het Franse leger het gebied en een nieuwe bestuursorganisatie kwam tot stand. Gemeenten met minder dan 5000 inwoners werden bij elkaar gevoegd en zo vormden Blerick, Baarlo en Bree samen 'Mairie de Bree', later Maasbree genoemd. Blerick was het grootste dorp van die gemeente. De gemeenteraad vergaderde in het Blerickse Raadhuis. De samenvoeging was vanaf het begin al niet succesvol en Blerick heeft diverse pogingen ondernomen om zelfstandig te worden, wat niet is gelukt.
Zeer belangrijk voor de ontwikkeling van Blerick was de opening van de spoorlijn Venlo-Eindhoven in 1865 en de lijn Venlo-Nijmegen in 1883. In januari 1869 kreeg Blerick een eigen spoorwegstation (Station Blerick omstreeks 1900 ). Bij de los- en laadplaats aan het einde van de Broekstraat (Pepijnstraat) was het een drukte van jewelste. En toen de spoorwegen in 1889 in Blerick een wagenwerkplaats openden, betekende dit spoedig een enorme uitbreiding van de werkgelegenheid. Deze gang van zaken droeg er in belangrijke mate toe bij dat Blerick geleidelijk aan zijn landelijke karakter verloor. Belangrijk was ook de vestiging in februari 1876 van het klooster van de zusters van de Goddelijke Voorzienigheid aan de Markt (Antoniusplein) en vanaf 1898 aan de Antoniuslaan. Afgezien van de betekenis voor het religieuze leven en het onderwijs in Blerick vormde de vestiging van een dergelijke gemeenschap een belangrijke stimulans voor de lokale economie. Naast het klooster leidden de zusters namelijk ook twee internaten, verschillende types scholen en een pension voor dames en heren. Begin jaren dertig van de twintigste eeuw woonden en werkten er binnen de Blerickse kloostergemeenschap rond de 800 personen. Langzamerhand groeide de behoefte aan woningen, scholen en kerken. Onder andere voor arbeiders en militairen werden aparte wooncomplexen gebouwd. Ook op cultureel, maatschappelijk en sportief gebied was Blerick zeer actief.
Op het einde van de negentiende eeuw kreeg de stad Venlo langzamerhand gebrek aan woonruimte. De stad heeft in de loop der tijd verschillende pogingen ondernomen om Blerick uit de gemeente Maasbree los te weken en bij Venlo te voegen. Dit streven werd in Blerick resoluut van de hand gewezen in 1909. In 1911, toen op het terrein van het voormalige fort Sint-Michiel in Blerick de bouw van de nieuwe infanteriekazerne (Frederik Hendrikkazerne) in volle gang was, stelde het Venlose gemeentebestuur pogingen in het werk Blerick bij Venlo te voegen. De Blerickse politie zou de openbare orde niet kunnen handhaven wanneer de infanteristen van de kazerne in de Blerickse cafés een biertje zouden gaan drinken. Dit Venlose streven leidde niet tot succes, evenals een nieuwe poging in 1921. Toen in 1938 burgemeester Janssens aantrad, werd de discussie opnieuw aangezwengeld, ditmaal door het provinciaal bestuur. Het belangrijkste argument was de grote afstand tussen de drie dorpen van de gemeente Maasbree en vooral het afwijkende, verstedelijkte karakter van Blerick. Ten slotte speelde ook de geografische en economische vergroeiing van Blerick met Venlo een grote rol. Zo leverde Venlo bijvoorbeeld, ondanks de ‘annexatiestrijd’, elektriciteit en gas aan het centrum van Blerick. Tevens werkten er veel Blerickenaren in Venlo en omgekeerd. Daarnaast was Blerick ook in stedenbouwkundig opzicht sterk op Venlo gericht: de belangrijkste wegen ontmoeten elkaar bij de oprit van de brug naar Venlo. Ondanks veel tegenstand van de meeste Blerickse raadsleden en veel Blerickenaren, keerde het getij langzaam ten gunste van Venlo. Ondertussen brak in 1940 de Tweede Wereldoorlog uit. En tijdens het eerste oorlogsjaar viel voor Blerick het doek. Op 1 oktober gebeurde waartegen veel Blerickenaren zich jarenlang hadden verzet: de samenvoeging met Venlo. Burgemeester Berger van Venlo kreeg er in één klap 10.865 burgers bij.
Blerick werd op 3 december 1944 bevrijd van de Duitsers. Hiernaar is een straat vernoemd, de Drie Decembersingel. Er was ook een kazerne met een rijopleiding gevestigd, de Frederik Hendrik Kazerne. 
35297 
297 Blesdijke, Weststellingwerf, Friesland  6.01361111111111  52.8302777777778  Blesdijke (Stellingwerfs: Blesdieke) is een dorp in de gemeente Weststellingwerf, provincie Friesland (Nederland). Het ligt ten zuiden van Wolvega, dicht bij de provinciegrens, aan de weg tussen De Blesse en Oldemarkt, en heeft ongeveer 370 inwoners (2004).
In 1328 stond hier al een kerk, die in 1836 zou zijn ingestort. De huidige kerk is in 1843 gebouwd. 
32980 
298 Blija, Ferwerderadeel, Friesland  5.86111111111111  53.3516666666667  Blija (officieel, Fries: Blije) is een dorp in de gemeente Ferwerderadeel, provincie Friesland (Nederland). Op 1 januari 2007 telde Blija 871 inwoners.
Volgens de volkstelling van 1744 telde Blija 472 inwoners. Van der AA komt rond 1840 op 990, en de Ensyklopedy fan Fryslân (1958) noemt 1250.
Vroeger stond Blija bekend om de verbouw van vlas.
Betekenis van de naam
De naam 'Blijtha' komt voor in de levensbeschrijving van de abt Fredericus van Hallum. De naam zou "dorp in het slijk" betekenen. Anderen denken aan een combinatie van Blij (rustig) en a (water); dus "dorp aan rustig water. Volgens weer een andere verklaring zou de naam "blinkend uit het water" betekenen.
De hervormde kerk
De kerk was oorspronkelijk gewijd aan Sint Nicolaas. De toren dateert uit de 13e eeuw. In 1741 is hij verlengd of is er een nieuw zadeldak opgezet.
De kerk is laatgotisch en is rond 1540 gebouwd, ter vervanging van een oudere kerk. Het kerkmeubilair stamt uit de 18e eeuw. In de kerk liggen enkele zerken uit de Renaissance. Hieronder ook een portretzerk van Vincent Lucas.
De Stinzen
Blija heeft vier stinzen gehad. Aebinga, Unema, Scheltema en Monsma. Van de laatste twee is niets meer bekend.
Van Aebinga is bekend dat Sjoerd van Aebinga in 1510 is getrouwd met Beits Humalda. Sinds die tijd noemden ze zich Aebinga van Humalda. Het geslacht is uitgestorven met de dood van Idsert Aebinga van Humalda (1754 - 1834). Aebinga van Humalda stond in de gunst bij Koning Willem I en werd zo gouverneur van Friesland. Hij was geïnteresseerd in de Friese taal.
Van de Unema's is Janko van Unema bekend. Hij streed tegen de Saksen en Karel V. Grote Pier heeft hem zelfs nog eens uit zijn gevangenschap moeten bevrijden. Later heeft hij zich onderworpen aan Karel V. Die vertrouwde het niet helemaal en zette Unema eerst maar eens een tijdje gevangen. In 1547 zijn de Unema's uitgestorven en is Unema State in handen van de Aylva's gekomen.
Ook deze stinzen zijn afgebroken. De plaatsen waar de stinzen van Aebinga en Unema hebben gestaan zijn nog aan te wijzen. 
35572 
299 Blijham, Wedde, Groningen  7.07666666666667  53.1075  Blijham is een Gronings dorp in de gemeente Bellingwedde en telde in 2006 2918 inwoners. Het was aanvankelijk sterk agrarisch, maar heeft zich in de laatste decennia van de twintigste eeuw ontwikkeld als forenzenplaats, met name voor het dichtbij gelegen Winschoten. In het landschap vormt Blijham de grens van het kleinschalige Westerwolde, met kronkelende riviertjes en kleine bosrijke plekken enerzijds en het grootschalige agrarische landschap van het verdronken Reiderland en Oldambt. Blijham is gelegen op een oude hoefijzervormige zandrug die vanaf dit dorp via Wedde, en Vriescheloo naar Bellingwolde loopt.
Twee kernen
Het dorp bestond aanvankelijk uit twee kernen met verschillend karakter. De noordelijke kern Kerkhorn, gelegen aan de weg naar Bellingwolde, bestaat uit grootschalige classicistische en Oldambtster boerderijen. De andere kern, Molenhorn genaamd en gelegen vlakbij Wedderveer, bestond uit kleinschaliger bebouwing. Na de Tweede Wereldoorlog wordt de ruimte tussen beide kernen geleidelijk aan bebouwd.
Monumenten
De Nederlands Hervormde kerk van Blijham dateert uit 1783, de toren ervan uit 1872. Blijham was voor de gemeentelijke samenvoeging het rijkste dorp in wat nu heet gemeente Bellingwedde. Opvallend zijn vooral aan het voormalige gehucht Oosteinde de rijke boerenvilla's met deels nog de kenmerkende slingertuinen.
De voormalige "dikste" boerderij, oorspronkelijk daterend van voor 1600 en met in 1825 maar liefst 174 ha land, was "De Boschplaatse", nu gepresenteerd als klein landgoed voor vakantieverblijf, door de familie Caderius van Veen-de Savornin Lohman gerestaureerd met herstel van de allure die na de herbouw in 1887 bedoeld was. Huis, tuinkoepel, tuin en bijbehorende dienstwoning staan op de lijst van Rijksmonumenten.
Ook de naburige boerderijen met daarbij een manege en een toeristenschuur zijn monumentaal.
Voormalig tramstation in Blijham
Aan de Winschoterweg ligt het voormalig tramstation van de OG als getuige van het tramverleden van Blijham. In 1900 kwam het dorp aan de toen geopende paardentramlijn van Maatschappij Winschoten-Bellingwolde te liggen. In 1914 werd deze maatschappij overgenomen door de OG om deze lijn om te bouwen tot stoomtramlijn. In 1915 kwam de lijn Winschoten - Ter Apel gereed, die de paardentramlijn tussen Winschoten en Blijham verving. In 1918 kwam de lijn Blijham - Bellingwolde gereed waarmee de ombouw was voltooid. In 1948 werd de reguliere dienstvoering beëindigd. Het tramvervoer langs Blijham bleef echter nog tot 1950 in stand vanwege zandtransporten. 
32145 
300 Blitterswijck, Meerlo, Limburg  6.10555555555556  51.5319444444444  Blitterswijck is een dorp aan de Maas in Noord-Limburg, ± 20 km ten noorden van Venlo.
Het dorp maakt deel uit van de gemeente Meerlo-Wanssum en telt ongeveer 1100 inwoners.
Men vermoedt dat de naam stamt uit de tijd van de Romeinse overheersing van Noord Europa. De Romeinse legioenen welke vanuit Venlo noordwaarts richting Nijmegen reisden konden per dag zo'n 20 kilometer afleggen waarna een pleisterplaats werd ingericht. De naam Blitterswijck is waarschijnlijk terug te voeren naar de latijnse term, of benaming "Litus Vicus", welke zoveel als "landgoed/buurt/dorp/plaats aan de rivier/kustlijn" betekende. De schrijfwijze wijck is een oudere spelling.
Geschiedenis
* De oudste akte op naam van de schepenen van Blitterswijck dateert van 14 april 1360. De akten werden gezegeld door de schout of de heer. Kort voor 1670 werd een eigen schepenbankzegel ingevoerd, met de kerkpatrones de Heilige Maagd Maria dragende op haar linkerarm Jezus als kind. In haar rechter arm houdt ze een scepter die op haar schouder rust. Het omschrift is Blitterswick.
* Het dorp lag in Opper-Gelre en maakte deel uit van het ambt Kessel, dat de Hertog van Gelre -en later de Spaanse Koning als zijn opvolger vanaf 1543- toebehoorde. Toen het Spaanse koningshuis uitstierf, volgde de Spaanse Successieoorlog die er toe leidde dat ook Blitterswijck door de Pruisen werd bezet en formeel in 1713 Pruisisch werd. Dit bleef zo totdat de Fransen in 1794 Pruisisch Gelder definitief veroverden. In 1798 werden de heerlijke rechten en schepenbanken door de Fransen afgeschaft en vervangen door andere bestuursvormen. Bij de totstandkoming van het Koninkrijk der Nederlanden (2 december 1813) werd Blitterswijck hiervan onderdeel. Bij de Belgische onafhankelijkheiddstrijd (1830) koos dit gebied echter voor aansluiting met België en kwam het via het vredesverdrag van London in 1839 bij de Duitse Bond, waar in 1866 uit werd gestapt. Sinds die tijd is Blitterswijck definitief in Nederland gelegen.
* Ongeveer vanaf de zestiende eeuw zijn er geschriften bekend over de adellijke achtergrond van de "heerlijkheid" van het kasteel en dorp (de familie van Blitterswijck). 
36272 
301 Bloemberg, Zuidwolde, Drenthe  6.35101966505124  52.65140765325341  Bloemberg is een buurtschap in de gemeente De Wolden, provincie Drenthe (Nederland). De buurtschap is gelegen aan zuidwestgrens van Drenthe met Overijssel, halverwege tussen de buurtschappen De Stapel en Pieperij.  104915 
302 Blokum, Ten Boer, Groningen  6.71885242485348  53.259301129563795  Blokum is een gehucht in de Nederlandse gemeente Slochteren. Het ligt even ten oosten van het Eemskanaal en ten zuiden van Woltersum dat aan de andere kant van het kanaal ligt. Voordat het kanaal werd gegraven, hoorde het gehucht bij de gemeente Ten Boer.
Blokum is ontstaan op een wierde. De naam Blokum komt van blok in de zin van afsluiting. Ter plaatse lag een afsluiting in de Scharmer Ae.
In 1868 werd het waterschap "De Blokumerpolder" opgericht, dat was gelegen in de gemeentes Slochteren en Ten Boer. Dit waterschap werd per 1 januari 1970 opgeheven en ging met 52 andere waterschapen op in het waterschap Duurswold. 
88974 
303 Blokzijl, Overijssel  5.96166666666667  52.7263888888889  Blokzijl (Nedersaksisch: Blokziel) is een stadje in de Kop van Overijssel en maakt sinds de gemeentelijke herindeling van 1 januari 2001 deel uit van de gemeente Steenwijkerland. Tot 1973 was het een zelfstandige gemeente. Het stadje dankt haar naam aan een versterkte sluis, de Blokzijl (zijl = sluis). Blokzijl telt zo'n 1300 inwoners.
Blokzijl heeft een eigen haven voor de pleziervaart en een sluis. Ook grotere rondvaartenboten doen regelmatig Blokzijl aan als tussenstop. Op de kade staat een oud kanon, waarbij toeristen elkaar graag op de foto zetten.
Geschiedenis
In de 15de eeuw werd er al over "Blocksyl" gesproken. In 1581 werd het stadje versterkt. Rond 1600 kreeg Blokzijl allerlei priveleges, zoals het noemen van een eigen burgemeester. Blokzijl was een lange tijd onder Spaans bewind en in die tijd ging het Blokzijl voor de wind. Het stadje lag aan de Zuiderzee en was een belangrijk handelspunt. Blokzijl verkreeg in 1672 stadsrechten. 
32720 
304 Bocholtz, Limburg  6.006488  50.818041  Bocholtz (Limburgs: Bôches) is een plaats in het zuid-oosten van Nederlands-Limburg. Tot 1982 was Bocholtz een zelfstandige gemeente. Bij de gemeentelijke herindeling per 1-1 van dat jaar is zij samengevoegd met de naburige gemeente Simpelveld, waarnaar de ontstane fusiegemeente genoemd is. De naam Bocholtz is waarschijnlijk afgeleid van beukenbos of beukenhout.
Het dialect dat in Bocholtz gesproken wordt, ligt ten oosten van de Benrather linie. Het behoort daardoor tot het Middelduits.
Bocholtz ligt aan de grens met Duitsland, ten zuiden van de A76 en de N281. De A76 gaat ter hoogte van Bocholtz de grens over.
Bocholtz heeft een station aan het traject tussen Simpelveld en Vetschau (Duitsland). Op dit traject rijdt de Zuid-Limburgse Stoomtrein Maatschappij met een Railbus. Het traject is een deel van de oudste internationale spoorwegverbinding van Nederland (Maastricht) met Duitsland (Aken).
Geschiedenis
Van 1830 tot 1839 was Bocholtz, net als de rest van Limburg, Belgisch. In 1838 richtte de burgemeester van Bocholtz zich namens alle inwoners van de gemeente tot de Koning der Belgen met een verzoekschrift om bij België ingelijfd te blijven.
Kasteel De Bongard
Het kasteel De Bongard uit de 16e eeuw is een herenhuis met bouwhoeve, opgetrokken van baksteen met speklagen. Tegenwoordig staat er nog maar een kwart van het oorspronkelijke kasteel: een ronde toren, een zijvleugel en de ingangsvleugel. Van 1774 tot 1794 was het de zetel van de heerlijkheid Simpelveld. Het werd grotendeels verwoest bij de inval van de Fransen.
Historische vondsten
* In 1911 werd in de wijk de Vlengendaal een Romeinse villa opgegraven.
* In oktober 2003 vond een boer in zijn akker eenRomeinse sarcofaag. 
305 Boekel, Noord-Brabant  5.67416666666667  51.6011111111111  Boekel is de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente Boekel gelegen aan de Peel in het oostelijke deel van de provincie Noord-Brabant. Binnen de gemeente ligt tevens de kern Venhorst. Bovendien biedt ze plaats aan de psychiatrische inrichting Huize Padua.
Geschiedenis
Boekel is ergens in de vroege Middeleeuwen ontstaan. De naam Boekel betekent: het "loo" of bos van heer Bok en valt in dezelfde categorie als de plaatsnamen Boxmeer en Boxtel.
Land van Herpen
In de 13e eeuw maakte Boekel deel uit van de heerlijkheid Uden. In 1233 vond er een scheiding plaats tussen het territorium Cuyk en het Land van Herpen en Uden. Uden vormde in die periode samen met Herpen één heerlijkheid. Tot de stichting van het stadje Ravenstein bleef Herpen de hoofdplaats van dit landje. Het was Rutger van Herpen die de inwoners van Boekel en Volkel in 1313 of 1314 gemeentegronden verkocht. Vanaf die periode kan Boekel dan ook als gemeente vermeldt worden.
Land van Ravenstein
In 1324 ging de heerlijkheid Uden in bestuurlijk opzicht behoren tot het Land van Ravenstein onder heerschappij van het Huis van Valkenburg tot en met 1396.
Vanuit de schepenbanken Herpen en Uden onstaat in 1339 het 'Heikantsgericht'. Deze schepenbank strekte zich uit over de gehele vroegere heerlijkheid Uden, bestaande uit Uden, Boekel en Zeeland. Van deze schepenbank, die in totaal uit zeven leden bestond, waren er twee afkomstig uit Boekel.
Door kinderloos overlijden van Reinoud van Valkenburg (gehuwd met Elisabeth van Kleef) beleent de hertog van Brabant Adolf van Kleef met Herpen, Ravenstein en Uden waardoor in 1397 het Land van Ravenstein Kleefs territorium werd. Nadien komt het gebied in 1629 onder Neuburg-Palts. Onder de Neubergers kende het gebied godsdienstvrijheid.
Doordat de aangrenzende gewesten Brabant en Gelderland vanaf 1648 officieel onder de Staten-Generaal vallen, werd dit Land van Ravenstein meer en meer als "buitenland" gezien. De godsdienstvrijheid bood kansen voor de katholieken uit het Staatse-Brabant. Zo bouwden de katholieken van Erp hun eigen schuurkerk op de grens met Boekel. Vanwege de godsdienstvrijheid vestigden meerdere katholieke kloosterorden zich in het Land van Ravenstein. In 1741 wilden leden van de Derde Orde van Sint-Franciscus, afkomstig van de Handelse Kluis bij Gemert zich te Boekel vestigen. Onder leiding van Daniël de Brouwer begonnen de broeders op Boekels grondgebied opnieuw en legden de grondslag voor Psychiatrisch Ziekenhuis Huize Padua.
Uit de 17e en 18e eeuw dateren verschillende conflicten tussen Boekel en de dorpen Gemert en Uden rond de grensbepaling tussen het Ravensteinse, Cuijkse en Gemertse gebied. In 1663 werd het grensconflict met de Vrije Heerlijkheid Gemert in 1663 bijgelegd. In 1729 werd een soortgelijk probleem met Uden beslecht.
Franse tijd en Koninkrijk der Nederlanden
In 1796 wordt het Land van Ravenstein stilzwijgend bij de Franse Republiek ingelijfd. HEt is uit met de "status aparte" van het Land van Ravenstein. Naar godsdienstvrijheid wordt niet gekeken. Uiteindelijk in 1805 eindigt de Franse tijd en gaat Boekel deel uitmaken van het Koninkrijk der Nederlanden waarbij Boekel een zelfstandige gemeente wordt. In 1809 bezoekt koning Lodewijk Napoleon het Land van Ravenstein. Hij vermeldt:
"Met leedwezen heeft Z.M. zich overtuigd, dat in het kwartier Ravenstein het geheel bestuur zich in eenen toestand bevindt verre beneden het overige van het rijk."
Hiermee verwijzend naar het feit, dat alles in het Land van Ravenstein teveel bij het oude bleef. De staatsgrens tussen de Meierij en het Land van Ravenstein was dan wel verdwenen, maar daarmee ook de privileges die het oude Land van Ravenstein bezat. 
34393 
306 Boekelo, Enschede, Overijssel  6.80194444444444  52.2044444444444  Boekelo is een dorp in de gemeente Enschede, Overijssel. Het dorp heeft ongeveer 2100 inwoners.
Het voornamelijk agrarische dorp werd vooral bekend door de zoutwinning, welke industrie sinds 1919 ten zuiden van het dorp gevestigd was. Het destijds populaire Bad Boekelo had mede daarom een zoutwatergolfbad. Na de komst van het Twentekanaal werd de fabriek van de Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie (een voorloper van Akzo Nobel) verplaatst naar Hengelo. Ook de textielindustrie floreerde in Boekelo: De N.V. Boekelosche Stoomblekerij werd in 1888 opgericht door G.J. van Heek en in 1965 overgenomen door Unilever (die het bij P. Fentener van Vlissingen & Co's Katoenfabrieken N.V. voegde, later Texoprint).
In 2004 is er een nieuwe bierbrouwerij van het biermerk Grolsch geopend op het tot bedrijventerrein gemaakte gebied De Groote Plooy vlakbij het dorp (achter het gebied De Plooy), langs de snelweg A35.
Boekelo kent een jaarlijks internationale paardensportevenement De Military. De bosrijke natuur trekt fietsende recreanten. De Museum Buurtspoorweg vertrekt met een historische museumspoorbaan met gerestaureerde stoomlocomotieven en wagons vanuit Boekelo naar Haaksbergen. Halverwege dat traject ligt de halte 'zoutindustrie' van het Labyrinth der Zinnen nabij Hotel Bad Boekelo. 
33283 
307 Boekend, Venlo, Limburg  6.117485761642456  51.377538636743374  Boekend (soms ook De Boekend, in het Limburgs D'n Bokent, ter plaatse vaak als D'n Bookend gespeld en In de Bocket) is een klein dorp in de gemeente Venlo (stadsdeel Blerick), in de provincie Limburg en is gelegen tussen de Venlose stadswijk Blerick, gemeente Peel en Maas en de snelwegen A67 en A73.
Het dorpje lag in de gemeente Maasbree.
Het dorp heeft twee sporthallen, een gemeenschapshuis dat ook gebruikt wordt voor feestgelegenheden en een kerk. De Boekend staat momenteel in de steigers door de uitbreiding van de A73.
De Boekend telt ongeveer 900 inwoners en heeft een gering aantal verenigingen:
https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Boekend&oldid=42401661 
149521 
308 Boekholt, Weststellingwerf, Friesland  6.184885  52.929475  Het gehucht werd ook wel Boekelte genoemd.  34516 
309 Boelenslaan, Achtkarspelen, Friesland  6.145793  53.161820  Boelenslaan (Fries: Boelensloane) is een dorp in de gemeente Achtkarspelen in de provincie Friesland (Nederland). Het dorp ligt tussen Drachten en Surhuisterveen en telt 1167 inwoners (1 jan. 2006).
Het dorp is in de 19e eeuw ontstaan als buurtschap bij Surhuisterveen, en is genoemd naar de familie Boelens. De bevolking leefde vroeger van de turfwinning. 
34147 
310 Boer, Franekeradeel, Friesland  5.5650374292781635  53.215529225221594  Boer is een dorp in de gemeente Franekeradeel, provincie Friesland (Nederland). Het ligt tussen Dongjum en Ried en telt ongeveer 50 inwoners (2012).
De voormalige Hervormde kerk is eigendom van de Stichting Alde Fryske Tsjerken. Het is tegenwoordig een kunstenaarsatelier. De toegangsdeur wordt omlijst door de ingangspartij van de zo'n honderd jaar geleden afgebroken Elgersmastate, een stins uit 1664. In het dorp staat het oudste stenen woonhuis van Friesland.
Boer heeft samen met het nabijgelegen Dongjum sinds april 1969 de vereniging Dorpsbelang Dongjum/Boer. 
150151 
311 Boerakker, Roden, Drenthe  6.329456  53.186683  Boerakker is een dorp in de gemeente Marum in de provincie Groningen in Nederland. De ligging is ten noordoosten van het dorp Marum op de grens met de gemeente Leek. Het dorp telt ongeveer 650 inwoners.
Het is ontstaan in een veengebied dat gelegen is tussen de zandruggen Langewold in het noorden en Vredewold in het zuiden van het Westerkwartier. Het dorp is nog niet zo oud, het is pas rond 1900 ontstaan.
Tot het begin van de 20e eeuw stelde het dorp weinig voor, het was een klein gehuchtje. In de decennia daarna groeide het uit tot het huidige dorp. De eerste Gereformeerde Kerk van Boerakker dateert van 1911. In 1929 werd naast de bestaande kerk een grotere kerk gebouwd, de huidige kerk. Tegenover de kerk staat de pastorie uit 1923. In de jaren 70-80 van de vorige eeuw werd het dorp uitgebreid met nieuwbouw aan een nieuwe straat, De Olde Ee. Anno 2006 vindt uitbreiding plaats in zuidelijke richting langs de Hoofdweg.
Lange tijd was Boerakker geen 'gewoon' dorp. Het lag tot de gemeentelijke herindeling in 1990 in twee gemeenten, de gemeente Marum en Leek. De Hoofdweg vormde de scheiding. Na de herindeling kwam het dorp in zijn geheel bij Marum. Opvallend was dat beide gemeenten een verschillende status aan het dorp gaven. De gemeente Leek beschouwde Boerakker als een deel van Tolbert, terwijl Marum het dorp Boerakker een dorpsstatus gaf.
Boerakker ligt aan het Dwarsdiep en aan begin van de Matssloot. Door de bewoners van Boerakker worden beide wateren aangeduid met Old Diep. 
33011 
312 Boerhaar, Olst, Overijssel  6.150657  52.375286  Olst-Wijhe omvat een zeer afwisselend landschap met fraaie uiterwaarden en indrukwekkende natuurgebieden met kastelen en landgoederen. Naast een uitgestrekt buitengebied bestaat de gemeente uit zeven kerndorpen: Olst, Wijhe, Boskamp, Den Nul, Boerhaar, Welsum en Wesepe.  37115 
313 Boermastreek, Odoorn, Drenthe  6.901559829711914  52.88443965811288  De Boermastreek is de naam van een buurtschap in de Nederlandse gemeente Borger-Odoorn, in de provincie Drenthe. De Boermastreek ligt ten noordoosten van Exloo, tussen Exloo en Exloërkijl.
De Boermastreek is genoemd naar de grootvader van de Drentse dichter Harm Jans Stevens (geboren aldaar 2 maart 1913). Deze grootvader, de landbouwer Albert Boerma (1821-1905), vestigde zich in de 19e eeuw als eerste in deze streek. De Boermastreek ligt net op de grens van het Drents veenkoloniaal gebied en het zandgebied. De gelijknamige weg vormt de kern van de streek. 
72271 
314 Boijl, Weststellingwerf, Friesland  6.199615001678467  52.90939508876197  Boijl (Stellingwerfs: Buil) is een dorp in de gemeente Weststellingwerf, provincie Friesland (Nederland). Het ligt ten noordoosten van Wolvega en heeft ongeveer 900 inwoners (2008).
Geschiedenis
Van het dorp Boijl wordt voor het eerst in de oorkonde van 9 september 1320 melding gemaakt (Berkelbach van Sprengel 1937, no 458.). Van der Aa (deel 2 blz 369) zegt over de situatie in het dorp omstreeks 1850: 'van dit dorp liggen de huizen, ter wederzijde van de kerk, in het geboomte verspreid. Men telt, met de daaronder behoorende buurtjes Boekholt en Rijserpekamp, 300 inw., alle Herv., die tot de gemeente Noordwolde - en - Beuil behooren, en hier eene kerk zonder toren hebben'.
Boijl kan haar naam aan verschillende zaken hebben ontleed. Het is daarom moeilijk, omdat het op oude kaarten geschreven wordt als Buil, Beul en als Beuil. Terwijl het in de voorlopige banbrief van bisschop Guydo van Utrecht in de veertiende eeuw zelfs Boylo wordt genoemd. Mogelijk heeft men het Beul genoemd (zoals de bewoners het nu nog noemen) naar beulen = hard werken. Harder dan normaal, omdat de grond moeilijker dan elders was te bewerken. Het kan ook buil zijn = beult, wanneer het zoals nu nog de kerk, hoger dan de omgeving lag. Niet zo vreemd, want gezien de vele overstromingen vestigde men zich liever iets hoger. Het kan ook afkomstig zijn van het oudfriese beile, het Friese bule of Nederlandse buil dat ronding, zwelling betekent. Dat het in bosrijk gebied lag duidt het lo = bos uit het genoemde Boylo aan.
Kerk en klokkenstoel
Blijkens een institutiebrief van 20 juni 1509 was de kerk aan Sint Maarten gewijd. (AAU, dl 42 (1916) blz 287). De kerk zonder toren is gebouwd in de 13e eeuw. De klokkenstoel dateert uit 1600 en is in 1904 gerenoveerd. In de kerk bevindt zich een in 1339 gegoten klok, die de naam Martinus draagt. De kerkklok in de klokkenstoel is een van de oudste van Nederland, en heeft als randschrift: Ende Lut bequame, Martines Klock is mijn name. In't jaer van ons Heeren 1399.
Omgeving
Het dorp ligt aan de rand van het Nationaal Park Drents-Friese Wold. Het gebied wordt ten noorden ervan begrenst door het riviertje De Linde. Ten westen ligt het dorp Oosterstreek en ten oosten Elsloo. In het dorp staat een Saksische boerderij, zijn er diverse zandwegen, worden landerijen en kavels omgeven door natuurlijke houtwallen en is er een aantal kleine heidevelden en vennetjes aanwezig. Het huidige agrarische gebruik is met name melkveehouderij, akkerbouw en lelieteelt. Op dit moment beschikt Boijl over 21 straten, allen met een eigen geschiedenis of betekenis. 
62320 
315 Bokhoven, Noord-Brabant  5.232538  51.73689  Bokhoven is een dorpje aan de Maas met 290 inwoners, eens een zelfstandig graafschap en nu één van de kernen van de gemeente 's-Hertogenbosch. De gemeente 's-Hertogenbosch rekent Bokhoven tot stadsdeel Engelen.
Geschiedenis
Archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat er bij Bokhoven voor het eerst van bewoning sprake was in de 12e eeuw. De eerste vermelding in de archieven is uit 1307. In de 14e eeuw groeit Bokhoven langzaam uit tot een zelfstandige heerlijkheid doordat één familie alle heerlijkheidsrechten in handen krijgt. In 1363 noemt ridder Gijsbert Cocq zich als eerste "Heer van Bokhoven". Een vermoedelijk familielid van hem, Jan van Herlaer, draagt op 15 september 1365 Bokhoven als leen op aan de bisschop van Luik, waarbij zijn broer, Arnt van Herlaer, dan leenman zal zijn. Bokhoven onttrekt zich zo aan de ambities van zowel de graven van Holland, als de hertogen van Brabant en Gelre. In die zelfde tijd wordt er een kasteel gebouwd, vermoedelijk door Jan Oem van Arkel.
Hoewel de heerlijkheid Bokhoven geen gebied van de Bourgondiërs was, kiest in 1498 de toenmalige heer, Jan van der Aa, toch partij voor de Habsburgers tegen zijn eigen neef, Karel van Gelre. De Geldersen slaan hard terug en verwoesten dat zelfde jaar nog het hele dorp. De overlevering wil dat de herbouw daarna op een oostelijker plek plaatsvond, maar dat verhaal wordt niet door het bodemonderzoek bevestigd. Keizer Maximiliaan verkiest Jan van der Aa tot ridder in de Orde van het Gulden Vlies en zijn heerlijkheid krijgt op 16 maart 1499 de rang van baronie.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog is de baronie Bokhoven neutraal gebied. Na de val van 's-Hertogenbosch in 1629 wordt het een katholieke enclave binnen Staats (en dus calvinistisch) machtsgebied, waar de mogelijkheid nog de katholieke eredienst uit te oefenen ervoor zorgt dat de katholieken uit 's-Hertogenbosch het kerkje gaan frequenteren, wat financieel zeer voordelig blijkt - ondanks pogingen van calvinistische predikanten aan deze praktijk een einde te maken. Op 17 februari 1640 wordt de baronie een vrij graafschap, met als eerste graaf Engelbert II d'Immerselle.
In 1672 valt Lodewijk XIV de Republiek aan tijdens de Hollandse Oorlog. Hoewel het graafschap Bokhoven ook in deze strijd een neutraal gebied vormt, behorend tot het Heilige Roomse Rijk, blazen de Franse troepen die 's-Hertogenbosch belegeren toch het kasteel op, zodat het geheel lecht in ruwiene. Het zou nooit meer herbouwd worden. De graven blijven wonen in de voorhof maar ook die vervalt steeds meer.
In augustus 1794 overspoelen de revolutionaire Franse troepen, die zich van feodale grenzen al helemaal niets aantrekken, het graafschap met veertig kanonnen. Per decreet van 1 oktober 1795 wordt het bij Frankrijk ingelijfd, maar op 5 januari 1800 aan de Bataafse Republiek overgedragen. Vanaf dat moment behoort Bokhoven tot Nederland en volgt diens geschiedenis. Van graafschap wordt het gebied gemeente. In 1922 wordt het samengevoegd met de gemeente Engelen. In 1944 loopt het geallieerde offensief vast tegen de Maas; het dorp, op 5 november door de Britten bevrijd, ligt een half jaar in de frontlinie en wordt - voor de derde keer in zijn geschiedenis - volledig verwoest, nu door de Duitse artillerie. Na enige aarzeling neemt men na de oorlog de herbouw ter hand. Engelen wordt op zijn beurt in 1971 geannexeerd door de gemeente 's-Hertogenbosch.
Heden
Vanaf het midden van de 20e eeuw is Bokhoven van een gemeenschap van landbouwers, vissers en schippers veranderd in een forenzendorp. Ook het landschap rond het plaatsje is anders geworden. Het oude haventje werd gedempt. Door ruilverkaveling verdwenen de vele kleine percelen met hun karakteristieke houtwallen. In juli 1984 knakte een extreem zware onweersstorm de dubbele rijen monumentale canadassen aan weerszijden van de dijk naar Engelen als luciferhoutjes, een kaalgeslagen land achterlatend. Wat er nog aan beplanting resteerde, ging door de dijkverhoging na de watersnooddreiging van 1995 teniet. Deze schade is ten dele gerepareerd door verschillende herplantingsprojecten die de gemeente 's-Hertogenbosch in samenwerking met de bewoners liet uitvoeren, vooral in de dorpskom zelf. Daar de nieuwbouw bescheiden gehouden werd (men mag maximaal één huis per jaar erbij bouwen), bleef het landelijke karakter behouden - het plaatsje doet zijn carnavalsnaam Zeuve Stroate Durp nog steeds eer aan. Behalve de rustieke kwaliteiten bestaan de voornaamste attracties uit de schamele resten van de kasteelruïne en in het kerkje het 17e eeuwse marmeren praalgraf van graaf Engelbert en gravin Helena, een werk uit 1650 van Artus Quellinus. 
829 
316 Boksum, Menaldumadeel, Friesland  5.729693  53.178020  Boksum (Fries: Boksum) is een dorp in de gemeente Menaldumadeel, provincie Friesland (Nederland). Het telt anno 2004 ongeveer 400 inwoners. De oude Nederlandse naam Boxum wordt niet meer gebruikt.
Evenals de overige dorpen in Menaldumadeel is ook Boksum ontstaan aan de Middelzee. De oude Middelzeedijk is hier nog een stille getuige van. Het dorp ligt ongeveer 7 kilometer ten zuidwesten van Leeuwarden, dichtbij het dorp Jellum in Littenseradeel. Naast een basisschool, dorpshuis en een kerk zijn er verder geen noemenswaardige gebouwen in Boksum.
De Sint Margaretakerk is gebouwd bovenop een terp en is omgeven door een kerkhof. De kerk werd oorspronkelijk gebouwd rond het jaar 1100 en rond 1300 vergroot.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog wonnen de troepen van Philips II op 17 januari 1586 de Slag bij Boksum. Volgens de tekst op een gedenkbord in de Sint Margaretakerk, zijn tijdens deze slag duizend doden gevallen.
Van 1883 tot 1938 had Boksum, samen met het tweelingdorp Jellum, een station aan de spoorlijn van Leeuwarden naar Stavoren, Jellum-Boxum genaamd. 
35650 
317 Bolsward, Friesland  5.525816  53.062406  Bolsward Fries: Boalsert is een stad en gemeente in de provincie Friesland (Nederland). Het behoort tot de Friese elf steden. De gemeente telt 9.516 inwoners (1 juli 2006, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 9,42 km² (waarvan 0,29 km² water), hiermee is Bolsward qua oppervlakte de kleinste gemeente van Friesland. Bolsward is de enige officiële kern binnen de gemeente en had 9160 inwoners op 1 januari 2004. Binnen de gemeentegrenzen ligt verder alleen nog de buurtschap Laad en Zaad.
De plaats is ontstaan op een drietal terpen, waarvan in ieder geval de oudste (waar de Sint Maartenskerk op staat) dateert van voor het begin van de jaartelling. De Broerekerk, in 1980 door brand verwoest en nu als ruïne geconserveerd, is het oudste gebouw van de stad en dateert deels uit het eind van de 13e eeuw. Ook uit de middeleeuwen stamt het miraculeuze Mariabeeld Onze-Lieve-Vrouwe van Sevenwouden, tegenwoordig bewaard in de Sint Franciscuskerk aan de Dijlakker. Bolsward kreeg stadsrechten in 1455 mede dankzij de beroemde redenaar pater Brugman. Het fraaie stadhuis, gebouwd rond 1615, staat symbool voor de bloei van de stad in de zeventiende eeuw. Het werd in 1765 vergroot en verfraaid in de rococostijl. Bolsward was ook een van de Hanzesteden. Een Hanze of Hanza was een samenwerkingsverband van Duitse en Nederlandse kooplieden uit de Middeleeuwen die in hetzelfde product handelden in verschillende steden.
De Patriottentijd
In de achttiende eeuw liep het inwoneraantal van Bolsward achteruit naar 2.500 inwoners. De plaatselijke textielindustrie had zwaar te lijden onder de buitenlandse concurrentie; de boter- en kaasmarkt van de veepest, die op het Friese platteland woedde. In 1773 stelde de stadhouder Willem V voor de vroedschap - n.b. bestaande uit zes burgemeesters en vierentwintig vroedschapsleden - te halveren. Er waren onvoldoende gekwalificeerde kandidaten geschikt voor benoeming. Bovendien waren Katholieken (ongeveer 30% van de bevolking), Doopsgezinden (5%) en Luthersen en Joden (5%) destijds uitgesloten van dat ambt. Omdat er onenigheid ontstond in de vroedschap en kwam er een nieuw voorstel in 1776, waarbij de raad met slechts een derde zou worden verminderd. In 1778 stelde de stadhouder voor het onderwerp te laten rusten, omdat als nog een lid tegenstemde. Niettemin liet de prinsgezinde burgemeester Schelto van Heemstra in zijn derde ambtsperiode de vroedschap op autocratische wijze "uitsterven".
In december 1782 werd burgemeester Van Heemstra, die niet in Bolsward woonde en evenals zijn voorganger nooit ambtengeld had betaald, buitenspel gezet. Bovendien had Van Heemstra in augustus van dat jaar een oranjegezinde stadssecretaris willen benoemen, zonder goedkeuring van de vroedschap. Vanwege het felle provinciale verzet tegen Van Heemstra - die vaak afwezig was en bij gelegenheid op zichzelf stemde - raakte de regent zijn burgemeesterzetel en jarenlange afvaardiging naar de Provinciale Staten (sinds 1770) kwijt. De stadhouder reageerde koeltjes, toen Van Heemstra in een brief zijn beklag deed.
De patriotten in Bolsward hadden een aantal kundige en daadkrachtige zegslieden, o.a. notaris Elgersma en aardewerkfabrikant F. Tichelaar. De patriottische stadsregering van Bolsward herstelde de grootte van de vroedschap, zich baserend op oude rechten uit 1637. De feitelijke benoeming van nieuwe vroedschapsleden werd nog lange tijd tegengehouden, omdat de voorgedragen kandidaten te weinig kapitaal zouden hebben. Lidmaatschap van de gereformeerde kerk en het bezit van een huis waren destijds noodzakelijke voorwaarden.
Na het vertrek van hertog van Brunswijk ontstond er een nieuwe situatie in de Republiek. Jozef II probeerde met enkele schepen een toegang tot Antwerpen te forceren. Het gevolg was de zogenaamde keteloorlog. In Leeuwarden werd geprobeerd een provinciaal leger te organiseren. De angst voor woeste Kroaten, dienst doend in het Oostenrijks leger, speelde een niet onbelangrijke rol in de propagandaoorlog.
De patriotten hebben in januari 1785 in Bolsward een vrijwillige schutterij opgericht, waarvan iedereen lid kon worden. Slechts één burgemeester stemde voor, een beslissing die nog zwaar op hem zou rusten. De anderen waren afwezig die dag. Het duurde nog anderhalf jaar, tot augustus 1786, voordat provinciale toestemming werd verleend en de officieren konden worden benoemd. In diezelfde tijd leidde Daendels het exercitiegenootschap in Hattem, dat zich moest verdedigen tegen de stadhouderlijke troepen. De vrijwillige schutterij in Bolsward diende onmiddellijk een voorstel tot aankoop van kruit en munitie in, omdat eveneens het "democratisch bolwerk" Utrecht werd bedreigd. Het voorstel tot aanschaf kwam van de nieuw aangetreden en altijd vrolijke Cornelis van den Burg, die enkele weken eerder (en op "democratische" wijze) als burgemeester was benoemd.
In de zomer van 1787 laaide het conflict op, niet alleen omdat Utrecht werd aangevallen, maar ook omdat in Friesland op 1 juni nieuwe regeringsreglementen in werking zouden treden. Het werd de exercitiegenootschappen in Friesland verboden nieuwe wapens aan te schaffen en bij de dreiging van een Pruisische inval Holland hulp te bieden. Een tiental Friese statenleden verschanste zich in Franeker. In Bolsward werden een aantal defensieve maatregelen getroffen: in september 1787 is Bolsward door de vrijwillige schutterij in staat van paraatheid gebracht. De bolwerken werden opgehoogd onder leiding van de uit Duitsland afkomstige schoolmeester H.C. Achenbach. Er werd 500 gulden geleend van de advocaat Taco Mesdag om de arbeiders uit te betalen . Niet iedere patriot was bereid de rebellerende "Franeker Staten", waar een tiental patriottische statenleden zich had teruggetrokken, te steunen. Er hebben zich felle discussies voorgedaan, nadat een plaatselijke herberg was omsingeld door een vliegend legertje van vijftig Friese patriotten, afkomstig uit Barradeel.
De volgende dag werden stadspoorten gesloten en de bruggen gebarricadeerd, nadat een poging was gedaan de stadskas naar Leeuwarden te brengen. De verantwoordelijke persoon werd achternagezeten tot de brug bij Oosterwierum. Burgemeester Eerdmans stelde voor het geld aan de Staten in Franeker te schenken. Na een week gedelibereer erkende de dralende en zwaar onder druk gezette vroedschap van Bolsward als enige stad in Friesland de "coupplegers" in Franeker. Ettelijke oranjeklanten meldden zich ziek of bleven thuis. Inmiddels dreigde Court Lambertus van Beyma, de leider van de Friese patriotten, de dijken door te steken als Friesland bezet zou worden. Een textielhandelaar uit Bolsward, Albert Lycklema à Nijeholt, vertrok samen met de zilversmid Jelgerhuis om een aantal kanonnen uit Sloten naar Lemmer te verslepen. Toen op zondagmiddag na de kerkdienst duidelijk werd dat er onvoldoende steun van de bevolking was, de financiële middelen beperkt waren, Frankrijk niet te hulp zou komen en een deel van het Pruisisch leger naar het noorden oprukte, werd het de patriotten aangeraden via Lemmer en Stavoren naar Amsterdam te vluchten.
De achtergebleven officieren en burgergecommitteerden - eerder die maand in de haast benoemd om de vroedschap te controleren - werden begin oktober opgesloten in het blokhuis te Leeuwarden. Onder hen bevond zich de doopsgezinde koopman en fabrikant Wopko Cnoop, die een kort journaal of dagboek bijhield van zijn belevenissen. Cornelis van den Burg kreeg een van de zwaarste straffen die destijds in de Republiek zijn uitgesproken. Hij werd in mei 1789 ter dood veroordeeld, vanwege zijn radicale opvattingen. Evenwel, knielende op het schavot kreeg hij te horen, dat hij voor twintig jaar uit Friesland werd verbannen. Van den Burg vertrok met bestemming Saint-Omer in Noord-Frankrijk. Daar wachtten enkele duizenden patriotten tot de kansen zouden keren.
In januari 1795 - bij de komst van het Bataafse legioen - is burgemeester Van Heemstra afgezet. Hij vluchtte van Oenkerk naar Emden. Katholieken en doopsgezinden kregen meer rechten, en afgevaardigden naar de Nationale Vergadering. De erfelijkheid van ambten werd plechtig afgezworen. In 1811, tijdens de laatste jaren van het Franse bewind, werd de raad van Bolsward alsnog gehalveerd. 
32229 
318 Boltklap, Ten Boer, Groningen  6.701231002807617  53.27304541897024  De Boldklap (de Boltbrugge) vroeger ook Belteklap, is een gehucht in de gemeente Ten Boer in de Nederlandse provincie Groningen. Het ligt direct ten oosten van het hoofddorp aan de andere kant van het Damsterdiep. Aan de oostkant wordt het begrensd door het Eemskanaal. Boltklap ligt in de Boltjerpolder.
Het gehucht is genoemd naar de klap (is brug) over het Damsterdiep, die tegenwoordig Boltbrug wordt genoemd.
Bij het gehucht staan de zaagmolen Bovenrijge (sinds jaren 1980) en de korenmolen De Widde Meuln (sinds 1839). Voor de Bovenrijge stond tussen ca. 1811 en ca. 1903 ook al een zaagmolen aan de noordzijde van Boltklap.
https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Boltklap&oldid=40971791 
147275 
319 Bommenede, Zeeland  3.9498209953308105  51.71446635089832  Bommenede is een voormalig eiland, stad en gemeente in de provincie Zeeland. Het was één van de vier eilanden die later werden samengevoegd tot Schouwen-Duiveland. De naam komt in 1165 voor het eerst voor als insula Bomne, het eiland van Bomne. Hoewel het gebied omringd werd door Zeeuwse eilanden behoorde het tot Holland.
Bommenede heeft in de loop der eeuwen veel te lijden gehad van het water en na een stormvloed op 26 januari 1682 besloten de Staten van Holland niet langer geld te investeren in het gebied. Het stadje werd in 1684 ontruimd en in 1687 werd Bommende overgedragen aan Zeeland.
In 1701 werd een deel van het voormalige eiland herdijkt, het deel waar het stadje had gelegen bleef buiten deze bedijking. Aan de zuidkant van deze herdijkte polder ontstond het gehucht Nieuw-Bommenede. Tot 1865 was dit een zelfstandige gemeente, in dat jaar werd het toegevoegd aan de gemeente Zonnemaire. 
154 
320 Bonnen, Gieten, Drenthe  6.77388888888889  53.005  Bonnen is een buurtschap in de gemeente Aa en Hunze in de provincie Drenthe. Het ligt direct ten oosten van Gieten en is nog slechts met moeite als aparte buurtschap te herkennen. De gemeente Aa en Hunze ziet het als deel van Gieten en houdt ook geen aparte bevolkingscijfers voor Bonnen bij.
Bonnen heeft een eigen basisschool, waar echter ook kinderen uit Gieten naar toe gaan. De buurtschap ligt op de rand van de Hondsrug. Bij het verlaten van Bonnen richting Gieterveen valt direct het niveauverschil op tussen het zand, de Hondsrug, en het voormalige veengebied. 
32520 
321 Bonnerveen, Gieten, Drenthe  6.83333333333333  53.0166666666667  Bonnerveen (buurtschap in de gemeente Aa en Hunze)  32499 
322 Booneschans, Nieuweschans, Groningen  7.187172174453735  53.15935560736101  Booneschans is een buurtschap in de gemeente Oldambt (provincie Groningen, Nederland), gelegen direct aan de grens met Duitsland. Even ten zuiden van Bad Nieuweschans aan de Hamdijk. De naam verwijst naar een schans uit de zestiende eeuw.
In 1589 werd deze Booneschans gebouwd door Alfred Evert Bonen. Bij de schans werd wel een stenen huis gebouwd, maar plannen om de schans uit te bouwen tot een vesting zijn nooit uitgevoerd. Nadat in 1628 de Langakkerschans werd gebouwd, nu bekend als Bad Nieuweschans, verloor de Booneschans snel aan belang en raakte in verval. Het enige dat nu nog verwijst naar de voormalige schans is een lichte verhoging in het land.
IJkdijk
Bij de Booneschans is langs het B.L. Tijdenskanaal het IJkdijkproject gesitueerd om proeven te doen met dijkconstructies. 
85833 
323 Boord, Nuenen-Gerwen-Nederwetten, Noord-Brabant  5.5243635177612305  51.46914058889096  Boord is een buurtschap ten westen van Nuenen in de Nederlandse gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten. Ook werd er het gebied mee aangeduid tussen Nuenen en Soeterbeek.

Oorspronkelijk bestond de buurtschap uit enkele boerderijen die in een driehoek nabij de Voirt, die tegenwoordig direct aan de westelijke rand van de bebouwing van Nuenen gelegen is. Deze buurtschap is ontstaan in de 12e en 13e eeuw, toen de eerste grootschalige ontginningen plaatsvonden.

In de 15e eeuw was er sprake van de herdgang van Boord en Opwetten, waar genoemde buurtschap uiteraard toe behoorde. Pas in 1821, toen de huidige gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten tot stand kwam, werd de herdgang formeel tot Nuenen gerekend.

Tegenwoordig herinneren de straatnamen Boordseweg en Boord nog aan deze buurtschap. Ook een aantal boerderijen zijn nog aanwezig op de Boord op plaatsen waar ook vroeger al hoeven stonden.

Een kruisbeeld van de hand van Hugo Brouwer is in 1958 geplaatst op een kruispunt waar ook in de 16e eeuw al een dergelijk beeld gestaan moet hebben. Dit kruisbeeld wordt door de buurtbewoners onderhouden.

De aanleg van de vierbaans Europalaan en de doorgang van enkele hoogspanningsleidingen ten spijt is de oorspronkelijke structuur van het gebied nog goed te herkennen.
http://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Boord_(buurtschap)&oldid=31216915 
134191 
324 Boornbergum, Smallingerland, Friesland  6.04555555555556  53.0838888888889  Boornbergum (Fries: Boarnburgum) is een dorp in de gemeente Smallingerland in de Nederlandse provincie Friesland. Het dorp telt ongeveer 1350 inwoners.
Boornbergum ligt ten zuidwesten van Drachten en ten noordwesten van Beetsterzwaag. 
255 
325 Boornzwaag, Scharsterland, Friesland  5.739412307739258  52.961748394542674  Boornzwaag (Fries: Boarnsweach) is een dorp in de gemeente Scharsterland, provincie Friesland (Nederland). Het ligt ten oosten van Langweer en telt ongeveer 190 inwoners (2004).
De naam is samengesteld uit boarn dat naar water verwijst en sweach dat grasland betekent. Tot de gemeentelijke herindeling op 1 januari 1984, maakte Boornzwaag deel uit van de gemeente Doniawerstal.
Het dorp ligt aan de zuidoever van de Langweerderwielen, en aan de linkeroever van de Scharsterrijn. Er is een jachthaven. In de zomer kunnen fietsers en voetgangers de Scharsterrijn oversteken met een veerpontje.
Door de ligging aan de Langweerderwielen is in de loop der eeuwen een deel van het dorp in de golven verdwenen. De kerk is afgebroken in 1693 en later is ook de klokkenstoel afgebroken. Bij Boornzwaag staat de Sweachmermolen. 
81116 
326 Borculo, Gelderland  6.523303985595703  52.11736353581534  Borculo (Nedersaksisch: Borklo) is een stad in de gemeente Berkelland in de Achterhoek, provincie Gelderland. De rivier de Berkel loopt door het centrum van de stad. Borculo is ook de naamgever van het historische staatje Heerlijkheid Borculo.
Borculo wordt in de twaalfde eeuw voor het eerst beschreven. De Heren van Borculo heersten toen over het gebied, bekend als de Heerlijkheid Borculo. In 1375 kreeg de nederzetting iets ten westen van het kasteel Borculo stadsrechten. Deze stadsrechten zijn alleen bekend uit een document dat in 1590 opnieuw vervaardigd werd, omdat het originele charter bij de stadsbrand verloren was gegaan.
De gemeente Borculo is ontstaan in 1795, toen Napoleon een nieuw bestuursstelsel invoerde. De gemeente Geesteren is toen ook ontstaan uit de voormalige voogdij Geesteren, een bestuurlijk district in de Heerlijkheid Borculo. In 1817 zijn de twee samengevoegd.
Op 10 augustus 1925 werd Borculo getroffen door (vermoedelijk) een tornado met een diameter van één à twee kilometer die grote verwoestingen aanrichtte. Deze ramp wordt vaak de Stormramp van Borculo genoemd en er is nu een museum dat aandacht besteedt aan deze episode in de geschiedenis van het stadje.
Tot 2005 was Borculo een zelfstandige gemeente, daarna werd het ten gevolge van een gemeentelijke herindeling samengevoegd met de buurgemeenten Eibergen, Neede en Ruurlo tot Berkelland. Naast Borculo vielen ook Geesteren, Gelselaar, Haarlo en Leo-Stichting onder het voormalige gemeentebestuur. 
32236 
327 Borg Duirsum, Den Ham, Loppersum, Groningen  6.428396701812744  53.271637192851735  Bij Loppersum bevond zich vroeger de borg Duirsum (Huis Den Ham; afgebroken rond 1727), waar de beruchte Spaansgezinde Johan de Mepsche woonde in de 16e eeuw, die begraven moet zijn in de kerk van Loppersum (zijn graf is tot op heden onvindbaar). Volgens WIkipedia lag het bij Loppersum volgens andere bronnen bij Den Ham, ik vermoed op basis van de vorm dat het hier lag, maar ik kan er compleet naast zitten  151253 
328 Borger, Drenthe  6.794872283935547  52.92350713807362  Borger (Drents: Börger) is een plaats in de provincie Drenthe (Nederland). Borger ligt op de Hondsrug, in de gemeente Borger-Odoorn. Borger telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2007 4882 inwoners (2325 mannen en 2557 vrouwen).
Borger is onder meer bekend door het grootste hunebed van Nederland, de D27. In de directe omgeving van Borger bevinden zich nog 2 andere hunebedden D28 en D29. In Borger vlakbij het hunebed D27 is het nieuwe Hunebedcentrum gelegen. Hier vindt men veel informatie en historie over hunebedden in Nederland.
Geschiedenis
De aanwezigheid van meerdere hunebedden wijst op een vroege bewoning van de omgeving van Borger. Het huidige dorp Borger wordt pas voor het eerst genoemd in de Middeleeuwen. De kerk in Borger geldt als de tweede kerk in het dingspil Oostermoer, gesticht vanuit de moederkerk in Anloo. De kerspel Borger omvat dan de buurschappen Drouwen, dat dan nog groter is dan Borger, Ees, Westdorp, Buinen en Gasselte. Gasselte wordt later een eigen kerspel, maar deelt nog wel eeuwenlang de schulte met Borger. De keuze voor Borger als plaats voor een nieuwe kerk schijnt mede bepaald te zijn door de ligging van een aantal tafelgoederen van de Utrechtse bisschop.
De kerk van Borger
De oorspronkelijke middeleeuwse kerk van Borger was gewijd aan Willibrord. De kerk is vanwege zijn bouwvallige staat in het begin van de 19e eeuw afgebroken en vervangen door de huidige zogenaamde Waterstaatskerk. De toren is nog wel de oorspronkelijk gotische toren uit de 14e eeuw. De kerk is thans onderdeel van het ontmoetingscentrum van Borger en daarmee via een gang verbonden. Het gemeentehuis van de vroegere gemeente Borger was eveens in dit centrum gevestigd. 
32167 
329 Borgercompagnie, Muntendam, Groningen  6.808948516845703  53.13596364814666  Borgercompagnie (Gronings: Börkomnij) is een karakteristiek veenkoloniaal lintdorp in de provincie Groningen in Nederland. Het dorp Borgercompagnie ligt in drie Groninger gemeentes: Hoogezand-Sappemeer, Menterwolde en Veendam.
Borgercompagnie is in de 17e eeuw ontstaan toen borgers (burgers) uit de stad Groningen hier een veenkolonie stichtten. In 1647 werd het diep (Gronings: daip = kanaal) gegraven. In 1655 werd de veenborg "Welgelegen" gebouwd.
Na de vervening werd het Borgercompagniesterdiep niet goed onderhouden zodat het rond 1880 onbevaarbaar was geworden. Daarom werd in dat jaar een speciaal waterschap opgericht, genaamd Kanaalwaterschap voor Borger-en Tripscompagnie voor het onderhoud van sluizen, bruggen en kanaalpanden.
Langs het oorspronkelijke diep staan aan weerszijden boerderijen en huizen. De nummering begint bij 1 in Sappemeer (Borgercompagnie-Noord) en loopt op tot ruim 250 in het vroegere Wildervank (Borgercompagnie-Zuid). Vlak voor de kruising met de Veendammerweg is er aan de oneven kant een uitloper richting de Langeleegte.
Het middengedeelte van het diep is in de jaren 70 gedempt. 
77380 
330 Borgercompagnie, Sappemeer, Groningen  6.798533  53.144718  Borgercompagnie (Gronings: Börkomnij) is een karakteristiek veenkoloniaal lintdorp in de provincie Groningen in Nederland.
Het dorp Borgercompagnie ligt in drie Groninger gemeentes: Hoogezand-Sappemeer, Menterwolde en Veendam.
Borgercompagnie is in de 17e eeuw ontstaan toen borgers (burgers) uit de stad Groningen hier een veenkolonie stichtten.
In 1647 werd het diep (Gronings: daip = kanaal) gegraven. In 1655 werd de veenborg "Welgelegen" gebouwd.
Na de vervening werd het Borgercompagniesterdiep niet goed onderhouden tot het rond 1880 onbevaarbaar was. Daarom werd in dat jaar een speciaal waterschap opgericht, genaamd Kanaalwaterschap voor Borger-en Tripscompagnie voor het onderhoud van sluizen, bruggen en kanaalpanden.
Langs het oorspronkelijke diep staan aan weerszijden boerderijen en huizen. De nummering begint bij 1 in Sappemeer (Borgercompagnie-Noord) en loopt op tot ruim 250 in het vroegere Wildervank (Borgercompagnie-Zuid). Vlak voor de kruising met de Veendammerweg is er aan de oneven kant een uitloper richting de Langeleegte.
Het middengedeelte van het diep is in de jaren 70 gedempt. 
39714 
331 Borgercompagnie, Veendam, Groningen  6.822268  53.112555  Borgercompagnie (Gronings: Börkomnij) is een karakteristiek veenkoloniaal lintdorp in de provincie Groningen in Nederland.
Het dorp Borgercompagnie ligt in drie Groninger gemeentes: Hoogezand-Sappemeer, Menterwolde en Veendam.
Borgercompagnie is in de 17e eeuw ontstaan toen borgers (burgers) uit de stad Groningen hier een veenkolonie stichtten.
In 1647 werd het diep (Gronings: daip = kanaal) gegraven. In 1655 werd de veenborg \"Welgelegen\" gebouwd.
Na de vervening werd het Borgercompagniesterdiep niet goed onderhouden tot het rond 1880 onbevaarbaar was. Daarom werd in dat jaar een speciaal waterschap opgericht, genaamd Kanaalwaterschap voor Borger-en Tripscompagnie voor het onderhoud van sluizen, bruggen en kanaalpanden.
Langs het oorspronkelijke diep staan aan weerszijden boerderijen en huizen. De nummering begint bij 1 in Sappemeer (Borgercompagnie-Noord) en loopt op tot ruim 250 in het vroegere Wildervank (Borgercompagnie-Zuid). Vlak voor de kruising met de Veendammerweg is er aan de oneven kant een uitloper richting de Langeleegte.
Het middengedeelte van het diep is in de jaren 70 gedempt 
50109 
332 Borgercompagnie, Wildervank, Groningen  6.83375  53.081765  Borgercompagnie (Gronings: Börkomnij) is een karakteristiek veenkoloniaal lintdorp in de provincie Groningen in Nederland.
Het dorp Borgercompagnie ligt in drie Groninger gemeentes: Hoogezand-Sappemeer, Menterwolde en Veendam.
Borgercompagnie is in de 17e eeuw ontstaan toen borgers (burgers) uit de stad Groningen hier een veenkolonie stichtten.
In 1647 werd het diep (Gronings: daip = kanaal) gegraven. In 1655 werd de veenborg "Welgelegen" gebouwd.
Na de vervening werd het Borgercompagniesterdiep niet goed onderhouden tot het rond 1880 onbevaarbaar was. Daarom werd in dat jaar een speciaal waterschap opgericht, genaamd Kanaalwaterschap voor Borger-en Tripscompagnie voor het onderhoud van sluizen, bruggen en kanaalpanden.
Langs het oorspronkelijke diep staan aan weerszijden boerderijen en huizen. De nummering begint bij 1 in Sappemeer (Borgercompagnie-Noord) en loopt op tot ruim 250 in het vroegere Wildervank (Borgercompagnie-Zuid). Vlak voor de kruising met de Veendammerweg is er aan de oneven kant een uitloper richting de Langeleegte.
Het middengedeelte van het diep is in de jaren 70 gedempt. 
88 
333 Borgertange, Vlagtwedde, Groningen  7.116093635559082  52.93650887061275  Borgertange is een gehucht in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen (Nederland). Het ligt ten zuid-westen van Sellingen. De naam wijst op een zandrug (=tange) in het hoogveen. Borger verwijst naar het vlakbij gelegen gehucht Ter Borg.  507 
334 Borgerveld, Vlagtwedde, Groningen  7.128903865814209  52.93812540683969  Borgerveld is een gehucht in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen. Het gehucht bestaat uit een aantal verspreide huizen in het veld. De naam verwijst naar de nabijgelegen buurtschap Ter Borg.
Tussen Borgerveld en Ter Borg ligt het natuurgebied Ter Borg, grotendeels eigendom van Staatsbosbeheer. 
525 
335 Borgharen, Limburg  5.68833333333333  50.8780555555556  Borgharen (Limburgs: Hare) is een wijk van Maastricht, in de Nederlandse provincie Limburg, dat vaak, evenals het enkele kilometers noordelijker gelegen Itteren, nog als zelfstandig dorp wordt gezien.
Borgharen ligt ingesloten tussen twee wateren, te weten het Julianakanaal en de Maas. Tot 1970 was Borgharen een zelfstandige gemeente, waarna het door Maastricht werd geannexeerd. In 2005 heeft het circa 2000 inwoners.
Kasteel Borgharen dateert uit de 15e-18e eeuw. In het gebouw zijn resten van een toren van het oorspronkelijke middeleeuwse gebouw opgenomen.
De Rooms-Katholieke H. Corneliuskerk is een neogotisch gebouw uit 1888, ontworpen door architect Johannes Kayser.
Borgharen heeft enige landelijke bekendheid verworven vanwege de overstromingen van het dorp bij hoogwater in de Maas. Recent zijn er dijken aangelegd rond het dorp, waardoor bij hoogwater een eiland ontstaat, zodat de dorpskern zelf niet meer onder water loopt. 
32822 
336 Borgsweer, Termunten, Groningen  7.01416666666667  53.2980555555556  Borgsweer is een klein dorp in de gemeente Delfzijl in de provincie Groningen in Nederland. Het ligt even ten westen van Termunterzijl, aan de rand van het industrieterrein bij Delfzijl.
Borgsweer ligt op en aan een rechthoekige wierde. Op de wierde staat een eenvoudige kerk uit 1881. Blijkens een gedenksteen uit 1635 heeft er eerder een oudere kerk gestaan.
Het voortbestaan van het dorp werd in de zeventiger jaren van de twintigste eeuw ernstig bedreigd. De uitbreidingsplannen van Delfzijl, waarvoor de dorpen Heveskes en Oterdum zijn opgeofferd, dreigden ook Borgsweer te zullen oplsokken. Door de tegenvallende ontwikkelingen is die bedreiging inmiddels niet meer aan de orde. 
32163 
337 Borgvliet, Bergen op Zoom, Noord-Brabant  4.298851490020752  51.47757556991205  Borgvliet is de naam van een voormalig dorp nabij Bergen op Zoom.
Het is een nederzetting die al vóór 1200 heeft bestaan, en daarmee één van de oudste van West-Brabant is. De naam is ontleend aan het daar bestaande Kasteel Borgvliet, dat aan een vliet, de Molenbeek, gelegen was. Uit 1214 stamt de eerste schriftelijke vermelding, waarbij de naam van de toenmalige heer als Witto de Burchfliet werd geschreven. De heerlijkheid Borgvliet was een rechtstreeks leen van de Hertog van Brabant. Een veerdienst en een tol zorgden voor inkomsten. Ook bestond in Borgvliet de Sint-Gertrudiskapel die voor het eerst omstreeks 1400 werd vermeld. Dit was een bedevaartsoord.
Op 1 september 1481 kocht de heer van Bergen op Zoom de heerlijkheid van de in financiële moeilijkheden verkerende heer van Borgvliet.
In 1570 werd het kasteel door het water verzwolgen. De kapel bleef echter bestaan. Deze stond namelijk op de Brabantse Wal, waar zich tegenwoordig aan Borgvlietsedreef 150 de Scheldeflat bevindt. Bij de kapel was een Gertrudisbron.
Gedurende de Tachtigjarige Oorlog leed het dorp veel schade. De kapel werd vermoedelijk reeds vernield in 1580. Het ontwikkelde zich niet en bestond in 1747 nog slechts uit een paar boerderijen. Ook was er de Fonteyne, dat was de in 1613 herstelde Gertrudisbron, die nu als dorpsbron dienst deed. Ze werd in 1747 door de Franse invallers verwoest.
Heden
Ondanks de geringe betekenis werd Borgvliet in 1795 een zelfstandige gemeente, die echter in 1810 bij de gemeente Bergen op Zoom werd gevoegd. Gedurende de 19e eeuw ontstond de wijk Nieuw-Borgvliet ten zuidoosten van Borgvliet, wat toen ook wel met Oud-Borgvliet werd aangeduid. Uiteindelijk werd Oud-Borgvliet opgeslokt door de woonwijk Het Fort/Zeekant.
In 1989 werd aan de Scheldelaan, op 170 meter ten noorden van de plaats waar de kapel eens had gestaan, een nieuwe, aan Sint-Gertrudis gewijde, kapel gebouwd. 
88406 
338 Borgweg, Slochteren, Groningen  6.709875  53.178902  Borgweg is een streek in de provincie Groningen in Nederland. De streek behoort gedeeltelijk tot de gemeente Hoogezand-Sappemeer en gedeeltelijk tot de gemeente Slochteren. De gemeentegrens loopt over de Borgweg. De huizen met oneven nummers, en de straat liggen in de gemeente Hoogezand-Sappemeer, en worden meestal gerekend tot het dorp Westerbroek. De huizen met even nummers liggen in Slochteren en horen bij het dorp Scharmer.
De naam Borgweg verwijst naar een borg die hier heeft gestaan. Deze borg, bekend als de borg Tilburg is afgebroken in 1925. De borg werd bewoond door de familie Van Arnhem. Bij de borg hoorde ook een bos, het Van Arnhemsbos, maar ook dat is verdwenen. De familie die als zeer kleurrijk bekend stond heeft haar naam gegeven aan de Van Arnhemslaan die nog wel bestaat. 
1321 
339 Borkel en Schaft, Noord-Brabant  5.44166666666667  51.2975  Borkel en Schaft is een dorp en een voormalige gemeente in de Nederlandse provincie Noord-Brabant. Het wordt ook wel geschreven als Borkel & Schaft.
De gemeente Borkel en Schaft, die in 1810 was ontstaan na scheiding met de gemeente Bergeyk, was samengesteld uit verschillende kernen: de dorpen Borkel en Schaft, de toen nog gehuchten Achterste Brug en Voorste Brug en de buurtschappen De Kapel, De Straot, De Hoek, Heuvel, Klein Borkel, 't Poterseind en Klein Schaft. De zelfstandige gemeente is in 1934 bij Valkenswaard gevoegd. Het is ook sindsdien dat de twee dorpen en omliggende gehuchten en buurtschappen als één woonkern worden gezien.
Borkel en Schaft worden door elkaar gescheiden door de Dommel. Het ene deel heeft de St Servatius kerk en het dorpsplein met de scholen, het andere deel heeft een levendige camping. In Borkel en Schaft staat ook een ronde stenen beltmolen, 'Sint Anthonius Abt'.
Borkel en Schaft grenst aan de Malpie, een natuurgebied van Staatsbosbeheer. 
36640 
340 Born, Limburg  5.80944444444444  51.0330555555556  Born (Limburgs: Bor) is een kerkdorp in de zogenaamde 'taille' van de Nederlandse provincie Limburg en vormt sinds 2001 een deel van de gemeente Sittard-Geleen. Er wonen circa 5900 mensen. Born is met name bekend door de huisvesting van NedCar, de grootste Nederlandse autoproducent.
De plaats, die tot 1982 een zelfstandige gemeente was, deelt evenals Sittard en Susteren slechts een korte geschiedenis met Limburg. Het heeft van 1400 tot 1815 ook niet tot de Nederlanden behoord.
Geschiedenis
Vroege geschiedenis
De eerste vermelding van de plaatsnaam Born (als Burne) dateert uit het jaar 1125. De plaats is waarschijnlijk ontstaan rondom een bron en werd hiernaar genoemd. Er zijn in Duitsland, Luxemburg, België (Born, provincie Luik) en Frankrijk diverse plaatsen die ook zo heten.
In de 12e eeuw wordt de heerlijkheid gedeeld door de bisschoppen van Keulen en Luik. In 1213 komt het aan het graafschap Loon en in 1234 aan het hertogdom Gelre. In 1400 wordt Born tezamen met Sittard en Susteren verkocht aan de hertog van Gulik en wordt het de zetel van een stroman ('ambtman'). Ambt Born behelsde een gebied op de rechteroever van de Maas bestaande uit de nederzettingen Born, Sittard, Broeksittard, Susteren, Grevenbicht, Buchten, Holtum, Guttecoven, Urmond en Berg (thans Nederland) en Tudderen, Wehr, Susterseel en Hillensberg (thans Duitsland). In 1709 verschuift de zetel naar Sittard.
Gedurende de Franse tijd, tussen 1794 en 1800 behoorde Born tot het Kanton Sittard. In 1800 verloren de kantons hun bestuurlijke taak, die vanaf dat jaar aan de gemeenten werd toegemeten, waarop de gemeente Born verrees. Na de Franse tijd, in 1815, kwam de gemeente bij het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, werd in 1830 eerst deel van het nieuw gevormde Koninkrijk België, en hoort pas sinds 1839 (na de verdeling van Limburg in een Belgische en een Nederlandse provincie) definitief tot Nederland.
Moderne geschiedenis
Born was samen met de kerkdorpen Buchten en Holtum een zelfstandige gemeente tot 1 januari 1982. Op die datum werd ten gevolge van gemeentelijke herindeling een nieuwe gemeente gevormd door grotendeels de opgeheven gemeenten Born, Grevenbicht en Obbicht en Papenhoven. Deze gemeente, die de naam Born kreeg, fuseerde in 2001 met de gemeenten Sittard en Geleen tot de nieuwe gemeente Sittard-Geleen. 
205 
341 Borne, Overijssel  6.75  52.3  Borne (Nedersaksisch: Boorn) is een Twentse forensengemeente ten noordwesten van Hengelo in de provincie Overijssel. Borne grenst in het noorden aan Tubbergen, in het noordoosten aan Dinkelland, in het zuidoosten aan Hengelo, in het zuidwesten aan Hof van Twente en in het noordwesten aan Almelo. De gemeente telde op 1 januari 2007 20.559 inwoners (bron: CBS). De gemeente Borne maakt deel uit van het kaderwetgebied Regio Twente. Mensen uit Borne hebben in Twente de bijnaam Melbuul.
Geschiedenis
In 1206 werd Borne al vermeld in een officiële akte. Met deze akte kreeg de bisschop van Utrecht het zeggenschap over het dorp Burgunde, zoals het toen genoemd werd. De havezate Weleveld had in de late Middeleeuwen en gedurende de Reformatie een grote invloed op het dorp. Tot het eind van de 18e eeuw was Borne een onwelvarende plattelandsgemeente. In 1828 stichtte een Duitse jood, Salomon Jacob Spanjaard, een bedrijf, wat uitgroeide tot een van de vele textielfabrieken in de regio Twente. De bekendste telg uit de familie Spanjaard was Jacob Spanjaard, die de fabriek in de eerste decennia van de twintigste eeuw leidde en de bijnaam 'God van Borne' verwierf. Rond 1920 was een groot deel van de (mannelijke) Bornse bevolking werkzaam bij de firma Spanjaard. Een groot deel van de familie Spanjaard kwam om tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1973 kwam er een einde aan het bedrijf. Uit de fabriek van Spanjaard kwamen de bekende Teddy-luiers, Cinderella-lakens en Kenmore-overhemden. Borne was in 1895 de eerste plattelandsgemeente in Nederland met een eigen elektriciteitscentrale en elektrische straatverlichting. De centrale werd gesticht door Rendo Wolter Hendrikus Hofstede Crull en was de basis voor de latere IJsselcentrale. Sinds 1983 heeft Borne een samenwerkingsverband met de Duitse gemeente Rheine. 
32325 
342 Bornerbroek, Overijssel  6.65527777777778  52.3088888888889  Bornerbroek is een kerkdorp in de Twentse gemeente Almelo in de Nederlandse provincie Overijssel. Het dorp heeft ongeveer 1800 inwoners. Tot de gemeentelijke herindeling van 1 januari 2001 behoorde het dorp tot de gemeente Borne.
Geschiedenis
In de late middeleeuwen was Bornerbroek een aanduiding voor een aantal bij elkaar gelegen boerderijen. Volgens overlevering zou het dorp aanvankelijk meer richting Enter worden gesitueerd, maar onderweg zou de as van de wagen, waarmee de stenen voor de nieuw te bouwen kerk werden vervoerd, zijn gebroken, waarop werd besloten alhier de eerste St. Stephanuskerk te bouwen. Zoals het suffix -broek aangeeft, heeft hier in eerdere tijden een moeras gelegen. Ook de hier aanwezige veldnamen, zoals De Mors (tegenwoordig een wijk in Bornerbroek), wijzen hierop.
De huidige St. Stephanuskerk werd gebouwd in 1856 en in 1919-1920 ingrijpend verbouwd door A.J. Kropholler. 
37800 
343 Bornwird, Westdongeradeel, Friesland  5.95305555555556  53.3336111111111  Bornwird (Fries: Boarnwert) is een terpdorp in de gemeente Dongeradeel, provincie Friesland (Nederland). Het ligt ten westen van Dokkum, aan de N 356, en heeft ongeveer 130 inwoners (2004).
De kerk van Bornwird dateert uit de 13e eeuw en is gewijd aan Maria. In een parochieregister uit 945 wordt de parochie Brunnenuurt genoemd. Er wordt wel gedacht dat de kerk die er destijds stond aan Bonifatius was gewijd. De huidige kerk heeft vroeger een toren gehad, maar de klok hangt nu in een klokkenstoel die op de nok van het dak is gebouwd. De kerk is in 1987 gerestaureerd en is eigendom van de Stichting Alde Fryske Tsjerken. Bij de restauratie kwam op de zuidwand van het interieur een muurschildering te voorschijn die Sint-Christoffel uitbeeldt.
De terp van Bornwird was groter dan die van Foudgum en Brantgum maar is voor een deel afgegraven. Ten noorden van het dorp lag vroeger een meertje, Boarnwerter Mar genaamd, dat in 1853 is drooggelegd. 
38395 
344 Borssele, Borsele, Zeeland  3.73555555555556  51.4230555555556  Borssele is een dorp in de gemeente Borsele op het schiereiland Zuid-Beveland in de Nederlandse provincie Zeeland. Het dorp heeft 1440 inwoners (2005) en is daarmee een van de middelgrote kernen van de gemeente.
In het dorp bevindt zich de terp Berg van Troye, een overblijfsel van het kasteel uit de 13e eeuw van de heren van Borselen. Een andere bezienswaardigheid is de korenmolen De Hoop en Verwachting, die gebouwd is omstreeks 1714.
Opvallend aan Borssele is het strakke symmetrische stratenpatroon, dat in het verleden werd toegeschreven aan Simon Stevin. Onderzoek heeft echter uitgewezen dat Cornelis Soetwater de ontwerper is.
Ten noordwesten van deze plaats staat de naar haar genoemde kernenergiecentrale Borssele en de centrale opslag voor radioactief afval.
De plaats Borssele wordt geschreven met dubbel s, maar de gemeente Borsele met één s, beiden met dezelfde etymologische achtergrond. 
39951 
345 Bosch en Duin, Zeist, Utrecht  5.23944444444444  52.1158333333333  Bosch en Duin is een dorp in de gemeente Zeist, in de Nederlandse provincie Utrecht. Het dorp zit vast aan Huis ter Heide en heeft 2.540 inwoners (2006).
Aan de Baarnseweg bevindt zich het landgoed De Horst. Het woonhuis is ontworpen door architect Karel de Bazel. Hier groeide Willem Oltmans op. De Horst is tegenwoordig een Rijksmonument. 
133 
346 Boschheurne, Lochem, Gelderland  6.4450925587516394  52.11495599635643  Boschheurne is een (voormalige?) buurtschap in de provincie Gelderland, in de streek Achterhoek, gemeente Lochem. T/m 31-7-1971 gemeente Laren. De formulering '(voormalige?)' gebruiken wij hier omdat de plaatsnaam sinds de laatste decennia niet meer in de atlassen voorkomt (een lot dat het deelt met buur-buurtschap Langen). Ook anderszins (bijvoorbeeld elders op het internet) blijkt nergens dat deze naam als buurtschapsnaam nog in gebruik is, nog ´leeft´. Op Google Maps wordt Boschheurne nog wél als plaatsnaam vermeld. De naam komt ook nog voor in de statistische buurt ´Verspreide huizen Boschheurne en Zwiepsebroek´, zoals gemeente en CBS die hanteren.
- De buurtschap Boschheurne valt, ook voor de postadressen, onder het dorp Barchem.
- Boschheurne heeft (zoals de meeste buurtschappen in de gemeente Lochem) geen plaatsnaamborden. Eén van de wegen in het gebied is de Bosheurneweg, zodat u daaraan tenminste nog kunt zien dat u zich in de buurtschap Boschheurne bevindt.
Naam
Oudere vermeldingen
Boschhuurne, Boscheurne, Bosch-Heurne, 1840 Boshuurne, Boschhuurne, 1867 Bosheurne, Boschheurne.
Naamsverklaring
Samenstelling van bos en heurne, wat een variant is van hoorne ´bij de hoek´.(1)
Ligging
Boschheurne ligt ZO van Barchem, in een wijde kring rond de Bosheurneweg.
Statistische gegevens
- In 1840 omvatte de buurtschap Boschheurne 26 huizen met 173 inwoners.
Geschiedenis
De buurtschap Boschheurne vertoonde vanouds (en nog altijd) een zeer verspreid nederzettingsbeeld. De erven lagen zover uiteen, dat men nauwelijks van een hoevenzwerm kon spreken. Tussen 1500 en 1830 is hierin nauwelijks verandering gekomen. De ruimte tussen de oude erven zoals Hagenbeck, het Entel en Steelkamp, werd haast niet opgevuld. 'Nieuw' is hier alleen het erf De Dam, noordwaarts van het Minkveld. Alleen westelijk van het erf Kornegoor bestonden kennelijk nog mogelijkheden voor verdere expansie. In dit gebied waar afwisselend beekeerdgronden en veldpodzolgronden voorkomen, zijn na 1500 vijf nieuwe bedrijven opgezet. Reeds in 1494 wordt het erf Haigenbeick (spelling volgens het kadastrale minuutplan) in een register vermeld in een register. Tegenwoordig is er nog altijd een boerderij Groot-Hagenbeek. (© Hagenbeek genealogie) 
148812 
347 Boschkapelle, Zeeland  3.9706778526306152  51.326040860412334  Boschkapelle is een voormalig dorp in Zeeuws-Vlaanderen, gelegen in de Nederlandse gemeente Hulst.
Het dorp is ontstaan in de 17e eeuw, toen er in de laaggelegen Stoppeldijkpolder een kapel werd gebouwd voor rooms-katholieke huursoldaten. Door de lage ligging had het dorp regelmatig te kampen met ernstige wateroverlast.
In 1936 werd de gemeente Boschkapelle opgeheven en ging samen met Stoppeldijk de nieuwe gemeente Vogelwaarde vormen. In de loop der jaren groeiden de dorpen langzaam aan elkaar langs de Bosschestraat. Sinds het opgaan van de gemeente Vogelwaarde in de gemeente Hontenisse, in 1970, worden Boschkapelle en Stoppeldijk samen als één dorp beschouwd: Vogelwaarde. De sportvelden en de nieuwe school werden ook bewust tussen beide kernen in gepland. Helemaal verdwenen is Boschkapelle echter niet: de oude dorpskern rond de parochiekerk is nog duidelijk te herkennen en oudere bewoners beschouwen zichzelf nog altijd als "Bossenaars". 
75742 
348 Boskant, Sint Oedenrode, Noord-Brabant  5.422782897949219  51.551031939296884  Boskant is een dorp in de gemeente Sint-Oedenrode met ongeveer 1550 inwoners. Het omvat naast de kern ook de gehuchten De Bus, Scheeken Vernhout en de bunders.

Boskant is vooral een agrarisch dorp (veehouderij) met daarnaast enkele grote boomkwekerijen, onder andere Van den Berk Boomkwekerijen, een van de grootste van Europa. In 1955 werd Boskant een eigen parochie. Erg bepalend voor het dorp is de weg Sint-Oedenrode - Best waaraan het dorp gelegen is (de weg staat bekend als de N619). Boskant is niet zozeer een ontginningsdorp als wel gegroeid als verzorgingscentrum voor de omringende agrarische bevolking.

Het dorp Boskant kent drie sportclubs: een voetbalclub (vv Boskant), een korfbalclub (KV Boskant) en een tennisvereniging (TV Boskant).
Boskant ligt in Het Groene Woud, wat een nationaal landschap is. We vinden hier een afwisselend cultuur- en natuurlandschap. Er liggen fraaie naald- en loofbossen. Hier en daar komt de Slanke sleutelbloem voor, en ook Bosanemoon en Grote muur (plantensoort) een plantensoort uit de anjerfamilie. Het natuurgebied De Scheeken bevindt zich ten westen van Boskant. Het ligt deels op het grondgebied van Liempde en Best. Ten noorden van Boskant loopt de Dommel.
Heilige Ritakerk.
Daar Boskant gelegen is op enige kilometers van Sint-Oedenrode groeide, toen de bevolking ervan toenam, de wens om een eigen parochie te vormen en een kerk te bouwen. Hiervan was reeds in 1913 sprake. In 1945 werd een school geopend. Pas in 1956 werd een kerk ingewijd. Dit was te danken aan bouwpastoor Teurlings. De kerk was gewijd aan de Heilige Rita, waarvan ook een relikwie werd verworven. De eenvoudige bakstenen kerk is ontworpen door architect H. de Vries uit Helmond. In de Ritakapel die zich in de kerk bevindt zijn enkele muurschilderingen te vinden van de kunstenaar Robert Pothecary uit Sint-Oedenrode. De devotie werd gepropageerd door de Augustijnen, met name die uit Kontich.
http://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Boskant_(Sint-Oedenrode)&oldid=35578494 
133992 
349 Botshol, Vinkeveen, Utrecht  4.921945  52.262469  Botshol is een stiltegebied met unieke planten en zeldzame vogels. Het ligt als een oase van rust temidden van de drukke Randstad. Dit moerasgebied ligt tussen Abcoude en Vinkeveen. Vroeger is deze plaats bevist door de familie Verhoek die als hugenoten een zeer krappe woning betrokken aan de rand van de botsholse plassen. De Bostholse plassen zijn door de oudste zoon van Jacob Verhoek die hier zijn vis voor zijn viswinkel in Zeist ving, Cees Verhoek overgedragen aan Natuurmonumenten. Het huis aan de rand van het water waar Jacob Verhoek opgroeide met zijn 15 broers en zussen is einde jaren 80 verzonken in het veen.  37910 
350 Boukoul, Swalmen, Limburg  6.046938657673309  51.21560960753104  Boukoul (Limburgs (Zjwaams): De Boekoêl) is een kerkdorp in de Nederlandse gemeente Roermond, tot 2007 onderdeel van de voormalige gemeente Swalmen, gelegen in de provincie Limburg. Boukoul had in 2006: 970 inwoners en zo'n 400 huizen. Het dorpje is rijk aan natuurschoon (bossen). Er bevinden zich verschillende monumentale historische gebouwen (een belangrijk kasteel en enkele voorname landhuizen / boerenhofsteden), alsmede de restanten van een oude Romeinse weg. Sedert de gemeentelijke fusie van de voormalige gemeente Swalmen met Roermond is er in het kerkdorp Boukoul enige groei van de bebouwing waarneembaar.
Monumenten
Resten van de Romeinse weg van Heerlen naar Xanten, aan de zuidoostrand van de gemeente, tussen de landgoederen Blankwater en Zuidewijck Spick te Boukoul. Bij grenspaal 425 ligt een laatneolithische grafheuvel aan de Romeinse weg.
Kasteel Hillenraad, vooral uit de 17e/18e eeuw, vormt veruit de belangrijkste bezienswaardigheid. Het is een van de mooiste waterkastelen in Nederland, met vier hoektorens en omringd door grachten. Hillenraad werd al genoemd in 1392. Dit rijksmonument, gelegen in het bos bij het kerkdorp Boukoul, wordt nog bewoond en is niet voor publiek toegankelijk, maar kan van buitenaf waargenomen worden.
Kasteelboerderij Zuidewijck Spick, edelmanshuis uit de 17e/18e eeuw (rijksmonument). Deze "Spijker" (Spiek) werd al genoemd in 1463.
Graeterhof, oorspronkelijk een hoeve, sinds de tweede helft van de 19e eeuw een landhuis. 
140777 
351 Bourtange, Vlagtwedde, Groningen  7.19166666666667  53.0066666666667  Bourtange (Gronings: Boertang) is een vestingdorp in de provincie Groningen (Nederland), dat tijdens de Tachtigjarige Oorlog is aangelegd. Bourtange ligt in de gemeente Vlagtwedde, in de streek Westerwolde. Bourtange is kortstondig, tussen 1808 en 1821, een zelfstandige gemeente geweest.
Ontstaan
In 1580, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, volgde de stad Groningen de noordelijke stadhouder Rennenberg in zijn keuze voor Spanje. De stad werd toen bevoorraad vanuit Duitsland, via een weg op de zandrug (tange) die door het Bourtangermoeras voerde.
Om deze bevoorradingsweg te blokkeren gaf Willem van Oranje opdracht op de weg een vesting aan te leggen. Na zijn dood werd het werk voortgezet. In 1594 werd de stad Groningen heroverd, en in 1594 werd de vesting Bourtange onderdeel van de grensverdediging van de drie noordelijke provincies Groningen, Friesland en Drenthe.
De vesting werd onder andere in 1665 verbeterd, en in 1672 toen Bernhard von Galen Groningen aanviel. In 1742 bereikte de vesting de grootste omvang. Doordat het Bourtangermoeras steeds meer verdroogde, en de vuurkracht van geschut groter werd, nam de militaire betekenis van de vesting echter af.
Opheffing
In 1851 werd de vesting officieel opgeheven, en werd Bourtange een agrarisch dorp in Westerwolde. De grachten werden met de aarden wallen gevuld en de militaire gebouwen en percelen werden verkocht.
Reconstructie
Rond 1960 liep het dorp leeg. Bourtange was niet met de tijd meegegaan en was geen plaats waar jongeren zich vestigden. De gemeente Vlagtwedde liet vervolgens de vesting herbouwen in de staat zoals die in 1742 geweest was. Men vindt dus thans bij de grens tussen Duitsland en Nederland (Groningen) een vesting uit vervlogen tijden, die vrijelijk te bezoeken is.
Tegenwoordig
De vesting is tegenwoordig een bruisende toeristische attractie in het noorden van Nederland. Naast de volledig gereconstrueerde vestingwerken vindt men: tal van bezienswaardigheden uit vroegere eeuwen (al dan niet herbouwd), het Marktplein met haar eeuwenoude lindebomen, de vier musea, een aantal winkeltjes en restaurants, een historisch hotel (een aantal kamers beschikt over een bedstee), trouwzaal in het Nieuwe Kruithuis, etc. Voor (school)groepen zijn informatieve, educatieve en actieve programma's in elkaar gezet. In het zomerseizoen organiseert Vesting Bourtange diverse historische evenementen, waaronder het grootste re-enactmentevenement van Nederland: de Slag om Bourtange. 
32063 
352 Bouwerschap, Ten Boer, Groningen  6.715953469320084  53.27301513076655  Bouwerschap is een gehucht (streek) in de gemeente Ten Boer.
Het is gelegen aan de oostzijde van het Damsterdiep in de Boltjerpolder, gelegen langs de weg tussen de dorpen Ten Boer en Woltersum. De weg zelf heet Bouwerschapsterweg.
De naam komt van bouwerd, waarschijnlijk in de betekenis bouwland (vergelijk De Bouwerd). De oudste vermelding van de naam in de Bawert is uit 1431. 
137875 
353 Boven Pekela, Nieuwe Pekela, Groningen  6.931028705279573  53.0335835895097  Boven Pekela (Gronings: Boven Pekel) is een dorp in de gemeente Pekela in de provincie Groningen in Nederland. Eigenlijk zijn het twee dorpen: Noorderkolonie en Zuiderkolonie, twee evenwijdig aan elkaar liggende streekdorpen aan beide zijden van het Pekelderhoofddiep.
Het voorvoegsel Boven verwijst naar de stroomrichting van de Pekel A. Het veen in dit gebied werd in opdracht van de stad Groningen ontgonnen. Begonnen werd aan de benedenloop van de Pekel A. Daar ontstond in eerste instantie Oude Pekela. Verder stroomopwaarts ontstond aan het Pekelderhoofddiep eerst Nieuwe Pekela. Het Pekelderdiep is feitelijke de gekanaliseerde Pekel-Aa.
Wat nu Boven Pekela is hoorde oorspronkelijk bij Nieuwe Pekela. Rond 1900 waren de beide kolonies aan de bovenloop voldoende gegroeid om een eigen kerk te krijgen. Vanaf dat moment is dit deel van voorheen Nieuwe Pekela bekend als Boven Pekela. 
89383 
354 Boven Veensloot, Meeden, Groningen  6.917009353637695  53.12632852882847  Boven Veensloot is een gebiedje in de gemeente Menterwolde in de Nederlandse provincie Groningen. Het ligt iets ten zuiden van Meeden, tussen Korte Akkers en Kibbelgaarn. Boven Veensloot ligt op een restant van een middeleeuwse veendijk. Boven verwijst naar de bovenkant van de sloot. De `veensloot` liep van zuid naar noord, derhalve ligt Boven Veensloot ten zuiden van Beneden Veensloot.  63768 
355 Boven-Leeuwen, Leeuwen, Gelderland  5.552859306335449  51.88542126566073  Boven-Leeuwen is een van de kernen van de gemeente West Maas en Waal in de Nederlandse provincie Gelderland. Op 31 december 2008 telt het dorp 2130 inwoners.
Boven-Leeuwen ligt tussen het grotere Beneden-Leeuwen en de gemeente Druten. Tot 1984 behoorde het samen met Beneden-Leeuwen tot de gemeente Wamel.
Het dorp heeft twee kerken. De hervormde kerk is een kleine achtzijdige centraalbouw in classicistische stijl uit 1753-1756. De katholieke Sint-Willibrorduskerk is een grote neogotische basiliek uit 1916-1918 naar een ontwerp van Wolter te Riele. In de hoek Waalbanddijk-Noordzuid vindt men het restant van wat ooit het Huis te Leeuwen was, een adellijk kasteel.
Evenals in Beneden-Leeuwen heeft in Boven-Leeuwen ook een dijkdoorbraak plaatsgevonden, nabij de hervormde kerk. Het overgebleven binnenwatertje wordt De Wiel genoemd, zoals in veel dijkdorpen.
Door de lokale bevolking wordt Boven-Leeuwen liefkozend Boven-eind genoemd.
De oorlog
Er zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog in deze buurt veel slachtoffers gevallen. In 1950 werd bij de R.K. kerk een oorlogsmonument onthuld. Het is een natuurstenen sculptuur van een liggende engel. Op het monument staan dertien namen van gevallenen.
Op 12 april 2008 werd een plaquette op de linker zijde van het oorlogsmonument aangebracht dat nog twee gevallenen herdenkt, Marius Kroon en Raymond Arnoti van de Prinses Irene Brigade. De plaquette werd onthuld door Jaap en Nel Kroon, broer en zuster van Marius. Ook veteraan Ben ter Haar, toen hun commandant, was aanwezig. 
82954 
356 Bovenboer, Nijeveen, Drenthe  6.171611  52.750659  Nijeveense Bovenboer is een gehucht in de Nederlandse provincie Drenthe. Het ligt in de gemeente Meppel, vlak bij Nijeveen. Het gehucht heeft ongeveer 120 inwoners.  88610 
357 Bovenburen, Winschoten, Groningen  7.036164  53.153088  Een straat ten noorden van het centrum met de stadscamping de Burcht. (opm W. de Jong). In bijgaande akte uit 1820 is sprake van Bovenboeren.  38502 
358 Bovenknijpe, Schoterland, Friesland  5.973949  52.968293  De Knijpe (officieel (Fries): De Knipe) is een dorp in de gemeente Heerenveen, provincie Friesland (Nederland), ten oosten van de plaats Heerenveen. Hoewel de gemeente Heerenveen voor alle andere officiële kernen de Nederlandse plaatsnamen hanteert, is voor De Knijpe de Friese naam de officiële.
Door het dorp loopt de Schoterlandse Compagnonsvaart. Hierin lag een knijp, een versmalling in de vaart, en daaraan dankt het dorp De Knijpe zijn naam. De Knijpe was tot 1970 opgeplitst in Bovenknijpe en Benedenknijpe en werd toen vaak gezamenlijk kortweg De Knijpe genoemd. Toen in 1970 beide dorpen werden samengevoegd werd de nieuwe naam het Friese De Knipe. 
62972 
359 Bovensmilde, Smilde, Drenthe  6.481699  52.974520  Smilde is een dorp en de naam van een voormalige gemeente in de provincie Drenthe (Nederland). Het dorp Smilde vormde tot 1998 het centrale dorp van een aantal kleine dorpskernen: Bovensmilde, Smilde, Hijkersmilde, en Hoogersmilde.
Smilde is gesitueerd aan beide zijden van de Drentsche Hoofdvaart, ten zuidzuidwesten van Assen. Het is een typisch voorbeeld van een lintdorp, met een lengte van circa 17 kilometer.
Sinds de gemeentelijke herindeling van 1998 zijn Bovensmilde, Smilde, en Hoogersmilde ingedeeld bij de administratieve gemeente Midden-Drenthe.
Geschiedenis
* Op de grens van Bovensmilde en Veenhuizen ligt het Esmeer, een uitstekend voorbeeld van een pingoruïne, het overblijfsel van een geografische verschijning uit de ijstijd.
* In 1834 scheidden 38 hervormden zich af in navolging van ds. De Cock.
* Jasper Klijn uit Smilde nam omstreeks 1850 het initiatief tot de aanleg van het Oranjekanaal dat aansluit aan de Drentsche Hoofdvaart. Het Drentse dorp Klijndijk is naar hem vernoemd.
* In 1959 werd de televisietoren in Smilde in gebruik genomen. Met een hoogte van 303,5 meter is het de hoogste constructie in het noorden van Nederland.
* De amateurarcheoloog Tjerk Vermaning (geb. 1929, overleden 1987) en zijn vrouw woonden jarenlang in een woonboot in de Drentsche Hoofdvaart, nabij de televisietoren in Smilde. Hij vond veel vuistbijlen uit de steentijd in dit gebied. Zijn vondsten leidden tot veel controverse.
* In 1977 (23 mei) kwamen radicale aanhangers van de beweging Republik Maluku Selatan in het nieuws door de gijzeling van een basisschool in Bovensmilde. Deze gijzeling vond tegelijk plaats met de treinkaping bij De Punt.
* Op 12 oktober 2005, om 18.06 uur, werd een aardbeving waargenomen in de kernen Bovensmilde, Smilde, en Hooghalen. De beving had een kracht van ongeveer 2,5 op de schaal van Richter. In Noord-Nederland worden vaker lichte bevingen gevoeld, die worden veroorzaakt door aardgaswinning in de provincie Groningen. 
33201 
360 Bovenstreek, Noorddijk, Groningen  6.604757308959961  53.23816038973229  Bovenstreek is een buurt in de wijk Noorddijk van de stad Groningen in de Nederlandse provincie Groningen. De buurt ligt ingeklemd tussen Beijum in het noorden, Lewenborg in het zuiden en de oostelijke ringweg (N46) in het westen. Bovenstreek telt 233 inwoners (Gronometer 2013) en bestaat uit een woonbuurt (Zilvermeer), Kardinge (waaronder het Sportcentrum Kardinge en de Kardingerplas of het Zilvermeer) en het Wijkpark van Lewenborg.
De Bovenstreek vormde vroeger een steekje ten westen van Noorddijk en ten oosten van het Selwerderdiepje, grofweg tussen de boerderijen Zorgwijk (voormalige borg Ulgersma-Sorgwijk) en Lewenburg (voormalige borg Lewenburg). De huidige buurt werd samen met het Kardingecomplex aangelegd in de jaren '90 van de 20e eeuw. 
142760 
361 Boxmeer, Noord-Brabant  5.94444444444444  51.6483333333333  Boxmeer is een gemeente in het oosten van de provincie Noord-Brabant en ligt in het Land van Cuijk. De plaatsnaam kent in het lokale dialect een andere uitspraak.
De gemeente Boxmeer bestaat pas sinds enkele jaren in zijn huidige vorm. In 1998 vond een belangrijke gemeentelijke herindeling plaats waarbij de gemeenten Boxmeer en Vierlingsbeek werden samengevoegd. Vier jaar eerder waren de gemeenten Boxmeer en Oeffelt al bij elkaar gevoegd, waarbij ook het grootste gedeelte van Rijkevoort naar Boxmeer ging. Tijdens de bezetting in 1942 was de gemeente Sambeek al samen gegaan met Boxmeer. 
32072 
362 Boxtel, Noord-Brabant  5.3275  51.5911111111111  Boxtel is een plaats en gemeente in de provincie Noord-Brabant, gelegen in de Meierij van 's-Hertogenbosch. De gemeente telt 30.020 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 65 km² (waarvan 0,07 km² water). Boxtel is gelegen aan de Dommel en ligt temidden van de driehoek Tilburg, Eindhoven en 's-Hertogenbosch. Dit maakte Boxtel al vroeg tot een verkeersknooppunt.
De eerste meldingen van Boxtel in de geschiedenis dateren uit de 11e eeuw. Lange tijd werd de Heerlijkheid Boxtel vervolgens bestuurd door adellijke families, zoals de families Van Horn, Van Cuyk, Van Merheym en Van Ranst. Kasteel Stapelen en de Sint Petruskerk zijn enkele monumenten in Boxtel.
In de 14e eeuw voltrok zich volgens de overlevering in Boxtel het Mirakel van het Heilig Bloed. Nog steeds vindt jaarlijks op de eerste zondag na pinksteren de zogenaamde Bloedprocessie plaats.
Boxtel onderhoudt een jumelage met Wittlich in Duitsland. Na een gemeentelijke herindeling in 1996 is het nabijgelegen Liempde bij Boxtel gevoegd; een deel van Gemonde dat bij Boxtel hoorde ging toen over naar de gemeente Sint-Michielsgestel.
Overige kernen
Naast de kernen Boxtel en Liempde bestaat de gemeente uit:
* Den Berg
* De Vorst
* Hal
* Kasteren
* Kinderbos
* Langenberg
* Lennisheuvel
* Luissel
* Nergena
* Roond
* Tongeren
* Vrilkhoven 
32564 
363 Bozum, Littenseradeel, Friesland  5.694951  53.087993  Bozum (officieel, Fries: Boazum) ligt in de gemeente Littenseradeel (Littenseradiel) en heeft ca. 400 inwoners. Het is één van de oudste dorpen in de Nederlandse provincie Friesland (Fryslân). De kerk in Bozum is een van de belangrijkste en mooiste romaanse kerkgebouwen in Friesland uit de 12e eeuw.
De Wylgen is een monumentaal pand, dat werd gebruikt als vakantiewoning voor gezinnen met een gehandicapt gezinslid. Deze woning was door wijlen mevrouw Gezina H. Volkers geschonken aan het Prinses Beatrix Fonds maar is nu in gebruik als particuliere woning 
35620 
364 Braamberg, Onstwedde, Groningen  7.04694444444444  52.9416666666667  Braamberg is een gehucht in de gemeente Stadskanaal in de provincie Groningen. Het gehucht ligt ten noord-oosten van Musselkanaal. Centraal in het gehucht ligt de Braambergsluis in het Ruiten-Aa-kanaal.
Het gehucht is ontstaan op een zandrug in het veengebied. Tegenwoordig wordt het aan de oostzijde begrensd door een kaarsrechte bosstrook die in de jaren '70 van de twintigste eeuw is aangeplant. Die strook vormt tevens de grens tussen Stadskanaal en de gemeente Vlagtwedde
De naam Braamberg verwijst naar een heuvel met brem of braamstruiken. 
35902 
365 Braamt, Bergh, Gelderland  6.242358299999978  51.8958139  Braamt (Nederfrankisch: Braomp) is een dorpskern in de gemeente Montferland,gelegen in de Gelderse streek De Liemers, enkele kilometers ten zuiden van de A18 en direct naast de doorgaande weg van Doetinchem naar 's-Heerenberg. Het dorp is gelegen in de voormalige gemeente Bergh.
Braamt is een kerkdorp dat vanouds als buurtschap hoorde bij de parochie Zeddam, gegroeid door ontginning van de heidevelden en woeste gronden in de Zeddammermark. In 1245 wordt het dorp vermeld als "Brameth". De naam heeft waarschijnlijk met braambegroeiing te maken. In 1949 werd Braamt afgescheiden van de parochie Zeddam en kreeg het dorp een eigen kerk, die op 6 november van dat jaar werd ingewijd door mgr. Huurdeman, vicaris-generaal van het bisdom Utrecht. De patroon is O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand.
Een deel van het buitengebied van Braamt is gelegen tegen de Montferlandse heuvels. Dit hoger gelegen gedeelte (in de volksmond bekend als "Baoven-Braomp) maakt geen onderdeel van de kern van Braamt, maar, er is toch sprake van een bepaalde groepering van woonhuizen. Opmerkelijk is verder dat het buitengebied een aantal muziekgroeperingen heeft voortgebracht. Zo vindt de Hooglandse schutterij er haar oorsprong, en, meer recentelijk is er koperkwartet Brameth Brass en dweilorkest Braomps Kabaal opgericht.
Tegenover Auberge Graaf Hendrik in Braamt staat een carnavalsbeeldje geplaatst door de lokale carnavalsvereniging. Dit beeld is ontworpen en gemaakt door Marcel Kuster. Verder zijn er de kampeerboerderijen Te Boomsgoed en De Blonde Hoeve. Voor een klein dorp heeft Braamt nog veel eigen voorzieningen. Dit zijn een R.K. kerk, een R.K. basisschool, een dorpshuis, een zalencentrum/cafe/slijterij, een supermarkt, een voetbalveld en een korenmolen. Braamt heeft iets meer dan 1000 inwoners. Het attractiepark Het Land van Jan Klaassen bevindt zich in Braamt.
Het dorp kent vele verenigingen waaronder: voetbalvereniging Sint Joris, carnavalsvereniging de Nöttekrakers. Braamt kent een oud gilde, het St. Jorisgilde, vermeld in 1713. Daarnaast zijn er ook nog de hooglandse schutterij St. Martinus en muziekvereniging te Riele. 
141312 
366 Brakel, Gelderland  5.0928497314453125  51.82060658680024  Brakel is een dorp in de gemeente Zaltbommel, in de Nederlandse provincie Gelderland. Het dorp telde 2890 inwoners in 2005. Brakel ligt nabij de samenvloeiing van de Afgedamde Maas en de Waal en grenst aan zowel Noord-Brabant als aan Zuid-Holland. Beide provincies liggen binnen een straal van twee kilometer van het dorp. Ook vermeldenswaardig is Slot Loevestein, dat zich in de uiterwaarden van Brakel en Poederooijen bevindt.
In 1998 is de eerder zelfstandige gemeente Brakel opgenomen in de gemeente Zaltbommel. De gemeente Brakel omvatte Poederooijen, Zuilichem en Aalst.
Bezienswaardigheden
* Kasteelruïne van Brakel in het Brakelse Bos
* de hervormde kerk, die gedeeltelijk uit de 13e en gedeeltelijk uit de 15de eeuw dateert.
* Slot Loevestein
* Het Spijker, de woning van D.W. van Dam van Brakel. De huidige bewoner is een directe nakomeling van D.W. van Dam van Brakel.
* Huis Brakel, een herenhuis tevens ooit bewoond door Van Dam van Brakel. Het pand doet heden ten dage dienst als dorpshuis voor lokale evenementen en wordt verhuurd voor diverse particuliere aangelegenheden, zoals trouwerijen en begrafenissen. De Brakelse begraafplaats ligt aan de overkant van Huis Brakel. 
35043 
367 Brakkenstein, Nijmegen, Gelderland  5.8673822000000655  51.81186779999999  Brakkenstein is een stadswijk van Nijmegen. De wijk ligt in het zuiden van de stad. Tot het eind van de jaren 50 van de 20e eeuw was Brakkenstein een gebied dat vrij lag van de stad. In tegenstelling tot de wijk Hatert ernaast is Brakkenstein nooit een dorp op zichzelf geweest. Het viel oorspronkelijk onder het bestuur van Hatert. De wijk had op 1 januari 2005 3828 inwoners.
Het belangrijkste monument van Brakkenstein is Huize Brakkesteyn, dat in 1865 werd gebouwd in neoclassicistische stijl. In het gebouw is tegenwoordig een luxe restaurant gevestigd. Het gebouw heeft, evenals het bijbehorende park en het stalgebouw uit 1916, de status van rijksmonument.
In Park Brakkenstein werd elk jaar een concours hippique en andere paardensportkampioenschappen gehouden. Sinds 2004 is het park ook elk eerste weekend van juli het decor van de Music Meeting, een wereldmuziekfestival.
In Klooster Brakkenstein is het moederhuis van de Congregatie van het Allerheiligst Sacrament in Nederland gevestigd. In het Berchmanianum, een kloostergebouw uit 1927 dat is ontworpen door Jos Cuypers en zijn zoon Pierre Cuypers jr., is een kloosterverzorgingshuis voor jezuïeten, dominicanen en redemptoristen gehuisvest. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was in het Berchmanianum een Duitse Lebensborn-kliniek gevestigd.
Brakkenstein heeft o.a. een basisschool, een voetbalvereniging en een bibliotheek. Ook is de atletiekvereniging Nijmegen Atletiek er gevestigd. 
139537 
368 Brammelo, Haaksbergen, Overijssel  6.677593  52.152750  Brammelo (gehucht in de gemeente Haaksbergen)  35872 
369 Brand, Nuth, Limburg  5.859167  50.912222  Brand is een gehucht behorende tot de gemeente Nuth. Het is een van de zogenaamde Bovengehuchten van Nuth en ligt in de nabijheid van de Platsbeek.
Het gehucht bestaat uit een vijftal aan de Branterweg gelegen huizen. Deze weg verbindt Terstraten met Helle. Enkele huizen zijn voorzien van vakwerk, waaronder een boerderij met het opschrift Op genne Brant.
Vaak wordt Brand ten onrechte gezien als een onderdeel van het nabijgelegen gehucht Terstraten. Sinds 2003 heeft Brand een eigen plaatsnaambord. 
139494 
370 Brantgum, Westdongeradeel, Friesland  5.93111111111111  53.3519444444444  Brantgum (Fries: Brantgum) is een dorp in de gemeente Dongeradeel, provincie Friesland (Nederland). Het ligt ten noordwesten van Dokkum, aan de N356, en heeft ongeveer 220 inwoners (2004).  34573 
371 Breda, Noord-Brabant  4.775  51.5875  Breda (Brabants: Brédao) is een aloude garnizoens- en vestingstad en gemeente in de provincie Noord-Brabant in Nederland. Het is ook een Oranjestad door de historische band met het huis Nassau.
De gemeente Breda telt 169.981 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS) en maakt deel uit van stedelijk netwerk BrabantStad. De stad is naar inwonertal een van de vier grote steden in de provincie en de negende in Nederland. Van de Brabantse steden komt Breda direct na Eindhoven en Tilburg, die de grens van 200.000 inwoners al gepasseerd zijn.
Naam
De rivieren Mark en Aa of Weerijs komen samen in Breda. Aa is een afgeleide van het Oudgermaanse woord ahwô, verwant met het Latijnse aqua. Het betekende oorspronkelijk water. In Nederland zijn er veel rivieren en rivierachtige wateren die deze of een daarvan afgeleide naam hebben. De naam Breda is afgeleid van 'Brede Aa'. Het ligt voor de hand dat daarmee werd verwezen naar de verbreding van de Aa . In 1125 wordt er voor het eerst melding gemaakt van een nederzetting, die als Breda wordt aangeduid.
Geschiedenis
Nadat er in 1125 melding is gemaakt van een nederzetting wordt er in de 12e eeuw aan de rechteroever van de Mark bij deze nederzetting een burcht gebouwd. Deze nederzetting lag ongeveer halverwege Brabant en Holland. Het lag als het ware aan de grens van Brabant en was dus een nederzetting aan de Grens. De nederzetting lag op een uitloper van uitgestrekte zandgronden. Op deze zandgronden waren reeds andere steden tot bloei gekomen. Even voor deze nederzetting vertakte de Aa of Weerijs in de Donk en de Gampel. Deze twee stroompjes stroomden later de Mark in. Ook lagen bij deze nederzetting verschillende kruispunten van wegen die van het noorden naar het zuiden gingen en van oost naar west.
De burcht die bij deze nederzetting is gebouwd moest de scheepsvaart op de Mark controleren en werd spoedig bewoond door de Heren van Breda. In 1198 wordt voor het eerst melding gemaakt van het Castellum van Breda. De natuurlijke verbreding op de plaats waar de Mark en de Aa samenvloeiden, was ideaal voor een aanleghaven . Hiermee hangt ook de naam van Breda samen. Opmerkelijk hierbij is, dat de Aa meer bepalend was voor de naam van deze locatie dan de Mark, waarvan zij toch een zijrivier is. De rivier de Mark begint als een nietig stroompje bij Merksplas in België. Pas vanaf Breda, waar zij samenvloeit met de Aa wordt zij een ongeveer twintig meter brede, diepe stroom. Het dal waar de rivier in stroomt, is echter enkele honderden meters breed. Het dal kon gemakkelijk onder water lopen, zeker als het vloed was. De Mark stond immers in open verbinding met de zee. Eeuwenlang bestond er een sterke getijdenwerking die zelfs tot in Hoogstraten merkbaar was. In de Bredase haven bedroeg het verschil ongeveer zestig centimeter 
32334 
372 Bredevoort, Aalten, Gelderland  6.617031097412109  51.94341833637656  Bredevoort (Nedersaksisch: Brevoort) is een vestingstadje in de gemeente Aalten in de Gelderse Achterhoek. Het heeft de titel Boekenstad vanwege de vele antiquariaten en tweedehands-boekwinkels.
De naam Bredevoort is afgeleid van het woord voorde dat oorspronkelijk "doorgang" of "doorwaadbare plaats" betekende. In dit geval gaat het om een brede doorgang, een zandrug door het moerasgebied. Aan het eind van de zandrug werd een kasteel gebouwd dat later met een voorburg werd uitgebreid en uiteindelijk zich ontwikkelde tot een versterkte vestingstad. Dit is nog steeds te zien aan een deel van de stadsgracht waarop in de zomer (laatste vrijdag en zaterdag van augustus en eerste vrijdag en zaterdag van september) de jaarlijkse gondelvaart wordt gehouden.
Geschiedenis
Bredevoort komt voor het eerst voor op de lijst met bezittingen van de aartsbisschop van Keulen van 1188, die drie aandelen van het kasteel Bredevoort bezit. Onder de heerlijkheid Bredevoort vielen naast de kasteel met voorburg Bredevoort ook de dorpen Aalten, Dinxperlo en Winterswijk met hun buurtschappen. Na Herman en Johan van Bredevoort erfden de graaf van Lohn en de de graaf van Steinfurt ieder een deel van de heerlijkheid.
Toen de graaf van Steinfurt zijn deel verkocht aan de bisschop van Munster en de graaf van Lohn zijn deel overgaf aan de graaf van Gelre, begon de strijd om het gehele bezit van de heerlijkeid tussen Munster en Gelre. Die strijd duurde twee eeuwen. Vanaf 1326 kwam Bredevoort feitelijk onder Gelders beheer. De hertog van Gelre verpandt in 1388 de heerlijkheid aan Hendrik III van Gemen, wiens zoon en kleinzoon ook pandheer van Bredevoort waren. In 1388 kreeg Bredevoort stadrechten. Tussen 1492 en 1526 was de graaf van Steinfurt pandheer, waarna het bestuur weer rechtstreeks onder de Gelderse hertog kwam, totdat de laatste werd verslagen door Keizer Karel V, die daardoor 'Heer van Bredevoort' werd. Maarten van Rossum werd pandheer van Bredevoort zowel onder de laatste hertog als onder Keizer Karel V.
Na keizer Karel V werd koning Filips II heer van Bredevoort en hij gaf de heerlijkheid in 1562 in pand aan Diederik van Bronckhorst Batenburg in Anholt. Na de afzwering van Filips II werden de Staten van Gelre 'Heer van Bredevoort' en die stelden in 1612 Maurits aan als pandheer, die daarvoor 50.000 goudguldens betaalde. In 1696 werd de Heerlijkheid door de Staten van Gelre cadeau gedaan aan koning-stadhouder Willem III. Zo kwam de heerlijkheid geheel in bezit van de Nassaus. Een van de titels van Koningin Beatrix is daardoor nog steeds 'vrouwe van Bredevoort'.
De vestingstad Bredevoort had een strategische ligging tussen moeilijk begaanbare moerassen. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd Bredevoort meerdere malen belegerd en veroverd. In 1597 veroverde Maurits het stadje.
In 1646 sloeg de bliksem in de kruittoren, waardoor het kasteel ontplofte en diverse mensen omkwamen. Hieronder bevonden zich de drost Haersolte van Bredevoort en zijn gezin. Slechts een zoon, Anthonie, was op dat moment niet thuis en overleefde de ramp.
In 1818 werd de gemeente Bredevoort opgeheven en sinds dien valt de stad Bredevoort onder de gemeente Aalten.
In 1986 werd het stadsgezicht van Bredevoort beschermd verklaard.
In 1993 werd Bredevoort de Nederlandse boekenstad. 
33337 
373 Breede, Warffum, Groningen  6.539827  53.387575  Breede (provincie Groningen, Nederland) is de naam van een buurtschap dat aan het Noord-Groninger dorp Warffum grenst. Vroeger was Breede onderdeel van de gemeente Warffum, thans behoort het tot de gemeente Eemsmond.
Kerk
De buurtschap heeft een middeleeuws zaalkerkje dat tegenwoordig dienst doet als trouwlocatie en als uitvaartlocatie. Daarnaast vinden er regelmatig concerten, tentoonstellingen en lezingen in het kerkje plaats. Een enkele keer gebruikt de Hervormde Gemeente van Warffum-Breede de kerk voor kerkdiensten. De Hervormde Gemeente heeft naast de kerk een kleine begraafplaats.
Borg
Aan de secundaire weg Warffum-Baflo staat De Breedenborg, een kasteel, dat na brand in de jaren '80 is herbouwd en voor representatieve doeleinden wordt gebruikt door een bekende bouwondernemer. 
33289 
374 Breedenbroek, Oude IJsselstreek, Gelderland  6.4692446000000245  51.8757895  Breedenbroek is een klein Nederlands dorpje in de Gelderse Achterhoek, nabij Dinxperlo. Het is gelegen op circa 3 km afstand van de Duitse grens, ter hoogte van Bocholt. Sinds de gemeentelijke herindeling van 1 januari 2005 valt Breedenbroek onder de gemeente Oude IJsselstreek.
Breedenbroek kent een rooms-katholieke kerk, de Sint-Petrus en Pauluskerk. Er wonen ongeveer 1000 mensen en het dorp heeft een eigen basisschool. Rondom het dorp liggen diverse landerijen met veel weilanden en akkerbouw. Ook ligt er een bos in de omgeving, het Anholtse Broek.
Van oudsher bestaat Breedenbroek uit twee delen: Groot-Breedenbroek en Klein-Breedenbroek, waarbij Klein-Breedenbroek onder andere de dorpskern omvat en Groot-Breedenbroek het buitengebied ten noordwesten van het dorp. Dit onderscheid stamt uit de tijd dat het gebied verdeeld was tussen twee heren, de heren van Anholt en de heren van Culemborg. De eerste heeft nog steeds veel eigendommen in Breedenbroek, zoals het bos.
Het dorp kent een aantal voorzieningen, zoals een café-restaurant, een autobedrijf en een meubelzaak. Verder is er een fabriek waar met name houten kozijnen en gevels gemaakt worden voor de projectbouw.
In het buitengebied staat een oude windmolen, De Kempermolen. 
150641 
375 Breskens, Zeeland  3.55694444444444  51.395  Breskens is een plaats met 4727 inwoners (200), aan de zuidkant van de monding van de Westerschelde, waar de rivier overgaat in de Noordzee. Het is onderdeel van de Nederlandse gemeente Sluis. Voor de gemeentelijke herindeling van 2003 behoorde het tot de gemeente Oostburg en voor 1970 was Breskens een zelfstandige gemeente. Sinds de opening van de Westerscheldetunnel in maart 2003 is de autoveerdienst met het aan de overzijde liggende Vlissingen afgeschaft, wel bestaat er nog een veerdienst voor fietsers en voetgangers.
Van oudsher is Breskens een vissersplaats en dat is het nog steeds.
Geschiedenis
Op de strategische plaats aan de mond van de Honte of Westerschelde hebben al eeuwenlang mensen gewoond. In 1480 wordt het oude dorp Breskens overstroomd, daarna herdijkt, waarna het in 1570 weer overstroomt. De geschiedenis van het moderne Breskens vangt aan in 1607, als het eerder overstroomde land weer in pacht wordt gegeven, en herdijkt wordt. Het dorp ontwikkelt zich langzaam en bestaat eeuwenlang hoofdzakelijk uit de huidige Dorpsstraat en een aantal zijstraten en omliggende hofsteden. Vanwege de strategische ligging aan de mond van de Schelde wordt door Napoleon en later ten tijde van de Belgische opstand langs de kust een aantal forten gebouwd. Aan het eind van de 19e eeuw verliezen deze hun militaire functie.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog worden in en rond het dorp door de Duitsers talloze bunkers en forten gebouwd, als onderdeel van de Atlantikwall. Op 11 september 1944 wordt het dorp getroffen door een geallieerd bombardement als onderdeel van Operation Switchback, gericht op het vrij maken van de Scheldemond. Ongeveer 200 mensen verliezen hierbij het leven en een veelvoud hiervan raakt gewond. De bevolking wordt daarna geëvacueerd. Tijdens het bombardement en gedurende de daaropvolgende hevige gevechten tot aan de verovering door de geallieerden op 21 oktober 1944 wordt een groot deel van de huizen vernietigd of beschadigd. Na de oorlog wordt het dorp herbouwd en keert de bevolking terug. Dankzij de sterk opgekomen visserij en het toerisme leeft Breskens weer op. 
35324 
376 Breugel, Son en Breugel, Noord-Brabant  5.51166666666667  51.5186111111111  Breugel is een dorp in de gemeente Son en Breugel. Breugel ligt aan de oostzijde van de Dommel.  32583 
377 Breukelen, Boxtel, Noord-Brabant  5.313780  51.589336  Breukelen (Noord-Brabant)is een vroegere buurtschap in de gemeente Boxtel en ligt nabij de splitsing van de spoorlijn Tilburg-Eindhoven en Den Bosch-Eindhoven. Straten in dit gebied zijn Tongerseweg, Breukelsestraat en de weg genaamd Tongeren.
De buurtschap is te vinden op de kaart van 1860 van deze website 
569 
378 Breukelen, Utrecht  4.99861111111111  52.1725  Breukelen is een dorp en gemeente in de Nederlandse provincie Utrecht bij het riviertje de Vecht en het Amsterdam-Rijnkanaal.
Geschiedenis
Waarschijnlijk was het gebied voor de jaartelling reeds bewoond. Breukelen werd in de 7e eeuw voor het eerst in geschriften genoemd, en heette toen Attingahem, wat verwees naar Atto, een leenheer van de toenmalige Friese koning. De prediker Bonifatius zou hier rond 720 een houten kerkje genaamd Sint Pieter, hebben gesticht. Daarna stonden er achtereenvolgens drie stenen kerkgebouwen. De oudste delen van het huidige stenen gebouw (koor en transept) dateren uit de 15de eeuw en zijn over de fundamenten van de tweede stenen kerk heen gebouwd. De familie van Atto bouwde een versterkt huis dat Breukelerhof heette. Deze naam ging later over op het dorp. In 953 kwam het gebied, dat intussen in handen van de Duitse koning was overgegaan, onder bestuur van de bisschop van Bisdom Utrecht.
In de 12e eeuw werd een tolbrug over de Vecht gelegd, die Breukelen-Nijenrode en Breukelen Sint Pieters met elkaar verbond. In de 16e en 17e eeuw werden langs de Vecht veel buitenplaatsen gebouwd, waaronder Boom en Bosch, destijds eigendom van Engel de Ruyter, zoon van Michiel de Ruyter, en tegenwoordig het gemeentehuis van Breukelen.
Brooklyn in New York ontleend zijn naam van Breukelen. 
35079 
379 Breukelen-Nijenrode, Utrecht  4.99861111111111  52.1725  Breukelen (Vroeger Breukelen-Nijenrode) is een dorp en gemeente in de Nederlandse provincie Utrecht bij het riviertje de Vecht en het Amsterdam-Rijnkanaal.
Algemeen
De gemeente telt inwoners (1 januari 2007, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 49,64 km² (waarvan 2,71 km² water). Het dorp Breukelen heeft 9590 inwoners (2004). De wijk Brooklyn van de Amerikaanse stad New York is naar Breukelen genoemd.
Geschiedenis
Waarschijnlijk was het gebied voor de jaartelling reeds bewoond. Breukelen werd in de 7e eeuw voor het eerst in geschriften genoemd, en heette toen Attingahem, wat verwees naar Atto, een leenheer van de toenmalige Friese koning. De prediker Bonifatius zou hier rond 720 een houten kerkje genaamd Sint Pieter, hebben gesticht. Daarna stonden er achtereenvolgens drie stenen kerkgebouwen. De oudste delen van het huidige stenen gebouw (koor en transept) dateren uit de 15de eeuw en zijn over de fundamenten van de tweede stenen kerk heen gebouwd. De familie van Atto bouwde een versterkt huis dat Breukelerhof heette. Deze naam ging later over op het dorp. In 953 kwam het gebied, dat intussen in handen van de Duitse koning was overgegaan, onder bestuur van de bisschop van Bisdom Utrecht.
In de 12e eeuw werd een tolbrug over de Vecht gelegd, die Breukelen-Nijenrode en Breukelen Sint Pieters met elkaar verbond. In de 16e en 17e eeuw werden langs de Vecht veel buitenplaatsen gebouwd, waaronder Boom en Bosch, destijds eigendom van Engel de Ruyter, zoon van Michiel de Ruyter, en tegenwoordig het gemeentehuis van Breukelen.
Kasteel Nijenrode is een Nederlands kasteel, gelegen bij Breukelen.
De naam Nijenrode betekent nieuw gerooide grond. Rond 1275 liet Gerard Splinter van Ruwiel hier een kasteel bouwen. Nadat het in 1673 was verwoest door Franse troepen, werd het kasteel in 1675 verkocht aan de Amsterdamse koopman jonkheer J. Ortt, die het weer liet opbouwen. Tot in het midden van de 19e eeuw was het in handen van de familie Ortt.
Van 1907 tot 1930 was het bezit van Michiel Onnes. Hij liet Nijenrode tot 1920 restaureren en uitbreiden. In 1930 werd het gekocht door de Amsterdamse joodse kunsthandelaar Jacques Goudstikker. Goudstikker gebruikte het kasteel als toonzaal voor zijn handelsvoorraad. Niet alleen mogelijke klanten werden op het kasteel uitgenodigd, Jacques Goudstikker stelde Nijenrode tevens open voor het publiek. Op deze wijze trachtte Goudstikker ook minder kapitaalkrachtigen in contact te brengen met kunst. Op en rond het kasteel organiseerde Jacques Goudstikker verschillende benefietconcerten en grote feesten voor de society. Zo heeft onder andere het Concertgebouworkest onder leiding van Willem Mengelberg in de tuin van Nijenrode opgetreden.
Jacques Goudstikker overleed op 16 mei 1940 aan boord van het schip S.S. Bodegraven, waarmee hij vanuit IJmuiden naar het Verenigd Koninkrijk vluchtte. In juli 1940 werd zijn kunsthandel door het personeel verkocht aan Hermann Göring en de in Nederland woonachtige Duitser Alois Miedl. Het onroerend goed van de kunsthandel, inclusief Kasteel Nijenrode, kwam in handen van Alois Miedl. Na de Tweede Wereldoorlog, heeft de weduwe van Jacques Goudstikker Kasteel Nijenrode teruggekocht van de Nederlandse Staat, die het kasteel na de bevrijding in beheer had. De weduwe Goudstikker heeft het kasteel uiteindelijk weer verkocht.
In 1946 vestigde de Stichting Nijenrode, Instituut voor Bedrijfskunde zich in het kasteel, dat in 1950 door de stichting werd gekocht. Sinds 1988 is het instituut bekend onder de naam Universiteit Nyenrode.
Het kasteel is niet toegankelijk voor publiek.
Nabij het kasteel bevonden zich een aantal huizen, maar de vroegere gemeente Breukelen 
743 
380 Breukelen-Sint Pieters, Utrecht  5.006011  52.174685  Breukelen-Sint Pieters ging op in Breukelen in 1949, Het lag hoofdzakelijk aan de oostzijde van de Vecht.  33161 
381 Breukeleveen, Utrecht  5.06916666666667  52.1780555555556  Breukeleveen is een buurtschap in de gemeente Wijdemeren, in de Nederlandse provincie Noord-Holland, met 260 inwoners (2004).
De buurtschap ligt aan een dijk die door het water loopt, tussen de Loosdrechtse Plassen en de Breukeleveensche of Stille Plas, tussen Nieuw-Loosdrecht en het Utrechtse Tienhoven. Tussen Breukeleveen en Nieuw-Loosdrecht liggen aan de dijk nog Muyeveld en Boomhoek. 
36226 
382 Breust, Eijsden, Limburg  5.71805555555556  50.7802777777778  Breust is een buurtschap in de Nederlands-Limburgse gemeente Eijsden. Tegenwoordig is Breust een wijk van Eijsden. De wijk/buurtschap ligt ten noordoosten van Eijsden.
In 2002 woonden er 266 mensen in Breust. De buurtschap was in het jaar 1822 nog twee keer zo groot als Eijsden. 
32743 
383 Briltil, Zuidhorn, Groningen  6.38980507850647  53.242613192303715  De Briltil is een brug (til) over het Hoendiep, even ten westen van Zuidhorn in de provincie Groningen. De brug is genoemd naar de streek de Bril ten noordwesten van de brug.
In de loop van de tijd is er een dorpje ontstaan dat dezelfde naam kreeg. Het dorp Zuidhorn is door sterke groei vanaf de jaren '70 in de vorige eeuw tegen Briltil aangegroeid waardoor er geen scheiding meer is tussen de dorpen Briltil en Zuidhorn. Briltil werd echter geen wijk, maar behield zijn eigen naam (en plaatsnaamborden). Briltil telde 442 inwoners op 1 januari 2008. In 2002 vierde Briltil het 400-jarig bestaan.
Briltil wordt doorsneden door het Hoendiep, dat tot de dertiger jaren van de 20e eeuw de hoofdvaarroute van de stad Groningen naar Friesland was. Hierdoor ontstond bedrijvigheid. Een aantal molens, een scheepswerf en later een belangrijke melkfabriek waren het resultaat. Met het graven van het nieuwe Van Starkenborghkanaal was het Hoendiep niet meer van belang en nam ook de bedrijvigheid in het dorp af. Als laatste is de melkfabriek in 2003 gesloopt en moest plaats maken voor nieuwbouw. Inmiddels heeft de beroepsvaart plaats gemaakt voor de pleziervaart. Deze kan terecht in de jachthaven van Briltil. Verder is het oude Veerhuis in gebruik als steakhouse/dorpshuis.
Bril betekent overigens: drassig land. 
63921 
384 Britsum, Leeuwarderadeel, Friesland  5.78444444444444  53.2522222222222  Britsum is een dorp in de gemeente Leeuwarderadeel, provincie Friesland (Nederland), en telt ongeveer 1100 inwoners. Britsum is een oud terpdorp langs de oostzijde van de vroegere Middelzee.
Op de hoge terp staat het eeuwenoude kerkje van Britsum. Vanaf het kerkhof heeft men uitzicht over de omgeving. Volgens de Monumentenlijst is de kerk omstreeks 700 jaar geleden gebouwd. Het meest bijzondere in de kerk zijn die muurschilderingen in de absis, die in 1989 werden herontdekt. 
34500 
385 Britswerd, Baarderadeel, Friesland  5.675598  53.112459  Britswerd (officieel, Fries: Britswert) is een dorp in de provincie Friesland (Nederland) met ongeveer 120 inwoners; het dorp is onderdeel van de gemeente Littenseradeel.  33126 
386 Broek, Doniawerstal, Friesland  5.777864456176758  52.98296859934474  Broek (Fries: De Broek) is een dorp in de gemeente Scharsterland, in de Nederlandse provincie Friesland. Het ligt iets ten noordwesten van Joure en kent zo'n 230 inwoners.
In de vorm van Broek is nog duidelijk te zien dat de oorspronkelijke verbindingen over het water gingen. Het dorp lag vroeger helemaal langs de Scheensloot en het wordt ook nog doorsneden door de Zijlroede, die het opsplitst in Broek-Noord en Broek-Zuid. De twee gedeelten hebben zelfs geen directe verbinding over land; de route over de weg van het ene naar het andere deel voert via Joure.
Broek is waarschijnlijk rond het jaar 1250 gesticht, waarschijnlijk door mensen uit de omgeving van Sneek. Er is zelfs wel gesuggereerd dat de kolonie werd opgezet om de groei van Joure in de richting van Sneek te beperken. De Scheensloot waarlangs de kolonisten zich vestigden is van oorsprong een veenstroompje, maar werd door de bewoners uitgediept tot een vaart. Het dorp ligt aan beide zijden langs deze vaart, waardoor het langgerekt is en zeker niet in een rechte lijn ligt.
Broek kent weinig nieuwbouw in de stijl van na de Tweede Wereldoorlog. In het noordelijke gedeelte staat een kleine kerk met een klokkenstoel.
Aan de noordzijde van het dorp staat aan de Scheensloot een Amerikaanse windmotor van het zeldzame type Van der Laan, die oorspronkelijk uit 1915 dateert.
Halverwege de jaren negentig verzette het dorp, met name Broek-Zuid, zich tegen uitbreidingsplannen van Joure. De gehanteerde slogan luidde: Wij gaan over de rooie als Joure met Broek gaat klooien. Als gevolg van de protesten werd de uitbreiding niet uitgevoerd. 
64890 
387 Broek, Eenrum, Groningen  6.424055  53.393961  Broek is een gehucht in de gemeente De Marne in de provincie Groningen, Nederland. Broek is gelegen aan de weg van Eenrum naar Kloosterburen. Vanuit Broek loopt ook een weg naar Pieterburen.
Broek is de naamgever van het kanaal het Broekstermaar, waarover de brug (of til) de Broekstertil is gelegen. Op oude kaarten komt de naam incidenteel ook voor als Lutjebroek (lutje = klein).
De plaatsnaam Broek duidt op malse weiden. Dit zijn vruchtbare gronden op de aanslibbingsgronden langs waterlopen. 
35614 
388 Broekhem, Houthem, Limburg  5.82416666666667  50.8702777777778  Broekhem (Limburgs: Brokem) is een kerkdorp, gelegen in de Limburgse gemeente Valkenburg aan de Geul. Het dorp wordt doorsneden door de spoorlijn van Maastricht naar Heerlen. De oudste kern bevindt zich ten zuiden van deze spoorlijn.
Geschiedenis
In 1391 wordt Broekhem voor het eerst in de geschriften vermeld. Lange tijd valt het gebied onder de gemeente Houthem, totdat deze in 1940 fuseert met de (vroegere) gemeente Valkenburg. Van de oorspronkelijke bebouwing zijn nog slechts enkele gebouwen over. Het belangrijkste monument in deze kern is het aan Sint Jozef toegewijde katholieke kerkgebouw, dat stamt uit het begin van de jaren dertig. Het is ontworpen door architect Alphons Boosten en is bijzonder door de glas-in-loodramen van plaatselijke kunstenaars als Henri Jonas en Charles Eyck. Langs de doorgaande weg naar Valkenburg liggen diverse grote villa's.
In het gedeelte ten noorden van de spoorlijn bevinden zich vooral in de jaren vijftig gebouwde rijtjeswoningen, bekend als de Bloemenbuurt. Hier ligt ook het grote complex van de orde der Jezuieten, het voormalige Ignatiuscollege. Het werd aan het begin van de twintigste eeuw gerealiseerd voor uit Duitsland afkomstige jezuieten, die er een groot opleidingscentrum begonnen. In het complex bevonden zich eertijds een sterrenobservatorium, een grote bibliotheek en tal van verblijfscellen voor de paters. De Jezuieten werden gedurende de Tweede Wereldoorlog verdreven ten faveure van de SS, die een onderwijsinstituut vestigde in het gebouw. Na de oorlog werd het klooster betrokken door de zusters Franciscanessen van de Heilige Jozef en werd het gebruikt als bejaardentehuis. Daarna zetelde er de stichting transcendente meditatie. 
39685 
389 Broekhuizen, Limburg  6.16333333333333  51.4852777777778  Broekhuizen is een dorp dat circa 10 kilometer ten noorden van Venlo op de westoever van de rivier de Maas ligt. Het ruim 600 inwoners tellende dorp met 236 gebouwen is per 1 januari 2001 opgegaan in de gemeente Horst aan de Maas. Voor die tijd vormde het een zelfstandige en gelijknamige gemeente van ruim 2000 inwoners tesamen met de dorpen Broekhuizenvorst, Stokt en Ooijen, met het gemeentehuis in Broekhuizenvorst.
Geschiedenis
* De schepenbank Broekhuizen zelf bestond in ieder geval vanaf 2 maart 1461 en de heer van het dorp (Willem van Broeckhuysen) wordt in 1402 genoemd wanneer hij zijn eigen heerlijkheid voor het eerst in leen opdraagt aan de Hertog van Gelre. De naam komt echter al in 1228 als familienaam voor (ridder Seger van Broeckhuysen) en het duidt erop dat het dorp toen al bestond onder die naam. Het dorp lag in Opper-Gelre en maakte deel uit van het ambt Kessel, dat de Hertog van Gelre -en later de Spaanse Koning als zijn opvolger vanaf 1543- toebehoorde. Toen het Spaanse koningshuis uitstierf, volgde de Spaanse Successieoorlog die er toe leidde dat ook Broekhuizen door de Pruisen werd bezet en formeel in 1713 Pruisisch werd. Daarnaast kocht de Pruisische Koning de heerlijkheid (en het kasteel) in 1744 ook nog. Dit bleef zo totdat de Fransen in 1794 Pruisisch Gelder definitief veroverden. In 1798 werden de heerlijke rechten en schepenbanken door de Fransen afgeschaft en vervangen door andere bestuursvormen. Bij de totstandkoming van het Koninkrijk der Nederlanden (2 december 1813) werd Broekhuizen hiervan onderdeel. Bij de Belgische onafhankelijkheiddstrijd (1830) koos dit gebied echter voor aansluiting met België en kwam het via het vredesverdrag van London in 1839 bij de Duitse Bond, waar in 1866 uit werd gestapt. Sinds die tijd is Broekhuizen definitief in Nederland gelegen.
* De archieven van de Doop- Trouw- (vanaf 1636) en Overlijdensregisters (vanaf 1651) alsmede die van de schepenbank bevinden zich in het Rijksarchief Maastricht. 
33083 
390 Broekhuizenvorst, Broekhuizen, Limburg  6.15888888888889  51.4941666666667  Broekhuizenvorst is een dorp van circa 1500 inwoners in de Noord-Limburgse gemeente Horst aan de Maas. Het dorp ligt langs de Maas ongeveer 12 km boven Venlo.
Geschiedenis
Het dorp lag in Opper-Gelre en maakte deel uit van het ambt Kessel, dat de Hertog van Gelre -en later de Spaanse Koning als zijn opvolger vanaf 1543- toebehoorde. De heerlijkheid zelf vormde vroeger (met zekerheid vanaf 1424) bestuurlijk één geheel met Swolgen en had een gezamenlijke schepenbank die onder voorzittersschap stond van de ambtman van Kessel. De Spaanse koning die tevens de heerlijkheid hier bezat, verkocht deze in 1655 wegens geldproblemen aan de Staten van Gelre, die het op hun beurt weer verkochten aan Francois Guillaume de Fleming in 1673; zijn zoon verkocht die van Broekhuizenvorst in 1727 aan Hendrik Ignatius Schenk van Nydeggen. In 1771 werd de schepenbank met Ooijen samengevoegd (waar het kerkelijk ook al één geheel mee vormde). Toen het Spaanse koningshuis uitstierf, volgde de Spaanse Successieoorlog die er toe leidde dat ook Broekhuizenvorst door de Pruisen werd bezet en formeel in 1713 Pruisisch werd. Dit bleef zo totdat de Fransen in 1794 Pruisisch Gelder definitief veroverden. In 1798 werden de heerlijke rechten en schepenbanken door de Fransen afgeschaft en vervangen door andere bestuursvormen. Bij de totstandkoming van het Koninkrijk der Nederlanden (1814) werd Broekhuizenvorst hiervan onderdeel. Bij de Belgische onafhankelijkheiddstrijd (1830) koos dit gebied echter voor aansluiting met België en kwam het bij het vredesverdrag van London in 1839 bij de Duitse Bond, waar in 1866 uit werd gestapt. Sinds die tijd is Broekhuizenvorst definitief in Nederland gelegen. 
35923 
391 Broekland, Apeldoorn, Gelderland  6.017718315124512  52.25622722317204  Beemte-Broekland is een gehucht gelegen in de gemeente Apeldoorn, in de Nederlandse provincie Gelderland, ten noorden van Apeldoorn. Beemte-Broekland ligt ten oosten van het Apeldoorns kanaal en loopt vanaf Kanaal Noord tot aan de grenzen met de gemeenten Epe (in het noorden) en Voorst (in het oosten) en tot aan de Deventerstraat in het zuiden. De snelweg A50 loopt door Beemte-Broekland heen.
Beemte-Broekland ligt gemiddeld 7 meter boven NAP. Er zijn veel afvoersloten en kanalen te vinden, wat het tot een waterrijk gebied maakt. Verder is het gebied agrarisch en is er veel veeteelt en akkerbouw. Ook bevindt er zich in Beemte-Broekland een vogelbroedgebied. Dit is te vinden in het Wolvenbos.
Elk jaar is er een groot feest in Beemte-Broekland dat bekendstaat als het Oranjefeest. Dit vindt altijd plaats in het tweede weekend van augustus.
https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Beemte-Broekland&oldid=40967995 
149241 
392 Broekland, Raalte, Overijssel  6.2  52.3616666666667  Broekland is een kerkdorp in de gemeente Raalte, gelegen in de provincie Overijssel. Broekland telt ruim 1200 inwoners en ligt in de streek Salland, tussen Raalte en Wijhe en Olst.
Broekland heeft een aantal voorzieningen zoals een bibliotheek, een bank en sporthal. In het centrum van het dorp ligt de Marcellinuskerk, een café en diverse winkels, waaronder een supermarkt. Iedere dinsdag is er in het centrum van Broekland op het Bouwhuisplein een kleine markt. In het voorjaar van 2005 is het centrum van het dorp vernieuwd. Zo is de van Dongenstraat opnieuw ingericht, en heeft de kerk met haar oude karakteristieke eiken voor de kerk nu een eigentijdse uitstraling gekregen. 
35855 
393 Broeksittard, Limburg  5.89194444444444  51.0030555555556  Broeksittard (Limburgs: Broukzittert) is een kerkdorp met ongeveer 1700 inwoners in de Nederlandse provincie Limburg, gelegen ten oosten van de stad Sittard, waarmee het anno 2006 volledig is aaneengegroeid. Samen behoren zij tot de gemeente Sittard-Geleen. Het dorp ligt tegen de Duitse grens.
Geschiedenis en karakteristiek
Broeksittard wordt voor het eerst officieel vermeld als Bruchsitert in een document uit het jaar 1144. Het dorp is ontstaan in de vroege middeleeuwen bij een gebied dat zeer geschikt was om vee te houden. Bestuurlijk valt de plaats van oudsher onder Sittard. Met Sittard maakte het deel uit van het Gulikse gebied. Broeksittard is van 1817 tot 1942 een zelfstandige gemeente geweest. Op 30 september 1942 werd de gemeente Broeksittard (met toen 992 inwoners) door de Duitse bezetter opgeheven en weer volledig bij Sittard gevoegd.
Na de Tweede Wereldoorlog groeide Sittard steeds meer in oostelijke richting en maakte het tot dan toe agrarische gebied plaats voor woonwijken. Broeksittard wordt nu begrensd door de naoorlogse wijken Stadbroek en Vrangendael en door de recentere wijken Europapark en Kempehof. Hoewel het dorp nog steeds eigen plaatsnaamborden heeft wordt Broeksittard zelf formeel ook gezien als een woonwijk van Sittard. Het dorpse karakter van Broeksittard is nochtans goed in stand gehouden, met name in het oudste deel. Alleen aan de Duitse zijde ligt nog open gebied, het dal van de Roode Beek. Een kilometer verder ligt de plaats Tüddern (in het Nederlands nog vaak Tudderen genoemd). 
32717 
394 Broeksterhamrik, Slochteren, Groningen  6.776540  53.233107  Henrica Bruntsema, weduwe Theodori, verkoopt aan Haiko Vinkers en Andijna de Jonge haar eigendomlijke heerd land te Schildwolde, grotendeels door Barelt Arents en deselvs moeder Jantjen Willems te voren gebruikt. Bestaande in 18 akkeren lands onder de behuisinge die er op staat beklemt. Ten noorden het Schildmeer, ten oosten de heer Wijchel, ten zuiden de Zijpe, ten westen Joannes Henriks en andere landen daar tegen anlopende. Bovendien nog 3 kampen over de Zijpe onder Broeksterhamrik groot 12 à 13 deimt de kampen liggen tegen elkaar, zijnde de kerk van Noordbroek eigenaar. Nog vierde halv deimt liggende over de Pawing an de Monnike slood, ook onder de behuisinge beklemt. Tevens worden verkocht een bank in de kerk en een begraafplaats op het kerkhof. Koopsom ƒ 4000.  36715 
395 Broeksterwoude, Dantumadeel, Friesland  5.997591018676758  53.27453716261033  Broeksterwoude (Fries: Broeksterwâld) is een dorp in de gemeente Dantumadeel, provincie Friesland (Nederland). Er wonen 1276 mensen. Broeksterwoude werd in 1964 een zelfstandig dorp, daarvoor was het een buurtschap onder het voormalige dorp Akkerwoude onder de naam Broek onder Akkerwoude en/of Akkerwoudsterbroek.
Landschap en bodem
Het dorp is gebouwd op af- en uitgeveende grond. "Broek" betekent "moerassig land". Het hele gebied tussen de voormalige dorpen Akkerwoude, Murmerwoude en Dantumawoude stond vroeger bekend als "(De) Broek". Thans zijn er westelijk van Broeksterwoude, richting Veenwouden, nog steeds veenlandschappen aan te treffen, denk daarbij aan Het Buitenveld. Naarmate men oostelijker van Broeksterwoude komt, verandert het landschap steeds meer in zandgronden, denk daarbij aan De Zandhorst nabij Driesum. Het dorp ligt op de grens van de Dokkumer Wouden.
Begraafplaats
De begraafplaats van Broeksterwoude ligt op leemgrond. Hierdoor kan er onvoldoende zuurstof bij de lijken komen, waardoor deze niet vergaan. Dit verschijnsel wordt adipocire genoemd.
Voorzieningen
Vandaag de dag beschikt Broeksterwoude over een basisschool, twee kerkgebouwen, een dorpshuis, diverse andere kleinere voorzieningen en relatief veel zelfstandig ondernemers. Ondanks dat is het dorp voor vele zaken aangewezen op plaatsen als Damwoude of Dokkum.
Even ten westen van het dorp staat de Broekmolen, een uit 1876 daterende poldermolen. 
64235 
396 Bronckhorst, Gelderland  6.179215  52.076073  Bronckhorst (Geluidsfragment uitspraak (info / uitleg)) is een gemeente in de Achterhoek in de Nederlandse provincie Gelderland. Het behoort qua oppervlakte tot de 12 grootste gemeenten van Nederland.
De gemeente is in 2005 ontstaan door een gemeentelijke herindeling: de gemeenten Hengelo (Gelderland), Hummelo en Keppel, Steenderen, Vorden en Zelhem fuseerden tot één gemeente met 36.638 inwoners (per 31 maart 2015, bron: CBS). Bij het kiezen van een naam voor de nieuw gevormde gemeente viel de keuze op Bronkhorst, echter met toevoeging van de letter "C". De naam Bronckhorst is ontleend aan het middeleeuwse roemruchte geslacht Van Bronckhorst. De voorburcht van het kasteel Bronckhorst groeide uit tot een kleine nederzetting met de naam Bronkhorst.
In 2010, vijf jaar na de herindeling, heeft de gemeente Bronckhorst een nieuw gemeentehuis in gebruik genomen. Het werd dat jaar door Agentschap NL als het meest energiezuinige gemeentehuis van Nederland aangemerkt, en heeft 20 miljoen euro gekost. Het gebouw is gevestigd in het dorp Hengelo, dat centraal ligt binnen de gemeente.
Bronkhorst (Nedersaksisch: Bronkhors) is een stadje gelegen aan de IJssel in de gemeente Bronckhorst in de Nederlandse provincie Gelderland. De gemeente is vernoemd naar dit stadje. Hoewel het maar een gering aantal huizen en niet meer dan 150 inwoners telt, heeft het in 1482 stadsrechten verkregen. Het profileert zich toeristisch als de kleinste stad van Nederland, hoewel Staverden (gem. Ermelo, +/- 50 inwoners) en Sint Anna ter Muiden (voormalige Hanzestad, nu gemeente Sluis, +/- 100 inwoners) minder inwoners tellen.
Heren van Bronckhorst
Het stadje is ontstaan als versterkte boerennederzetting bij het voormalige kasteel Bronkhorst, wat het stamslot van de familie Van Bronckhorst was, die een grote rol in de middeleeuwen hebben gespeeld. Van het kasteel is de heuvel bewaard en zijn kleine restanten te zien. Bronkhorst verkreeg in 1492 stadsrechten. Door een stadsbrand in 1633 zijn alle middeleeuwse huizen verwoest; Bronkhorst heeft daarentegen enkele goed gerestaureerde stadsboerderijen. In een authentieke stadsboerderij is sinds 1988 een Dickens Museum gevestigd dat ook een eigen theater kent. Het Trekvogelpad, LAW2, loopt langs Bronkhorst, evenals het Graafschappad. 
66481 
397 Brongerga, Schoterland, Friesland  5.977828502655029  52.95229790350593  Brongerga (Fries: Brongergea) is een buurtschap in het Parkgebied Oranjewoud in de gemeente Heerenveen.
Brongerga was een kleine boerengemeenschap en een kerkdorp (14e – 16e eeuw). Het gebied strekte zich uit van De Knijpe aan de Schoterlandse Compagnonsvaart tot aan het riviertje de Tjonger.
Door Brongerga loopt de weg Marijkemuoiwei. Er staan een aantal woningen en boerderijen. Op de begraafplaats staat één van de klokkenstoelen in Friesland en er bevinden zich de grafkelders van de families van Limburg Stirum en De Blocq van Scheltinga.
Ook is hier het fietspad De Fuotpaden waar zich een grondwatermeter bevindt en staat er in de buurt op de 'Berg van Brongerga' de Belvédère, vanwaar men een mooi uitzicht heeft over Brongerga en verre omgeving. 
66661 
398 Bronneger, Borger, Drenthe  6.81527777777778  52.9472222222222  Bronneger is een klein dorp in de gemeente Borger-Odoorn, provincie Drenthe (Nederland). Het ligt ongeveer 18 kilometer ten oosten van Assen.
Bronneger is een dochternederzetting van Drouwen. De betekenis is: heem van de lieden van de persoon Bruno. Om verwarring met Borger te voorkomen is
volgens W. de Vries (1955) Bronger gewijzigd in Bronneger." (Zie ook oude kaart)Wanneer dit gebeurde is onduidelijk.
Ligging
Bronneger is een esdorp, dat waarschijnlijk in de 13e of 14e eeuw als satellietdorp van Drouwen is ontstaan aan de rand van het beekdal van het Voorste Diep, door de vestiging van een boerenfamilie uit Drouwen die daar onvoldoende bestaansmogelijkheden had. Het dorp wordt in 1381 voor het eerst genoemd.
Bronneger behoorde vroeger tot de marke van Drouwen.
Bronneger ligt vlakbij Borger op de oostflank van de Hondsrug. Het landschap rond Bronneger is licht glooiend en heel afwisselend.
Een vijftal hunebedden en het natuurreservaat het Drouwenerzand bevinden zich op loopafstand.
Grootte
Bronneger telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2007 108 inwoners (54 mannen en 54 vrouwen).
Het Voorste Diep
Het Voorste Diep en en Achterste Diep zijn beide voorriviertjes van de Hunze. In de omgeving van Bronneger zijn bij het Voorste Diep de restanten van een watermolen gevonden, die door archeologen gedateerd wordt uit de 11e of de 12e eeuw.
Kanaal Buinen-Schoonoord
Een deel van het Voorste Diep is aan het eind van de jaren twintig van de vorige eeuw gekanaliseerd en werd daarmee onderdeel van het kanaal Buinen-Schoonoord. De aanleg van dit kanaal was een kostbare zaak omdat door het hoogteverschil er in een betrekkelijk kort kanaal vijf sluizen moesten worden aangelegd. De aanleg van dit kanaal was in die tijd een werkverschaffingsproject.
De foto van het Voorste Diep bij Bronneger toont een gedeelte van het niet gekanaliseerde deel vlak na de waterinlaat uit het kanaal.
Noordooster-Lokaalspoorweg
Bij Bronneger bevond zich ook het station "Drouwen" van de Noordooster-Lokaalspoorweg. Deze spoorweg werd in 1905 aangelegd als onderdeel van het traject Emmen-Stadskanaal. In 1938 werd de personenlijn op dit traject opgeheven. Het stationsgebouw werd in de jaren erna afgebroken. Het goederenvervoer over deze lijn heeft nog tot 1964 plaatsgevonden. Nu herinneren alleen de naam 'Spoorstraat' in Bronneger en de restanten van de oude spoorbrug nog aan deze spoorlijn.
Hunebedden
In de omgeving van Bronneger bevinden zich een vijftal hunebedden aan de Steenakkersweg. De archeoloog professor Albert Egges van Giffen heeft onderzoek gedaan naar deze hunebedden. 
32609 
399 Bronnegerveen, Borger, Drenthe  6.837495  52.953723  Borger-Odoorn is een gemeente in het oosten van de provincie Drenthe (Nederland). De gemeente telt 26.313 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 278 km².
Overige officiële kernen:
* Bronnegerveen 
33180 
400 Bronnerveen, Gieten, Drenthe  6.837436  52.960456  Verder geen gegevens bekend  36670 
401 Brouwershaven, Zeeland  3.91222222222222  51.725  Brouwershaven een deel van de Nederlandse gemeente Schouwen-Duiveland, in de provincie Zeeland, aan het Brouwershavense Gat en de Grevelingen. Tot 1 jan. 1997 was Brouwershaven een zelfstandige gemeente. Brouwershaven ontstond in de dertiende eeuw, het is ca. 1285 gesticht en in 1477 al als stad aangeduid.Het stadje ontstond toen er nog vier eilanden bestonden: Schouwen, Bommenede, Dreischor en Duiveland. Deze vier eilanden waren gescheiden door de Gouwe. Aan de zuidzijde van de Gouwe was Zierikzee ontstaan, aan de noordzijde zag de adel verdere mogelijkheden en hier ontstond Brouwershaven. Uit eindelijk zijn door aanslibbing deze eilanden samengegroeid. Door de eeuwen is de naam Schouwen-Duiveland ontstaan voor wat eens 'Scouden' en 'Duvelant' heette.
De geschiedenis van Brouwershaven is er één van verbondenheid met het water. Visvangst en de vangst van schelpdieren waren een belangrijke inkomstenbron. Maar ook de handel. Wijn en bier (sommige historici beweren dat met name aan de overslag van Delfts bier Brouwershaven zijn naam ontleende), hout en steen, wol en vlas, rapen en bieten: een keur van aardse zaken doet de stad groeien. Lange tijd wordt ook in de omgeving van Brouwershaven de bovenlaag van de grond verwijderd om het onderliggende veen met een zeer hoog zoutgehalte bloot te leggen. Darinckdelven noemt men het. Via een proces van verbranden van het veen en het koken van de as (zieden) wint men het kostbaarste uit die tijd: het zout. En als het darickdelven verboden wordt, haalt men het zout uit warme streken waar de zon zeewater kan verdampen. Uit Portugal bijvoorbeeld. Dat zout wordt voor een flink deel doorgevoerd naar de havens aan de Oostzee, waar weer hout en andere producten worden ingekocht.
Brouwershaven wordt zo belangrijk dat Johanna van Beieren de havenstad zelfs stadsrechten verleent. Maar een plaats in de Staten van Zeeland zal Brouwershaven niet krijgen en daarom blijft het tot op de dag van vandaag: een smalstad.
Tot in de negentiende eeuw biedt Brouwershaven economisch gezien een wisselend beeld. Brouwershaven beleefde vooral gedurende de 17de eeuw een bloeiperiode als vissershaven. Tijden van voor- en tegenspoed wisselen elkaar af en... Brouwershaven heeft één gebrek: de weg van de eigenlijke haven naar de Grevelingen (het kanaal dat beide verbindt is eigenlijk een uitvloeisel van de al spoedig dichtgeslibde Gouwe) is lang en smal. De schepen worden groter het smalle kanaal weerhoudt deze grotere handelsschepen om de haven binnen te varen en Brouwershaven gaat maritiem achter lopen.
Tóch komt er nog een opleving als in de XIXe eeuw de Brielse Maas en het Goereese Gat verzanden. Rotterdam dreigt onbereikbaar te worden voor zeeschepen en daarom verschijnen er steeds meer hoge masten op de rede van Brouwershaven. De Rijksoverheid bouwt dan ook een groot kantoor voor het loodswezen en voor de belastingdienst en ook een aanzienlijke werkplaats voor tonnen die de vaarweg bebakenen. De eerste telegraafverbinding in Nederland is die van Brouwershaven naar Rotterdam. Na het graven van de Nieuwe Waterweg (1872) verdween de functie van overslaghaven voor Rotterdam. Brouwershaven glijdt terug in de vergetelheid.
Pas na de watersnood van 1953 komt de smalstad opnieuw tot leven door de aanleg van prestigieuze jachthavens en stimulering van het toerisme, beide nu dé economische dragers van Brouwershaven. Er is in Brouwershaven een hotel, er zijn zeven restaurants, twee campings en voldoende gratis parkeergelegenheid. 
35624 
402 Brouwerswijk, Dalen, Drenthe  6.656019687652588  52.69494359915674  Brouwerswijk is een veenwijk en straat ten westen en ten oosten van het dorp Nieuwlande (gemeente Hoogeveen) en vormde vroeger de wijk (als kanaal) één geheel met het kanaal in de gemeente Coevorden (tot 1998 in de gemeente Dalen) tussen de wegen Splitting en Wittenberg; doorsnijdt twee keer de weg ('t) Woeste boven Dalerpeel.
Van de 19e eeuwse buurt is anno 2013 weinig meer te vinden. 
132888 
403 Bruchem, Kerkwijk, Gelderland  5.236358642578125  51.78515247023374  Kerkwijk is voormalige heerlijkheid en een plaats in de gemeente Zaltbommel, in de Nederlandse provincie Gelderland. Kerkwijk telt 610 inwoners (per 1 januari 2013).

Kerkwijk is gebouwd op een stroomrug die door het midden van de Bommelerwaard loopt en waarop ook Bruchem en Delwijnen zijn gelegen. Deze rug is ontstaan langs het riviertje de Alm, dat in de Bommelerwaard voor 1200 verzandde. Haaks op deze stroomrug wordt Kerkwijk doorsneden door de N832.
De heerlijkheid was vroeger met die van Bruchem in dezelfde handen, namelijk van de familie De Cock (al in 1294). In 1610 werden ze weer gesplitst. Vanaf 1764 is de heerlijkheid in handen van de familie Lenshoek.
De hervormde kerk dateert uit de 11e eeuw, met romaans schip, laat-romaanse toren en gotisch koor uit de 15e eeuw. In de 17e eeuw is deze kerk verbouwd. Van bijzonder belang is het houten gewelf met schilderingen uit de 15e eeuw.
http://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Kerkwijk&oldid=35478453 
134043 
404 Brucht, Ambt Hardenberg, Overijssel  6.6103363037109375  52.5501866903806  Brucht is een buurtschap behorend tot de gemeente Hardenberg in de provincie Overijssel. Het ligt ten zuiden van Hardenberg en de Overijsselse Vecht. Brucht had in het begin van de 20ste eeuw een eigen stopplaats aan de spoorlijn Zwolle - Stadskanaal  86556 
405 Bruchterveld, Hardenberg, Overijssel  6.662049293518066  52.53084314728766  Bruchterveld is een Nederlands dorp met ca. 1200 inwoners, landelijk gelegen in de Overijsselse gemeente Hardenberg. Het ligt ten oosten van het Overijsels Kanaal Almelo-De Haandrik, ongeveer tussen de buurtschap Hoogenweg en Kloosterhaar. Bruchterveld grenst ten oosten aan een uitloper van het Bentheimer Wald, tevens de Duitse grens.
Veen
Het Bruchterveld is een in het begin van de 20e eeuw ontgonnen heideveld, waarvan sommige veenrestanten hier en daar nog aanwezig zijn. Als ongerept stukje natuur ligt er het "Nieuwe Veen" bestaande uit een tien hectare voedselrijk moerasgebied. Door de hoge waterstand en het gebrek aan paden is het vrijwel ontoegankelijk.
Bekende Bruchterveldenaren
Riet en Truus Spijkers, tweeling, geboren in 1970, afgestudeerd in de jaren '90 aan de modeafdeling van ArtEZ Art & Design Arnhem. Vanaf 1996 presenteren zij zich als 'Spijkers en Spijkers', een spraakmakend ontwerpduo. 
81467 
406 Bruinisse, Zeeland  4.09333333333333  51.6602777777778  Bruinisse (Zeeuws Bru) is een dorp in het uiterste oosten van de Zeeuwse gemeente Schouwen-Duiveland. Op 31 december 2003 had de kern 3980 inwoners.
Het dorp is bekend als een zeer geïsoleerde gemeenschap, vergelijkbaar met Arnemuiden op Walcheren. In dit dorp wonen relatief veel jonge kinderen. De voornaamste bron van inkomsten is de mosselvisserij; op de dijk aan de Grevelingen staat een "standbeeld" van een geopende mossel. De kern van het dorp is ringvormig. Sinds de komst van de Grevelingendam naar Goeree-Overflakkee ligt het dorp aan de rijksweg naar Rotterdam; de buslijn Vlissingen-Rotterdam heeft hier een stop.
De schorren aan de oostpunt van Duiveland werden in 1468 bedijkt. Het op die plek gestichte dorp werd Oost-Duiveland of Bruinisse genoemd, naar analogie van vele al bestaande plaatsen op -nisse en -nesse (vooral op Tholen).
Tot 1997 was Bruinisse een zelfstandige gemeente. 
36535 
407 Brummen, Gelderland  6.156806945800781  52.08878881724933  Brummen is een plaats en gemeente in de Nederlandse provincie Gelderland. De gemeente telt 21.227 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 85,05 km² (waarvan 1.03 km² water).
Geschiedenis
Het gebied van de gemeente Brummen kent al ruim 2000 jaar bewoners, maar over die oudste geschiedenis is weinig bekend. De naam "Brummen" duikt voor het eerst op op een akte waarin een aantal landerijen geschonken worden van graaf Wrachari aan Liudger. In die akte wordt gesproken van "Brimnum", in 794. Dit jaartal wordt gehanteerd als de ontstaansdatum van de gemeente, zodoende was 1994 een feestjaar waarin het 1200 jarig bestaan groots gevierd werd. In 1865 kwam de spoorwegverbinding gereed, tot die tijd deden postwagens en diligences regelmatig Brummen aan, via de weg van Arnhem naar Zutphen. Voor 1800 was Brummen de hoofplaats van het Veluwse ambt Brummen, dat bestond uit de kerspels Brummen en Hall.
Overige kernen
Broek, Cortenoever, Eerbeek, Empe, Hall, Leuvenheim, Oeken, Tonden en Voorstonden.
In Brummen bevinden zich de twee grootste mammoetbomen van Nederland 
34050 
408 Brunssum, Limburg  5.97  50.9491666666667  Brunssum (Limburgs: Broensem) is een plaats en gemeente in het zuidoosten van Nederlands Limburg. De gemeente telt 29.583 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 17,30 km².
Brunssum maakt deel uit van het bestuurlijke samenwerkingsverband Parkstad Limburg. 
32761 
409 Brunsting, Beilen, Drenthe  6.5  52.8666666666667  Brunsting (buurtschap in de gemeente Midden-Drenthe)  36287 
410 Bruntinge, Westerbork, Drenthe  6.58333333333333  52.8166666666667  Bruntinge (buurtschap in de gemeente Midden-Drenthe)  1404 
411 Buchten, Born, Limburg  5.811558  51.040424  Buchten (Limburgs: Buchte) is een dorp in de gemeente Sittard-Geleen in de Nederlandse provincie Limburg. Op 1 januari 2004 woonden er 2177 mensen (bron: CBS). Buchten ligt aan het Julianakanaal, waaraan het een binnenhaven heeft. Tot 2001 hoorde Buchten bij de gemeente Born, die is opgegaan in de gemeente Sittard-Geleen.
De betekenis van de naam Buchten zou "heem in een bocht" zijn. De eerste vermelding van de plaats dateert uit de elfde eeuw; het dorp werd toen Butines genoemd. De kerk van Buchten is gewijd aan de de heilige Catharina en werd ontworpen door Frits Peutz.
In Buchten werd Settela Steinbach geboren, een Sinti-meisje dat vergast werd in Auschwitz en van filmbeelden bekend werd als het "Joodse" meisje dat uit het raam hangt als deze uit Kamp Westerbork vertrekt. 
37970 
412 Budel, Cranendonck, Noord-Brabant  5.57444444444444  51.2725  Budel is een dorp in de gemeente Cranendonck in de Nederlandse provincie Noord-Brabant, gelegen ongeveer 25 km ten zuiden van Eindhoven. Budel grenst aan de Belgisch-Limburgse gemeente Hamont-Achel en de Nederlands-Limburgse gemeente Weert. Budel heeft een gunstige ligging aan de snelweg A2. Bij Budel bevindt zich het vliegveld Kempen Airport. Lange tijd was er in Budel een Duitse legerplaats.  33050 
413 Buggenum, Limburg  5.9825  51.2313888888889  Buggenum (Limburgs: Bögkeme) is een kerkdorp in de gemeente Leudal, in de Nederlandse provincie Limburg. Voor 2007 behoorde het tot de voormalige gemeente Haelen. Tot 1942 was Buggenum een zelfstandige gemeente.
De plaats komt in 1284 voor als Buggenheym. De kerk van het dorp is de Sint Aldegundiskerk en er is een groot huis in het dorp gevestigd, het Huis Malborgh. Bij het dorp ligt ook het 8 kilometer lange Lateraalkanaal, dat tot Heel doorloopt. Het kanaal is ten westzijde gelegen van de Maas, die hier ook doorheen stroomt. Buggenum is bekend vanwege de Willem-Alexander Centrale, een van de eerste commerciële kolenvergassingcentrales ter wereld. 
36293 
414 Buinen, Borger, Drenthe  6.83333333333333  52.9333333333333  Buinen (Drents: Bunen) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Borger-Odoorn, op de Hondsrug. Buinen telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2007 813 inwoners (429 mannen en 384 vrouwen).
De naam Buinen, in een oudere vorm Bunne, heeft dezelfde betekenis als Bunde en is afgeleid van het Germaanse biwanda, dat afgesloten terrein betekent. De historisch geograaf Theo Spek komt tot een soortgelijke verklaring: Buun of bune verwijst volgens hem naar constructies van vlechtwerk zoals omheiningen. Zowel in Bunne als in Buinen gaat het dan om nederzettingen, die genoemd zijn naar het omheinde stuk land waar de oorspronkelijke nederzetting gevestigd werd.
Buinen is een esdorp op de rand van de Hondsrug en het afgegraven veengebied. Het hoogteverschil loopt op tot dertien meter. Naast de openbare basisschool Buinen, enkele horecagelegenheden en een klein sportpark (2 voetbalvelden) en een gymzaal, heeft het dorp maar een beperkt aantal voorzieningen en is het aangewezen op het veel grotere buurdorp Borger. Buinen heeft wel een actief verenigingsleven. De plaatselijke voetbalclub is VV Buinen. De jeugd speelt in een samenwerkingsverband met VV Buinerveen onder de naam BBC (Buinen Buinerveen Combinatie).
Buinen is goed bereikbaar door de ligging aan de N374. Ook is er een aantal verblijfsaccommodaties te vinden in Buinen.
De omgeving van Buinen wordt gekenmerkt door essen en dalgronden, maar ook veel bos en heide (Buinerveld). Tussen Borger en Buinen liggen twee hunebedden. Om het dorpsgebied heen loopt het Kanaal Buinen-Schoonoord.
Geschiedenis
De bebouwing in het esdorp Buinen bestond in 1850 vrijwel uitsluitend uit boerderijen die aan enkele straten waren geconcentreerd. In vergelijking met andere esdorpen in de gemeente Borger groeide Buinen tot 1940 vrij snel. Dat had te maken met de aanleg van een spoorweg en een haven.
De Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij, met de spoorlijn Zwolle - Stadskanaal, deed ook de bedrijvigheid in Buinen vanaf 1905 sterk toenemen. Behalve een station voor personenvervoer kreeg het dorp een laad- en losplaats voor goederen en vee en een spoorweghaven. Tussen Buinen en Exloo exploiteerde de spoorwegmaatschappij een zandafgraving waar zandwagons met handkracht werden gevuld met zand.
Na de Tweede Wereldoorlog kwam er meer bedrijvigheid in het dorp. Tot 1965 was er aan de Spoorstraat een cartonnagefabriek. Na 1965 werd het fabriekspand gebruikt voor de fabricage van Fasto gasgeisers. Tot 2011 fabriceerde Nefit ter plekke moderne cv-ketels. 
32734 
415 Buinermoeras, Borger, Drenthe  6.886628  52.925538  Buinermoeras was de plek waar mijn grootouders bijna hun hele leven lang gewoond hebben. Op de oude kaart is het nog te vinden. Mijn grootouders vertelden altijd dat Cafe Naaijer, hun buren, vroeger een bloeiend bedrijf hadden, maar toen ik jong was, was het al niets meer.
Veel van de arbeiders gingen hun hard verdiende centjes omzetten in een jenevertje om hun sores te vergeten. Ook was er vroeger slechts een zandpad, nu een klinkerweg te vinden. Ook het huisje van mijn grootouders is inmiddels verdwenen en in plaats daarvan staat er nu een bungelow van Jan Super, onze vroegere groenteboer. 
34372 
416 Buinerveen, Borger, Drenthe  6.88055555555556  52.9347222222222  Buinerveen is een dorp in de gemeente Borger-Odoorn in de Nederlandse provincie Drenthe. Buinerveen telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2007 431 inwoners (220 mannen en 211 vrouwen). Het ligt tussen Buinen en Nieuw Buinen.
Zoals de naam aangeeft is het een veenkolonie. Anders dan de meeste veenkoloniën is het dorp niet ontstaan langs een kanaal. De eerste vervening in het gebied vond plaats vanuit Buinen, waarbij het gebied per weg, en niet per kanaal werd ontsloten.
Haaks op dit oudste deel van het dorp werd later het kanaal vanaf Nieuw Buinen doorgetrokken. Buinerveen bestaat daardoor uit twee haaks op elkaar staande straten met lintbebouwing. 
32226 
417 Buinerveld, Borger, Drenthe  6.819977760314941  52.91464996102348  De omgeving van Buinen wordt gekenmerkt door essen en dalgronden, maar ook veel bos en heide (Buinerveld). Tussen Borger en Buinen liggen twee hunebedden. Om het dorpsgebied heen loopt het Kanaal Buinen-Schoonoord.  81042 
418 Buitenpost, Achtkarspelen, Friesland  6.144939  53.251375  Buitenpost (Fries: Bûtenpost) is een dorp en de hoofdplaats van de gemeente Achtkarspelen, provincie Friesland (Nederland). Het dorp is met 5.800 inwoners het grootste dorp van de gemeente Achtkarspelen.
Aantal inwoners door de jaren heen per 1 januari:
* 2006 - 5.762
* 2004 - 5.719
* 2002 - 5.650
* 2000 - 5.639
* 1998 - 5.632
* 1996 - 5.625
* 1994 - 5.605
* 1992 - 5.552
* 1990 - 5.498
Buitenpost ligt in het noorden van Achtkarspelen tussen Groningen en Leeuwarden en die ligging is vanouds van belang geweest voor dit grensdorp. In vroegere tijden heeft Buitenpost veel te lijden gehad van de strijd tussen de Friezen en de Groningers.
Lutkepost (of Lytsepost) is een aangrenzend buurtschap. Buitenpost is vroeger onstaan vanuit Lutkepost. De naam Buitenpost verwijst naar buitenste wacht of voetbrug, die destijds post werden genoemd. Langzamerhand vestigden zich er leden van voorname Friese families; rouwborden in de Nederlandse Hervormde Kerk herinneren daaraan. In de 19e eeuw begon Buitenpost voordeel te trekken uit de ligging tussen twee hoofdsteden. Dit dorp werd pleisterplaats voor de postwagens. De paarden verdwenen nadat in 1866 de spoorlijn tussen Groningen en Leeuwarden werd geopend en er kwamen auto's.
Buitenpost ligt aan de spoorlijn Groningen-Leeuwarden. In beide richtingen kunt u drie keer per uur op de trein stappen. Twee daarvan zijn stoptreinen en één is een sneltrein.
Spoorlijn en rijksweg hebben in belangrijke mate bijgedragen tot de ontwikkeling van Buitenpost en de ligging daaraan is nog steeds van groot belang. In Buitenpost is het gemeentehuis gevestigd. Het voorzieningenniveau door scholen en de ligging dragen er toe bij, dat er sprake is van een nog steeds groeiende woonfunctie van Buitenpost. Naast de basisscholen is er een AOC (middelbaar vmbo), en: "Het Lauwers College" (middelbaar, gymnasium, vwo, havo en vmbo).
Buitenpost is vaak in het nieuws gekomen door het beroepsvoetbal. Profclubs zoals SC Heerenveen, Ajax, Cambuur Leeuwarden, Valencia, FC Groningen en vele andere clubs kwamen in Buitenpost op bezoek.
Buitenpost bevat de grootste botanische kruidentuin van Nederland. Dit is de Kruidhof. 
32516 
419 Buitenstreek, Meeden, Groningen  6.94636344909668  53.13319847126808  Bovenstreek is een gehucht aan de gelijknamige doodlopende weg in de polder Oosterbovenlanden ten zuidoosten van Meeden in de gemeente Menterwolde in de Nederlandse provincie Groningen. Het bestaat uit een vijftal boerderijen en huizen. In het verleden hebben hier meer huizen gestaan, maar deze zijn in de loop van de 20e eeuw gesloopt, onder andere in het kader van de ruilverkaveling Meeden-Westerlee.
Iets zuidoostelijker ligt onder Westerlee nog een gehucht Bovenstreek, dat behoort tot de gemeente Oldambt. 
137725 
420 Bult, Bellingwolde, Groningen  7.143600  53.155573  Verder geen gegevens bekend  34604 
421 Bunde, Limburg  5.73305555555556  50.8958333333333  Bunde (Limburgs: Bung) is een dorp in de Limburgse gemeente Meerssen, samen met Meerssen vormt het een dichtbevolkte vlek ten noorden van Maastricht, de autosnelweg A2 vormt de fysieke scheiding tussen deze twee kernen. Bunde telde in 2005 (exclusief bijbehorende gehuchten) ongeveer 5800 inwoners. Tot 1981 was het een zelfstandige gemeente, de volledige gemeente ging samen met de vroegere gemeenten Meerssen, Geulle, Ulestraten en delen van Amby op in de nieuwe gemeente Meerssen.
Bunde ligt in de Maasvallei, op de rechteroever van het Julianakanaal. Het smalle gebied tussen het kanaal en de Maas is vrij uitgestrekt en landelijk, hier ligt het 6 woningen tellende gehuchtje Voulwames, dat bekend is als het plaatsje waar de Geul in de Maas uitmondt. Het grotere gehucht Kasen ligt op het hoger gelegen heuvelplateau ten noorden van Bunde, hier wonen circa 300 mensen. De helling wordt ter plaatse dichtbebost door het Bunderbos, het bos strekt zich van zuid naar noord uit over een lengte van meer dan 5 kilometer.
In navolging van "het Dorp" is in Bunde de tweede woongemeenschap voor lichamelijk gehandicapten in Nederland, "Geuloord" gebouwd. Naast de wooneenheden in Geuloord zelf zijn er nu ook woningen buiten het terrein van Geuloord. De bewoners van deze woningen ontvangen ondersteuning vanuit "Begeleid Zelfstandig Wonen".
De parochie van Bunde is toegewijd aan de Heilige Agnes, patrones van kuisheid, kinderen van Maria, maagden en tuinmannen. De huidige Sint-Agneskerk werd tussen 1959 en 1960 gebouwd door de architecten Fanchamps en Van der Pluym. Daarnaast is er ook nog de oudere kerk (de Auw Kèrk), na de bouw van de nieuwe kerk werd deze buiten gebruik genomen en kwam te vervallen, het werd in de tachtiger jaren van de vorige eeuw gerestaureerd en doet inmiddels weer dienst.
Bunde is opgenomen in de Mergellandroute. 
39701 
422 Bunne, Vries, Drenthe  6.533070  53.117990  HET "HUIS TE BUNNE"
Omstreeks 1145 werd op initiatief van de bisschop van Utrecht halverwege Donderen en Peize te Bunne een burcht met een bierbrouwerij en een kapel gebouwd. Het geheel werd omringd door een brede gracht.
In 1272 werd de burcht aan de Duitse Orde geschonken, een geestelijke ridderorde, die zich inzette voor het houden van kruistochten naar het Heilige Land en voor het bekeren van de heidenen in Pruisen en Lijfland. De ridders waren vaak afwezig, waardoor de burcht - ook wel de "11e Kommanderij van het Duitsche Huis van de Heilige Maria" genoemd - in verval raakte. In 1560 lieten de edelen de burcht wegens aanzienlijke schulden zelfs onbeheerd achter. Daarna werd de Kommanderij het "Huis te Bunne" genoemd.
In de 18e eeuw werd het een boerenwoning. In 1750 was Jan Wolters, de schulte van Vries, eigenaar van het huis, "een olde getimmerde beneden en opkamer, keuken, agterhuis en hoyvakken". In 1780 kocht Abel Jans (nr 76 in de kwartierstaat Hartlief) het Huis te Bunne. Daarna was het eigendom van diens zoon Hendrik Abels Ebels. Het huis is 154 jaar in het bezit van de familie gebleven; in 1934 werd het verkocht aan de familie Hofstee.
Over het huis bestaan diverse mondelinge overleveringen. Zo zou zich onder de gedempte gracht nog steeds een "loden schip" bevinden, dat in de middeleeuwen als windwijzer op de burcht moet hebben gestaan. Op 28 april 1646 zou in het Huis te Bunne een zekere Hendrick Huysinge uit Bonnen bij Gieten zijn beroofd en vermoord. Zijn bloed was tegen de muur gespat en wilde niet verdwijnen, zelfs als men een nieuwe laag kalk aanbracht. Daarom durfde later niemand meer in deze spookkamer te slapen. 
32996 
423 Bunnik, Utrecht  5.19694444444445  52.0672222222222  Bunnik is een plaats en gemeente in de Nederlandse provincie Utrecht. De gemeente telt 14.168 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 37,62 km² (waarvan 0,52 km² water).
Geschiedenis
De geschiedenis van de gemeente gaat zo’n 2000 jaar terug. De Romeinen bouwden kort na het begin van onze jaartelling bij Fectio (Vechten) een belangrijk castellum met een haven aan de toenmalige loop van de Rijn, hun grensrivier. Destijds was de Lek minder belangrijk. Het meeste water stroomde vanaf Wijk bij Duurstede naar het noorden, door Bunnik via Utrecht naar Katwijk aan den Rijn. (Zie Kromme Rijn, Leidse Rijn, Oude Rijn.)
Bij het castellum ontwikkelde zich een handelsplaats. Deze bleef bestaan, ook toen het castellum in de vierde eeuw definitief door de Romeinen werd verlaten. Het gebied werd toen achtereenvolgens bezet door de Friezen en de Franken. In 632 schonk de Frankische hofmeier Pippijn I van Landen onder andere de restanten van Fectio aan de bisschop van Aartsbisdom Utrecht. Onder kerkelijke leiding werd het gebied tussen de 8e - en de 14e eeuw geheel ontgonnen. Belangrijk voor de ontginningen was de dam die in of kort na 1122 te Wijk bij Duurstede in de Rijn werd gelegd, zodat de Lek de doorgaande route werd. Sindsdien is de waterstand in de Kromme Rijn te regelen, maar is er vrijwel geen scheepvaart meer. In de 8e en 9e eeuw ontwikkelden zich de drie kerkdorpen Bunninchem (Bunnik), Iodichem (Odijk) en Wercundia (Werkhoven). In de 12e - en 13e eeuw werden er kleine dorpskerkjes gebouwd.
Uit de kerkelijke indeling ontwikkelde zich aan het eind van de Middeleeuwen een aantal gerechten (bestuurlijke organisaties), die in de Franse tijd werden vervangen door gemeenten. Van 1817 tot 1856 waren er vier gemeenten op het grondgebied van de huidige gemeente Bunnik, die ieder een kwartier leverden van het gemeentewapen: de rode haan van Bunnik; St. Nicolaas uit Odijk; het Witte Paard van Werkhoven; en de Franse lelie (uit het Van Renesse-wapen) van Rhijnauwen. De huidige gemeente Bunnik bestaat sinds 1964. 
34364 
424 Bunschoten, Utrecht  5.37361111111111  52.2480555555556  Bunschoten (in 't Bunschoots: Bunsjoten) is een gemeente en stadje in de Nederlandse provincie Utrecht. De gemeente telt 19.467 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 35,58 km² (waarvan 4,21 km² water).
De gemeente bestaat uit vier officiële kernen: Bunschoten, Eemdijk, Spakenburg en Zevenhuizen. 
37181 
425 Buren, Gelderland  5.3340584000000035  51.9103889  Buren is een historisch stadje in de Gelderse streek Nederbetuwe. Het is centraal gelegen binnen de gelijknamige gemeente, nabij de grotere plaatsen Tiel en Geldermalsen. Op 1 januari 2005 telde de stad ruim 3500 inwoners.
De vestingwerken van Buren zijn nog grotendeels intact. Er zijn nog wallen, muren en één stadspoort; de Culemborgse- of Huizenpoort.
Buren mag zich Oranjestad noemen, vanwege de band met de Koninklijke Familie. Willem van Oranje trouwde er in 1551 met Anna van Buren. Koningin Beatrix en prins Willem-Alexander zijn hierdoor Gravin en Graaf van Buren. Bij de Elfstedentocht van 1986 schreef Willem-Alexander zich in met de naam W.A. van Buren.
Buren verkreeg stadsrechten in 1395 van ridder Allard, heer van Buren en Beusichem.
Het graafschap Buren in de huidige provincie Gelderland is tot aan de Bataafse republiek een zelfstandig graafschap gebleven, dat in principe geen deel uitmaakte van de Verenigde Provinciën maar er in de praktijk wel van af hing.
Willem van Oranje trouwde in 1551 met Anna van Buren en sindsdien zijn de Oranje's ook graaf of gravin van Buren. Daarmee kwam toen het graafschap Buren aan het Huis Oranje-Nassau. Prinses Maria, tweede kind van Willem van Oranje en Anna van Egmond, stichtte in 1612 het weeshuis van Buren, dat 350 jaar lang als zodanig heeft dienst gedaan. In het fraaie gebouw is het Museum der Koninklijke Marechaussee gevestigd. Het ten dele nog door een wal en muren omgeven plaatsje is tot beschermd stadsgezicht verklaard.
Het bestond uit de vestingstad Buren (stadsrechten in 1395 verkregen van ridder Allard, heer van Buren en Beusichem) en de dorpen Asch, Zoelmond, Beusichem, Erichem, Buurmalsen en Tricht. 
32341 
426 Burgemeester Beinsdorp, Vlagtwedde, Groningen  7.0789289474487305  52.8613082077578  Burgemeester Beinsdorp, ook wel kortweg BB-dorp genoemd, is een wijk in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen. Het ligt bij de zevende verlaat in het Stadskanaal, dat ter plekke ook wordt aangeduid als Ter Apelkanaal. De wijk is vernoemd naar de toenmalige burgemeester Fredrik Adolf Beins van de gemeente Vlagtwedde.
In 1925 werd een bescheiden begin gemaakt met de bouw van de arbeiderswijk nabij Ter Apel voor de huisvesting van arbeiders uit onbewoonbaar verklaarde woningen, woonwagens en woonschepen uit onder andere de buurt van Barnflair. Het was in die jaren niet ongebruikelijk om een nieuwe wijk met "dorp" aan te duiden (zie ook Agodorp). In de omgeving lagen de laatste heidevelden van Westerwolde die in de crisisjaren werden ontgonnen in het kader van de werkverschaffing. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd de wijk afgebouwd.
Bij de zevende verlaat staan een gave brugwachterswoning en een gave sluiswachterswoning uit 1875.
Externe link
http://www.bbdorp.nl 
87209 
427 Burgh, Zeeland  3.73194444444444  51.6902777777778  Burgh is een dorp in de Zeeuwse gemeente Schouwen-Duiveland, juist achter de westelijke duinenrij. Het is sinds jaar en dag met het noordelijk ervan gelegen Haamstede tot één bebouwde kom verbonden; daarom beschouwt de gemeente de dorpen ook als één kern: Burgh-Haamstede. De inwoners van de beide dorpen voelen dit echter anders aan.
Burgh is, evenals Middelburg, Domburg en Souburg, ontstaan om een burcht (in dit geval uit de negende eeuw), die opgeworpen werd tegen de Noormannen. Tot 1961 vormde het een zelfstandige gemeente, daarna maakte het tot 1997 deel uit van de gemeente Westerschouwen.
Het toerisme, dat net als in Haamstede zeer sterk ontwikkeld is, vormt de voornaamste bron van inkomsten. Verder zijn landbouw en visserij van enig belang. 
33347 
428 Burgwerd, Wonseradeel, Friesland  5.54583333333333  53.0877777777778  Burgwerd (Fries: Burchwert) is een dorp in de gemeente Wonseradeel in de Nederlandse provincie Friesland. Het ligt ten noorden van Bolsward, aan de Bolswarder Trekvaart, en telt ongeveer 280 inwoners (2004).  35371 
429 Burum, Kollumerland, Friesland  6.229850  53.273290  Burum (Kollumerlands: Boerum) is een dorp in de gemeente Kollumerland en Nieuwkruisland, provincie Friesland (Nederland); het heeft ongeveer 625 inwoners.
Burum heeft een dorpshuis (Toutenburg), een christelijke basisschool (Op de Hoogte), grondstation It Grutte Ear (het grote oor) voor satellietcommunicatie van Xantic, een hervormde kerk met mooie toren, een beeldentuin en de koren- en pelmolen Windlust, deze verrijkt het silhouet van Burum. Al in 1694 wordt een molen op deze plaats vermeld. De huidige molen dateert uit 1787 en is vele malen hersteld en gerestaureerd. Naast het grondstation van Xantic staat het satellietgrondstation van Defensie, van de afluisterdienst NSO
In een oorkonde uit 1408 wordt voor het eerst het dorp Burum genoemd, monnikenlatijn voor het woord 'buren'. Burum is een terpdorp, in de vroege Middeleeuwen ontstaan op een kwelderwal. Ten zuiden van het dorp lag het cisterciënzer vrouwenklooster Galilea. Daar staat nu aan de Friesestraatweg op nummer 1-3 een koprompboerderij uit omstreeks 1905 als één van een reeks monumentale boerderijen. Het dorp had met de Burumervaart, ook Schipsloot genaamd, een waterverbinding met de Lauwers.
In de dorpskom hebben de ontwikkelingen rond de kerk plaats gevonden, aan de Uithof en langs de Herestraat die de doorgaande route van zuid naar noord ging vormen en het dorp buiten de kern een langgerekt karakter gaf. Om de kerk staat aan de Uithof een variatie aan woningen waarvan het pand Uithof 4 met een souterrain en een over een trapbordes bereikbare hoofdverdieping opvalt. Aan de Wendel is in 1878 ter plaatse van de oude afgebroken pastorie in een ruime tuin een nieuwe gebouwd, een grote blokvormige middengangwoning met een verdiepte portiek. Ook aan de Herestraat staat een aantal van dit type woningen, waarvan enkele met decoratieve elementen. 
311 
430 Busselte, Havelte, Drenthe  6.207919120788574  52.76559499685215  Busselte is een buurtschap in de gemeente Westerveld in de provincie Drenthe.
Het ligt op de zuidelijke helling van de Bisschopsberg, ten westen van Havelte, dichtbij de A32. 
75452 
431 Bussloo, Voorst, Gelderland  6.131422519683838  52.19779752187315  Bussloo is een dorp in de gemeente Voorst in de Nederlandse provincie Gelderland. Het kent ongeveer 170 inwoners. Het dorp is vooral bekend van de recreatieplas met dezelfde naam. Sinds september 2006 is in de omgeving van de recreatieplas ook een saunacomplex verrezen.
De plaats was in eerste instantie een buurtschap, in 1794 komt de plaats voor als boslo en in 1808 in de huidige spelling. De plaats werd een dorp toen de baron van Wijnbergen er in 1818 een katholieke kerk met pastorie liet bouwen. Bussloo is omringd door statige bomenlanen, bos en historische boerderijen van onder meer het landgoed De Poll. Verder heeft het dorp een volkssterrenwacht. 
63055 
432 Buttinga, Ooststellingwerf, Friesland  6.278364658355713  52.98048556447736  Buttinga is een buurtschap in het dorp Oosterwolde in de gemeente Ooststellingwerf, in de Nederlandse provincie Friesland.  142205 
433 Buurmalsen, Geldermalsen, Gelderland  5.292062759399414  51.89635720136738  Buurmalsen is een dorp in de gemeente Geldermalsen in de provincie Gelderland. Op 1 januari 2006 telde Buurmalsen in totaal 1.058 inwoners. Buurmalsen ligt ongeveer 1 kilometer ten noorden van Geldermalsen.
Historie
Buurmalsen was oorspronkelijk een onderdeel van de heerlijkheid Buren, in tegenstelling tot het andere Malsen, dat Gelders bezit was. Buurmalsen vormde samen met Tricht een eigen schepenbank.
Uberan Malsna
Op 12 augustus 850 vermeldt Ludger van Utrecht in een oorkonde (Oorkondenb. Sticht Utrecht, nr. 67) dat graaf Balderik goederen aan de Utrechtse kerk heeft geschonken o.a. Uberan Malsna, Malsna mansus duos. Met dit Uberan Malsna, Malsen superior (1347), Overmalsen (1400) wordt het tegenwoordige Buurmalsen bedoeld. Het behoorde destijds tot de Heerlijkheid Buren, dit in tegenstelling tot het aan de zuid-oever van de Linge gelegen Malsen dat later, nadat het in 1253 aan Gelderland was gekomen, Geldermalsen werd genoemd. Volgens overleveringen zou de kerk in Buurmalsen zijn gesticht door Suitbertus, een metgezel van Willibrord op 24 september 696.
Het dorp Buurmalsen is, in tegenstelling tot vele omliggende dorpen, nooit rijk geweest aan kastelen en dus ook eigen Heren. De oorzaak was waarschijnlijk gelegen in het feit, dat men sterk onder invloed verkeerde van het nabijgelegen Buren. Slechts de buiten de dorpskern gelegen boerderij Reygersfoort kon worden omschreven als een klein kasteeltje ook wel ridderhofstad genaamd. In 1403 was hiervan Balthasar van Buren de eigenaar, een telg uit het geslacht Van Buren. Het verband met het dorp Tricht is al eeuwenoud. In juridisch opzicht werd Buurmalsen al omstreeks 1500 met Tricht verenigd. Samen kregen de twee dorpen toen één schepenbank. Later werden beide dorpen in 1811 in één gemeente verenigd. Tricht kende wel een adellijk huis, namelijk Crayestein. De eerst bekende bezitter van Crayestein was Margriet van Buren, weduwe van Gosen van Honseler die in 1515 werd beleend (repertorium op het leenregister van het Graafschap Buren). Met een grote mate van waarschijnlijkheid is nog ene Aert van den Steyne haar voorgegaan. Hij treedt voor Tricht op in de Lingebrief van 1456 en komt voor in het leenregister van Gelre onder het hoofdstuk Burense lenen als bezitter van een hofstad en goed aan de Bulk te Tricht in 1470/1473.
Het geslacht Van Malsen
In de 14e eeuw komt ene Nicolaas of Claes van Malsen voor, die in 1326 beleend wordt met het kasteel te Well. Deze Nicolaas is in 1344 gegoed te Tricht en wordt in datzelfde jaar als eerste nabuur vermeld in een akte waarbij diverse stukken land van de kerk van Buurmalsen worden verkocht aan Mariënweerd. Andere personen met de toenaam Van Malsen komen in deze eeuw (vanaf 1295) voor als ridders, grondbezitters onder andere in Buurmalsen en Tricht, richters in Malsen en één wordt zelfs "neef" van de Heer van Buren genoemd. Het wapen van het geslacht Van Malsen, dat terug te voeren is op Claes van Malsen, heer van Well, is bekend en wordt omschreven als "een zilveren baar, de linker schuinbalk, op keel, rood. Of er hier een verband bestaat met het geslacht Van Cuyk/Kuyk (voornamelijk gegoed te Geldermalsen en Meteren) is niet bekend. Het zou kunnen want ook afstammelingen uit dit geslacht noemden zich wel Van Malsen. 
36721 
434 Buurse, Haaksbergen, Overijssel  6.829676628112793  52.14697597425426  Buurse is een kerkdorp in de Twentse gemeente Haaksbergen in de Nederlandse provincie Overijssel. Het telt ongeveer 1500 inwoners.
Buurse ligt ten zuidoosten van Haaksbergen, vlak bij de grens met Duitsland, aan de weg vanuit Haaksbergen richting Alstätte in de Duitse gemeente Ahaus. Aan de noordzijde stroomt de Buurserbeek. Deze beek werd rond 1400 ten zuiden van Haaksbergen verbonden met de Schipbeek.
Vanwege het veelvuldige natuurschoon rondom het dorp, waaronder het Buurserzand, afficheert het dorpje zich wel als de Parel van Haaksbergen.
Buurse is de hoogstgelegen plek van de gemeente (circa 40 meter boven NAP). Er zijn bewijzen dat zich hier reeds 800 jaar voor Christus een nederzetting bevond op de vruchtbare gronden langs de Buurserbeek.
Cato Elderink kwam vaak in Buurse omdat haar familie daar een boerderij bezat.
Het Nederlands-hervormde kerkje Maranatha bevindt zich aan de rand van de bebouwing, aan de doorgaande weg naar Alstätte. De grotere, rooms-katholieke parochiekerk Maria Praesentatie bevindt zich in de nieuwe dorpskern. 
75795 
435 Buweklooster, Smallingerland, Friesland  6.12637996673584  53.20328988053023  Buweklooster (Fries: Buwekleaster) is een buurtschap in de gemeente Achtkarspelen. Het ligt ten oosten van Drogeham en ten noorden van Harkema.
In 1248 is de rijke landheer Bouwe Harkema, nadat hij eerder al een kapel gewijd aan Sint Nicolaas op zijn land had laten bouwen, begonnen met de bouw van een klooster, dat op december 1249 gereed gekomen is. De naam van het klooster werd Sepulchrum Sanctae Maria (het Graf van de Heilige Maria). In de volksmond sprak men meestal van Buweklooster. Het was een vrouwenklooster behorende bij de orde der Praemonstratenzers, ook wel Norbertijnen (naar de oprichter Norbertus) of witheren (naar de kleur van de habijt) genoemd. Norbertus zag de eerste christengemeenten als ideaal. Dat betekende een leven van armoede, in het teken van de dienst aan God en de naaste.
Het klooster heeft ongeveer drie en een halve eeuw bestaan. Naast geestelijke zaken hield het klooster zich ook bezig met verveningen. Een groot deel van de venen ten oosten van de Mûnstegroppe, tussen Buweklooster en Rottevalle was in het bezit van het klooster. Toen in 1580 de Hervorming haar intrede deed en de rooms-katholieke godsdienst verboden werd, werd op last van de Staten van Friesland het klooster gesloten. Alle bezittingen werden verkocht.
Toen het klooster niet meer bewoond werd, raakte het langzaam in verval. In 1800 zijn de laatste restanten van het gebouw gesloopt. Het kerkhof is blijven bestaan. Op het kerkhof staat nog wel een klokkenstoel. 
150390 
436 Cabauw, Lopik, Utrecht  4.899258613586426  51.96421485005725  Cabauw is een klein dorp in de gemeente Lopik, in de Nederlandse provincie Utrecht. Het dorp ligt in de polder Lopikerwaard.
Geschiedenis
De polder Cabauw is in de 13e eeuw ontgonnen. Het was geen cope, maar een zogenaamde restontginning evenals Blokland. De naam Cabauw wordt in 1253 voor het eerst genoemd. Het is dan in bezit van Jan van der Lede, heer ook van Haastrecht.
Herkomst van de naam
Wat nu Cabauw wordt genoemd, werd in vroegere eeuwen aangeduid als "die wilde Cabbau", waarschijnlijk omdat het gebied overbleef tussen de overige ontginningen. Cabbau zou van kade en bouw kunnen komen. Op sommige kaarten zie je ook "Kabou" staan. Een andere verklaring is dat de naam afkomstig is van het oud-Utrechtse woord cabeeuwen, hetgeen ruziën betekent.
Demografie
Cabauw is van oudsher een katholieke enclave in de overwegend reformatorische Lopikerwaard.
Het dorp heeft 690 inwoners (2004).
Bezienswaardigheden
In Cabauw staat een meetmast van het KNMI.
Daarnaast is Cabauw een typisch polderdorp, waarbij de bebouwing aan een vaart is gelegen. Ten westen van het dorp vinden we De Middelste Molen, een wipmolen uit 1773. Deze bemaalde de polder Lopik, Lopikerkapel en Zevenhoven. 
71795 
437 Cadier en Keer, Limburg  5.76777777777778  50.8283333333333  Cadier en Keer (Limburgs: Keer, voor 1828:
* Cadier > Cadier en Keer*
* Heer en Keer > Cadier en Keer* en Heer*) is een Zuid-Limburgs dorp, niet ver ten oosten van Maastricht gelegen. Het maakt sinds 1982 deel uit van de Nederlandse gemeente Margraten. De plaats ligt aan de provinciale weg tussen Maastricht, Gulpen en Vaals (de N278). Cadier en Keer telt ongeveer 3400 inwoners. Door de ligging dichtbij Maastricht en langs een belangrijke verkeersweg is het vooral een forensendorp.
Oorspronkelijk waren er twee aparte plaatsen; enerzijds Cadier, dat een zelfstandige gemeente was, en anderzijds Keer, dat tot de gemeente Heer) behoorde. Nadat deze plaatsen volledig tegen elkaar aan waren gegroeid, ontstond in het jaar 1828 de nieuwe gemeente Cadier en Keer, die tevens het afzonderlijke gehucht Sint Antoniusbank omvatte. Deze gemeente ging per 1 januari 1982 op in de huidige gemeente Margraten. Eerder al waren delen ervan geannexeerd door de gemeente Maastricht.
Het dorp is vooral aan de noordelijke zijde van de N278 blijven groeien. Er bevinden zich diverse monumentale gebouwen. Het oudste is de kerktoren, welke uit de 12e eeuw stamt. Het originele bijbehorende kerkgebouw is in de jaren '50 van de vorige eeuw afgebroken en daarvoor is een nieuw in de plaats gekomen.
Een bekende inwoner van Cadier en Keer is voormalig biljartspeler Jean Bessems.
In het landelijk gebied van Cadier & Keer aan de entree van het Heuvelland, tussen Maasdal en Mergelland, met een riant panorama op Maastricht en het traditionele Heuvelland van Berg en Terblijt en Bemelen ligt het gebied Backerbosch, Het wordt omsloten door oude bossen, glooiende landerijen en twee wijngaarden. Het terrein biedt plaats aan het klooster van de paters van de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën (S.M.A.), de golfbaan Backerbosch en sportvelden voor hockey, tennis en voetbal. 
34217 
438 Cadzand, Sluis, Zeeland  3.409276  51.36744  Cadzand (West-Vlaams: Kezand) is een dorp, gelegen in het uiterste westen van de provincie Zeeland in Nederland. Het dorp telt 804 inwoners (2007). Sinds 2003 is Cadzand een deel van de gemeente Sluis. Tot Cadzand behoort ook Cadzand-Bad.
Bezienswaardigheden
De kerk, Mariakerk genaamd, is een tweebeukige hallenkerk, opgebouwd uit geel Vlaams baksteen. De zuidelijke beuk is vermoedelijk gebouwd tussen 1250 en 1300. De noordelijke beuk dateert van tussen 1300 en 1325. De stijl is in hoofdzaak vroeg-gotisch, beter gezegd de Scheldegotiek. De zware zuilen zijn van romaanse origine. De kerk bezat een hoge, massieve toren, de zogenaamde Sint-Lambertustoren, die voor zeelieden een baken was. De Mariakerk is de oudste kerk van Zeeuws-Vlaanderen.
De rustige dorpskern van Cadzand-dorp staat in schril contrast met het toeristische Cadzand-bad.
De zee en het strand zijn belangrijke trekpleisters voor Cadzand. Op het strand kunnen door ontsluiting van oude zandlagen ten gevolge van de stromingsveranderingen door de deltawerken fossiele haaientanden worden gevonden. Daarnaast vindt men er fossiele schelpen van tweekleppigen, zoals de alleen hier voorkomende Cardita planicosta. 
706 
439 Capelle, Sprang-Capelle, Noord-Brabant  4.985311030904995  51.691891529657376  s Grevelduin-Capelle, meestal aangeduid als Capelle, is een dorp in de provincie Noord-Brabant. Het dorp is ontstaan in de 13e eeuw en behoorde oorspronkelijk bij het Graafschap Holland. Tot 1923 was Capelle een zelfstandige gemeente. In 1923 werden de dorpen Sprang, Vrijhoeve-Capelle en Capelle samengevoegd tot de gemeente Sprang-Capelle. In 1997 werd de gemeente Sprang-Capelle opgeheven en sindsdien maakt het dorp Capelle deel uit van de gemeente Waalwijk. In Capelle ligt ook de straat / buurtschap Nieuwe-Vaart. Inclusief dit buurtschap, de Lint van Nieuwe Vaart, bedrijventerrein Nederveenweg, de haven en omliggende huizen telt Capelle 2070 inwoners (2008).
Een deel van Capelle is een straatdorp langs de Winterdijk, dat zich van oost naar west uitstrekt.
Geschiedenis
Rond 1200 was het gebied rond Capelle, de Langstraat, een grote wildernis. Het gebied hoorde destijds bij het Graafschap Holland. Op een gegeven moment begon de Graaf van Holland met het "in leen geven" van stukken van dit moeras. Degenen, die de grond in leen kregen, moesten er voor zorgen dat de grond ontgonnen werd. Verder moesten ze een jaarlijkse rente of cijns betalen en manschappen leveren aan de graaf. Op het grondgebied van Capelle ontstonden in die tijd drie ambachtsheerlijkheden. Deze drie heerlijkheden, die het dorp Capelle zouden vormen, waren Nederveen-Capelle, Zuidewijn-Capelle en 's Grevelduin-Capelle. Deze ambachtsheerlijkheden hadden een gezamenlijke kapel (kerk). Vandaar de naam Capelle. Aangezien 's Grevelduin-Capelle de belangrijkste kern was, wordt het dorp Capelle ook wel aangeduid als 's Grevelduin-Capelle. Het dorp Capelle komt waarschijnlijk voor het eerst voor in een afschrift van een akte van 29-31 augustus 1257, die te vinden is in de abdij van Sint-Truiden. In deze akte droegen Walterus Spirinch, heer van Aalburg, en zijn vrouw Ysalde al hun bezittingen over aan de abdij van Sint-Truiden, waaronder de tienden in de parochie "Waspich" en "Capella". Waarschijnlijk vormden Waspik en Capelle in 1257 dus één parochie. Er was dus sprake van een kerk, waaruit afgeleid kan worden dat het aantal inwoners al een zekere omvang had bereikt.
Capelle lag destijds in de Groote of Hollandsche Waard, ook wel genoemd: "Dortse Waard", die in de nacht van 18 op 19 november 1421 door de Sint Elisabethsvloed werd getroffen. Ook het dorp en de kapel werden door het water verslonden. Capelle werd ten zuiden van de versterkte winterdijk weer herbouwd.
De belangrijkste inkomstenbron in de middeleeuwen was het turfsteken en de handel in turf. Turf was destijds de belangrijkste brandstof. Via de vaarten en de haven van Capelle werd het afgevoerd naar de grote steden. Door de turfvaart vestigden zich veel schippers in Capelle.
Aan de turfhandel kwam in de 17e eeuw een einde door het uitgeput raken van de veengronden. Er kwam nu meer landbouw. Doordat bij de vele overstromingen steeds rivierklei werd afgezet was het buitendijkse gebied zeer vruchtbaar geworden. Het gras wat hier groeide was de basis voor een prima kwaliteit hooi. De hooihandel verdrong de turfhandel, de turfschippers transporteerden nu hooi.
In 1814 werd de Hollandse gemeente Capelle aan de provincie Noord-Brabant toegevoegd. Niet zo lang hierna werd het wapen van Capelle vastgesteld. Het wapen valt als volgt te omschrijven: "Van zilver, beladen met een berg (duin), waarop een kapelletje (een kapelsvlinder), alles in hunne natuurlijke kleur". Het is dus een dubbel sprekend wapen (duin wijst op 's-Grevelduin en kapelletje op Capelle). Op woensdag 13 januari 1819 werd het grondgebied van Capelle afgepaald. Capelle kende in die tijd negen buurgemeenten. Dit waren: Dussen, Meeuwen, Drongelen, Besoyen, Sprang, Vrijhoeve-Capelle, Loon op Zand, Dongen en Waspik.
In de tweede helft van de 19e eeuw geschiedde het personen- en goederenvervoer in de Langstraat hoofdzakelijk per diligence en met paard en wagen. Er waren ook enkele stoombootdiensten met het westen van Nederland vanuit de havens in de Langstraat, waaronder de Capelse haven. Deze waren vooral belangrijk voor de veehouders en veehandelaren, want zij moesten regelmatig met hun vee naar de veemarkt in Rotterdam. Vanuit de Capelse haven werd er ook veel hooi naar Rotterdam vervoerd. Jaarlijks gingen ongeveer 800 schepen de Capelse haven in en uit. Zij vervoerden in totaal 40000 ton. Ongeveer 10 schepen van meer dan 10 ton hadden hun thuishaven in Capelle.
De landbouw, handel en industrie in de Langstraat (vooral de schoenindustrie en lederindustrie) hadden problemen met het transport van hun goederen. Een spoorlijn zou de oplossing voor het vervoersprobleem zijn. Er werd flink gelobbyd bij de regering en in 1875 ging de Tweede Kamer akkoord met de aanleg van een spoorlijn. Deze zou lopen tussen Lage Zwaluwe en 's-Hertogenbosch. In de periode 1886-1890 werd de Langstraatspoorlijn aangelegd. Deze spoorlijn kreeg al gauw de bijnaam "halve zolenlijntje", omdat vooral de schoen- en lederindustrie er gebruik van maakte. Ook Capelle kreeg een station. Voor de Capellenaren was de ligging van het station echter zeer ongelukkig: het lag helemaal aan de oostzijde van het dorp. In 1893 werd dat probleem opgelost: op de hoek van de Heistraat en Nieuwevaart kwam een nieuw station. Capelle beschikte vanaf dat moment over twee stations.
Aan het einde van de 19e eeuw werd begonnen met het graven van de Bergsche Maas. Deze werd gegraven om de rivieren Maas en Waal te scheiden, waardoor er minder kans was op overstromingen. De Bergsche Maas kwam ten noorden te liggen van het Oude Maasje en werd in 1904 officieel in gebruik genomen.
Capelle ging de 20e eeuw binnen en bleef qua karakter een echt boerendorp. Verder was de middenstand goed vertegenwoordigd en waren er drie schoenfabrieken en een meelfabriek. Opvallend was dat Capelle vrij veel renteniers kende, die "teerden op de spaarzaamheid van hun voorouders". Begin 20e eeuw ontstond er glastuinbouw in Capelle. Deze sector kon zich vanwege de ideale waterbeheersing goed ontwikkelen.
De oorlog ging niet aan Capelle voorbij. In de oorlogsperiode was onder andere in Capelle, maar in feite in heel de Langstraat, de verzetsgroep André actief in het verzet tegen de Duitsers. Capelle werd eind oktober 1944 bevrijd, maar de oorlog was toen nog niet voorbij: tot eind januari 1945 lag de hele Langstraat midden in het frontgebied. De geallieerden hadden de Langstraat bevrijd, maar aan de overzijde van de Bergsche Maas, het Land van Heusden en Altena, waren de Duitsers nog heer en meester. Er volgden zware beschietingen. De trieste balans van de strijd rond het Capelse Veer: honderden doden en gewonden.
Na de oorlog moest er in Capelle veel herbouwd worden. In 1950 stopte op de Langstraatspoorlijn het personenvervoer. Niet veel later stopte ook het goederenvervoer. Capelle ontkwam niet aan de watersnood van 1953: er ontstond voor honderdduizenden guldens schade. Gelukkig waren er geen slachtoffers te betreuren, omdat de dijken grotendeels intact bleven.
Aan het eind van de jaren '60 van de 20e eeuw kwam Capelle aan een snelweg de liggen: de Maasroute A59. In 1986 werd begonnen met het verwijderen van de rails en bielzen van de oude spoorlijn. Momenteel ligt er een fietspad: het Halve Zolenpad.
Ondanks twee gemeentelijke herindelingen blijft Capelle zijn eigen karakter behouden. Een stukje van het "oude" Capelle is zelfs teruggekomen: in 1998 werd de binnenhaven van Capelle weer gedeeltelijk opengelegd. 
87465 
440 Carel Coenraad Polder, Finsterwolde, Groningen  7.116188  53.237266  De Carel Coenraadpolder is de meest noordoostelijk gelegen polder van Nederland.
De Carel Coenraadpolder dateert van 1924 en ligt in de gemeente Reiderland (provincie Groningen). De polder is evenals andere Dollardpolders zeer vruchtbaar. Met name suikerbieten, graan en aardappelen worden hier verbouwd.
Meest kenmerkend voor het gebied is het grote verschil in welvaart van de bewoners. In de omgeving van Beerta en Finsterwolde zijn en waren grote tegenstellingen tussen herenboeren en landarbeiders, zoals blijkt uit het contrast tussen de herenboerderijen met hun parkachtige slingertuin en de zeer kleine landarbeidershuisjes. 
33147 
441 Cartils, Wittem, Limburg  5.907884338623035  50.821233219158444  Cartils (Limburgs: Kertiels) is een buurtschap ten zuidoosten van Wijlre in de gemeente Gulpen-Wittem in de Nederlandse provincie Limburg. Het buurtschap ligt in een zijdal van de Geul. De naam is afgeleid van het Latijnse woord 'cortilis' dat betekent bij een 'curtis' (hofstede) behorend. In de 8e of 9e eeuw was hier al een grote hoeve aanwezig.

In Cartils staan het kasteel Cartils en 4 vierkantshoeven onder andere gebouwd in vakwerkstijl en met speklagen. Aan de holle weg naar Eys staat een monument uit 1944 ter herinnering aan 4 Canadese vliegeniers die in dat jaar omgekomen waren.

De heren van kasteel Cartils beschouwden hun domein - dat bestond uit het kasteel, een pachthoeve en enkele huizen – als een zelfstandige heerlijkheid binnen het Heilige Roomse Rijk. Deze claim werd betwist door de heren van Wijlre die meenden dat Cartils behoorde tot hun eigen heerlijkheid. Met de Franse inval van 1795 kwam definitief een einde aan de (omstreden) zelfstandigheid van Cartils.

Bij het buurtschap Cartils lag in de periode van 28 juni 1922 tot de opheffing op 5 april 1938 de tramlijn Gulpen-Wijlre-Vaals. Ter hoogte van de sportvelden van Gulpen lag er een sporendriehoek. Bij Cartils werd er een talud aangelegd om de beken Geul en Eyserbeek over te kunnen steken. Dit talud is thans nog in het landschap zichtbaar en liep verder achter Kasteel Cartils langs om via de Kleinveldjesweg aan te sluiten op de spoorverbinding van Station Wijlre.
http://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Cartils&oldid=29211980 
131625 
442 Castelré, Baarle-Nassau, Noord-Brabant  4.780578732534195  51.425386045861394  Castelré is een plaats in de gemeente Baarle-Nassau in de provincie Noord-Brabant.
Castelré is gelegen in een Nederlandse bijna-enclave, vrijwel geheel omsloten door Belgisch gebied, dat slechts over een breedte van 200 meter aan de rest van Nederland vast zit. Het dorp was ooit onderdeel van Minderhout, dat in de Middeleeuwen echter opgedeeld werd tussen het Land van Hoogstraten en de Baronie van Breda. Als zodanig neemt het dorp een eigenaardige positie in: Zo worden water en aardgas door Nederland geleverd, terwijl elektriciteit door een Belgisch bedrijf wordt geleverd. Ook gaat de jeugd in België naar school: De dichtstbijzijnde Belgische plaats Minderhout ligt op één kilometer afstand, terwijl de dichtstbijzijnde Nederlandse plaats, Baarle-Nassau, op 11 kilometer afstand ligt. Hetzelfde geldt voor het kerkbezoek. Ook is Castelré één van de weinige Nederlandse dorpen die Belgen als noorderburen hebben.
Geschiedenis
Omstreeks 1130 werd de buurtschap vermeld als Castelre, in 1231 als Casterle, in 1333 als Casterle, in 1404 als Casterlee, en in 1558 als Castel.
Er heeft op het Merkske een watermolen gestaan die vermeld werd in een oorkonde uit omstreeks 1231. De molen was eigendom van de Heren van Breda. Er is van deze watermolen, die al lang verdwenen is, hoegenaamd niets bekend.
In Castelré kwam op 21 november 1870 de eerste (verdwaalde) luchtpost van Nederland aan. De luchtballon kwam uit het door Pruisen omsingelde Parijs met 220 kilo post. Aan de gevel van het gemeentehuis van Baarle-Nassau hangt een gevelsteen die ter gelegenheid van het 100-jarig jubileum van deze gebeurtenis werd aangebracht.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwam het op België aangewezen Castelré in een isolement. De Belgische grens werd toen afgeschermd door de Draad. In het plaatselijke café heeft men daarom toen een noodkerk en een provisorisch schooltje ingericht.
De bewoning van Castelré is op twee nabijgelegen plaatsen geconcentreerd. Het Groeske is de oudste kern. Zuidelijk daarvan ligt de Schootsenhoek, die van jongere datum is. 
138534 
443 Castenraij, Heythuysen, Limburg  6.033333  51.48333  Castenraij is een gehucht bij Oiler, hier stond vroeger het station Oirlo-Castenraij.
Kelpen-Oler is een kerkdorp in Limburg (Nederland). Kelpen-Oler behoort sinds 2007 bij de gemeente Leudal. Daarvoor maakte het samen met de kernen Baexem, Grathem en Heythuysen deel uit van de gemeente Heythuysen.
In 1934 verleende het bisdom Roermond verlof tot de bouw van een gezamenlijke parochiekerk voor de gehuchten Kelpen en Oler. Aanvankelijk stond deze kerk, die werd ontworpen door de architect Jos Cuypers en diens zoon Pierre Cuypers jr., na haar voltooiing in 1936, eenzaam in het ontginningslandschap. Maar al snel vormde zich een gezamenlijke woonkern (Kelpen-Oler), waarbij de parochiekerk als kiemcel fungeerde. De kerk werd op instigatie van rector (en later de eerste pastoor) H. Hogeland gewijd aan de Heilige Liduina van Schiedam. Kelpen-Oler was en is nog steeds de enige parochie in Limburg die aan deze heilige is gewijd. Inmiddels is Kelpen-Oler uitgegroeid tot een aanzienlijk dorp van circa 1150 inwoners.
De eerste vermelding van Kelpen en Oler komt voor in een oorkonde uit het jaar 1329, waarbij Gerard, heer van Horn, zijn vrijerfgoed Wessem met al zijn onderhorigheden in leen opdraagt aan Willem van Gulik. Als behorende onder Wessem worden daarbij onder meer vermeld "villarum de Kelpen et de Oirle", oftewel de gehuchten Kelpen en Oler. Enkele bodemvondsten, zoals urnen en stenen gebruiksvoorwerpen, in zowel Kelpen als Oler, wijzen er echter op dat dit gebied ook in de prehistorie reeds bewoond werd. 
36301 
444 Castenray, Venray, Limburg  6.037330627441406  51.48940009377448  Castenray (Limburgs: Kâssele) is een kerkdorp in de gemeente Venray met 800 inwoners en een oppervlakte van 978 hectare.
De kerk van Castenray is de H. Matthiaskerk. De historie van deze kerk gaat terug tot 1434, toen een kapel in Castenray aan St. Matthias gewijd werd. In november 1944 is de kerktoren door het Duitse leger opgeblazen. Het schip van de kerk werd daarbij ook verwoest, maar het 15e eeuwse priesterkoor bleef gespaard. Na de oorlog is de kerk opnieuw opgebouwd.

Natuur
Direct ten oosten van de dorpskern ligt de A73. Ten zuidwesten van Castenray ligt het 70 hectare grote natuurgebied Castenrayse Vennen rond het dal van de Lollebeek. Aan de westkant van Castenray ligt tegen de dorpsgrens de 'Castenrayse Berg'. Dit is een bosgebied met stuifduinen.
https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Castenray&oldid=35768857 
139040 
445 Casteren, Bladel, Noord-Brabant  5.238389  51.396421  Casteren is een dorp in de Nederlandse gemeente Bladel, provincie Noord-Brabant. Casteren ligt in de Noord-Brabantse Kempen ongeveer 25 km ten zuiden van Tilburg en ongeveer 20 km ten zuidwesten van Eindhoven en ongeveer 25 kilometer ten oosten van Turnhout (in België). Casteren telt ongeveer 1000 inwoners en is daarmee het op één na kleinste dorp van de gemeente Bladel.
In oude brieven wordt Casteren ook Castelre en Kerk-Casteren genoemd. Omdat hier Romeinse oudheden zijn gevonden wordt aangenomen dat Casteren is afgeleid van "Castra", wat Latijns is voor legerplaats. 
35086 
446 Cellemuiden, Hasselt, Overijssel  6.082198619842529  52.60106793360423  Cellemuiden is een buurtschap in de gemeente Zwartewaterland, in de Nederlandse provincie Overijssel. De buurtschap is gelegen in de Kop van Overijssel tussen Genemuiden en het Zwarte Water.  82988 
447 Chaam, Alphen-Chaam, Noord-Brabant  4.86138888888889  51.5044444444444  Chaam (uitspr. "Kaam", Brabants: Koam)) is een dorp in de gemeente Alphen-Chaam, Nederlandse provincie Noord-Brabant, in de buurt van Breda. Het aantal inwoners op 1 januari 2006 bedraagt 3836.
Chaam zou reeds in 422 genoemd worden onder de maalstenen (vergaderplaatsen) van de Franken. De naam Chaam is afgeleid van de Keltische stam "Cambo" en pleit daarmee op zich al voor een prehistorisch ontstaan. "Cambo"-nederzettingen zijn meestal gelegen op de vruchtbare aanslibbingen van stroombeddingen. Het bekengebied van Chaam heeft er door de eeuwen heen een kleiachtige bodem afgezet, die vruchtbaarder is dan de bodem van omliggende dorpen. Ook in de geschiedenis van Chaam spelen abdijen, ridderorden en de heren van Breda een belangrijke rol. Aanvankelijk oefenen de abdijen van Thorn en Echternach een aantal rechten binnen het Chaamse grondgebied uit.
Met het groeien van de macht van wereldlijke vorsten worden de abdijen vanaf de 11e eeuw geleidelijk aan van hun wereldlijke macht beroofd. De rechten van de abdijen van Thorn en Tongerlo worden langzamer maar zeker beperkt tot het benoemingsrecht van pastoors en het tiendrecht. Vanwege deze ontwikkeling droeg Echternach haar rechten binnen de oude parochie Alphen in 1175 over aan de jonge abdij van Tongerlo, zodat die niet alleen een bron van bestaan kreeg, maar ook enig toezicht op het gebied kon houden. Toch treden zowel binnen Alphen als binnen Chaam vanaf het einde van de 12e eeuw de heren van Breda en de orde van de Tempeliers meer en meer op in de uitoefening van de wereldlijke macht en als eigenaren van grond. Binnen Alphen hebben de Tempeliers een eigen hof met de lagere rechtsmacht. Na de opheffing van deze orde in 1312 gingen haar rechten over op de orde van de Johannieters. In 1648 liet deze orde haar rechten over aan de heren van Breda. Het voormalige Hof te Brake te Alphen herinnerde nog aan deze periode. De heren van Breda werden in 1198beleend met het land van Breda. Zij verbonden in de 15e eeuw Alphen en Chaam bestuurlijk aan elkaar door voor beide dorpen een gezamenlijk schepencollege aan te stellen. Alphen leverde 4 en Chaam 3 schepenen aan de schepenbank. Beide dorpen voerden wel een afzonderlijke financiële huishouding. Samen met Baarle-Nassau onderhielden Alphen en Chaam één schout, één secretaris en later ook één ontvanger. doordat Alphen en Chaam één jurisdictie vormden, brachten de navolgende eeuwen geen opmerkelijke afwijkende ontwikkeling in beide dorpen. De eenheid Alphen en Chaam bleef bestaan, totdat de Franse machtshebbers in 1810 een complete reorganisatie doorvoerden. In dat jaar werden met de verandering van de indeling van departementen ook nieuwe gemeentegrenzen vastgesteld. Chaam werd losgekoppeld van Alphen en ging als zelfstandige gemeente verder. Het dorp Riel werd met Alphen tot één gemeente samengevoegd.
Chaam was tot 1997 een zelfstandige gemeente. 
35085 
448 Château St. Gerlach, Houthem, Limburg  5.79555555555556  50.8733333333333  Château St. Gerlach ligt in het Limburgse kerkdorp Houthem in het Geuldal. Het is oorspronkelijk in de twaalfde eeuw gebouwd als klooster tezamen met de aanliggende kloosterkerk. In de negentiende eeuw werd het klooster omgebouwd tot kasteel. Het omvat een rechthoekig hoofdgebouw, een koetshuis en een kasteelboerderij. Tegenwoordig is in het complex een luxueus hotel, restaurant en conferentieoord gevestigd.
Geschiedenis
Deze begint in het midden van de twaalfde eeuw met de kluizenaar Gerlachus, die zich terugtrok in het Geuldal om er te bidden en tegelijkertijd regelmatig op bedevaart te gaan naar het graf van Servatius van Maastricht. Toe hij in 1165 stierf, werd zijn graf een bedevaartsplaats voor de plaatselijke bevolking omdat de mensen hem wonderen toedichtten. Nadat Gerlachus heilig was verklaard liet de Valkenburgse heer Gosewijn IV bij het graf een (Norbertijnen)klooster en een kloosterkerk bouwen. In de kerk werd een praalgraf ingericht voor Gerlachus. In 1345 werd het klooster tot nonnenklooster omgevormd en veel adellijke families stuurden hun dochters die niet aan de man kwamen hier naar toe.
In 1574, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, werd het klooster verwoest door Lodewijk van Nassau tijdens een veldtocht tegen de Spanjaarden. Echter in 1661 kwam het klooster weer onder Spaanse soevereiniteit. Vervolgens kwam het in 1786 weer in Hollandse handen, waarna de nonnen vertrokken.
Na de Franse inval in 1795 werden alle kloosters in de Nederlanden geconfisceerd, waarna een notaris, Schoemaekers genaamd, die als zaakwaarnemer van de zusters optrad, het klooster kocht. Deze liet het klooster ombouwen tot een Château (omdat hij kasteel te ordinair vond), de kloosterkerk werd aan de gemeente Houthem geschonken en fungeerde als nieuwe parochiekerk. Het kasteel werd achtereenvolgens bewoond door de families Corneli en De Selys de Fanson. Als laatste telg van de familie De Selys de Fanson bewoonde Robert het tot 1979, waarna deze het vermaakte aan het kerkbestuur van de parochie Houthem. Het kasteel en een aantal bijgebouwen raakten hierna echter ernstig in verval.
In de Tweede Wereldoorlog werd het kasteel eerst door de Duitsers bezet en na de bevrijding door Amerikaanse militairen. Aan de Amerikaanse bezetting herhinnert nog een gat in de grote spiegel boven de schouw, ontstaan door een pistoolschot afgevuurd door een van de soldaten. 
304 
449 Chevremont, Kerkrade, Limburg  6.0667  50.881933  Chevremont (lokaal dialect: Sjevemet) was een dorp in de Gemeente Kerkrade.
De naam Chevremont komt van een foutieve Franse vertaling van het Latijnse "cavatum montem", wat zoiets als steile berg met afdaling naar holle weg betekent. Rond 1363 wordt het gebied Chevremont, Schaveymont genoemd.
De naamsontwikkeling loopt dus van Cavatum Montem naar Schaveymont naar Sjevemet naar Chevremont. Tegenwoordig wordt vaak de (foutieve) spelling Chèvremont aangetroffen waardoor de naam als vertaling Frans betekent: Geitenberg. 
37776 
450 Clinge, Hulst, Zeeland  4.08805555555556  51.2705555555556  Clinge is een dorp in de gemeente Hulst, in de Nederlandse provincie Zeeland. Het dorp heeft 2587 inwoners (2005).
Het dorp bestaat uit lintbebouwing langs de 2½ kilometer lange 's-Gravenstraat en wordt doorsneden door de Nederlands-Belgische rijksgrens, met aan Belgische zijde het dorp De Klinge.
Ten westen van het dorp liggen de "Clingse bossen", een geliefd wandelgebied. 
36686 
451 Coehoorn, Westerbork, Drenthe  6.712107538478449  52.85407418374222  Er zal hier vroeger meer bewoning zijn geweest maar ik kan er nu niets meer over vinden. Toch als ik google kom ik veel mensen tegen die aldaar geboren of gestorven zijn.  147627 
452 Coevorden, Drenthe  6.7409491539001465  52.66215968841365  Coevorden (Drents: Koevern) is een stad en gemeente in het zuid-zuidoosten van de provincie Drenthe in Nederland. De gemeente telt 36.043 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 300 km² (waarvan 2,81 km² water).
Geschiedenis
Ontstaan
Op 26 november 944 schonk keizer Otto I van het Heilige Roomse Rijk "het recht van foreest" (het jachtrecht) in de Pagus Thriente aan Bisschop Balderik van Utrecht. Hiermee kwam de regio onder bestuur van het Utrechtse bisdom.
De eerste vermelding van de plaatsnaam vind men in 1036, in de naam van Fredericus van Coevorden. De eerste schriftelijke vermelding (op een oorkonde) van Koevoorde (een plaats waar boeren hun koeien door een doorwaadbare plek in een rivier dreven) dateert van 1148.
In 1141 wordt door Bisschop Hartbert van Bierum diens broer Ludolf bekleedt met de erfelijke waardigheid van burggraaf (kastelein) van Coevorden. Daarmee heeft Hartbert een trouwe vazal, wellicht zelfs een stroman die het gebied bestuurt. Nadat Hartbert in 1150 overlijdt wordt de binding tussen het bisdom Utrecht en de Stadt en Heerlickheyt Coevorden snel minder sterk, de zonen en opvolgers van Ludolf, Rudolf en Volker gedragen zich als onafhankelijke heren. In 1182 leidt dit tot een belegering van de motte door bisschop Boudewijn II van Holland, waarbij de stad grotendeels wordt verwoest. Als nieuwe kasteelheer wordt door de bisschop graaf Otto van Bentheim aangesteld. De Heren van Coevorden (Rudolf en Volkert) en graaf Otto zullen elkaar de heerschappij nog vele jaren betwisten. Tussen 1186 en 1192 wordt opnieuw oorlog gevoerd, waarbij Rudolf in gijzeling wordt genomen. Volker weet intussen het kasteel te veroveren (met daarin het gezin van Otto), en daarmee staan de heren voldoende sterk om de macht op te eisen. Rudolf wordt erkend als burggraaf van Coevorden. Volker vestigt zich in Ansen.
Coevorden ligt strategisch op de route van Groningen naar Münster, wat de stad tot een welvarende vestingstad maakte. De in 1215 gewijde bisschop van Utrecht Otto II van Lippe besloot de aanspraken van het bisdom op het gebied te verstevigen, niet in de laatste plaats om zijn inkomsten uit het gebied veilig te stellen, danwel te vergroten. Otto stuit echter op grote tegenstand, omdat de boeren hun heer Rudolf II steunen. Een en ander wordt uitgevochten in de slag bij Ane, waarbij Otto het leven verliest en de Drentse boeren onder commando van Rudolf een klinkende overwinning behalen.
Na de dood van Otto van Lippe wordt Wilbrand van Oldenburg tot bisschop gewijd, en ook Wilbrand trekt ten strijde tegen de opstandige Drenten, waarbij hij de hulp van de Friezen inroept. Maar ook deze slag wordt door de Drenten gewonnen. In een latere slag, bij Peize, worden de Drenten uiteindelijk verslagen, en wordt burggraaf Rudolf onder valse voorwendselen naar het kasteel van Hardenberg gelokt. Hij wordt gevangen genomen, gemarteld en vermoord op 25 juli 1230.
Het is dus zelden koek en ei tussen de bisschoppen en de kasteleins en de vraag is of dit iets te maken had met de verhuizing in 1258 van het Sancta Maria de Campe- of Mariënklooster van Coevorden naar een dekzandrug op een plaats waar nu het centrum van Assen ligt.
In 1288 komt een kleinzoon van Rudolf weer aan de macht, en wordt het kastelijnschap van de van Coevordens hersteld. Reinoud van Coevorden is een zoon van Eufemia, de dochter van Rudolf II, en van Hendrik van Borculo. Reinoud wordt de stamvader van een reeks sterke heren van Coevorden, een dynastie die tot 1402 zal voortduren. Het machtsgebied zal zich uitbreiden tot Borculo, Diepenheim, Lage (Duitsland) en Selwerd. Ze verwerven het muntrecht en beheersen de rechtspraak in Drenthe.
Pas tegen het einde van de 14e eeuw maakte bisschop Frederik van Utrecht een einde aan de strubbelingen door het opheffen van de erfelijkheid van het kasteleinschap van Coevorden. Frederik maakt daarbij handig gebruik van de onrust onder de bewoners van het gebied, Reinoud heeft zich niet populair gemaakt met onrechtmatige belastingen en andere wandaden. In 1395 trekt Frederik ten strijde tegen de heer van Drenthe, maar anders dan bij de slag bij Ane kan Reinoud niet rekenen op de steun van de boeren. Frederik wordt door de notabelen van Coevorden erkend als landsheer, en zo komt Reinoud alleen te staan in de strijd. Op 4 april 1402 doet hij afstand van al zijn rechten, en de Van Coevordens trekken zich terug op hun bezittingen in Twente en de Achterhoek.
De stad kreeg in 1408 stadsrechten.
Gelre
Aan het begin van de 16e eeuw werden zowel de Kapel van Hulsvoort als de Nieuwe Kerk in Coevorden verwoest. De stad viel in 1518 in handen van Rudolf van Munster, echter in 1522 werd de stad heroverd door de Geldersen, onder bevel van Johan van Selbach. Selbach bestuurde daarna alle oostelijke gebieden, waaronder Overijssel en Drenthe tot aan de Groningse zeekust. Hij zou tot 1536 (het einde van Karel van Gelre's heerschappij) kastelein van Coevorden, en drost van Drenthe blijven.
Selbach zorgde voor versterking van de fortificaties, maar moest daarnaast zorgen voor voldoende belastinginning voor Gelre's hertog. Dat laatste viel hem niet mee, niet alleen omdat Drenthe geen rijke provincie was, maar zeker ook omdat de Drenten zich niet graag voegden naar Gelders gezag. In een brief uit 1536 beroept Selbach zich dan ook op overmacht, wegens de armoede van "uwer vorstelijke genade onderzaten des lands van Drente".
In datzelfde jaar 1536 werd Selbach gedwongen het kasteel en de vesting over te dragen aan Georg Schenck van Tautenburgh, Karel V's legeraanvoerder in de regio.
Spaans beleg en herbouw van de stad
Coevorden werd in de periode van 1581 tot 1592 belaagd door de Spanjaarden, wat begon met de Elfdaagse belegering in september 1581 onder leiding van George van Lalaing, de graaf van Rennenberg. Toen Maurits van Oranje in 1592 de Spanjaarden wist te verdrijven werd de stad grotendeels door de Spanjaarden afgebrand. Onder leiding van Francisco Verdugo trachtten de Spanjaarden de stad opnieuw in te nemen, maar dat kon door het leger van Prins Maurits worden voorkomen.
Coevorden moest dus geheel opnieuw opgebouwd worden. De nu nog bestaande historische gebouwen en vestingwerken, stratenstructuur en de stervormige stadsgracht dateren dan ook grotendeels uit het einde van de 16e en het begin van de 17e eeuw. De vestingwerken werden ontworpen door Menno van Coehoorn.
Münster
Op 30 juni 1672 werd Coevorden veroverd door de Bisschop van Münster, maar werd al weer snel daarna bevrijd door de Staatsen in opdracht van goeverneur Carl von Rabenhaupt. De Bisschop gaf het echter niet op, en onder leiding van Bommen Berend werd Coevorden in 1673 belegerd. Berend deed een poging Coevorden onder water te zetten door een dijk te bouwen in de Vecht bij Gramsbergen, de Coevordenaren werden echter door een zware storm, waardoor de dijk brak, net op tijd gered van de verdrinkingsdood.
Periode van verval
In de 18e eeuw kwam de bevolkingsgroei tot stilstand. Coevorden was in die periode een doorgangsplaats voor turfschippers, die hun lading vanuit de Duitse en Oost-Drentse gebieden naar het westen van Nederland vervoerden. Deze functie van de binnenhaven van Coevorden verviel toen het veen was afgegraven. Als relatief grote stad had Coevorden nog wel een belangrijke regiofunctie, die echter langzamerhand door Emmen werd overgenomen.
Historische feiten van deze periode zijn het ijzerkoekenoproer en de stichting van de Joodse Gemeente in Coevorden.
Franse overheersing
In 1795 werd Coevorden door de Fransen ingenomen, een periode die tot 1814 zou voortduren. Het Franse leger werd als bevrijdingsleger ontvangen, de patriotten hadden voldoende steun opgebouwd en de trouw aan Oranje was niet al te groot. De Coevorder magistraat had patriot Berend Slingenberg benoemd tot secretaris, dit voorkwam echter niet dat de magistraat werd afgezet. Slingenberg werd secretaris van het Comittée Revolutionair, en werd in 1811 Maire (burgemeester) benoemd.
De Fransen lieten na de troonsafstand van Napoleon de stad in 1814 in desolate staat achter, 43 huizen, 20 schuren en 2 molens werden in een brand verwoest, met een totale schade van 76.000 gulden.
Na de Tweede Wereldoorlog
Ook na de oorlog bleef Emmen de groei doormaken naar de belangrijkste stad in de regio, en diverse bedrijven en instellingen verhuisden van Coevorden naar Emmen. Pas in de jaren 80 en 90 kwam Coevorden weer wat beter op de kaart te staan, met de komst van diervoederbedrijf IAMS, en de aanleg van een NAVO depot. Dat depot is inmiddels in gebruik bij het Nederlandse leger.
Met het Europark, waarvan de bouw midden jaren 90 werd gestart, en dat voor een deel op Duits grondgebied wordt aangelegd, wil Coevorden de industrie en het bedrijfsleven in de regio een nieuwe impuls geven. Met dit park wil men een belangrijke schakel worden in het vervoer van goederen tussen west Nederland en het oosten en noorden van Europa.
In 1998 werd in het kader van de gemeentelijke herindeling die in Drenthe plaatsvond, het grondgebied van de gemeente uitgebreid met de voormalige gemeenten Dalen, Oosterhesselen, Sleen en Zweeloo. 
32703 
453 Colijnsplaat, Noord-Beveland, Zeeland  3.8481760025024414  51.59920043667877  Colijnsplaat is een dorp in de Zeeuwse gemeente Noord-Beveland. Het aantal inwoners bedraagt circa 1525 (1 januari 2003). Het is de thuishaven van de vissersvloot van Veere, en er bevindt zich een jachthaven met circa 500 ligplaatsen.
In de buurt van Colijnsplaat heeft een nederzetting gelegen die Ganuenta heette. Hier bevond zich een tempel voor de godin Nehalennia. In 1970 werden in de buurt van Colijnsplaat delen van een Nehalennia-altaar opgevist. Aan het begin van de 21e eeuw heeft men een Romeinse tempel geprobeerd na te bouwen.
Het huidige Colijnsplaat is in 1598 gesticht bij de afsluiting van de dijk om een nieuwe polder. De naam komt van de schor Colinsplate die toen gedeeltelijk werd ingedijkt. Het dorp werd planmatig opgezet, met kaarsrechte percelen. Er werd een haven aangelegd voor het transport van graan van Noord-Beveland naar Schouwen, en voor een veerdienst op Zierikzee.
Colijnsplaat was lange tijd een zelfstandige gemeente. Deze ging in 1941 op in de gemeente Kortgene, die in 1995 opging in de gemeente Noord-Beveland. Door de Veerse Gatdam die in 1961 werd voltooid, raakte Veere afgesloten van zee. De vissersvloot van Veere verhuisde daarop naar Colijnsplaat. Door de bouw van de Zeelandbrug werd de veerdienst op Zierikzee overbodig.
Colijnsplaat is de geboorteplaats van Johannis de Rijke. Op diens 156ste geboortedag werd in het dorp een standbeeld voor hem onthuld, een kopie van het beeld dat in Nagoya voor hem is opgericht. 
190 
454 Collendoorn, Hardenberg, Overijssel  6.602933  52.593872  Collendoorn is een buurtschap in de gemeente Hardenberg in het noorden van de Nederlandse provincie Overijssel.
Collendoorn ligt enkele kilometers ten noorden van de stadskern Hardenberg en telt 363 inwoners.
Ten oosten van Collendoorn ligt de Overijsselse Vecht. De buurtschap is gelegen in een landelijke omgeving. Door de uitbreiding ten noorden van de stad Hardenberg met de nieuwbouwwijk de Marslanden komt de buurtschap minder afgelegen te liggen.
GeschiedenisIn Collendoorn heeft de havezate Huis Collendoorn gestaan waarin de familie Blanckvoort woonde. Deze werd in 1507 voor het eerst genoemd. Willem Blanckvoort en zijn vrouw Aleida Geertruid van Hemert vestigden zich er vlakbij, in Heemserveen, waar zij een ander landhuis stichtten: Blankenhemert.
In het midden van de 20e eeuw werd in Collendoorn een rijkswerkkamp in de buurtschap geopend. Dit kamp, genaamd kamp Molengoot, werd later gebruikt als kamp waar Joden arbeid moesten verrichten in het kader van de Rijksdienst voor de Werkverruiming. Van hieruit schreef de Jood Philip Slier circa 83 brieven naar zijn ouders in Amsterdam. Later zijn in dit kamp nog mensen en gezinnen met omgangsproblemen ondergebracht.
http://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Collendoorn&oldid=31819129 
131932 
455 Colmschate, Diepenveen, Overijssel  6.218626499176025  52.24941624763319  Colmschate is de naam van een dorp en omringend stadsdeel in het oosten van Deventer, provincie Overijssel (Nederland) en telt ongeveer 20.000 inwoners.
Voor de ANWB en de post draagt alleen het centraal gelegen dorp de naam Colmschate, waardoor het bijvoorbeeld op de Holterweg/N344 mogelijk is Deventer uit te rijden en Colmschate in te rijden, nog geen kilometer verder Colmschate uit te rijden en Deventer weer in te rijden, en ten slotte even verderop de stadsgrenzen van Deventer te passeren en het buitengebied De Bannink in te rijden, dat valt onder het dorpsgebied van Colmschate.
Geschiedenis
In Colmschate heeft in de Romeinse tijd een Germaanse nederzetting gelegen. Er zijn voor Nederland zeldzame Romeinse munten gevonden van Carausius en Allectus, een versierde bronzen beslagstuk van een gesp en een bronzen beslagstuk dat tot paardentuig heeft gehoord. Deze vondsten doen vermoeden dat een of meer mannen uit deze nederzetting aan het einde van de derde eeuw dienst deden in het Romeinse leger. Een in Colmschate gevonden messing beeldje van de godin Victoria heeft als bouwoffer gediend.
Pas in de veertiende eeuw komen we de naam Kolmenschate in de "boeken" tegen. Er is dan sprake van ene Willem Douvelt, schout van Kolmenschate (1368). Het schoutambt Kolmenschate was een veel groter gebied dan wat we nu als Colmschate kennen. Het werd begrensd door de IJssel, de buurtschap Epse, de kerspelen Bathmen en Holten en de schoutambten Raalte en Olst.
In de 16e eeuw, tijdens de 80-jarige oorlog, kreeg koning Philips II op een gegeven moment financiële problemen. Om zijn troepen te kunnen betalen liet Philips stukken grond verkopen of verhuren. In 1576 gaf hij het schoutambt Kolmenschate "in pandschap ende beleeninge" aan de Burgemeesters, Schepenen en Raad der Stad Deventer. Het schoutambt Kolmenschate werd toen bestuurd door schout Henrick Jacobsen.
In het jaar 1811 raakte Deventer de zeggenschap over het schoutambt Kolmenschate weer kwijt. Bij decreet van keizer Napoleon werd het schoutambt Kolmenschate een zelfstandige gemeente: la mairie de Diepenveen. Waarschijnlijk kreeg de nieuwe gemeente de naam Diepenveen omdat in de buurtschap Diepenveen de enige hervormde kerk van het schoutambt stond. De eerste burgemeester van de nieuwe gemeente was Daniël Gerhard Hendrik Smijter.
Het schoutambt bestond uit zes marken: de Gooier Marke, de Marke van Oxe, de Marke Borgel, de Marke van Tjoene, de Marke Rande en de Marke Averlo. Zo'n marke was weer onder te verdelen in een aantal buurtschappen. De Gooier Marke was verdeeld in acht buurtschappen: Wechele, Riele, Weteringen, Essen, Ortele, Okkenbroek, Lettele en Linde. Het dorp Colmschate is te vinden in de buurtschap Weteringen. Deze buurtschap bestond ook weer uit twee delen: Hoge Weteringen en Lage Weteringen. Tot begin jaren zestig werden de huisnummers ten noorden van de weg naar Holten (Holterweg) voorafgegaan met een "W". Dit was het gebied Hoge Weteringen. Ten zuiden van deze weg stond er een "C" (van Colmschate) voor het huisnummer. Dit gebied was Lage Weteringen.
Bijna het hele schoutambt Kolmenschate bestond uit zandgronden met grote stukken heide. Voor de meeste bewoners was de landbouw (rogge, boekweit, haver, gerst) het belangrijkste middel van bestaan. Daarnaast werd er op kleine schaal nog wat vee gehouden. Op verschillende plaatsen in het schoutambt werd ijzererts gevonden. Dit erts werd onder andere verwerkt tot potten, kachels en kanonnen. Deze producten werden veel naar Duitsland verkocht en over de Schipbeek en de Regge daar naar toe vervoerd.
De buurtschappen die aan een handelsroute lagen ontwikkelden zich tot dorpen. Ook Colmschate bevond zich aan een dergelijke handels- of doorgaansroute. Gevolg hiervan was dat allerlei bedrijfjes en bedrijven zich hier vestigden. Naast allerlei boerenbedrijven waren er in Colmschate onder andere een vleesfabriek (Linthorst), een klompenfabriek, een melk- of "botterfabriek", verscheidene bakkerijen (Bloemendal, Rouwendal, Cellarius, Veldwachter), een kapper en een schoenmaker. Colmschate had vroeger een stopplaats aan de spoorlijn tussen Zutphen en Deventer (rechts voor de spoorwegovergang van de Colmschaterstraatweg, als men richting Schalkhaar ging). De lijn werd tussen 1882 en 1885 aangelegd. De halte Colmschate werd in de jaren dertig opgeheven. Tegenwoordig heeft Colmschate een treinstation aan de spoorlijn tussen Deventer en Almelo.
De A1 is de belangrijkste verkeersader die langs Colmschate loopt. Voor de scheepvaart lag het Overijssels Kanaal nabij Colmschate. Dit kanaal wordt tegenwoordig niet meer gebruikt voor scheepvaart.
Gemeente Diepenveen
Voor 1974 maakte Colmschate als een van de dorpen deel uit van de gemeente Diepenveen. In 1974 kwam Colmschate, als gevolg van een gemeentelijke grenswijziging, weer onder Deventer bestuur. 
81702 
456 Compascuum, Emmen, Drenthe  7.070942  52.787087  Het compascuum (soms: compascuüm) betekent gemeenschappelijke weide en beslaat het gebied globaal gelegen tussen Ter Apel en Zwartemeer.
Het gebied was omstreden na de meting van 1615 toen een grens tussen de provincies Drenthe en Groningen door het veengebied werd vastgesteld. Beide provincies meenden er aanspraak op te kunnen maken.
In 1630 besliste stadhouder Ernst Casimir dat het gebied gemeenschappelijk zou zijn. Het kreeg toen de Latijnse naam compascuum (van com = samen en pascua = weidegrond) .
Pas in 1817 werd het gebied definitief Drents.
In het gebied liggen twee dorpen die in naam herinneren aan de gemeenschappelijkheid: Emmer-Compascuum en Barger-Compascuum.
Het gebied en de plaatsen worden ook wel aangeduid met de verkorte naam compas. 
35348 
457 Cornjum, Leeuwarderadeel, Friesland  5.77972222222222  53.2436111111111  Cornjum (Fries: Koarnjum) is een terpdorp in de gemeente Leeuwarderadeel, provincie Friesland (Nederland). Cornjum telt ongeveer 490 inwoners en ligt tussen de terpdorpen Jelsum en Britsum, ten zuidoosten van Stiens.
In Cornjum stond het oude Martenastate dat omstreeks het jaar 1900 is afgebroken en vervangen door een fantasiekasteeltje.
Bevolkingsontwikkeling
* 2004 - 490
* 2003 - 496
* 2002 - 492
* 1999 - 466 
34480 
458 Cornwerd, Wonseradeel, Friesland  5.39055555555556  53.0830555555556  Cornwerd (Fries: Koarnwert) is een dorp in de gemeente Wonseradeel, provincie Friesland (Nederland). Het ligt ten westen van Wons, dicht bij het IJsselmeer, en telt ongeveer 100 inwoners (2004).  36179 
459 Cortenoever, Brummen, Gelderland  6.194060661376966  52.10735231105949  Cortenoever is een buurtschap in de gemeente Brummen.
Het landelijke Cortenoever ligt in een meander van de IJssel, in een natuurgebied van Staatsbosbeheer. Het gebied is een van de rijkste uiterwaarden van Nederland. De IJssel scheidt de buurtschap van de stad Zutphen. Ten westen van Cortenoever ligt Brummen, de plaats waar de inwoners van Cortenoever voor voorzieningen op gericht zijn
http://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Cortenoever&oldid=31284696 
131826 
460 Cothen, Wijk bij Duurstede, Utrecht  5.30972222222222  51.9961111111111  Cothen is een klein dorpje binnen de gemeente Wijk bij Duurstede in Nederland.
Het heeft in 2003 zo'n 3000 inwoners. Het dorpsaanzicht wordt bepaald door de slanke kerktoren, ontworpen door Wolter te Riele, en de stellingkorenmolen Oog Int Zeil. Het oude gedeelte van het dorpje met o.a. de Brink en de Dorpstraat is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. 
35929 
461 Coudewater, Rosmalen, Noord-Brabant  5.370058894113754  51.70070661587063  Coudewater (ook: Koudewater of Mariënwater genoemd) was een dubbelabdij te Rosmalen van de orde der Birgittijnen. Het was het eerste klooster van deze orde in de Nederlanden en werd in 1434 gesticht door Milla de Kampen en Peter de Gorter. De laatste zou een visioen gehad hebben, waarin hij een uit bijenwas vervaardigd dubbelklooster had gezien. Dit visioen werd voor het eerst beschreven in de kroniek van Marie van Oss.
In 1566 woedde hier de beeldenstorm.
Nadat het gebied Staats geworden was in 1648 werd het klooster van de helft van zijn bezittingen beroofd. De mannen stichtten de abdij van Hoboken in 1657. Later werd door de Staten-Generaal ook de rest van het klooster verbeurdverklaard. De zusters waren bang dat het klooster zou worden verkocht en zochten naar een alternatief, dat ze uiteindelijk vonden in het nabijgelegen Land van Ravenstein. Zij betrokken te Uden in 1713 een oud Kruisherenklooster, en richtten daar het klooster Maria Refugie op. De birgittijn Judocus Roosen bleef werkzaam als pastoor van Rosmalen, ook nadat alle kloosterlingen vertrokken waren. De katholieken van Rosmalen konden nog enige tijd terecht in de kapel van Coudewater. Daarna namen ze hun toevlucht tot een schuurkerk.
In 1870 werd het landgoed Coudewater gekocht door dr. E. van den Bogaert en dr. L. Pompe. Dezen hadden de Maatschappij tot verpleging van krankzinnigen op het land opgericht. Ze stichtten op het landgoed een psychiatrisch ziekenhuis, dat de naam Coudewater kreeg.
Het landgoed Coudewater ligt ten zuiden van de huidige A59, vlak bij afslag Rosmalen. Op het landgoed zijn tegenwoordig ook allerlei bedrijven gevestigd. 
141089 
462 Covik, Steenderen, Gelderland  6.203981050262428  52.07128448320712  Kernen
Bronckhorst heeft 44 kernen: Achter-Drempt, Baak, Bekveld, Bronkhorst, Covik, De Meene Delden, Dunsborg, Eldrik, Gooi, Halle, Halle-Heide, Halle-Nijman, Hengelo (gemeentehuis), Heurne, Hoog-Keppel, Heidenhoek, Hummelo, Keijenborg, Kranenburg, Laag-Keppel, Linde, Medler, Mossel, Noordink, Olburgen, Oosterwijk, Rha, Steenderen, Toldijk, Veldwijk, Velswijk, Vierakker, Voor-Drempt, Varssel, Veldhoek, Vorden, Wassinkbrink, Winkelshoek, Wittebrink, Wichmond, Wildenborch, Wolfersveen, Zelhem. 
131037 
463 Cromvoirt, Vught, Noord-Brabant  5.229414  51.661016  Cromvoirt is een dorp in de gemeente Vught. De oudste documenten waarin de naam Cromvoirt voorkomen stammen uit de 14e eeuw. Tussen 1811 en 1933 was Cromvoirt een zelfstandige gemeente. Sinds 1933 is onderdeel van de gemeente Vught.
Etymologie
De naam Cromvoirt bestaat uit de delen crom en voirt. Dit laatste betekent een doorwaadbare plaats in een rivier of stroom (waarschijnlijk de door Cromvoirt stromende Zandleij). In combinatie met crom wordt de betekenis: Doorwaadbare plaats bij de kromming van een rivier of stroom.
De oi in "voirt" is Middeleeuwse Brabantse spelling en dient te worden uitgesproken als een lange oo (vergelijk Oisterwijk, Helvoirt). 
35006 
464 Cuijk en Sint Agatha, Noord-Brabant  5.877513885498047  51.71443710305918  Cuijk en Sint Agatha (of: Cuijk en St Agatha) was een gemeente in Noord-Brabant die bestaan heeft van 1810 - 1994.
In 1810 werd het voordien zelfstandige dorp Sint Agatha samengevoegd met het veel grotere Cuijk. Het dorp Sint Agatha behield nog enige zelfstandigheid, zoals tot 1936 een eigen financiële administratie.
In 1942 werd een gedeelte van de gemeente Linden bij de gemeente Cuijk en Sint Agatha gevoegd. Dit omvatte het dorp Katwijk en de buurtschap Klein Linden.
In 1994 werd de gemeente opgeheven om op te gaan in de veel grotere fusiegemeente Cuijk.
Het gemeentewapen van Cuijk en Sint Agatha was afgeleid van dat van de Heren van Cuijk. Het bevatte onder meer acht merletten. Dit wapen is, zij het voorzien van een kroon, overgenomen door de fusiegemeente. 
76703 
465 Cuijk, Noord-Brabant  5.87944444444445  51.7269444444444  Cuijk is een gemeente en voormalig stadje - thans een dorp - in het noord-oosten van de provincie Noord-Brabant en ligt aan de west-oever van de Maas. Cuijk heeft ooit de stadsrechten verkocht aan het dorp Grave dat nu wel een stad is. Het ligt 15 km ten zuiden van Nijmegen. De regio waar de gemeente Cuijk in ligt heet het Land van Cuijk.
De gemeente Cuijk bevat de volgende woonkernen: Beers, Cuijk, Haps, Linden, Katwijk, Sint Agatha, Vianen
De stichting van Cuijk
De plaats Cuijk is zeer oud. De naam Cuijk is afgeleid van het Keltische woord 'Keukja', wat 'kromming' of 'bocht' betekent. Dit duidt op de kromming of bocht in de Maas ter hoogte van Cuijk. 'Keukja' werd later verbasterd tot 'Ceuclum', waaruit uiteindelijk de naam Cuijk ontstond.
Honderden jaren voor Christus woonden er verhoudingsgewijs al vrij veel mensen in deze streek. De Kelten hadden een zekere cultuur, hielden vee, bebouwden op nog primitieve manier hun land en woonden in grote houten hutten of schuren. Voor hun doden droegen zij extra zorg.
Op het Kampse Veld in Haps vond men enkele jaren geleden een nederzetting van ongeveer 700 jaar voor Christus. Ook in Cuijk vond men al in de vorige eeuw sporen uit de prehistorie. Zo werden in 1844 bij de Haanhof veel ronde grafheuvels aangetroffen uit de bronstijd. In deze heuveltjes waren urnen met menselijke beenderresten bijgezet. Dergelijke vondsten had men in 1825 ook gedaan op de Kalkhof.
Toen Julius Caesar kort voor onze jaartelling Gallië veroverde en de Romeinse invloed doordrong tot ons gebied veranderde er veel. De Rederijen werd de grens van het Romeinse Rijk. Een rij van legerplaatsen of Castelia, waarin Romeinse legioenen waren gelegerd, zorgden voor de verdediging. Voorbeelden hiervan zijn Nijmegen, Xanten, Keulen en Bonn.
De legerplaatsen waren verbonden met begaanbare heerwegen. Een van deze wegen liep van Nijmegen naar Tongeren via Cuijk. Al in de vorige eeuw zijn talloze sporen van deze weg gevonden onder Cuijk en St. Agatha en verder naar het zuiden. Er bestaat nog een Romeinse wegenkaart in een middeleeuwse natekening, de zogenaamde 'Peutinger kaart'. Op een uithoek hiervan komt in langgerekte vorm de oudste geografische schets van Nederland voor.
De wegen zijn aangegeven met Romeinse afstandsmaten en de voornaamste Romeinse nederzettingen worden aangeduid door een of ander bouwwerk. Naast Nijmegen staat hierop ook Ceuclum, waaronder we wel het tegenwoordige Cuijk moeten verstaan. Bij Ceuclum was er een brug die onderdeel was van de verbinding van bovengenoemde heerweg. Restanten van deze brug zijn te bezichtigen in Museum Ceuclum.
De Heren van Cuijk nemen in de geschiedenis van het Maasdorp een belangrijke positie in. 
34989 
466 Culemborg, Gelderland  5.225372314453125  51.958442093511614  Culemborg is een stad en gemeente in de Betuwe, in de Nederlandse provincie Gelderland. De gemeente telt 27.177 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 31,23 km² (waarvan 1,49 km² water). Binnen de gemeentegrenzen liggen geen andere kernen.
Culemborg had 10.369 woningen in 2004, er waren 1430 bedrijven en ongeveer 10.300 arbeidsplaatsen (prognose 2005).
Historie
Handelsdorp
Oorspronkelijk was Culemborg een handelsdorp, gelegen op de stroomrug van het riviertje de Meer en de zuidelijke oeverwal van de Lek. Ten westen daarvan bouwde in de 12e eeuw de Heer van Bosinchem (Beusichem) een kasteeltje.
Vrijstad
Op "Sente Nycolausdach" in 1318 ontvingen de poorters van de inmiddels versterkte nederzetting van hun Heer, Jan van Bosinchem, stadsrechten waaronder tolvrijheid op de jaarmarkt en het asielrecht. Culemborg werd een Vrijstad. Dit wilde niet zeggen dat iedereen zich vrijelijk kon vestigen. De stad had een eigen rechtspraak. Wie iets op zijn kerfstok had, moest voor schout en schepenen verschijnen en ontliep zijn gerechte straf niet. Maar hij kreeg wel de kans zich te verdedigen. Zolang hij in Culemborg verbleef, werd zijn schuldeiser niet in de stad toegelaten. "Naar Culemborg gaan" betekende in Amsterdam dan ook failliet gaan.
Stadsuitbreiding
In de 14e eeuw kwam er een stadsmuur en -gracht om ongeregelde bendes en vijandelijke troepen buiten de stad te houden. Tweemaal werd de stad buiten de bestaande muren uitgebreid. Omstreeks 1370 aan de noordzijde met een schipperskwartier, de zogenaamde Havendijk en twintig jaar later aan de zuidzijde waar de buurtschappen Lanxmeer en Parijsch erbij werden getrokken onder de naam Nieuwstad. Zo ontstond een soort "driestad". Ook de Havendijk en de Nieuwstad werden ommuurd.
Nòg een kasteel
In de 14e eeuw bouwde Jan II, die zich Heer van Culemborg noemde, een groot kasteel aan de oostzijde van het stadje. Van dit kasteel is nu alleen de kasteeltuin nog over. Franse troepen hebben het in 1672 grotendeels verwoest waarna het in de jaren na 1735 definitief werd gesloopt.
Vrouwe Elisabeth
Aan de laatste telg van het geslacht van Culemborg heeft de stad veel te danken. Vrouwe Elisabeth stichtte het Elisabeth-gasthuis, een hofje met huizen voor oude mannen en vrouwen, en schoot het geld voor de bouw van het Stadhuis en de toren van de St. Janskerk voor. Uit haar erfenis werd het Elisabeth-Weeshuis gebouwd. Dit weeshuis doet nu dienst als museum en bibliotheek.
Floris van Pallandt en het protestantisme
Kort voor het overlijden van Elisabeth verhief Karel V de heerlijkheid tot graafschap. Omdat Elisabeth kinderloos stierf, erfde Floris van Pallandt, een kleinzoon van haar oudste zus Anna, het graafschap. Floris ging onder invloed van zijn Lutherse echtgenote al gauw over tot het protestantisme. Met Oranje en de heer Van den Bergh speelde hij een belangrijke rol in de opstand tegen het Spaanse gezag. In 1566 was Floris de eerste in de Nederlanden die een Calvinistische dienst liet houden, terwijl men elders nog hagepreekte. Dat gebeurde in het washuis van het kasteel. Zo zorgde hij ervoor dat de nieuwe leer in Culemborg voor het eerst openlijk en officieel in de Nederlanden werd verkondigd.
Maar als wraak liet Hertog van Alva het kasteel met de grond gelijk maken toen de graaf in Duitsland zat, omdat hij voor de bloedraad moest komen.
Onder bewind van Waldeck-Pyrmont en Saksen-Hildburghausen
Van 1639 tot 1714 kwam het graafschap aan het geslacht Waldeck-Pyrmont en daarna onder de hertogen van Saksen-Hildburghausen. De Duitse heren beschouwden Culemborg als een welkome melkkoe. Onder hun regering verwoestten de Fransen in de periode 1672-1674 het kasteel, plunderden de bibliotheek en roofden een deel van het archief. Uit geldgebrek verkocht Saksen-Hildburghausen Culemborg met al zijn hoge rechten en domeinen voor bijna één miljoen gulden aan de Staten van het Kwartier van Nijmegen. Deze schonken in 1748 het graafschap aan prins Willem IV, toen deze tot stadhouder werd verheven. In 1795 werd de stad door de Fransen bezet. Drie jaar later kwam, na bijna vijf eeuwen, een einde aan de zelfstandigheid van het staatje en werd het ingelijfd bij de Bataafse Republiek.
Onder bewind van Oranje-Nassau
Na de Franse tijd ging de stad op in het Koninkrijk der Nederlanden. Het geslacht Oranje-Nassau was het laatste in Culemborg regerende gravenhuis. Vandaar dat de Koningin nog steeds de neventitel gravin van Culemborg voert.
Industriële ontwikkeling
Culemborg was even wereldberoemd toen in 1868 de langste spoorbrug van Europa in gebruik werd genomen. Om met de hoge brug over de Lek te komen moest een spoordijk worden aangelegd; zo kwam het station een eind buiten de stad te liggen. In de tweede helft van de 19e eeuw is de aanleg van de spoorlijn Utrecht-'s-Hertogenbosch ( de inmiddels vervangen spoorbrug van 1868) een belangrijke stimulans voor de industriële ontwikkeling van Culemborg. Met name de sigaren- en meubelindustrie zijn in die tijd sterk opgekomen. Tegenwoordig vindt men naast de meubelfabrieken een grote variëteit aan industrieën in deze stad.
Het Bakelbos
De heer Hoek de historische vereniging "Voet van Oudheusden" heeft historische wetenswaardigheden over het S-vormige straatje Bakelbos gebundeld in een map. Deze map ligt voor de belangstellenden ter inzage in het Stadskantoor.
Papklok
Elke avond om 21:50 luidt de papklok, welke van oudsher aangeeft dat de poorten bijna sluiten, en het tijd is om naar bed te gaan. 
33232 
467 d' Olde Dijck, Noordbroek, Groningen  6.916533  53.187373  Kennelijk de oude dijk, waar nu nog maar een huis staat.  32693 
468 Daarle, Hellendoorn, Overijssel  6.5360283851623535  52.43411658941468  Daarle (Nedersaksisch: Doarle) is een dorp in Noordoost-Salland. Het hoort bij de Nederlandse gemeente Hellendoorn, in de provincie Overijssel. Daarle telt ruim 1400 inwoners (in 2005).
Daarle is een oud esdorp: reeds in 933 wordt de naam genoemd in een lijst van bezittingen van het Westfaalse klooster Werden. Eeuwenlang is het dorp omsloten geweest door moerassen. Het dorp is in de loop der tijd weinig gegroeid. Na 1850 werd het kanaal Zwolle-Almelo gegraven en verdubbelde het inwonertal zich, door vestiging aan de vaart. Na 1900 werd het veendorp Daarlerveen zelfstandig ten opzichte van Daarle, dat hoofdzakelijk uit boeren bestond.
Op kerkelijk gebied vielen de inwoners onder de Hervormde Kerk te Hellendoorn. Vanouds had het een eigen kapel, die met de Reformatie is verdwenen. In 1855 werd er een zelfstandige hervormde kerk gesticht en konden de inwoners weer in eigen plaats ter kerke. Het oudste kerkelijke attribuut, een romaans bentheimerstenen doopvont, dat na de Reformatie heeft gediend als paardekrib op het erf Janshuis, bevindt zich thans in het Rijksmuseum Twenthe te Enschede. Naast de Hervormde gemeente bestaat er sinds 1933 een zelfstandige Gereformeerde Kerk.
Het dorp heeft een actief verenigingsleven, wat blijkt uit de aanwezigheid van een voetbal-, volleybal-, gymnastiek-, schiet- en zangvereniging, drumband en muziekorkest. 
64825 
469 Daarlerveen, Hellendoorn, Overijssel  6.577596187853487  52.44317636870077  Daarlerveen (Nedersaksisch: Doarseveld) is een dorp in Noordwest-Twente, provincie Overijssel (Nederland). Het hoort bij de gemeente Hellendoorn. Het ligt aan het Overijssels kanaal (Almelo - De Haandrik), net ten zuiden van Vroomshoop.
Daarlerveen heeft een station aan de spoorlijn Almelo - Mariënberg.
Een typisch Nedersaksisch woord dat men in Daarlerveen gebruikt is het woord "naar". Bijvoorbeeld als het koud is: 't is hier naar koald.
De RTV Oost-presentatrice Thea Kroeze is hier woonachtig. 
70082 
470 Dalen, Drenthe  6.756480  52.698977  Dalen, Drents: Daolen) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Coevorden, ten noorden van de stad Coevorden. Op 1 januari 2004 had het ongeveer 3470 inwoners.
Door de grootte heeft het een uitbundig verenigingsleven en veel winkels en bedrijven. In gemeenschapshuis De Spinde bevinden zich een bibliotheek, een VVV-kantoor en de afdeling Ruimtelijke Ordening van de gemeente Coevorden.
Geschiedenis
De naam Dalen komt voor het eerst voor in een lijst van opbrengsten aan het kapittel van de Dom in Utrecht uit 1225. De oudste officiële oorkondes, waarin de naam Dalen werd vermeld, dateren uit 1276. Het opdiepen van deze oude oorkondes heeft er toe geleid dat Dalen in het jaar 1976 op grootse wijze haar 700-jarig bestaan vierde, onder aanvoering van de toenmalige en jongste burgemeester van Nederland (28 jaar), Ivo Opstelten, thans burgemeester van Rotterdam. De oude oorkondes vermelden dat in het jaar 1276 Hindricus van Borculo, burggraaf van Coevorden, uitspraak moest doen in een geschil tussen het klooster van Assen en de ingezetenen van Dalen.
Vele eeuwen heerste er echter rust in Dalen. Zo nu en dan werd de rust verstoord, wanneer soldaten het dorp naderden, zoals in de Spaanse oorlog en tijdens de inval van de Munsterse troepen. Met name in het begin van de 19e eeuw veranderde dit rustige beeld. Het feit dat de vesting Coevorden nabij Dalen lag, was er de oorzaak van, dat de Dalenaren nogal eens bij de strijd werden betrokken. De vesting Coevorden was zelf een van de laatste bolwerken, die op de Fransen werden heroverd en dat hebben de inwoners van Dalen geweten. Omdat alle toevoer naar Coevorden was afgesloten, bleef de Fransen niets anders over dan uitvallen te doen, te stropen en te plunderen. Dalen is van deze stroop- en plundertochten meerder malen het slachtoffer geweest en heeft veel geleden van het oorlogsgeweld in die tijd. In 1816, vlak na de Franse tijd, dreigde het vuur Dalen met de grond gelijk te maken. Een zware brand verwoeste 7 woonhuizen en 12 schuren.
Brouwerswijk is een veenwijk en straat ten westen en ten oosten van het dorp Nieuwlande (gemeente Hoogeveen) en vormde vroeger de wijk (als kanaal) één geheel met het kanaal in de gemeente Coevorden (tot 1998 in de gemeente Dalen) tussen de wegen Splitting en Wittenberg; doorsnijdt twee keer de weg ('t) Woeste boven Dalerpeel.
Van de 19e eeuwse buurt is anno 2013 weinig meer te vinden.
Brouwerswijk is een veenwijk en straat ten westen en ten oosten van het dorp Nieuwlande (gemeente Hoogeveen) en vormde vroeger de wijk (als kanaal) één geheel met het kanaal in de gemeente Coevorden (tot 1998 in de gemeente Dalen) tussen de wegen Splitting en Wittenberg; doorsnijdt twee keer de weg ('t) Woeste boven Dalerpeel.
Van de 19e eeuwse buurt is anno 2013 weinig meer te vinden.
Brouwerswijk is een veenwijk en straat ten westen en ten oosten van het dorp Nieuwlande (gemeente Hoogeveen) en vormde vroeger de wijk (als kanaal) één geheel met het kanaal in de gemeente Coevorden (tot 1998 in de gemeente Dalen) tussen de wegen Splitting en Wittenberg; doorsnijdt twee keer de weg ('t) Woeste boven Dalerpeel.
Van de 19e eeuwse buurt is anno 2013 weinig meer te vinden.
Brouwerswijk is een veenwijk en straat ten westen en ten oosten van het dorp Nieuwlande (gemeente Hoogeveen) en vormde vroeger de wijk (als kanaal) één geheel met het kanaal in de gemeente Coevorden (tot 1998 in de gemeente Dalen) tussen de wegen Splitting en Wittenberg; doorsnijdt twee keer de weg ('t) Woeste boven Dalerpeel.
Van de 19e eeuwse buurt is anno 2013 weinig meer te vinden. 
32956 
471 Dalerveen, Dalen, Drenthe  6.810407638549805  52.69552880253609  Station Dalerveen is een voormalig spoorwegstation in Dalerveen, het lag aan de spoorlijn Zwolle – Stadskanaal. De geografische verkorting is Dlv.
Het station werd op 1 november 1905 geopend, en werd op 15 mei 1938 gesloten. Het station had een laag puntdak met een dwarstaande vleugel. De architect van het stationsgebouw was Eduard Cuypers. 
34301 
472 Dalfsen, Overijssel  6.260894  52.506884  Dalfsen (Nedersaksisch: Dalsen) is een dorp en gemeente in de streek Salland (Vechtdal), dat deel uitmaakt van de provincie Overijssel en dat gelegen is aan de Overijsselse Vecht. De gemeente telde op 1 juli 2005 26.509 inwoners (bron: CBS) op een oppervlakte van 166,50 km² (waarvan 1,32 km² water) en kent een dichtheid van 160 inwoners per vierkante kilometer. De huidige gemeente Dalfsen is op 1 januari 2001 onstaan uit de samenvoeging van de gemeenten Nieuwleusen en Dalfsen.
Geschiedenis
De naam Dalfsen komen we voor het eerst officieel tegen in het jaar 1231. Een opvallend feit is dat Dalfsen nooit stadsrechten heeft gekregen ondanks haar rijke historie. Diverse andere plaatsen aan de Overijsselse Vecht namelijk wel.
Net aan de overkant van de Vecht staat kasteel Rechteren dat gebouwd is in het jaar 1320. Het wordt al zes eeuwen bewoond door dezelfde familie. 
34089 
473 Dallingeweer, Termunten, Groningen  7.068736553192139  53.290341104986105  Dallingeweer is een gehucht in de gemeente Delfzijl in de provincie Groningen. Het ligt ten oosten van Termunten, even onder Fiemel.
De oudste vermelding van het gehucht, als Dallynkwer, stamt al uit 1441. Tegenwoordig is het nog slechts een losse boerderij en een verdwaald huis. Bekendste inwoner van het gehucht is Lenie 't Hart. 
212 
474 Dalmsholte, Ambt Ommen, Overijssel  6.364993572497042  52.47581065577288  Dalmsholte is een buurtschap in de gemeenten Dalfsen (het westelijk deel) en Ommen (het oostelijk deel), in de Nederlandse provincie Overijssel. Dalmsholte ligt ten noorden van het dorp Lemelerveld en ligt op ongeveer 18 kilometer ten oosten van Zwolle. Het was tot eind 19e eeuw een groot areaal woeste grond. De onherbergzaamheid van het gebied speelt in diverse sagen, oude volksvertellingen, een rol. Sinds de onginningen rond 1900, is het een uitgestrekt landelijk gebied met verspreide boerderijen.
De buurtschap telt ongeveer 200 inwoners. 
64396 
475 Damwoude, Dantumadeel, Friesland  5.99527777777778  53.2886111111111  Damwoude (Fries: Damwâld) is een dorp in de gemeente Dantumadeel in Noordoost-Friesland (Nederland). Het ligt op slechts 5 km ten zuiden van Dokkum. Damwoude heeft 5.612 inwoners (1 jan. 2007) en is daarmee het grootste dorp van de gemeente. Het gemeentehuis van Dantumadeel is hier sinds 1999 gevestigd.
Vroeger bestond het dorp uit Dantumawoude, Akkerwoude en Murmerwoude, maar in 1971 ontstond de nieuwe eenheid Damwoude. De eerste drie letters van de oude dorpsnamen werden samengenomen en vormde de nieuwe dorpsnaam. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat Dantumawoude ook wel kortweg Damwoude werd genoemd.
Het is een uitgestrekt dorp met veel vrijstaande woningen. 
36181 
476 Danielsweert, Grevenbicht, Limburg  5.784516334533691  51.06011659254772  fusiegemeente Dilsen-Stokkem
D: Elen (Prov.Mem. telling 1930: arr. Maeseyck, Eelen, 1207 inw.)
A: 1150 Hellini, 1179 Jelne
E: (Carnoy) halîna (harde droge grond) of Aljo(n) (woning van Allio(n))
F: Eelen-sur-Meuse
H: ambt en kwartier Stokkem, Graafschap Loon (Prinsbisdom Luik)
sinds 9e eeuw: domein van abdij van Corbie
had o.m. Loons leen "Sippernau"
Schepenbank van Elen, Oppergerecht Vliermaal.
1803-1821 uitbreiding met o.m. Vissersweert en Danielsweert
1839 afstand van Vissersweert en Danielsweert aan Roosteren
1970 opgeslorpt in Dilsen
P: Elen: Sint-Petrus
Dilsen-Stokkem is een stad en gemeente in de Belgische provincie Limburg. De stad telt ruim 19.000 inwoners. Dilsen-Stokkem ligt in het oosten van de provincie, tegen de Nederlandse grens, die wordt gevormd door de rivier de Maas. Het gemeentehuis staat in de centrale kern Dilsen.
Article Quarante_deuxième.
Limite entre la commune de Grevenbicht (Pays_Bas) et celle d'Eelen (Belgique).
La limite, laissant une île (n) à la Belgique, et continuant à suivre le thalweg de la Meuse, tourne vers l'Est et arrive vis_à_vis du point, où, entre le Danielsweert et le Visserweert, se touchent les communes de Grevenbicht et de Roosteren.
Grevenbicht, waarvan het gehucht Boijen, hetwelk in 1840 112 zielen telde, krachtens het tractaat van
19 April 1839 aan België is verbleven; terwijl daarentegen aan die gemeente, bij resolutie van de Staats-
raden Commissarissen van 23 Julij 1840, werd toegevoegd het landgoed en gehucht Danielsweert, (op 1
Januarij 1840 met eene bevolking van 7 zielen), vroeger een gedeelte van de tegenwoordige Belgische ge-
meente Eelen.
(geen idee of de coordinaten goed zijn, maar als iemand de juiste weet, hoor ik het wel) 
39937 
477 Dantumadeel, Friesland  5.980287  53.276662  Dantumadeel (Fries: Dantumadiel) is een gemeente in de provincie Friesland (Nederland). De gemeente telt 19.465 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 87 km² (waarvan 1,78 km² water)
Kernen
De gemeente telt 11 officiële kernen. De Nederlandse namen zijn de officiële.
Aantal inwoners per woonkern op 1 januari 2006:
Nederlandse naam Friese naam Aantal
Damwoude Damwâld 5.671
Zwaagwesteinde De Westerein 5.159
Veenwouden * Feanwâlden 3.743
Broeksterwoude Broeksterwâld 1.274
Wouterswoude Wâlterswâld 1.080
Rinsumageest Rinsumageast 1.141
Driesum Driezum 954
De Valom De Falom 266
Roodkerk Readtsjerk 212
Sijbrandahuis Sibrandahûs 56
Bron: Website gemeente Dantumadeel
* Inclusief Veenwoudsterwal (Feanwâldsterwâl)
Geschiedenis
Dantumadeel wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde uit 1242. In die tijd was Dantumadeel, of Donthmadeil, zoals het toen bekend stond, een deel van het district Winninghe, het noordelijke gedeelte van Oostergo. De toenmalige Grietenij Dantumadeel werd bestuurd door een grietman die in Rinsumageest en Dantumawoude zetelde.
Friesland is in de loop der eeuwen verschillende malen toneel geweest van strijd om de macht. Einde van de 15e eeuw, begin 16e eeuw woedde de strijd tussen de Schieringers en Vetkopers. Dantumadeel kwam korte tijd onder het gezag van Albert III van Saksen. Hij stelde een baljuw aan in Dokkum die ook Dantumadeel bestuurde. Die situatie duurde niet lang en de grietmannen keerden weer terug. Later werd Friesland betrokken in de strijd tussen hertog Karel van Gelre en de Bourgondische keizer Karel V. In 1515 was er namens beide heersers een grietman in Dantumadeel.
Pas bij de gemeentewet van 1851 werden de grietenijen afgeschaft en werden gemeenten, met aan het hoofd een burgemeester.
In de loop der tijd is het gebied van Dantumadeel verschillende malen aangepast. Al in 1350 scheidde gebied rond Kollum, Oostbroekland, zich af en werd Kollumerland. Dokkum annexeerde verschillende malen gedeelten van Dantumadeel, zodat het kon uitbreiden. Bij een gemeentelijke herindeling per 1 mei 1984 gingen de plaatsen Birdaard en Janum over naar de gemeente Ferwerderadeel. 
34128 
478 Dantumawoude, Dantumadeel, Friesland  6.0120320320129395  53.29042127081436  Dantumawoude (Fries: Dantumawâld) is een voormalig dorp in de Friese gemeente Dantumadeel. Op 1 januari 1971 werd het, samen met Akkerwoude en Murmerwoude samengevoegd tot Damwoude. Dantumawoude was het meest oostelijk gelegen dorp van de drie.
In 1369 stond Dantumawoude bekend als Dointhimwalda, in 1421 wordt het vermeld als Dontimwalda en in 1505 als Dantumwald. "Dont" betekent hoge zandrug, "woude" betekent (moeras)gebied. Het dorp is dus gebouwd op een zandrug in een (voormalig) moerasgebied. Deze zandrug loopt van Driesum via Dantumawoude naar Rinsumageest (Dokkumer Wouden).
Ook werd Dantumawoude wel kortweg Damwoude genoemd, zoals bijvoorbeeld tot uitdrukking komt in de namen Damwoudster trekweg en Dammelaan. Tevens is Dantumawoude de naamgever van de huidige gemeente Dantumadeel.
Dantumawoude is gebouwd rond een kerk. De huidige kerk dateert uit 1755 deze is gebouwd op dezelfde plaats waar al eerder een kerk stond die vermoedelijk rond 1200 is gebouwd.
In vroeger tijden stonden er ook verschillende adellijke Staten, de Bonga of Buinga State, de Doina State, de Oenema State en vermoedelijk ook de Ewinga State. Deze staten zijn echter in de loop der tijd vervallen en/of afgebroken. 
47833 
479 Darp, Havelte, Drenthe  6.202983856201172  52.7746942164019  Darp is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Westerveld, met ongeveer 550 inwoners (1 januari 2004). De naam Darp betekent (gewoon): dorp.
Darp is een klein esdorp ten westen van Havelte, waar het tot 1 januari 1998 gemeentelijk deel van uitmaakte. Het ligt aan de rand van het bos, waarin zich de Bisschopsberg bevindt. Deze heuvel is een belangrijk punt in de geschiedenis van Drenthe.
Darp heeft wat kleinschalige nieuwbouw. Behalve een openbare basisschool, een buurthuis en een café zijn er geen voorzieningen aanwezig. Er is een voetbalvereniging, een dartvereniging, een biljartvereninging, een linedancegroep..enz
Ten oosten van Darp bestaat het landschap uit essen, ten westen ervan ligt het 450 hectare grote bos- en heidegebied Havelte-West, dat een militair oefenterrein van de Landmacht is. Ten noorden van dat gebied ligt op de grens van Drenthe en Overijssel de Johannes Postkazerne, het grootste legerkamp in Noord-Nederland. De kazerne heeft als adres de Johannes Postweg in Darp.
In 2007 leidde een conflict rond de openbare basisschool van Darp tot een politieke crisis, die uiteindelijk het vertrek van het volledige college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westerveld tot gevolg had.
Amerikaanse basis
Op de grens van Darp en Havelterberg zijn overblijfselen te vinden van een Amerikaanse nucleaire basis. Een wachttoren dient als herinneringsmonument.
Tussen 1961 en 1992 lagen hier nucleaire raketkoppen opgeslagen voor de Nederlandse veldartillerie. Eerst lagen er koppen voor de 'Honest John'-raket, later voor de 'Lance'-raket. De Lance-raket kon worden voorzien van de W70-kernkop (neutronenbom). In 't Harde was een soortgelijke wapenopslag (SAS Doornspijk).
De totale kracht van het arsenaal op de basis was plm. 80 maal groter dan de bom op Hiroshima.
De binnenste ring van de basis werd bewaakt door Amerikaanse militairen, de buitenste ring door Nederlanders (van 434 Cie. Van Heutsz). Bij dreiging mocht met scherpe munitie worden geschoten.
De kernkoppen werden onderhouden en bewaakt door 8th U.S. Army Field Artillery Detachment (8th USAFAD). Het daadwerkelijk afvuren van de koppen werd overgelaten aan de afdelingen Veldartillerie van de Joh. Postkazerne te Havelte (w.o. 129 Afdva). Alles rondom de basis vond uiteraard in het diepste geheim plaats.
Er werd door de vredesbeweging veel en vaak geprotesteerd aan de poorten van de basis, o.a. door de groepen "Steen wijkt" en de Werkgroep Anti Atoom Koppen Steenwijk (WAAKS). 
75451 
480 Darthuizen, Utrecht  5.399608612060547  52.013999444491326  Darthuizen is een voormalige gemeente en een buurtschap in de gemeente Utrechtse Heuvelrug, in de Nederlandse provincie Utrecht. De buurtschap is gelegen vlakbij Doorn en vooral Leersum, ten zuiden van de N225, aan de rand van de Utrechtse Heuvelrug, op de grens van bos en landbouwgebied.
Darthuizen was tot 1857 een eigen gemeente, tot dat het dat jaar tot de gemeente Leersum ging behoren. Een bekende heer van Darthuizen was in de 16e eeuw Willem van Zuylen van Nijevelt. 
62459 
481 de Belt, Wanneperveen, Overijssel  6.063607  52.672125  De Belt is een dorpje gelegen in de Wieden in de gemeente Steenwijkerland in de Nederlandse provincie Overijssel. Het had in 2008 570 inwoners.
Het ligt tussen de wateren Arembergergracht, Schutsloterwijde en de Kleine Belterwijde. Het is een klein toeristisch dorp geliefd bij watersporters en telt dan ook vele campings en jachthavens. Door de Wiedenroute komen er ook veel fietsers in Belt-Schutsloot.
Belt-Schutsloot is ontstaan uit twee kleine dorpen; Belt (Zandbelt) en de aan de Schutsloterwijde gelegen Schutsloot. In de loop van de jaren is het één dorp geworden. Dwars door het dorp loopt een kanaal, waar veel plezierjachten door varen. Het dorp mag zich dan ook een echt waterdorp noemen.
Belt-Schutsloot ligt in een natuurgebied de Wieden. In de buurt liggen verder plaatsen als Zwartsluis, Giethoorn en Sint Jansklooster.
Jaarlijks wordt er tijdens het dorpsfeest op de tweede vrijdag van augustus de gondelvaart gehouden. Rond 8 uur 's avonds vaart er vanaf het midden van het dorp bij de kerk een stoet versierde boten (gondels) door het dorp.
Een gondel is een versierde boot van zo'n 12 tot 14 meter lang. De gondels beelden een onderwerp uit en zijn voorzien van sfeervolle verlichting en technische hoogstandjes. De muziek en goede figuratie maken het verhaal compleet.
Na de start varen de gondels naar het oosten van het dorp. Daar wordt even gewacht tot het schemerig wordt waarna de gondels verlicht terug varen richting het Kleine Belterwiede. Wanneer alle gondels op het Kleine Belterwiede zijn aangekomen wordt het groots vuurwerk ontstoken. Het beeld van de verlichte gondels op het meer met het vuurwerk op de achtergrond geeft een sprookjesachtig geheel 
86073 
482 De Bilt, Utrecht  5.1825  52.1119444444444  De Bilt is een gemeente en een dorp in het midden van de Nederlandse provincie Utrecht. De gemeente heeft ongeveer 42.000 inwoners en beslaat een oppervlakte van circa 67 km² (waarvan nauwelijks water). Het dorp De Bilt telt 10.465 inwoners (1 januari 2005).
De volgende plaatsen horen ook bij de gemeente: Bilthoven, Groenekan, Hollandsche Rading, Maartensdijk, Westbroek.
De gemeente heeft twee spoorwegstations. Station Bilthoven aan de spoorlijn Utrecht-Amersfoort en station Hollandsche Rading aan de spoorlijn Utrecht-Hilversum. De snelwegen A28 en A27 lopen ook langs of door de gemeente.
Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut is al sinds 1897 gevestigd ten zuiden van de plaats De Bilt. Een andere belangrijke werkgever in de gemeente is het RIVM.
Een deel van de gemeente (De Bilt en Bilthoven) is onderdeel van de agglomeratie Utrecht.
De huidige gemeente De Bilt is op 1 januari 2001 ontstaan uit een samenvoeging van de gemeente De Bilt (De Bilt en Bilthoven) en de voormalige gemeente Maartensdijk (Maartensdijk, Westbroek, Hollandsche Rading en Groenekan).
De Bilt moet niet worden verward met de Friese gemeente en streek Het Bildt. 
33020 
483 De Blesse, Weststellingwerf, Friesland  6.040278  52.843889  De Blesse is een dorp in de gemeente Weststellingwerf, provincie Friesland, ten zuidoosten van Wolvega, tussen Steenwijk en Wolvega, aan de snelweg A32 en telt anno 2009 iets meer dan 800 inwoners.
De Blesse is nog niet zo'n oud dorp. Voor de 19e eeuw stonden hier slechts een paar boerderijen die destijds nog bij Blesdijke, en voor een deel bij Peperga behoorden. De gunstige ligging aan de vroegere rijksstraatweg tussen Leeuwarden en Zwolle zorgde ervoor dat er vele huizen werden bijgebouwd. Aan de oostkant van deze weg ontstond een nieuwe dorpskern, dat later De Blesse of Blessebuurt werd genoemd.
Over de afkomst van deze dorpsnaam zijn verschillende beweringen. Zo zou de naam voortkomen uit het riviertje "Bles", dat op haar beurt afkomstig blijkt van de familie "Van de Bles", die in de 15e eeuw op een boerderij "De Oude Bles" nabij De Eese woonden. Ook zijn er onderzoekers die de naam "Bles" in verband brengen met de betekenis van "plas".
"Bles" stroomde vanuit het "Noordwoldigerveen", achter Vinkega en Steggerda langs, via de rand van De Eese naar "Knienebargen". Het laatste gedeelte liep parallel aan de Rijksstraatweg, om uiteindelijk uit te mondden in de Linde. 
80281 
484 De Bruil, Vlagtwedde, Groningen  7.109098434448242  52.87613654989117  Vlagtwedde (inwoners per 1 januari 2007: 16.589, bron: CBS) is een gemeente in Noord-Nederland, in de provincie Groningen in de streek Westerwolde. De gemeente beslaat een oppervlakte van 170,30 km² (waarvan 1,24 km² water). Het gemeentehuis staat in Sellingen.
De gemeente Vlagtwedde omvat de volgende plaatsen: Abeltjeshuis, Bakovensmee, Barnflair, Borgertange, Borgerveld, Bourtange, Burgemeester Beinsdorp, De Bruil, Ellersinghuizen, Hanetange, Harpel, Hasseberg, Hebrecht, 't Heem, Jipsingboermussel, Jipsingboertange, Jipsinghuizen, Lammerweg, Laude, Lauderbeetse, Laudermarke, Lauderzwarteveen, Leemdobben, De Maten, Munnekemoer, Over de Dijk, Overdiep, Pallert, Plaggenborg, Poldert, Renneborg, Rhederveld, Rijsdam, Roelage, 't Schot, Sellingen, Sellingerbeetse, Sellingerzwarteveen, Slegge, Stakenborg, Stobben, Ter Apel, Ter Apelkanaal, Ter Borg, Ter Haar, Ter Walslage, Ter Wisch, Veele, Veerste Veldhuis, Vlagtwedde Vlagtwedder-Barlage, Vlagtwedder-Veldhuis, Weende, Weenderveld, Weite, Wessingtange, Wollingboermarke, Wollinghuizen, Zandberg (gedeeltelijk), Zuidveld.
Een bruul (ook wel bril, bruel of bruil) duidde oorspronkelijk een afgepaald gebied aan. Later bedoelde men er een braakliggend en vaak moerassig stuk land mee, meestal met houtgewas begroeid. In de Kempen werd vaak ook gewoon een wei die dicht tegen de bebouwing lag aangeduid met "bruul".
Het woord gaat terug op een middeleeuws Latijns woord brogilio, dat waarschijnlijk van Keltische oorsprong is.
De term komt in het Nederlandse taalgebied in verschillende regionale vormen voor: bruul, bruil, broel, en waarschijnlijk ook brogel en breugel. Het is een onderdeel van verschillende plaatsnamen, bijv. de Broeltorens in Kortrijk, de Bruul in Mechelen. Bij Groningen ligt achter het Stadspark een streek met de naam Bruilweering (wering = dijk).
Het Latijnse woord brogilio is ook in het Duits (brühl, bühel) overgenomen, evenals in het Frans (broglie, breuil) en komt ook in die talen in plaatsnamen voor. 
486 
485 De Eese, Steenwijkerwold, Overijssel  6.114503967242399  52.836361964679824  De Eese (ook "De Ehze") is een landgoed grotendeels gelegen in de uiterste noordoosthoek van de Overijsselse gemeente Steenwijkerland, een klein deel ligt in de Drentse gemeente Westerveld en heel klein deel in de Friese gemeente Weststellingwerf. Het grootste deel, ongeveer 800 ha, is in handen van de familie Van Karnebeek. Een kleiner deel is in het verleden door deze familie verkocht aan Staatsbosbeheer. Dit deel maakt samen de Woldberg deel uit van de beheerseenheid Steenwijkerwold.
Geschiedenis
De eerste vermelding van de naam De Eese dateert uit 1241 en duikt op in de persoonsnaam Bernard van de Eese. In 1263 was Hendrik van De Eese getuige bij het verpanden van Salland en Twente aan Bernard van Gelre door de Bisschop van Utrecht. In 1371 wordt De Eese als havezathe vermeld. Ergens rond 1400 krijgt het landgoed de vermelding van Vrije heerlijkheid, waarbij er zelf recht mocht worden gesproken. Dit recht bleef in stand tot 1798. Tijdens deze periode waren het landgoed en de heerlijkheid in het bezit van meerdere adellijke geslachten, waaronder Van Lintelo en Ripperda.
Rond 1400 was De Eese een gehucht bij een es. Een aantal bewoners scheidden zich later van dit dorp om het zuidoostelijk gelegen veen te ontginnen en stichten zo het dorp Eesveen. In 1923 kocht Herman van Karnebeek, destijds minister van Buitenlandse zaken, het landgoed van Onnes van Nijenrode. Van Nijenrode was reeds begonnen met een landbouwbedrijf op het landgoed en Van Karnebeek wil met behulp hiermee de Eese verder exploiteren. In de jaren zestig vond schaalvergroting plaats. In 1994 werd door de Erven Van Karnebeek de Exploitatiemaatschappij opgericht, die de landbouwgronden huurt van de natuurschoonwet BV Landgoed Heerlijk de Eese. Verder is er ook een resort De Eese gebouwd om de rentabiliteit te verbeteren. Ook andere gebouwen zoals het landhuis worden verhuurd als bijvoorbeeld vergaderlocatie.
Het particuliere deel van het landgoed
Het deel van het het landgoed, dat in bezit is van de familie Van Karnebeek, bestaat voor 440 ha uit bos en 360 ha uit landbouwgrond. Op het landgoed ligt een oud slot dat omgracht is en waarop het jaartal 1619 is vermeld. Andere bijzondere gebouwen zijn het oude landhuis en de grote schuur. Zij vormen samen de bebouwde kern van het landgoed. Het landgoed is opengesteld voor het publiek, het oude slot niet.
Het deel dat in handen is van Staatsbosbeheer
In het deel van het landgoed dat in handen is van Staatsbosbeheer bestaat voor het overgrote deel uit bos. Er bevinden zich een aantal grafheuvels in dit deel van De Eese. Een tweetal daarvan bevinden zich in een heideveld, waar bomen zijn gerooid om de zichtbaarheid ervan te vergroten. In het terrein zijn middeleeuwse karrensporen gevonden. Als het spoor niet meer begaanbaar was werd er een parallel spoor gemaakt. De totale breedte van het gevonden tracé bevat elf sporen. Er lopen twee wandelroutes van 4 km door het gebied, gemarkeerd met behulp van paaltjes met gekleurde koppen. Een bijzonder gebouw is het oude jachthuis De Koepel, dat op een zandrug ligt op 15 meter hoogte boven NAP. 
131323 
486 De Eschmarke, Enschede, Overijssel  6.960353851318359  52.217709452269666  De Eschmarke is een Vinex-wijk in aanbouw in het oosten van Enschede, in de Nederlandse provincie Overijssel. Tot 2010 worden er circa 4471 woningen gebouwd.
Indeling
De Eschmarke omvat de wijken Beekveld, Cascade, De Leuriks, Eekmaat-West, Eilermarke, Eschmarkerveld en Oikos. De wijken Oikos en Beekveld liggen ten zuiden van het dorp Glanerbrug en maken hier officieel deel van uit. De overige wijken vullen het gehele gebied tussen Enschede en Glanerbrug op. Om te voorkomen dat routes voor dieren tussen de gebieden Zuid-Eschmarke en het Aamsveen enerzijds en het Dinkelgebied en Hoge Boekel anderzijds worden afgesneden, worden er van noord naar zuid drie ecozones aangelegd. In het Westen ontstaat een boszone door op de woonkavels veel bestaande bomen te sparen of aan te planten en door integratie van twee begraafplaatsen. Centraal in de wijk wordt een heidezone van ca. 20 ha aangelegd. In het oosten is langs de Glanerbeek een moeraszone aangelegd.
Bij de bouw van de Eschmarke heeft men getracht de ingreep in de waterhuishouding tot een minimum te beperken. Dat betekent dat het schone regenwater bovengronds naar open water of door infiltratie in de bodem afgevoerd wordt.
Bereikbaarheid
Ten noorden van de Eschmarke ligt een station, Enschede De Eschmarke, aan de spoorlijn Enschede - Gronau. Daarnaast zijn er vrijliggende busbanen voor Hoogwaardig openbaar vervoer aangelegd. De bereikbaarheid voor autoverkeer van met name de oostelijke deelwijken is daarentegen zeer slecht. 
86047 
487 De Groeve, Zuidlaren, Drenthe  6.6775  53.1094444444444  De Groeve is een plaats in de gemeente Tynaarlo in de Nederlandse provincie Drenthe. De Groeve heeft 450 inwoners (31 december 2004).
Het dorp is gelegen aan de plek waar de Hunze uitmondt in het Zuidlaardermeer. Groeve is afgeleid van "graven", een gegraven watergang. De naam is een verwijzing naar het Havenkanaal dat net buiten het dorp uitmondt in de (gekanaliseerde) rivier. Dit kanaal is de vaarverbinding van het meer met het dorp Zuidlaren.
Het dorp ligt ongeveer 1 km van de grens (de Semslinie) met de provincie Groningen. De bebouwing langs de weg naar Hoogezand loopt min of meer door. De bebouwing in Groningen heeft de naam Wolfsbarge. 
34316 
488 de Haandrik, Gramsbergen, Overijssel  6.69888888888889  52.6222222222222  De Haandrik is een buurtschap in de gemeente Hardenberg, in de Nederlandse provincie Overijssel. De Haandrik is gelegen tussen Gramsbergen en Coevorden. In de plaats kruist de Overijsselse Vecht met het Kanaal Almelo-De Haandrik.
De Haandrik ontstond als huizengroep en komt rond 1877 voor als plaatsduiding. De plaatsnaam zou afgeleid zijn van een huisnaam. Van 1905 - 1930 kende De Haandrik aan de door de NOLS aangelegde lijn van Zwolle naar Stadskanaal een eigen station, waarvan alleen de stationswoning nog over is. De oude spoorbrug is van het type draaibrug maar is vastgezet toen de scheepvaart tot een halt kwam. 
53 
489 De Haar, Assen, Drenthe  6.535833  52.9675  De Haar is een buurtschap behorend tot de gemeente Assen, provincie Drenthe (Nederland).
Geografie
De buurtschap is gelegen ten zuidwesten van Assen. In deze buurtschap ligt ook het TT-Circuit Assen.
Trivia
De toevoeging 'haar' betekent: hoge rug in het landschap begroeid met grassen en struikgewas. 
88744 
490 De Haar, Marum, Groningen  6.224314304229665  53.131337503098024  De Haar is een streek en een buurtschap in de gemeente Marum in de provincie Groningen. De Haar is een lintbebouwing van boerderijen langs de Haarsterweg, tussen het dorp Marum en Frieschepalen in de gemeente Opsterland (Friesland).
De naam betekent hoogte. Het gebied is dan ook enigszins geaccidenteerd, opvallend in het vrijwel vlakke karakter van de verdere gemeente. Feitelijk hoort het landschappelijk bij de Friese wouden.
In de Tweede Wereldoorlog hebben de Duitsers zestien bewoners uit De Haar standrechtelijk doodgeschoten in het nabijgelegen bos van Trimunt als represaille voor een verzetsdaad tijdens de April-meistaking in 1943. Onder de slachtoffers ook een jongen van 13 jaar. Tussen 2000 en 2004 was er een asielzoekerscentrum gevestigd in De Haar waar 400 asielzoekers onder werden gebracht.
Tussen de boerenbedrijven aan De Haar bevindt zich de grootste champignonkwekerij van Europa 
88743 
491 De Haar, Odoorn, Drenthe  6.869051456451416  52.889434742010195  Geen verdere informatie beschikbaar.  21358 
492 De Haar, Sleen, Drenthe  6.80717338294221  52.69991058730223  De Haar is een buurtschap, die sinds 1998 tot de gemeente Coevorden behoort. Tot de gemeentelijke herindeling van 1998 lag het binnen de gemeente Sleen. Het ligt tegen de noordzijde van het dorp Dalerveen.  88742 
493 De Hare, Oldemarkt, Overijssel  5.978522800000064  52.8152957  Vroeger een aparte plaats, tegenwoordig behorend bij Oldemarkt  90961 
494 De Heen, Steenbergen, Noord-Brabant  4.2714715003967285  51.6082923109862  De Heen is een dorp in de Nederlandse gemeente Steenbergen, provincie Noord-Brabant.
Etymologie
De Heen, in 1716 nog Het Heensche Dorp geheten, is vernoemd naar de Heense Polder, waarin het is gelegen. Deze polder is op zijn beurt weer vernoemd naar een waterloop, die Heen of Heendrecht werd genoemd, en wat later Eendracht is geworden. En dít komt weer van de Zeebies of Heen (Bolboschoenus maritimus), die op de schorren groeide.
Tot 1775 was voor het dorp ook de naam Hogediep in gebruik.
Geschiedenis
In 1609 werden de gorzen van De Heen ingedijkt en in 1610 was de Heense Polder geschikt voor de landbouw. Hierin werd in 1614 het dorp De Heen gesticht.
In 1785 werd een haventje aangelegd, dat uitkomt op de Steenbergse Vliet. 
140146 
495 De Hilte, Gieten, Drenthe  6.82805555555556  53.0380555555556  De Hilte is een klein buurtschap in de gemeente Aa en Hunze. Het ligt tussen Eexterveen en Gieterveen, direct naast de N33.
Het buurtje is in feite een voorloper van het dorp Gieterveen. De Hilte ligt in de gemeente Aa en Hunze (Drenthe)|Gieten, 
36759 
496 De Hoeve, Weststellingwerf, Friesland  6.088056564331055  52.8874046683451  De Hoeve is een klein plattelandsdorp tussen Wolvega en Noordwolde in de gemeente Weststellingwerf, provincie Friesland (Nederland).
Geschiedenis
Op een kaart van 1646 was het gebied alleen nog maar heide. Niet lang daarna worden er aan de Noordwolderweg twee boerderijen gebouwd, de Oosterhoeve en de Westerhoeve. Op een kaart van grietman Willem Van Haren uit 1698 zijn beide boerderijen te zien. De boerderijen en het gebied rond de boerderijen worden ook wel Vinkegahoeve en Steggerdahoeve genoemd. Dit omdat de respectievelijke boerderijen dicht in de buurt van Vinkega en Steggerda lagen. De Westerhoeve lag ten westen van de Noordwoldervaart en de Oosterhoeve lag aan een meer ten oosten van de Noordwoldervaart. De arbeiders die op de Ooster- en Westerhoeve werkten bouwden hun woninkjes in de weilanden achter de boerderijen. In de loop der tijd kwamen er steeds meer huisjes, die samen twee kleine dorpjes vormden. Pas in 1938 ontstond het huidige De Hoeve door samenvoeging van deze buurtschappen.
De zandrug die tussen het laagveen lag, was een ruige wildernis en heel arm moeras. Dit werd met ontzettend veel moeite bruikbaar gemaakt. Vaak was het zo dat de eigenaar van dat land in Duitsland moest gaan maaien en hooien of extra werk vond in de veenderij aan de baggelbak. Kinderrijk als alle gezinnen in die tijd waren, was het buitengewoon moeilijk om het hoofd een beetje boven water te houden.
In het begin van de 19e eeuw werd het (Oosterhoevens) Meer droog gelegd. De Meerdiek, een oud pad dat langs het meer liep, is allang geen doorgang meer, maar wordt door ouderen nog steeds zo genoemd. Een vennetje dat bekendstond als de Keizerspoel, was aan het begin van de 20e eeuw nog een snoekplekkie en lag in het verlengde van de Keizerswal. De Keizerswal was, net als de Keizerspoel, genoemd naar de familie Keizer. Zij woonden op de plaats waar de Noordwoldigervaart een bocht maakt.
Jan Harm Contermans
Toen in 1642 de toestemming van de Staten van Friesland kwam om de Noordwoldervaart te graven werd er, vanwege de waterhuishouding, in 1650 een sluis in de Linde gebouwd. Deze sluis zou later de naam krijgen van een van de sluismeesters. Deze Jan Harms Contermans, waarnaar later ook de Kontermansweg en de Kontermansbrug genoemd zijn, had eigenlijk niet zo'n beste naam. In 1742 werd door veenbazen en schippers in een brief aan de Staten van Friesland geklaagd over de schutmeester. Hij zou alleen schutten wanneer hij daar zin in had. Contermans wilde de schippers liever bij de sluis houden zodat hij ze jenever kon verkopen. Daarom liet hij 's nachts het water weglopen. Bloedhonden hielpen hem bij het op afstand houden van schippers die dat wilden tegengaan.
School
OBS De Klaeter
Een belangrijke persoon voor De Hoeve was Albert H. Kuipers. Hij was onder andere veenbaas en landbouwer en de grondlegger van de eerste en enige school in De Hoeve. Dit door uit naam van nog eens 68 mensen een adres te richten aan de provincie. Hij had veel land en stelde een stuk beschikbaar voor de bouw van de school. De gemeente was het er niet zo erg mee eens: "Dan konden er nòg wel eens dertien scholen in Weststellingwerf gesticht worden en in Steggerda zou dan de openbare school overbodig worden". Maar ook de centen was een moeilijk punt: "de hoofdelijke omslag zou te zwaar drukkend worden". Maar de provincie zag in dat voor zo'n 70 kinderen van tussen de vijf en twaalf jaar er wel een school moest komen. Vooral omdat de wegen op de winterdag onbegaanbaar waren en de kinderen zich dagelijks zo'n drie tot vijf uur door de modder moesten worstelen. De provincie heeft de gemeente aangezegd een school te bouwen op de daartoe aangeboden plaats. Dit speelde om en nabij de jaren 1873 en 1876.
De openbare school in De Hoeve heet, sinds de spannende strijd, voor het voortbestaan van de school (1983 en 1984), tegenwoordig De Klaeter. De naam verwijst naar de Ratellaan die vroeger in de volksmond Klaeterlaene heette, maar die naam van B&W niet officieel mocht dragen. Inmiddels is er wel een nieuwe Klaeterlaene. Tevens verwijst de naam van de school naar de altijd in beweging zijnde kinderen. Precies als de altijd in beweging zijnde bladeren van de ratelpopulier.
Kerkje De Hoeve
De mensen uit De Hoeve moesten lange tijd naar Vinkega en Steggerda om naar de Nederlandse Hervormde Kerk te gaan. In 1905 wordt voor het eerst op De Hoeve een huisdienst gehouden bij Albert Hornstra. In maart 1919 besloot de kerkvoogdij om eerst een kerkhof aan te gaan leggen en pas later een kerk te bouwen. Omliggende dorpen maakten van die gang van zaken gebruik om overal te gaan vertellen dat men in De Hoeve éérst voor de doden en pas later voor de levenden zorgt. Pas in 1920 hadden 74 mensen hun handtekening gezet onder een verzoek voor een eigen lokaal in De Hoeve. Het jaar daarop werd het kerkje aanbesteed. Op het kerkje staat een forse klokkenstoel. De daarin hangende 70 kilo wegende klok werd tijdens de bezetting door de Duitsers weggehaald. Na de oorlog is hij weer in Ruinerwold gevonden, waar hij zou hebben dienstgedaan als alarmklok.
Begin 2005 wordt besloten geen erediensten meer in het kerkje te houden en wordt het gebouw het atelier van een plaatselijke kunstenaar.
Plaatselijk Belang
Dorpsvlag De Hoeve
Om met elkaar meer te kunnen doen werd in 1908 de vereniging Plaatselijk Belang opgericht. De Jokweg werd aangepakt, eerst met paaltjes met witte koppen en later met zand. Veel mensen hebben destijds gratis steen van Peperga hier heen gekruid voor de verharding van de weg Steggerdahoeve. Als er een vergadering van Plaatselijk Belang was nam, iedereen zijn eigen stoel mee naar de school. Zo'n avond werd dan met liedjes en voordrachten vol gemaakt. Ook was er dan een kopje chocolade waarvoor de boeren melk gegeven hadden. Wanneer er meer melk was dan nodig, werden de schoolkinderen de volgende dag ook op een kopje getrakteerd. Bijna alle dorpsbewoners zijn lid van Plaatselijk Belang. In 2008 vierde de vereniging haar 100-jarig bestaan.
Voorzieningen
Tijdens de ruilverkaveling (begin 70er jaren) zijn veel huisjes afgebroken. Later zijn er weer huizen gebouwd. Met een verwijzing naar de Ooster- en Westerhoeve is er al ruim zo'n vijfentwintig jaar een maandelijks verschijnend dorpskrantje OosterWester genaamd. Door korfbalclub De Hoeve, de enige en in 1939 opgerichte sportvereniging die het dorp rijk is, is De Hoeve bekend door de kleuren rood en groen. In juni 2008, ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van Plaatselijk Belang De Hoeve, kreeg het dorp een eigen dorpsvlag. De Hoeve kent 14 verenigingen en clubs. Sinds februari 2010 is de Stichting Dorpshuis De Hoeve opgericht. De stichting heeft ten doel het oprichten in stand houden en exploiteren van een dorpshuis voor de bewoners van het dorp De Hoeve. Het dorpshuis "'t Hokkien" is op 14 juni 2013 feestelijk geopend. De Hoeve is een actief dorp waarbij opvalt dat veel mensen zich betrokken voelen bij alles wat er georganiseerd wordt. Ten noordoosten van het dorp staat een kleine Amerikaanse windmotor.
Cultureel Hoofddorp 2018
De Hoeve (gemeente Weststellingwerf) heeft zichzelf op 11 februari 2014 officieel uitgeroepen tot Cultureel Hoofddorp van Friesland 2018. Deze status is bevestigd op het Stadhuis in Leeuwarden. Leeuwarden is dan Culturele hoofdstad van Europa en De Hoeve wil bij dat evenement de Friese dorpen vertegenwoordigen.
https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=De_Hoeve&oldid=43384166 
150054 
497 De Horst, Groesbeek, Gelderland  5.969392520098836  51.77399000906403  De Horst is een dorp in de Nederlandse gemeente Groesbeek.
De Horst ligt ten oosten van Groesbeek richting de Duitse grens. Het dorp heeft ongeveer 1250 inwoners. Natuurgebied De Bruuk ligt tussen Breedeweg en De Horst. 
131183 
498 de Houw, Leens, Groningen  6.363510489354667  53.36130074409513  De Houw is een buurtje in de gemeente De Marne in de provincie Groningen. Het ligt halverwege Ulrum en Leens. De Houw ligt op een oude kwelderwal die zich in de vroege Middeleeuwen heeft gevormd. Vanaf de negende eeuw werden er op de kwelderwal wierden opgeworpen. Twee daarvan liggen bij De Houw.
De naam komt waarschijnlijk van het Oudfries Howa, dat hoeve of aandeel daarin zou betekenen. Dat zou er op wijzen dat het oorspronkelijk een buitengebied van Ulrum is geweest.
Bij De Houw staat de vroegere grenspaal tussen de oude gemeenten Leens en Ulrum. Deze paal is de oude kaak die vroeger in Leens stond op de kruising van de Wilhelminastraat met de Hoofdstraat. Nadat de kaak landelijk werd afgeschaft in 1854 liet de Ulrumse burgemeester Bazuin die op De Houw woonde de paal hierheen verplaatsen als grenspaal. Op de paal staat het gedicht 'k Ben hier geplaatst, / Aanschouw mij niet / Als Strafpaal, / Maar als een limiet., dat werd geschreven door de Leenster schoolmeester Jakob Pieters Beukema. De paal vormt nu een rijksmonument. 
87706 
499 De Kiel, Sleen, Drenthe  6.747058250984992  52.86025095148758  De Kiel is een plaats in de gemeente Coevorden, provincie Drenthe (Nederland). Het is ongeveer 2 km ten noorden van Schoonoord gelegen.

De plaats dankt zijn naam aan het kielvormige "kruispunt" van enkele wegen. Op dit punt was een "zevenlandenpunt", waar zeven boermarken bij elkaar kwamen. Op dit punt staat de Zevenmarkensteen.

De Kiel is de noordelijkste plaats van de gemeente. 
141261 
500 de Klencke, Oosterhesselen, Drenthe  6.746034622192383  52.76308909951332  De Klencke is een havezate nabij de plaats Oosterhesselen in de Nederlandse gemeente Coevorden. Het landgoed omvat naast de havezate een vijftal boerderijen met ongeveer 200 hectare land. In 1961 is het landgoed door de toenmalige eigenaresse, mevrouw Goddard-van der Wijck, nagelaten aan de Vereniging Natuurmonumenten. De havezate en het bijbehorende bouwhuis zijn in 1976 gerestaureerd.
Naam
Waarschijnlijk wijst de naam Klencke op een ondiepte in het Drostendiep: in de bocht van deze beek liggen zowel de havezate, als het gelijknamige gehucht.
Geschiedenis
De havezate is eeuwenlang in handen geweest van de familie Clenke (ook: Clinke). In 1698 werd het een door de ridderschap van Drenthe erkende havezate. De bewoners beschikten daardoor over diverse rechten, onder andere het collatierecht om de plaatselijke predikant, koster en onderwijzer te mogen benoemen. Na 1792 verkreeg baron Haro Caspar von Inn und Kniphausen de havezate in eigendom, via zijn schoonzoon zou het overgaan naar de familie Van der Wijck. Zowel Von Inn en Kniphausen als zijn schoonzoon Derck van Wijck behoorden tot de patriottische beweging. In de twintigste eeuw kreeg de havezate een andere bestemming. In de jaren dertig werden er een jeugdherberg en een tehuis van de geheelonthouding in ondergebracht. Ook diende het in de crisistijd als onderkomen voor werklozen. In de Tweede Wereldoorlog diende het enige tijd als bordeel. En na de Tweede Wereldoorlog kreeg het een sociaal-culturele bestemming en heeft het jarenlang dienst gedaan als vormingscentrum van de Nederlandse Hervormde Kerk. De havezathe wordt thans weer particulier bewoond. 
72169 
501 De Klomp, Ede, Gelderland  5.57166666666667  52.0444444444444  De Klomp is een klein dorp in de gemeente Ede, in de provincie Gelderland, tegen de grens van de Utrechtse gemeente Veenendaal aan. De Klomp ligt aan de oude rijksweg Utrecht-Arnhem en iets ten noorden ligt het dorp Ederveen. Het dorpje heeft 497 (2004) inwoners.
Het bekendst is het station, genaamd Veenendaal-De Klomp, gelegen aan het spoortraject Utrecht-Arnhem en het oudste station van Veenendaal. 
35366 
502 De Knijpe, Schoterland, Friesland  5.971713066101074  52.968517972748884  De Knijpe (officieel (Fries): De Knipe) is een dorp in de gemeente Heerenveen, provincie Friesland (Nederland), ten oosten van de plaats Heerenveen.
Door het dorp loopt de Schoterlandse Compagnonsvaart. Hierin lag een knijp, een versmalling in de vaart, en daaraan dankt het dorp De Knijpe zijn naam.
De Knijpe was tot 1970 opgeplitst in Bovenknijpe en Benedenknijpe en werd toen vaak gezamenlijk kortweg De Knijpe genoemd. Toen in 1970 beide dorpen werden samengevoegd werd de nieuwe naam het Friese De Knipe.
Hoewel de gemeente Heerenveen voor alle andere officiële kernen de Nederlandse plaatsnamen hanteert, is voor De Knijpe de Friese naam de officiële.
Anna Zernike was in 1911 de eerste vrouwelijke dominee van Nederland. Zij begon als doopsgezind predikante in Bovenknijpe.
Jan Mankes heeft ook een tijd in De Knipe gewoond. Hij was getrouwd met Anna Zernike.
Op de begraafplaats staat ook één van de Klokkenstoelen in Friesland. 
234 
503 De Kooten, Achtkarspelen, Friesland  6.091296  53.216707  Achtkarspelen is een gemeente in het oosten van de provincie Friesland (Nederland). De gemeente telt 28.151 inwoners per 1 juli 2006 (Bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 103,98 km².
Buurtschappen
Naast deze officiële kernen bevinden zich in de gemeente de volgende buurtschappen:
* Blauwverlaat (Blauforlaet)
* Buweklooster (Bouwekleaster)
* Hamshorn (Hamsherne)
* De Kooten (De Koaten)
* Kortwoude (Koartwâld)
* Kuikhorne (Kûkherne)
* Lutkepost (Lytsepost)
* Ophuis (Ophûs)
* Opperkooten (Opperkoaten)
* Rohel (Reahel)
* Roodeschuur (Reaskuorre)
* De laatste Stuiver (De léste Stuver)
* Surhuizumer Mieden (Surhuzumer Mieden) 
32557 
504 De Krim, Hardenberg, Overijssel  6.61861111111111  52.65  De Krim is een veenkoloniaal streekdorp in de gemeente Hardenberg in het noorden van de provincie Overijssel. Het dorp ligt langs de Lutterhoofdwijk, een zijtak van de Dedemsvaart dat naar Coevorden loopt. Omstreeks 1855 was dit kanaal gegraven tussen Lutten en de bocht in de Lutterhoofdwijk op de toenmalige grens van de gemeenten Ambt Hardenberg en Gramsbergen. In 1866 was het gedeelte tot Coevorden gereed. De herkomst van de naam De Krim is onduidelijk. Soms wordt ze in verband gebracht met de krimoorlog en soms met de bocht (de krimp) in de Lutterhoofdwijk.
Nadat de moerassen geheel verveend zijn, worden er akkerbouwbedrijven op gevestigd. De boeren zijn een deel afkomstig uit Groningen en hun boerderijen worden gekenmerkt door een Groninger bouwstijl.
Aan het begin van de twintigste eeuw wordt een Aardappelmeelfabriek gevestigd in De Krim. Wanneer deze in 1911 failliet gaat nemen de boeren deze over op coöperatieve basis en gaat het bedrijf verder onder de naam Onder Ons. Later wordt het bedrijf overgenomen door Scholten-Honig en weer later door Avebe. Aan het eind van de twintigste eeuw wordt de fabriek gesloten. In 1897 wordt door de Dedemsvaartsche Stoomtramweg-Maatschappij de stoomtramlijn tussen Lutten en Coevorden geopend. Deze lijn loopt loopt door de lengte van het dorp De Krim. Eén van de belangrijkste haltes in het dorp ligt bij zaal Horstra. In 1947 wordt de lijn opgeheven en opgebroken.
De Krim is een veenkoloniaal streekdorp in de gemeente Hardenberg in het noorden van de Nederlandse provincie Overijssel. De Krim is een forensendorp met verschillende woonwijken. Aan de zuidkant zal na 2010 nog nieuwbouw plaatsvinden. Het winkelbestand is vooral aan Hoofdweg en Turfstekersplein te vinden. 
35222 
505 De Lethe, Bellingwolde, Groningen  7.190680503845215  53.11638988862652  De Lethe (Gronings:Laite) is een buurt in de gemeente Bellingwedde in het oosten van de provincie Groningen. De buurt ligt ten oosten van Bellingwolde, tussen het B.L. Tijdenskanaal en de grens met Duitsland. Het gehucht wordt tegenwoordig omgeven door een natuurgebied.
De verdedigingswerken van de Lethe
In de Franse tijd werden er in 1797 twee verdedigingswerken aangelegd: een redoute (een kleine veldschans) en iets noordelijker een redanvormige flèche (een open veldwerk met uitspringende hoeken). Beide schansen waren door middel van een dijk verbonden (de Soldatendijk). In de praktijk zijn deze werken voornamelijk gebruikt bij de bestrijding van smokkelarij in de grensstreek met Duitsland. Toen in 1870 bij Koninklijk Besluit de vestingen in Nederland werden opgeheven verloren ook deze verdedigingswerken hun oorspronkelijke functie. In het kader van een ruilverkavelingsproject zijn in 1984/1985 de oude verdedigingswerken weer zichtbaar gemaakt in het landschap. 
85566 
506 De Lichtmis, Overijssel  6.19344722222222  52.584275  De Lichtmis is een buurtschap gelegen aan de A28 in Overijssel. Na een gemeentelijke herindeling in 2001 is het deel ten zuiden van de N377 bij de gemeente Zwolle ondergebracht, het deel ten noorden ervan bij Rouveen (gemeente Staphorst).
Bedrijven
Bij De Lichtmis was in de 19e eeuw enige bedrijvigheid. Zo was er de gelijknamige herberg en een korenmolen. In 1895 kwam De Lichtmis aan de tramlijn van de Dedemsvaartsche Stoomtramweg-Maatschappij te liggen. Deze lijn liep van het spoorwegstation aan het kanaal (Dedemsvaart SS) naar Zwolle. Deze lijn werd in 1947 gesloten.
Aan de westzijde van de A28 in de gemeente Zwolle staat een voormalige watertoren, deze toren is door de huidige eigenaar Hennie van der Most tussen 1993 en 2001 omgebouwd tot De Koperen Hoogte, een horecagelegenheid met een draaiend restaurant in de top en diverse hotelkamers en vergaderruimtes op de verschillende verdiepingen. Naast de Koperen Hoogte bevindt zich partycentrum de Vijverhoeve.
Aan de oostzijde in de gemeente Zwolle bevindt zich wegrestaurant annex chauffeurscafé De Lichtmis. Ten noorden hiervan in de gemeente Staphorst bevindt zich het kiprestaurant Piri Piri, ook een onderneming van Hennie van der Most.
De buurtschap bevindt zich op het kruispunt van de snelweg A28 van Zwolle naar Meppel en de provinciale weg N377 van Hasselt naar Nieuwleusen. Bij De Lichtmis lag ook de aansluiting van het Lichtmiskanaal die van de Vecht bij Zwolle kwam en de Dedemsvaart. Dit kanaal is later gedempt en de A28 is er overheen aangelegd.
De Lichtmis heette aanvankelijk Het Pannenhuis en lag het aan de oude rijksweg Zwolle-Meppel. De Dedemsvaart die vanuit Hasselt naar het oosten toe gegraven werd bereikte in 1809 De Lichtmis. Bij De Lichtmis kwam Sluis II te liggen. Het kanaal werd uiteindelijk doorgetrokken via onder andere Nieuwleusen en Dedemsvaart naar de Overijsselse Vecht bij Gramsbergen en met een zijtak, de Lutterhoofdwijk, naar Coevorden 
35988 
507 de Loo, Coevorden, Drenthe  6.747409  52.678587  De Loo (Coevorden), wijk en voormalig buurtschap in Drenthe.  35869 
508 De Lutte, Losser, Overijssel  6.99166666666667  52.3127777777778  De Lutte is een dorp in de gemeente Losser, Overijssel, ten oosten van de stad Oldenzaal. De Lutte telt ongeveer 3000 inwoners (2006).
De Lutte ligt aan de A1, en de spoorlijn Hengelo-Bad Bentheim. Het heeft echter geen treinstation. Het dorp staat verder bekend om natuur- en recreatiegebied het Lutterzand, waar de selectie van AFC Ajax als sinds 1974 een trainingscamp houdt, bij het hotel De Bloemenbeek. Het riviertje de Dinkel heeft in het Lutterzand zijn natuurlijke karakter mogen behouden.
In De Lutte ligt het bekende arboretum Poort-Bulten. 
36063 
509 De Mars, Coevorden, Drenthe  6.732215881347656  52.65053631029905  Stad, dorpen en gehuchten
Aantal inwoners per woonkern op 1 januari 2004:
Coevorden 14.450
Dalen 3470
Sleen 2240
Schoonoord 2100
Aalden 1850
Oosterhesselen 1800
Geesbrug 720
Steenwijksmoer 650
Gees 610
Dalerpeel 600
Noord-Sleen 460
Erm 420
Meppen 360
Zweeloo 340

Wachtum 280
Dalerveen 260
De Kiel 260
Zwinderen 240
't Haantje 230
Wezup 200
Benneveld 180
Holsloot 180
Stieltjeskanaal 180
Wezuperbrug 180
Nieuwe Krim 170
Achterste Erm 70
Diphoorn 60
Bron: CBS
Overige officiële kernen:
* Ballast
* De Haar
* De Mars
* Den Hool
* Kibbelveen
* Klooster

* Nieuwlande (gedeeltelijk)
* Padhuis
* Pikveld
* Vlieghuis
* Weijerswold
Het buurtschap is kennelijk veranderdt in een indrustrie terrein 
598 
510 De Maten, Emmen, Drenthe  7.059410  52.859572  De Maten is een buurtschap in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen. Het ligt ten zuiden van Ter Apel tegen de grens met de provincie Drenthe. Oorspronkelijk hoorde het gehucht bij de gemeente Emmen.
De naam verwijst naar het begrip maat, dat is een stuk weiland dat één maaier met een handzeis in één dag kon maaien. 
151031 
511 De Meern, Vleuten, Utrecht  5.02805555555556  52.0780555555556  De Meern is een dorp in de gemeente Utrecht, in de Nederlandse provincie Utrecht. De Meern ligt net ten noorden van de autosnelweg A12 en Knooppunt Oudenrijn. Het riviertje de Leidse Rijn loopt door het oude dorp.
Historie
De ontwikkeling en de ligging van De Meern zijn bepaald door de loop van de Leidse Rijn. Rond 1665 werd de Leidse Rijn verbreed, ten dienste van de trekvaartverbinding tussen Utrecht en Leiden. Dit was een belangrijke stimulans voor de ontwikkeling van de dorpjes Oudenrijn en Veldhuizen: de trekschuiten, die dagelijks passeerden, bevorderden de handel en dat maakte de plaats aantrekkelijk.
De Meern is op 1 januari 1954 ontstaan uit de dorpjes Oudenrijn en Veldhuizen. Tot 2001 was het een zelfstandig dorp behorende bij de voormalige gemeente Vleuten-De Meern. Sindsdien is het een onderdeel van de stad Utrecht, dankzij één stem meerderheid in de Tweede Kamer en is het ingedeeld bij de wijk Vleuten-De Meern met wijknummer 10. Het dorp heeft echter niet zijn volledige zelfstandigheid verloren, zoals plaatsnaamborden en postadressen. In 1999 had het dorp 10.330 inwoners. 
36132 
512 De Moer, Noord-Brabant  5.013803959154757  51.6239942287952  De Moer is één van de drie kerkdorpen van de Nederlandse gemeente Loon op Zand. De Moer telde op 1 januari 2008 538 inwoners.  66327 
513 De Mortel, Gemert, Noord-Brabant  5.708948  51.540354  De Mortel is een kerkdorp van de gemeente Gemert-Bakel in Noord-Brabant. Op 1 januari 2011 telde het dorp 1543 inwoners.
Zoals in veel Brabantse dorpen is in De Mortel de uit 1904 daterende kerk beeldbepalend. Langs de doorgaande weg staat een beeld met de Mortelse varkenshouder, "De Berenleider". Dit beeld is een van de vele creaties van de Gemertse kunstenaar Toon Grassens. De bebouwde kom wordt aangekondigd met een bord waarop de spreuk 'De Mortel een (h)echt dorp'.
Veel activiteiten vinden plaats op de dorpsweide met daarop een achthoekige kiosk. De Mortel wordt omgeven door een agrarisch cultuurlandschap met bossen, akkers en beekdalen. Er zijn talrijke fiets- en wandelpaden. Het 'Mortels ommetje' is een fietsroute door het dorp en het buitengebied.
In de bossen van De Mortel aan de Hemelsbleekweg staat een 128 meter hoge toren van KPN.
In 1590 zou in De Mortel een pestkapelletje zijn gebouwd dat voor het eerst genoemd werd in 1636. Het kapelletje was gewijd aan Sint-Antonius Abt, die immers aangeroepen werd bij pestepidemieën. Er heerste in 1636 een pestepidemie die echter betrekkelijk mild van karakter bleek te zijn. Om hiervoor dankbaarheid te betonen aan God werd besloten een nieuwe kapel te bouwen die echter pas gereed kwam in 1689. Het was een achthoekig gebouwtje met een stenen torentje dat bediend werd door een rector. Aan de trage voortgang is nog het verhaal verbonden dat Antonius hierover ontstemd was en zijn varken liet spoken op de bouwplaats: De spraeck ginck doen onder het volck datter dikwils gesien wiert een wit vercksken metten avondt.
De kapel was in 1848 te klein geworden en er kwam een waterstaatskerk. Nadat de kapel was gesloopt vonden de kerkgangers tijdelijk onderdak in een noodkerk.
In 1904 werd ook de waterstaatskerk gesloopt om plaats te maken voor een nieuwe neogotische kerk die even ten noorden van de waterstaatskerk was opgetrokken. Deze kerk is ontworpen door Caspar Franssen. Het is een neogotische kruisbasiliek met vieringtorentje en een hoge ingangstoren met vier geledingen. Het kleurige neogotische interieur ervan is bijzonder goed bewaard. In de kerk bevindt zich een piëta van de Bossche kunstenaar van de Ven, die bij de plaatsing ervan plotseling overleed.
Toen in 1997 de varkenspest was uitgebroken werd een speciale mis in deze kerk gevierd, waarna diverse varkensboeren een devotie tot de Sint-Antonius Abt in stand hielden.
Er bevindt zich in De Mortel een Heilig-Hartbeeld uit 1931.
In De Mortel zijn ook enkele congregatiezusters actief geweest. In 1938 kwamen er Dochters van de Goddelijke Heiland uit Sint-Michielsgestel om de wijkverpleging te verzorgen. In 1940 werden deze vervangen door de Zusters van Onze Lieve Vrouw uit Tegelen. Deze vertrokken in 1953 en de door hen opgezette afdeling van het Wit-Gele Kruis fuseerde uiteindelijk met die in Gemert.
Natuur en landschapOp slechts enkele honderden meters ten zuiden van het dorp ligt het bosgebied Biezen en Milschot, onderdeel van een uitgestrekte bosgordel die overgaat in de uitgestrekte bossen van Beestenveld, Stippelberg en Nederheide. Door het laatstgenoemde gebied zijn wandelingen uitgezet die ten zuiden van De Mortel beginnen.
De Mortel lag zo'n emkele kilometers westelijk van moerasgebieden in de Peel (onder Elsendorp en de Rips. Ondanks de naam had het gebied 'Mortelse Peel' geen bepaald moerassig karakter.
Ten westen van De Mortel ligt een oud cultuurgebied met onder meer de oude akkervelden de Hoge en Lage Kranenbraken. In het noordwesten ligt het oude buurtschap Boekent met vele goed bewaarde gebleven oude boerderijen en de rondweg van Gemert. Een andere oud buurtschap is Milschot. De Mortel wordt hier begrensd door de Snelle Loop.
Net als Deurne, Bakel en Gemert is de kern De Mortel gelegen op de Peelrandbreuk, een geologische structuur waarlangs zich nog in 1992 een aardbeving voordeed. Langs deze breukzone doet zich het wijst-verschijnsel voor, waardoor het oostelijk van het dorp aan de breuk gelegen riviertje de Rips veel kwelwater ontvangt. 
87911 
514 De Pol, Peize, Drenthe  6.511030197143555  53.13924352423255  De Pol is een buurtschap in de Nederlandse gemeente Noordenveld
Geografie
De buurtschap ligt ongeveer een kilometer oostelijk van het Drentse dorp Peize en maakte tot de gemeentelijke herindeling van Drenthe deel uit van de gemeente Peize.
Het ligt aan de doorgaande weg van Peize naar het oostelijker gelegen Winde, Bunne, Donderen en Vries. Midden op De Pol sluit de weg naar het noordelijker gelegen Eelde en Paterswolde aan. De naam van deze weg, De Horst, geeft al aan dat het over een (iets) hogere zandrug voert.
Door de uitbreiding van het dorp Peize in de vorm van de nieuwe wijken Kortland en Kymmelsplan is De Pol tegenwoordig aan het hoofddorp vastgegroeid. Toch kent de buurtschap nog een eigen identiteit die in stand wordt gehouden door een actief gemeenschasleven.
Geschiedenis
Beide wegen, De Horst en De Pol, zijn eeuwenoude verbindingswegen. Op de hoek van deze beide wegen stond een tolhuis die ten tijde van opheffing in 1959 de laatste actieve tol in Drenthe was. Aan De Pol stond een van de drie openbare lagere scholen van de oude gemeente Peize. De andere twee stonden in het centrum van Peize en in Altena. Na de opheffing van de school is het gebouw een woonhuis/atelier geworden. Hoewel de buurtschap slechts zo'n 200 inwoners telt kende het tot ver in de twintigste eeuw maar liefst drie kroegen. Hiervan is nog slechts een over. 
76967 
515 De Pol, Steenwijkerwold, Overijssel  6.077778  52.824444  In het begin van de 19e eeuw werden er in de provincies Drenthe en Overijssel een viertal kolonies - Frederiksoord, Willemsoord, Wilhelminaoord en Boschoord - gesticht in het kader van de toenmalige armoedebestrijding. In de kolonie in Willemsoord werden ook joodse armen gehuisvest. Voor deze groep werd een aparte buurt gecreëerd, de Jodenpol. Vanuit die tijd stamt de naam van de buurtschap "De Pol". De joodse kolonisten hadden daar op De Pol tussen 1830 en 1890 ruim veertig jaar lang een levendige gemeenschap.
In 1838 werd er voor de joods gemeenschap een school gesticht die tevens diens deed als synagoge. Ten behoeve van school en synagoge werd een rabbi aangesteld. Aan het eind van het dorp is een Joodse begraafplaats, een laatste herinnering aan deze kleine Joodse gemeenschap, die eindigde rond 1890. Op de begraafplaats staat één steen met de Hebreeuwse tekst: De kleine en de grote is daar; en de knecht vrij van zijn heer.
Er zijn 507 namen bekend van deze Joodse gemeenschap, 283 van het manlijke en 224 van het vrouwelijke geslacht, verdeeld over 64 gezinnen en 25 ingedeelden (inwonenden). Tussen 1838 en 1876 was een actief gebruik van de synagoge, de school en badhuis. Er was heel veel verloop door ontslag, verhuizing en desertie. Er was een gebrek aan voldoende motivatie onder de joodse kolonisten. Rond 1845 woonden op het hoogtepunt van de joodse gemeenschap ongeveer 160 bewoners uit 21 gezinnen. In 1885 werd de Israëlitische gemeente te Willemsoord formeel opgeheven. De gebouwen verdwenen toen de leraar werk kreeg in Veenhuizen.
(Bron: Wikipedia) 
138344 
516 De Punt, Vries, Drenthe  6.603212356567383  53.11682518670535  De Punt is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Tynaarlo, met 228 inwoners (1 januari 2006).
De naam is een verbastering van pont, het dorp is dan ook gelegen aan de oorspronkelijke weg van Assen naar Groningen waar deze de Drentsche Aa kruist.
Het dorp werd lange tijd De Drentse Punt genoemd, omdat de Groningse overzijde De Groningse Punt heet. Deze laatste naam is in onbruik geraakt, hoewel het voormalige veerhuis nog wel de naam draagt.
Het dorp kwam in het wereldnieuws als gevolg van de treinkaping bij De Punt op 23 mei 1977. 
681 
517 De Rips, Bakel en Milheeze, Noord-Brabant  5.8124542236328125  51.549537526460604  De Rips is een ontginningsdorp in de gemeente Gemert-Bakel in Noord-Brabant. Tot 1997 hoorde De Rips bij voormalige gemeente Bakel en Milheeze.
Ontstaan van het dorpDe geschiedenis van de bewoning in de omgeving gaat ver terug, aangezien er voorwerpen uit de Tjongercultuur werden gevonden.
In 1326 gaf hertog Jan III van Brabant de gemeenterechten over de Bakelse Peel uit aan de omliggende gemeenschappen. De palen die de grenzen tussen de aan de verschillende gemeenten toegewezen gebieden moesten aangeven waren van hout, vergingen of werden soms verplaatst. Dit alles gaf aanleiding tot conflicten zodat uiteindelijk in 1544 de grens opnieuw werd vastgesteld door Keizer Karel V. Toen is onder meer ook de Ripse Paal opgericht, en op een kaart uit 1669 staat deze aangegeven. Het dorp is hier indirect naar genoemd.
Tot het eind van de 19e eeuw was de Peel tussen Bakel en Oploo één groot heideveld dat eigendom was van de gemeente Bakel en Milheeze en door de inwoners gebruikt werd voor het weiden van schapen en het steken van turf en plaggen.
Nadat in 1864 de grenzen tussen Helmond, Aarle, Beek en Bakel goed waren vastgelegd, konden de gemeenten de grond die zij in eigendom hadden verkopen.
Tussen 1880 en 1920 werd een groot deel van de heide door de gemeente verkocht aan kapitaalbezitters uit andere delen van het land. Deze lieten het, meestal door de Heidemij, ontginnen, waarbij vooral veel bos werd aangeplant. De natuurgebieden de Stippelberg en Beestenveld komen hieruit voort.
Zo werd in 1871 400 ha op de Stippelberg gekocht door de Helmondse industrieel Cornelis Carp, en in 1874 kocht een zekere Huyskes nog eens 402 ha en stichtte daarop in 1875 een boerderij die De Rips heette. Deze is naar de vroegere grenspaal genoemd.
In 1884 kocht Walther Simon Joseph van Waterschoot van der Gracht, samen met de familie Van Ogtrop, het 362 ha metende Beestenveld, terwijl in 1883 de gronden van Cornelis Carp werden gekocht door de Twentse bankier Abraham Hendrik Ledeboer. Deze kocht in 1895 ook De Sijp en bouwde een huis op de Stippelberg. In 1899 kocht Walther van Waterschoot landgoed De Rips van Huyskes.
In 1915 kocht ook de Union Financière et Terrienne gronden in De Rips. Van Waterschoot verkocht De Rips, Beestenveld en een deel van de Klotterpeel aan J. van Dijck, die houthandelaar was te Swalmen. Deze verkocht het door aan de Union Financière.
Ook anderen dienden zich aan, zoals mej. E. Massee, die 167 ha op de Klotterpeel kocht en deze doorverkocht aan Cornelis George Vattier Kraane, die een Amsterdams industrieel was. Burgemeester Verkuyl van Boxmeer, tevens sigarenfabrikant, kocht De Rips in 1919.
Het Beestenveld kwam in handen van de Maatschappij tot Exploitatie van Mijnen Laura en Vereeniging, en in 1920 ging ook de Klotterpeel over in handen van Vattier Kraane.
Na 1920 werden op nieuwe ontginningen familiebedrijven door Brabantse boeren gesticht, terwijl ook een aantal bestaande landgoederen werden opgedeeld. Voor deze boeren en de arbeiders werd in 1920 volgens een plan van de Heidemij het dorp De Rips gesticht met een Rooms-Katholieke kerk en school en een aantal arbeiderswoningen. Gaandeweg vestigden zich ook meer middenstanders in het dorp. In 1921 werd de kerk, gebouwd in neobyzantijnse stijl, ingewijd.
In 1938 werd de Klotterpeel verkocht aan de eiermijn te Roermond.
In 1965 werd een nieuwe, moderne, kerk voltooid. Deze werd gewijd aan de heilige Margaretha-Maria Alacoque. De kerk, in moderne stijl, werd ontworpen door L.C. van der Lee. Ze heeft een merkwaardig zadelvormig dak. In de betonnen klokkentoren hangt nog een klok uit de oude kerk. Deze laatste was te klein geworden en uitbreiding van het gebouw bleek niet goedkoper dan de bouw van een nieuwe kerk.
Op 1 januari 2007 telde De Rips 1100 inwoners.
Bron: http://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=De_Rips_(dorp)&oldid=25627049 
85528 
518 De Ruiten, Slochteren, Groningen  6.771697998046875  53.20596829231596  De Ruiten is een poldermolen bij het streekje Ruiten, vlakbij het dorp Slochteren in de provincie Groningen.
De originele molen van het waterschap De Ruiten werd in 1786 gebouwd. Deze molen brandde af in 1854 en werd door een nieuwe molen vervangen. Ook deze molen raakte in 1934 in brand en werd in 1935 herbouwd met gebruikmaking van een oud achtkant. Als zodanig is het de laatste poldermolen die nog voor beroepsmatige bemaling in de provincie Groningen is gebouwd. De nieuwe molen werd met zelfzwichting uitgerust. De Slochter Molenstichting nam de molen over nadat die buiten bedrijf was geraakt in 1968. De molen werd vervolgens in 1973 gerestaureerd en voorzien van het oudhollands wieksysteem met zeilen op de roeden met een vlucht van 20 meter. De vijzel is momenteel niet bruikbaar, maar zal op termijn door een nieuw exemplaar. De molen draait zeer geregeld dankzij enkele vrijwillige molenaars. 
366 
519 De Schiphorst, De Wijk, Drenthe  6.257486343383789  52.679246818859575  De Schiphorst is een buurtschap in behorend tot de gemeente Meppel in de provincie Drenthe (Nederland). In deze buurtschap ligt havezate de Havixhorst. Na de gemeentelijke herindeling van 1998 is De Schiphorst bij Meppel gevoegd.
In deze buurtschap is aan de Schiphorsterweg, het ooievaarsdorp De Lokkerij gevestigd. De Schiphorsterweg kronkelt door het Reestdal vanaf de buurtschap Lankhorst (gemeente Staphorst) naar de de Wijk. Voor de aanleg van de A28 was dit de doorgaande weg van De Wijk naar Meppel. Langs deze weg staan ondere andere een aantal, vrij grote boerderijen op ruime kavels. In het weekend wordt deze weg veel gebruikt door klootschieters. Vanaf de gemeentegrens bij De Wijk naar Rogat loopt de Hessenweg.
Trivia
In Meppel is ook een psychogeriatrisch verpleeghuis gevestigd met dezelfde naam. Dit verpleeghuis is onderdeel van zorgcombinatie Noorderboog en bevind zich net buiten de buurtschap naast het Diaconnessenhuis Meppel. 
75621 
520 De Sloot, Hoogeveen, Drenthe  6.483135223388672  52.708441854429424  Vanaf de oude kaart is vastgesteld dat dit gebied De Sloot heette, mogelijk dat dit refereerde naar de weg, mogelijk ook dat in het gebied achter de weg een aantal huizen hebben gestaan. Tegenwoordig heet de weg Alteveer  35272 
521 De Steeg, Rheden, Gelderland  6.059148789499886  52.02053091802729  De Steeg is een van de zeven dorpen in de gemeente Rheden met 1288 inwoners (1 januari 2003). Hier bevindt zich het Kasteel Middachten. De Steeg ligt aan de ene kant langs de rivier de IJssel en aan de andere kant aan de Posbank (Veluwezoom).
In het verleden verbleven bekende mensen als Louis Couperus, Wim Kan en Simon Carmiggelt met enige regelmaat in De Steeg. Recht tegenover het gemeentehuis van Rheden, dat staat in De Steeg, is een monument voor Carmiggelt opgericht.
De afgelopen jaren woonden onder meer Miss Universe Paulien Huizinga, voetballer Johan de Kock en radio-dj Vincent de Lijser in De Steeg.
Het Kasteel Middachten staat in het dorp De Steeg (gemeente Rheden). Het kasteel is van middeleeuwse oorsprong, maar werd herhaaldelijk verwoest en in gewijzigde vorm herbouwd. In de huidige vorm dateert het voornamelijk van de verbouwing uit 1694-1687 naar ontwerp van Jacob Roman en Steven Vennecool. Het is een vierkant gebouw met risalieten aan de vier zijden. Van architectonisch belang zijn vooral de vestibule en het trappenhuis in Lodewijk XIV-stijl. Ook in de meeste andere vertrekken zijn de oude schouwen, wandbetimmeringen en stucplafonds bewaard gebleven. Op het omringende landgoed vallen de bomenlanen op; daarnaast zijn er enkele oude bijgebouwen. Een van de bomen zou met een leeftijd van 150 jaar de oudste ceder van Nederland zijn. 
62792 
522 De Tike, Smallingerland, Friesland  6.037116050720215  53.152612735844144  De Tike is een klein dorp in de gemeente Smallingerland in de Nederlandse provincie Friesland. Het dorp telt ongeveer 350 inwoners.
De Tike ligt in het noorden van Smallingerland, vlakbij het meertje De Leijen in een rustige omgeving.
Geschiedenis
De omgeving van het dorp werd al voor onze jaartelling bewoond. De naam Tieke is vermoedelijk afgeleid van het woord Theeka. In een acte uit het jaar 1543 wordt melding gemaakt van "een stuck leggende opt Theeka."Rond 1700 stonden in de omgeving enkele boerderijen en meerdere plaggenhutten verspreid in het landschap. Op 23 oktober 1952 werd officieel de status van "dorp" verkregen en is op advies van de Fryske Akademy de naam gewijzigd in De Tike.
De Tike ligt van oudsher op de scheiding van twee gemeenten, namelijk Smallingerland en Tietjerksteradeel. De grens loopt langs de Susterwei en de Polderdyk. De Susterwei is vernoemd naar de zusters van het vroegere nonnenklooster in Siegerswoude. Deze nonnen liepen hier in de 16e eeuw langs als ze naar de andere kloosters gingen in de omgeving. Deze verbindingsweg liep toen nog dwars door het gebied waar nu de De Leijen ligt.
Geschiedenis
De omgeving van het dorp werd al voor onze jaartelling bewoond. De naam Tieke is vermoedelijk afgeleid van het woord Theeka. In een acte uit het jaar 1543 wordt melding gemaakt van "een stuck leggende opt Theeka."Rond 1700 stonden in de omgeving enkele boerderijen en meerdere plaggenhutten verspreid in het landschap. Op 23 oktober 1952 werd officieel de status van "dorp" verkregen en is op advies van de Fryske Akademy de naam gewijzigd in De Tike.
De Tike ligt van oudsher op de scheiding van twee gemeenten, namelijk Smallingerland en Tietjerksteradeel. De grens loopt langs de Susterwei en de Polderdyk. De Susterwei is vernoemd naar de zusters van het vroegere nonnenklooster in Siegerswoude. Deze nonnen liepen hier in de 16e eeuw langs als ze naar de andere kloosters gingen in de omgeving. Deze verbindingsweg liep toen nog dwars door het gebied waar nu de De Leijen ligt. 
236 
523 de Tjamme, Beerta, Groningen  7.105479  53.185600  In de middeleeuwen was de Tjamme de grensstroom tussen de landschappen Oldambt en Reiderland, evenals de grens tussen de bisdommen Munster en Osnabrück. De stroom is op een zeker tijdstip gerecht (rechtgetrokken) of is misschien zelfs wel een geheel gegraven kanaaltje.
Het Friese woord tja betekent recht(en). Vergelijk ook de etymologie van Tjariet.
Aan de westelijke en noordelijke zijde van de grens lagen onder meer de kerspelen Meeden, Eexta, Midwolda, Oostwold, Finsterwolde en Oost-Finsterwolde. Aan de zuidelijke zijde lagen onder meer: Westerlee, Winschoten, Beerta, Ulsda.
De grens wordt uitputtend beschreven in een verdrag met het jaartal 1391:
Item de Thyamme begint uyt Tydwyneda borch in de Wyneda ham, ende loopt op, voorbey Rederwolde, ende voort door Meggeham, ende door Torptsen, voorby Finsterwolda, Oostwolda, Midwolda, tusschen Bertsather ende Wintschoter mit haren parten, die aen der zuyder zyt der Thyammen liggen gelandet, ende strecket voort, over dat moer, recht westwert in de Zype, die gelegen is tusschen Schemeder, Extinger ende dat Convent te Heliger Lee, ende voort aen dat smalle steenhuys in der Op Ext, geheten Nemeke Eppens Steenhuys, went an den Zantwech.
De Tjamme bleef als gemeentegrens intact tot in de twintigste eeuw voor de grens tussen Midwolda en Winschoten, Beerta en Finsterwolde. Ook nu nog is de Tjamme de grens tussen de gemeenten Scheemda en Winschoten. 
36032 
524 De Valom, Dantumadeel, Friesland  6.008881330271834  53.26220109275296  De Valom (officieel, Fries: De Falom) is een dorp in de gemeente Dantumadeel in de Nederlandse provincie Friesland. Er wonen 271 mensen (1 januari 2008).
De Valom is in de 16e eeuw ontstaan als veenkolonie, een nederzetting voor veenarbeiders. Er werd een vaart, de Valomstervaart, gegraven om het afgegraven turf af te voeren. De vaart diende tevens om overtollig water af te voeren. Om tegen te gaan dat er zout water, dat in het gebied dat zich ten oosten van De Valom bevond, door deze vaart in de grond zou doordringen werden er plannen gemaakt om een sluis in de vaart te maken. Wegens geldgebrek kwam deze er niet, wel werd er een overtoom oftewel een valom aangelegd: een constructie om een schip over land van de ene vaarweg in de andere te trekken. Zo werd het zoete en het zoute water gescheiden gehouden. Hieraan dankt De Valom zijn naam. Overigens wordt door naamkundigen de juistheid van deze verklaring betwist.
Sinds 1964 is De Valom een zelfstandig dorp, daarvoor was het een buurtschap van het voormalige dorp Murmerwoude. Zeker een gedeelte viel vroeger onder Dantumawoude. 
146728 
525 De Vecht, Voorst, Gelderland  6.0360002517700195  52.25796887843654  De Vecht is een klein dorp in de gemeente Voorst, in de Nederlandse provincie Gelderland. De Vecht heeft circa 150 inwoners en ligt aan de Grote Wetering, halverwege Apeldoorn en Underworld, in een agrarische omgeving.
Het dorp heeft onder meer twee kerken (de voormalig Rooms-katholieke Antoniuskerk en een Gereformeerde Gemeente), een café, een manege en een monumentale hoeve genaamd Avervoorde. 
149248 
526 De Vennen, Termunten, Groningen  7.045023  53.272537  De Vennen is een buurtschap in de gemeente Bellingwedde in de provincie Groningen. Het buurtje ligt vlak bij Veelerveen, aan de andere kant van het B.L. Tijdenskanaal. Even ten zuiden van De Vennen komen het Ruiten-Aa-kanaal en het Mussel-Aa-kanaal bij elkaar en lopen dan samen verder als het Vereenigd of B.L. Tijdenskanaal.
De Vennen is ook de naam van een streekje boven Blijham. De naam betekent weilanden, met name weilanden die niet gehooid worden. 
33230 
527 de Vennen, Vlagtwedde, Groningen  7.122693119049018  53.05319050526289  De Vennen is een buurtschap in de gemeente Bellingwedde in de provincie Groningen. Het buurtje ligt vlak bij Veelerveen, aan de andere kant van het B.L. Tijdenskanaal. Even ten zuiden van De Vennen komen het Ruiten-Aa-kanaal en het Mussel-Aa-kanaal bij elkaar en lopen dan samen verder als het Vereenigd of B.L. Tijdenskanaal.
Voor de gemeentelijkeherindeling lag De Vennen in Vlagtwedde.
De Vennen is ook de naam van een streekje boven Blijham. De naam betekent weilanden, met name weilanden die niet gehooid worden.
Deels overgenomen van "http://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=De_Vennen_(Bellingwedde)&oldid=6647061" 
131897 
528 De Vuursche, Baarn, Utrecht  5.24333333333333  52.2077777777778  De Vuursche is een Nederlandse plaats in de gemeente Baarn de provincie Utrecht. Het was aanvankelijk een heerlijkheid en tot en met 8 september 1857 een zelfstandige gemeente in tussen Hilversum, Baarn en Soest. Het bestond uit het dorp Lage Vuursche en de buurtschap Hooge Vuursche.
In 1840 had het 243 inwoners, in 19 huizen.
Vanaf 1857 is De Vuursche opgenomen in de gemeente Baarn.
De bossen in de omgeving van Lage Vuursche zijn voor een belangrijk deel eigendom van Staatsbosbeheer en behoren tot de boswachterij De Vuursche. 
76060 
529 De Wal, Havelte, Drenthe  6.232305  52.771037  De Wal is vanouds het gebied in Havelte aan de westkant van de huidige van Helomaweg. Het landschap wordt daar hoger en de boerderijen stonden tegen een wal aangebouwd. De Wal vormde met Hesselte (dat later ook wel Darp heette; niet te verwarren met het na-oorlogse Darp, dat pas sinds 1950 bestaat en westelijker ligt) de oudste gemeenschap aldaar.
In de middeleeuwen was Hesselen belangrijker dan het huidige hoofddorp Havelte. Ook Overcinge is van later datum.
(Drents Archief Forum, Jan de Vries) 
530 De Werken en Sleeuwijk, Noord-Brabant  4.92487907409668  51.80484674689394  De Werken en Sleeuwijk was een gemeente in het tot Noord-Brabant behorende Land van Altena.
De gemeente De Werken en Sleeuwijk heeft bestaan van 1814 – 1950. Ze bestond uit de kernen Sleeuwijk, een deel van Nieuwendijk, alsmede de dorpen De Werken en Kille. In 1950 werd het grondgebied van deze gemeente bij dat van Werkendam gevoegd.
De Werken en Sleeuwijk omvatte toen 2.111 ha en telde 4.218 inwoners. 
109738 
531 De Wijk, Drenthe  6.29111111111111  52.6733333333333  De Wijk (Drents: De Wiek) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente De Wolden, met ongeveer 3000 inwoners (1 januari 2004).
De Wijk is een ontginningsdorp, ontstaan in de middeleeuwen in het dal van de Reest. Het was tot 1 januari 1998 het hoofddorp van de voormalige gemeente de Wijk, waartoe ook Koekange en een groot aantal gehuchten behoorden. Vooral na de Tweede Wereldoorlog is het dorp daarom sterk uitgebreid met nieuwbouw. Bezienswaardig is stellingmolen De Wieker Meule uit 1829.
De Wijk heeft een groot aantal voorzieningen, waaronder een bibliotheek, een openbare basisschool, een sporthal, sportvelden, een zwembad, een supermarkt, een postagentschap, diverse andere winkels en bedrijven en een groot aantal horecagelegenheden.
De omgeving van de Wijk kenmerkt zich door het weidelandschap van het Reestdal. Ten zuidwesten van het dorp ligt het bosrijke Landgoed Dickninge uit de negentiende eeuw, dat vrij toegankelijk is. Enkele kilometers ten oosten van het dorp, aan de Stapelerweg, is het bezoekerscentrum van Stichting Het Drentse Landschap te vinden. 
34240 
532 De Wilp, Marum, Groningen  6.253860  53.117380  De Wilp is een dorp in de gemeente Marum in het Westerkwartier van de Nederlands provincie Groningen. Het dorp ligt op de grens met Friesland. De bebouwing loopt over de provinciegrens heen, De Wilp gaat daar over in Siegerswoude. De Wilp heeft ongeveer 1750 inwoners.
De naam van het dorp komt van de weidevogel de wulp. Het Friese woord is wylp. De Wilp is gesticht door Friese arbeiders die hier kwamen werken in de vervening. De oorspronkelijke bewoners houden vast aan hun eigen taal. De Wilp, Opende, Kornhorn en Marum zijn de enige plekken in Groningen waar tegenwoordig nog Fries en een dialect van het Fries wordt gesproken.
In Gelderland, tussen Apeldoorn en Deventer, is een dijkdorp met de naam Wilp. 
33010 
533 De Zulthe, Roden, Drenthe  6.413193941116333  53.15139091537858  De Zulthe is een streekje tussen Nietap en Roden. Het noordoostelijke gedeelte wordt ook wel Rietboor genoemd. Er bestaat ook een huis met die naam.  65905 
534 Dedemsvaart, Overijssel  6.45833333333333  52.5997222222222  Dedemsvaart (Nedersaksisch: De Voart) is een plaats in de gemeente Hardenberg in het noord-oosten van de Nederlandse provincie Overijssel. De plaats is vernoemd naar de Baron Van Dedem die een gelijknamig 40 kilometer lange kanaal liet graven voor het vervoer van turf. In 2006 heeft het dorp 11.905 inwoners.
Geschiedenis
Het dorp Dedemsvaart ontstond ten gevolge van de aanleg van het kanaal De Dedemsvaart en de vervening van de omliggende gronden die er door mogelijk werd in de eerste helft van de negentiende eeuw. De gemeente Avereest werd vanwege deze ontginningen uitgebreid in 1837 met gedeelten van de gemeenten Ommen en Hardenberg waardoor zij het karakter kreeg van een veenkolonie. In 1848 werd de administratie gevestigd in Dedemsvaart dat uitgroeide tot het belangrijkste dorp van de gemeente. Tegenwoordig is het kanaal in het dorp deels gedempt. Als gevolg van de belangrijke positie in de veenontgingen werd de Dedemsvaartsche Stoomtramweg-Maatschappij (afgekort DSM) in 1885 opgericht. Dit was een bedrijf dat het vervoer van personen en goederen per stoomtram in Noordoost-Overijssel en Zuidoost-Drenthe verzorgde. In 1886 werd de eerste tramlijn aangelegd tussen het station Dedemsvaart SS, dat lag op de plek waar de Staatsspoorwegen-lijn Zwolle – Meppel de Dedemsvaart kruiste, naar het tramstation Avereest, dat lag in het dorp Dedemsvaart. Al snel werden er meer lijnen aangelegd. Zo was er vanaf 1895 een directe spoorverbinding tussen Zwolle — Dedemsvaart — Meppel. Later zijn de spoorverbindingen verwijderd en tegenwoordig kent Dedemsvaart geen tramstation meer. 
36064 
535 Dedgum, Wonseradeel, Friesland  5.4926276206970215  53.02356185041439  Dedgum (Fries: Dedzjum) is een dorp in de gemeente Wonseradeel, in de Nederlandse provincie Friesland. Het ligt ten zuiden van Bolsward en telt ongeveer 100 inwoners (2009).  77278 
536 Deelen, Ede, Gelderland  5.890989303588867  52.06568897023911  Deelen is een Nederlands dorpje in het oostelijk deel van de Gelderse gemeente Ede en telt ongeveer vijftig inwoners. De postcode is 6877.
Deelen ligt op de zuidelijke Veluwe, op een hoogte van ongeveer zestig meter en wordt grotendeels omringd door bos, heide en zandverstuivingen, in noordwestelijke richting door het Deelensche Zand (onderdeel van het Nationaal Park De Hoge Veluwe) en in noordoostelijke richting door het Deelerwoud. Zuidwestelijk ligt de voormalige Vliegbasis Deelen en zuidoostelijk het Vliegveld Terlet (bestemd voor zweefvliegen). 
75845 
537 Deersum, Rauwerderhem, Friesland  5.71555555555556  53.0866666666667  Deersum (officieel, Fries: Dearsum) is een dorpje in het westen van de gemeente Boornsterhem (Boarnsterhim), provincie Friesland (Nederland). Het dorpje telt ongeveer 145 inwoners.
Geschiedenis
Het dorpje Deersum (Dearsum) is ontstaan aan de Middelzeedijk, een oude dijk van de Middelzee.
Bezienswaardig is de oude hervormde kerk uit omstreeks 1200.
Tot de gemeentelijke herindeling in 1984 maakte Deersum deel uit van de voormalige gemeente Rauwerderhem, genoemd naar een van de Friese Hempolders van de Middelzee. 
33142 
538 Deest, Druten, Gelderland  5.665855407714844  51.89068959877866  Deest is een dorp in de Gelderse gemeente Druten met 1765 inwoners (01-01-2005). Hoewel het dorp in het landelijke Land van Maas en Waal ligt heeft de oostkant een industrieel karakter. Hier ligt een bedrijventerrein met een aantal grote bedrijven, zoals dakpannenfabriek Wienerberger Koramic, steenfabriek Vogelenzangh en scheepswerf Ravenstein.
Het dorp is in de wijde regio ondere andere bekend vanwege de feestweek, die wordt afgesloten met de drukbezochte toeristische markt. Tussen de dorpen Deest en Druten ontwikkelt Staatsbosbeheer het natuurgebied Afferdense en Deestse waarden, een onderdeel van de ecologische hoofdstructuur. 
35496 
539 Deil, Geldermalsen, Gelderland  5.245628356933594  51.88528617191009  Deil is een dorpje in de gemeente Geldermalsen, in de Nederlandse provincie Gelderland. De plaats telt circa 3300 inwoners. De plaats is met name bekend vanwege het gelijknamige verkeersknooppunt Deil.  34366 
540 Deinum, Menaldumadeel, Friesland  5.726192  53.193181  Deinum (Fries: Deinum) is een dorp in de gemeente Menaldumadeel, provincie Friesland (Nederland). Het dorp telt ongeveer 970 inwoners (anno 2004). Veehouderij is door de eeuwen heen een belangrijke bron van inkomsten geweest voor de inwoners van Deinum, maar na 1960 is het meer een forenzendorp geworden.
Evenals de overige dorpen in Menaldumadeel is ook Deinum ontstaan aan de Middelzee. Deinum is rond het begin van de jaartelling gebouwd op een van de vele terpen in een kwelderlandschap.
Het oudste gebouw in Deinum is de kerk. Deze is gebouwd in de 13e eeuw. Op een tekst die in 1753 is toegevoegd staat het volgende in het Latijn:
Diende in eerdere tijd mijn spits als vuurwapen,
nu wijst deze toren een ieder van ver zijn weg.
Dit zou een verwijzing zijn naar de Middelzee waar Deinum naast is gelegen. Dat de toren vroeger gebruikt werd als vuurtoren, zoals de tekst suggereert, is echter een legende. Met de bouw van de toren werd in 1550 begonnen; vijfenveertig jaar eerder (1505) was in Het Bildt een dijk aangelegd waarmee het laatste deel van de Middelzee werd ingepolderd.
De kerk in Deinum is ook bekend van een versje met als tekst Yn Deinum stiet in sipel op 'e toer. De zogenaamde sipel (Nederlands: ui) is in 1589 op de toren geplaatst.
Deinum heeft een station aan de spoorlijn Leeuwarden-Harlingen Haven. 
36728 
541 Delden Stad, Overijssel  6.71111111111111  52.2625  Delden (Nedersaksisch: Dealdn) is een stad in de provincie Overijssel. Sinds 1 januari 2001 maakt de voormalige gemeente Stad Delden onderdeel uit van de gemeente Hof van Twente. De stad grenst in het noordoosten aan Borne, in het oosten aan Hengelo, in het noordwesten aan Bornerbroek, in het zuiden aan Bentelo en in het westen aan Goor.
De stad Delden beslaat een oppervlakte van 5,96 km² en telde volgens cijfers van het CBS op 1 januari 2007 7077 inwoners.
De gemeente Hof van Twente maakt deel uit van het kaderwetgebied Regio Twente.
Geschiedenis
Delden kreeg in 1333 stadsrechten. In de eeuwen daarna groeide het uit tot een klein vestingstadje met twee stadspoorten: de West- of Goorsepoort en de Oost- of Woolderpoort. De stad is goed te zien op de door Jacobus van Deventer gemaakte kaart.
In de loop van de tijd is er goed op het erfgoed gepast; de meeste bouwwerken zijn bewaard gebleven en vakkundig gerestaureerd. Een wandeling door de oude stadskern van Delden met meer dan zeventig monumenten is een openbaring.
Ten tijde van de Nederlandse Opstand speelde Delden een aanzienlijke rol in het oosten. De stad is meerdere malen ingenomen en geplunderd door zowel Spaanse als Staatse troepen. Een straatnaam als Schoppenstede herinnert hier nog aan. Van de oorspronkelijke vestingwerken zijn geen materiële restanten. Het is echter wel mogelijk om aanwijzingen te halen uit straat- en huisnamen.
Vlak bij de stad ligt het kasteel Twickel. De heren van Twickel hebben altijd veel met Delden te maken gehad. Zo heeft een heer van Twickel de kenmerkende watertoren gebouwd en hadden de heren van Twickel het patronaatsrecht van de kerk in Delden. Deze kerk was gewijd aan de heilige Blasius. Overal in Delden is trouwens ook de band voelbaar met Twickel. Dit grootste particuliere landgoed van Nederland omvat een kasteel met voorhof, tuinen en bijgebouwen. Overige monumenten met een grote historische waarde, museumboerderij De Wendezoele, de Noordmolen, de Houtzaagmolen, het Zoutmuseum, de Oude Blasiuskerk en de RK Blasiuskerk zijn zeker een bezoek waard. 
34271 
542 Delfstrahuizen, Schoterland, Friesland  5.82361111111111  52.8736111111111  Delfstrahuizen (Fries: Dolsterhuzen; Stellingwerfs: Delfstrehuzen) is een dorp in de gemeente Lemsterland, provincie Friesland (Nederland). Het ligt ten zuiden van het Tjeukemeer en heeft ongeveer 260 inwoners (1 januari 2004). Het dorp is ontstaan op de plaats waar de weg dicht bij het Tjeukemeer loopt.
Delfstrahuizen vormt samen met Echtenerbrug één woonkern. Het dorp is gesplitst geraakt doordat tot 1984 de gemeentegrens met Haskerland door de Pier Christiaanssloot liep.
Herkomst Delfstrahuizen
Delfstrahuizen is een dorp aan het Tjeukemeer. Bij de gemeentelijke herindeling in 1989 is het aan de gemeente Lemsterland toegevoegd. Voorheen lag het dorp in de gemeente Schoterland, welke gemeente nu voor een groot deel de gemeente Heerenveen is. Delfstrahuizen heeft een lange historie, het is een laagveengebied en heeft een oppervlakte van 1145 Ha. De naam zou volgens taalkundigen afgeleid van het oud-friese woord ‘delva’ wat afgraven of afgegraven grond betekent. De huizen aan de ‘delf’ dus Delfstrahuizen.
Zevenwolden
Het dorp was gelegen in Zevenwolden. Dit gebied was in de eerste helft van de vijftiende eeuw ontstaan uit een verbond van zeven delen, namelijk; Utingeradeel, Aengwirden, Oosterzeesterland, Mirderland, Haskerland, Schoterland en Doniawerstal. De verveningen die in omliggende plaatsen al een grote omvang hadden aangenomen, zijn hier veel later op gang gekomen. Hier en daar was een klein begin (graverijtje), maar de echte vervening kwam pas op gang in de tweede helft van de 19e eeuw. Het gebied van Delfstrahuizen heeft hierdoor een grote metamorfose ondergaan. Dat in Delfstrahuizen in vroeger tijden veel bos is geweest bewijzen wel de stobben en stronken die bij de landontginning en droogmaking van veengaten aan het licht zijn gekomen. Het gebied van Delfstrahuizen wordt begrensd in het oosten door de Broeresloot, ten noorden door het Tjeukemeer, ten westen door de Pier Cristiaansloot en ten zuiden door de oude rivier de Tjonger. Zo kennen wij nu het dorp met aanhorende buurtschap de Zevenbuurt. Het gebied heeft zijn weidsheid behouden, maar heeft nog duidelijk de kenmerken van een veenpoldergebied. 
35605 
543 Delfzijl, Groningen  6.925334930419922  53.33230816857666  Delfzijl (Gronings: Delfziel, inwoners per 1 juli 2006: 27.909, bron: CBS) is een gemeente in noord Nederland, in de provincie Groningen. De gemeente beslaat een oppervlakte van 138,34 km² (waarvan 4,72 km² water).
Geschiedenis
Delfzijl ontstond in de dertiende eeuw. Onder Alva werd het een vesting. De haven van Delfzijl wordt reeds in de 16e eeuw in verschillende maritieme geschriften vermeld. In de Franse tijd bleef het tot 1815 door een Franse troepeneenheid bezet. Ook de Duitse tijd eindigde later dan elders. Aan het einde van de tweede wereldoorlog werd om Delfzijl fel slag geleverd. Pas op 2 mei 1945 capituleerde het Duitse garnizoen. In de tweede helft van de twintigste eeuw wordt de Eemsmondregio waar Delfzijl in ligt door de Nederlandse Overheid verkozen tot ontwikkelingspool voor de economische ontwikkeling en ontsluiting van Noord-Nederland.
Een van de belangrijkste gevolgen was de in 1968 gestarte aanleg van een diepzeehaven in Delfzijl. Hiervoor moesten verschillende dorpen wijken waaronder het dorp Oterdum. Op de plek waar vroeger het dorpje was staat nu een kunstwerk van M. Meesters bestaande uit een hand met die in de handpalm het kerkje van Oterdum draagt. Door de verhoging van de dijk op Deltahoogte moest het gehucht Ladysmith wijken.
Toen de haven dan eindelijk in 1973 klaar was, was ook de economische crisis daar en bleek de gedroomde industriële expansie er niet te komen. Dit heeft tot gevolg dat Delfzijl vandaag de dag kampt met een grote leegstand.
In 1888 bouwen de Delfzijlster met de Duitse overburen langs kust van de Eems 2 vuurtorens één in Watum en één in Delfzijl, die er net echt als een vuurtoren uit zien die wij kennen. Het zijn stevige gebouwen die goed in die tijd passen. Ze zijn 10,5 meter hoog, en er is plaats voor 2 gezinen van de vuurtorenwachters.(zie Vuurtoren van Delfzijl).
De twee vuurtorens zijn beide in de Tweede Wereldoorlog vernield. De nieuwe vuurtoren van Delfzijl (nummer 2), met een rood-wit-groen sectorlicht op 17 meter boven de gemiddelde waterhoogte van de Eems, moet in 1981 wijken in verband met het uitbreiden van de haven van Delfzijl. Foto's en bouwtekeningen bevinden zich in het het Nationaal Archief.
De naam betekent zijl (= sluis) in de Delf (= de oude naam van het Damsterdiep). 
32134 
544 Delthuizen, Kantens, Groningen  6.603373  53.372510  Aan het einde van de Tilbuscherweg is Kokshuizen. Van 1904 tot en met 1910 woont de familie Boer hier in de buurt op een boerderij 'een half uur gaans' van Rottum. De boerderij aan de Delthe lag op het terrein waar nu de koeien van E. Ritsema grazen, ter hoogte van de kippenschuur aan de andere kant van de Delthe. In het begin van de jaren vijftig is de boerderij - met levende have - afgebrand. Het gehucht Delthuizen, waar vroeger een paar huizen en een steenfabriek stonden, is niet meer.
Herinneringen van een bakker
Ook gingen wij met een bootje over de Delte om in Delthuizen brood te bezorgen. Bij boer Schattenburg werd het paard vastgezet. Wij liepen dan via een plank over de sloot naar boer Musschenga. Eens lag er veel sneeuw en er was geen plank te zien. Ik dacht dat ik erover liep, maar helaas tot over mijn buik in het ijskoude water. Van boer de Jong kreeg ik daarna droge kleren. In die tijd woonden er 46 gezinnen en thans (1980) nog maar 26. Toen waren de gezinnen groot en de boeren hadden knechten en meiden, dus was er veel brood nodig. 
36117 
545 Demen, Ravenstein, Noord-Brabant  5.629677772521973  51.815831459725224  Demen is een dorp in de gemeente Oss. Tot 1810 behoorde het tot de gemeente Demen en Langel. In 1810 is die gemeente met Dieden gefuseerd tot de gemeente Dieden, Demen en Langel. In 1923 is de gemeente Dieden, Demen en Langel opgegaan in de gemeente Ravenstein, die op zijn beurt in 2003 vrijwillig is opgegaan in de gemeente Oss.
Demen dankt zijn naam aan het riviertje Demen. Dit riviertje ontsprong in de Peel en stroomde langs Zeeland, Herpen en Deursen en Dennenburg. Bij Demen mondde het riviertje uit in de Maas. 
58728 
546 Demmerik, Vinkeveen en Waverveen, Utrecht  4.929900169372559  52.201925808882294  Het waterschap Demmerik was een klein waterschap in de provincie Utrecht in de gemeente Vinkeveen en Waverveen.  37212 
547 Den Andel, Baflo, Groningen  6.507801  53.393262  Den Andel is een dorp in de gemeente Winsum in de provincie Groningen (Nederland). Het is het meest noordelijke dorp van de gemeente, tot de herindeling van 1990 hoorde het tot de voormalige gemeente Baflo. Den Andel heeft bijna 500 inwoners.
Den Andel is ontstaan als nederzetting aan de oude zeedijk. De kerk dateert uit de dertiende eeuw. Het is een zaalkerkje met een losstaande klokkenstoel uit de veertiende eeuw. Het heeft een Van Oeckelen orgel uit 1879.
In het dorp staat een koren- en pelmolen uit 1875, 'De Jonge Hendrik'. De molen is tot 1998 op vrijwillige basis in bedrijf geweest en zal dat over enkele jaren na afronding van de restauratie weer zijn. Met de molen is tot in de jaren '80 nog gerst tot gort gepeld.
Even buiten het dorp, aan de weg naar Westernieland ligt het kleinste natuurgebied van de provincie Groningen. Het is een restant van de oude zeedijk. Deze oude dijk kon tijdens de Kerstvloed van 1717 het water niet keren, met als gevolg duizenden doden. Na die ramp werd een nieuwe dijk gebouwd welke een stuk noordelijker kwam te liggen. Bij het aanleggen van de nieuwe dijk werd ook de grond van de oude dijk gebruikt. Van de oude dijk resteert nu alleen dit laatste restje bij Den Andel. 
34552 
548 Den Dolder, Zeist, Utrecht  5.241250991821289  52.14070529113477  Den Dolder is een dorp in de gemeente Zeist, in de Nederlandse provincie Utrecht. Het dorp ligt direct ten oosten van Bilthoven en iets ten noorden van Huis ter Heide en Bosch en Duin. Den Dolder heeft 3.802 inwoners (2006).
Het dorp is gelegen op de Utrechtse Heuvelrug, en heeft een station aan de spoorlijn Utrecht-Amersfoort. In en rond Den Dolder bevinden zich meerdere psychiatrische instellingen en instellingen voor mensen met een verstandelijk handicap, waaronder Dennendal, onderdeel van Reinaerde. Dennendal ligt naast het terrein van het psychiatrisch centrum Willem Arntsz Hoeve, dat gebouwd werd in 1906 . Verder is Den Dolder bekend vanwege de justitiële jeugdinrichting "Den Engh". 
33287 
549 Den Dungen, Sint Michielsgestel, Noord-Brabant  5.37138888888889  51.6652777777778  Den Dungen is een dorp in de provincie Noord-Brabant, gelegen in de Meierij van 's-Hertogenbosch. Den Dungen had op 1 januari 2005 samen met Maaskantje 6040 inwoners. Het dorp hoort sinds de gemeentelijke herindeling van 1996 bij de gemeente Sint-Michielsgestel, daarvoor was het een zelfstandige gemeente. Het dorp Maaskantje zit tegen Den Dungen aangeplakt; eigenlijk vormen Den Dungen en Maaskantje samen één dorp.
In Den Dungen staat de rooms-katholieke kerk Sint-Jacobus de Meerdere. Ook is er een Sociaal Cultureel Centrum (de Blauwe Scholk), een molen uit 1925 en een hotel uit het begin van de 19e eeuw. In Den Dungen en Maaskantje samen zijn drie basisscholen te vinden, de Jozefschool, het Kiemveld, en op het Maaskantje de Wegwijzer, voor vervolgonderwijs is men genoodzaakt uit te wijken naar 's-Hertogenbosch, Sint-Michielsgestel of Schijndel. Er zijn een paar kleine winkels aanwezig en verder is er nog een overdekt winkelcentrum.
Dungense geschiedenis
Rond het jaar 1400 kwamen er mensen wonen in Den Dungen. Ze woonden, vanwege wateroverlast, op dunghen, een soort terpen. Daar is het dorp naar vernoemd. In de eeuwen daarna besloten de Dungenaren, die veel last hadden van overstromingen, een dijk om het dorp heen te leggen, de ringdijk. De ringdijk ligt er grotendeels nog, hij wordt nu gebruikt als fietspad. Regelmatig brak de ringdijk door, het water kwam dan met veel kracht naar binnen. Hierdoor ontstonden er kleine meertjes, wielen genoemd.
De ringdijk werd in 1629 gedeeltelijk gebruikt door de Circumvallatielinie. Frederik Hendrik van Oranje legde zo'n dijk rondom 's-Hertogenbosch voor het Beleg van 's-Hertogenbosch. Deze dijk werd bij Den Dungen versterkt door het Kwartier van Bredero.
De Dungenaren leefden vroeger vooral van de landbouw. Tot ongeveer de helft van de 20e eeuw werden de landbouwproducten verkocht op de markt van 's-Hertogenbosch . Tegenwoordig werken de meeste mensen in de dienstensector en is de landbouw niet meer het belangrijkste middel van bestaan.
In 1996 werd de gemeente Den Dungen samen met de gemeente Berlicum bij de gemeente Sint-Michielsgestel gevoegd, omdat Den Dungen bijna failliet was en omdat het een kleine gemeente (0,8 vierkante kilometer) was met relatief weinig inwoners (6000). De nieuwe gemeente Sint-Michielsgestel heeft 29.000 inwoners. 
32686 
550 Den Ham, Aduard, Groningen  6.428392  53.273056  Den Ham is een streekdorp in de gemeente Zuidhorn in de provincie Groningen (Nederland). Het dorp ligt aan de weg van Aduard naar Saaksum. Den Ham had 268 inwoners in 2005. Bekendste inwoner van het dorp is Daniëlle Bekkering.
De naam zou slaan op een afgebakend stuk land. Het dorp is waarschijnlijk ontstaan uit drie gehuchten, De Knijp, Altenaauw en Biggestaart.
Het kerkje van het dorp stamt uit de zestiende eeuw. Het staat boven op een nog geheel gave wierde. Het is eigendom van de Stichting Oude Groninger Kerken.
Even buiten het dorp staat de Hamster- of Piloersemaborg.
Aan de andere kant van de provincie, tegen de grens met Duitsland aan, ligt nog een streekdorp met de naam Den Ham. Het dorp ligt in de gemeente Bellingwedde. 
33077 
551 Den Ham, Overijssel  6.49416666666667  52.465  Den Ham is een dorp in de gemeente Twenterand, in de Nederlandse provincie Overijssel.
Den Ham wordt in 1333 voor het eerst genoemd (als parochie) in een leenakte van de heer van Egede.
Het middelpunt van het oude esdorp is de brink, met daarnaast het oudste bouwwerk: de in gotische stijl gebouwde toren van de Hervormde kerk (gebouwd tussen ongeveer 1325 en 1425). Landbouw en veeteelt vormden tot diep in de 19e eeuw het hoofdmiddel van bestaan.
In Den Ham staat een van de twee gemeentehuizen van de gemeente Twenterand. In de toekomst zal echter het gemeentehuis in Vriezenveen uitgebreid worden en het gemeentehuis in Den Ham omgebouwd worden tot een appartementencomplex.
Den Ham kent één voetbalclub, genaamd: VV Den Ham. De voetbalclub is gelegen aan de Rohorst, hiernaar is het sportpark (de Rohorst) vernoemd. 
33285 
552 Den Hof, De Wijk, Drenthe  6.30501111111111  52.673125  Den Hof was waarschijnlijk een herenhuis nabij het Drentse de Wijk.
Den Hof lag tussen de Wijk en Haalweide. In de 17e eeuw was Den Hof in het bezit van de schulte van de Wijk Albert van Kuyck. Hij splitse het perceel in twee delen, het westerse en het oosterse Den Hof genoemd. In de 18e eeuw en de 19e eeuw werd Den Hof onder meer bewoond door de advocaat Nicolaas Oosting, de schoonvader van de landspander Albertus van Riemsdijk, door de landmeter Lucas ten Wolde, door diens schoonzoon de schulte van de Wijk Rudolf Willem Nijsingh en door de zoon van de laatste de burgemeester (schout) van de Wijk en statenlid Lucas Nijsingh.
Thans staat er op deze plaats een boerderij met een "imposant herenhuisachtig voorhuis" daterend uit 1795. Gelet op de stand van de bewoners en een aangetroffen beschrijving uit 1754 wordt de mogelijkheid van een eerder gebouwd herenhuis op deze plaats niet uitgesloten, maar vooralsnog is dit een onbevestigde veronderstelling. 
79280 
553 Den Hool, Sleen, Drenthe  6.801266670227051  52.71638552875661  Den Hool is een plaats in de gemeente Coevorden, provincie Drenthe (Nederland). Het ligt ten zuiden van knooppunt Holsloot, dat is de kruising van de A37 met de N377.
Den Hool ligt aan het Pieterpad. 
78054 
554 Den Hoorn, Leens, Groningen  6.429405212402344  53.358543048440765  Den Hoorn ook Hoorn (Gronings: t Hörn) ligt bij het kanaal de Hoornse Vaart en tot 1990 in de voormalige gemeente Leens. Het in de 16e eeuw reeds genoemde lintdorp Den Hoorn is een katholieke enclave, en als zodanig de oudste rooms-katholieke parochie van de streek.
Den Hoorn is samengegroeid met Wehe.
Wehe-den Hoorn (Gronings: t Hörn-Wij of Wij) is een dorp in de gemeente De Marne in het noorden van de Nederlandse provincie Groningen. Het dorp telt ongeveer 800 inwoners.
Het dorp bestaat uit twee delen:
Wehe, rond de wierde
Den Hoorn bij het kanaal de Hoornse Vaart

Niet alleen bestaat het dorp uit twee delen, de bevolking is ook verschillend van geloof. Wehe is overwegend hervormd, net als het overgrote deel van het Hogeland. Het in de 16e eeuw reeds genoemde lintdorp Den Hoorn is een katholieke enclave, en als zodanig de oudste rooms-katholieke parochie van de streek. Ze werd in de 17e eeuw als schuilkerk gesticht door de jonker van de Lulemaborg te Warfhuizen, die hardnekkig weigerde de reformatie aan te nemen. Rond 1700 stond in Den Hoorn ook een doopsgezinde vermaning.
De hervormde kerk van Wehe dateert uit de 13e eeuw en heeft een in 1656 verhoogde toren. In de kerk staat een orgel van Doornbos uit 1923, dat diende als vervanger voor een orgel dat in 1839 werd gekocht van Abraham Meere.
De eerste katholieke kerk (een schuurkerk) werd gesticht in 1733. In 1803 verrees ter vervanging hiervan een eenvoudige kerk in neoclassicistische stijl en in 1926 verrees de huidige Sint-Bonifatiuskerk. Deze werd ontworpen door Joseph Cuypers en zijn zoon Pierre Cuypers jr. in een expressionistische stijl die invloeden vertoont van het werk van Dom Bellot. In tegenstelling tot de nabijgelegen Willibrordusparochie van Kloosterburen is de Hoornster parochie een 'diasporaparochie': bijna alle dorpen van De Marne vallen onder haar jurisdictie. Wehe-den Hoorn is ook de startplaats van de processies naar Onze Lieve Vrouwe van de Besloten Tuin in de kluiskapel van het bedevaartplaatsje Warfhuizen.
Aan de Cleveringastraat staat een Koninkrijkszaal van de Jehova's getuigen .

Starkenborgh
Even ten noorden van het dorp stond ooit de borg Borgweer of de Starkenborgh, de woonstede van de familie Tjarda van Starkenborgh Stachouwer. In de voormalige hervormde kerk van Wehe zijn hiervan herinneringen te vinden, zoals wapenschilden en een grafkelder. Naar een lid van deze familie is het Van Starkenborghkanaal genoemd. De monumentale boerderij Borgweer werd rond 1900 aan het begin van de oprijlaan gebouwd.
http://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Wehe-den_Hoorn&oldid=34133111 
132989 
555 Den Horn, Aduard, Groningen  6.44666666666667  53.2275  Den Horn is een klein dorp in de gemeente Zuidhorn in de provincie Groningen (Nederland). Het dorp ligt vrij geïsoleerd in het westen van de gemeente, net ten zuiden van de spoorlijn tussen Groningen en Leeuwarden. Het had 437 inwoners in 2005.
Den Horn is een betrekkelijk jong dorp. Het is rond 1700 ontstaan langs een bedijking. De naam Horn verwijst waarschijnlijk naar 'hoogte' of 'hoek'. Het oorspronkelijke dorp ontstond in de zuid-west hoek van de bedijking.
In het gebied, in het dorp Lagemeeden, stond in de middeleeuwen al wel een kerkje, maar dat stond los in het land. Het oude kerkje is in 1862 afgebroken, waarna in het dorp een nieuwe kerk is gebouwd. Sindsdien heeft het dorp zich meer ten westen van de kerk ontwikkeld, waardoor de kerk nu min of meer weer los van het dorp staat.
Ten zuiden van het dorp, bij de buurtschap de Poffert wordt in de nabije toekomst een groot bedrijventerrein ontwikkeld door de gemeente Groningen. In het dorp bestaat de angst dat Den Horn daardoor zijn landelijke karakter zal verliezen, 
39629 
556 Den Hout, Oosterhout, Noord-Brabant  4.81151819229126  51.65757156020306  Den Hout is een kerkdorp in de gemeente Oosterhout (provincie Noord-Brabant) en telt 1199 inwoners (2006). Rondom het dorp liggen de buurtschappen Hespelaar, Steelhoven ('Stelve'), Vrachelen, Ter Aalst ('Tralst'), en Eind van Den Hout ('Dent'). Ten zuiden ligt het Markkanaal, de Zandwinplas en de Vrachelse Heide.
Den Hout werd met geweld bevrijd op 3 november 1944 door de 1e Poolse pantserdivisie (monument bij Teraalster Brug).
Het dorp ligt nog juist op hoge zandgrond. Na de Watersnood van 1953 stond het water tot aan de Stelvensedijk.
Geschiedenis
De bewoningsgeschiedenis in de omgeving van Den Hout gaat ver terug. Men heeft voorwerpen gevonden uit de IJzertijd (omstreeks 500 v.Chr.). Er werden geen sporen gevonden van direct ná de Romeinse tijd. Pas vanaf omstreeks 500 duiken er weer aanwijzingen voor bewoning op. Later leefde men van de turfwinning in het gebied ten westen van Den Hout. De veldnaam Munnikenhof verwijst naar de Abdij van Middelburg, die de turfwinning in handen had. Het bestuurlijk centrum verschoof ondertussen naar Oosterhout, alwaar zich de kerk en het kasteel bevond. Er was pas betrekkelijk laat sprake van een kapel in Den Hout, namelijk in 1385. Deze behoorde bij een gasthuis en was gewijd aan Antonius Abt. Den Hout lag namelijk aan een drukke doorgaande weg. Er ontwikkelde zich een devotie voor de Heilige Cornelius. Door het Beleg van Geertruidenberg (1593) raakte de kapel, alsmede een aantal huizen in Den Hout, zwaar beschadigd. De kapel verviel.
Het gebied ten oosten van Den Hout was oorspronkelijk een moerassig bosgebied dat tijdens de Sint-Elisabethsvloed van 1421 werd overstroomd, met een laagje klei werd bedekt en later weer werd ingepolderd. Tegenwoordig wordt een groot deel van deze polder in beslag genomen door het haven- en bedrijventerrein van Oosterhout.
In 1648 moesten de vestigiën des pausdoms wijken voor de predikanten van de ware christelijke religie. Clandestien werd er nog wel katholiek godsdienstonderricht gegeven. In 1787 kon er een eigen parochie worden opgericht. Ook wilde Den Hout een zelfstandige gemeente worden, waartoe voor het eerst in 1809 een verzoek werd gedaan. Den Hout bleef echter onderdeel van de gemeente Oosterhout. 
140134 
557 Den Hulst, Dalfsen, Overijssel  6.28527777777778  52.5916666666667  Den Hulst is een buurtschap in het noordelijk deel van Nieuwleusen, na de gemeentelijke herindeling behorend tot de gemeente Dalfsen. Hiervoor behoorde Den Hulst tot de gemeente Nieuwleusen. In de volksmond staat Den hulst bekend onder de namen Nieuwleusen-Noord of Nulst. Het is een langgerekte streek (gelegen aan de gelijknamige weg de Den Hulst) langs de N377.
Bijna een eeuw (van 1904 tot 2003) was er de fietsenfabriek van Union gevestigd. 
36312 
558 Den Hulst, Staphorst, Overijssel  6.282740783691452  52.59393386651911  Den Hulst is het noordelijk deel van de plaats Nieuwleusen en behoort tot de gemeente Dalfsen in de provincie Overijssel (Nederland).

Voor de gemeentelijke herindeling van 2001 behoorde Den Hulst tot de gemeente Nieuwleusen. Het dorp Den Hulst is in de jaren '70 bij het dorp Nieuwleusen gevoegd en heet sindsdien Nieuwleusen-Noord. In de volksmond staat Den Hulst bekend onder de naam Nulst. Het is een langgerekte streek (gelegen aan de gelijknamige weg de Den Hulst) langs de N377. Het begint in het westen na de Rollecate en eindigt in het oosten met de Oosterhulst. Waar vroeger brug V (5) zat, (de N377 was voorheen het kanaal de Dedemsvaart), staat nog steeds het brugwachtershuis.

Bijna een eeuw (van 1904 tot 2003) was er de fietsenfabriek van Union gevestigd.
http://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Den_Hulst&oldid=32353426 
131670 
559 Den Oever, Emmen, Drenthe  6.941943168640137  52.771851320232486  Volgens de oude kaart zou dat nu Barger-Oosterveld moeten zijn, verder heb ik er niets over kunnen vinden. Ik vind nog wel over Barger-Oosterveld
Tot het dorpsgebied behoort ook begraafplaats Oeverse Bos. 
76042 
560 Denekamp, Overijssel  7.00888888888889  52.3794444444444  Denekamp (Nedersaksisch: Dearnkaamp of Deankaamp) is een plaats in Twente, aan de Dinkel. Samen met Ootmarsum en Weerselo vormt het sinds 2001 de gemeente Dinkelland.
Geschiedenis
Denekamp was in de tijden voor Christus een Keltische nederzetting, totdat Germaanse stammen de streken gingen bevolken in de periode vlak voor en vlak na het begin van de christelijke jaartelling.
Denekamp is ontstaan op een plek waar men buiten bereik was van het overstromingswater van de nu nog door de gemeente lopende rivier de Dinkel. Het kerspel Denekamp is later gevormd door samenvoeging van de buurtschappen Denekamp, Noord-Deurnigen en Beuningen (nu gemeente Losser). De naam 'buurtschap' is in de Middeleeuwen ingevoerd voor nederzettingen welke reeds een bepaalde omvang hadden en een zekere kern bezaten. Het waren hechte, vaak gesloten gemeenschappen.
De gronden in en rond Denekamp waren tot 1527 voor het overgrote deel eigendom van de bisschop van Utrecht. Rond de 15e eeuw was de plaats Denekamp een betrekkelijk klein dorp met amper 100 huizen, verspreid langs een enkele dorpsstraat in de nabijheid van een kerk. Deze kerk was in de 13e eeuw opgetrokken uit Bentheimer zandsteen. De toren is wat later, omstreeks 1436, aangebouwd. Dit bouwwerk is thans nog terug te vinden aan de Sint Nicolaaskerk.
Nog altijd is Denekamp een plaats die sterk door het Rooms-Katholiek geloof gekenmerkt wordt. In haar omgeving liggen bovendien enkele kloosters. De Franciscanessen van Denekamp vormen zelfs een aparte congregatie. In het klooster van deze congregatie verbleef kardinaal Johannes Willebrands op zijn stille oude dag.
De mensen in het dorp waren veelal landbouwer. Geleidelijk aan, met name de laatste anderhalve eeuw, hebben deze boerderijen plaats moeten maken voor woningbouw en winkelbouw. 
32405 
561 Denemarken, Slochteren, Groningen  6.784272193908691  53.22892327827957  Denemarken (Gronings: Denmaark) is een gehucht in de gemeente Slochteren. Het bestaat uit een zevental boerderijen, wat arbeidershuisjes en een villa. Het ligt tussen het Slochterdiep en de Slochtermeenteweg.
In de 15e eeuw werd het gebied geschreven als De(n)nemarck of Denmarck. De naam verwijst hier niet naar het land Denemarken. Er zijn meerdere theorieën over de herkomst van de naam. Volgens de ene komt het van het woord Deen dat ruig betekent en marken dat verwijst naar vlakke velden. Letterlijk betekent de naam in het Nederlands dan Ruigevelden. Dat verklaart ook de titel van de bekroonde roman Kinderen van het Ruige Land (2012) van Auke Hulst, die in het gebied speelt. Volgens een andere theorie verwijst 'dan' naar dal, hol of leger (van wilde dieren) en mark naar 'gebied'. Sinds 2002 heeft het gehucht eigen plaatsnaamborden.
https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Denemarken_(Slochteren)&oldid=40971822 
149207 
562 Dennenburg, Noord-Brabant  5.6192708015441895  51.80346683525231  Dennenburg is een dorp in de gemeente Oss in de Nederlandse provincie Noord-Brabant.
Tot 1923 maakte Dennenburg deel uit van de gemeente Deursen en Dennenburg. In 1923 is deze gemeente opgegaan in de gemeente Ravenstein, evenals de gemeenten Dieden, Demen en Langel, Herpen en Huisseling en Neerloon.
Dennenburg (Dennenborg of Derenborch) is afkomstig van Den of Dere en burg of borch. De betekenis van de naam is waarschijnlijk: Woonplaats tussen de bomen.
Dennenburg was een afzonderlijke heerlijkheid. Later werd deze verenigd met de heerlijkheid van Neerlangel. In de 14e eeuw werden deze heerlijkheden verenigd met die van Herpen en Ravenstein.
Tot 1700 was Dennenburg zelfstandig. In 1700 werd het samengevoegd met Deursen en ontstond de gemeente Deursen en Dennenburg.
Op de grens met de gemeente Dieden, Demen en Langel staan nog een drietal grenspaaltjes. In de zijkanten van de paaltjes staat nog Deursen en Dieden gebeiteld. De paaltjes zijn waarschijnlijk in 1895 geplaatst. Het mag een wonder heten, dat ze nog bewaard zijn gebleven. 
374 
563 Dennenoord, Zuidlaren, Drenthe  6.666667  53.083333  Dennenoord is het gedeelte van Zuidlaren tussen het centrum en Westlaren.
Dennenoord wordt grotendeels in gebruik genomen door Lentis om dienst te doen als een psychiatrisch ziekenhuis. Het psychiatrisch ziekenhuis is verdeeld over verschillende instellingen in Dennenoord, dat maakt het tot een klein 'dorp' met verschillende brinkjes en veel groen.
Dennenoord is ook de plek voor theater De Kimme, het theatergebouw van Zuidlaren.
Het Pieterpad loopt over het terrein van Dennenoord. 
32726 
564 Deurne en Liessel, Noord-Brabant  5.79472222222222   51.4638888888889   Deurne en Liessel is de naam van een voormalige gemeente in de Nederlandse provincie Noord-Brabant. De gemeente werd opgericht bij de inlijving bij Frankrijk in 1810 en omvatte het grondgebied van de voormalige heerlijkheden Deurne en Liessel. In 1926 werden Deurne en Liessel en Vlierden samengevoegd tot de nieuwe gemeente Deurne.
http://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Deurne_en_Liessel&oldid=27030856 
131545 
565 Deurne, Noord-Brabant  5.79472222222222  51.4638888888889  Deurne is een plaats en gemeente in de provincie Noord-Brabant in de regio Peelland. De gemeente telt 31.856 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 119,02 km² (waarvan 1,02 km² water). De gemeente Deurne maakt deel uit van het kaderwetgebied SRE.
De gemeente Deurne is gelegen op de grens van het dekzandlandschap van de Centrale Slenk en het heide- en hoogveenlandschap van de Peelhorst. De grens tussen de Centrale Slenk en Peelhorst, de Peelrandbreuk, loopt door de gemeente, en is binnen de bebouwde kom zichtbaar gemaakt in de wijk Heiakker door middel van natuurstenen putten en een dubbele bomenrij. De kern Helenaveen is een veenkolonie, die in 1853 is gesticht.
Door een schenking van goederen in Deurne van Herelaef aan de toenmalige bisschop Willibrordus in het jaar 721, heeft Deurne tot 1795 banden gehad met de abdij van Echternach in Luxemburg.
De plaatsnaam Deurne in de oudste vermelding Durninum is een dativus in de betekenis van met doornstruiken begroeide plek.
Geschiedenis
Op verschillende locaties in Deurne zijn vondsten uit de steentijd gedaan, onder meer aan het Leegveld en bij de Hoekse Kuilen. Belangrijk is een vondst uit enkele eeuwen voor Christus; in 1837 werd een urnenveld op de heide opgegraven door ingekwartierde militairen. Door schatgraverij gingen vele vondsten verloren. Het gaat om het gebied rondom de huidige Potbosstraat, genoemd naar een verdwenen bosje, het Potbos, dat hier eens gestaan moet hebben. In 1910 werd in het veen bij Helenaveen een verguld-zilveren Romeinse helm aangetroffen. Deze helm is te bezichtigen in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.
De vroeg-middeleeuwse basis voor het huidige dorp Deurne is onbekend. Wellicht lag dat op een groot "dekzandplateau" ten zuidoosten van het huidige centrum, het latere akkercomplex. Op dat dekzandplateau liggen nu de woonwijk Koolhof en het bedrijventerrein Kranenmortel. Dit dekzandplateau zelf is vermoedelijk weer opgebouwd geweest uit een mozaïek van hogere en lagere delen; de Wolfsberg was één van die hogere delen, het Hellegat een waarschijnlijk lager deel van dit gebied. De Wolfsberg lag in het noorden van dit dekzandplateau, rondom de huidige Antoon Coolenlaan. Op de overgang van de Wolfsberg naar het lager gelegen centrum van Deurne ligt het nieuw te ontwikkelen winkelgebied Wolfsberg.
Wél zijn in 2005 uitgebreide bewoningssporen uit ijzertijd, Romeinse Tijd en Vroege Middeleeuwen aangetroffen op de Bottelse akker, een kleinere dekzandrug ten westen van de Wolfsberg. Wellicht gaat het hier om een dekzandrug die voor bewoning gebruikt werd in perioden van bevolkingsexpansie, want er is geen sprake van continue bewoning. De hoofdnederzetting kan op de genoemde Wolfsberg of op een ander hoger "dekzandeiland" dat onderdeel uitmaakte van de Deurnese akker, gelegen hebben. Omdat deze echter bebouwd is zonder archeologisch onderzoek, zal daarover vermoedelijk nooit zekerheid worden verkregen.
De middeleeuwse St. Willibrorduskerk van Deurne, waaromheen het centrum ligt, staat aan de uiterste rand van dat plateau. Bovengronds dateren de oudste resten van de huidige kerk uit de 13e eeuw. Ondergronds zijn oudere resten aangetroffen, vermoedelijk van een hoog-middeleeuwse kerk in romaanse stijl. Van die kerk is een schriftelijke vermelding bekend uit 1069. Nabij de kerk van Deurne, aan de Helmondseweg, lag tot 1886 de oude hoeve Ten Velde, voorheen eigendom van de abdij van Echternach en vermoedelijk de centrale hof voor de bezittingen van die abdij in Deurne. Aan de voet van de kerk ontwikkelde zich een marktplein, dat in 1895 bij de bouw van het huidige gemeentehuis sterk vergroot werd. Het oude raadhuis, stammend uit 1805, werd ten behoeve van de vergroting in 1897 afgebroken, ondanks verzoeken van de brievengaarder om het tot postkantoor te bestemmen. In 1909 werd uiteindelijk naast het nieuwe gemeentehuis dan toch een postkantoor gebouwd.
Deurne was vóór de inval van de Fransen in 1795 een heerlijkheid, bestuurd door de heer van Deurne. De heer van Deurne was een leenman van de hertog van Brabant voor de heerlijkheid. Hij resideerde vanaf eind veertiende eeuw op het zogenaamde Oud Huis, nu Klein Kasteel genaamd (gebouwd vóór 1383), een leengoed van de heren van Cranendonck. Dit Oud Huis werd gebouwd in het beekdal van de Vlier, een waterloop ten noorden van het centrum van Deurne. Het werd gebouwd als opvolger van de residentie op het goed Ter Vloet, dat enkele honderden meters verder stroomafwaarts lag. De reden waarom men aan het einde van de 14e eeuw stroomopwaarts trok voor een nieuwe residentie, is niet bekend. Wellicht had het te doen met de waterkracht voor de nieuw gebouwde watermolen naast het Oud Huis. In 1948 verhuisde de laatste De Smeth uit Deurne, en kwam het Klein Kasteel in handen van de artsen- en kunstenaarsfamilie Wiegersma.
Het Huis te Deurne, later Groot Kasteel genaamd, dat tegenover het Klein Kasteel in het beekdal van de Vlier ligt, was een laat-veertiende-eeuws edelmanshuis (gebouwd vóór 1397) en leengoed van de hertogen van Brabant. In de zestiende eeuw kochten de bewoners van het Groot Kasteel de heerlijke rechten en het Klein Kasteel op, waarna de zetel van de heerlijkheid naar het Groot Kasteel verhuisde. Het Klein Kasteel werd daarop verhuurd, later verkocht en eind achttiende eeuw door de vrouwe van Deurne weer terug gekocht.Vanaf 1760 was de heerlijkheid in bezit van de adellijke familie De Smeth. Zij bewoonden een deel van het jaar het Groot Kasteel.
Het Klein Kasteel bestaat nog in de vorm die het in 1857 kreeg door de bouw van een nieuwe vleugel. Het Groot Kasteel is sinds 24 september 1944 een ruïne. In een poging SS-ers uit het kasteel te verdrijven, schoten geallieerde tanks het in brand met Armour Piercing-granaten. Kort daarop stortte het in. In de restanten is jongerensociëteit Walhalla gevestigd.
Kenmerkend voor de gemeente Deurne zijn de vele gehuchten, die deels opgegaan zijn in de bebouwde kom van Deurne door grootschalige woningbouw en aanleg van bedrijventerreinen na de Tweede Wereldoorlog. Enkele voorbeelden daarvan zijn Grote en Kleine Bottel, Derp, Lage Kerk, Heuvel, Veldheuvel (ook wel als zuidelijk deel van het Derp beschouwd), Zeilberg (sinds 1914 een parochie), St. Jozefparochie, Walsberg (vóór 1950 Wasberg genoemd), Haageind, Kerkeind (deels nog buiten de bebouwde kom) en de Houtenhoek. Veldheuvel neemt in dit rijtje een speciale plaats in. Daar lagen in de Middeleeuwen onder meer het kasteeltje Stakenborch, de Veldheuvelse of Sint-Antoniuskapel en het gasthuis. De boerderij die werd gebouwd op de plaats van de Stakenborch werd omstreeks 1962 gesloopt, en enkele jaren later sneuvelde ook de tot woningen verbouwde kapel, die al sinds de reformatie van 1648 niet meer als kapel had gediend. Slechts het huis dat omstreeks 1767 op het terrein van het toen al verdwenen gasthuis werd gebouwd, bestaat nog (Fabrieksstraat 41 en 43). Dit gebouw geniet echter geen enkele juridische bescherming. Ook de fundamenten van de boerderij, die wellicht nog onderdeel hebben uitgemaakt van de Stakenborch, zijn vermoedelijk nog onder de bestaande bebouwing op het bedrijventerrein aanwezig.
Verder van de bebouwde kom zijn gehuchten als Vreekwijk, Breemortel en Heitrak tot nu toe redelijk goed bewaard gebleven. Andere dorpen in de gemeente Deurne zijn minder gegroeid. Het dorp Vlierden was voorheen een zelfstandige heerlijkheid en later gemeente.
In Deurne zijn nog veel namen te vinden die herinneren aan de vroegere afwisselingen van lage beekdalen en hoge dekzandruggen, en het vroegere grondgebruik (grasland op natte gronden, akkerland op drogere gronden). De wijk Koolhof ("akkergrond") ligt op een hoger dekzandplateau; een deel van deze wijk heet D'Ekker ("de akker"). Het zuidelijk deel van het centrum, dat tegen dit dekzandplateau aan ligt, heet "de Wolfsberg". Deze naam moet niet worden verward met "de Walsberg", afgeleid van "Wasberg", een dekzandhoogte ten noorden van het dal van de Vlier. Tegenwoordig is "de Walsberg" een wijk die om die dekzandhoogte heen is gegroeid. Ook gebiedsnamen als Merlenberg, Zeilberg, Trienenberg en Heuvel zijn afgeleid van soms nog herkenbare hoogtes in het landschap. 
34905 
566 Deurningen, Weerseloo, Overijssel  6.83666666666667  52.3011111111111  Deurningen is een kerkdorp in de Twentse gemeente Dinkelland in de Nederlandse provincie Overijssel. Het dorp ligt ten noordoosten van Hengelo. Tot de gemeentelijke herindeling van 1 januari 2001 maakte het dorp deel uit van de gemeente Weerselo. Op 1 januari 2006 telde het dorp 1906 inwoners.
Geschiedenis
De oorsprong van de naam Deurningen is niet makkelijk verklaarbaar. In oude geschriften is vaak niet duidelijk of het om Deurningen of om Noord Deurningen gaat, een dorp tussen Denekamp en Nordhorn, dat tegenwoordig ook in de gemeente Dinkelland gelegen is. In de Middeleeuwen viel Deurningen onder de parochie van Oldenzaal, zoals vele andere omliggende dorpen. In 1665 scheidde het dorp zich samen met Rossum, Saasveld en De Lutte af van deze parochie. Tot 1760 viel Deurningen vervolgens onder de parochie Saasveld, daarna werd het een zelfstandige parochie. Als kerkpatroon werd de H. Plechelmus gekozen, een Schotse monnik uit de 8e eeuw, wiens naamdag op 8 mei wordt gevierd. Deze keuze lag voor de hand, gezien de nauwe historische banden met de parochie in Oldenzaal. In 1787 kwam de eerste kerk gereed. In 1885 werden de parochiegrenzen officieel vastgelegd. Onder de parochie Deurningen vielen sindsdien de buurtschappen Hasselo (waar nu de Hengelose wijk Hasseler Es gelegen is) en Gammelke en een groot deel van de buurtschap Deurningen. 
35853 
567 Deursen en Dennenburg, Ravenstein, Noord-Brabant  5.624809499999969  51.8015994  Deursen en Dennenburg is een voormalige gemeente in Noord-Brabant, die bestond uit de dorpen Deursen en Dennenburg die anderhalve kilometer van elkaar verwijderd waren. In 1923 ging de gemeente op in de gemeente Ravenstein, alsmede de voormalige gemeenten Dieden, Demen en Langel en Huisseling en Neerloon. De oppervlakte van de gemeente was 537 ha. De bodem bestaat voornamelijk uit rivierklei.
In het begin van de negentiende eeuw had de gemeente veel last van overstromingen.
Gemeentewapen
Deursen en Dennenburg is een van de weinige gemeenten die in 1815 geen gemeentewapen heeft aangevraagd. De gemeente heeft daarom nooit een wapen gevoerd. 
150889 
568 Deursen, Noord-Brabant  5.62916666666667  51.8011111111111  Deursen is een dorp in de gemeente Oss.
De naam van het dorp betekent doorstroming van het water of overlaat. Andere plaatsnamen met dezelfde betekenis zijn onder andere Doorn en Deurne.
Tot 1700 was Deursen zelfstandig, toen het met Dennenburg werd samengevoegd werd en de gemeente Deursen en Dennenburg ging vormen. In 1923 is de gemeente opgegaan in de gemeente Ravenstein.
Deursen is waarschijnlijk al heel vroeg bewoond. Bij archeologische opvragingen zijn er urnen gevonden die uit de Romeinse tijd stammen. Waarschijnlijk hebben de Romeinen samen met de plaatselijke bevolking een enorme veldslag uitgevochten. Naast die urnen zijn er ook scherven uit de eerste en de derde eeuw opgegraven.
In Deursen is er ook het Klooster Soeterbeeck. Het is gesticht in 1732. De Zusters van Kanunnikessen hebben het klooster bewoond. Halverwege de negentiende eeuw werd er in Ravenstein een nevenklooster gebouwd; Huize Nazareth. Het is sinds 1997 in beheer van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Van het gebouw hebben zij een studiecentrum gemaakt. Het klooster is zoveel mogelijk in tact gebleven. Een groot aantal kunstschatten is er terug te vinden.
De gemeenteraad van de gemeente Ravenstein hield in dit klooster de laatste raadsvergaderingen, voordat de gemeente opging in de gemeente Oss. 
35516 
569 Deurze, Rolde, Drenthe  6.60916666666667  52.9836111111111  Deurze is een dorp in de gemeente Aa en Hunze, provincie Drenthe (Nederland). Het dorp telt 95 inwoners (1 januari 2007).
Zie ook: doorn (toponiem) voor Duyrsen op de kaarten van Blaeu. 
32576 
570 Deuteren, Cromvoirt, Noord-Brabant  5.271720886230469  51.68583499763841  Deuteren is een wijk van 28 ha in 's-Hertogenbosch. De wijk is gelegen ten noorden van de Vlijmenseweg. Ten zuiden van de Vlijmenseweg is nog een gehucht met dezelfde naam. Deuteren behoorde oorspronkelijk tot de voormalige gemeente Cromvoirt. Door de opheffing van Cromvoirt in 1933 kwam een deel van die gemeente bij Vught en het deel ten noorden van de Langstraatspoorlijn (oude spoorlijn van Lage Zwaluwe naar 's-Hertogenbosch) bij 's-Hertogenbosch.
Dat Deuteren ooit een hoger gelegen moerasterp was is nog steeds te merken wanneer men vanaf de Hoeflaan, Boschmeersingel of Simon Stevinweg komt aanrijden.
In Deuteren ligt het Jeroen Bosch ziekenhuis, locatie Willem-Alexander. Langs Deuteren zal er een nieuwe rondweg komen naar knooppunt Vught.
Bij Deuteren lag in 1629 het Kwartier van Rees. Dit kwartier werd aangelegd bij het Beleg van 's-Hertogenbosch. Dit kwartier werd aangelegd aan de Circumvallatielinie die hier de bijnaam Hollandse Dijk kreeg.
Ook kende Deuteren een kapel die er in ieder geval tussen 1491 en 1603 moet hebben gestaan.
Trivia
Dat de naam Deuteren een verbastering zou zijn uit de Franse Tijd ('deux terrains'; namelijk links en rechts van de oude dijk naar Vlijmen) is een fabeltje. In de tijd van de Tachtigjarige Oorlog werd Deuteren namelijk geschreven als Dueteren, of d'Uteren. Dat zou iets kunnen betekenen als "de uiterwaarden". 
88482 
571 Deventer, Overijssel  6.15  52.25  CHAN
DATE 10 Jun 2013 
32219 
572 Dichteren, Ambt Doetinchem, Gelderland  6.266584396362305  51.95838920178848  Dichteren is een grote nieuwbouwwijk in het zuiden van de stad Doetinchem. Er wonen zo'n paar duizend mensen. Het opvallende is dat er heel veel mensen op weinig grond wonen doordat de woningen dicht op elkaar gebouwd zijn.
Apart dorp
Soms wordt er gesproken over het dorp Dichteren omdat dat vroeger ook zo was, maar de grote nieuwbouwwijk heeft ervoor gezorgd dat het voormalige dorp aan de stad Doetinchem is vastgegroeid.
Geschiedenis
Bij de eerste volkstelling na de invoering van de Burgerlijke stand wordt Dichteren een buurtschap genoemd in de gemeente Ambt Doetinchem met 400 inwoners. In 1840 telde Dichteren 384 inwoners, in 1872 was het aantal inwoners gestegen tot 404 en in 1890 weer gedaald tot 328. In 1919 werden de gemeenten Ambt Doetinchem en Doetinchem samengevoegd.
Voor stamboomonderzoekers is het belangrijk om te weten dat Dichteren van 1811 tot 1817 was ingedeeld bij de gemeente Hummelo, net als andere plaatsen die later bij het Ambt Doetinchem hoorden: Gaanderen, IJzevoorde, Oosseld (ook geschreven als Oosselt) en Langerak.
In 1871 kwam de molen 'Aurora' in Dichteren. Deze stond eerst op de Houtkamp in Doetinchem, maar kreeg daar te weinig wind. De eerste molenaar in Dichteren was Antoon Harbers uit Lichtenvoorde.
'Meester' S.H. Lovink Hz (1864-1948) schreef in het boek 'In en om Doetinchem' (1943) dat aan de gehele omgeving te zien is dat je in het voorportaal van de vruchtbare Liemers staat. Lovink vond het opvallend dat er zoveel havezaten in elkaars nabijheid lagen, zoals Barlham, Ter Essend, Heijenoord, De Huet, De Belder, Hagenskamp, Groenland en De Mossel. 
573 Didam, Gelderland  6.128997802734375  51.943788700752776  Didam (Nedersaksisch: Diem) is een plaats in de gemeente Montferland in De Liemers, provincie Gelderland.
Tot 2005 was Didam een zelfstandige gemeente, daarna werd het ten gevolge van een gemeentelijke herindeling samengevoegd met de buurgemeente Bergh tot Montferland. 
35555 
574 Diepenheim, Overijssel  6.555029  52.199457  Diepenheim (Nedersaksisch: Deep'n) is de naam van een stadje en voormalige gemeente in Overijssel, Nederland. Tegenwoordig maakt Diepenheim deel uit van de gemeente Hof van Twente. Tot de vorming van de Hof van Twente van het de kleinste gemeente in Overijssel met een oppervlakte van 2658 hectare. Dit stadje is hét centrum van beeldende kunst, het stadje van de kastelen en landgoederen zoals Warmelo, en de mooie in stijl aangelegde tuinen en parken.
Geschiedenis
Diepenheim is van oorsprong één van de acht middeleeuwse stadjes in Twente. Het verkreeg het eigen parochierecht voor de kerk van de H. Johannes de Evangelist (nu: Nederlands-Hervormde kerk). Tijdens de Reformatie bleef Diepenheim zoals vrijwel alle Twentse kernen aanvankelijk Rooms-Katholiek. Nadat echter het Staatse gezag van de Oranjes vanaf 1620 deze streken beheersten, gingen de edelmannen van Diepenheim deels uit overtuiging deels uit opportunisme over tot het Protestantisme. Diepenheim was sterk verdeeld en afhankelijk door en van de adel, dus ging de lokale bevolking - in tegenstelling tot de overige delen van Twente - ook mee over naar het Protestantisme. Het calvinisme werd de facto staatsgodsdienst en de parochiekerk werd omgebouwd voor de protestantse eredienst, waarbij niets van het rijke Middeleeuwse interieur gespaard bleef. De nauw met Diepenheim verweven buurtschap Markvelde en het nabij Diepenheim gelegen Hengevelde bleven katholiek. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Enschede of Oldenzaal, die tijdens en na de industriële revolutie steeds meer een grootsteeds karakter hebben gekregen en qua aanzicht ook herkenbaar zijn veranderd, is de industrialisatie in de 19-de eeuw aan Diepenheim voorbijgegaan. Het is qua inwoners de kleinste Twentse stad gebleven. Vandaar zijn troetelnaam Stedeke. Mede door de aanwezigheid van de kastelen rondom de kern heeft het door de eeuwen heen zijn landelijke karakter behouden en tot ver in de 20-ste eeuw is de agrarische sector de belangrijkste bron van inkomsten voor zijn burgers geweest. Veel plaatsen vieren een jubileum aan de hand van het jaar waarin zij stadsrechten hebben ontvangen. Voor zover bekend heeft Diepenheim die officieel nooit gekregen. Wel schijnt de Heer van Diepenheim een soort stadsrecht te hebben verstrekt. Dit papier is zeer waarschijnlijk in 1597, toen het oud-archief door brand is verwoest, verloren gegaan. Het stadsrecht is in 1602 opnieuw op papier gezet in de vorm van het nieuwe stadsboek. 
32260 
575 Diepenveen, Overijssel  6.15  52.2894444444444    32248 
576 Diepswal, Leek, Groningen  6.373241  53.151421  Diepswal is een streek in de gemeente Leek in de provincie Groningen in Nederland.
Diepswal ligt aan beide zijden van het Leekster Hoofddiep even ten westen van Leek. De ligging verklaart ook meteen de naam: gelegen op de wal (= kade of oever) langs het (Hoofd)diep.
In Diepswal is in het Hoofddiep een opvoergemaal met een naast gelegen stuw op de plaats van de oorspronkelijke schutsluis. Het hoogteverschil tussen de beide panden bedraagt meer dan 2 meter. Een enorm verschil in het anders zo vlakke Groningerland. 
38823 
577 Dieren, Rheden, Gelderland  6.0994720458984375  52.050273633157474  Dieren is een plaats in de gemeente Rheden (provincie Gelderland) die ligt aan de spoorlijn Arnhem-Zutphen en de snelweg A348. Ook komt het zuidelijke stuk van het Apeldoorns kanaal er op de IJssel uit. Het heeft 15.283 inwoners (1 januari 2003).
Attracties
* In Dieren bevindt zich het TV Toys Museum. Dit museum heeft -met in totaal meer dan 60.000 stuks- internationaal de grootste collectie speelgoed, originele rekwisieten en merchandising van televisieseries en -films.
* In Dieren bevinden zich de Spelerij en de Uitvinderij, een populaire bestemming voor schoolreisjes.
* Dieren ligt aan de rand van het Nationaal Park Veluwezoom en biedt de mogelijkheid tot het maken van urenlange wandelingen. Hollandse prinsen hadden hier hun jachtdomeinen, nu nog herkenbaar aan de lange lanen, waardoor het jachtgezelschap snel op de bestemming kon komen. Een markant punt is de Carolinaberg met haar 14 weggetjes.
* Op station Dieren begint het traject van de VSM (Veluwse Stoomtrein Maatschappij) welke via Eerbeek en Beekbergen eindigt in Apeldoorn.
* Hof te Dieren, hier is het dorp ontstaan, thans ruïne en kwekerij van bijzondere vaste planten.
* Verschillende landgoederen.
* Vakantiedorp De Jutberg, biedt alles voor kampeerders die van vrijheid houden, dat wordt al duidelijk door de natuurlijke uitstraling. Het ongecultiveerde van dit stukje Veluwe is zoveel mogelijk intact gelaten. Geen strakke rechte paden maar speelse wegen en weggetjes doorkruisen het 18 hectare grote terrein.
Domein Hof te Dieren, wijngaard: de grootste ommuurde wijngaard van Nederland, 14 soorten druiven en vele bekroonde biologische wijnen. Tevens producent van het Dierens Drupje, een grappa- en marc-achtig distillaat van de perskoek van de druiven. 
32919 
578 Diessen, Hilvarenbeek, Noord-Brabant  5.17472222222222  51.4738888888889  Diessen is een dorp in de Nederlandse gemeente Hilvarenbeek, provincie Noord-Brabant. Het dorp heeft 3600 inwoners (2004).
De voormalige gemeente Diessen werd in 1997 bij herindeling samengevoegd met de gemeente Hilvarenbeek.
In het dorp een kerk uit de 15de eeuw.In de omgeving liggen mooie natuurgebieden zoals 't Stuk ten NO van Diessen, de omgeving van de visvijver in het Turkaa ten O, het gebied Anania's rust ten W. Het uiterste zuiden sluit aan op het vrij toegankelijke Landgoed "de Utrecht" In de jaren 90 werden op initiatief van het toenmalige gemeentebestuur talloze werken uitgevoerd waarmee het milieu en de sport en ook de infrastructuur gebaat waren. Vaak werden daarbij nieuwe technologiën toegepast. 
33090 
579 Dieteren, Susteren, Limburg  5.844118  51.076684  Gegevens ontleend aan de website "deetere"
Geschiedenis van Dieteren
Welkom bij "Dieteren",
Dieteren is een dorp dat al vele eeuwen bestaat, documenten die dit bevestigen komen echter pas voor sinds 1204. Maar ook andere stille getuigen bevestigen dat er een behoorlijke voorgeschiedenis moet zijn geweest. Zoals bijvoorbeeld de ontdekking van deze wel heel bijzondere tegel welke als opvulling gebruikt was in de voormalige paardetrog. Het bleek een Eesttegel te zijn welke naar ik begrepen heb in lang vervlogen tijden gebruikt werd om het graan te drogen.
Of een bijzonder schoteltje ontdekt door mijn vader bij het ploegen van het land.
Om de gegevens van het schoteltje te herleiden hebben we gebruikt gemaakt van Publications Limbourg jaargang 1967-68 blz 18-19 plaatnr. V 19
Sinds mensenheugenis is Dieteren bestuurlijk bij Susteren aangesloten geweest. Dit heeft zijn spanningen gekend toen de bevolking van Dieteren zelfstandigheid opeiste bij de totstandkoming van een eigen Parochie en later bij de inkleding van het Onderwijs. 
38097 
580 Diever, Drenthe  6.3175  52.8555555555556  Diever (Drents: Dever) is een esdorp in Zuidwest-Drenthe in Nederland dat deel uitmaakt van de gemeente Westerveld. Tot 1998 was Diever een zelfstandige gemeente. Tot die gemeente behoorden dorpen en gehuchten:Diever (voormalig gemeentehuis), Diever-brug (deels), Geeuwenbrug (deels), Kalteren, Het Moer, Oldendiever, Oude Willem, Ten Darpe, Ten Have, Veenhuizen, Veldhuizen, Wapse, Wateren, Wittelte, Wittelterbrug, Zoerte en Zorgvlied.
Geschiedenis
Waarschijnlijk woonden al 6000 jaar geleden mensen op het gebied waar nu Diever ligt. De boeren uit de late steentijd bouwden vlak bij Diever een hunebed dat er nog steeds ligt.
In de vroege Middeleeuwen werd het dorp Diever gesticht. De oudst bekende vermelding van Diever komt uit 1181, waar gesproken wordt van het dorp Devere of Deveren. De naam Diever komt hoogst waarschijnlijk voort uit het woord dat laagte betekende. In de Middeleeuwen was Diever de hoofdplaats van het Dieverder Dingspel, dat ongeveer het hele gebied van Zuidwest-Drenthe besloeg.
Drie kilometer ten noordwesten van Diever in het natuurgebied Berkenheuvel ligt nog een onderduikershol uit de Tweede Wereldoorlog. 
32309 
581 Dieverbrug, Dwingeloo, Drenthe  6.341514587402344  52.84757374164254  Dieverbrug is een dorp in de provincie Drenthe in Nederland, behorende tot de gemeente Westerveld. Het is gelegen op de kruising van de provinciale weg N371 met de N855, halverwege tussen Diever en Dwingeloo.  62789 
582 Dijken, Langweer, Doniawerstal, Friesland  5.709629058837891  52.95135545579242  Dijken (Fries: Diken) is een dorp in de gemeente Scharsterland in de Nederlandse provincie Friesland. Het is gelegen ten westen van het dorp Langweer en ten oosten van het Koevordermeer. Tot de gemeentelijke herindeling in 1984 maakte Dijken deel uit van de voormalige gemeente Doniawerstal. Eén van de inwoners is de voormalige (2002-2008) Commissaris der Koningin van Friesland Ed Nijpels.
Het dorpje is oorspronkelijk een boerenstreek aan de oostkant van het Koevordermeer, met enige opvaarten en lijkt oppervlakkig gezien een ‘itbuorren’ van Langweer. Oude kaarten laten echter zien dat de historie van het oude streekdorpje ‘binnen de dijken’ wel wat ingewikkelder moet zijn geweest. ‘Inde Dycken’ (1664), een halve eeuw later ‘De Dyken’ genoemd en nu dus Dijken, had haar eigen dorpsgebied, dat zich volgens W.T. van der Leij uitstrekte tot aan de westkant van het Koevordermeer. Dat wijst op de ontginningsgeschiedenis en een relatie met Smallebrugge nabij Woudsend. Het Koevordermeer was trouwens ooit zo ondiep, dat vee en veedrijvers er doorheen konden waden. De bebouwing aan de westkant van het Koevordermeer kreeg na de oorlog overigens een nieuwe dorpsnaam: Koufurderrige. Op de begraafplaats staat ook één van de klokkenstoelen in Friesland. 
79695 
583 Dijkhuizen, Appingedam, Groningen  6.836187  53.316076  Dijkhuizen was de naam van een borg. Deze stond in het westelijk deel van Appingedam aan de zuidzijde van het Damsterdiep.
In de bouwtijd was dat nog buiten de stadsmuren van Appingedam.
Het is echter heel moeilijk om de juiste plaats nauwkeurig aan te wijzen, omdat het terrein geheel vergraven is.
De borg was gebouwd op een wierde. Het borgterrein werd als het ware ingesloten door de Delf en door de stadsweg.
In een oorkonde uit 1491 is sprake van de heerd Dijkhuizen. Hiermee zal een boerderij bedoeld zijn, die oorspronkelijk bij Dijkhuizen behoord heeft. Deze boerderij is wellicht dezelfde als de nog bestaande boerderij van die naam, die aan de overkant van de stadsweg staat. De naam staat nog op twee witte palen.
Het stichtingsjaar van Dijkhuizen is niet bekend 
71252 
584 Dijkhuizen, Ruinerwold, Drenthe  6.259245872497559  52.72680885438281  Dijkhuizen is een buurtschap in de gemeente De Wolden, provincie Drenthe (Nederland). De buurtschap is gelegen ten noordoosten van Ruinerwold aan de weg naar Haakswold.  76167 
585 Dijksterhuizen, Menaldumadeel, Friesland  5.718891  53.233936  DYKSTERHUIZEN of Dykstrahuizen, b., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Menaldumadeel, arr. en 1 1/4 u. W. N. W. van Leeuwarden, kant. en 1 u. O. van Berlikum, 1/4 u. N. van Beetgum, waartoe het behoort.
Het is eene fraaije b., meest uit aanzienlijke boerenplaatsen bestaande, gelegen ter noord- en vooral ter zuidzijde van den voorm. Zee- of Slachtedijk, thans den puinweg naar het Bildt. De staten Buma en Aysma lagen er vroeger; thans zijn Groot- en Klein-Aysma twee uitmuntende bouwhoeven in dit vruchtbare oord. 
299 
586 Dikbroeken, Odoorn, Drenthe  7.007483  52.873660  Een gehucht op ca 1.5 km ten NO van Nieuw Weerdinge. Het bestaat uit enkele woningen rond het kruispunt van de Broekdijken en de Dikbroeken met de N379.  35897 
587 Dilgt, Haren, Groningen  6.586036  53.179415  De Dilgt was een buurtschap tussen Groningen en Haren. Oorspronkelijk was het samen met Essen een van de 13 kerspelen van het Gorecht.
De Dilgt lag ten westen van Essen, tussen de weg van Groningen naar Haren en het Hoornse Diepje, iets ten noorden van Hemmen. Ter plaatse staan nog steeds een tweetal voormalige boerderijen, ongeveer ter hoogte van het Stadion Esserberg. 
34313 
588 Dingweer, Stedum, Groningen  6.708204  53.300123  Nog steeds aanwezig is de poort bij boerderij 'Dingweer' te Lellens, al zijn de ijzeren hekken verdwenen.
Notitie bij Catrina Claessen: woonde met haar man op Dingweer
Ik weet niet zeker OF dit de juiste plek 
37126 
589 Dinkelland, Overijssel  52.3666666666667  Dinkelland is een gemeente in het noordoosten van Twente, in de provincie Overijssel. Dinkelland grenst in het noorden aan de gemeente Uelsen, in het uiterste noordoosten aan de gemeente Neuenhaus, in het oosten aan de gemeentes Nordhorn en Bad Bentheim (alle vier in het Graafschap Bentheim, Nedersaksen, Duitsland). In het zuidoosten grenst Dinkelland aan de gemeenten Losser en Oldenzaal, in het uiterste zuiden aan Enschede, in het zuidwesten aan Hengelo en Borne en in het westen en noordwesten aan Tubbergen.
Op 1 januari 2001 fuseerden Ootmarsum, Denekamp en Weerselo tot Dinkelland. Op 1 juli 2006 telde de gemeente 26.070 inwoners (bron: CBS) en een oppervlakte van 184,26 km² (waarvan 1,08 km² water). De gemeente Dinkelland maakt deel uit van het kaderwetgebied Regio Twente.
Dinkelland heeft net als geheel Oost-Twente haar katholieke karakter goed weten te behouden. Zo worden de meeste katholieke gebruiken er nog nageleefd, en heeft de gemeente net als Tubbergen een relatief hoog geboortencijfer. In Ootmarsum vinden unieke Paasgebruiken plaats, zoals het zogenaamde vlöggelen. 
35846 
590 Dinteloord en Prinsenland, Noord-Brabant  4.371359  51.636518  Dinteloord is een dorp in de Nederlandse provincie Noord-Brabant. Het dorp heeft 5600 inwoners (2004).
Dinteloord is bekend vanwege de suikerfabriek van Suiker Unie nabij het dorp Stampersgat en de Muza-feesten die al meer dan 55 jaar gehouden worden in het dorp.
Geschiedenis
Het dorp kreeg in 1448 zijn naam, die verwijst naar de rol van de nabijgelegen Dintel. (dit is enigszins twijfelachtig, omdat in 1605 de polder pas werd drooggelegd waarin daarna de plaats Dinteloord gevestigd werd)
Van 1606 tot 1997 was Dinteloord en Prinsenland een zelfstandige gemeente, tegenwoordig is het onderdeel van de gemeente Steenbergen.
In 2005 werd het 400 jarig jubileum gevierd met een aantal speciale festiviteiten.
Geboren in Dinteloord
Charissa van Dipte, Dancing with the stars
Ariën Pietersma, voetbaldoelman
Wim de Ron, voetballer
Evenementen in Dinteloord
Muza Feest wat in de laatste week van de zomervakantie gehouden word. 
35635 
591 Dinteloord, Dinteloord en Prinsenland, Noord-Brabant  4.371359  51.636518  Dinteloord is een dorp in de Nederlandse provincie Noord-Brabant. Het dorp had ongeveer 5600 inwoners in 2004. In 2006 had het dorp 5661 inwoners, in 2007 was dit aantal iets lager namelijk 5622 inwoners waarvan 2820 Man en 2802 Vrouw.
Dinteloord is bekend vanwege de suikerfabriek van Suiker Unie nabij het dorp Stampersgat en de Muza-feesten die al meer dan 55 jaar gehouden worden in het dorp.
Geschiedenis
Het dorp kreeg in 1448 zijn naam, die verwijst naar de rol van de nabijgelegen Dintel. (dit is enigszins twijfelachtig, omdat in 1605 de polder pas werd drooggelegd waarin daarna de plaats Dinteloord gevestigd werd)
Van 1606 tot 1997 was Dinteloord en Prinsenland een zelfstandige gemeente, tegenwoordig is het onderdeel van de gemeente Steenbergen.
In 2005 werd het 400-jarig jubileum gevierd met een aantal speciale festiviteiten. 
48034 
592 Dinther, Heeswijk-Dinther, Noord-Brabant  5.483379364013672  51.64806350291576  Dinther is een dorp in de provincie Noord-Brabant, gelegen in de Meierij van 's-Hertogenbosch. Dinther werd in 1969 samengevoegd met het buurdorp Heeswijk tot de gemeente Heeswijk-Dinther. In 1994 werden de gemeenten Heeswijk-Dinther, Heesch en Nistelrode samengevoegd tot de gemeente Bernheze. In 1139 wordt Dinther voor het eerst vernoemd als Dinthre .
Geschiedenis
Territorium Dinther
Dinther in de 19e eeuw
Dinther in de 19e eeuw
De eerste ontginningen vonden in de vroege middeleeuwen plaats op vruchtbare bosgronden langs de Aa. In Dinther zou de ontginning ‘’Retsel’’ op hoge ouderdom kunnen wijzen. Het plein ‘’Den Dolvert’’ in het centrum van Dinther is mogelijk in oorsprong een Frankische plaatse. Zekerheid daaromtrent, is er echter niet. Het woord -haar of -hare in naam Dinthare zou wijzen op de langgerekte zandrug tussen Berlicum en Veghel, waarop het dorp ontstaan is. Mogelijk verwijst het voorvoegsel Dint- naar de afwisselende hoogtes in deze zandrug. Het lijkt geografisch verantwoord de naam Dinther de volgende betekenis toe te kennen: "ingedeukte langgerekte zandrug" (bron: Grepen uit de geschiedenis van Dinther 1139-1989, J. van der Leest)
Dinther vormde in de vroege middeleeuwen, net als Heeswijk en Boxtel een vrij territorium onder de Heren van Dinther. De helft van dit goed werd in 1196 door ridder Albert van Dinther aan de heer van Cuijk in leen opgedragen. Die droeg het in zijn beurt weer op aan de hertog van Brabant. De heren van Dinther hadden vermoedelijk het huis Ter Borch als stamslot. Deze mogelijke motte-burcht, was gelegen ter hoogte van de Laverdonk te midden van de beemden van de Aa en niet ver van de limieten van Schijndel.
Hertogdom Brabant
De andere helft van het goed Dinther werd in 1388 door Willem van der Aa aan hertogin Johanna van Brabant in leen opgedragen, waarmee het formeel Brabants territorium werd. Dinther maakte in die tijd deel uit van het Brabant als onderdeel van de Meierij van 's-Hertogenbosch en bleef het ressorteren onder het kwartier Maasland. Sinds 1352 is Dinther officieel een gemeente, wanneer Jan van Benthem als heer van Dinther haar parochianen het recht geeft tot het gebruik van gemeentegronden. Gedurende de veertiende eeuw wordt de hoofdzetel van Dinther verplaatst van het huis Ter Borch naar het goed Ten Bogaerde. Deze adellijke huizing was gelegen in de nabijheid van het kasteel Avestein, waarvan in de 17e eeuw melding wordt gemaakt.
Staats Brabant
Sinds 1648 wordt Dinther onderdeel van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Aangezien de Meierij van 's-Hertogenbosch en al haar toebehoren wordt toegewezen aan de Staten. Dinther had onder de Staats-Brabantse functie als militaire buffer voor het gewest Holland weinig tot geen mogelijkheden om tot economische groei te komen. De katholieke eredienst wordt verboden en de oude Sint-Servatiuskerk wordt aan een handjevol protestantse ambtenaren toegewezen. De Dintherse bevolking kerkt daarop met inwoners van Heeswijk en Nistelrode vanaf 1650 in een schuurkerk te Bedaf, direct over de landsgrens met Uden. Uden behoorde destijds niet tot Brabant, maar tot het vrije Duitse Land van Ravenstein. Die kerk werd tot aan de Franse inval van 1672 gebruikt door de parochianen. In 1672 werd de bouw van een nieuwe schuurkerk in het dorp Dinther toegestaan.
Franse Tijd en Koninkrijk der Nederlanden
Pas in 1795, wanneer de Fransen binnenvallen, krijgt Dinther haar vrijheden terug en wordt volwaardig onderdeel van het koninkrijk der Nederlanden.
Lijst burgemeesters
Dorpsontwikkeling
Dinther was nooit een belangrijke plaats, maar was altijd een tamelijk groot dorp. Begin 19e eeuw omschrijft de koster Adriaan Brock uit Sint-Oedenrode op zijn tocht door de Meierij het dorp Dinther als volgt:
‘...is aan het Marktplein en by de Parochiekerk wel bebouwd, maar voor het overige ligger er de huizen zeer verspreid. De parochiekerk is een schoon en luchtig gebouw, voorzien van eenen fraaijen Tooren gedekt met eene hooge spits, dat van boven met eene lamptarn en eenen grooten knop eindigt.’
Dinther is, evenals de buurdorpen Heeswijk en Veghel, ontstaan in de buurt van een doorwaadbare plaats in de rivier de Aa. Het middelpunt van Dinther vormde altijd het gebied rond de kerk. De verspreidde bebouwing van het dorp strekte zich al in de achttiende eeuw ver uit. Later werd de agrarische ruimte tussen deze linten opgevuld met kleinschalige woonwijken. Uitbreiding van het woningenbestand vindt momenteel vooral plaats in de Heilaren ten noordoosten van het dorp. De overgang van de stedelijke bebouwing naar het buitengebied verloopt vrijwel overal zacht: de dorpsrand is kleinschalig en groen. Enige uitbreiding van industrie heeft plaats op het industrieterrein Retsel.
Bezienswaardigheden in Dinther
* De Kilsdonkse Molen op de grens met Veghel is in oorsprong een watermolen aan de Aa. Later werd het een combinatie van een watervluchtkorenmolen en een watergedreven oliemolen. De molen wordt gerestaureerd en is begin 2009 klaar.
* Huize Huize Zwanenburg is een middeleeuws versterkt huis uit de 14e eeuw.
* De Sint Servatius kerk is een kanjermonument uit 1877 dat in 2006 is gerestaureerd.
* Galerie D'n Derfpad
* Galerie Hedonia
Landschappelijke ontwikkeling
Dinther is ontstaan op de oevers van de beek de Aa. De aanwezigheid van dit riviertje en haar zijlopen (Leijgraaf) en Oudebeek heeft in het grootste gedeelte van de gemeente een stempel gedrukt op de ontwikkeling van het landschap. Het beekdallandschap met hooiland, beemden en kleine landschapselementen als steilranden en vennen was tamelijk open. De hoger gelegen cultuurlanden vormden met bolle akkers, meidoornhagen en houtsingels een meer gesloten landschap. Door haar ligging in het Aa-dal had de gemeente Dinther meer dan regelmatig wateroverlast, met bijgevolg schade aan de landbouwgewassen. Onder andere in 1757, er verdronk toen veel Hoorenvee en Schaapen. De wateroverlast resulteerde er rond 1880 in, dat het gemeentebestuur van Veghel de aan haar grenzen gelegen Kilsdonkse watermolen onder Dinther kocht en de molenraderen en stuw verwijderde. Dit lostte de waterafvoer enigszins op, maar écht optimaal werd de afvoer pas bij het kanaliseren van de Aa in de jaren '30. Daardoor veranderde het kleinschalige beekdallandschap. In het Aadal zijn her en der nog relicten van het cultuurlandschap die het behouden waard zijn. Zoals de wielen die zijn overgebleven in de oude loop van het riviertje de Aa.
Momenteel is de gemeente Bernheze bezig met het aanleggen van natuurgebieden. Dit ter compensatie van de aanleg van de snelweg A50, maar ook om het landelijke gebied een grotere ecologische en recreatieve waarde te geven. Met name het landelijk gebied tussen Dinther en Veghel moet van de provincie Noord-Brabant haar groene karakter behouden. Het daar gelegen landgoed Zwanenburg wordt opgeknapt en versterkt door o.a. de aanleg van een vispassage in de Aa en het opnieuw laten functioneren van de te restaureren Kilsdonkse Molen. Dit plan sluit aan op het Masterplan de Aa in de gemeente Veghel. 
58753 
593 Dinxperlo, Aalten, Gelderland  6.488199234008789  51.862552881901934  Dinxperlo (Nedersaksisch: Dinsper) is een plaats in de gemeente Aalten in de Achterhoek, Nederlandse provincie Gelderland.
Dinxperlo ligt pal op de grens met Duitsland. Het vormt met het Duitse plaatsje Suderwick een aaneengesloten bebouwing waar de grens dwars door heen loopt. Deze grens volgt grotendeels de Heelweg, die tot aan het trottoir aan de overkant Nederlands grondgebied is en waarvan de huizen even genummerd zijn, en die aan de Duitse kant Hellweg genoemd wordt, met oneven nummers. Het is daarmee de enige plek waar Duitse burgers aan een Nederlandse straat wonen en ingeschreven staan. Desondanks is het verschil in ruimtelijke inrichting (bijv. de huizenstijl) al direct onmiskenbaar. Verder naar het westen wordt de grens gevormd door de rivier de Aa-strang.
Naast het Nederlands en het Duits spreekt men aan beide zijden van 'de streep' een gemeenschappelijk dialect dat een variant is van het Nedersaksisch. Niet verwonderlijk: Suderwick ontstond in de 13e eeuw als een uitbreiding van Dinxperlo (de zuiderlijke wijk) en haar inwoneraantal was altijd ongeveer 20% van het totaal.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het tweelingdorp met een hek van prikkeldraad doorsneden, om smokkel te voorkomen. Tussen 1949 en 1963 stond Suderwick onder de naam Zuiderwijk onder bestuurlijk toezicht van gemeente Dinxperlo, in het kader van de Nederlandse annexatie van Duits grondgebied na de Tweede Wereldoorlog. Heden ten dage heeft Dinxperlo een gedeeld Nederlands-Duits politiebureau. Ook gaan Suderwickse kleuters er naar de Nederlandse basisschool.
Centrale blikvanger in het dorp is de 16e-eeuwse gotische kerk (in gebruik van de Protestantse Gemeente). Vóór de Reformatie was deze kerk rooms-katholiek. Het was destijds eigendom van de hertog van Gelre.
Attracties zijn onder meer het kleinste kerkje van Nederland, genaamd De Rietstap (ingericht als expositieruimte), en het Grenslandmuseum. De vrijdagmarkt trekt wekelijks massa's bezoekers uit de verre omgeving, vooral van over de grens. Met name de Hollandse haring- en palingkraampjes zijn er bij Duitse bezoekers erg populair.
Tot 1 januari 2005 was Dinxperlo een zelfstandige gemeente, daarna werd het bij Aalten gevoegd. Het andere dorp dat deel uitmaakte van de gemeente Dinxperlo, is De Heurne.
Trivia
Dinxperlo is het grensplaatsje waar de Batavierenrace, de grootste studentenhardloopestafette, die jaarlijks in Nijmegen start, via een omweg in Duitsland weer Nederland binnenkomt.
De naam Dinxperlo is waarschijnlijk afgeleid van dingspel en loo. Vroeger zou op deze plek een gerechtsplaats (dingspel) in het bos (loo) zijn geweest.
Bekendste inwoner: Bernardus IJzerdraat, in de jaren '30 van de vorige eeuw werkzaam als adviseur in de Dinxperlose vestiging van de Deventer tapijtfabriek van Maurits Prins. Onmiddellijk na de Duitse aanval op Nederland in 1940 verzetsstrijder in zijn geboorteplaats Rotterdam als lid van De Geuzen, maar reeds binnen een jaar opgepakt en gefusilleerd. Was één van 'De Achttien Dooden' uit dit beroemde gedicht van Jan Campert dat tot de canon der vaderlandse dichtkunst behoort.
Literatuur
Lieber, Willy (1998). Oorlog in de achtertuin. De bevrijding van Dinxperlo 23-30 maart 1945. Dinxperlo: Drukkerij Heinen/Enveloprint 
990 
594 Dinxterveen, Wanneperveen, Overijssel  6.139469146728516  52.70703360860247  Dinxterveen is een klein gehucht in de gemeente Steenwijkerland, in de Nederlandse provincie Overijssel. Het dorp is gelegen in de Kop van Overijssel ten oosten van Wanneperveen, dichtbij de grens met de provincie Drenthe.  76397 
595 Diphoorn, Sleen, Drenthe  6.8175  52.7722222222222  Diphoorn is een gehucht nabij Sleen in de gemeente Coevorden, provincie Drenthe (Nederland). Een aantal boerderijen in Diphoorn hebben agrarische bestemming, de meeste hebben inmiddels een woonbestemming. Voor voorzieningen zijn de ongeveer 70 Diphoorners aangewezen op Sleen.
Diphoorn is van oorsprong een boerennederzetting die ligt op een hoge zandrug naast de Slenerstroom. 
34288 
596 Dodewaard, Gelderland  5.656543  51.909904  Dodewaard is een dorp in de gemeente Neder-Betuwe, in de Nederlandse provincie Gelderland. Het dorp kent meer dan 4500 inwoners. Het was van 1811 tot 2002 een zelfstandige gemeente. Tot die gemeente behoorde ook een tijdje het dorp Opheusden, maar later viel deze onder de gemeente Kesteren.
Het is de meest oostelijk gelegen dorp in de gemeente, de nog oostelijke gelegen buurtschappen Hien en Wely vallen formeel onder het dorp. Het dorp zelf ligt en strekt zich uit ten zuiden van de A15 aan de Waal. Het dorp heeft een eigen treinstation, als onderdeel van de spoorlijnverbinding tussen Tiel en Arnhem, genaamd Hemmen-Dodewaard.
Landelijk is Dodewaard bekend van de kerncentrale die er gevestigd is/was, Kerncentrale Dodewaard. Was, omdat de centrale niet meer actief is sinds maart 1997 en een groot deel van de centrale in 2003 is afgebroken, en is omdat het reactorgebouw is blijven staan, dit omdat het vanwege radioactief verval pas over 40 jaar voldoende veilig wordt geacht om het reactorgebouw eveneens te ontmantelen.
Dodewaard wordt voor het eerst vermeld aan het eind van de 11e eeuw als de Dodeuuero. In 1171 als Dudenwert, in de dertig jaar daarna komen nog diverse varianten op deze twee namen voor, zoals in 1181 de dondenuuerhe, in 1190 dudenwert en in 1200 de dudenwerthe. Over één ding zijn de meeste het eens en dat is dat de 'Dode' in Dodewaart verwijst naar een oude Germaanse persoonsnaam die geschreven werd als Dodo, Dode en Dudan. De achtervoegsel 'waard' zou kunnen verbasterd zijn van de benaming waritha, wat de benaming is voor een gebied dat deels of geheel omsloten is door rivieren, of van de benaming werth dat land of eiland aan het water betekent.
Tot in de 18e eeuw kende Dodewaard drie landhuizen annex kastelen, genaamd Dodewaard, Appelenburg en De Snor. 
32787 
597 Doenrade, Limburg  5.905220  50.968261  Doenrade (Limburgs: Doonder) is een dorp met iets meer dan 1000 inwoners dat vanaf 1982 deel is van de gemeente Schinnen. Daarvoor maakte Doenrade deel uit van de voormalige gemeente Oirsbeek. Doenrade heette vroeger Dudenrode vanwege de familie die er met de boerderij woonden.
Het meest opmerkelijke gebouw van Doenrade is kasteel Doenrade. Dit kasteel stamt uit de 16e eeuw, maar is in de 18e eeuw sterk gewijzigd en is momenteel in gebruik als hotel. 
38079 
598 Doesburg, Gelderland  6.13333333333333  52.0166666666667  Doesburg (Nedersaksisch: Doezebarg) is een stad (hanzestad) en gemeente in de Nederlandse provincie Gelderland met 11.602 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS). De stad is gelegen langs de Gelderse IJssel en de Oude IJssel. De gemeente Doesburg maakt deel uit van de Stadsregio Arnhem-Nijmegen.
Geschiedenis
Doesburg ontving stadsrechten in 1237, een jaar later dan nabijgelegen Doetinchem. Door de strategische ligging aan de monding van de Oude IJssel en de Gelderse IJssel, is Doesburg lange tijd een belangrijke vestingstad geweest. Tevens had Doesburg een belangrijke economische en bestuurlijke functie. De Martinikerk met een 94 meter hoge toren getuigt nog van de toenmalige voorspoed. Door allerlei oorzaken, waaronder de verzanding van de IJssel, nam de welvaart in Doesburg na de 15e eeuw af. Doesburg veranderde in een slaperig provinciestadje en zou dat tot na de oorlog blijven. Dit had ook zijn voordelen, de historische binnenstad met zijn vele monumenten bleef goed bewaard. De stad werd daarom in 1974 als beschermd stadsgezicht aangewezen.
Omdat Doesburg tot 1923 officieel een vestingstad was, was stadsuitbreiding niet mogelijk. Na de Tweede Wereldoorlog werd de stad snel uitgebreid. In de jaren '50 werd aan de oostelijke zijde van de stad de wijk Molenveld gebouwd. In de jaren zestig volgde de wijk De Ooi. Ten zuiden van de Oude IJssel volgden in de jaren '70 en '80 de wijk Beinum, recent is ten zuiden van Beinum de wijk Campstede gebouwd. Aan het begin van de 21e eeuw is aan de IJsselkade een nieuwe woonwijk verrezen van 44 woningen en 124 appartementen onder architectuur van de italiaanse architect Adolfo Natalini. In 2007 wordt daar begonnen met de bouw van een hotel. 
32862 
599 Doetinchem, Gelderland  6.287012100219727  51.96568766971397  Doetinchem (Nedersaksisch: Deutekem, maar meestal Dörkum) is een stad en gemeente aan de Oude IJssel, gelegen in de Achterhoek, in de Nederlandse provincie Gelderland. De gemeente telt 56.225 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 52,74 km2 (waarvan 1,50 km2 water). Daarmee is Doetinchem de meest dichtbevolkte gemeente van de Achterhoek. De bevolking is voor bijna de helft van protestantse signatuur en voor een vrijwel gelijk deel van katholieke afkomst.
Sinds 1 januari 2005 is de gemeente Wehl opgeheven en aan de gemeente Doetinchem toegevoegd. Ook werd het Zelhemse Broek bij de gemeente gevoegd.
Geschiedenis van Doetinchem
De oudste vermelding van Doetinchem dateert uit 838 als villa Duetinghem, een nederzetting met een kerk. In de periode na 838 ontstond de versterkte stad Deutinkem met een kerk die ten geschenke werd gegeven aan de toenmalige bisschop van Utrecht. Andere naamsvarianten die in de loop van de tijd gebruikt werden, waren Duttichem, Duichingen, Dotekom en Deutekom.
Rond 1100 begon Doetinchem te groeien, en werd een stadsmuur gebouwd tegen plunderaars die meerdere malen probeerden de stad leeg te roven. In 1236 kreeg Doetinchem stadsrechten van graaf Otto II van Gelre; ook werd in dat jaar de stadsmuur met een meter verhoogd. De tot dan gebruikte vier slagbomen werden vervangen door vier grote stadspoorten: de Hamburgerpoort, de Waterpoort, de Gruitpoort en de Hezenpoort. Later werden er grachten omheen gegraven, en er werden voorpoorten gemaakt. Doetinchem werd belangrijk als handelsplaats voor boeren die hun koopwaar op de markt van Doetinchem kwamen verkopen. Deze markt werd gehouden op het Simonsplein en tot aan de Tweede Wereldoorlog bleef deze bestaan. Een grote stadsbrand in 1527 vernietigde alle gegevens van Doetinchem. Over Doetinchem uit de Middeleeuwen is hierdoor niet veel meer bekend.
In 1672 is de stadsmuur grotendeels afgebroken. In de tweede helft van de 19e eeuw verdwenen de poorten en werd een groot deel van de stadswal weggehaald. Doetinchem had niet veel te lijden en het bleef dan ook rustig tot aan de Eerste Wereldoorlog, toen in Doetinchem een paar grenswachters de wacht hielden.
Ook de Tweede Wereldoorlog met de Hongerwinter leek Doetinchem goed door te komen. Er was gedurende de oorlogsjaren een kleine Duitse bezettingsmacht gelegerd. Op het eind van de oorlog werden enkele gevangenen geëxecuteerd als represaille voor een verzetsdaad, gepleegd bij het Veluwse plaatsje Putten toen een belangrijke Duitse officier werd doodgeschoten door het verzet. Ook werd het pand Bouchina gebruikt om negen Nederlandse Joden, die speciale bescherming genoten van de NSB, in te huisvesten. Eind april 1945 werd Doetinchem per abuis gebombardeerd door Britse vliegtuigen, die Doetinchem voor het Duitse Kleef aanzagen. Doetinchems stadshart werd zwaar beschadigd, maar niet vernietigd. 
32713 
600 Doeveren, Heusden, Noord-Brabant  5.090387  51.720705  Doeveren is een dorp in de gemeente Heusden in de provincie Noord-Brabant. De dichtsbijzijnde stad is Waalwijk op zo'n 3 kilometer.
Tot 1973 behoorde Doeveren bij de gemeente Eethen, tot 1923 bij de gemeente Drongelen. 
66224 
601 Doezum, Grootegast, Groningen  6.250162  53.200540  Doezum is een streekdorp in de gemeente Grootegast in het Westerkwartier van de provincie Groningen in Nederland. Het dorp ligt op een zandrug die loopt van Doezum tot Oldekerk. Het dorp heeft 1170 inwoners (1 januari 2005).
Doezum heeft een romaanse kerk uit de twaalfde eeuw, die oorspronkelijk uit tufsteen was opgetrokken.
Het dorp kreeg landelijke bekendheid in 1929 toen IJe Wijkstra vier veldwachters doodschoot die zijn geliefde kwamen halen in opdracht van Justitie in Groningen. 
32995 
602 Dokkum, Friesland  5.99888888888889  53.3252777777778  Dokkum is een stad in de gemeente Dongeradeel en telt 13.145 inwoners (1 jan. 2006).
Dokkum is gelegen op de grens tussen de Kleistreek en de Friese Wouden, in het noordoosten van de Nederlandse provincie Fryslân (Friesland). Dokkum is tevens de noordelijkste stad van Nederland en is een van de Friese elf steden.
Dokkum geniet internationale bekendheid omdat in 754 Bonifatius in de omgeving van Dokkum zou zijn vermoord.
Geschiedenis
Over de oorsprong van de naam Dokkum zijn verschillende verklaringen in omloop. Sommigen denken aan een combinatie en samentrekking van de Friese mansnaam 'Docko' die hier een erf of 'heim/hiem' zou hebben bezeten. Anderen associëren Dokkum met 'Tockingen', dat is een 'nederzetting aan een tocht of stroom'. In een levensbeschrijving van Bonifatius door Willibald geschreven rond 852 is sprake van 'Dockinga'. Andere varianten zijn onder meer 'Villa Nocdac' en 'Dockynchirica'.
Olivier van Keulen predikte in 1214 in Dokkum de kruistocht, waar dan ook Dokkumers aan hebben meegedaan. Deze geschiedenis wordt door middel van