Veel gestelde vragen This is a new feature at this site. An interactive way to talk about the genealogies

The owner of this website pays about 400 dollar per month to keep this webiste in the air. In order to view the data follow this link donate any amount you want. Now also possible on a bankaccount in the Netherlands, made possible by the familybank . The site gets 80.000 hits daily. Please click on the advertisements to generate money for me

Home Search Login Your Bookmarks  
Share Print Bookmark


Report: Plaatsnamen in Groningen en Drenthe

         Description: Places in Groningen and Drenthe


Matches 1 to 800 of 995   » Comma-delimited CSV file

1 2 Next»

# Place Longitude Latitude Notes
1 't Haantje, Sleen, Drenthe  6.82305555555556  52.8147222222222  't Haantje is een dorp in de gemeente Coevorden in de provincie Drenthe, met ongeveer 230 inwoners.
Het dorp is na de aanleg van het Oranjekanaal ontstaan. De herkomst van de naam is onzeker. Men vermoedt dat het de naam van een café is geweest, maar het waarom van de naam is onduidelijk. Het verhaal gaan dat de herbergier een struik bij huis had staan die in de vorm van een haan was geknipt.
Het bezit een zwembad dat de gemeente heeft willen sluiten, maar door protest van de bewoners werd besloten dat het zwembad toch kan blijven. Ook is er een voetbalclub, VV Theo genaamd (theo = 't Haantje en omstreken). 
2 't Heem, Vlagtwedde, Groningen  7.049016952514648  52.88612158186294  't Heem is tegenwoordig een wijk van Ter Apel in het Groningse Westerwolde (Nederland). Oorspronkelijk was het een gehucht even ten noorden van het kloosterdorp.
De huidige wijk wordt begrensd door de voormalige spoorlijn in het zuiden en de Nulweg in het noorden. De naam 't Heem betekent hoge boerenplaats. 
3 't Klooster, Usquert, Groningen  6.619480  53.429688  Zie ook de kaart. Een gehucht met twee huizen. 
4 't Lage van de weg, Uithuizen, Groningen  6.655098  53.411839  't Lage van de weg is een dorpje in de gemeente Eemsmond in de provincie Groningen. Het ligt direct ten westen van Uithuizen.
Het dorp ontstond in het midden van de negentiende eeuw. De naam verwijst naar de verhoging die naast de weg is ontstaan na een dijkdoorbraak in de veertiende eeuw. Op die verhoging staan een aantal boerderijen, die als buurt ook bekend zijn als Bovenhuizen. De huizen langs de weg liggen een stuk lager en heten daarom het Lage van de weg. 
5 't Schot, Vlagtwedde, Groningen  7.083499431610107  52.863365411807095  't Schot is een gehucht vlak bij Ter Apel in de gemeente Vlagtwedde. Het ligt ten zuiden van Ter Apel, ten noorden en zuiden van het Ruiten-Aa-kanaal, waar dit samenkomt met het Ter-Apelkanaal.
Anders dan de aanpalende dorpen Burgemeester Beinsdorp en Agodorp, die beiden uit de twintigste eeuw stammen, wordt 't Schot, net als 't Heem aan de noordzijde van Ter Apel, al op oude kaarten vermeld. De oorsprong van het gehucht hangt samen met de stichting van het Klooster Ter Apel in de vijftiende eeuw. De naam verwijst naar een schot, dat is een stal of schuur. De monniken van het klooster lieten hier hun vee grazen.
Het oorspronkelijke gehucht wordt omgeven door een bos met dezelfde naam. 
6 't Veen, Muntendam, Groningen  6.861777305603027  53.123289748203966  Verder geen gegevens bekend, zie ook de oude kaart voor de locatie. Vroeger zullen hier waarschijnlijk veenhutten gestaan hebben. 
7 't Veen, Siddeburen, Slochteren, Groningen  6.852315  53.231468  't Veen ligt 1 - 2 km ten z van de kerk in Siddeburen en bestaat uit enkele huizen en een opvallende houtwal in N-Z richting van ca 1700m en een breedte van ca 50m. 
8 't Waar, Scheemda, Groningen  6.95194444444444  53.2252777777778  't Waar is een streekdorp in de gemeente Scheemda in de provincie Groningen (Nederland), gelegen in het kleigedeelte van het Oldambt. Het dorp ligt aan een oude oeverwal in de ingepolderde Dollard.
De naam van het dorp verwijst naar een sluis in het Ol Daipke. Woar of waar is een oud synoniem voor zijl het Groningse woord voor sluis. De Dollard werd in deze streek vanaf het einde van de zestiende eeuw op de zee teruggewonnen.
Voor de inpoldering liep hier de Menter A, het Oude Diepje zal daar en restant van zijn geweest. Tegenwoordig ligt het dorp tussen het Buiten Nieuwediep en het Termunterzijldiep. 't Waar vormt samen met Nieuw-Scheemda een dubbeldorp. 
9 't Zandt, Groningen  6.774244  53.366133  't Zandt is een klein dorp in de gemeente Loppersum in de provincie Groningen, Nederland. Het dorp heeft bijna 900 inwoners. Tot 1990 was 't Zandt een zelfstandige gemeente.
Het dorp is ontstaan als dijkdorp na de inpoldering van de voormalige Fivelboezem in de veertiende eeuw door monniken van het klooster Bloemhof. De naam verwijst naar een zandrug in de oude boezem. Dorpsbewoners wonen niet ín 't Zandt, maar óp 't Zandt.
Een opmerkelijk pand in het dorp (op het voormalige grondgebied van het dorp Leermens), is de zogenaamde sarrieshut. Deze hoorde bij de voormalige molen, de Leermenstermolen. Deze molen is in 1957 afgebroken, één roede ging naar een molen te Warffum. Bij iedere korenmolen in de provincie Groningen stond vroeger een sarrieshut. Dat was de woning van de chercher, de ambtenaar die belast was met de controle op de belasting op het gemaal. Het woord Chercher werd verbasterd tot sarries.
Even buiten het dorp ligt de boerderij Alberdaheerd. Hier stond vroeger een borg die bewoond werd door het geslacht Alberda. De borg is verdwenen, maar het borgterrein, met gracht, oprijlaan en bomen, is nog aanwezig. Tegenwoordig bevindt zich hier een sierviskwekerij.
't Zandt is gebouwd op een zandplaat die al bestond in de tijd dat de dijk op de lijn Godlinze, Schatsborg, Zeerijp als zeewering het achterland tegen het water beschermde. in die tijd liepen wadlopers al van de dijk naar de zandplaat en terug. Ze droegen stokken om de prielen makkelijker over te steken. Later hadden de wadloppers mooie wandelstokken. Vandaar de naam van de inwoners van 't Zandt " 't Zandster Handstokken".
Voormalige gemeente
De gemeente 't Zandt bestond tot 1990 naast het hoofddorp uit de dorpen, gehuchten en buurtschappen: Eenum, De Groeve, Kolhol, Leermens, Lutjerijp, Oosterwijtwerd, 't Zandstervoorwerk, Zeerijp en Zijldijk. 
10 1e Exloërmond, Odoorn, Drenthe  6.93388888888889  52.9280555555556  Eerste Exloërmond (of: 1e Exloërmond) is een klein dorp in de gemeente Borger-Odoorn, provincie Drenthe.
Het ligt vlakbij Nieuw-Buinen en Tweede Exloërmond. Eerste Exloërmond telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2006 390 inwoners (201 mannen en 189 vrouwen).
Het dorp, dat vlakbij de provinciegrens met
Groningen ligt, heeft een korte geschiedenis. Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd
genoemd. De 'mond' werd gegraven ten behoeve van het vervoeren van onder andere turf naar de stad Groningen.
Door de vervening die daardoor ontstond, werd het gebied bewoonbaar en groeide de bevolking zeer snel. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
Als alternatief voor vervoer per schip en personenvervoer werd er een spoorlijn aangelegd in het gebied, die vanaf 2 mei 1924 ook een halte in Eerste Exloërmond kende. Al op 15 mei 1935 werd de halte gesloten. Het enorme, statige stationsgebouw bleef tot in de jaren '70 staan.
In 2003 is er een kunstwerk geplaatst die herinnert aan de plek. De spoorrails liggen er nog wel.
Eerste Exloërmond kent, net als vele andere kleine nederzettingen in de regio, een continue bevolkingsafname. Dit terwijl de grotere plaatsen alleen maar groeien. 
11 2e Exloërmond, Odoorn, Drenthe  6.92833333333333  52.9063888888889  Tweede Exloërmond of 2e Exloërmond (Drents: Tweide Ekselermond) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Borger-Odoorn. Tweede Exloërmond telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2006 2427 inwoners (1234 mannen en 1193 vrouwen). De officiële naam van het dorp is 2e Exloërmond, maar het is gebruikelijker de naam te spellen als Tweede Exloërmond.
Tweede Exloërmond is een veenkolonie, hoofdzakelijk bestaande uit lintbebouwing, die zich uitstrekt over een lengte van meer dan zes kilometer tot aan de provinciegrens met Groningen. Aan het zuideinde van het dorp bevindt zich naast het lint een nieuwbouwwijk.
In het dorp bevinden zich drie kerken: de Nederlands Hervormde kerk van de Protestantse Gemeente, een fraaie Baptistenkerk uit 1922 en een modern kerkgebouw van de Nieuw-Apostolische gemeente.
Tweede Exloërmond heeft de volgende voorzieningen: een bibliotheek, een openbare en protestants-christelijke basisschool, sportvelden, een supermarkt, een postagentschap en enkele horecagelegenheden.
In 2003 vierde het dorp zijn 150-jarig bestaan. In de ontginningstijd, midden negentiende eeuw, was het leven zwaar. Zowel het graven van kanalen en wijken als het steken van de turf werd met de hand gedaan. Voor de boeren die zich na de ontginning vestigden, was het moeilijk het land vruchtbaar te krijgen. Het had veel mest nodig, maar die was destijds schaars: kunstmest bestond nog niet. Daarnaast was de bereikbaarheid een probleem: pas in 1907 werd een verharde weg aangelegd naar Exloo.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het afgraven van turf gestaakt. Enerzijds was de meeste turf toen wel afgegraven, anderzijds was turf als brandstof overbodig geworden door de komst van andere brandstoffen. Het werd toen een probleem de vele veenarbeiders nieuw werk te verschaffen. Daar ook de werkgelegenheid in de landbouw langzaam terugliep, was dat geen gemakkelijke opgave. Gebrek aan werkgelegenheid is ook vandaag nog een probleem in de Veenkoloniën.
Eind 2006 kreeg het dorp nationale bekendheid door de verkrachting en moord op de 12-jarige inwoonster van dit dorp Suzanne Wisman.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Tweede Exloërmond of 2e Exloërmond (Drents: Tweide Ekselermond) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Borger-Odoorn. Tweede Exloërmond telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2006 2427 inwoners (1234 mannen en 1193 vrouwen). De officiële naam van het dorp is 2e Exloërmond, maar het is gebruikelijker de naam te spellen als Tweede Exloërmond.
Tweede Exloërmond is een veenkolonie, hoofdzakelijk bestaande uit lintbebouwing, die zich uitstrekt over een lengte van meer dan zes kilometer tot aan de provinciegrens met Groningen. Aan het zuideinde van het dorp bevindt zich naast het lint een nieuwbouwwijk.
In het dorp bevinden zich drie kerken: de Nederlands Hervormde kerk van de Protestantse Gemeente, een fraaie Baptistenkerk uit 1922 en een modern kerkgebouw van de Nieuw-Apostolische gemeente.
Tweede Exloërmond heeft de volgende voorzieningen: een bibliotheek, een openbare en protestants-christelijke basisschool, sportvelden, een supermarkt, een postagentschap en enkele horecagelegenheden.
In 2003 vierde het dorp zijn 150-jarig bestaan. In de ontginningstijd, midden negentiende eeuw, was het leven zwaar. Zowel het graven van kanalen en wijken als het steken van de turf werd met de hand gedaan. Voor de boeren die zich na de ontginning vestigden, was het moeilijk het land vruchtbaar te krijgen. Het had veel mest nodig, maar die was destijds schaars: kunstmest bestond nog niet. Daarnaast was de bereikbaarheid een probleem: pas in 1907 werd een verharde weg aangelegd naar Exloo.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het afgraven van turf gestaakt. Enerzijds was de meeste turf toen wel afgegraven, anderzijds was turf als brandstof overbodig geworden door de komst van andere brandstoffen. Het werd toen een probleem de vele veenarbeiders nieuw werk te verschaffen. Daar ook de werkgelegenheid in de landbouw langzaam terugliep, was dat geen gemakkelijke opgave. Gebrek aan werkgelegenheid is ook vandaag nog een probleem in de Veenkoloniën.
Eind 2006 kreeg het dorp nationale bekendheid door de verkrachting en moord op de 12-jarige inwoonster van dit dorp Suzanne Wisman.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Tweede Exloërmond of 2e Exloërmond (Drents: Tweide Ekselermond) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Borger-Odoorn. Tweede Exloërmond telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2006 2427 inwoners (1234 mannen en 1193 vrouwen). De officiële naam van het dorp is 2e Exloërmond, maar het is gebruikelijker de naam te spellen als Tweede Exloërmond.
Tweede Exloërmond is een veenkolonie, hoofdzakelijk bestaande uit lintbebouwing, die zich uitstrekt over een lengte van meer dan zes kilometer tot aan de provinciegrens met Groningen. Aan het zuideinde van het dorp bevindt zich naast het lint een nieuwbouwwijk.
In het dorp bevinden zich drie kerken: de Nederlands Hervormde kerk van de Protestantse Gemeente, een fraaie Baptistenkerk uit 1922 en een modern kerkgebouw van de Nieuw-Apostolische gemeente.
Tweede Exloërmond heeft de volgende voorzieningen: een bibliotheek, een openbare en protestants-christelijke basisschool, sportvelden, een supermarkt, een postagentschap en enkele horecagelegenheden.
In 2003 vierde het dorp zijn 150-jarig bestaan. In de ontginningstijd, midden negentiende eeuw, was het leven zwaar. Zowel het graven van kanalen en wijken als het steken van de turf werd met de hand gedaan. Voor de boeren die zich na de ontginning vestigden, was het moeilijk het land vruchtbaar te krijgen. Het had veel mest nodig, maar die was destijds schaars: kunstmest bestond nog niet. Daarnaast was de bereikbaarheid een probleem: pas in 1907 werd een verharde weg aangelegd naar Exloo.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het afgraven van turf gestaakt. Enerzijds was de meeste turf toen wel afgegraven, anderzijds was turf als brandstof overbodig geworden door de komst van andere brandstoffen. Het werd toen een probleem de vele veenarbeiders nieuw werk te verschaffen. Daar ook de werkgelegenheid in de landbouw langzaam terugliep, was dat geen gemakkelijke opgave. Gebrek aan werkgelegenheid is ook vandaag nog een probleem in de Veenkoloniën.
Eind 2006 kreeg het dorp nationale bekendheid door de verkrachting en moord op de 12-jarige inwoonster van dit dorp Suzanne Wisman.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd. 
12 2e Exloërmond, Odoorn, Drenthe       
13 Aalden, Zweeloo, Drenthe  6.719512939453125  52.789267958041876  Aalden is een dorp in de provincie Drenthe (Nederland), gemeente Coevorden.
Aalden vormt samen met buurdorp Zweeloo haast een geheel, enkel gescheiden door de Aelderstroom of Westerstroom. Het dorp bestaat zelf ook uit twee delen, gescheiden door de Aelderstraat, de doorgaande weg. Aan de ene kant van de weg ligt Oud-Aalden (Drents: Aold-Aalden), het oude esdorp dat volledig bestaat uit Saksische boerderijen en is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Aan de andere kant van de weg liggen de nieuwbouwwijken van het dorp.
Aalden is sterk op toeristen gericht. Dit heeft vooral te maken met de aanwezigheid van bungalowpark Aelderholt en golfterrein De Gelpenberg. Ook is er een asielzoekerscentrum bij het dorp gevestigd. Bezienswaardig is, naast Oud-Aalden, onder meer korenmolen Jantina Helling (ook wel Aeldermeul genoemd) uit 1891.
Het dorp is het voorzieningencentrum van de voormalige gemeente Zweeloo. Het heeft onder meer een bibliotheek, een openbare en een protestants-christelijke basisschool, een supermarkt met postagentschap, een bakker en diverse horecagelegenheden.
De marke van Aalden wordt gekarakteriseerd door essen, kleine bospercelen en groenlanden langs de Aelder- of Westerstroom. 
14 Aardscheveld, Assen, Drenthe  6.580984  52.975729  Anreep is een oud esdorp, ontstaan in de middeleeuwen. Op schrift wordt Anreep in 1141 genoemd, waarschijnlijk bestond Anreep toen uit één boerderij. Maar er zijn bewoningssporen gevonden van ver voor de jaartelling. In 1456 zijn in Anreep 4 boerenerven bekend, in 1612 waren dat 5 erven. In het westelijk deel van de marke van Anreep ontstond in de 19e eeuw het Aardscheveld, een plaggenhuttenkolonie. Nu bestaat Anreep nog uit ca. 15 boerderijen, die overigens voor het overgrote deel geen agrarische functie meer hebben.
Ten noorden van Anreep loopt het Anreeperdiepje, de bovenloop van de Drentsche Aa. 
15 Abelstok, Leens, Groningen  6.44944444444444  53.3513888888889  Abelstok is het gemaal vlakbij de Abelstokstertil in de provincie Groningen dat als een van de drie gemalen de zg. tweede schil van het door de bodemdaling door gaswining verzakte gebied gaat bemalen.
Het gemaal staat met de gemalen Stad & Lande en Schaphalsterzijl op de rand van het verzakte gebied.
Naast het gemaal is een schutsluis aanwezig om de scheepvaart (voornamelijk pleziervaart) mogelijk te houden.
Het gemaal staat in de Hoornsevaart op de plek waar de Kromme Raken naar het zuiden aftakt.
Ook het bos aan de overkant van de provinciale weg heet Abelstok.
De Abelstokstertil is de brug (til) met de N361 over de Kromme Raken tussen Mensingeweer en Wehe-den Hoorn (gemeente De Marne).
De naam Abelstok is bij veel Groningers bekend. De herkomst van de naam is onduidelijk. Vermoedelijk is het genoemd naar een paal (stok) die daar in of bij het water was geplaatst namens de abt van het klooster van het Oldenklooster en Nijenklooster (ten noorden van Wehe-den Hoorn). Abelstok zou dus zijn: abtenstok. De paal zou kunnen zijn bedoeld om een doorwaadbare plek aan te gegeven of het zou een grenspaal kunnen zijn geweest. De aanduiding stok zou ook kunnen verwijzen naar een smalle loopbrug met één leuning.
De naam is al lang in gebruik en dus zeker – zoals wel wordt gedacht – geen verwijzing naar de nabij gelegen boomgaard, waar bij de ingang de naam Abelstok is aangebracht.
Een sage wil doen geloven dat een zekere Abel de naamgever was. Hij had gewed dat hij met een polsstok over het water kon springen. Dat lukte hem inderdaad, maar hij sprong zo ver dat niemand hem nog kon zien, waarop iedereen "Wee, wee" riep. Zo kwam Wehe aan zijn naam. Om aan te geven dat hij goed was overgekomen blies de bakker op zijn hoorn. Zo kreeg Den Hoorn zijn naam. Toen was men gerust gesteld en zei: "d' Mens is er weer" en dat werd: Mensingeweer. 
16 Abeltjeshuis, Vlagtwedde, Groningen  7.21451997756958  53.00643152334228  Abeltjeshuis is een streek in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen in Nederland.
Het ligt aan de grens met Duitsland ten oosten van Bourtange.
Abeltjes Huis was de naam van een eeuwenoude boerderij annex herberg. Deze deed in vroegere tijden dienst als rust- en overnachtingsplek voor reizigers die van en naar het Duitse achterland Westfalen trokken. De oude heirweg van Groningen naar Münster passeerde hier de grens.
Historie
Na de inval van de Franse troepen in 1795 werd ook de vesting Bourtange door hen veroverd. Ter verdediging werd ten oosten van Bourtange een linie aangelegd met diverse verdedigingswerken. Een lastig punt in deze verdedigingszone vormde het Abeltjeshuis. Om strategische redenen werd de verdedigingslinie ten oosten van Abeltjehuis aangelegd. Na de opheffing van de vesting Bourtange verloor de verdedigingslinie haar functie. De stichting Het Groninger Landschap wist het gebied in 1936 te verwerven. Diverse onderdelen van de verdedigingslinie zijn nog goed in het landschap te herkennen: de 637 meter lange liniedijk en de plaatsen waar de bastions, de redans en de redoute Bakoven hebben gelegen. 
17 Achterdiep, Sappemeer, Groningen  6.788820  53.172040  Het Achterdiep is een streek in de gemeente Hoogezand-Sappemeer in de provincie Groningen in Nederland.
De streek is genoemd naar het kanaal het Achterdiep dat parallel aan het Winschoterdiep loopt, vandaar de naam: het diep achter het Winschoterdiep.
Oorspronkelijk ging het over in het Noordbroeksterdiep dat doorliep tot aan Noordbroek. Over het diep zijn nog een aantal hoogholtjes te vinden.
Marianne Timmer groeide op aan het Achterdiep. 
18 Achterdijk, Ruinen, Drenthe  6.3875627517700195  52.75962215385432  Een gehucht of streek nabij Ruinen 
19 Achterma, Ruinen, Drenthe  6.38181209564209  52.758648243117854  Een buurtje in de voormalige gemeente Ruinen 
20 Ackerenden, Siddeburen, Slochteren, Groningen  6.860977  53.254585  Een streek nabij Siddeburen. Het heet nu Akkereindenweg 
21 Adorp, Groningen  6.53444444444444  53.2747222222222  Adorp (Gronings: Oadörp) is een dorp gelegen in de gemeente Winsum in de provincie Groningen in (Nederland). Adorp is ook de naam van de voormalige gemeente die in 1990 is opgegaan in Winsum.
Adorp is een wierdedorp, gelegen op de uitloper van de Hondsrug en gelegen aan een voormalige bocht (meander) van het Selwerderdiepje (de Hunze).
Op de wierde staat een kerk uit de 13e eeuw. Het interieur stamt uit de 17e eeuw. Het dorp heeft verder een molen, Aeolus genaamd.
De naam Adorp zou kunnen betekenen:
1. dorp (terp) aan de A,
2. dorp in het bouwland (arth) of
3. dorp van Arn (persoonsnaam).
Even ten zuiden van het dorp mondde de Drentsche Aa uit in de Hunze.
Voormalige gemeente
De voormalige gemeente Adorp bestond naast het dorp zelf uit de dorpen, buurtschappen en gehuchten:Arwerd, Groot Wetsinge, Harssens, Hekkum, Klein Wetsinge, Sauwerd en Wierum. Het gemeentehuis stond in Sauwerd. 
22 Aduard, Groningen  6.46  53.2547222222222  Aduard (Gronings: Auwerd) is een dorp in de gemeente Zuidhorn in de Nederlandse provincie Groningen met 2.468 inwoners (2005). Tot 1990 was Aduard een zelfstandige gemeente. In dat jaar werd het samen met de voormalige gemeenten Grijpskerk en Oldehove bij Zuidhorn gevoegd.
Het dorp is ontstaan rond het cisterciënzersklooster dat hier in 1192 werd gesticht. Dit klooster van Aduard groeide uit tot het grootste en invloedrijkste van de Ommelanden. Op zijn toppunt bezat het meer dan 10.000 ha aan gronden, waarvan een deel in Friesland en Drenthe. Zie ook Kloosterkaart Groningen
De voornaamste reden voor de enorme bloei van het klooster was dat het de ontginning en afwatering van de woeste gronden serieus ter hand nam. De monniken groeven het Aduarderdiep, legden de Aduarderzijl aan en stichtten verschillende voorwerken (uithoven), de boerderijen die bij het klooster behoorden.
Het klooster besloeg een groot deel van het huidige dorp, dat ooit groter was dan de toenmalige stad Groningen. In de 15e eeuw had het een eigen, zij het kleine academie, de Aduarder Kring. Op 11 september 1575 werd het klooster grotendeels verwoest. Alleen het hospitium (de ziekenzaal), tegenwoordig in gebruik als kerk, bleef tot op de dag van vandaag bestaan.
Voormalige gemeente
De voormalige gemeente Aduard bestond naast het hoofddorp uit de dorpen, gehuchten en buurtschappen: Aduardervoorwerk, Den Ham, Den Horn, Fransum, Fransumervoorwerk, Gaaikemadijk, Hoogemeeden, Lagemeeden, Nieuwklap, Steentil en Wierumerschouw (gedeeltelijk). 
23 Aduarder Voorwerk, Aduard, Groningen  6.4740800857543945  53.26096592084243  Aduarder Voorwerk is een buurtje in de Groningse gemeente Zuidhorn. Het ligt aan de noordzijde van het van Starkenborghkanaal, iets ten oosten van Aduard en iets ten westen van Steentil. Er staan vier boerderijen op een rij langs de weg.
De naam voorwerk verwijst naar het voormalige klooster van Aduard. Een voorwerk, elders ook wel uithof genoemd, was een buitenbezitting van het klooster. Het Aduarder voorwerk werd ook wel het 'Oude Voorwerk' genoemd, waar het iets noordelijker gelegen Fransumer Voorwerk ook wel het 'Nieuwe Voorwerk' werd genoemd. De vroegere aanwezigheid is nog terug te zien in het feit dat het terrein enigszins verhoogd ligt. Dit is echter alleen aan noordoostzijde (nabij Steentil) goed te zien vanaf de weg. De vier boerderijen werden na de reductie gebouwd. De meest westelijke is de kop-hals-rompboerderij Rekamp. 
24 Aduarderzijl, Ezinge, Groningen  6.466  53.318  Aduarderzijl (Gronings: Auwerderziel) is een gehucht in de gemeente Winsum in de provincie Groningen in (Nederland).
Het dorp heet naar de gelijknamige spuisluis (zijl) die is aangelegd door de monniken van het klooster Aduard. Deze hebben (± 1400) ook het Aduarderdiep aangelegd, het water waarin de zijl is gelegen.
Naast de Aduarderzijl is een tweede sluis, de Kokersluis, in de 1867 aangeleg toen de zijl te klein bleek te zijn.
Pal naast de sluis staat het bij iedere Groninger fietser bekende Waarhuis, de voormalige sluiswachterswoning (waren = bewaren, bewaken). 
25 Alteveer, Hoogeveen, Drenthe  6.4875  52.6741666666667  Alteveer is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente De Wolden, met ongeveer 630 inwoners.
Alteveer is een veenkolonie uit de zeventiende eeuw. Het is een lintdorp met aan de zuidkant van het lint enige nieuwbouw.
Behalve een Gereformeerde kerk, een protestants-christelijke basisschool, kroegje, jeugdsoos, snackbar en een bibliotheek zijn er geen voorzieningen en is het dorp aangewezen op Zuidwolde of Hoogeveen. De omgeving bestaat uit landbouwgebied (veenontginningen) en kleine bospercelen. Ten westen van het dorpsgebied ligt het Steenberger Oosterveld, het grote bosgebied van Zuidwolde. 
26 Alteveer, Onstwedde, Groningen  6.994434  53.052057  Alteveer is een streekdorp in de buurt van Onstwedde in de provincie Groningen, gedeeltelijk in de gemeente Stadskanaal en gedeeltelijk in de gemeente Pekela. Het heeft ongeveer 1300 inwoners in 2003. Het dorp ligt aan weerszijden van de N365 en naast de N366.
In Alteveer is het multifunctioneel dorpscentrum de Drijscheer, waar sportieve en culturele gebeurtenissen plaatsvinden. Voor dit gebouw ligt een zwerfsteen van 30 ton die tussen Alteveer en Tange is opgegraven. Verder was de Coöperatieve aardappelmeelfabriek Alteveer in het dorp gevestigd. Deze was in 1909 opgericht en is inmiddels gesloten is. Bakkerij Muntinga, die voor de wijde omgeving brood bakte was in Alteveer gevestigd en is in 2006 verhuisd naar Winschoten. In Alteveer is het bedrijf Unitel gevestigd, dat in 2004 de telegramdienst van KPN telecom heeft overgenomen. Er zijn twee basisscholen: Christelijke basisschool De Höchte en openbare basisschool 't Zonnedal.

De kei van 30 ton voor het dorpshuis de Drijscheer die tussen Alteveer en Tange is opgegraven in Alteveer zelf en even ten zuiden van het dorp (in Höchte) ligt een morene uit de ijstijd. De maximale hoogte van deze morene is tien meter boven NAP.
Aan de noordoostelijke zijde van het dorp ligt het terrein van zandzuigerij Van de Velde. Hier wordt wit zand gewonnen dat is aangevoerd door de voormalige rivier Eridanos. Ook onder het dorp zelf heeft het bedrijf inmiddels zandlagen weggezogen. Toen dit gegeven zo rond 2003 in de aandacht kwam naar aanleiding van de behandeling van een vergunning zorgde dit voor ongerustheid binnen het dorp. 
27 Alteveer, Roden, Drenthe  6.43239256738525  53.111265948874085  Alteveer is een buurtschap ruim een kilometer ten zuiden van het Noord-Nederlandse dorp Roden, in het noorden van de provincie Drenthe. Het maakt deel uit van de gemeente Noordenveld. 
28 Alting, Beilen, Drenthe  6.538023948669434  52.8675507699814  Alting is een buurtschap vlak bij Beilen 
29 Amen, Rolde, Drenthe  6.608855724334717  52.94188976242298  Amen is een esdorp in het zuid-westen van de gemeente Aa en Hunze in de provincie Drenthe (Nederland). Het dorp ligt aan de weg van Rolde via Nijlande en Ekehaar naar Hooghalen in de gemeente Midden-Drenthe. Langs het dorp stroomt het Amerdiep, een van de namen van de bovenloop van de Drentsche Aa. In Amen wonen 91 mensen (1 januari 2008). Behalve een café heeft het verder nauwelijks voorzieningen.
Geschiedenis
De oudste vermelding van van Amen is in 944 toen het twee erven groot was. In de dertiende eeuw werd de buurtschap een boermarke, samen met Ekehaar had Amen omstreeks 1300 vijf waardelen. Tot de dag van vandaag is Amen een kleine buurtschap gebleven. De school die in 1819 werd geopend werd wegens gebrek aan leerlingen in 1853 weer afgebroken. Ook de coöperatieve zuivelfabriek was slechts een kort leven beschoren, van 1903 tot 1913. Het grootste aantal inwoners had Amen net na de Tweede Wereldoorlog, toen het dorp 147 inwoners had. 
30 Amsterdamscheveld, Emmen, Drenthe  6.91388888888889  52.6872222222222  Amsterdamscheveld is een buurtschap in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Emmen, dat valt onder Erica. Op 1 januari 2004 had het ongeveer 130 inwoners.
In 1850 kocht een groep Amsterdamse beleggers dit stuk veengrond en noemden het naar hun woonplaats: Amsterdamscheveld. Het veen dat hier werd afgegraven, werd over de Verlengde Hoogeveense Vaart afgevoerd. Nieuw -Amsterdam ontwikkelde zich hierdoor sterk. 
31 Amsweer, Delfzijl, Groningen  6.902461051940918  53.30857142976585  Amsweer is een gehucht in de gemeente Delfzijl. Het ligt op een kleine wierde, net ten zuiden van het Eemskanaal. Op de wierde was vroeger een vijver die nooit droog viel. In die vijver zaten drie putten, die de zusterputten genoemd werden. Vanuit die putten kon het omliggende land, dat veel lager lag, bevloeid worden. De putten zijn in 1911 gedempt. 
32 Anderen, Anloo, Drenthe  6.68555555555556  53.0002777777778  Anderen is een klein (agrarisch)dorp in de gemeente Aa en Hunze in de provincie Drenthe. Het ligt tussen Rolde en Eext, even ten zuiden van Anloo in het Nationaal landschap de Drentsche Aa en grenst aan het Balloërveld een uitgestrekt heidegebied. Het dorp bestaat al zeker meer dan 600 jaar. Gebinten van de boerderij aan het Hagenend 3 stammen uit 1376, terwijl uit bisschoppelijke leenprotocollen blijkt dat deze boerderij al tussen 1379 en 1382 werd beleend aan Albert Avinghe. Samen met de dorpen Gasteren en Anloo vormt het de zo genaamde zanddorpen. Het dorp heeft 255 inwoners (1 januari 2007). 
33 Angeloerdijk, Emmen, Drenthe  6.908766  52.780790  Verder geen gegevens bekend 
34 Angelsloo, Emmen, Drenthe  6.9333333  52.7833333  Angelslo is een woonwijk in de Drentse plaats Emmen.
Algemeen
De wijk is gebouwd in de jaren '60 van de twintigste eeuw.
De Statenweg verbindt de verschillende straten, welke ook nog weer allemaal een zijstraat hebben waar woonerven zijn gelegen.
In Angelslo, vlakbij het winkelcentrum, is een moskee gevestigd. Het winkelcentrum aan de Landschapslaan is geheel overdekt, er kan ook gratis geparkeerd worden. Verder kent Angelslo twee basisscholen, de O.B.S. Angelslo en C.B.S. Het Twiespan.
Ook twee hunebedden hebben hun ligging gevonden in Angelslo. Momenteel ondergaan de Boerschaplaan en zijstraten, alsmede de Kerspellaan en zijstraten een grondige renovatie in het kader van Emmen Revisited. Aan de rand van Angelslo ligt de Boermarkeweg, waaraan het Scheperziekenhuis gevestigd is met aan de overzijde het theater De Muzeval.
Geschiedenis
Tot in de jaren 60 van de vorige eeuw was Angelslo niet echt een zelfstandig functionerend dorp. Het was meer een boerennederzetting in de marke van Noord- en Zuidbarge, gelegen op een zandrug ten westen van Emmen, die twee meter hoger gelegen was dan de omliggende moerassen. Pas per 1 oktober 1938 werd Angelslo ook administratief en bestuurlijk tot Emmen gerekend. Maar Angelslo is alles behalve een jonge nederzetting. Uit de archeologisch onderzoeken ten tijde van de bouw van de wijk zijn er grondsporen van grote boerderijen uit de Bronstijd (ong. 3000 jaar geleden) gevonden. Andere tekenen van een vroege bewoning zijn de hunebedden die respectievelijk aan de huidige Fokkingeslag en Haselackers zijn gelegen. Deze twee hunebedden zijn tijdens de bouw van de wijk Angelslo opgenomen in de wijkstructuur. Dat Angelslo vroeger aan een bos gelegen moeten hebben valt af te leiden uit zijn naam. Lo of Loo is een bosrijke vlakte. Ook de huidige wijk is gelegen aan een bos. Tegenwoordig is Angelslo een wijk met ongeveer 3000 wooneenheden. Samen bieden zij ongeveer 8000 mensen een thuis. Angelslo is in de jaren zestig in rap tempo gebouwd. De toestroom van arbeiders als nieuwe inwoners dwong de stad ertoe te zorgen voor passende huisvesting. De wijk wordt ontworpen door ir. Niek de Boer, die in 1955 zijn voorganger stedenbouwkundige Z. Naber opvolgde en het plan ‘Emmen III’ van Naber verder uitwerkte (historisch-emmen, 2006). Met grote volledigheid is destijds in de wijken vormgegeven aan het ’moderne bouwen’ dat gekenmerkt wordt door platte daken. Een tweetal architecten, Th. Strikwerda en A.Oosterman heeft hun stempel gedrukt op de wijk. Zij hebben veelal de identieke woningen met platte daken ontworpen Deze vorm van bouwen leverde niet alleen kostenbesparingen op, maar bleek ook de gelijk uitziende vorm te vergroten. Behalve laagbouw met platte daken kent Angelslo verspreid langs de wijkrand 11 zogenaamde ‘egmondflat’. Verder werd rond 1975 langs de bosrand, aan het eind van elke laan een hoogbouwflat gerealiseerd. De flats waren bedoeld om de wijk te ‘omarmen’ en te voorkomen dat de laagbouw van de wijk ongemerkt ‘overloopt’ naar het bos. Er waren plannen om langs de Statenweg ook hoogbouwflats te realiseren. De gemeenteraad had hier echter moeite mee waardoor het aantal tot één hoogbouwflat aan het begin van de Landschapslaan is gebleven. Wel zijn het winkelcentrum van architect J.Sterrenberg en de belangrijkste voorzieningen als scholen, kerken, horeca, dokterspraktijken en tankstations langs de slagader van Angelslo, de Statenweg, geconcentreerd. 
35 Anloo, Drenthe  6.697368621826172  53.04296886105308  Anloo is een dorpje in de gemeente Aa en Hunze in de Nederlandse provincie Drenthe. Het dorp is gelegen in het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa en op de rand van de Hondsrug. Op 1 januari 2007 had het dorp 370 inwoners.
Anloo is een zeer goed bewaard gebleven brinkdorp met veel monumentale Saksische boerderijen. Bezienswaardig is verder de Nederlands Hervormde Magnuskerk, een romaanse kerk die grotendeels is opgetrokken uit tufsteen. De kerk dateert uit de 11e eeuw en is daarmee een van de oudste kerken van Drenthe. Mede om de instandhouding van de kerk te kunnen bekostigen, wordt elk jaar rond 19 augustus, de feestdag van Sint-Magnus, een etstoeldag gehouden. Op deze dag wordt een 17e-eeuwse rechtszitting van de etstoel nagespeeld, waarbij het dorp geheel in de sfeer van die tijd gebracht wordt.
In Anloo zijn diverse horecagelegenheden te vinden. Daarnaast is er de openbare basisschool Anloo, die tevens een streekfunctie vervult voor de dorpen Gasteren en Anderen.
Het landschap rond Anloo wordt gedomineerd door essen, bossen en heidevelden (Landgoed Terborgh, Kniphorstbosch) en groenlanden langs de beek, het Anlooër Diepje.
Staatsbosbeheer (SBB) heeft in Anloo een informatiecentrum in de Homanshof. Hier kan men uitgebreide informatie vinden over het nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa. In de bossen ligt het pinetum Ter Borgh, een coniferenpark opgericht in 1953.
Voormalige gemeente
Tot de gemeentelijke herindeling op 1 januari 1998 was Anloo de naam van een zelfstandige gemeente, waarvan het gemeentehuis zich in Annen bevond. Naast Anloo en Annen bestond de gemeente uit de dorpen: Anderen, Annerveenschekanaal, Eext, Eexterveen, Eexterveenschekanaal, Eexterzandvoort, Gasteren, Nieuw Annerveen, Oud Annerveen, Schipborg en Spijkerboor. 
36 Annen, Anloo, Drenthe  6.71833333333333  53.0586111111111  Annen is een dorp in het noorden van de gemeente Aa en Hunze in de Nederlandse provincie Drenthe, halverwege de dorpen Zuidlaren en Gieten, gelegen op de Hondsrug. Het dorp heeft 3707 inwoners (1 januari 2007). Tot de vorming van de gemeente Aa en Hunze was het de hoofdplaats van de voormalige gemeente Anloo.
Midden in de oude dorpskern ligt een grasbrink, wat kenmerkend is voor dorpen in de omgeving. De brink van Annen is de grootste grasbrink van Europa. Één van de hunebedden bij Annen is tegenwoordig binnen de dorpskern te vinden. 
37 Annerveen, Anloo, Drenthe  6.76055555555556  53.0886111111111  Oud Annerveen is een klein dorp in de gemeente Aa en Hunze Het ligt in het uiterste noord-westen van de gemeente. Aan de zuid-oost kant ligt het tegen Spijkerboor, in het noord-oosten grenst het aan Zuidlaarderveen. Evenwijdig aan de Dorpsstraat, iets ten zuiden van het dorp, stroomt de Hunze. Het dorp telde op 1 januari 2007 126 inwoners.
Het dorp heeft nauwelijks eigen voorzieningen. De dichtsbijzijndste basisschool is in Nieuw Annerveen.
Zie ook
* Annerveenschecompagnie,Anloo, Drenthe
* Annerveenschekanaal, Anloo, Drenthe
* Nieuw Annerveen, Anloo, Drenthe
* Oud Annerveen, Anloo, Drenthe 
38 Annerveenschecompagnie, Anloo, Drenthe  6.796473  53.080945  Een voormalig veengebied, behorend tot de marken Annen en Eext, begrensd door de Hunze aan de westzijde en door de Semslinie aan de oostzijde. Voordat in 1817 door middel van het Convenant tussen de Drentse veenmarken en de stad Groningen de afvoer van turf uit de Oostermoerse venen via het Stadskanaal geregeld werd, sloot de stad al in 1771 een overeenkomst met de marken van Annen en Eext.
Een leidende rol in de onderhandelingen speelde Lambertus Grevijlink, wiens vader het verlaat in de Hunze bij Spijkerboor pachtte. Voor de aankoop van de venen en het in exploitatie nemen van het veengebied had Lambertus Grevijlink een compagnie gevormd met enige Drentse notabelen die als geldschieters optraden. Dit werd de Annerveensche Heerencompagnie die in 1771 daadwerkelijk van start kon gaan. Het veengebied werd ontsloten door het Kielster Hoofddiep, dat op Gronings grondgebied lag, aan de Drentse zijde van de Semslinie in zuidoostelijke richting te verlengen. Dit werd het Grevijlinkskanaal, later Annerveenschekanaal genoemd. Het veengebied lag geheel westelijk van het kanaal.
De laatste twee decennia van de 18e eeuw maakte de vervening goede voortgang en werd het Anner gedeelte van het veenbezit geheel aan snee gebracht. In de 19e eeuw volgde de ontsluiting van het gedeelte in de marke van Eext. In 1810 kwam een einde aan de compagnie toen het grootste deel van goederen werd verkocht. In 1822 ontstond een nieuwe compagnie onder de naam Annerveensche Compagnie. Deze ging zich niet langer actief met de vervening zelf bemoeien, maar zich beperken tot het verkopen van veenpercelen en ondergrond, vooral in het Eexterveen, alsmede tot het onderhoud van de vaart. In 1847 werden de laatste percelen verkocht, waarmee feitelijk een einde kwam aan de compagnie. Ondanks dat de onderneming van Lambertus Grevijlink in zijn tijd als lichtend voorbeeld gold, ging het feitelijk slechts om een beperkt veengebied van ongeveer 500 ha. De turfproductie kwam nooit boven de 1000 dagwerk uit. Naar schatting hebben de Anner- en Eextervenen in een tijdsbestek van tachtig jaar in totaal ca. 50.000 dagwerk opgeleverd. M.A.W. Gerding
--------------------------------------------------------
Zie ook
* Annerveen, Anloo, Drenthe
* Annerveenschekanaal, Anloo, Drenthe
* Nieuw Annerveen, Anloo, Drenthe
* Oud Annerveen, Anloo, Drenthe
* Begraafplaats Annerveen, Annerveen, Aa & Hunze, Drenthe, Nederland
* Begraafplaatsen en grafstenen in Aa & Hunze, Drenthe, Nederland 
39 Annerveenschekanaal, Anloo, Drenthe  6.791009902954102  53.0840263929045  Annerveenschekanaal (Drents: Annerveensekenaol) is een Nederlands dorpje in het noordoosten van de Drentse gemeente Aa en Hunze, op de grens met de provincie Groningen. Op 1 januari 2007 had het 431 inwoners.
In het dorp, dat gekenmerkt wordt door boerderijen en herenhuizen, bevindt zich een Nederlands Hervormd boerderijkerkje uit 1836 en Annerzathe ,een landhuis uit 1878 in Waterstaatstijl omringd door een grote landschapstuin. Behalve de openbare basisschool De Badde zijn er geen voorzieningen meer.
Annerveenschekanaal is ontstaan als een veenkolonie. Het bestaat hoofdzakelijk uit lintbebouwing aan de oostkant van het Grevelingskanaal. Het kanaal is genoemd naar Lambartus Greijvelink, mede-eigenaar van de Annerveensche Heerencompagnie die de hoogvenen in dit gebied heeft ontgonnen. Naar hem is ook een herenhuis in het dorp vernoemd, het Greijvelinkhuis. Eind negentiende eeuw vormde het kanaal een belangrijke transportroute en was het dorp volledig ingesteld op de binnenvaart. Tegenwoordig is daar vrijwel niets meer van over. Het verstilde kanaal, met zijn kleine bruggetjes en bomenrijen aan weerskanten, biedt het dorp echter wel een pittoreske aanblik en maakt Annerveenschekanaal tot een van de meest karakteristieke veenkoloniale dorpen van Drenthe. Het kanaal is wel opgenomen in een nieuwe vaarroute die wordt aangelegd tussen het Zuidlaardermeer en Bareveld.
--------------------------------------------------------
Zie ook
* Annerveen, Anloo, Drenthe
* Annerveenschecompagnie,Anloo, Drenthe
* Nieuw Annerveen, Anloo, Drenthe
* Oud Annerveen, Anloo, Drenthe
* Begraafplaats Annerveen, Annerveen, Aa & Hunze, Drenthe, Nederland
* Begraafplaatsen en grafstenen in Aa & Hunze, Drenthe, Nederland 
40 Anreep, Assen, Drenthe  6.5848850011389  52.976388633273096  Anreep is een buurtschap gelegen ten zuid-oosten van de stad Assen en valt onder de gemeente Assen in de provincie Drenthe (Nederland).
Geschiedenis
Anreep is een oud esdorp, ontstaan in de middeleeuwen. Op schrift wordt Anreep in 1141 genoemd, waarschijnlijk bestond Anreep toen uit één boerderij. Maar er zijn bewoningssporen gevonden van ver voor de jaartelling. In 1456 zijn in Anreep 4 boerenerven bekend, in 1612 waren dat 5 erven. In het westelijk deel van de marke van Anreep ontstond in de 19e eeuw het Aardscheveld, een plaggenhuttenkolonie. Nu bestaat Anreep nog uit ca. 15 boerderijen, die overigens voor het overgrote deel geen agrarische functie meer hebben.
Ten noorden van Anreep loopt het Anreeperdiepje, de bovenloop van de Drentsche Aa. 
41 Ansen, Ruinen, Drenthe  6.333446502685547  52.78273769849248  Ansen (Nedersaksisch: Aansen) is een klein dorp tussen Dwingeloo en Ruinen in de Nederlandse provincie Drenthe. Ansen heeft ongeveer 220 inwoners. Het behoort samen met tientallen andere plaatsen, dorpen en gehuchten, onder andere Alteveer, Koekange, Ruinerwold, Veeningen en Zuidwolde, tot de gemeente De Wolden.
Ansen heeft een basisschool, restaurant (Theehuys Anserdennen), beeldhouwatelier en kampeermogelijkheden. De dorpswinkel is rond 1997 opgeheven. Wel komt er in Ansen een bus van Connexxion 
42 Appingedam, Groningen  6.858386993408203  53.32300423278852  Appingedam (Gronings: n Daam, inwoners per 1 juli 2006: 12.240, bron: CBS) is een stad en gemeente in het noorden van Nederland, in de provincie Groningen. De gemeente beslaat een oppervlakte van 24,62 km² (waarvan 0,79 km² water).
Het stadje Appingedam, gelegen aan het Damsterdiep, is de hoofdstad van het Ommeland (historisch gewest) Fivelingo. Het is tezamen met de stad Groningen een van de twee steden met historische stadsrechten in de provincie.
Geschiedenis
De stad Appingedam is, naast Groningen, één van de 2 middeleeuwse steden die de provincie Groningen rijk is. Over de precieze ouderdom en het ontstaan van de naam bestaat geen zekerheid. De stad ontstond omstreeks 1200 rond de Delf, het latere Damsterdiep. De naam is mogelijk ontleend aan een dam in de rivier de Appe of Apt. Bij de kruising van de Apt en de Delf ontstond een nederzetting van schippers, koop-en ambachtslieden. In een document uit 1224 is voor het eerst sprake van de plaatsnaam Appingedam.
Door de gunstige ligging aan de Delf, die een open verbinding met de zee vormde, groeide de nederzetting in korte tijd uit tot een belangrijk handels- en marktcentrum. Appingedam werd de hoofdplaats van het Friese gewest Fivelingo. Aan de kaden van de Delf werden binnengelopen zeeschepen afgemeerd en losten en laadden schippers hun vracht. Vervolgens werden de goederen opgeslagen en verhandeld. Handel werd gedreven met Noord-Duitsland en het Oostzee-gebied, Scandinavië en Westfalen. Bij de Wezertol van Bremen golden gunstige uitzonderingstarieven voor Damster schepen. Appingedam was een belangrijk regionaal marktcentrum.
Appingedam had in de Middeleeuwen niet alleen in economisch, maar ook in juridisch en bestuurlijk opzicht een centrumfunctie. Al in de 13e eeuw vergaderden hier de redgers van het Friese gewest Fivelingo. De zelfstandigheid van rechtspraak en bestuur werd bevestigd in 1327. In dat jaar erkenden de vertegenwoordigers van de Zeven Friese Zeelanden, verenigd in het verbond van de Opstalboom, de al van oudsher in Appingedam bestaande rechten en gewoonten en leggen deze vast in het stadsprivilege van Appingedam, de buurbrief. De voertaal in Appingedam was in de middeleeuwen Fries. Dit blijkt ook uit overgeleverde Oudfriese wetsteksten. Het Fries werd als gevolg van de Hanzehandel en de invloed van de stad Groningen aan het einde van de middeleeuwen verdrongen door het Gronings/Sakisch. Hoewel Appingedam sedert de 16e eeuw in economisch opzicht geleidelijk aan achteruit ging, ontstond er tijdelijk een opleving rond 1630, als het raadhuis gebouwd wordt en rond 1760 als veel gevels, vooral in de Solwerderstraat, worden vernieuwd. Aan het eind van de 18e eeuw worden toch nog altijd zo'n 50 zeeschepen per jaar bevracht en worden regelmatig vaste beurtdiensten onderhouden op Sneek, Amsterdam en Leer.
Langs het Damsterdiep stonden steen- en pannenbakkerijen, kalkovens en scheepswerven. Wind- en rosmolens zorgden voor het malen van graan en boekweit het persen van olie en het zagen van hout. Bovendien telde de stad maar liefst 6 bierbrouwerijen, 2 jeneverstokerijen, enkele leerlooierijen, weverijen, garentwijnderijen, een zeepziederij, een lijmziederij, een azijnmakerij en een zoutkeet.
Aan het einde van de 19e eeuw bloeide de Damster economie weer wat op. Appingedam maakte vooral naam met de veemarkten, waarvan de paardenmarkt de belangrijkste was. In 1884 kreeg de stad aansluiting op de nieuwe spoorlijn Groningen-Delfzijl. Het vervoer over water nam hierdoor in belangrijkheid af. Aan het begin van de 20e eeuw ontwikkelde Appingedam zich meer en meer tot het industriële centrum vanFivelingo. In 1870 introduceerde C. Roggenkamp de eerste stoommachine in Appingedam en richtte hij de eerste stoomtimmerfabriek van Nederland op, de 'Molly'.
Appingedam kreeg onder andere een zuivelfabriek, een vlasfabriek, een strokartonfabriek en een gasfabriek. De Machinefabriek van Ter Borg & Mensinga kreeg wereldfaam en de metaalgieterij van Jan Brons produceerde de Bronsmotor, een scheepsmotor die over de hele wereld werd verkocht.
Thans staat op de hoek van de Kniestraat en de Dijkstraat, als een soort industrieel monument, de reusachtige krukas van zo'n Bronsmotor.
Sinds 1945 heeft Appingedam zich vooral ontwikkeld tot regionaal verzorgingscentrum, zowel in bestuurlijk opzicht als op het gebied van het onderwijs en de winkelvoorzieningen. Eind zeventiger jaren, begin tachtiger jaren komt daar de ontwikkeling tot toeristisch centrum voor de noord-oostelijke hoek van de provincie Groningen bij. 
43 Armweide, Ruinen, Drenthe  6.3167524337768555  52.767804740829575  Armweide is een buurtschap in de gemeente De Wolden, provincie Drenthe (Nederland). De buurtschap is gelegen ten noordoosten van Ruinen en ten zuiden van Ansen. 
44 Asingaborg, Ulrum, Groningen  6.335919499397278  53.35635027459569  De Asingaborg was een borg in Ulrum gebouwd rond de 15e eeuw. In 1809 is de borg gesloopt.
De borg is bewoond door de families Asinga, Hillebrandes, Lewens, Lewe en Von Inn- und Kniphausen. 
45 Assen, Drenthe  6.562099456787109  53.00209945515253  Assen (Drents: As'n) is een gemeente en stad in het noorden van de Nederlandse provincie Drenthe, waarvan het de hoofdstad is.
De oppervlakte van de gemeente is 83,5 km². Op 28 augustus 2007 werd de 65.000e inwoner geboren. Een inwoner van Assen wordt een Assenaar genoemd. Assen maakt samen met onder meer Groningen deel uit van de regiovisie Groningen-Assen
Kernen
De stad Assen ligt in een esdorpenlandschap. De gemeente omvat behalve de stad Assen, de dorpen Witten, Loon, Rhee, Ter Aard, Ubbena, een gedeelte van Vries, Zeijerveen en Zeijerveld. Daarnaast horen de buurtschappen Anreep, De Haar, Schieven en Graswijk bij de Gemeente Assen.
Geschiedenis
In 1258 werd het nonnenklooster Sancta Maria de Campe of Mariënkamp verplaatst van Coevorden naar een dekzandrug op de plek waar nu het centrum van Assen ligt. Het grootste deel van de toen gegraven singels is later gedempt, maar de huidige straatnamen (Gedempte Singel, Noordersingel, Oostersingel en Zuidersingel) herinneren er nog aan. Het klooster werd in 1602 opgeheven, waarna het hoofdgebouw in gebruik werd genomen als vergaderplaats voor onder meer het College van Gedeputeerden. Later in de 17e eeuw ontstond er een echte nederzetting binnen de singels, ongeveer een cirkel met een doorsnede van 300 m. Pas laat in de 18e eeuw werd Assen uitgebreid tot buiten dit gebied. Het voorheen vrij onaanzienlijke Assen werd pas rond die tijd een aantrekkelijke woonplaats voor de welgestelden in de provincie. Voorbeelden van opmerkelijke woonhuizen zijn Huize Overcingel en het Witte Huis.
In opdracht van Lodewijk Napoleon, die Assen als zomerresidentie koos, werd het in 1807 een zelfstandige gemeente en in 1809 een stad. Daarmee is het één van de jongste steden met stadsrechten in Nederland. Het grootse stedenbouwkundige plan dat hij liet maken door de Italiaanse architect Carlo Giovanni Francesco Giudici bleef nagenoeg onuitgevoerd. In 1814 werd Assen hoofdstad van Drenthe.
In de prille ochtend van maandag 11 december 1944 werd een gewapende overval gepleegd op het Huis van Bewaring in Assen. De overval werd uitgevoerd door 11 mannen en 1 vrouw, ze bevrijdden uiteindelijk 29 gevangenen. De overvallers en een deel van de bevrijde gevangenen waren jongeren die behoorden tot de Knok Ploeg Noord Drenthe.
Woonwijken
De laatste 100 jaar is de ontwikkeling van Assen in een stroomversnelling geraakt. In de periode voor de Tweede Wereldoorlog groeide de werkgelenheid en daarmee het inwonertal tot ongeveer 22.000 mensen. Na de oorlog verdubbelde dat aantal.
Na de Tweede Wereldoorlog werd een aantal grote woonwijken gebouwd. Assen heeft negen woonwijken, die soms weer zijn opgedeeld in buurten. Het oudste is het centrum, waarna “over het spoor” Assen-Oost werd gebouwd, dat in de volksmond ook wel Vredeveld wordt genoemd. Deze wijk is vanuit het verleden op te splitsen in verschillende buurten, zoals het Rode, Blauwe en Witte dorp, de Schildersbuurt, Amelterhout en de villawijken Sluisdennen, Vreebergen en Houtlaan. In Assen-Oost wordt een nieuwe woonbuurt ingericht, Park Diepstroeten, op het voormalige terrein van de stichting Hendrik van Boeijenoord.
De tweede uitbreiding in Assen zijn de wijken de Lariks en Noorderpark, vervolgens werden Vredeveld en Noorderpark vergroot en werd de wijk Pittelo gebouwd. Begin jaren '70 kwam de wijk Assen-West tot stand; deze bestaat uit de buurten Baggelhuizen, Kortbossen en Westerpark. In de jaren '80 en '90 werden Peelo en Marsdijk gebouwd.
Kloosterveen is de nieuwste woonwijk van Assen. In de wijk komen in totaal ongeveer 6.500 woningen te staan en is zo opgezet dat alle woonstijlen van de twintigste eeuw er in terug te vinden zijn. In het hart van Kloosterveen wordt een compleet voorzieningencentrum gebouwd, genaamd ‘Kloosterveste’. Assen heeft nu, als snelst groeiende stad van het noorden, ongeveer 67.000 inwoners. Naar verwachting neemt dit aantal de komende jaren verder toe tot 80.000 in 2030.
Stadsdelen
De wijken/stadsdelen met inwonersaantal per januari 2010
Centrum Assen (5.400)
Assen-Oost (7.800)
de Lariks (5.700)
Noorderpark (8.600)
Pittelo (3.800)
Baggelhuizen (?)
Assen-West (4.100)
Peelo (6.900)
Marsdijk (12.900)
Kloosterveen (10.200+)
Bedrijventerreinen:
Messchenveld
Peelerpark
Marsdijk 
46 Baamsum, Termunten, Groningen  7.041389  53.283932  Baamsum is een gehucht in de gemeente Delfzijl in het noorden van de provincie Groningen. Het ligt aan de weg van Woldendorp naar Termunten. Tot de gemeentelijke herindeling van 1990 hoorde het bij de gemeente Termunten. De Oude Ae stroomt langs het gehucht.
De naam komt in de middeleeuwen al voor als Bompsum en Baemzen. De betekenis zou afgeleid zijn van heem.
Iets ten westen van het gehucht lag tot het einde van de zestiende eeuw het klooster Menterne, ook bekend als Grijzemonnikenklooster. Het klooster werd gesticht aan het einde van de dertiende eeuw door monniken uit het klooster van Nieuwolda. Op de plaats van het klooster staat nu een boerderij die Grijze Monnikenklooster heet. 
47 Baflo, Groningen  6.51333333333333  53.3619444444444  Baflo (Gronings: Bavvelt) is een dorp in de gemeente Winsum in de Nederlandse provincie Groningen. Tot 1990 was het de hoofdplaats van de gemeente Baflo. Het dorp vormt een dubbeldorp met Rasquert. Het postcodegebied van Baflo telt 1.955 inwoners (2012), het dorp zelf ongeveer 1700 inwoners (CBS 2010).
De inwoners van Baflo werden vroeger ook wel spottend 'koarschoevers' genoemd. Volgens een volksverhaal zouden Baflo en Eenrum elkaars torens benijden; die van Eenrum is veel hoger, maar die van Baflo veel steviger. Om de Eenrummers te plagen zouden een inwoner uit Baflo eens een dun houten torentje op een kruiwagen hebben gezet en daarmee naar Eenrum zijn gekruid. Daar zou hij vervolgens zijn doodgestoken door Eenrummers, waarop de Baffelders de Eenrummers vervolgens 'doodstekers' noemden en de Eenrummers de Baffelders 'koarschoevers'.
Wierde en naam
De Baffelder wierde dateert van omstreeks 600 v.Chr. Rond die tijd was het gebied van Noord-Groningen half land en half zee, omdat het periodiek overstroomde. Aan het einde van de 8e eeuw zou Liudger een kerkje hebben gesticht in Baflo. Baflo wordt zelf voor het eerst genoemd als 'Bestlon' in 945 in een lijst van bezittingen van de abdij van Fulda (oorkonde in het Oorkondenboek van Groningen en Drenthe), maar zou ouder zijn dan het reeds in 885 genoemde nabijgelegen dorp Den Andel. Rond 1000 wordt het dorp 'Bahtlon' genoemd in een lijst van de goederen van het klooster van Werden en in 1221 wordt het genoemd als 'Beftlo' toen Maarhuizen als parochie werd afgescheiden van de kerk van Baflo. Het voorvoegsel beft of baft wordt vertaald als "achter" en het achtervoegsel -lo als "moerasbossen" in de betekenis "achter de moerasbossen" of misschien "de achtermoerassen". Het moeras verwijst hier naar de lager gelegen gronden ten zuiden van Baflo.
Kerk en macht
In de 12e eeuw werd de oude stenen kerk van Baflo gebouwd. De losstaande toren dateert uit de 13e eeuw en werd vroeger ook gebruikt als gevangenis, waaraan een cachot nog herinnert. De kerk vormde de zetel van het personaatschap (proosdij of decanaat) Baflo, een van de zes proosdijen van De Ommelanden (de anderen waren Oldehove, Leens, Usquert, Loppersum en Farmsum). Deze zes proosdijen samen werden ook wel aangeduid als het personaatschap Baflo in ruime zin. Het personaatschap Baflo in enge zin omvatte Halfambt, Innersdijk, een deel van Middag, Ubbega (Ubga of Upgo), Westerdijkshorn en Noord- en Zuidwolde. Deze gebieden omvatten een belangrijk deel van de streek Hunsingo. In 1371 vielen er 35 kerspelen onder. Baflo zelf was tevens de hoofdplaats van de Hunsingose landstreek Halfambt, waaronder ook de latere gemeenten Baflo, Eenrum en Warffum vielen.
De kerk en proosdij van Baflo werden in de middeleeuwen geleid door een afdeling van het genootschap van de Kalendebroeders. Hun vergaderingen werden 'kalendae' genoemd en in Baflo stond aan het hoofd daarvan een persona (of persona personatus), die tevens de functie van pastoor vervulde. Een van de Baflose persona was de vader van een belangrijk humanist genaamd Roelf Huisman ofwel Rudolf Agricola, ter ere van wie in 1982 in het dorp een beeld werd geplaatst van de hand van de Andelse beeldhouwer Jan Steen. In latere eeuwen taande de invloed van de kerk van Baflo en ging de persona in Bedum wonen.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog leed het dorp onder opgelegde schattingen en in 1582 werd het dorp geplunderd door Spaanse troepen onder leiding van Mulert (of Muylert). Na de reductie verloor het dorp haar belangrijke kerkelijke en wereldlijke positie, al behield het dorp wel de functie van kerkelijke hoofdplaats. De macht van de adel bleef echter. Nabij Baflo stonden de Saaksumborg (of De Eest; bij Lutje Saaksum/Lutke Saaxum) en de borg Sassema (bij De Dingen). Sassema werd reeds in 1710 op afbraak verkocht. In 1886 werd ook de Saaksumborg op afbraak verkocht, waarbij echter het schathuis bleef staan om te dienen als boerderij tot 1972, toen het werd verplaatst naar de borg Verhildersum bij Leens. De huiswierden van beide borgen zijn nog zichtbaar in het landschap.
Ontwikkeling vanaf de 19e eeuw
De bebouwing van het dorp bleef eeuwenlang beperkt tot de wierde. Nadat echter in 1893 de spoorlijn spoorlijn Sauwerd - Roodeschool werd aangelegd en het Station Baflo werd geopend, veranderde dit. Het dorp breidde zich toen uit naar het oosten. Gepensioneerde boeren lieten hier rentenierswoningen bouwen. Niet alle woningen waren echter van even goede kwaliteit. Zo stonden de woningen die kort na de Eerste Wereldoorlog tussen Baflo en de begraafplaats aan oostzijde van het dorp werden gebouwd bekend als een 'verbanningsoord' en werden in de volksmond daarom spottend ook wel 'Amerongen' genoemd, naar het verbanningsoord van de Duitse keizer Wilhelm II. Na de Tweede Wereldoorlog werd het dorp verder uitgebreid naar het zuiden. Het inwoneraantal van het dorp nam in tegenstelling tot veel andere dorpen op het Groninger platteland nauwelijks af na de Tweede Wereldoorlog. Weliswaar was ook in Baflo sprake van een terugloop in de werkgelegenheid in de landbouwsector, maar in het dorp zelf werd dit gecompenseerd door de aanwezigheid en stichting van verschillende bedrijven.
Baflo heeft een aantal fabrieken en bedrijven gekend. In 1888 werd een zuivelfabriek geopend, die echter al in 1916 weer sloot en vanaf 1921 werd voortgezet in Bedum (nu Frico). Rond 1900 bevond zich ook een scheepssloperij aan de haven. Voor de werkverschaffing was er toen een vlintenklopperij. In 1939 wist de toenmalige burgemeester van Spengler een filiaal van de Groningse N.V. Tricotagefabriek Mekel en Co. naar Baflo te halen voor het uitvoeren van defensieorders. Direct na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werden deze orders echter teruggetrokken en werd de fabriek regelmatig stilgelegd vanwege een gebrek aan grondstoffen. Toen verschillende meisjes ook nog voortijdig stopten met hun arbeid in de fabriek, was het snel bekeken: In 1942 sloot het filiaal haar deuren alweer. Naast deze fabrieken heeft Baflo ook een filiaal (sorteercentrum) van het Groningse Pootgoed en Zaaizaad-Verkoopbureau (PZVB) gehad, dat in de jaren 1970 overging naar Agrico en nog later naar de gebroeders Vonck, die in 2003 opgingen in Logistiek Centrum Westpoort, dat het gebouw nu gebruikt als opslag ('warehouse'). Ook stond in Baflo de veevoederfabriek van Jacobus Jan Nienoord (al in de jaren 1920 bekend als commissiehandel). Nadat Jacobus overleed bij een ongeluk in 1976 en de veevoederindustrie in het slop raakte was het ook hiermee snel gebeurd. In 1984 namen mengvoederfabriek Sikma uit Giekerk en Viando uit Veenwouden de fabriek over. Kort daarna werd de fabriek gesloten en de productie overgebracht naar Giekerk (sinds 1999 alleen nog in Stroobos). Veel inwoners van het dorp zijn tegenwoordig werkzaam als forens in plaatsen als Delfzijl of Groningen.
Baflo was in 1950 het eerste dorp op het Groningse platteland dat een bejaardentehuis kreeg ('De Hörn'), wat betekende dat de inwoners, in tegenstelling tot de situatie in de meeste verzorgingstehuizen, hun zelfstandigheid behielden. Eind jaren 1960 werd De Hörn vervangen door het huidige bejaardentehuis 'Viskenij'. 
48 Bakovensmee, Vlagtwedde, Groningen  7.1981048583984375  53.014008691262525  Bakovensmee, ook geschreven als Bakovensmeij is een streekje in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen in Nederland. Het ligt direct ten noorden van Bourtange.
Bakovensmee maakt feitelijk onderdeel uit van de vesting Bourtange. Aan de westzijde loopt het kanaal. Aan de noordzijde de Bakovenkade. Deze kade, ook bekend als de Soldatendijk, is in de achttiende eeuw aangelegd ter versterking van de vesting. Later werd langs de grens met Duitsland nog De Linie aangelegd. Waar het kanaal de Bakovenkade kruist ligt een redoute. De extra verdedigingswerken werden aangelegd omdat door voortgaande verdroging van het moeras de vesting makkelijker bereikbaar werd.
De naam Bakovensmee verwijst naar de Groningse benaming voor hooi/weidelanden, die lagen aan de Bakovenkade.
Het Groninger Landschap beheert dit buitengebied van de vesting. Vanaf het informatiecentrum van de vesting is een wandelroute uitgezet. Een deel van die wandeling gaat over de route van het Noaberpad.
Bron http://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Bakovensmee&oldid=33716921 
49 Balinge, Westerbork, Drenthe  6.60694444444444  52.7652777777778  Nieuw-Balinge (Drents: Nei-Baoling) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Midden-Drenthe, met ongeveer 790 inwoners (1 januari 2004).
Nieuw-Balinge is een veenkolonie, ontstaan aan het einde van de negentiende eeuw aan de Middenraai. Door kleinschalige nieuwbouw heeft het een eigen dorpskern gekregen. Een deel van de dorpskern wordt gevormd door bungalowpark De Breistroeken.
Het dorp heeft een Nederlands Hervormde en een Christelijk Gereformeerde kerk. Daarnaast zijn er sportvelden, een openbare en een protestants-christelijke basisschool, en een kleine supermarkt voor eerste levensbehoeften.
De omgeving van Nieuw-Balinge bestaat uit een combinatie van landbouwgebied (veenontginningen) en de uitgestrekte heidevelden van het Mantingerveld, met als belangrijkste onderdelen het Mantingerzand ten noorden van het dorp en het Lentsche Veen ten oosten ervan. In het 850 hectare grote natuurgebied van Natuurmonumenten wordt een natuurherstelprogramma afgewerkt om enkele versnipperde gebieden weer met elkaar te verbinden.
Geschiedenis
Het gebied waar nu Nieuw-Balinge ligt, was tot midden negentiende eeuw een smalle strook veen tussen de heidevelden van Mantinge en Gees in. Daarna begon ook hier de vervening. In 1860 werd haaks op de Hoogeveense Vaart in noordelijke richting de Middenraai gegraven, met links en rechts vele wijken als zijtakken hiervan. Via het water werd het turf afgevoerd. Na de afgraving werden vanwege de grote vraag naar hout eerst naaldbomen aangeplant in het gebied, maar toen de houtprijzen zakten werd het omgevormd tot landbouwgebied. In de jaren twintig werd de Middenraai doorgetrokken in noordelijke richting door het Mekelmeersche Veen, richting Witteveen. Ten oosten van het veengebied werden ook delen van het heidegebied (Groote Veld) ontgonnen. Door afgraving van de bemeste bovenlaag zullen veel van deze heideontginningen weer teruggegeven worden aan de natuur.
Tot 1 januari 1998 maakte Nieuw-Balinge deel uit van de gemeente Westerbork. 
50 Ballast, Coevorden, Drenthe  6.719825  52.674704  Verder geen informatie bekend 
51 Balloo, Rolde, Drenthe  6.63166666666667  52.9955555555556  Balloo is een klein dorpje in de gemeente Aa en Hunze. Het ligt vlak bij Rolde. Balloo heeft 149 inwoners (1 januari 2007).
Geschiedenis
Balloo ligt op een van de oudste verkeersroutes door Drenthe. Deze route liep van Sleen via Rolde en Balloo naar Groningen. Langs die route door het veen ontstonden de eerste nederzettingen. Dat Balloo daarbij enige status had blijkt uit de aanwezigheid van de Balloërkuil, vlak bij het dorp. Hier zouden in de prehistorie al vergaderingen en rechtszittingen hebben plaatsgevonden. Later wordt dit ook een van de drie plaatsen waar de Etstoel bijeenkomt. 
52 Bansum, Holwierde, Bierum, Groningen  6.874340772628784  53.35814733936078  Bansum of Bantsum is een wierde in het noordoosten van het dorp Holwierde in de Nederlandse provincie Groningen. De diameter van de wierde bedraagt ongeveer 175 meter. De Bansum is met 3,29 meter boven NAP de hoogste van de drie wierden waarop het dorp gebouwd is. Volgens W.J. Eelssema komt ban uit het Keltisch en betekent "hoog" en zou het nan uit Nansum laag betekenen omdat deze wierde lager is (2,83 meter). Een andere verklaring stelt dat Banse een mansnaam is en -um verwijst naar heem ("Banse's heem/erf").
De wierde wordt van west naar oost in tweeën gedeeld door de Nansumerweg, die loopt tussen de westelijker gelegen Holwierde en de oostelijker gelegen wierde Nansum. Het noordelijk deel wordt gevormd door de begraafplaats met omringende grasvelden en een woning. Het zuidelijk deel bestaat uit huizen aan zuidzijde van de Bansumerweg, aan weerszijden van de haaks erop verlopende Bansumerweg en de tuinen erachter. De grens van het noordelijk deel is relatief duidelijk afgebakend aan de rand van de grasvelden, aan zuidzijde lopen de grenzen van de wierde dwars door de bebouwing en tuinen. Aan oostzijde van de begraafplaats stroomt een stukje van de De Vliet (of Het Vliet), die vroeger vanaf Marsum als waddenpriel langs de zuid- en oostzijde van de wierde en langs Uiteinde naar de Eems liep, maar bij Bansum dichtslipte en later werd vergraven. De straat ten oosten van de wierde (Het Vliet) is ernaar vernoemd.
De uit zandige klei bestaande wierde dateert uit de Late IJzertijd (oudste aangetroffen sporen dateren uit Romeinse tijd) en vormde onderdeel van een oeverwal langs De Vliet, die langzamerhand werd uitgebreid in westelijke richting. Vroeger moeten er gezien de hoogte meerdere huizen hebben gestaan, maar rond 1800 was de wierde bijna onbewoond. Er lagen toen alleen een paar gebouwen aan zuidzijde van de wierde. In 1860 werd door een boer aan oostzijde van de wierde een stuk grond verkocht, waarop de Holwierse begraafplaats werd aangelegd. Rond 1900 lagen er nog steeds slechts 2 huisjes op de wierde, aan weerszijde van de Nansumerweg. Na de Tweede Wereldoorlog werd de Bansumerweg aangelegd. Pas vanaf die tijd werd de huizenbouw uitgebreid op en rond de wierde. Eerst op het zuidelijk deel van de wierde, maar rond 1990 ook aan noordzijde van de wierde.

http://www.holwierde.net/publicaties/grepen-uit-het-verleden/ 
53 Barge, Wolfsbarge, Hoogezand, Groningen  6.722347  53.130717  Wolfsbarge (soms: Wolfsbergen) is een buurtschap in de gemeente Hoogezand-Sappemeer in de provincie Groningen in Nederland. Wolfsbarge is gelegen aan de weg N386, ten zuiden van Kropswolde en ten oosten van het Zuidlaardermeer. De Semslinie is de zuidgrens van het gebied.
Ondanks dat er slechts enkele woningen staan, heeft Wolfsbarge een begraafplaats van 14 are groot met tientallen graven waaronder enkele uit het Gemenebest.
In de Middeleeuwen werd hier veen afgegraven. Tot in de 20e eeuw was er voldoende restveen om tot turf te verwerken. Na de vervening werden de dalgrond vooral voor akkerbouw gebruikt.
Geschiedenis
In 1250 verwierf de abdij van Aduard grond nabij Wolfsbarge voor de aanleg van een kloosterkolonie (Colonium Masterii). In 1262 kocht de abdij percelen veen en weiland , gelegen aan de rivier de Hunze, van Zuidlaren.
Voor de turfstekers in het veen liet het klooster een kapel bouwen. In 1268 kwam de bisschop van Utrecht de kapel inwijden en noemde de kolonie Hotus Sancti Bernardi, de tuin van Sint Berhardus. In het jaar 1282 werd de kapel afgescheiden van de kerk van Noordlaren, waarvoor de abdij van Aduard 2000 stenen als vergoeding aan de kerk van Noordlaren betaalde.(Register Feith, deel 1, 1282.) Wolfsbarge werd daarmee een van de kerspellen van het Gorecht.
De kapel was gewijd aan de Heilige Maagd Maria, ook Beate Maria Virginis kapel genoemd.
De Rijksuniversiteit Groningen heeft in 1937, onderzoek gedaan naar de plaats waar de kapel zou hebben gestaan.
Het klooster van Aduard bezat te Wolfsbarge ook een kloosterboerderij, een zogenaamd voorwerk, dat werd gepacht door een meier. De huur die een meier aan het klooster diende te betalen werd uitgedrukt in schuiten turf. Turf werd naar de stad Groningen vervoerd over de Hunze. De vaart op de Hunze werd beheerst door het Schuitenschuiversgilde. Buiten het Schuitenschuiversgilde om mochten alleen inwoners van Kropswolde, Wolfsbarge en Westerbroek turf vervoeren, mits hun schepen minder capaciteit hadden dan die van het gilde. Gildebroeders van het Schuitenschuiversgilde verwijderden ondiepten in de Hunze. Tot 1667 bleef dit zo, daarna zouden de aangrenzende marken de Hunze onderhouden. Dit gebeurde zo slecht dat de rivier als scheepvaartroute verviel tot aan het begin van de 19e eeuw de Hunze bijna onbevaarbaar was. Daarna ging het bergafwaarts met de ontginning van het veen. 
54 Barger-Compascuum, Emmen, Drenthe  7.04194444444444  52.7552777777778  Barger-Compascuum (Drents: Barger-Compas) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Emmen, met ongeveer 1480 inwoners (1 januari 2004).
Barger-Compascuum is een veenkolonie in het uiterste oosten van de provincie, tegen de Duitse grens. In tegenstelling tot de meeste veenkoloniën in het gebied is het een vrij compact dorp met weinig lintbebouwing. Doordat het dorp lange tijd vrij geïsoleerd lag, is het nog altijd een hechte gemeenschap.
De belangrijkste bezienswaardigheid in het dorp is het Veenpark. Hier wordt de geschiedenis van het veengebied en de veenkoloniën vertelt: van het moeras, via de plaggenhutjes en de turfgravende veenarbeiders, naar het ontstaan van de dorpen. Tot slot komt ook de geschiedenis van de landbouw aan bod, die na het voltooien van de vervenging ontstond. Daarnaast bevindt zich in het park het Harmoniummuseum. Met een smalspoortreintje is niet alleen het hele park, maar ook het aangrenzende hoogveenreservaat Berkenrode van Staatsbosbeheer te bereiken.
Barger-Compascuum heeft behalve de rooms-katholieke Sint-Josephkerk uit 1924, een ontwerp van Jos Cuypers en diens zoon Pierre Cuypers jr., de volgende voorzieningen: een rooms-Katholieke en een protestants-christelijke basisschool, sportvelden, een supermarkt, een postagentschap en diverse andere winkels en horecagelegenheden. Het dorp kent daarnaast een uitbundig verenigingsleven.
Het dorpsgebied van Barger-Compascuum bestaat uit een combinatie van landbouwgebied (veenontginningen) en natuurgebied. Tot de laatste categorie behoort niet alleen Berkenrode, maar ook het Oosterbos en het aangrenzende ontwikkelingsproject Landgoed Scholtenszathe. Tussen beide grote natuurgebieden in ligt het buurtschap Klazienaveen-Noord, dat ook onder Barger-Compascuum valt. Buiten het dorpsgebied valt het tuinbouwgebied van Klazienaveen ten zuidwesten van Barger-Compascuum.
Geschiedenis
Het gebied waar nu Barger-Compascuum ligt, was eeuwenlang een woest en moeilijk begaanbaar hoogveengebied, dat onderdeel uitmaakte van het 50.000 hectare grote Bourtangermoeras. In de Middeleeuwen kregen de boeren van de Duitse zanddorpen Ober- en Niederlangen en Altharen aan de andere kant van de grens, van de bisschop van Münster (het toenmalig 'staatshoofd' in wat nu het Eemsland is) het recht om hun schapen gezamenlijk te laten weiden in het gebied tot aan de Runde. De Runde was een belangrijk veenriviertje ten westen van het huidige Barger-Compascuum, dat uitmondde in het Zwarte Meer. Tot in de negentiende eeuw heeft er onenigheid bestaan tussen de Drenten en de Hannoveranen (het Eemsland hoorde bij het Koninkrijk Hannover) over de grens tussen de Duitse en de Nederlandse gebieden. Een enkele keer kwam het zelfs tot massale vechtpartijen in het veen tussen Drentse en Eemslandse boeren. Dit ondanks het bestaan van grensverdragen, waarin het beweiden was geregeld. Dit werd omschreven met het Latijnse woord compascere, dat gezamenlijk beweiden betekent. De namen Emmer-Compascuum en Barger-Compascuum duiden er dus op, dat zich hier de gezamenlijke weide van de marke van Emmen resp. Noordbarge bevond. In het Tractaat van Meppen van 1824 werd de staatgrens tussen de Nederlandse en Duitse gebieden min of meer vastgelegd. De definitieve scheiding van de compascuum voltrok zich echter pas in 1867. Doordat tegelijkertijd het verbod op het bouwen van woningen met een 'stookplaats' werd opgeheven, kon het grensgebied bewoond worden.
Ondertussen waren rond 1861 de eerste bewoners al in het gebied neergestreken. Zij waren grotendeels afkomstig uit het Eemsland (Hannoveranen), maar er waren ook kolonisten uit Drenthe (Coevorden), Groningen en zelfs uit Overijssel bij. De overgrote meerderheid van hen was katholiek, wat de katholieke achtergrond van het dorp verklaart. Na een inventarisatie van het aantal katholieken door de pastoor van Erica, waar Barger-Compascuum onder viel, werd in 1873 in het dorp een eigen parochie opgericht. Na een jaar missen te hebben gehouden in een schuurkapel met strodak, werd in 1874 een houten 'veenkerk' gebouwd, die tot de ingebruikname van de huidige kerk in 1924 dienst zou doen. 
55 Barger-Oosterveen, Emmen, Drenthe  6.97694444444444  52.7041666666667  Barger-Oosterveen is een buurtschap in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Emmen, dat hoort bij Klazienaveen. Op 1 januari 2004 had het ongeveer 300 inwoners. 
56 Barger-Oosterveld, Emmen, Drenthe  6.95583333333333  52.7719444444444  Barger-Oosterveld is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Emmen, met 2770 inwoners (1 januari 2004). Officieel is het echter niet erkend als afzonderlijk dorp, maar maakt het deel uit van de kern Emmen.
Geografie
Barger-Oosterveld is een ontginningsdorp, gelegen op een hoge zandrug. Het is een jong dorp en heeft daarom weinig oude gebouwen. Het wordt van de rest van Emmen gescheiden door de N381, de Rondweg rond de stad. Aan de noordkant van het dorp ligt een groot bedrijventerrein.
De omgeving van Barger-Oosterveld bestaat uit landbouwgebied (heideontginningen). Het omliggende veengebied ligt tot tien meter lager dan het dorp. Aan de oostkant grenst het dorpsgebied aan het Oosterbos en het natuurontwikkelingsproject Landgoed Scholtenszathe.
Barger-Oosterveld heeft een aantal voorzieningen, waaronder een openbare en rooms-Katholieke basisschool, sportvelden, een supermarkt met postagentschap en diverse winkels en horecagelegenheden. Het dorp is echter vooral bekend van sportpark de Meerdijk, waar FC Emmen zijn thuiswedstrijden speelt. Tot het dorpsgebied behoort ook begraafplaats Oeverse Bos.
Geschiedenis
Al in de Bronstijd was er bewoning op deze plek. In 1957 worden de resten blootgelegd van een tempel uit deze periode. Deze staat bekend onder de naam Tempeltje van Barger-Oosterveld. In 1953 wordt een nog oudere vondst gedaan, namelijk de Dolk van Barger-Oosterveld.
Het huidige Barger-Oosterveld is ontstaan in 1880 en vierde in 2005 zijn 125-jarig jubileum. Het huidige dorpsgebied was tot eind negentiende eeuw een heidegebied dat hoorde bij de marke van Noord- en Zuidbarge. De eerste bewoners waren individuele gelukzoekers die vanaf de veilige zandgronden wilde meeprofiteren van de veenontginningen in de buurt. In de jaren 1870 kwamen er steeds meer boeren uit Barger-Compascuum die daar hun bedrijf niet meer konden uitoefenen. Het ging vooral om rooms-katholieken afkomstig uit de buurt van Hannover, die daarom Hannovenaren werden genoemd. Door grond te pachten van de Barger boeren konden zij hier een eigen bestaan opbouwen, zij het met hard werken en veel bijverdiensten in Holland of de veengebieden. Na de Tweede Wereldoorlog groeide het dorp sterk door de bouw van enkele nieuwbouwwijken, maar het bleef een hechte gemeenschap.==Bezienswaardigheden== De rooms-katholieke Gerardus Majellakerk dateert uit 1906. Het was de eerste kerk in Nederland met deze heilige als patroon en om die reden is het een bedevaartplaats geworden. 
57 Bargercompagnie, Wolfsbarge, Hoogezand, Groningen  6.721841  53.128926  Wolfsbarge (soms: Wolfsbergen) is een buurtschap in de gemeente Hoogezand-Sappemeer in de provincie Groningen in Nederland. Wolfsbarge is gelegen aan de weg N386, ten zuiden van Kropswolde en ten oosten van het Zuidlaardermeer. De Semslinie is de zuidgrens van het gebied.
Ondanks dat er slechts enkele woningen staan, heeft Wolfsbarge een begraafplaats van 14 are groot met tientallen graven waaronder enkele uit het Gemenebest.
In de Middeleeuwen werd hier veen afgegraven. Tot in de 20e eeuw was er voldoende restveen om tot turf te verwerken. Na de vervening werden de dalgrond vooral voor akkerbouw gebruikt.
Geschiedenis
In 1250 verwierf de abdij van Aduard grond nabij Wolfsbarge voor de aanleg van een kloosterkolonie (Colonium Masterii). In 1262 kocht de abdij percelen veen en weiland , gelegen aan de rivier de Hunze, van Zuidlaren.
Voor de turfstekers in het veen liet het klooster een kapel bouwen. In 1268 kwam de bisschop van Utrecht de kapel inwijden en noemde de kolonie Hotus Sancti Bernardi, de tuin van Sint Berhardus. In het jaar 1282 werd de kapel afgescheiden van de kerk van Noordlaren, waarvoor de abdij van Aduard 2000 stenen als vergoeding aan de kerk van Noordlaren betaalde.(Register Feith, deel 1, 1282.) Wolfsbarge werd daarmee een van de kerspellen van het Gorecht.
De kapel was gewijd aan de Heilige Maagd Maria, ook Beate Maria Virginis kapel genoemd.
De Rijksuniversiteit Groningen heeft in 1937, onderzoek gedaan naar de plaats waar de kapel zou hebben gestaan.
Het klooster van Aduard bezat te Wolfsbarge ook een kloosterboerderij, een zogenaamd voorwerk, dat werd gepacht door een meier. De huur die een meier aan het klooster diende te betalen werd uitgedrukt in schuiten turf. Turf werd naar de stad Groningen vervoerd over de Hunze. De vaart op de Hunze werd beheerst door het Schuitenschuiversgilde. Buiten het Schuitenschuiversgilde om mochten alleen inwoners van Kropswolde, Wolfsbarge en Westerbroek turf vervoeren, mits hun schepen minder capaciteit hadden dan die van het gilde. Gildebroeders van het Schuitenschuiversgilde verwijderden ondiepten in de Hunze. Tot 1667 bleef dit zo, daarna zouden de aangrenzende marken de Hunze onderhouden. Dit gebeurde zo slecht dat de rivier als scheepvaartroute verviel tot aan het begin van de 19e eeuw de Hunze bijna onbevaarbaar was. Daarna ging het bergafwaarts met de ontginning van het veen. 
58 Bargermeer, Emmen, Drenthe  6.917185  52.757696  Het Bargermeer is een drooggelegd meer en is nu een kleine woonwijk van Emmen. 
59 Bargerwesterveen, Emmen, Drenthe  6.876349  52.727519  Gelocaliseerd, met de volgende tekst:
Persbericht: bestemmingsplan 'Barger-Westerveen'
Gewijzigd bestemmingsplan 'Barger-Westerveen'
Het college van burgemeester en wethouders stemt in met het gewijzigde bestemmingsplan 'Barger-Westerveen'. Zij stelt de raad voor dit gewijzigde bestemmingsplan vast te stellen.
Het bestemmingsplan wordt gewijzigd omdat het Van der Valk concern heeft verzocht om in de omgeving van de afslag N37 nabij de Dikkewijk een hotel-accommodatie te mogen vestigen. Dit verzoek past in de gemeentelijke visie voor dit gebied en vormt de directe aanleiding tot het opstellen van het bestemmingsplan. 
60 Barkhoorn, Onstwedde, Groningen  7.045433521270752  53.01278357576965  Een gehucht nabij Onstwedde 
61 Barlage, Onstwedde, Groningen  7.059230804443359  53.01850091440276  Vlagtwedder-Barlage is een streek in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen. De streek ligt tussen van het dorp Vlagtwedde en het Ruiten-Aa-kanaal. De naam verwijst waarschijnlijk naar berken. Aan de noordkant wordt de streek begrensd door het recreatiegebied De Barlage, met daarin een groot bungalowpark het Parc Emslandermeer.
De naam Barlage komt ook voor als gehucht in de gemeente Stadskanaal. 
62 Barnflair, Vlagtwedde, Groningen  7.08166666666667  52.8513888888889  Barnflair is een dorp in de gemeente Vlagtwedde in de Nederlandse provincie Groningen.
Het dorp ligt ten zuiden van Ter Apel en is ermee verbonden door de lintbebouwing langs het Ter Apelkanaal. Tussen Ter Apel en het dorp ligt nog: Burgemeester Beinsdorp en met wat fantasie Agodorp.
Het plaatsje is vooral bekend omdat er zich de grensovergang met Duitsland bevindt. Ook aan de andere zijde van de grup (zoals de grens hier wel schertsend wordt genoemd — grup is een droge sloot) heet het, op zijn Duits geschreven, Barnfleer.
De naam betekent brandend veen (bern = brand, fleer = laagveen). De ietwat Franse schrijfwijze komt wel meer bij Groninger plaatsnamen voor, zoals bij Bourtange en Usquert. 
63 Bazuin, Zuidwolde, Drenthe  6.41447496440378  52.6545026637486  Bazuin is een buurtschap in de gemeente De Wolden, provincie Drenthe (Nederland). De buurtschap is gelegen tussen Drogt en Schottershuizen. 
64 Bedum, Groningen  6.6025  53.3002777777778  Bedum (Gronings: Beem) is de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente in de provincie Groningen in Nederland.
Het dorp ligt ongeveer 10 km ten noorden van de stad Groningen en is gelegen aan de spoorlijn van Groningen naar Delfzijl en aan het Boterdiep.
Kerken
De huidige hervormde kerk werd in de 11e eeuw gesticht als bedevaartskerk van Sint-Walfridus, die in Bedum zou hebben geleefd en door Vikingen was vermoord. Opvallend aan de kerk is de scheve 11e eeuwse toren in romaanse stijl. Volgens sommigen is deze minstens zo scheef als die van Pisa. Hij is in ieder geval de scheefste van Nederland. In de 15e eeuw werd de kerk vergroot tot een tweebeukige gotische hallenkerk, die in de 16e eeuw werd uitgebreid met een groot koor met omgang ten behoeve van het kapittel van de kerk. Na de Reformatie is de kerk zwaar verminkt, onder meer door sloop van het koor en verlaging van de noorderbeuk. In de Middeleeuwen had Bedum nog een bedevaartskerk, gewijd aan Sint Radfridus, de zoon van Walfridus. Van deze kerk is boven de grond niets over.
De rooms katholieke kerk Onze Lieve Vrouwe Hemelvaart is een eenbeukige kruiskerk in neo-gotische stijl, gebouwd in 1880-1881 naar ontwerp van Alfred Tepe.
De gereformeerde Noorderkerk uit 1938 werd ontworpen door architect Egbert Reitsma in traditionalistische stijl. 
65 Beersterhamrik, Beerta, Groningen  7.095  53.1738888888889  Waarschijnlijk ligt dit net buiten Beerta 
66 Beersterhoogen, Beerta, Groningen  7.134176  53.182856  Beersterhoogen is een streekdorp in de gemeente Reiderland in de provincie Groningen. Het ligt tussen Beerta en Nieuw-Beerta. De streek bestaat uit een aantal kapitale boerderijen. De naam verwijst naar de hogere ligging van de streek ten opzichte van Beerta. 
67 Beerta, Groningen  7.096133  53.173631  CHAN
DATE 09 Jun 2013 
68 Beijum, Bedum, Groningen  6.591481000195927  53.25429593256067  Beijum is een wijk in het noorden van de stad Groningen. De straatnamen hebben betrekking op heerden. Beijum werd gebouwd in de jaren zeventig en tachtig van de 20e eeuw. De eerste bewoners van de nieuwe wijk betrokken hun nieuwbouwwoning in 1978. De wijk heeft twee winkelcentra. Het overdekte Winkelcentrum Beijum ligt aan de Stoepemaheerd in het westen van de wijk. Hier zijn twee supermarkten en enkele kleine winkels gevestigd. Tot 2003 liep de busbaan door het winkelcentrum heen. Sindsdien is het winkelcentrum met een grote renovatie opgeschoven en rijdt de bus langs het centrum. In Beijum-Oost bevinden zich aan de Claremaheerd ook enkele winkels. In 2007 is dit winkelcentrum ook gerenoveerd en is het plein autovrij gemaakt.
Geschiedenis
Beijum is één van de eerst bewoonde gebieden van de provincie Groningen. Al in de periode van 250 voor tot 150 na Chr. was er sprake van bewoning op de wierde Beiahêm. Deze was gelegen aan zee (het brede estuarium van de Hunze) en werd in de 3e eeuw overspoeld. De verhoging van het landschap, waar de wierde gelegen moet hebben, is nog te zien bij het huidige gezondheidscentrum.
In de 11e eeuw werd begonnen met de afgraving van het veengebied en ontstond weer een dorp Beijum. Dit had zijn eigen kapel en borg. De laatste is in 1738 afgebroken. Het schathuis bleef staan en kan nog herkend worden in het pand Beijumerweg 15. Het kerkhof, behorende bij de ook afgebroken Middeleeuwse kapel in Beijum, bevindt zich nog op het terrein rond de boerderij in het midden van de wijk, waar op korte termijn weer een kinderboerderij zal worden gevestigd. Rond 1900 werd het gehucht Beijum genoemd.
Het gehucht lag in de gemeente Bedum en kwam in 1969 (tegelijk met de gehele gemeente Noorddijk) bij de stad Groningen. De grote waterpartij die door de wijk loopt, met de naam Noorddijkstermaar, is de verbrede grenswatergang. 
69 Beilen, Drenthe  6.51111111111111  52.8566666666667  Beilen is een dorp in Drenthe en hoofdplaats van de gemeente Midden-Drenthe.
Beilen + bijgebied Beilen telt ruim 10.700 inwoners, het dorp Beilen telt c.a. 9.600 inwoners. De hele gemeente Midden-Drenthe ongeveer 33.000 inwoners. Beilen ligt midden in Drenthe en wordt daarom ook wel het Hart van Drenthe genoemd.
Uit onderzoek is gebleken dat ongeveer 20.000 jaar geleden rond Beilen al mensen woonden. Rond het jaar 1000 werd Beilen al genoemd in oorkonden. De naam is een verbastering van de oorspronkelijke naam Bijlloo, dat zoiets als 'open gehakte plek in het bos' betekent. Door ontginningen in deze eeuw werden geregeld resten van oude nederzettingen en begraafplaatsen gevonden. In 1955 werd in Beilen een belangrijke vondst gedaan: een goudschat. Dit was de rijkste uit de Drentse bodem. Deze is in het Drents Museum in Assen te bezichtigen. Op 8 augustus 1820 heeft een grote brand een groot deel van Beilen in de as gelegd. Alleen de oude kerk is bewaard gebleven.
Het dorp is ligt ingesloten tussen de spoorlijn Groningen - Zwolle, de autosnelweg de A28, de provinciale weg N381 en het natuurgebied Terhorsterzand.
Op 2 december 1975 werd bij Wijster een trein gekaapt door Zuid-Molukse jongeren waarna in Beilen een beleidscentrum werd ingericht (zie Treinkaping bij Wijster). De kapers schoten drie personen (de machinist en twee passagiers) dood maar gaven zich na bijna 2 weken over.
Gemeentelijke herindeling
Tot 1998 was Beilen een gemeente. Na gemeentelijke herindeling ging Beilen op in de gemeente Middenveld. Deze gemeente heeft slechts kort bestaan, want vanaf 2000 is Middenveld weer overgegaan in de gemeente Midden-Drenthe. 
70 Beilervaart, Beilen, Drenthe  6.46666666666667  52.8666666666667  Beilervaart (dorp in de gemeente Midden-Drenthe) 
71 Bellingeweer, Winsum, Groningen  6.517277  53.326093  Bellingeweer is tegenwoordig een deel van het dorp Winsum in de provincie Groningen (Nederland). Oorspronkelijk is het een zelfstandig dorpje geweest, gebouwd op een wierde. Het had een eigen kerk, die in 1824 is afgebroken. Het kerkhof is bewaard gebleven. Bij het dorp stond het Huis te Bellingweer of ook wel de Tammingaborg genoemd. Deze is in 1820 afgebroken.
De wierde waarop het dorp gebouwd werd dateert uit het begin van de jaartelling. 
72 Bellingwolde, Groningen  7.17194444444444  53.1202777777778  Bellingwolde (Gronings: Ben(ne)wolle of Bennewold) is een dorp van 3762 inwoners (met inbegrip van de omliggende gehuchten Den Ham, Rhederbrug en Rhederveld) in de gemeente Bellingwedde in de Nederlandse provincie Groningen. Het draagt het karakter van een streekdorp en heeft een lengte van ruim 4 kilometer. Het is een beschermd dorpsgezicht. Tot 1968 was Bellingwolde een zelfstandige gemeente.
Geschiedenis
Bellingwolde is in de Middeleeuwen ontstaan op een zandrug. Het hoorde aanvankelijk bij Reiderland, maar door het oprukken van de Dollard verdween deze streek voor een groot deel in de golven en kwam Bellingwolde onder Westerwolde te vallen waartoe het nog steeds wordt gerekend. Vanuit Bellingwolde is er, getuige de voormalige opstrekkende verkaveling land gewonnen op de Dollard. Hierdoor kwam Bellingwolde op een zandrug te liggen die de klei van de Dollard in het westen scheidde van het veen in het oosten van het Bourtangermoeras. Ook dit werd ontgonnen vanuit Bellingwolde.
In de 19e eeuw vormden de vruchtbare kleigronden de basis voor de groei van de welvaart van de Bellingwolder boeren. Door de hoge graanprijzen tussen 1850 en 1875 specialiseerden velen van hen in de akkerbouw en verwierven een hoge mate van welvaart. Van deze - vroegere - welvaart getuigen een aantal grote herenboerderijen in het dorp. In diezelfde tijd groeide het dorp naar het zuiden. Tegenover de zeer rijke herenboeren stonden de arme arbeiders en de spanningen tussen deze bevolkingsgroepen leidden er in 1892 toe dat er een opstand uitbrak, die met behulp van soldaten werd neergeslagen. In het interbellum kwam het tweemaal tot langdurige stakingen.
Voorzieningen en economie
Na de Tweede Wereldoorlog nam het belang van de landbouw af. De mechanisatie zorgde voor een sterke uitstoot van arbeidskrachten. Het landschap werd ingrijpend veranderd door de ruilverkavelingen in de jaren zestig en zeventig, waardoor de opstrekkende verkaveling verdween. Het dorp kreeg meer het karakter van een forenzendorp en door de toegenomen mobiliteit gingen er zich mensen vestigen die zich aangetrokken voelden tot het karakter van het dorp. Ook ontwikkelt het dorp zich in toeristische zin.
Vanaf de jaren 80 van de twintigste eeuw zijn bossen aangelegd. Het gebied langs het Veendiep, dat pal ten zuiden van het dorp loopt, maakt deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur. Hier langs liggen vrijliggende fietspaden. Door het dorp loopt de LF-route 9: De NAP-route en de grensoverschrijdende fietsroute de United Countries Tour. Langs de oostzijde van het dorp loopt een gedeelte van het bij wandelaars bekende "Noaberpad", een wandelroute van Bad Nieuweschans naar Emmerik (Duitsland).
Het Museum de Oude Wolden is een kunstmuseum met wisselende tentoonstellingen en permanent werken van de magische realist Lodewijk Bruckman.
Bellingwolde heeft verschillende instellingen voor onderwijs: de openbare basisschool De Oosterschool, de openbare basisschool De Westerschool en de christelijke basisschool De Wegwijzer bevinden zich in het dorp zelf. In het gehucht Rhederbrug dat tegen het dorp aan ligt en onder Bellingwolde valt, ligt de openbare basisschool Rhederbrug.
Bellingwolde heeft een sportpark, het H. Kemperpark, dat is geopend in 1955. Er zijn veel verschillende naaldbomen aangeplant en het wordt daarom ook wel arboretum genoemd. Naast het sportpark ligt het zwembad en een camping. Ook is er in het dorp een multifunctioneel zalencentrum aanwezig, genaamd De Meet, dat beschikt over een sporthal, podia en diverse zalen met horecafaciliteiten. 
73 Benderse, Ruinen, Drenthe  6.3713836669921875  52.78111795859963  Benderse is een buurtschap in de gemeente De Wolden, provincie Drenthe (Nederland). De buurtschap is gelegen ten noorden van Ruinen.
In Benderse staat een schaapskooi, de thuisbasis van de schaapskudde van Ruinen. Ook is er een bezoekerscentrum van Natuurmonumenten gevestigd, het Bezoekerscentrum Dwingelderveld. In de zomermaanden worden er wel demonstraties schapendrijven gegeven met behulp van bordercollies. 
74 Beneden Veensloot, Meeden, Groningen  6.930441856384277  53.12921259644791  Beneden Veensloot is een streek in de gemeente Menterwolde in de Nederlandse provincie Groningen. De streek wordt tegenwoordig tot Meeden gerekend. Beneden Veensloot ligt ten oosten van Muntendam en ten zuiden van Meeden. De weg door het gehucht loopt in het oosten door naar Kibbelgaarn
Beneden ziet op de ligging van het gehucht ten opzichte van de voormalige Veensloot. Deze liep van zuid naar noord. Derhalve ligt Beneden Veensloot ten noorden van Boven Veensloot. 
75 Beneden Verlaat, Veendam, Groningen  6.87794029712677  53.124410001657026  Vroeger waren de vaarwegen de hoofdwegen. Bij het beneden verlaat kwam je dan ook Veendam binnen 
76 Benkemahuis, Midwolda, Groningen  7.018847465515137  53.19638101619105  Dit huis wordt voor het eerst vermeld in 1505 als 'hoofdmanswooninghe' van Harmen Benckema. Harmen komt in verschillende akten voor sinds het jaar 1484, ook als grietman van Vredewold. Mogelijk is Harmen verwant aan Eneke Benkema (in 1445 en 1448 genoemd), maar dat is niet te bewijzen.
In 1505 ging het huis een belangrijke rol spelen in de strijd om Groningen. De hertog van Saksen en de graaf van Oost-Friesland lieten het versterken met bolwerken en grachten en ze legerden er een bezetting, zonder dat de stad dat kon verhinderen. Harmen zelf kreeg ter vergoeding een jaargeld van 1000 rijnse gulden. In 1514 vernamen de stedelingen, dat het huis slecht bezet was; Harmen Benkema was er zelf hoofdman met een vijftiental knechten. De Groningers overvielen het huis 's nachts, er was toen een waker boven op het steenhuis. In de gracht zat in verband met de zomer weinig water. Zo trokken de Groningers aan de oostzijde uit het appelhof door de gracht en braken het staket in de gracht en op de wallen. Daarna kwamen ze beneden in het huis waar Harmen Benckema nog lag te slapen. Hij werd gevangen genomen en naar Groningen gevoerd. Huis, benedenkamer, keuken en zaal werden geheel geplunderd, waarna alles uitgebrand werd. Op een rantsoengeld van 800 rijns gulden werd Harmen vrijgelaten. In 1520 wordt hij voor het laatst vermeld.
Of de in 1540 te Midwolde genoemde Jelt en Ivo Benckema zonen van hem waren, is niet bekend. Zij zijn mogelijk de laatsten met deze naam. Ook het huis speelde geen rol meer, het werd verdrongen door het kort na 1520 gestichtte Nienoord. In 1557 kwam het zelfs aan Wigbold van Ewsum, tegelijk met een niet nader bekende Mentkeheerd. Dit kwam door een overeenkomst met Ewo Eyssema, die blijkbaar deze goederen geerfd had. Tijdelijk zijn de beide heerden in bezit geweest van de stad Groningen, want in 1632 kocht de heer van Nienoord ze van haar. Aan het eind van de 17e eeuw werd het huis opgeknapt en ingericht als woning voor Karel Ferdinand van In- en Kniphuisen. Van hem is mogelijk de nieuwe naam Carelsveld afgeleid. Na de dood van zijn moeder in 1714 werd Karel Ferdinand heer van Nienoord. Hij stierf in 1718. Rechten waren niet verbonden aan het huis. In Vredewold behoorden deze aan de heren van Nienoord. In 1768 stond het huis leeg en onverhuurd. Eveneens in 1773, toen het in een advertentie te huur werd aangeboden. In 1793 werd het huis met hoven, singels, grachten, geboomten, plantages enz. bij akte van donatie door F. F. van In- en Kniphuisen overgedragen aan zijn zoon Johan Carel Ferdinand. Deze trouwde het volgende jaar, nog minderjarig, ondanks het verzet van zijn vader met Magdalena Dorothea Lewe. Na de dood van zijn vader in 1795 erfde hij Asinga bij Ulrum.
Huidige toestand
In 1819 werd het huis door brand verwoest en daarna gesloopt. De oprijlaan bestond nog aan het eind van de 19e eeuw. Het terrein is nog te herkennen, hoewel de grachten gedempt zijn. De bodem is daar nog lager en drassig. De korte oprijlaan was vroeger hoog geweest maar afgegraven voor het dempen van de gracht. Aan het begin van de oprijlaan staat nu een huisje.
Ik heb het niet kunnen vinden. Als iemand het weet hoor ik het graag. 
77 Benneveld, Zweeloo, Drenthe  6.75  52.7833333333333  Benneveld (buurtschap in de gemeente Coevorden) 
78 Berghuizen, Ruinerwold, Drenthe  6.28888888888889  52.7136111111111  Berghuizen is een buurtschap in de gemeente De Wolden, provincie Drenthe (Nederland). De buurtschap ligt vlakbij de N375 tussen Ruinerwold en Koekange.
Berghuizen heeft actieve verenigingsgezinde inwoners; er is een toneel-, muziek- en voetbalvereniging. 
79 Beukhorst, Vlagtwedde, Groningen  7.1201276779174805  52.92259381695968  Het toponiem horst is een historische benaming voor een met kreupelhout of hakhout begroeid, hoger gelegen stuk grond. De grond is meestal zandgrond en de houtbegroeiing kan zowel op als rondom het stuk grond voorkomen. Het woord horst is afkomstig van het Germaanse woord hursti dat beboste opduiking in moerassig terrein betekende.
Naast horst komt af en toe ook de variant hors voor, niet te verwarren met het woord hors of gors dat gebruikt wordt voor een zandplaat die met springtij onderloopt, bijvoorbeeld de Vliehors.
Het Germaanse woord hursti is ook terug te vinden in Duitsland en Engeland in toponiemen horst resp. hurst. 
80 Bierum, Groningen  6.85944444444444  53.3813888888889  Bierum (Gronings: Baaierm) is een wierdedorp in de gemeente Delfzijl in het noorden van de provincie Groningen in Nederland.
Het ongeveer 800 inwoners tellende dorpje ligt ten noordwesten van Delfzijl aan de Waddenkust. Het meest karakteristieke gebouw van het dorp is de middeleeuwse kerk waarvan de toren wordt ondersteund door een enorme steunbeer met doorgang. Deze steunbeer was er oorspronkelijk voor bedoeld om de toren van de kerk te ondersteunen, maar door een fout in de fundering trekt deze de toren nu in feite naar beneden. Bijzonder is verder dat deze grotendeels Romaanse kerk overwelfd is met Romanogotische meloengewelven.
In Bierum stond vroeger de borg Luinga. Het borgterrein is nog goed te herkennen. De entree met bakstenen brug is nog volledig intact.
Bierum vormde met de omliggende dorpen Godlinze, Losdorp, Holwierde, Krewerd en Spijk, tot 1990 een zelfstandige gemeente. Bij de grootschalige herindeling in dat jaar werd Bierum bij Delfzijl gevoegd. 
81 Biessum, Delfzijl, Groningen  6.8975  53.3341666666667  Biessum is een dorpje in de gemeente Delfzijl in de provincie Groningen in Nederland. Het ligt tegen Delfzijl-Noord aan.
Het dorpje ligt op, of beter gezegd rond, een wierde. De wierde van Biessum is een van de best bewaarde in de provincie Groningen. De oorspronkelijke stervormige verkaveling is nog vrijwel helemaal terug te vinden. De woningen en boerderijen staan aan de ossengang die nog intact is.
Het dorpje heeft geen eigen kerk, ook niet gehad. Voor het kerkbezoek moesten de Biessumers via het kerkepad naar de nabijgelegen Uitwierde. 
82 Binnen Ae, Woldendorp, Termunten, Groningen  7.026663461376984  53.25500734608302  Binnen Ae is een buurtschap op de grens van de gemeenten Scheemda en Delfzijl in de provincie Groningen. De buurtschap bestaat uit een aantal boerderijen langs de weg Binnen Ae. Het ligt in het verlengde van Oostwolderhamrik aan de weg van Nieuwolda naar Woldendorp. Langs de buurtschap stroomt een riviertje met dezelfde naam dat een restant van de Munte is. 
83 Blekslage, Onstwedde, Groningen  7.064787624467499  52.9898779251393  Blekslage is een gehucht in de gemeente Stadskanaal in de provincie Groningen.
Het ligt tussen de Mussel-Aa en het Mussel-Aa-kanaal, iets ten noorden van Kopstukken. Blekslage ligt aan de rand van de gemeente en heeft geen enkele voorziening. Het dichtstbijzijnde dorp is Harpel, waar een lagere school is.
Vlak bij het gehucht liggen voormalige vloeivelden voor de aardappelmeelindustie. Hier ontwikkelt zich een klein natuurgebied waar onder meer de zwarte stern sinds enige jaren weer broedt.
De naam komt van blek (= blik, dat zilverschoon betekent) en lage (= plaats, plek). 
84 Blijham, Wedde, Groningen  7.07666666666667  53.1075  Blijham is een Gronings dorp in de gemeente Bellingwedde en telde in 2006 2918 inwoners. Het was aanvankelijk sterk agrarisch, maar heeft zich in de laatste decennia van de twintigste eeuw ontwikkeld als forenzenplaats, met name voor het dichtbij gelegen Winschoten. In het landschap vormt Blijham de grens van het kleinschalige Westerwolde, met kronkelende riviertjes en kleine bosrijke plekken enerzijds en het grootschalige agrarische landschap van het verdronken Reiderland en Oldambt. Blijham is gelegen op een oude hoefijzervormige zandrug die vanaf dit dorp via Wedde, en Vriescheloo naar Bellingwolde loopt.
Twee kernen
Het dorp bestond aanvankelijk uit twee kernen met verschillend karakter. De noordelijke kern Kerkhorn, gelegen aan de weg naar Bellingwolde, bestaat uit grootschalige classicistische en Oldambtster boerderijen. De andere kern, Molenhorn genaamd en gelegen vlakbij Wedderveer, bestond uit kleinschaliger bebouwing. Na de Tweede Wereldoorlog wordt de ruimte tussen beide kernen geleidelijk aan bebouwd.
Monumenten
De Nederlands Hervormde kerk van Blijham dateert uit 1783, de toren ervan uit 1872. Blijham was voor de gemeentelijke samenvoeging het rijkste dorp in wat nu heet gemeente Bellingwedde. Opvallend zijn vooral aan het voormalige gehucht Oosteinde de rijke boerenvilla's met deels nog de kenmerkende slingertuinen.
De voormalige "dikste" boerderij, oorspronkelijk daterend van voor 1600 en met in 1825 maar liefst 174 ha land, was "De Boschplaatse", nu gepresenteerd als klein landgoed voor vakantieverblijf, door de familie Caderius van Veen-de Savornin Lohman gerestaureerd met herstel van de allure die na de herbouw in 1887 bedoeld was. Huis, tuinkoepel, tuin en bijbehorende dienstwoning staan op de lijst van Rijksmonumenten.
Ook de naburige boerderijen met daarbij een manege en een toeristenschuur zijn monumentaal.
Voormalig tramstation in Blijham
Aan de Winschoterweg ligt het voormalig tramstation van de OG als getuige van het tramverleden van Blijham. In 1900 kwam het dorp aan de toen geopende paardentramlijn van Maatschappij Winschoten-Bellingwolde te liggen. In 1914 werd deze maatschappij overgenomen door de OG om deze lijn om te bouwen tot stoomtramlijn. In 1915 kwam de lijn Winschoten - Ter Apel gereed, die de paardentramlijn tussen Winschoten en Blijham verving. In 1918 kwam de lijn Blijham - Bellingwolde gereed waarmee de ombouw was voltooid. In 1948 werd de reguliere dienstvoering beëindigd. Het tramvervoer langs Blijham bleef echter nog tot 1950 in stand vanwege zandtransporten. 
85 Bloemberg, Zuidwolde, Drenthe  6.35101966505124  52.65140765325341  Bloemberg is een buurtschap in de gemeente De Wolden, provincie Drenthe (Nederland). De buurtschap is gelegen aan zuidwestgrens van Drenthe met Overijssel, halverwege tussen de buurtschappen De Stapel en Pieperij. 
86 Blokum, Ten Boer, Groningen  6.71885242485348  53.259301129563795  Blokum is een gehucht in de Nederlandse gemeente Slochteren. Het ligt even ten oosten van het Eemskanaal en ten zuiden van Woltersum dat aan de andere kant van het kanaal ligt. Voordat het kanaal werd gegraven, hoorde het gehucht bij de gemeente Ten Boer.
Blokum is ontstaan op een wierde. De naam Blokum komt van blok in de zin van afsluiting. Ter plaatse lag een afsluiting in de Scharmer Ae.
In 1868 werd het waterschap "De Blokumerpolder" opgericht, dat was gelegen in de gemeentes Slochteren en Ten Boer. Dit waterschap werd per 1 januari 1970 opgeheven en ging met 52 andere waterschapen op in het waterschap Duurswold. 
87 Boerakker, Roden, Drenthe  6.329456  53.186683  Boerakker is een dorp in de gemeente Marum in de provincie Groningen in Nederland. De ligging is ten noordoosten van het dorp Marum op de grens met de gemeente Leek. Het dorp telt ongeveer 650 inwoners.
Het is ontstaan in een veengebied dat gelegen is tussen de zandruggen Langewold in het noorden en Vredewold in het zuiden van het Westerkwartier. Het dorp is nog niet zo oud, het is pas rond 1900 ontstaan.
Tot het begin van de 20e eeuw stelde het dorp weinig voor, het was een klein gehuchtje. In de decennia daarna groeide het uit tot het huidige dorp. De eerste Gereformeerde Kerk van Boerakker dateert van 1911. In 1929 werd naast de bestaande kerk een grotere kerk gebouwd, de huidige kerk. Tegenover de kerk staat de pastorie uit 1923. In de jaren 70-80 van de vorige eeuw werd het dorp uitgebreid met nieuwbouw aan een nieuwe straat, De Olde Ee. Anno 2006 vindt uitbreiding plaats in zuidelijke richting langs de Hoofdweg.
Lange tijd was Boerakker geen 'gewoon' dorp. Het lag tot de gemeentelijke herindeling in 1990 in twee gemeenten, de gemeente Marum en Leek. De Hoofdweg vormde de scheiding. Na de herindeling kwam het dorp in zijn geheel bij Marum. Opvallend was dat beide gemeenten een verschillende status aan het dorp gaven. De gemeente Leek beschouwde Boerakker als een deel van Tolbert, terwijl Marum het dorp Boerakker een dorpsstatus gaf.
Boerakker ligt aan het Dwarsdiep en aan begin van de Matssloot. Door de bewoners van Boerakker worden beide wateren aangeduid met Old Diep. 
88 Boermastreek, Odoorn, Drenthe  6.901559829711914  52.88443965811288  De Boermastreek is de naam van een buurtschap in de Nederlandse gemeente Borger-Odoorn, in de provincie Drenthe. De Boermastreek ligt ten noordoosten van Exloo, tussen Exloo en Exloërkijl.
De Boermastreek is genoemd naar de grootvader van de Drentse dichter Harm Jans Stevens (geboren aldaar 2 maart 1913). Deze grootvader, de landbouwer Albert Boerma (1821-1905), vestigde zich in de 19e eeuw als eerste in deze streek. De Boermastreek ligt net op de grens van het Drents veenkoloniaal gebied en het zandgebied. De gelijknamige weg vormt de kern van de streek. 
89 Boltklap, Ten Boer, Groningen  6.701231002807617  53.27304541897024  De Boldklap (de Boltbrugge) vroeger ook Belteklap, is een gehucht in de gemeente Ten Boer in de Nederlandse provincie Groningen. Het ligt direct ten oosten van het hoofddorp aan de andere kant van het Damsterdiep. Aan de oostkant wordt het begrensd door het Eemskanaal. Boltklap ligt in de Boltjerpolder.
Het gehucht is genoemd naar de klap (is brug) over het Damsterdiep, die tegenwoordig Boltbrug wordt genoemd.
Bij het gehucht staan de zaagmolen Bovenrijge (sinds jaren 1980) en de korenmolen De Widde Meuln (sinds 1839). Voor de Bovenrijge stond tussen ca. 1811 en ca. 1903 ook al een zaagmolen aan de noordzijde van Boltklap.
https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Boltklap&oldid=40971791 
90 Bonnen, Gieten, Drenthe  6.77388888888889  53.005  Bonnen is een buurtschap in de gemeente Aa en Hunze in de provincie Drenthe. Het ligt direct ten oosten van Gieten en is nog slechts met moeite als aparte buurtschap te herkennen. De gemeente Aa en Hunze ziet het als deel van Gieten en houdt ook geen aparte bevolkingscijfers voor Bonnen bij.
Bonnen heeft een eigen basisschool, waar echter ook kinderen uit Gieten naar toe gaan. De buurtschap ligt op de rand van de Hondsrug. Bij het verlaten van Bonnen richting Gieterveen valt direct het niveauverschil op tussen het zand, de Hondsrug, en het voormalige veengebied. 
91 Bonnerveen, Gieten, Drenthe  6.83333333333333  53.0166666666667  Bonnerveen (buurtschap in de gemeente Aa en Hunze) 
92 Booneschans, Nieuweschans, Groningen  7.187172174453735  53.15935560736101  Booneschans is een buurtschap in de gemeente Oldambt (provincie Groningen, Nederland), gelegen direct aan de grens met Duitsland. Even ten zuiden van Bad Nieuweschans aan de Hamdijk. De naam verwijst naar een schans uit de zestiende eeuw.
In 1589 werd deze Booneschans gebouwd door Alfred Evert Bonen. Bij de schans werd wel een stenen huis gebouwd, maar plannen om de schans uit te bouwen tot een vesting zijn nooit uitgevoerd. Nadat in 1628 de Langakkerschans werd gebouwd, nu bekend als Bad Nieuweschans, verloor de Booneschans snel aan belang en raakte in verval. Het enige dat nu nog verwijst naar de voormalige schans is een lichte verhoging in het land.
IJkdijk
Bij de Booneschans is langs het B.L. Tijdenskanaal het IJkdijkproject gesitueerd om proeven te doen met dijkconstructies. 
93 Borg Duirsum, Den Ham, Loppersum, Groningen  6.428396701812744  53.271637192851735  Bij Loppersum bevond zich vroeger de borg Duirsum (Huis Den Ham; afgebroken rond 1727), waar de beruchte Spaansgezinde Johan de Mepsche woonde in de 16e eeuw, die begraven moet zijn in de kerk van Loppersum (zijn graf is tot op heden onvindbaar). Volgens WIkipedia lag het bij Loppersum volgens andere bronnen bij Den Ham, ik vermoed op basis van de vorm dat het hier lag, maar ik kan er compleet naast zitten 
94 Borger, Drenthe  6.794872283935547  52.92350713807362  Borger (Drents: Börger) is een plaats in de provincie Drenthe (Nederland). Borger ligt op de Hondsrug, in de gemeente Borger-Odoorn. Borger telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2007 4882 inwoners (2325 mannen en 2557 vrouwen).
Borger is onder meer bekend door het grootste hunebed van Nederland, de D27. In de directe omgeving van Borger bevinden zich nog 2 andere hunebedden D28 en D29. In Borger vlakbij het hunebed D27 is het nieuwe Hunebedcentrum gelegen. Hier vindt men veel informatie en historie over hunebedden in Nederland.
Geschiedenis
De aanwezigheid van meerdere hunebedden wijst op een vroege bewoning van de omgeving van Borger. Het huidige dorp Borger wordt pas voor het eerst genoemd in de Middeleeuwen. De kerk in Borger geldt als de tweede kerk in het dingspil Oostermoer, gesticht vanuit de moederkerk in Anloo. De kerspel Borger omvat dan de buurschappen Drouwen, dat dan nog groter is dan Borger, Ees, Westdorp, Buinen en Gasselte. Gasselte wordt later een eigen kerspel, maar deelt nog wel eeuwenlang de schulte met Borger. De keuze voor Borger als plaats voor een nieuwe kerk schijnt mede bepaald te zijn door de ligging van een aantal tafelgoederen van de Utrechtse bisschop.
De kerk van Borger
De oorspronkelijke middeleeuwse kerk van Borger was gewijd aan Willibrord. De kerk is vanwege zijn bouwvallige staat in het begin van de 19e eeuw afgebroken en vervangen door de huidige zogenaamde Waterstaatskerk. De toren is nog wel de oorspronkelijk gotische toren uit de 14e eeuw. De kerk is thans onderdeel van het ontmoetingscentrum van Borger en daarmee via een gang verbonden. Het gemeentehuis van de vroegere gemeente Borger was eveens in dit centrum gevestigd. 
95 Borgercompagnie, Muntendam, Groningen  6.808948516845703  53.13596364814666  Borgercompagnie (Gronings: Börkomnij) is een karakteristiek veenkoloniaal lintdorp in de provincie Groningen in Nederland. Het dorp Borgercompagnie ligt in drie Groninger gemeentes: Hoogezand-Sappemeer, Menterwolde en Veendam.
Borgercompagnie is in de 17e eeuw ontstaan toen borgers (burgers) uit de stad Groningen hier een veenkolonie stichtten. In 1647 werd het diep (Gronings: daip = kanaal) gegraven. In 1655 werd de veenborg "Welgelegen" gebouwd.
Na de vervening werd het Borgercompagniesterdiep niet goed onderhouden zodat het rond 1880 onbevaarbaar was geworden. Daarom werd in dat jaar een speciaal waterschap opgericht, genaamd Kanaalwaterschap voor Borger-en Tripscompagnie voor het onderhoud van sluizen, bruggen en kanaalpanden.
Langs het oorspronkelijke diep staan aan weerszijden boerderijen en huizen. De nummering begint bij 1 in Sappemeer (Borgercompagnie-Noord) en loopt op tot ruim 250 in het vroegere Wildervank (Borgercompagnie-Zuid). Vlak voor de kruising met de Veendammerweg is er aan de oneven kant een uitloper richting de Langeleegte.
Het middengedeelte van het diep is in de jaren 70 gedempt. 
96 Borgercompagnie, Sappemeer, Groningen  6.798533  53.144718  Borgercompagnie (Gronings: Börkomnij) is een karakteristiek veenkoloniaal lintdorp in de provincie Groningen in Nederland.
Het dorp Borgercompagnie ligt in drie Groninger gemeentes: Hoogezand-Sappemeer, Menterwolde en Veendam.
Borgercompagnie is in de 17e eeuw ontstaan toen borgers (burgers) uit de stad Groningen hier een veenkolonie stichtten.
In 1647 werd het diep (Gronings: daip = kanaal) gegraven. In 1655 werd de veenborg "Welgelegen" gebouwd.
Na de vervening werd het Borgercompagniesterdiep niet goed onderhouden tot het rond 1880 onbevaarbaar was. Daarom werd in dat jaar een speciaal waterschap opgericht, genaamd Kanaalwaterschap voor Borger-en Tripscompagnie voor het onderhoud van sluizen, bruggen en kanaalpanden.
Langs het oorspronkelijke diep staan aan weerszijden boerderijen en huizen. De nummering begint bij 1 in Sappemeer (Borgercompagnie-Noord) en loopt op tot ruim 250 in het vroegere Wildervank (Borgercompagnie-Zuid). Vlak voor de kruising met de Veendammerweg is er aan de oneven kant een uitloper richting de Langeleegte.
Het middengedeelte van het diep is in de jaren 70 gedempt. 
97 Borgercompagnie, Veendam, Groningen  6.822268  53.112555  Borgercompagnie (Gronings: Börkomnij) is een karakteristiek veenkoloniaal lintdorp in de provincie Groningen in Nederland.
Het dorp Borgercompagnie ligt in drie Groninger gemeentes: Hoogezand-Sappemeer, Menterwolde en Veendam.
Borgercompagnie is in de 17e eeuw ontstaan toen borgers (burgers) uit de stad Groningen hier een veenkolonie stichtten.
In 1647 werd het diep (Gronings: daip = kanaal) gegraven. In 1655 werd de veenborg \"Welgelegen\" gebouwd.
Na de vervening werd het Borgercompagniesterdiep niet goed onderhouden tot het rond 1880 onbevaarbaar was. Daarom werd in dat jaar een speciaal waterschap opgericht, genaamd Kanaalwaterschap voor Borger-en Tripscompagnie voor het onderhoud van sluizen, bruggen en kanaalpanden.
Langs het oorspronkelijke diep staan aan weerszijden boerderijen en huizen. De nummering begint bij 1 in Sappemeer (Borgercompagnie-Noord) en loopt op tot ruim 250 in het vroegere Wildervank (Borgercompagnie-Zuid). Vlak voor de kruising met de Veendammerweg is er aan de oneven kant een uitloper richting de Langeleegte.
Het middengedeelte van het diep is in de jaren 70 gedempt 
98 Borgercompagnie, Wildervank, Groningen  6.83375  53.081765  Borgercompagnie (Gronings: Börkomnij) is een karakteristiek veenkoloniaal lintdorp in de provincie Groningen in Nederland.
Het dorp Borgercompagnie ligt in drie Groninger gemeentes: Hoogezand-Sappemeer, Menterwolde en Veendam.
Borgercompagnie is in de 17e eeuw ontstaan toen borgers (burgers) uit de stad Groningen hier een veenkolonie stichtten.
In 1647 werd het diep (Gronings: daip = kanaal) gegraven. In 1655 werd de veenborg "Welgelegen" gebouwd.
Na de vervening werd het Borgercompagniesterdiep niet goed onderhouden tot het rond 1880 onbevaarbaar was. Daarom werd in dat jaar een speciaal waterschap opgericht, genaamd Kanaalwaterschap voor Borger-en Tripscompagnie voor het onderhoud van sluizen, bruggen en kanaalpanden.
Langs het oorspronkelijke diep staan aan weerszijden boerderijen en huizen. De nummering begint bij 1 in Sappemeer (Borgercompagnie-Noord) en loopt op tot ruim 250 in het vroegere Wildervank (Borgercompagnie-Zuid). Vlak voor de kruising met de Veendammerweg is er aan de oneven kant een uitloper richting de Langeleegte.
Het middengedeelte van het diep is in de jaren 70 gedempt. 
99 Borgertange, Vlagtwedde, Groningen  7.116093635559082  52.93650887061275  Borgertange is een gehucht in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen (Nederland). Het ligt ten zuid-westen van Sellingen. De naam wijst op een zandrug (=tange) in het hoogveen. Borger verwijst naar het vlakbij gelegen gehucht Ter Borg. 
100 Borgerveld, Vlagtwedde, Groningen  7.128903865814209  52.93812540683969  Borgerveld is een gehucht in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen. Het gehucht bestaat uit een aantal verspreide huizen in het veld. De naam verwijst naar de nabijgelegen buurtschap Ter Borg.
Tussen Borgerveld en Ter Borg ligt het natuurgebied Ter Borg, grotendeels eigendom van Staatsbosbeheer. 
101 Borgsweer, Termunten, Groningen  7.01416666666667  53.2980555555556  Borgsweer is een klein dorp in de gemeente Delfzijl in de provincie Groningen in Nederland. Het ligt even ten westen van Termunterzijl, aan de rand van het industrieterrein bij Delfzijl.
Borgsweer ligt op en aan een rechthoekige wierde. Op de wierde staat een eenvoudige kerk uit 1881. Blijkens een gedenksteen uit 1635 heeft er eerder een oudere kerk gestaan.
Het voortbestaan van het dorp werd in de zeventiger jaren van de twintigste eeuw ernstig bedreigd. De uitbreidingsplannen van Delfzijl, waarvoor de dorpen Heveskes en Oterdum zijn opgeofferd, dreigden ook Borgsweer te zullen oplsokken. Door de tegenvallende ontwikkelingen is die bedreiging inmiddels niet meer aan de orde. 
102 Borgweg, Slochteren, Groningen  6.709875  53.178902  Borgweg is een streek in de provincie Groningen in Nederland. De streek behoort gedeeltelijk tot de gemeente Hoogezand-Sappemeer en gedeeltelijk tot de gemeente Slochteren. De gemeentegrens loopt over de Borgweg. De huizen met oneven nummers, en de straat liggen in de gemeente Hoogezand-Sappemeer, en worden meestal gerekend tot het dorp Westerbroek. De huizen met even nummers liggen in Slochteren en horen bij het dorp Scharmer.
De naam Borgweg verwijst naar een borg die hier heeft gestaan. Deze borg, bekend als de borg Tilburg is afgebroken in 1925. De borg werd bewoond door de familie Van Arnhem. Bij de borg hoorde ook een bos, het Van Arnhemsbos, maar ook dat is verdwenen. De familie die als zeer kleurrijk bekend stond heeft haar naam gegeven aan de Van Arnhemslaan die nog wel bestaat. 
103 Bourtange, Vlagtwedde, Groningen  7.19166666666667  53.0066666666667  Bourtange (Gronings: Boertang) is een vestingdorp in de provincie Groningen (Nederland), dat tijdens de Tachtigjarige Oorlog is aangelegd. Bourtange ligt in de gemeente Vlagtwedde, in de streek Westerwolde. Bourtange is kortstondig, tussen 1808 en 1821, een zelfstandige gemeente geweest.
Ontstaan
In 1580, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, volgde de stad Groningen de noordelijke stadhouder Rennenberg in zijn keuze voor Spanje. De stad werd toen bevoorraad vanuit Duitsland, via een weg op de zandrug (tange) die door het Bourtangermoeras voerde.
Om deze bevoorradingsweg te blokkeren gaf Willem van Oranje opdracht op de weg een vesting aan te leggen. Na zijn dood werd het werk voortgezet. In 1594 werd de stad Groningen heroverd, en in 1594 werd de vesting Bourtange onderdeel van de grensverdediging van de drie noordelijke provincies Groningen, Friesland en Drenthe.
De vesting werd onder andere in 1665 verbeterd, en in 1672 toen Bernhard von Galen Groningen aanviel. In 1742 bereikte de vesting de grootste omvang. Doordat het Bourtangermoeras steeds meer verdroogde, en de vuurkracht van geschut groter werd, nam de militaire betekenis van de vesting echter af.
Opheffing
In 1851 werd de vesting officieel opgeheven, en werd Bourtange een agrarisch dorp in Westerwolde. De grachten werden met de aarden wallen gevuld en de militaire gebouwen en percelen werden verkocht.
Reconstructie
Rond 1960 liep het dorp leeg. Bourtange was niet met de tijd meegegaan en was geen plaats waar jongeren zich vestigden. De gemeente Vlagtwedde liet vervolgens de vesting herbouwen in de staat zoals die in 1742 geweest was. Men vindt dus thans bij de grens tussen Duitsland en Nederland (Groningen) een vesting uit vervlogen tijden, die vrijelijk te bezoeken is.
Tegenwoordig
De vesting is tegenwoordig een bruisende toeristische attractie in het noorden van Nederland. Naast de volledig gereconstrueerde vestingwerken vindt men: tal van bezienswaardigheden uit vroegere eeuwen (al dan niet herbouwd), het Marktplein met haar eeuwenoude lindebomen, de vier musea, een aantal winkeltjes en restaurants, een historisch hotel (een aantal kamers beschikt over een bedstee), trouwzaal in het Nieuwe Kruithuis, etc. Voor (school)groepen zijn informatieve, educatieve en actieve programma's in elkaar gezet. In het zomerseizoen organiseert Vesting Bourtange diverse historische evenementen, waaronder het grootste re-enactmentevenement van Nederland: de Slag om Bourtange. 
104 Bouwerschap, Ten Boer, Groningen  6.715953469320084  53.27301513076655  Bouwerschap is een gehucht (streek) in de gemeente Ten Boer.
Het is gelegen aan de oostzijde van het Damsterdiep in de Boltjerpolder, gelegen langs de weg tussen de dorpen Ten Boer en Woltersum. De weg zelf heet Bouwerschapsterweg.
De naam komt van bouwerd, waarschijnlijk in de betekenis bouwland (vergelijk De Bouwerd). De oudste vermelding van de naam in de Bawert is uit 1431. 
105 Boven Pekela, Nieuwe Pekela, Groningen  6.931028705279573  53.0335835895097  Boven Pekela (Gronings: Boven Pekel) is een dorp in de gemeente Pekela in de provincie Groningen in Nederland. Eigenlijk zijn het twee dorpen: Noorderkolonie en Zuiderkolonie, twee evenwijdig aan elkaar liggende streekdorpen aan beide zijden van het Pekelderhoofddiep.
Het voorvoegsel Boven verwijst naar de stroomrichting van de Pekel A. Het veen in dit gebied werd in opdracht van de stad Groningen ontgonnen. Begonnen werd aan de benedenloop van de Pekel A. Daar ontstond in eerste instantie Oude Pekela. Verder stroomopwaarts ontstond aan het Pekelderhoofddiep eerst Nieuwe Pekela. Het Pekelderdiep is feitelijke de gekanaliseerde Pekel-Aa.
Wat nu Boven Pekela is hoorde oorspronkelijk bij Nieuwe Pekela. Rond 1900 waren de beide kolonies aan de bovenloop voldoende gegroeid om een eigen kerk te krijgen. Vanaf dat moment is dit deel van voorheen Nieuwe Pekela bekend als Boven Pekela. 
106 Boven Veensloot, Meeden, Groningen  6.917009353637695  53.12632852882847  Boven Veensloot is een gebiedje in de gemeente Menterwolde in de Nederlandse provincie Groningen. Het ligt iets ten zuiden van Meeden, tussen Korte Akkers en Kibbelgaarn. Boven Veensloot ligt op een restant van een middeleeuwse veendijk. Boven verwijst naar de bovenkant van de sloot. De `veensloot` liep van zuid naar noord, derhalve ligt Boven Veensloot ten zuiden van Beneden Veensloot. 
107 Bovenboer, Nijeveen, Drenthe  6.171611  52.750659  Nijeveense Bovenboer is een gehucht in de Nederlandse provincie Drenthe. Het ligt in de gemeente Meppel, vlak bij Nijeveen. Het gehucht heeft ongeveer 120 inwoners. 
108 Bovenburen, Winschoten, Groningen  7.036164  53.153088  Een straat ten noorden van het centrum met de stadscamping de Burcht. (opm W. de Jong). In bijgaande akte uit 1820 is sprake van Bovenboeren. 
109 Bovensmilde, Smilde, Drenthe  6.481699  52.974520  Smilde is een dorp en de naam van een voormalige gemeente in de provincie Drenthe (Nederland). Het dorp Smilde vormde tot 1998 het centrale dorp van een aantal kleine dorpskernen: Bovensmilde, Smilde, Hijkersmilde, en Hoogersmilde.
Smilde is gesitueerd aan beide zijden van de Drentsche Hoofdvaart, ten zuidzuidwesten van Assen. Het is een typisch voorbeeld van een lintdorp, met een lengte van circa 17 kilometer.
Sinds de gemeentelijke herindeling van 1998 zijn Bovensmilde, Smilde, en Hoogersmilde ingedeeld bij de administratieve gemeente Midden-Drenthe.
Geschiedenis
* Op de grens van Bovensmilde en Veenhuizen ligt het Esmeer, een uitstekend voorbeeld van een pingoruïne, het overblijfsel van een geografische verschijning uit de ijstijd.
* In 1834 scheidden 38 hervormden zich af in navolging van ds. De Cock.
* Jasper Klijn uit Smilde nam omstreeks 1850 het initiatief tot de aanleg van het Oranjekanaal dat aansluit aan de Drentsche Hoofdvaart. Het Drentse dorp Klijndijk is naar hem vernoemd.
* In 1959 werd de televisietoren in Smilde in gebruik genomen. Met een hoogte van 303,5 meter is het de hoogste constructie in het noorden van Nederland.
* De amateurarcheoloog Tjerk Vermaning (geb. 1929, overleden 1987) en zijn vrouw woonden jarenlang in een woonboot in de Drentsche Hoofdvaart, nabij de televisietoren in Smilde. Hij vond veel vuistbijlen uit de steentijd in dit gebied. Zijn vondsten leidden tot veel controverse.
* In 1977 (23 mei) kwamen radicale aanhangers van de beweging Republik Maluku Selatan in het nieuws door de gijzeling van een basisschool in Bovensmilde. Deze gijzeling vond tegelijk plaats met de treinkaping bij De Punt.
* Op 12 oktober 2005, om 18.06 uur, werd een aardbeving waargenomen in de kernen Bovensmilde, Smilde, en Hooghalen. De beving had een kracht van ongeveer 2,5 op de schaal van Richter. In Noord-Nederland worden vaker lichte bevingen gevoeld, die worden veroorzaakt door aardgaswinning in de provincie Groningen. 
110 Bovenstreek, Noorddijk, Groningen  6.604757308959961  53.23816038973229  Bovenstreek is een buurt in de wijk Noorddijk van de stad Groningen in de Nederlandse provincie Groningen. De buurt ligt ingeklemd tussen Beijum in het noorden, Lewenborg in het zuiden en de oostelijke ringweg (N46) in het westen. Bovenstreek telt 233 inwoners (Gronometer 2013) en bestaat uit een woonbuurt (Zilvermeer), Kardinge (waaronder het Sportcentrum Kardinge en de Kardingerplas of het Zilvermeer) en het Wijkpark van Lewenborg.
De Bovenstreek vormde vroeger een steekje ten westen van Noorddijk en ten oosten van het Selwerderdiepje, grofweg tussen de boerderijen Zorgwijk (voormalige borg Ulgersma-Sorgwijk) en Lewenburg (voormalige borg Lewenburg). De huidige buurt werd samen met het Kardingecomplex aangelegd in de jaren '90 van de 20e eeuw. 
111 Braamberg, Onstwedde, Groningen  7.04694444444444  52.9416666666667  Braamberg is een gehucht in de gemeente Stadskanaal in de provincie Groningen. Het gehucht ligt ten noord-oosten van Musselkanaal. Centraal in het gehucht ligt de Braambergsluis in het Ruiten-Aa-kanaal.
Het gehucht is ontstaan op een zandrug in het veengebied. Tegenwoordig wordt het aan de oostzijde begrensd door een kaarsrechte bosstrook die in de jaren '70 van de twintigste eeuw is aangeplant. Die strook vormt tevens de grens tussen Stadskanaal en de gemeente Vlagtwedde
De naam Braamberg verwijst naar een heuvel met brem of braamstruiken. 
112 Breede, Warffum, Groningen  6.539827  53.387575  Breede (provincie Groningen, Nederland) is de naam van een buurtschap dat aan het Noord-Groninger dorp Warffum grenst. Vroeger was Breede onderdeel van de gemeente Warffum, thans behoort het tot de gemeente Eemsmond.
Kerk
De buurtschap heeft een middeleeuws zaalkerkje dat tegenwoordig dienst doet als trouwlocatie en als uitvaartlocatie. Daarnaast vinden er regelmatig concerten, tentoonstellingen en lezingen in het kerkje plaats. Een enkele keer gebruikt de Hervormde Gemeente van Warffum-Breede de kerk voor kerkdiensten. De Hervormde Gemeente heeft naast de kerk een kleine begraafplaats.
Borg
Aan de secundaire weg Warffum-Baflo staat De Breedenborg, een kasteel, dat na brand in de jaren '80 is herbouwd en voor representatieve doeleinden wordt gebruikt door een bekende bouwondernemer. 
113 Briltil, Zuidhorn, Groningen  6.38980507850647  53.242613192303715  De Briltil is een brug (til) over het Hoendiep, even ten westen van Zuidhorn in de provincie Groningen. De brug is genoemd naar de streek de Bril ten noordwesten van de brug.
In de loop van de tijd is er een dorpje ontstaan dat dezelfde naam kreeg. Het dorp Zuidhorn is door sterke groei vanaf de jaren '70 in de vorige eeuw tegen Briltil aangegroeid waardoor er geen scheiding meer is tussen de dorpen Briltil en Zuidhorn. Briltil werd echter geen wijk, maar behield zijn eigen naam (en plaatsnaamborden). Briltil telde 442 inwoners op 1 januari 2008. In 2002 vierde Briltil het 400-jarig bestaan.
Briltil wordt doorsneden door het Hoendiep, dat tot de dertiger jaren van de 20e eeuw de hoofdvaarroute van de stad Groningen naar Friesland was. Hierdoor ontstond bedrijvigheid. Een aantal molens, een scheepswerf en later een belangrijke melkfabriek waren het resultaat. Met het graven van het nieuwe Van Starkenborghkanaal was het Hoendiep niet meer van belang en nam ook de bedrijvigheid in het dorp af. Als laatste is de melkfabriek in 2003 gesloopt en moest plaats maken voor nieuwbouw. Inmiddels heeft de beroepsvaart plaats gemaakt voor de pleziervaart. Deze kan terecht in de jachthaven van Briltil. Verder is het oude Veerhuis in gebruik als steakhouse/dorpshuis.
Bril betekent overigens: drassig land. 
114 Broek, Eenrum, Groningen  6.424055  53.393961  Broek is een gehucht in de gemeente De Marne in de provincie Groningen, Nederland. Broek is gelegen aan de weg van Eenrum naar Kloosterburen. Vanuit Broek loopt ook een weg naar Pieterburen.
Broek is de naamgever van het kanaal het Broekstermaar, waarover de brug (of til) de Broekstertil is gelegen. Op oude kaarten komt de naam incidenteel ook voor als Lutjebroek (lutje = klein).
De plaatsnaam Broek duidt op malse weiden. Dit zijn vruchtbare gronden op de aanslibbingsgronden langs waterlopen. 
115 Broeksterhamrik, Slochteren, Groningen  6.776540  53.233107  Henrica Bruntsema, weduwe Theodori, verkoopt aan Haiko Vinkers en Andijna de Jonge haar eigendomlijke heerd land te Schildwolde, grotendeels door Barelt Arents en deselvs moeder Jantjen Willems te voren gebruikt. Bestaande in 18 akkeren lands onder de behuisinge die er op staat beklemt. Ten noorden het Schildmeer, ten oosten de heer Wijchel, ten zuiden de Zijpe, ten westen Joannes Henriks en andere landen daar tegen anlopende. Bovendien nog 3 kampen over de Zijpe onder Broeksterhamrik groot 12 à 13 deimt de kampen liggen tegen elkaar, zijnde de kerk van Noordbroek eigenaar. Nog vierde halv deimt liggende over de Pawing an de Monnike slood, ook onder de behuisinge beklemt. Tevens worden verkocht een bank in de kerk en een begraafplaats op het kerkhof. Koopsom ƒ 4000. 
116 Bronneger, Borger, Drenthe  6.81527777777778  52.9472222222222  Bronneger is een klein dorp in de gemeente Borger-Odoorn, provincie Drenthe (Nederland). Het ligt ongeveer 18 kilometer ten oosten van Assen.
Bronneger is een dochternederzetting van Drouwen. De betekenis is: heem van de lieden van de persoon Bruno. Om verwarring met Borger te voorkomen is
volgens W. de Vries (1955) Bronger gewijzigd in Bronneger." (Zie ook oude kaart)Wanneer dit gebeurde is onduidelijk.
Ligging
Bronneger is een esdorp, dat waarschijnlijk in de 13e of 14e eeuw als satellietdorp van Drouwen is ontstaan aan de rand van het beekdal van het Voorste Diep, door de vestiging van een boerenfamilie uit Drouwen die daar onvoldoende bestaansmogelijkheden had. Het dorp wordt in 1381 voor het eerst genoemd.
Bronneger behoorde vroeger tot de marke van Drouwen.
Bronneger ligt vlakbij Borger op de oostflank van de Hondsrug. Het landschap rond Bronneger is licht glooiend en heel afwisselend.
Een vijftal hunebedden en het natuurreservaat het Drouwenerzand bevinden zich op loopafstand.
Grootte
Bronneger telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2007 108 inwoners (54 mannen en 54 vrouwen).
Het Voorste Diep
Het Voorste Diep en en Achterste Diep zijn beide voorriviertjes van de Hunze. In de omgeving van Bronneger zijn bij het Voorste Diep de restanten van een watermolen gevonden, die door archeologen gedateerd wordt uit de 11e of de 12e eeuw.
Kanaal Buinen-Schoonoord
Een deel van het Voorste Diep is aan het eind van de jaren twintig van de vorige eeuw gekanaliseerd en werd daarmee onderdeel van het kanaal Buinen-Schoonoord. De aanleg van dit kanaal was een kostbare zaak omdat door het hoogteverschil er in een betrekkelijk kort kanaal vijf sluizen moesten worden aangelegd. De aanleg van dit kanaal was in die tijd een werkverschaffingsproject.
De foto van het Voorste Diep bij Bronneger toont een gedeelte van het niet gekanaliseerde deel vlak na de waterinlaat uit het kanaal.
Noordooster-Lokaalspoorweg
Bij Bronneger bevond zich ook het station "Drouwen" van de Noordooster-Lokaalspoorweg. Deze spoorweg werd in 1905 aangelegd als onderdeel van het traject Emmen-Stadskanaal. In 1938 werd de personenlijn op dit traject opgeheven. Het stationsgebouw werd in de jaren erna afgebroken. Het goederenvervoer over deze lijn heeft nog tot 1964 plaatsgevonden. Nu herinneren alleen de naam 'Spoorstraat' in Bronneger en de restanten van de oude spoorbrug nog aan deze spoorlijn.
Hunebedden
In de omgeving van Bronneger bevinden zich een vijftal hunebedden aan de Steenakkersweg. De archeoloog professor Albert Egges van Giffen heeft onderzoek gedaan naar deze hunebedden. 
117 Bronnegerveen, Borger, Drenthe  6.837495  52.953723  Borger-Odoorn is een gemeente in het oosten van de provincie Drenthe (Nederland). De gemeente telt 26.313 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 278 km².
Overige officiële kernen:
* Bronnegerveen 
118 Bronnerveen, Gieten, Drenthe  6.837436  52.960456  Verder geen gegevens bekend 
119 Brouwerswijk, Dalen, Drenthe  6.656019687652588  52.69494359915674  Brouwerswijk is een veenwijk en straat ten westen en ten oosten van het dorp Nieuwlande (gemeente Hoogeveen) en vormde vroeger de wijk (als kanaal) één geheel met het kanaal in de gemeente Coevorden (tot 1998 in de gemeente Dalen) tussen de wegen Splitting en Wittenberg; doorsnijdt twee keer de weg ('t) Woeste boven Dalerpeel.
Van de 19e eeuwse buurt is anno 2013 weinig meer te vinden. 
120 Brunsting, Beilen, Drenthe  6.5  52.8666666666667  Brunsting (buurtschap in de gemeente Midden-Drenthe) 
121 Bruntinge, Westerbork, Drenthe  6.58333333333333  52.8166666666667  Bruntinge (buurtschap in de gemeente Midden-Drenthe) 
122 Buinen, Borger, Drenthe  6.83333333333333  52.9333333333333  Buinen (Drents: Bunen) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Borger-Odoorn, op de Hondsrug. Buinen telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2007 813 inwoners (429 mannen en 384 vrouwen).
De naam Buinen, in een oudere vorm Bunne, heeft dezelfde betekenis als Bunde en is afgeleid van het Germaanse biwanda, dat afgesloten terrein betekent. De historisch geograaf Theo Spek komt tot een soortgelijke verklaring: Buun of bune verwijst volgens hem naar constructies van vlechtwerk zoals omheiningen. Zowel in Bunne als in Buinen gaat het dan om nederzettingen, die genoemd zijn naar het omheinde stuk land waar de oorspronkelijke nederzetting gevestigd werd.
Buinen is een esdorp op de rand van de Hondsrug en het afgegraven veengebied. Het hoogteverschil loopt op tot dertien meter. Naast de openbare basisschool Buinen, enkele horecagelegenheden en een klein sportpark (2 voetbalvelden) en een gymzaal, heeft het dorp maar een beperkt aantal voorzieningen en is het aangewezen op het veel grotere buurdorp Borger. Buinen heeft wel een actief verenigingsleven. De plaatselijke voetbalclub is VV Buinen. De jeugd speelt in een samenwerkingsverband met VV Buinerveen onder de naam BBC (Buinen Buinerveen Combinatie).
Buinen is goed bereikbaar door de ligging aan de N374. Ook is er een aantal verblijfsaccommodaties te vinden in Buinen.
De omgeving van Buinen wordt gekenmerkt door essen en dalgronden, maar ook veel bos en heide (Buinerveld). Tussen Borger en Buinen liggen twee hunebedden. Om het dorpsgebied heen loopt het Kanaal Buinen-Schoonoord.
Geschiedenis
De bebouwing in het esdorp Buinen bestond in 1850 vrijwel uitsluitend uit boerderijen die aan enkele straten waren geconcentreerd. In vergelijking met andere esdorpen in de gemeente Borger groeide Buinen tot 1940 vrij snel. Dat had te maken met de aanleg van een spoorweg en een haven.
De Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij, met de spoorlijn Zwolle - Stadskanaal, deed ook de bedrijvigheid in Buinen vanaf 1905 sterk toenemen. Behalve een station voor personenvervoer kreeg het dorp een laad- en losplaats voor goederen en vee en een spoorweghaven. Tussen Buinen en Exloo exploiteerde de spoorwegmaatschappij een zandafgraving waar zandwagons met handkracht werden gevuld met zand.
Na de Tweede Wereldoorlog kwam er meer bedrijvigheid in het dorp. Tot 1965 was er aan de Spoorstraat een cartonnagefabriek. Na 1965 werd het fabriekspand gebruikt voor de fabricage van Fasto gasgeisers. Tot 2011 fabriceerde Nefit ter plekke moderne cv-ketels. 
123 Buinermoeras, Borger, Drenthe  6.886628  52.925538  Buinermoeras was de plek waar mijn grootouders bijna hun hele leven lang gewoond hebben. Op de oude kaart is het nog te vinden. Mijn grootouders vertelden altijd dat Cafe Naaijer, hun buren, vroeger een bloeiend bedrijf hadden, maar toen ik jong was, was het al niets meer.
Veel van de arbeiders gingen hun hard verdiende centjes omzetten in een jenevertje om hun sores te vergeten. Ook was er vroeger slechts een zandpad, nu een klinkerweg te vinden. Ook het huisje van mijn grootouders is inmiddels verdwenen en in plaats daarvan staat er nu een bungelow van Jan Super, onze vroegere groenteboer. 
124 Buinerveen, Borger, Drenthe  6.88055555555556  52.9347222222222  Buinerveen is een dorp in de gemeente Borger-Odoorn in de Nederlandse provincie Drenthe. Buinerveen telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2007 431 inwoners (220 mannen en 211 vrouwen). Het ligt tussen Buinen en Nieuw Buinen.
Zoals de naam aangeeft is het een veenkolonie. Anders dan de meeste veenkoloniën is het dorp niet ontstaan langs een kanaal. De eerste vervening in het gebied vond plaats vanuit Buinen, waarbij het gebied per weg, en niet per kanaal werd ontsloten.
Haaks op dit oudste deel van het dorp werd later het kanaal vanaf Nieuw Buinen doorgetrokken. Buinerveen bestaat daardoor uit twee haaks op elkaar staande straten met lintbebouwing. 
125 Buinerveld, Borger, Drenthe  6.819977760314941  52.91464996102348  De omgeving van Buinen wordt gekenmerkt door essen en dalgronden, maar ook veel bos en heide (Buinerveld). Tussen Borger en Buinen liggen twee hunebedden. Om het dorpsgebied heen loopt het Kanaal Buinen-Schoonoord. 
126 Buitenstreek, Meeden, Groningen  6.94636344909668  53.13319847126808  Bovenstreek is een gehucht aan de gelijknamige doodlopende weg in de polder Oosterbovenlanden ten zuidoosten van Meeden in de gemeente Menterwolde in de Nederlandse provincie Groningen. Het bestaat uit een vijftal boerderijen en huizen. In het verleden hebben hier meer huizen gestaan, maar deze zijn in de loop van de 20e eeuw gesloopt, onder andere in het kader van de ruilverkaveling Meeden-Westerlee.
Iets zuidoostelijker ligt onder Westerlee nog een gehucht Bovenstreek, dat behoort tot de gemeente Oldambt. 
127 Bult, Bellingwolde, Groningen  7.143600  53.155573  Verder geen gegevens bekend 
128 Bunne, Vries, Drenthe  6.533070  53.117990  HET "HUIS TE BUNNE"
Omstreeks 1145 werd op initiatief van de bisschop van Utrecht halverwege Donderen en Peize te Bunne een burcht met een bierbrouwerij en een kapel gebouwd. Het geheel werd omringd door een brede gracht.
In 1272 werd de burcht aan de Duitse Orde geschonken, een geestelijke ridderorde, die zich inzette voor het houden van kruistochten naar het Heilige Land en voor het bekeren van de heidenen in Pruisen en Lijfland. De ridders waren vaak afwezig, waardoor de burcht - ook wel de "11e Kommanderij van het Duitsche Huis van de Heilige Maria" genoemd - in verval raakte. In 1560 lieten de edelen de burcht wegens aanzienlijke schulden zelfs onbeheerd achter. Daarna werd de Kommanderij het "Huis te Bunne" genoemd.
In de 18e eeuw werd het een boerenwoning. In 1750 was Jan Wolters, de schulte van Vries, eigenaar van het huis, "een olde getimmerde beneden en opkamer, keuken, agterhuis en hoyvakken". In 1780 kocht Abel Jans (nr 76 in de kwartierstaat Hartlief) het Huis te Bunne. Daarna was het eigendom van diens zoon Hendrik Abels Ebels. Het huis is 154 jaar in het bezit van de familie gebleven; in 1934 werd het verkocht aan de familie Hofstee.
Over het huis bestaan diverse mondelinge overleveringen. Zo zou zich onder de gedempte gracht nog steeds een "loden schip" bevinden, dat in de middeleeuwen als windwijzer op de burcht moet hebben gestaan. Op 28 april 1646 zou in het Huis te Bunne een zekere Hendrick Huysinge uit Bonnen bij Gieten zijn beroofd en vermoord. Zijn bloed was tegen de muur gespat en wilde niet verdwijnen, zelfs als men een nieuwe laag kalk aanbracht. Daarom durfde later niemand meer in deze spookkamer te slapen. 
129 Burgemeester Beinsdorp, Vlagtwedde, Groningen  7.0789289474487305  52.8613082077578  Burgemeester Beinsdorp, ook wel kortweg BB-dorp genoemd, is een wijk in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen. Het ligt bij de zevende verlaat in het Stadskanaal, dat ter plekke ook wordt aangeduid als Ter Apelkanaal. De wijk is vernoemd naar de toenmalige burgemeester Fredrik Adolf Beins van de gemeente Vlagtwedde.
In 1925 werd een bescheiden begin gemaakt met de bouw van de arbeiderswijk nabij Ter Apel voor de huisvesting van arbeiders uit onbewoonbaar verklaarde woningen, woonwagens en woonschepen uit onder andere de buurt van Barnflair. Het was in die jaren niet ongebruikelijk om een nieuwe wijk met "dorp" aan te duiden (zie ook Agodorp). In de omgeving lagen de laatste heidevelden van Westerwolde die in de crisisjaren werden ontgonnen in het kader van de werkverschaffing. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd de wijk afgebouwd.
Bij de zevende verlaat staan een gave brugwachterswoning en een gave sluiswachterswoning uit 1875.
Externe link
http://www.bbdorp.nl 
130 Busselte, Havelte, Drenthe  6.207919120788574  52.76559499685215  Busselte is een buurtschap in de gemeente Westerveld in de provincie Drenthe.
Het ligt op de zuidelijke helling van de Bisschopsberg, ten westen van Havelte, dichtbij de A32. 
131 Carel Coenraad Polder, Finsterwolde, Groningen  7.116188  53.237266  De Carel Coenraadpolder is de meest noordoostelijk gelegen polder van Nederland.
De Carel Coenraadpolder dateert van 1924 en ligt in de gemeente Reiderland (provincie Groningen). De polder is evenals andere Dollardpolders zeer vruchtbaar. Met name suikerbieten, graan en aardappelen worden hier verbouwd.
Meest kenmerkend voor het gebied is het grote verschil in welvaart van de bewoners. In de omgeving van Beerta en Finsterwolde zijn en waren grote tegenstellingen tussen herenboeren en landarbeiders, zoals blijkt uit het contrast tussen de herenboerderijen met hun parkachtige slingertuin en de zeer kleine landarbeidershuisjes. 
132 Coehoorn, Westerbork, Drenthe  6.712107538478449  52.85407418374222  Er zal hier vroeger meer bewoning zijn geweest maar ik kan er nu niets meer over vinden. Toch als ik google kom ik veel mensen tegen die aldaar geboren of gestorven zijn. 
133 Coevorden, Drenthe  6.7409491539001465  52.66215968841365  Coevorden (Drents: Koevern) is een stad en gemeente in het zuid-zuidoosten van de provincie Drenthe in Nederland. De gemeente telt 36.043 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 300 km² (waarvan 2,81 km² water).
Geschiedenis
Ontstaan
Op 26 november 944 schonk keizer Otto I van het Heilige Roomse Rijk "het recht van foreest" (het jachtrecht) in de Pagus Thriente aan Bisschop Balderik van Utrecht. Hiermee kwam de regio onder bestuur van het Utrechtse bisdom.
De eerste vermelding van de plaatsnaam vind men in 1036, in de naam van Fredericus van Coevorden. De eerste schriftelijke vermelding (op een oorkonde) van Koevoorde (een plaats waar boeren hun koeien door een doorwaadbare plek in een rivier dreven) dateert van 1148.
In 1141 wordt door Bisschop Hartbert van Bierum diens broer Ludolf bekleedt met de erfelijke waardigheid van burggraaf (kastelein) van Coevorden. Daarmee heeft Hartbert een trouwe vazal, wellicht zelfs een stroman die het gebied bestuurt. Nadat Hartbert in 1150 overlijdt wordt de binding tussen het bisdom Utrecht en de Stadt en Heerlickheyt Coevorden snel minder sterk, de zonen en opvolgers van Ludolf, Rudolf en Volker gedragen zich als onafhankelijke heren. In 1182 leidt dit tot een belegering van de motte door bisschop Boudewijn II van Holland, waarbij de stad grotendeels wordt verwoest. Als nieuwe kasteelheer wordt door de bisschop graaf Otto van Bentheim aangesteld. De Heren van Coevorden (Rudolf en Volkert) en graaf Otto zullen elkaar de heerschappij nog vele jaren betwisten. Tussen 1186 en 1192 wordt opnieuw oorlog gevoerd, waarbij Rudolf in gijzeling wordt genomen. Volker weet intussen het kasteel te veroveren (met daarin het gezin van Otto), en daarmee staan de heren voldoende sterk om de macht op te eisen. Rudolf wordt erkend als burggraaf van Coevorden. Volker vestigt zich in Ansen.
Coevorden ligt strategisch op de route van Groningen naar Münster, wat de stad tot een welvarende vestingstad maakte. De in 1215 gewijde bisschop van Utrecht Otto II van Lippe besloot de aanspraken van het bisdom op het gebied te verstevigen, niet in de laatste plaats om zijn inkomsten uit het gebied veilig te stellen, danwel te vergroten. Otto stuit echter op grote tegenstand, omdat de boeren hun heer Rudolf II steunen. Een en ander wordt uitgevochten in de slag bij Ane, waarbij Otto het leven verliest en de Drentse boeren onder commando van Rudolf een klinkende overwinning behalen.
Na de dood van Otto van Lippe wordt Wilbrand van Oldenburg tot bisschop gewijd, en ook Wilbrand trekt ten strijde tegen de opstandige Drenten, waarbij hij de hulp van de Friezen inroept. Maar ook deze slag wordt door de Drenten gewonnen. In een latere slag, bij Peize, worden de Drenten uiteindelijk verslagen, en wordt burggraaf Rudolf onder valse voorwendselen naar het kasteel van Hardenberg gelokt. Hij wordt gevangen genomen, gemarteld en vermoord op 25 juli 1230.
Het is dus zelden koek en ei tussen de bisschoppen en de kasteleins en de vraag is of dit iets te maken had met de verhuizing in 1258 van het Sancta Maria de Campe- of Mariënklooster van Coevorden naar een dekzandrug op een plaats waar nu het centrum van Assen ligt.
In 1288 komt een kleinzoon van Rudolf weer aan de macht, en wordt het kastelijnschap van de van Coevordens hersteld. Reinoud van Coevorden is een zoon van Eufemia, de dochter van Rudolf II, en van Hendrik van Borculo. Reinoud wordt de stamvader van een reeks sterke heren van Coevorden, een dynastie die tot 1402 zal voortduren. Het machtsgebied zal zich uitbreiden tot Borculo, Diepenheim, Lage (Duitsland) en Selwerd. Ze verwerven het muntrecht en beheersen de rechtspraak in Drenthe.
Pas tegen het einde van de 14e eeuw maakte bisschop Frederik van Utrecht een einde aan de strubbelingen door het opheffen van de erfelijkheid van het kasteleinschap van Coevorden. Frederik maakt daarbij handig gebruik van de onrust onder de bewoners van het gebied, Reinoud heeft zich niet populair gemaakt met onrechtmatige belastingen en andere wandaden. In 1395 trekt Frederik ten strijde tegen de heer van Drenthe, maar anders dan bij de slag bij Ane kan Reinoud niet rekenen op de steun van de boeren. Frederik wordt door de notabelen van Coevorden erkend als landsheer, en zo komt Reinoud alleen te staan in de strijd. Op 4 april 1402 doet hij afstand van al zijn rechten, en de Van Coevordens trekken zich terug op hun bezittingen in Twente en de Achterhoek.
De stad kreeg in 1408 stadsrechten.
Gelre
Aan het begin van de 16e eeuw werden zowel de Kapel van Hulsvoort als de Nieuwe Kerk in Coevorden verwoest. De stad viel in 1518 in handen van Rudolf van Munster, echter in 1522 werd de stad heroverd door de Geldersen, onder bevel van Johan van Selbach. Selbach bestuurde daarna alle oostelijke gebieden, waaronder Overijssel en Drenthe tot aan de Groningse zeekust. Hij zou tot 1536 (het einde van Karel van Gelre's heerschappij) kastelein van Coevorden, en drost van Drenthe blijven.
Selbach zorgde voor versterking van de fortificaties, maar moest daarnaast zorgen voor voldoende belastinginning voor Gelre's hertog. Dat laatste viel hem niet mee, niet alleen omdat Drenthe geen rijke provincie was, maar zeker ook omdat de Drenten zich niet graag voegden naar Gelders gezag. In een brief uit 1536 beroept Selbach zich dan ook op overmacht, wegens de armoede van "uwer vorstelijke genade onderzaten des lands van Drente".
In datzelfde jaar 1536 werd Selbach gedwongen het kasteel en de vesting over te dragen aan Georg Schenck van Tautenburgh, Karel V's legeraanvoerder in de regio.
Spaans beleg en herbouw van de stad
Coevorden werd in de periode van 1581 tot 1592 belaagd door de Spanjaarden, wat begon met de Elfdaagse belegering in september 1581 onder leiding van George van Lalaing, de graaf van Rennenberg. Toen Maurits van Oranje in 1592 de Spanjaarden wist te verdrijven werd de stad grotendeels door de Spanjaarden afgebrand. Onder leiding van Francisco Verdugo trachtten de Spanjaarden de stad opnieuw in te nemen, maar dat kon door het leger van Prins Maurits worden voorkomen.
Coevorden moest dus geheel opnieuw opgebouwd worden. De nu nog bestaande historische gebouwen en vestingwerken, stratenstructuur en de stervormige stadsgracht dateren dan ook grotendeels uit het einde van de 16e en het begin van de 17e eeuw. De vestingwerken werden ontworpen door Menno van Coehoorn.
Münster
Op 30 juni 1672 werd Coevorden veroverd door de Bisschop van Münster, maar werd al weer snel daarna bevrijd door de Staatsen in opdracht van goeverneur Carl von Rabenhaupt. De Bisschop gaf het echter niet op, en onder leiding van Bommen Berend werd Coevorden in 1673 belegerd. Berend deed een poging Coevorden onder water te zetten door een dijk te bouwen in de Vecht bij Gramsbergen, de Coevordenaren werden echter door een zware storm, waardoor de dijk brak, net op tijd gered van de verdrinkingsdood.
Periode van verval
In de 18e eeuw kwam de bevolkingsgroei tot stilstand. Coevorden was in die periode een doorgangsplaats voor turfschippers, die hun lading vanuit de Duitse en Oost-Drentse gebieden naar het westen van Nederland vervoerden. Deze functie van de binnenhaven van Coevorden verviel toen het veen was afgegraven. Als relatief grote stad had Coevorden nog wel een belangrijke regiofunctie, die echter langzamerhand door Emmen werd overgenomen.
Historische feiten van deze periode zijn het ijzerkoekenoproer en de stichting van de Joodse Gemeente in Coevorden.
Franse overheersing
In 1795 werd Coevorden door de Fransen ingenomen, een periode die tot 1814 zou voortduren. Het Franse leger werd als bevrijdingsleger ontvangen, de patriotten hadden voldoende steun opgebouwd en de trouw aan Oranje was niet al te groot. De Coevorder magistraat had patriot Berend Slingenberg benoemd tot secretaris, dit voorkwam echter niet dat de magistraat werd afgezet. Slingenberg werd secretaris van het Comittée Revolutionair, en werd in 1811 Maire (burgemeester) benoemd.
De Fransen lieten na de troonsafstand van Napoleon de stad in 1814 in desolate staat achter, 43 huizen, 20 schuren en 2 molens werden in een brand verwoest, met een totale schade van 76.000 gulden.
Na de Tweede Wereldoorlog
Ook na de oorlog bleef Emmen de groei doormaken naar de belangrijkste stad in de regio, en diverse bedrijven en instellingen verhuisden van Coevorden naar Emmen. Pas in de jaren 80 en 90 kwam Coevorden weer wat beter op de kaart te staan, met de komst van diervoederbedrijf IAMS, en de aanleg van een NAVO depot. Dat depot is inmiddels in gebruik bij het Nederlandse leger.
Met het Europark, waarvan de bouw midden jaren 90 werd gestart, en dat voor een deel op Duits grondgebied wordt aangelegd, wil Coevorden de industrie en het bedrijfsleven in de regio een nieuwe impuls geven. Met dit park wil men een belangrijke schakel worden in het vervoer van goederen tussen west Nederland en het oosten en noorden van Europa.
In 1998 werd in het kader van de gemeentelijke herindeling die in Drenthe plaatsvond, het grondgebied van de gemeente uitgebreid met de voormalige gemeenten Dalen, Oosterhesselen, Sleen en Zweeloo. 
134 Compascuum, Emmen, Drenthe  7.070942  52.787087  Het compascuum (soms: compascuüm) betekent gemeenschappelijke weide en beslaat het gebied globaal gelegen tussen Ter Apel en Zwartemeer.
Het gebied was omstreden na de meting van 1615 toen een grens tussen de provincies Drenthe en Groningen door het veengebied werd vastgesteld. Beide provincies meenden er aanspraak op te kunnen maken.
In 1630 besliste stadhouder Ernst Casimir dat het gebied gemeenschappelijk zou zijn. Het kreeg toen de Latijnse naam compascuum (van com = samen en pascua = weidegrond) .
Pas in 1817 werd het gebied definitief Drents.
In het gebied liggen twee dorpen die in naam herinneren aan de gemeenschappelijkheid: Emmer-Compascuum en Barger-Compascuum.
Het gebied en de plaatsen worden ook wel aangeduid met de verkorte naam compas. 
135 d' Olde Dijck, Noordbroek, Groningen  6.916533  53.187373  Kennelijk de oude dijk, waar nu nog maar een huis staat. 
136 Dalen, Drenthe  6.756480  52.698977  Dalen, Drents: Daolen) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Coevorden, ten noorden van de stad Coevorden. Op 1 januari 2004 had het ongeveer 3470 inwoners.
Door de grootte heeft het een uitbundig verenigingsleven en veel winkels en bedrijven. In gemeenschapshuis De Spinde bevinden zich een bibliotheek, een VVV-kantoor en de afdeling Ruimtelijke Ordening van de gemeente Coevorden.
Geschiedenis
De naam Dalen komt voor het eerst voor in een lijst van opbrengsten aan het kapittel van de Dom in Utrecht uit 1225. De oudste officiële oorkondes, waarin de naam Dalen werd vermeld, dateren uit 1276. Het opdiepen van deze oude oorkondes heeft er toe geleid dat Dalen in het jaar 1976 op grootse wijze haar 700-jarig bestaan vierde, onder aanvoering van de toenmalige en jongste burgemeester van Nederland (28 jaar), Ivo Opstelten, thans burgemeester van Rotterdam. De oude oorkondes vermelden dat in het jaar 1276 Hindricus van Borculo, burggraaf van Coevorden, uitspraak moest doen in een geschil tussen het klooster van Assen en de ingezetenen van Dalen.
Vele eeuwen heerste er echter rust in Dalen. Zo nu en dan werd de rust verstoord, wanneer soldaten het dorp naderden, zoals in de Spaanse oorlog en tijdens de inval van de Munsterse troepen. Met name in het begin van de 19e eeuw veranderde dit rustige beeld. Het feit dat de vesting Coevorden nabij Dalen lag, was er de oorzaak van, dat de Dalenaren nogal eens bij de strijd werden betrokken. De vesting Coevorden was zelf een van de laatste bolwerken, die op de Fransen werden heroverd en dat hebben de inwoners van Dalen geweten. Omdat alle toevoer naar Coevorden was afgesloten, bleef de Fransen niets anders over dan uitvallen te doen, te stropen en te plunderen. Dalen is van deze stroop- en plundertochten meerder malen het slachtoffer geweest en heeft veel geleden van het oorlogsgeweld in die tijd. In 1816, vlak na de Franse tijd, dreigde het vuur Dalen met de grond gelijk te maken. Een zware brand verwoeste 7 woonhuizen en 12 schuren.
Brouwerswijk is een veenwijk en straat ten westen en ten oosten van het dorp Nieuwlande (gemeente Hoogeveen) en vormde vroeger de wijk (als kanaal) één geheel met het kanaal in de gemeente Coevorden (tot 1998 in de gemeente Dalen) tussen de wegen Splitting en Wittenberg; doorsnijdt twee keer de weg ('t) Woeste boven Dalerpeel.
Van de 19e eeuwse buurt is anno 2013 weinig meer te vinden.
Brouwerswijk is een veenwijk en straat ten westen en ten oosten van het dorp Nieuwlande (gemeente Hoogeveen) en vormde vroeger de wijk (als kanaal) één geheel met het kanaal in de gemeente Coevorden (tot 1998 in de gemeente Dalen) tussen de wegen Splitting en Wittenberg; doorsnijdt twee keer de weg ('t) Woeste boven Dalerpeel.
Van de 19e eeuwse buurt is anno 2013 weinig meer te vinden.
Brouwerswijk is een veenwijk en straat ten westen en ten oosten van het dorp Nieuwlande (gemeente Hoogeveen) en vormde vroeger de wijk (als kanaal) één geheel met het kanaal in de gemeente Coevorden (tot 1998 in de gemeente Dalen) tussen de wegen Splitting en Wittenberg; doorsnijdt twee keer de weg ('t) Woeste boven Dalerpeel.
Van de 19e eeuwse buurt is anno 2013 weinig meer te vinden.
Brouwerswijk is een veenwijk en straat ten westen en ten oosten van het dorp Nieuwlande (gemeente Hoogeveen) en vormde vroeger de wijk (als kanaal) één geheel met het kanaal in de gemeente Coevorden (tot 1998 in de gemeente Dalen) tussen de wegen Splitting en Wittenberg; doorsnijdt twee keer de weg ('t) Woeste boven Dalerpeel.
Van de 19e eeuwse buurt is anno 2013 weinig meer te vinden. 
137 Dalerveen, Dalen, Drenthe  6.810407638549805  52.69552880253609  Station Dalerveen is een voormalig spoorwegstation in Dalerveen, het lag aan de spoorlijn Zwolle – Stadskanaal. De geografische verkorting is Dlv.
Het station werd op 1 november 1905 geopend, en werd op 15 mei 1938 gesloten. Het station had een laag puntdak met een dwarstaande vleugel. De architect van het stationsgebouw was Eduard Cuypers. 
138 Dallingeweer, Termunten, Groningen  7.068736553192139  53.290341104986105  Dallingeweer is een gehucht in de gemeente Delfzijl in de provincie Groningen. Het ligt ten oosten van Termunten, even onder Fiemel.
De oudste vermelding van het gehucht, als Dallynkwer, stamt al uit 1441. Tegenwoordig is het nog slechts een losse boerderij en een verdwaald huis. Bekendste inwoner van het gehucht is Lenie 't Hart. 
139 Darp, Havelte, Drenthe  6.202983856201172  52.7746942164019  Darp is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Westerveld, met ongeveer 550 inwoners (1 januari 2004). De naam Darp betekent (gewoon): dorp.
Darp is een klein esdorp ten westen van Havelte, waar het tot 1 januari 1998 gemeentelijk deel van uitmaakte. Het ligt aan de rand van het bos, waarin zich de Bisschopsberg bevindt. Deze heuvel is een belangrijk punt in de geschiedenis van Drenthe.
Darp heeft wat kleinschalige nieuwbouw. Behalve een openbare basisschool, een buurthuis en een café zijn er geen voorzieningen aanwezig. Er is een voetbalvereniging, een dartvereniging, een biljartvereninging, een linedancegroep..enz
Ten oosten van Darp bestaat het landschap uit essen, ten westen ervan ligt het 450 hectare grote bos- en heidegebied Havelte-West, dat een militair oefenterrein van de Landmacht is. Ten noorden van dat gebied ligt op de grens van Drenthe en Overijssel de Johannes Postkazerne, het grootste legerkamp in Noord-Nederland. De kazerne heeft als adres de Johannes Postweg in Darp.
In 2007 leidde een conflict rond de openbare basisschool van Darp tot een politieke crisis, die uiteindelijk het vertrek van het volledige college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westerveld tot gevolg had.
Amerikaanse basis
Op de grens van Darp en Havelterberg zijn overblijfselen te vinden van een Amerikaanse nucleaire basis. Een wachttoren dient als herinneringsmonument.
Tussen 1961 en 1992 lagen hier nucleaire raketkoppen opgeslagen voor de Nederlandse veldartillerie. Eerst lagen er koppen voor de 'Honest John'-raket, later voor de 'Lance'-raket. De Lance-raket kon worden voorzien van de W70-kernkop (neutronenbom). In 't Harde was een soortgelijke wapenopslag (SAS Doornspijk).
De totale kracht van het arsenaal op de basis was plm. 80 maal groter dan de bom op Hiroshima.
De binnenste ring van de basis werd bewaakt door Amerikaanse militairen, de buitenste ring door Nederlanders (van 434 Cie. Van Heutsz). Bij dreiging mocht met scherpe munitie worden geschoten.
De kernkoppen werden onderhouden en bewaakt door 8th U.S. Army Field Artillery Detachment (8th USAFAD). Het daadwerkelijk afvuren van de koppen werd overgelaten aan de afdelingen Veldartillerie van de Joh. Postkazerne te Havelte (w.o. 129 Afdva). Alles rondom de basis vond uiteraard in het diepste geheim plaats.
Er werd door de vredesbeweging veel en vaak geprotesteerd aan de poorten van de basis, o.a. door de groepen "Steen wijkt" en de Werkgroep Anti Atoom Koppen Steenwijk (WAAKS). 
140 De Bruil, Vlagtwedde, Groningen  7.109098434448242  52.87613654989117  Vlagtwedde (inwoners per 1 januari 2007: 16.589, bron: CBS) is een gemeente in Noord-Nederland, in de provincie Groningen in de streek Westerwolde. De gemeente beslaat een oppervlakte van 170,30 km² (waarvan 1,24 km² water). Het gemeentehuis staat in Sellingen.
De gemeente Vlagtwedde omvat de volgende plaatsen: Abeltjeshuis, Bakovensmee, Barnflair, Borgertange, Borgerveld, Bourtange, Burgemeester Beinsdorp, De Bruil, Ellersinghuizen, Hanetange, Harpel, Hasseberg, Hebrecht, 't Heem, Jipsingboermussel, Jipsingboertange, Jipsinghuizen, Lammerweg, Laude, Lauderbeetse, Laudermarke, Lauderzwarteveen, Leemdobben, De Maten, Munnekemoer, Over de Dijk, Overdiep, Pallert, Plaggenborg, Poldert, Renneborg, Rhederveld, Rijsdam, Roelage, 't Schot, Sellingen, Sellingerbeetse, Sellingerzwarteveen, Slegge, Stakenborg, Stobben, Ter Apel, Ter Apelkanaal, Ter Borg, Ter Haar, Ter Walslage, Ter Wisch, Veele, Veerste Veldhuis, Vlagtwedde Vlagtwedder-Barlage, Vlagtwedder-Veldhuis, Weende, Weenderveld, Weite, Wessingtange, Wollingboermarke, Wollinghuizen, Zandberg (gedeeltelijk), Zuidveld.
Een bruul (ook wel bril, bruel of bruil) duidde oorspronkelijk een afgepaald gebied aan. Later bedoelde men er een braakliggend en vaak moerassig stuk land mee, meestal met houtgewas begroeid. In de Kempen werd vaak ook gewoon een wei die dicht tegen de bebouwing lag aangeduid met "bruul".
Het woord gaat terug op een middeleeuws Latijns woord brogilio, dat waarschijnlijk van Keltische oorsprong is.
De term komt in het Nederlandse taalgebied in verschillende regionale vormen voor: bruul, bruil, broel, en waarschijnlijk ook brogel en breugel. Het is een onderdeel van verschillende plaatsnamen, bijv. de Broeltorens in Kortrijk, de Bruul in Mechelen. Bij Groningen ligt achter het Stadspark een streek met de naam Bruilweering (wering = dijk).
Het Latijnse woord brogilio is ook in het Duits (brühl, bühel) overgenomen, evenals in het Frans (broglie, breuil) en komt ook in die talen in plaatsnamen voor. 
141 De Groeve, Zuidlaren, Drenthe  6.6775  53.1094444444444  De Groeve is een plaats in de gemeente Tynaarlo in de Nederlandse provincie Drenthe. De Groeve heeft 450 inwoners (31 december 2004).
Het dorp is gelegen aan de plek waar de Hunze uitmondt in het Zuidlaardermeer. Groeve is afgeleid van "graven", een gegraven watergang. De naam is een verwijzing naar het Havenkanaal dat net buiten het dorp uitmondt in de (gekanaliseerde) rivier. Dit kanaal is de vaarverbinding van het meer met het dorp Zuidlaren.
Het dorp ligt ongeveer 1 km van de grens (de Semslinie) met de provincie Groningen. De bebouwing langs de weg naar Hoogezand loopt min of meer door. De bebouwing in Groningen heeft de naam Wolfsbarge. 
142 De Haar, Assen, Drenthe  6.535833  52.9675  De Haar is een buurtschap behorend tot de gemeente Assen, provincie Drenthe (Nederland).
Geografie
De buurtschap is gelegen ten zuidwesten van Assen. In deze buurtschap ligt ook het TT-Circuit Assen.
Trivia
De toevoeging 'haar' betekent: hoge rug in het landschap begroeid met grassen en struikgewas. 
143 De Haar, Marum, Groningen  6.224314304229665  53.131337503098024  De Haar is een streek en een buurtschap in de gemeente Marum in de provincie Groningen. De Haar is een lintbebouwing van boerderijen langs de Haarsterweg, tussen het dorp Marum en Frieschepalen in de gemeente Opsterland (Friesland).
De naam betekent hoogte. Het gebied is dan ook enigszins geaccidenteerd, opvallend in het vrijwel vlakke karakter van de verdere gemeente. Feitelijk hoort het landschappelijk bij de Friese wouden.
In de Tweede Wereldoorlog hebben de Duitsers zestien bewoners uit De Haar standrechtelijk doodgeschoten in het nabijgelegen bos van Trimunt als represaille voor een verzetsdaad tijdens de April-meistaking in 1943. Onder de slachtoffers ook een jongen van 13 jaar. Tussen 2000 en 2004 was er een asielzoekerscentrum gevestigd in De Haar waar 400 asielzoekers onder werden gebracht.
Tussen de boerenbedrijven aan De Haar bevindt zich de grootste champignonkwekerij van Europa 
144 De Haar, Odoorn, Drenthe  6.869051456451416  52.889434742010195  Geen verdere informatie beschikbaar. 
145 De Haar, Sleen, Drenthe  6.80717338294221  52.69991058730223  De Haar is een buurtschap, die sinds 1998 tot de gemeente Coevorden behoort. Tot de gemeentelijke herindeling van 1998 lag het binnen de gemeente Sleen. Het ligt tegen de noordzijde van het dorp Dalerveen. 
146 De Hilte, Gieten, Drenthe  6.82805555555556  53.0380555555556  De Hilte is een klein buurtschap in de gemeente Aa en Hunze. Het ligt tussen Eexterveen en Gieterveen, direct naast de N33.
Het buurtje is in feite een voorloper van het dorp Gieterveen. De Hilte ligt in de gemeente Aa en Hunze (Drenthe)|Gieten, 
147 de Houw, Leens, Groningen  6.363510489354667  53.36130074409513  De Houw is een buurtje in de gemeente De Marne in de provincie Groningen. Het ligt halverwege Ulrum en Leens. De Houw ligt op een oude kwelderwal die zich in de vroege Middeleeuwen heeft gevormd. Vanaf de negende eeuw werden er op de kwelderwal wierden opgeworpen. Twee daarvan liggen bij De Houw.
De naam komt waarschijnlijk van het Oudfries Howa, dat hoeve of aandeel daarin zou betekenen. Dat zou er op wijzen dat het oorspronkelijk een buitengebied van Ulrum is geweest.
Bij De Houw staat de vroegere grenspaal tussen de oude gemeenten Leens en Ulrum. Deze paal is de oude kaak die vroeger in Leens stond op de kruising van de Wilhelminastraat met de Hoofdstraat. Nadat de kaak landelijk werd afgeschaft in 1854 liet de Ulrumse burgemeester Bazuin die op De Houw woonde de paal hierheen verplaatsen als grenspaal. Op de paal staat het gedicht 'k Ben hier geplaatst, / Aanschouw mij niet / Als Strafpaal, / Maar als een limiet., dat werd geschreven door de Leenster schoolmeester Jakob Pieters Beukema. De paal vormt nu een rijksmonument. 
148 De Kiel, Sleen, Drenthe  6.747058250984992  52.86025095148758  De Kiel is een plaats in de gemeente Coevorden, provincie Drenthe (Nederland). Het is ongeveer 2 km ten noorden van Schoonoord gelegen.

De plaats dankt zijn naam aan het kielvormige "kruispunt" van enkele wegen. Op dit punt was een "zevenlandenpunt", waar zeven boermarken bij elkaar kwamen. Op dit punt staat de Zevenmarkensteen.

De Kiel is de noordelijkste plaats van de gemeente. 
149 de Klencke, Oosterhesselen, Drenthe  6.746034622192383  52.76308909951332  De Klencke is een havezate nabij de plaats Oosterhesselen in de Nederlandse gemeente Coevorden. Het landgoed omvat naast de havezate een vijftal boerderijen met ongeveer 200 hectare land. In 1961 is het landgoed door de toenmalige eigenaresse, mevrouw Goddard-van der Wijck, nagelaten aan de Vereniging Natuurmonumenten. De havezate en het bijbehorende bouwhuis zijn in 1976 gerestaureerd.
Naam
Waarschijnlijk wijst de naam Klencke op een ondiepte in het Drostendiep: in de bocht van deze beek liggen zowel de havezate, als het gelijknamige gehucht.
Geschiedenis
De havezate is eeuwenlang in handen geweest van de familie Clenke (ook: Clinke). In 1698 werd het een door de ridderschap van Drenthe erkende havezate. De bewoners beschikten daardoor over diverse rechten, onder andere het collatierecht om de plaatselijke predikant, koster en onderwijzer te mogen benoemen. Na 1792 verkreeg baron Haro Caspar von Inn und Kniphausen de havezate in eigendom, via zijn schoonzoon zou het overgaan naar de familie Van der Wijck. Zowel Von Inn en Kniphausen als zijn schoonzoon Derck van Wijck behoorden tot de patriottische beweging. In de twintigste eeuw kreeg de havezate een andere bestemming. In de jaren dertig werden er een jeugdherberg en een tehuis van de geheelonthouding in ondergebracht. Ook diende het in de crisistijd als onderkomen voor werklozen. In de Tweede Wereldoorlog diende het enige tijd als bordeel. En na de Tweede Wereldoorlog kreeg het een sociaal-culturele bestemming en heeft het jarenlang dienst gedaan als vormingscentrum van de Nederlandse Hervormde Kerk. De havezathe wordt thans weer particulier bewoond. 
150 De Lethe, Bellingwolde, Groningen  7.190680503845215  53.11638988862652  De Lethe (Gronings:Laite) is een buurt in de gemeente Bellingwedde in het oosten van de provincie Groningen. De buurt ligt ten oosten van Bellingwolde, tussen het B.L. Tijdenskanaal en de grens met Duitsland. Het gehucht wordt tegenwoordig omgeven door een natuurgebied.
De verdedigingswerken van de Lethe
In de Franse tijd werden er in 1797 twee verdedigingswerken aangelegd: een redoute (een kleine veldschans) en iets noordelijker een redanvormige flèche (een open veldwerk met uitspringende hoeken). Beide schansen waren door middel van een dijk verbonden (de Soldatendijk). In de praktijk zijn deze werken voornamelijk gebruikt bij de bestrijding van smokkelarij in de grensstreek met Duitsland. Toen in 1870 bij Koninklijk Besluit de vestingen in Nederland werden opgeheven verloren ook deze verdedigingswerken hun oorspronkelijke functie. In het kader van een ruilverkavelingsproject zijn in 1984/1985 de oude verdedigingswerken weer zichtbaar gemaakt in het landschap. 
151 de Loo, Coevorden, Drenthe  6.747409  52.678587  De Loo (Coevorden), wijk en voormalig buurtschap in Drenthe. 
152 De Mars, Coevorden, Drenthe  6.732215881347656  52.65053631029905  Stad, dorpen en gehuchten
Aantal inwoners per woonkern op 1 januari 2004:
Coevorden 14.450
Dalen 3470
Sleen 2240
Schoonoord 2100
Aalden 1850
Oosterhesselen 1800
Geesbrug 720
Steenwijksmoer 650
Gees 610
Dalerpeel 600
Noord-Sleen 460
Erm 420
Meppen 360
Zweeloo 340

Wachtum 280
Dalerveen 260
De Kiel 260
Zwinderen 240
't Haantje 230
Wezup 200
Benneveld 180
Holsloot 180
Stieltjeskanaal 180
Wezuperbrug 180
Nieuwe Krim 170
Achterste Erm 70
Diphoorn 60
Bron: CBS
Overige officiële kernen:
* Ballast
* De Haar
* De Mars
* Den Hool
* Kibbelveen
* Klooster

* Nieuwlande (gedeeltelijk)
* Padhuis
* Pikveld
* Vlieghuis
* Weijerswold
Het buurtschap is kennelijk veranderdt in een indrustrie terrein 
153 De Maten, Emmen, Drenthe  7.059410  52.859572  De Maten is een buurtschap in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen. Het ligt ten zuiden van Ter Apel tegen de grens met de provincie Drenthe. Oorspronkelijk hoorde het gehucht bij de gemeente Emmen.
De naam verwijst naar het begrip maat, dat is een stuk weiland dat één maaier met een handzeis in één dag kon maaien. 
154 De Pol, Peize, Drenthe  6.511030197143555  53.13924352423255  De Pol is een buurtschap in de Nederlandse gemeente Noordenveld
Geografie
De buurtschap ligt ongeveer een kilometer oostelijk van het Drentse dorp Peize en maakte tot de gemeentelijke herindeling van Drenthe deel uit van de gemeente Peize.
Het ligt aan de doorgaande weg van Peize naar het oostelijker gelegen Winde, Bunne, Donderen en Vries. Midden op De Pol sluit de weg naar het noordelijker gelegen Eelde en Paterswolde aan. De naam van deze weg, De Horst, geeft al aan dat het over een (iets) hogere zandrug voert.
Door de uitbreiding van het dorp Peize in de vorm van de nieuwe wijken Kortland en Kymmelsplan is De Pol tegenwoordig aan het hoofddorp vastgegroeid. Toch kent de buurtschap nog een eigen identiteit die in stand wordt gehouden door een actief gemeenschasleven.
Geschiedenis
Beide wegen, De Horst en De Pol, zijn eeuwenoude verbindingswegen. Op de hoek van deze beide wegen stond een tolhuis die ten tijde van opheffing in 1959 de laatste actieve tol in Drenthe was. Aan De Pol stond een van de drie openbare lagere scholen van de oude gemeente Peize. De andere twee stonden in het centrum van Peize en in Altena. Na de opheffing van de school is het gebouw een woonhuis/atelier geworden. Hoewel de buurtschap slechts zo'n 200 inwoners telt kende het tot ver in de twintigste eeuw maar liefst drie kroegen. Hiervan is nog slechts een over. 
155 De Punt, Vries, Drenthe  6.603212356567383  53.11682518670535  De Punt is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Tynaarlo, met 228 inwoners (1 januari 2006).
De naam is een verbastering van pont, het dorp is dan ook gelegen aan de oorspronkelijke weg van Assen naar Groningen waar deze de Drentsche Aa kruist.
Het dorp werd lange tijd De Drentse Punt genoemd, omdat de Groningse overzijde De Groningse Punt heet. Deze laatste naam is in onbruik geraakt, hoewel het voormalige veerhuis nog wel de naam draagt.
Het dorp kwam in het wereldnieuws als gevolg van de treinkaping bij De Punt op 23 mei 1977. 
156 De Ruiten, Slochteren, Groningen  6.771697998046875  53.20596829231596  De Ruiten is een poldermolen bij het streekje Ruiten, vlakbij het dorp Slochteren in de provincie Groningen.
De originele molen van het waterschap De Ruiten werd in 1786 gebouwd. Deze molen brandde af in 1854 en werd door een nieuwe molen vervangen. Ook deze molen raakte in 1934 in brand en werd in 1935 herbouwd met gebruikmaking van een oud achtkant. Als zodanig is het de laatste poldermolen die nog voor beroepsmatige bemaling in de provincie Groningen is gebouwd. De nieuwe molen werd met zelfzwichting uitgerust. De Slochter Molenstichting nam de molen over nadat die buiten bedrijf was geraakt in 1968. De molen werd vervolgens in 1973 gerestaureerd en voorzien van het oudhollands wieksysteem met zeilen op de roeden met een vlucht van 20 meter. De vijzel is momenteel niet bruikbaar, maar zal op termijn door een nieuw exemplaar. De molen draait zeer geregeld dankzij enkele vrijwillige molenaars. 
157 De Schiphorst, De Wijk, Drenthe  6.257486343383789  52.679246818859575  De Schiphorst is een buurtschap in behorend tot de gemeente Meppel in de provincie Drenthe (Nederland). In deze buurtschap ligt havezate de Havixhorst. Na de gemeentelijke herindeling van 1998 is De Schiphorst bij Meppel gevoegd.
In deze buurtschap is aan de Schiphorsterweg, het ooievaarsdorp De Lokkerij gevestigd. De Schiphorsterweg kronkelt door het Reestdal vanaf de buurtschap Lankhorst (gemeente Staphorst) naar de de Wijk. Voor de aanleg van de A28 was dit de doorgaande weg van De Wijk naar Meppel. Langs deze weg staan ondere andere een aantal, vrij grote boerderijen op ruime kavels. In het weekend wordt deze weg veel gebruikt door klootschieters. Vanaf de gemeentegrens bij De Wijk naar Rogat loopt de Hessenweg.
Trivia
In Meppel is ook een psychogeriatrisch verpleeghuis gevestigd met dezelfde naam. Dit verpleeghuis is onderdeel van zorgcombinatie Noorderboog en bevind zich net buiten de buurtschap naast het Diaconnessenhuis Meppel. 
158 De Sloot, Hoogeveen, Drenthe  6.483135223388672  52.708441854429424  Vanaf de oude kaart is vastgesteld dat dit gebied De Sloot heette, mogelijk dat dit refereerde naar de weg, mogelijk ook dat in het gebied achter de weg een aantal huizen hebben gestaan. Tegenwoordig heet de weg Alteveer 
159 de Tjamme, Beerta, Groningen  7.105479  53.185600  In de middeleeuwen was de Tjamme de grensstroom tussen de landschappen Oldambt en Reiderland, evenals de grens tussen de bisdommen Munster en Osnabrück. De stroom is op een zeker tijdstip gerecht (rechtgetrokken) of is misschien zelfs wel een geheel gegraven kanaaltje.
Het Friese woord tja betekent recht(en). Vergelijk ook de etymologie van Tjariet.
Aan de westelijke en noordelijke zijde van de grens lagen onder meer de kerspelen Meeden, Eexta, Midwolda, Oostwold, Finsterwolde en Oost-Finsterwolde. Aan de zuidelijke zijde lagen onder meer: Westerlee, Winschoten, Beerta, Ulsda.
De grens wordt uitputtend beschreven in een verdrag met het jaartal 1391:
Item de Thyamme begint uyt Tydwyneda borch in de Wyneda ham, ende loopt op, voorbey Rederwolde, ende voort door Meggeham, ende door Torptsen, voorby Finsterwolda, Oostwolda, Midwolda, tusschen Bertsather ende Wintschoter mit haren parten, die aen der zuyder zyt der Thyammen liggen gelandet, ende strecket voort, over dat moer, recht westwert in de Zype, die gelegen is tusschen Schemeder, Extinger ende dat Convent te Heliger Lee, ende voort aen dat smalle steenhuys in der Op Ext, geheten Nemeke Eppens Steenhuys, went an den Zantwech.
De Tjamme bleef als gemeentegrens intact tot in de twintigste eeuw voor de grens tussen Midwolda en Winschoten, Beerta en Finsterwolde. Ook nu nog is de Tjamme de grens tussen de gemeenten Scheemda en Winschoten. 
160 De Vennen, Termunten, Groningen  7.045023  53.272537  De Vennen is een buurtschap in de gemeente Bellingwedde in de provincie Groningen. Het buurtje ligt vlak bij Veelerveen, aan de andere kant van het B.L. Tijdenskanaal. Even ten zuiden van De Vennen komen het Ruiten-Aa-kanaal en het Mussel-Aa-kanaal bij elkaar en lopen dan samen verder als het Vereenigd of B.L. Tijdenskanaal.
De Vennen is ook de naam van een streekje boven Blijham. De naam betekent weilanden, met name weilanden die niet gehooid worden. 
161 de Vennen, Vlagtwedde, Groningen  7.122693119049018  53.05319050526289  De Vennen is een buurtschap in de gemeente Bellingwedde in de provincie Groningen. Het buurtje ligt vlak bij Veelerveen, aan de andere kant van het B.L. Tijdenskanaal. Even ten zuiden van De Vennen komen het Ruiten-Aa-kanaal en het Mussel-Aa-kanaal bij elkaar en lopen dan samen verder als het Vereenigd of B.L. Tijdenskanaal.
Voor de gemeentelijkeherindeling lag De Vennen in Vlagtwedde.
De Vennen is ook de naam van een streekje boven Blijham. De naam betekent weilanden, met name weilanden die niet gehooid worden.
Deels overgenomen van "http://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=De_Vennen_(Bellingwedde)&oldid=6647061" 
162 De Wal, Havelte, Drenthe  6.232305  52.771037  De Wal is vanouds het gebied in Havelte aan de westkant van de huidige van Helomaweg. Het landschap wordt daar hoger en de boerderijen stonden tegen een wal aangebouwd. De Wal vormde met Hesselte (dat later ook wel Darp heette; niet te verwarren met het na-oorlogse Darp, dat pas sinds 1950 bestaat en westelijker ligt) de oudste gemeenschap aldaar.
In de middeleeuwen was Hesselen belangrijker dan het huidige hoofddorp Havelte. Ook Overcinge is van later datum.
(Drents Archief Forum, Jan de Vries) 
163 De Wijk, Drenthe  6.29111111111111  52.6733333333333  De Wijk (Drents: De Wiek) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente De Wolden, met ongeveer 3000 inwoners (1 januari 2004).
De Wijk is een ontginningsdorp, ontstaan in de middeleeuwen in het dal van de Reest. Het was tot 1 januari 1998 het hoofddorp van de voormalige gemeente de Wijk, waartoe ook Koekange en een groot aantal gehuchten behoorden. Vooral na de Tweede Wereldoorlog is het dorp daarom sterk uitgebreid met nieuwbouw. Bezienswaardig is stellingmolen De Wieker Meule uit 1829.
De Wijk heeft een groot aantal voorzieningen, waaronder een bibliotheek, een openbare basisschool, een sporthal, sportvelden, een zwembad, een supermarkt, een postagentschap, diverse andere winkels en bedrijven en een groot aantal horecagelegenheden.
De omgeving van de Wijk kenmerkt zich door het weidelandschap van het Reestdal. Ten zuidwesten van het dorp ligt het bosrijke Landgoed Dickninge uit de negentiende eeuw, dat vrij toegankelijk is. Enkele kilometers ten oosten van het dorp, aan de Stapelerweg, is het bezoekerscentrum van Stichting Het Drentse Landschap te vinden. 
164 De Wilp, Marum, Groningen  6.253860  53.117380  De Wilp is een dorp in de gemeente Marum in het Westerkwartier van de Nederlands provincie Groningen. Het dorp ligt op de grens met Friesland. De bebouwing loopt over de provinciegrens heen, De Wilp gaat daar over in Siegerswoude. De Wilp heeft ongeveer 1750 inwoners.
De naam van het dorp komt van de weidevogel de wulp. Het Friese woord is wylp. De Wilp is gesticht door Friese arbeiders die hier kwamen werken in de vervening. De oorspronkelijke bewoners houden vast aan hun eigen taal. De Wilp, Opende, Kornhorn en Marum zijn de enige plekken in Groningen waar tegenwoordig nog Fries en een dialect van het Fries wordt gesproken.
In Gelderland, tussen Apeldoorn en Deventer, is een dijkdorp met de naam Wilp. 
165 De Zulthe, Roden, Drenthe  6.413193941116333  53.15139091537858  De Zulthe is een streekje tussen Nietap en Roden. Het noordoostelijke gedeelte wordt ook wel Rietboor genoemd. Er bestaat ook een huis met die naam. 
166 Delfzijl, Groningen  6.925334930419922  53.33230816857666  Delfzijl (Gronings: Delfziel, inwoners per 1 juli 2006: 27.909, bron: CBS) is een gemeente in noord Nederland, in de provincie Groningen. De gemeente beslaat een oppervlakte van 138,34 km² (waarvan 4,72 km² water).
Geschiedenis
Delfzijl ontstond in de dertiende eeuw. Onder Alva werd het een vesting. De haven van Delfzijl wordt reeds in de 16e eeuw in verschillende maritieme geschriften vermeld. In de Franse tijd bleef het tot 1815 door een Franse troepeneenheid bezet. Ook de Duitse tijd eindigde later dan elders. Aan het einde van de tweede wereldoorlog werd om Delfzijl fel slag geleverd. Pas op 2 mei 1945 capituleerde het Duitse garnizoen. In de tweede helft van de twintigste eeuw wordt de Eemsmondregio waar Delfzijl in ligt door de Nederlandse Overheid verkozen tot ontwikkelingspool voor de economische ontwikkeling en ontsluiting van Noord-Nederland.
Een van de belangrijkste gevolgen was de in 1968 gestarte aanleg van een diepzeehaven in Delfzijl. Hiervoor moesten verschillende dorpen wijken waaronder het dorp Oterdum. Op de plek waar vroeger het dorpje was staat nu een kunstwerk van M. Meesters bestaande uit een hand met die in de handpalm het kerkje van Oterdum draagt. Door de verhoging van de dijk op Deltahoogte moest het gehucht Ladysmith wijken.
Toen de haven dan eindelijk in 1973 klaar was, was ook de economische crisis daar en bleek de gedroomde industriële expansie er niet te komen. Dit heeft tot gevolg dat Delfzijl vandaag de dag kampt met een grote leegstand.
In 1888 bouwen de Delfzijlster met de Duitse overburen langs kust van de Eems 2 vuurtorens één in Watum en één in Delfzijl, die er net echt als een vuurtoren uit zien die wij kennen. Het zijn stevige gebouwen die goed in die tijd passen. Ze zijn 10,5 meter hoog, en er is plaats voor 2 gezinen van de vuurtorenwachters.(zie Vuurtoren van Delfzijl).
De twee vuurtorens zijn beide in de Tweede Wereldoorlog vernield. De nieuwe vuurtoren van Delfzijl (nummer 2), met een rood-wit-groen sectorlicht op 17 meter boven de gemiddelde waterhoogte van de Eems, moet in 1981 wijken in verband met het uitbreiden van de haven van Delfzijl. Foto's en bouwtekeningen bevinden zich in het het Nationaal Archief.
De naam betekent zijl (= sluis) in de Delf (= de oude naam van het Damsterdiep). 
167 Delthuizen, Kantens, Groningen  6.603373  53.372510  Aan het einde van de Tilbuscherweg is Kokshuizen. Van 1904 tot en met 1910 woont de familie Boer hier in de buurt op een boerderij 'een half uur gaans' van Rottum. De boerderij aan de Delthe lag op het terrein waar nu de koeien van E. Ritsema grazen, ter hoogte van de kippenschuur aan de andere kant van de Delthe. In het begin van de jaren vijftig is de boerderij - met levende have - afgebrand. Het gehucht Delthuizen, waar vroeger een paar huizen en een steenfabriek stonden, is niet meer.
Herinneringen van een bakker
Ook gingen wij met een bootje over de Delte om in Delthuizen brood te bezorgen. Bij boer Schattenburg werd het paard vastgezet. Wij liepen dan via een plank over de sloot naar boer Musschenga. Eens lag er veel sneeuw en er was geen plank te zien. Ik dacht dat ik erover liep, maar helaas tot over mijn buik in het ijskoude water. Van boer de Jong kreeg ik daarna droge kleren. In die tijd woonden er 46 gezinnen en thans (1980) nog maar 26. Toen waren de gezinnen groot en de boeren hadden knechten en meiden, dus was er veel brood nodig. 
168 Den Andel, Baflo, Groningen  6.507801  53.393262  Den Andel is een dorp in de gemeente Winsum in de provincie Groningen (Nederland). Het is het meest noordelijke dorp van de gemeente, tot de herindeling van 1990 hoorde het tot de voormalige gemeente Baflo. Den Andel heeft bijna 500 inwoners.
Den Andel is ontstaan als nederzetting aan de oude zeedijk. De kerk dateert uit de dertiende eeuw. Het is een zaalkerkje met een losstaande klokkenstoel uit de veertiende eeuw. Het heeft een Van Oeckelen orgel uit 1879.
In het dorp staat een koren- en pelmolen uit 1875, 'De Jonge Hendrik'. De molen is tot 1998 op vrijwillige basis in bedrijf geweest en zal dat over enkele jaren na afronding van de restauratie weer zijn. Met de molen is tot in de jaren '80 nog gerst tot gort gepeld.
Even buiten het dorp, aan de weg naar Westernieland ligt het kleinste natuurgebied van de provincie Groningen. Het is een restant van de oude zeedijk. Deze oude dijk kon tijdens de Kerstvloed van 1717 het water niet keren, met als gevolg duizenden doden. Na die ramp werd een nieuwe dijk gebouwd welke een stuk noordelijker kwam te liggen. Bij het aanleggen van de nieuwe dijk werd ook de grond van de oude dijk gebruikt. Van de oude dijk resteert nu alleen dit laatste restje bij Den Andel. 
169 Den Ham, Aduard, Groningen  6.428392  53.273056  Den Ham is een streekdorp in de gemeente Zuidhorn in de provincie Groningen (Nederland). Het dorp ligt aan de weg van Aduard naar Saaksum. Den Ham had 268 inwoners in 2005. Bekendste inwoner van het dorp is Daniëlle Bekkering.
De naam zou slaan op een afgebakend stuk land. Het dorp is waarschijnlijk ontstaan uit drie gehuchten, De Knijp, Altenaauw en Biggestaart.
Het kerkje van het dorp stamt uit de zestiende eeuw. Het staat boven op een nog geheel gave wierde. Het is eigendom van de Stichting Oude Groninger Kerken.
Even buiten het dorp staat de Hamster- of Piloersemaborg.
Aan de andere kant van de provincie, tegen de grens met Duitsland aan, ligt nog een streekdorp met de naam Den Ham. Het dorp ligt in de gemeente Bellingwedde. 
170 Den Hof, De Wijk, Drenthe  6.30501111111111  52.673125  Den Hof was waarschijnlijk een herenhuis nabij het Drentse de Wijk.
Den Hof lag tussen de Wijk en Haalweide. In de 17e eeuw was Den Hof in het bezit van de schulte van de Wijk Albert van Kuyck. Hij splitse het perceel in twee delen, het westerse en het oosterse Den Hof genoemd. In de 18e eeuw en de 19e eeuw werd Den Hof onder meer bewoond door de advocaat Nicolaas Oosting, de schoonvader van de landspander Albertus van Riemsdijk, door de landmeter Lucas ten Wolde, door diens schoonzoon de schulte van de Wijk Rudolf Willem Nijsingh en door de zoon van de laatste de burgemeester (schout) van de Wijk en statenlid Lucas Nijsingh.
Thans staat er op deze plaats een boerderij met een "imposant herenhuisachtig voorhuis" daterend uit 1795. Gelet op de stand van de bewoners en een aangetroffen beschrijving uit 1754 wordt de mogelijkheid van een eerder gebouwd herenhuis op deze plaats niet uitgesloten, maar vooralsnog is dit een onbevestigde veronderstelling. 
171 Den Hool, Sleen, Drenthe  6.801266670227051  52.71638552875661  Den Hool is een plaats in de gemeente Coevorden, provincie Drenthe (Nederland). Het ligt ten zuiden van knooppunt Holsloot, dat is de kruising van de A37 met de N377.
Den Hool ligt aan het Pieterpad. 
172 Den Hoorn, Leens, Groningen  6.429405212402344  53.358543048440765  Den Hoorn ook Hoorn (Gronings: t Hörn) ligt bij het kanaal de Hoornse Vaart en tot 1990 in de voormalige gemeente Leens. Het in de 16e eeuw reeds genoemde lintdorp Den Hoorn is een katholieke enclave, en als zodanig de oudste rooms-katholieke parochie van de streek.
Den Hoorn is samengegroeid met Wehe.
Wehe-den Hoorn (Gronings: t Hörn-Wij of Wij) is een dorp in de gemeente De Marne in het noorden van de Nederlandse provincie Groningen. Het dorp telt ongeveer 800 inwoners.
Het dorp bestaat uit twee delen:
Wehe, rond de wierde
Den Hoorn bij het kanaal de Hoornse Vaart

Niet alleen bestaat het dorp uit twee delen, de bevolking is ook verschillend van geloof. Wehe is overwegend hervormd, net als het overgrote deel van het Hogeland. Het in de 16e eeuw reeds genoemde lintdorp Den Hoorn is een katholieke enclave, en als zodanig de oudste rooms-katholieke parochie van de streek. Ze werd in de 17e eeuw als schuilkerk gesticht door de jonker van de Lulemaborg te Warfhuizen, die hardnekkig weigerde de reformatie aan te nemen. Rond 1700 stond in Den Hoorn ook een doopsgezinde vermaning.
De hervormde kerk van Wehe dateert uit de 13e eeuw en heeft een in 1656 verhoogde toren. In de kerk staat een orgel van Doornbos uit 1923, dat diende als vervanger voor een orgel dat in 1839 werd gekocht van Abraham Meere.
De eerste katholieke kerk (een schuurkerk) werd gesticht in 1733. In 1803 verrees ter vervanging hiervan een eenvoudige kerk in neoclassicistische stijl en in 1926 verrees de huidige Sint-Bonifatiuskerk. Deze werd ontworpen door Joseph Cuypers en zijn zoon Pierre Cuypers jr. in een expressionistische stijl die invloeden vertoont van het werk van Dom Bellot. In tegenstelling tot de nabijgelegen Willibrordusparochie van Kloosterburen is de Hoornster parochie een 'diasporaparochie': bijna alle dorpen van De Marne vallen onder haar jurisdictie. Wehe-den Hoorn is ook de startplaats van de processies naar Onze Lieve Vrouwe van de Besloten Tuin in de kluiskapel van het bedevaartplaatsje Warfhuizen.
Aan de Cleveringastraat staat een Koninkrijkszaal van de Jehova's getuigen .

Starkenborgh
Even ten noorden van het dorp stond ooit de borg Borgweer of de Starkenborgh, de woonstede van de familie Tjarda van Starkenborgh Stachouwer. In de voormalige hervormde kerk van Wehe zijn hiervan herinneringen te vinden, zoals wapenschilden en een grafkelder. Naar een lid van deze familie is het Van Starkenborghkanaal genoemd. De monumentale boerderij Borgweer werd rond 1900 aan het begin van de oprijlaan gebouwd.
http://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Wehe-den_Hoorn&oldid=34133111 
173 Den Horn, Aduard, Groningen  6.44666666666667  53.2275  Den Horn is een klein dorp in de gemeente Zuidhorn in de provincie Groningen (Nederland). Het dorp ligt vrij geïsoleerd in het westen van de gemeente, net ten zuiden van de spoorlijn tussen Groningen en Leeuwarden. Het had 437 inwoners in 2005.
Den Horn is een betrekkelijk jong dorp. Het is rond 1700 ontstaan langs een bedijking. De naam Horn verwijst waarschijnlijk naar 'hoogte' of 'hoek'. Het oorspronkelijke dorp ontstond in de zuid-west hoek van de bedijking.
In het gebied, in het dorp Lagemeeden, stond in de middeleeuwen al wel een kerkje, maar dat stond los in het land. Het oude kerkje is in 1862 afgebroken, waarna in het dorp een nieuwe kerk is gebouwd. Sindsdien heeft het dorp zich meer ten westen van de kerk ontwikkeld, waardoor de kerk nu min of meer weer los van het dorp staat.
Ten zuiden van het dorp, bij de buurtschap de Poffert wordt in de nabije toekomst een groot bedrijventerrein ontwikkeld door de gemeente Groningen. In het dorp bestaat de angst dat Den Horn daardoor zijn landelijke karakter zal verliezen, 
174 Den Oever, Emmen, Drenthe  6.941943168640137  52.771851320232486  Volgens de oude kaart zou dat nu Barger-Oosterveld moeten zijn, verder heb ik er niets over kunnen vinden. Ik vind nog wel over Barger-Oosterveld
Tot het dorpsgebied behoort ook begraafplaats Oeverse Bos. 
175 Denemarken, Slochteren, Groningen  6.784272193908691  53.22892327827957  Denemarken (Gronings: Denmaark) is een gehucht in de gemeente Slochteren. Het bestaat uit een zevental boerderijen, wat arbeidershuisjes en een villa. Het ligt tussen het Slochterdiep en de Slochtermeenteweg.
In de 15e eeuw werd het gebied geschreven als De(n)nemarck of Denmarck. De naam verwijst hier niet naar het land Denemarken. Er zijn meerdere theorieën over de herkomst van de naam. Volgens de ene komt het van het woord Deen dat ruig betekent en marken dat verwijst naar vlakke velden. Letterlijk betekent de naam in het Nederlands dan Ruigevelden. Dat verklaart ook de titel van de bekroonde roman Kinderen van het Ruige Land (2012) van Auke Hulst, die in het gebied speelt. Volgens een andere theorie verwijst 'dan' naar dal, hol of leger (van wilde dieren) en mark naar 'gebied'. Sinds 2002 heeft het gehucht eigen plaatsnaamborden.
https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Denemarken_(Slochteren)&oldid=40971822 
176 Dennenoord, Zuidlaren, Drenthe  6.666667  53.083333  Dennenoord is het gedeelte van Zuidlaren tussen het centrum en Westlaren.
Dennenoord wordt grotendeels in gebruik genomen door Lentis om dienst te doen als een psychiatrisch ziekenhuis. Het psychiatrisch ziekenhuis is verdeeld over verschillende instellingen in Dennenoord, dat maakt het tot een klein 'dorp' met verschillende brinkjes en veel groen.
Dennenoord is ook de plek voor theater De Kimme, het theatergebouw van Zuidlaren.
Het Pieterpad loopt over het terrein van Dennenoord. 
177 Deurze, Rolde, Drenthe  6.60916666666667  52.9836111111111  Deurze is een dorp in de gemeente Aa en Hunze, provincie Drenthe (Nederland). Het dorp telt 95 inwoners (1 januari 2007).
Zie ook: doorn (toponiem) voor Duyrsen op de kaarten van Blaeu. 
178 Diepswal, Leek, Groningen  6.373241  53.151421  Diepswal is een streek in de gemeente Leek in de provincie Groningen in Nederland.
Diepswal ligt aan beide zijden van het Leekster Hoofddiep even ten westen van Leek. De ligging verklaart ook meteen de naam: gelegen op de wal (= kade of oever) langs het (Hoofd)diep.
In Diepswal is in het Hoofddiep een opvoergemaal met een naast gelegen stuw op de plaats van de oorspronkelijke schutsluis. Het hoogteverschil tussen de beide panden bedraagt meer dan 2 meter. Een enorm verschil in het anders zo vlakke Groningerland. 
179 Diever, Drenthe  6.3175  52.8555555555556  Diever (Drents: Dever) is een esdorp in Zuidwest-Drenthe in Nederland dat deel uitmaakt van de gemeente Westerveld. Tot 1998 was Diever een zelfstandige gemeente. Tot die gemeente behoorden dorpen en gehuchten:Diever (voormalig gemeentehuis), Diever-brug (deels), Geeuwenbrug (deels), Kalteren, Het Moer, Oldendiever, Oude Willem, Ten Darpe, Ten Have, Veenhuizen, Veldhuizen, Wapse, Wateren, Wittelte, Wittelterbrug, Zoerte en Zorgvlied.
Geschiedenis
Waarschijnlijk woonden al 6000 jaar geleden mensen op het gebied waar nu Diever ligt. De boeren uit de late steentijd bouwden vlak bij Diever een hunebed dat er nog steeds ligt.
In de vroege Middeleeuwen werd het dorp Diever gesticht. De oudst bekende vermelding van Diever komt uit 1181, waar gesproken wordt van het dorp Devere of Deveren. De naam Diever komt hoogst waarschijnlijk voort uit het woord dat laagte betekende. In de Middeleeuwen was Diever de hoofdplaats van het Dieverder Dingspel, dat ongeveer het hele gebied van Zuidwest-Drenthe besloeg.
Drie kilometer ten noordwesten van Diever in het natuurgebied Berkenheuvel ligt nog een onderduikershol uit de Tweede Wereldoorlog. 
180 Dieverbrug, Dwingeloo, Drenthe  6.341514587402344  52.84757374164254  Dieverbrug is een dorp in de provincie Drenthe in Nederland, behorende tot de gemeente Westerveld. Het is gelegen op de kruising van de provinciale weg N371 met de N855, halverwege tussen Diever en Dwingeloo. 
181 Dijkhuizen, Appingedam, Groningen  6.836187  53.316076  Dijkhuizen was de naam van een borg. Deze stond in het westelijk deel van Appingedam aan de zuidzijde van het Damsterdiep.
In de bouwtijd was dat nog buiten de stadsmuren van Appingedam.
Het is echter heel moeilijk om de juiste plaats nauwkeurig aan te wijzen, omdat het terrein geheel vergraven is.
De borg was gebouwd op een wierde. Het borgterrein werd als het ware ingesloten door de Delf en door de stadsweg.
In een oorkonde uit 1491 is sprake van de heerd Dijkhuizen. Hiermee zal een boerderij bedoeld zijn, die oorspronkelijk bij Dijkhuizen behoord heeft. Deze boerderij is wellicht dezelfde als de nog bestaande boerderij van die naam, die aan de overkant van de stadsweg staat. De naam staat nog op twee witte palen.
Het stichtingsjaar van Dijkhuizen is niet bekend 
182 Dijkhuizen, Ruinerwold, Drenthe  6.259245872497559  52.72680885438281  Dijkhuizen is een buurtschap in de gemeente De Wolden, provincie Drenthe (Nederland). De buurtschap is gelegen ten noordoosten van Ruinerwold aan de weg naar Haakswold. 
183 Dikbroeken, Odoorn, Drenthe  7.007483  52.873660  Een gehucht op ca 1.5 km ten NO van Nieuw Weerdinge. Het bestaat uit enkele woningen rond het kruispunt van de Broekdijken en de Dikbroeken met de N379. 
184 Dilgt, Haren, Groningen  6.586036  53.179415  De Dilgt was een buurtschap tussen Groningen en Haren. Oorspronkelijk was het samen met Essen een van de 13 kerspelen van het Gorecht.
De Dilgt lag ten westen van Essen, tussen de weg van Groningen naar Haren en het Hoornse Diepje, iets ten noorden van Hemmen. Ter plaatse staan nog steeds een tweetal voormalige boerderijen, ongeveer ter hoogte van het Stadion Esserberg. 
185 Dingweer, Stedum, Groningen  6.708204  53.300123  Nog steeds aanwezig is de poort bij boerderij 'Dingweer' te Lellens, al zijn de ijzeren hekken verdwenen.
Notitie bij Catrina Claessen: woonde met haar man op Dingweer
Ik weet niet zeker OF dit de juiste plek 
186 Diphoorn, Sleen, Drenthe  6.8175  52.7722222222222  Diphoorn is een gehucht nabij Sleen in de gemeente Coevorden, provincie Drenthe (Nederland). Een aantal boerderijen in Diphoorn hebben agrarische bestemming, de meeste hebben inmiddels een woonbestemming. Voor voorzieningen zijn de ongeveer 70 Diphoorners aangewezen op Sleen.
Diphoorn is van oorsprong een boerennederzetting die ligt op een hoge zandrug naast de Slenerstroom. 
187 Doezum, Grootegast, Groningen  6.250162  53.200540  Doezum is een streekdorp in de gemeente Grootegast in het Westerkwartier van de provincie Groningen in Nederland. Het dorp ligt op een zandrug die loopt van Doezum tot Oldekerk. Het dorp heeft 1170 inwoners (1 januari 2005).
Doezum heeft een romaanse kerk uit de twaalfde eeuw, die oorspronkelijk uit tufsteen was opgetrokken.
Het dorp kreeg landelijke bekendheid in 1929 toen IJe Wijkstra vier veldwachters doodschoot die zijn geliefde kwamen halen in opdracht van Justitie in Groningen. 
188 Doldersum, Vledder, Drenthe  6.244697570800781  52.885954557387194  Doldersum (Drents: Dooldersum) is een klein esdorp in het zuidwesten van de Nederlandse provincie Drenthe. Het is dan misschien het kleinste, maar mogelijk ook het oudste dorp van de voormalige gemeente Vledder, nu deel uitmakend van de gemeente Westerveld in Zuidwest-Drenthe. Het dorp telt een kleine 70 inwoners. Niet ver van Doldersum liggen twee grafheuvels uit de late Steen- of IJzertijd die in de volksmond de 'majoor' en de 'generaal' genoemd worden.
Doldersum ligt vier kilometer ten noordoosten van het veel grotere Vledder. Rondom de brink staat een tiental boerderijen, een café restaurant met een camping en een hotel. Voor de overige voorzieningen als winkels, dorpshuis, onderwijs en postkantoor zijn de Doldersummers aangewezen op Vledder.
Het dorp grenst aan het Nationaal Park Drents-Friese Wold. De Vledder Aa, de beek bij Doldersum en het Doldersummer Veld, een heideterrein in beheer bij de stichting Het Drentse Landschap, maken deel uit van dat park. De bovenloop van de Vledder Aa is in de jaren 2002 en 2003 opnieuw ingericht. De in het begin van de jaren zestig gekanaliseerde beek heeft zijn oude loop weer teruggekregen. De rijke bovengrond is afgeplagd. Nu moet de natuur in het terrein tussen Doldersum en Wateren zich weer ontwikkelen.
https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Doldersum&oldid=43088799 
189 Donderen, Vries, Drenthe  6.54555555555556  53.095  Donderen is een dorp in de gemeente Tynaarlo, in de Nederlandse provincie Drenthe. Op 1 januari 2006 woonden er 430 mensen in het dorp. Donderen ligt op het kruispunt van de N858 en de N386. 
190 Doodstil, Kantens, Groningen  6.67416666666667  53.3908333333333  Doodstil is een gehucht met in 115 inwoners (2005) – en de naam van de daar gelegen brug (til) over het Boterdiep – in de gemeente Eemsmond in de provincie Groningen in Nederland. Doodstil ligt ongeveer 3 km ten zuiden van Uithuizen en 20 km ten zuid/zuid-west van de stad Groningen.
De naam komt waarschijnlijk van de mansnaam Doode of Doede. De naam Doede is nog steeds algemeen als voornaam in gebruik in Friesland en Groningen en leeft ook voort in de achternamen als Dooijes, Doma en Doema. De naam betekent dus: de brug van Doode.
Een overlevering wil dat de brug om een heel andere reden deze naam kreeg. In het verleden zou er namelijk op deze plek geen brug zijn geweest, maar een pontje. Zo moest op een dag een lijkkist worden overgezet. Midden op het Boterdiep maakte het bootje een onverwachte beweging, zodat de kist in het water verdween. Om dat in het vervolg te voorkomen, is er toen "een brug voor de doden" aangelegd.
De mooiste naam
De plaatsnaam spreekt verder tot de verbeelding vanwege de woordenboek-betekenis: volmaakt stil. In mei 2005 werd Doodstil dan ook uitgeroepen tot mooiste plaatsnaam van Nederland. Het dorpje liet bij een internetverkiezing het Zeeuws-Vlaamse Waterlandkerkje, het Overijsselse Muggenbeet en de Brabantse hoofdstad 's-Hertogenbosch achter zich.♦ 
191 Dorkwerd, Hoogkerk, Groningen  6.513560  53.250691  Dorkwerd is een klein wierdendorpje, gelegen op enkele kilometers ten noorden van de stad Groningen in de provincie Groningen in Nederland. Het dorpje ligt ingeklemd tussen het Van Starkenborghkanaal, het Reitdiep en de wijk Vinkhuizen in Groningen. Eigenlijk is Dorkwerd niet meer dan enkele huizen, een pastorie en een paar boerderijen. Het is dan ook het kleinste dorp in de gemeente Groningen.
Centrum van het dorp is het kleine kerkje, bouwjaar 1648, dat op een wierde is gelegen. De laatste jaren wordt het landelijke karakter van het plaatsje steeds meer aangetast door bouwplannen van de gemeente Groningen.
Vlakbij het dorp ligt in het Reitdiep (die uitkomt op het Van Starkenborghkanaal) de Dorkwerdersluis met een naastgelegen gemaal. De sluis vormt (met de Oostersluis) de tweede verbinding van de boezem van De Waterwolf met die van het Eemskanaal. 
192 Draaijerij, Wedde, Groningen  7.078118562785676  53.141746600750125  Is een buurtje vlak bij het kanaal, waar de schepen konden draaien, vandaar de naam. Er staan nu geen huizen meer. 
193 Drenthe  6.6230586  52.9476012  Drenthe (Nedersaksisch: Drenthe) is een provincie van Nederland, gelegen in het noordoosten van het land. Grofweg gezien grenst het in het noorden aan de provincie Groningen, in het oosten aan de Duitse deelstaat Nedersaksen, in het zuiden aan de provincie Overijssel en in het westen aan de provincie Friesland. De hoofdstad is Assen.
Geschiedenis
De eerste vermelding van Drenthe is gevonden in een document uit het jaar 820 waarin wordt gesproken van de pago Treanth, de gouw Drenthe. Uit archiefstukken in het Drents Archief blijkt dat in 1024 en 1025 over Drenthe als graafschap wordt gesproken. De naam Drenthe is waarschijnlijk een verwijzing naar het getal drie, er zouden oorspronkelijk drie dingspelen in Drenthe geweest zijn, hoewel er uit latere tijd zes bekend zijn.
Dat Drenthe al tijdens het Neolithicum werd bewoond, blijkt uit de aanwezigheid van 52 hunebedden. Dit zijn megalitische grafmonumenten, bestaande uit zwerfstenen die aangevoerd zijn in de voorlaatste ijstijd. Van de 53 die in Nederland voorkomen staan er 51 in Drenthe. De overige twee in de provincie Groningen. (Dergelijke hunebedden zijn trouwens ook in het noorden van Duitsland te vinden.) Ook uit latere perioden zijn in de provincie veel tastbare overblijfselen bewaard gebleven, zoals grafheuvels.
Oorspronkelijk behoorde de stad Groningen en het omringende Gorecht tot het graafschap Drenthe, terwijl Coevorden er niet toe behoorde. De Stellingwerven, die tegenwoordig in Friesland liggen, hoorden oorspronkelijk ook bij Drenthe. Over de grenzen in de veenstreken is tussen Drenthe en de aanliggende landen herhaaldelijk geschil geweest, wellicht doordat in de veengrond de opgerichte grensstenen of -palen wegzakten en zo de toestand dubieus werd.
In 1046 schonk keizer Hendrik III het graafschap aan bisschop Bernold van Utrecht. In 1227 versloeg een legertje van Drentse boeren onder leiding van Rudolf II van Coevorden het ruiterleger van de bisschop in de Slag bij Ane, door de paarden een moeras in te lokken. Het volgend jaar herstelde de nieuwe bisschop zijn gezag over de Drenten.
Hoewel Drenthe eigen staten had (Ridderschap en Eigenerfden) erkende de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden Drenthe niet voor vol en beschouwden het als een achtergebleven gebied dat geen vertegenwoordiging in de Staten-Generaal verdiende. Bestuurlijk bleef Drenthe wel een zelfstandig gewest, anders dan de generaliteitslanden. Pas bij de oprichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden werd de situatie duidelijk: Drenthe werd een volwaardige provincie.
In het begin van de negentiende eeuw was Drenthe nog grotendeels een geïsoleerde landstreek. De woeste grond die een groot deel van de provincie nog bedekte werd echter langzaam maar zeker ontgonnen. In het zuidwesten van de provincie gebeurde dat door de Maatschappij van Weldadigheid die een kolonisatieprojekt begon rond Frederiksoord. De Smildervenen werden steeds verder afgegraven, in het zuid-oosten werden nieuwe kolonies gesticht langs de verlengde Hoogeveense Vaart en het Oranjekanaal. Het convenant van Bareveld gaf een grote impuls aan de vervening in het Oostermoergebied.
Het besloten karakter van Drenthe werd in de twintigste eeuw definitief aangetast. Na de venen werden nu ook de uitgebreide heidecomplexen ontgonnen. Naast de traditionele kleinschalige landbouw op de zandgronden ontstonden grotere bedrijven in de nieuwe ontginningsgebieden. Dorpen als Hoogeveen en met name Emmen ontwikkelden zich tot industriekernen. Assen, oorspronkelijk slechts een kern bij het klooster Mariënkamp, groeide uit tot een echte provinciehoofdstad, de komst van de TT zette de plaats ook op de internationale kaart. 
194 Drentsche Reesten, Zuidwolde, Drenthe  6.450347900390625  52.619308406611545  Aan de Drentse kant van de Reest zijn vele hooi- en weilanden, akkertjes, boerderijen, heiden en bossen. Buiten de hogere flanken zijn de boerderijen in het beekdal gevestigd op wat hogere zandkoppen. Direct rond de boerderij werd akkerbouw bedreven, waardoor er kleine essen temidden van de lagere graslanden ontstonden. 
195 Drieborg, Beerta, Groningen  7.18083333333333  53.2061111111111  Drieborg is een dorp in de gemeente Reiderland in de Nederlandse provincie Groningen. Het dorp telt ongeveer 350 inwoners.
Drieborg ontstond in de achttiende eeuw op de zeedijk. Voor die tijd lag er al een kleine nederzetting onder de dijk, Stocksterhorn. De oorsprong van de naam Drieborg is niet helemaal duidelijk. Het zou kunnen verwijzen naar vroegere tijden toen er nog 3 borgen stonden. Borg is het Groningse woord voor burcht/kasteel. Ook wordt vaak verwezen naar drie dijken die hier samen kwamen. Ten noorden van het dorp liggen de Stadspolder en de Kroonpolder. Beide polders liggen ruim een meter hoger dan het ingeklonken oudere land ten zuiden van het dorp.
Drieborg was altijd een landarbeidersdorp. De arbeiders werkten op de grote boederijen in de omgeving. Het Oldambt groeide in de achttiende en negentiende eeuw doordat er weer land op de zee werd teruggewonnen. Het werd de graanschuur van Nederland, waarbij de arbeidsverhoudingen in de loop van de tijd steeds slechter werden.
Na de Tweede Wereldoorlog was er steeds minder behoefte aan arbeidskrachten in de landbouw. Dat leidde tot vertrek uit de regio. In Drieborg leidde dit tot de sloop van een groot aantal huizen. 
196 Drijber, Beilen, Drenthe  6.537390947341919  52.791831388311415  Drijber is een klein dorp in de provincie Drenthe, behorend tot de gemeente Midden-Drenthe. Het is gelegen ten zuidoosten van Wijster. 
197 Drijberscheveld, Beilen, Drenthe  6.541623909753525  52.7914212202274  Kan er geen informatie over vinden het zou kunnen dat het huidige VAM terrein het veld was. 
198 Drogt, Zuidwolde, Drenthe  6.404857635498047  52.65575875247059  Drogt is een buurtschap in de gemeente De Wolden, provincie Drenthe (Nederland). De buurtschap is gelegen tussen Fort en Schottershuizen. 
199 Drogteropslagen, Zuidwolde, Drenthe  6.4990997314453125  52.62207007028306  Drogteropslagen is een dorp in de Drentse gemeente De Wolden en telt ongeveer 290 inwoners. Het dorpje ligt op de grens van Drenthe en Overijssel, op slechts enkele kilometers ten noorden van Dedemsvaart. 
200 Drouwen, Borger, Drenthe  6.79638888888889  52.9522222222222  Drouwen is een dorp in de provincie Drenthe (Nederland), gelegen op de Hondsrug in de gemeente Borger-Odoorn, tussen Borger en Gasselte. Drouwen telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2007 500 inwoners (256 mannen en 244 vrouwen).
Geschiedenis
Prehistorie
Dat het gebied rond Drouwen al sinds lange tijd bewoond is, blijkt wel uit de vondst van een vuistbijl uit de laatste ijstijd, meer dan 75.000 jaar oud. Veel bekender zijn natuurlijk de hunebedden van de Trechterbekercultuur, de eerste landbouwers in deze streken (ca. 3500-3000 v. Chr.). Bij Drouwen liggen meerdere hunebedden, 2 aan de westkant van het dorp, en een derde wat verder naar het westen, terwijl de 5 hunebedden van Bronneger in feite tussen de beide dorpen inliggen. In het verleden zijn er nog meer hunebedden geweest, een bron uit de 18e eeuw spreekt van 16 hunebedden in de marke Drouwen (ruwweg Drouwen en Bronneger). Al met al lijkt het erop dat het gebied rond Drouwen, Bronneger en Borger een kerngebied voor de hunebedbouwers vormde.
In 1912 kreeg hunebed D19 bij Drouwen door J.H. Holwerda als eerste hunebed een modern archeologisch onderzoek. Hij onderzocht later ook D20, waarmee D19 een paar vormt. In beide werden veel archeologische vondsten gedaan. D20 is van later datum dan D19, D19 is naamgever van de Drouwen-periode van de Trechterbekercultuur terwijl D20 uit de Havelte-periode is.
Ook in de latere perioden was de regio bewoond. Uit de bronstijd stammen de grafheuvel van de Hoofdman van Drouwen (ca. 1700 v. Chr.) dat in 1927 werd opgegraven, maar toen al voor een groot deel was verdwenen, een urnenveld ten noordwesten van Drouwen, waaronder een rijke vondst, bekend geworden als de 'schat van de prinses van Drouwen', en een rijk bronzen zwaard van Deense makelij. De schat van de prinses van Drouwen valt thans te bewonderen in het Drents museum in Assen. Van latere tijd stammen een aantal Celtic fields, enkele Romeinse grafgiften en een voor-christelijk vroeg-middeleeuws grafveld.
Ontstaan en bloei
In de 14e eeuw wordt Drouwen voor het eerst genoemd, als "Druwen in den kerspel van Borgheren". Voor de naam 'Druwen' worden twee mogelijke etymologieën genoemd: Het kan zijn afgeleid van het woord 'druwe' dat 'akker' betekent of van de persoonsnaam 'Druwe'.
Drouwen is echter al ouder, wat blijkt uit de schuldmudden die Drenthe aan aan de bisschop van Utrecht betalen moest voor het gebruik van de woeste gronden. Deze worden geacht gelijk te zijn aan het aantal boerderijen dat een plaats in 944 bezat, en hieruit blijkt dat Drouwen (12 schuldmudden) toentertijd voor het gebied een behoorlijk grote plaats was - groter dan Borger (5 1/2 schuldmudden) of Buinen (6 schuldmudden).
Desondanks was het Borger dat in de 14e eeuw kerkdorp en dus hoofdplaats van het kerspel werd. In de volgende eeuwen groeit Borger, maar Drouwen blijft niet ver achter, en begin 19e eeuw telt Drouwen ruim 300 inwoners, en is na Borger (ruim 400 inwoners) nog de grootste plaats in de gemeente Borger, waarvan de grenzen met het kerspel overeenkomen.
Drouwen is in deze periode nog vrijwel geheel een landbouwdorp, en dit zal tot de opkomst van het toerisme en het forensisme in de 20e eeuw zo blijven. Wel is er al sinds de 17e eeuw een bijschool van de school van Borger, die echter tot ver in de 19e eeuw alleen in de wintermaanden open is. Zoals op veel plaatsen in Drenthe waren de woeste gronden rond het dorp gemeenschappelijk bezit, waarin de verschillende bewoners een zogenaamd waardeel bezaten. Het veengebied werd begin 18e eeuw verdeeld, waarna hier een nieuwe nederzetting ontstond, het Drouwener Buirveen (het tegenwoordige Drouwenerveen). De rest van de verdeling van de gemeenschappelijke markegronden, totdantoe bezit van de boermarke, vond in 1849 plaats.
Lange tijd heeft Drouwen ook een kleine joodse gemeenschap gehad. In 1804 werd in een woonhuis een kleine synagoge gesticht, al had men veel moeite de hiervoor benodigde 10 man te krijgen. De Drouwense joden (4 gezinnen uit Borger en Drouwen) zijn in de Tweede Wereldoorlog via Westerbork naar voornamelijk Auschwitz gedeporteerd, en niet teruggekeerd.
19e en 20e eeuw
In de 19e eeuw groeide Drouwen nauwelijks, terwijl vooral de dorpen in het veen, maar ook Borger en Buinen, dit wel deden, en Drouwen werd een van de kleinere dorpen van de gemeente. Rond 1900 richtten de inwoners een zuivelfabriek op, die tot 1968 bleef bestaan.
In 1905 werd een spoorlijn Emmen-Gasselternijveen aangelegd, en Drouwen kreeg een halte aan deze lijn (de plaats van het stationsgebouw wordt thans onder Bronneger gerekend). De halte Drouwen werd in 1937 opgeheven, de lijn zelf verdween in 1964 (nadat al sinds 1938 geen reizigersvervoer meer plaatsvond).
Te intensief gebruik van de woeste gronden rond het dorp leidde tot zandverstuivingen, die al eind 18e eeuw de akkers begonnen te bedreigen, en uiteindelijk zelfs het dorp zelf. Begin 20e eeuw werd door bosaanplant op het Drouwenerzand hieraan een einde gemaakt. Dit leidde al snel tot enig toerisme, maar vooral na de Tweede Wereldoorlog was deze sterk in opkomst. Naast ondergenoemde toeristische initiatieven is ook de drive-in bioscoop die in 1969 werd opgericht het vermelden waard. Deze "eerste eigen auto bioscoop van Europa" trok in de jaren '70 dagelijks vele bezoekers, maar moest het uiteindelijk afleggen tegen de opkomst van de video.
Toerisme
Drouwen is een klein dorp met 500 inwoners, maar in de zomer zijn er veel meer mensen, want de plaats is populair bij toeristen. De belangrijkste reden hiervoor zijn de bossen en heidevelden rond het dorp - het Drouwenerzand ten noorden van het dorp (tussen Drouwen en Gasselte) en het Drouwenerveld (boswachterij Borger) ten westen. In laatstgenoemde heeft staatsbosbeheer het Boomkroonpad gecreëerd, waar men onder de grond en in de kruinen van de bomen informatie over de natuur krijgt, terwijl in het Drouwenerzand weer een schaapskudde over de hei zwerft. Verder oostelijk, in de richting van Drouwenerveen aan de Hunze is Stichting Het Drentse Landschap van plan aan 'natte natuurontwikkeling' te gaan doen.
Andere trekpleisters zijn de hunebedden, een attractiepark (Drouwenerzand) en een telefoonmuseum. Bij Versteend leven is er een expositie en verkoop van bijzondere gesteenten en fossielen. Voor de overnachting zijn er campings, bungalowparken en een hotel, en ook de beide restaurants zijn grotendeels op toeristen gericht.
Op de lokale bevolking gerichte middenstand is er daarentegen niet, en de bevolking moet sinds de jaren '90 naar een van de buurdorpen voor de dagelijkse boodschappen. Wel is er een dorpshuis met diverse activiteiten; overdag zetelt er in het gebouw een klein schooltje. 
201 Drouwenermoeras, Borger, Drenthe  6.884489  52.972619  Is de plek waar nu Drouwenerveen ligt.
Drouwenerveen is een dorpje in de gemeente Borger-Odoorn, provincie Drenthe (Nederland). Drouwenerveen telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2007 255 inwoners (141 mannen en 114 vrouwen).
Geschiedenis
Het is gelegen in het Hunzedal, op de eerste zandrichel aan de oostkant van de Hondsrug in Drenthe. Vroeger, in de Romeinse tijd, toen de Hondsrug nog een waddeneiland was, stroomde hier de zee in en uit. Later is door verzanding het land drooggevallen en in veen veranderd. Drouwenerveen ontstond toen omstreeks het eind van de 18e eeuw de eerste pioniers zich op een zandrug in het 'Drouwener Moeras' vestigden.
In 1794 is er sprake van 6 bewoners, de armsten der armen, die onderdak vonden in schamele plaggenhutten. Zij werden de eerste turfgravers. Het hoogtepunt van de turfgraverij in de Drouwener Venen lag tussen 1850 en 1880. Het gebied werd in die jaren geleidelijk aan meer bewoond, doordat veenbazen primitieve stenen woonhuisjes bouwden voor hun vaste arbeiders. En ondertussen doorgingen met ze uit te buiten.
Na 1880, toen het veen was afgegraven en de verveningen ten einde liepen, ontwikkelde Drouwenerveen zich tot een boerennederzetting met veenkoloniale akkerbouw. Eerst kwam er boekweit te staan op de arme gronden. Men noemde Drouwenerveen dan ook een van de boekweitkolonies. Later, in de welvarender tijd tegen het eind van de 19e eeuw, was het inwoneraantal uitgegroeid tot meer dan 350. Het dorp kende een florerende landbouw, een begraafplaats, een kerkje, een tolhuis, een school, 6 kroegen, 2 bakkers, een melkboer, een dorpssmid, en nog wat andere kleine neringdoenden.
De situatie in 2006
De school en het kerkje hebben inmiddels een woonbestemming gekregen. De school was één van de kleinste scholen van Nederland: een school uit 1886, die door de dorpsbewoners zelf werd onderhouden. Vanwege de gemeentelijke bezuinigingen is de school in 2005 opgeheven. Er is alleen nog een diervoederhandel als winkelnering. Er zijn wel veel zelfstandigen in het dorp. De beroepsbevolking is zeer divers: van landbouwer tot webdesigner, van rietdekker tot hovenier, van hondenfokker tot projectmanagement, van fabrieksdirecteur tot predikant en van brandweerman tot leraar.
Het dorp bezit een - deels zelf gebouwd - dorpshuis, een eigen dorpskrant en een eigen website. Er bestaat een gevarieerd verenigingsleven, dat gebruik maakt van dit dorpshuis.
Streektaal
Drouwenerveen heeft bewoners van allerhande soort en afkomst; het oorspronkelijke dialect is het veenkoloniaals, dat is een Gronings dialect dat gesproken wordt in de Gronings-Drentse veenkoloniën.
Website van het dorp 
202 Drouwenermond, Borger, Drenthe  6.883664131164551  52.97278492486225  Drouwenermond is een veenkoloniaal dorp in de gemeente Borger-Odoorn (provincie Drenthe, Nederland). Het betreft een van de kleinere monden en het ligt haaks op het Stadskanaal tussen Nieuw-Buinen en Gasselternijveenschemond.
Drouwenermond is een van de Drentse Monden. Het lintdorp ligt aan het gelijknamige kanaal dat werd gegraven voor afwatering van het veen en het vervoer ervan naar de stad Groningen via het Stadskanaal. Grenzend aan Stadskanaal ligt het zogenaamde Zeelandstreekje.
De mond (kanaal) zelf is voor een groot deel gedempt hoewel er later wel weer een deel is hergraven.
Drouwenermond telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2007 547 inwoners (288 mannen en 259 vrouwen).
Dialect
Ondanks dat het in Drenthe ligt wordt er een veenkoloniaals dialect gesproken, ook wel knoalsters genoemd, een dialect van het Gronings. 
203 Drouwenerveen, Borger, Drenthe  6.85722222222222  52.9675  Drouwenerveen is een dorpje in de gemeente Borger-Odoorn, provincie Drenthe (Nederland). Drouwenerveen telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2007 255 inwoners (141 mannen en 114 vrouwen).
Geschiedenis
Het is gelegen in het Hunzedal, op de eerste zandrichel aan de oostkant van de Hondsrug in Drenthe. Vroeger, in de Romeinse tijd, toen de Hondsrug nog een waddeneiland was, stroomde hier de zee in en uit. Later is door verzanding het land drooggevallen en in veen veranderd. Drouwenerveen ontstond toen omstreeks het eind van de 18e eeuw de eerste pioniers zich op een zandrug in het 'Drouwener Moeras' vestigden.
In 1794 is er sprake van 6 bewoners, de armsten der armen, die onderdak vonden in schamele plaggenhutten. Zij werden de eerste turfgravers. Het hoogtepunt van de turfgraverij in de Drouwener Venen lag tussen 1850 en 1880. Het gebied werd in die jaren geleidelijk aan meer bewoond, doordat veenbazen primitieve stenen woonhuisjes bouwden voor hun vaste arbeiders. En ondertussen doorgingen met ze uit te buiten.
Na 1880, toen het veen was afgegraven en de verveningen ten einde liepen, ontwikkelde Drouwenerveen zich tot een boerennederzetting met veenkoloniale akkerbouw. Eerst kwam er boekweit te staan op de arme gronden. Men noemde Drouwenerveen dan ook een van de boekweitkolonies. Later, in de welvarender tijd tegen het eind van de 19e eeuw, was het inwoneraantal uitgegroeid tot meer dan 350. Het dorp kende een florerende landbouw, een begraafplaats, een kerkje, een tolhuis, een school, 6 kroegen, 2 bakkers, een melkboer, een dorpssmid, en nog wat andere kleine neringdoenden.
De situatie in 2006
De school en het kerkje hebben inmiddels een woonbestemming gekregen. De school was één van de kleinste scholen van Nederland: een school uit 1886, die door de dorpsbewoners zelf werd onderhouden. Vanwege de gemeentelijke bezuinigingen is de school in 2005 opgeheven. Er is alleen nog een diervoederhandel als winkelnering. Er zijn wel veel zelfstandigen in het dorp. De beroepsbevolking is zeer divers: van landbouwer tot webdesigner, van rietdekker tot hovenier, van hondenfokker tot projectmanagement, van fabrieksdirecteur tot predikant en van brandweerman tot leraar.
Het dorp bezit een - deels zelf gebouwd - dorpshuis, een eigen dorpskrant en een eigen website. Er bestaat een gevarieerd verenigingsleven, dat gebruik maakt van dit dorpshuis.
Streektaal
Drouwenerveen heeft bewoners van allerhande soort en afkomst; het oorspronkelijke dialect is het veenkoloniaals, dat is een Gronings dialect dat gesproken wordt in de Gronings-Drentse veenkoloniën.
Website van het dorp♦ 
204 Duurkenakker, Muntendam, Groningen  6.897590  53.134607  Duurkenakker is een buurtschap in de gemeente Menterwolde in de provincie Groningen. De buurt ligt halverwege Muntendam en Meeden, langs en iets ten noorden van de doorgaande weg tussen beide plaatsen. Door de aanleg van het A.G. Wildervanckkanaal en de N33 is de buurt in tweeën gedeeld.
De naam Duurkenakker komt van de naam Duurke. 
205 Dwarsstukken, Onstwedde, Groningen  7.002196311950684  53.03076243164218  Dwarsstukken is een landbouw gebied gelegen ca 2 km ten oosten van Onstwedde 
206 Dwingeloo, Drenthe  6.37055555555555  52.8344444444444  Dwingeloo (Drents: Dwingel) is een dorp in de provincie Drenthe in Nederland, behorende tot de gemeente Westerveld. Tot de gemeentelijke herindeling van 1 januari 1998 was het een zelfstandige gemeente, waartoe ook de dorpen en buurtschappen: Boterveen, Dieverbrug (ged.), Eemster, Geeuwenbrug (ged.), Holtien, Holtland, Honingvlaken, Leggeloo, Lhee, Lheebroek, Molenstad, Stroovledder, Voshaar en Westeinde behoorden. Op 1 januari 2004 had het dorp 2363 inwoners.
Geschiedenis
De eerste vermelding van het dorp dateert van een akte uit 1181, afkomstig uit het archief van het klooster van Ruinen, dat de aankoop van een erf met een tiende land in Twingelo beschrijft. De naam komt uit het oud-Saksisch en verwijst waarschijnlijk naar het bedwingen van het bos (=loo).
Aanvankelijk was Lhee het grootste dorp in de kerspel, maar door de aanwezigheid van adel in Dwingeloo wordt dat in de 11e-12e eeuw langzaam de hoofdplaats. In de Franse tijd wordt de kerspel Dwingeloo omgevormd tot een gemeente, welke tot 1998 ongewijzigd heeft bestaan.
Dorpsbeeld en omgeving
Dwingeloo wordt algemeen beschouwd als een van de mooiste brinkdorpen van Drenthe. De grote groene brink in het centrum van het dorp is beschermd dorpsgezicht. Beeldbepalend is verder de Nederlands Hervormde kerk uit het begin van de vijftiende eeuw met de karakteristieke uivormige torenspits, plaatselijk bekend als 'de Siepel'.
Ten zuiden van het dorp ligt het Nationaal Park Dwingelderveld, een groot bos- en heidegebied waar nog een schaapskudde aanwezig is. Hier bevindt zich ook een grote radiotelescoop en aan de rand van het gebied het Planetron.
Ten zuidwesten van Dwingeloo is het landgoed van huize Oldengaerde te vinden, een goed bewaarde Drentse havezate uit de vijftiende eeuw (verbouwd in 1717). Het lanen- en grachtenstelsel dateren eveneens uit die tijd. In de tuin achter de havezate is een 'Grand Canal' aanwezig, een smalle rechthoekige vijver.
Even ten westen van het dorp liggen de huisplaatsen van de havezaten Batinge (afgebroken in 1832) en Entinge (afgebroken ca. 1740). De zeventiende eeuwse grachten- en lanenstelsels sieren heden nog het landschap. Aan de noordzijde van Dwingeloo staat de havezate Westrup. Sinds 1843 heeft het de functie van notariaat.
Een ander karakteristiek pand aan de brink is het schultehuis (Brink 12). Deze ambtswoning van de schulte (burgemeester) van Dwingeloo is gebouwd omstreeks 1675.
Sint-Anthoniusgilde
Ieder jaar op 17 januari, de naamdag van de heilige Anthonius, komen aan de brink de twaalf broeders van het Sint-Anthoniusgilde bijeen. Het gilde was een liefdadigheidsinstelling, die pacht inde (deels in natura) bij de voornaamsten in het dorp en daarmee de hulpbehoevende inwoners ondersteunde. Tegenwoordig ondersteunt het gilde ook maatschappelijke projecten. De pacht bestaat nog altijd: zo moet de bewoner van het vroegere schultehuis in het dorp Dwingeloo elk jaar op 17 januari zestien pakjes (acht pond) roomboter aan het gilde betalen. 
207 Echten, Ruinen, Drenthe  6.39777777777778  52.7133333333333  Echten is een dorp in de gemeente De Wolden, provincie Drenthe (Nederland). De oudst bekende gegevens van het bestaan van Echten dateren uit 1181. In Echten staat een havezate, Het Huis te Echten, hierin is een afdeling van Visio gevestigd, waar blinden en slechtziende mensen begeleid worden. 
208 Eekeburen, Oldekerk, Groningen  6.3444206719971135  53.2209805701058  Eekeburen was oorspronkelijk een buurtje gelegen halverwege Oldekerk en Niekerk in de gemeente Grootegast. Tot 1990 lag Eekeburen in de voormalige gemeente Oldekerk. Door de uitbreiding van Oldekerk is het nauwelijks nog als aparte buurt te herkennen. Het ligt op een van de zandruggen in het Zuidelijk Westerkwartier.

Eekeburen bestaat overigens al veel langer dan het dorp Oldekerk. Het huidige Oldekerk is eigenlijk pas in de negentiende eeuw een nederzetting geworden. Eekeburen wordt al genoemd als deel van een van de kluften van het middeleeuwse kerspel Oldekerk.

De naam Eekeburen is nog terug te vinden in het sportcomplex dat de voormalige gemeente Oldekerk hier heeft aangelegd. Naast een sportveld kent het ook een zwembad met een horecagelegenheid.

De naam Eekeburen verwijst wellicht naar huizen bij Eiken. Het zou ook afgeleid kunnen zijn van de naam Yke. 
209 Eelde, Drenthe  6.563301086425781  53.13463000079953  Eelde (Drents: Eel) is een plaats in de provincie Drenthe (Nederland) en maakt deel uit van de gemeente Tynaarlo. Voor 1998 was het de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente.
Eelde ligt in het noorden van Drenthe, langs de A28 tussen Assen en Groningen.
De dorpen Eelde en Paterswolde zijn in de loop van de twintigste eeuw aan elkaar gegroeid en vormen sindsdien één kern. Op de plaatsnaamborden wordt dan ook de naam Eelde-Paterswolde vermeld. Eelde is het zuidelijke gedeelte.
Bevolking
Aantal inwoners per 1 januari 2006: 6956 (Eelde-Paterswolde 10.744)
Geschiedenis
Eelde maakt deel uit van het oude dingspel Noordenveld. De oudste vermelding is gevonden in een oorkonde uit 1139 waarin de plaats als Elde wordt vermeld.
Later komt men in oorkonden de namen Elethe (1250 & 1275) en Elede (1294) tegen. Naar alle waarschijnlijkheid zijn dit ook namen voor het tegenwoordige Eelde.
Het is zeker dat er reeds voor 1139 bewoning op deze plaats was, maar hoe ver dit teruggaat is nog niet exact vastgesteld. Een grafheuvel en veenterpen wijzen in elk geval wel in de richting van vroege bewoning.
In de oorkonde van 1139 neemt de kerk een centrale plaats in. Onduidelijk is wanneer men deze kerk heeft gesticht. Door de toename van de bevolking in de Middeleeuwen is op een bepaald moment besloten om in Eelde een kapel te gaan bouwen. Hiervoor ging men naar alle waarschijnlijkheid naar de moederkerk van deze kapel, de kerk in "Arlo", het tegenwoordige Vries.
Naarmate er steeds meer mensen kwamen wonen in Eelde werd de nood voor een nieuwe kerk dringender en heeft men een tufstenen kerk gebouwd.
Eelde was lange tijd de zetel van de schulte, de hoogste bestuurlijke ambtenaar van Drenthe. Het "Schultenhuis" (ook wel Nijsinghhuis) en de Schultenweg in Eelde herinneren er nog altijd aan.
Gemeentewapen
Het wapen van de voormalige gemeente Eelde wordt als volgt omschreven:
In goud een omgewende opvliegende raaf van sabel, aan wier bek een kruisboog van azuur hangt, met schacht en kruk van keel. Het schild gedekt door een gouden kroon van drie bladeren en twee parels.
Het wapen is afkomstig van de adellijke familie "Sighers ter Borgh". Leden van deze familie bewoonden in de 16de en 17de eeuw de havezathe ter Borch in Eelde en vervulden belangrijke posities in het bestuur van de Landschap Drenthe. Zij bezaten daarnaast ook andere aanzienlijke huizen in Eelde. Het wapen komt voor op een grafzerk uit 1545 in de Nederlands Hervormde Kerk van Eelde Het wapen is ook te vinden in het gebrandschilderde raam van het huis Vennebroek (zie aldaar).
Bijzonderheden
De grote naamsbekendheid heeft Eelde te danken aan het nabijgelegen luchthaven Groningen Airport Eelde.
Ook de grote bloemenveiling FloraHolland is wijd en zijd bekend. In het najaar wordt in de plaats een groots bloemencorso gehouden dat vele tienduizenden bezoekers trekt.
In het centrum liggen Museum De Buitenplaats en Klompenmuseum Gebr. Wietzes.
Nabij Eelde liggen de landgoederen De Braak, Vosbergen en Lemferdinge.
Aan de westkant ligt het natuurgebied de Peizer- en Eeldermaden.
De plaatselijke nieuwsvoorziening wordt al sinds 1946 gedaan door het weekblad Dorpsklanken.
Trivia
In juli 2006 kwam Eelde landelijk in het nieuws omdat een natuurgebied vlak naast vliegveld Eelde bevolkt zou zijn door vele -volgens sommigen honderden- Russische rattenslangen. Onderzoek leerde dat deze -overigens voor mensen ongevaarlijke en maximaal twee meter lang wordende slangen- hier inderdaad voorkwamen. Jongeren hadden de dieren uitgezet in de tuin van een plaatselijke bioloog die in de -naar later bleek verkeerde- veronderstelling verkeerde dat de dieren de Nederlandse winter niet zouden kunnen overleven. 
210 Eelderdiep, Eelde, Drenthe  6.538238525390625  53.145743323937445  Het Eelderdiep (ook Eekhoornsche Loop) is een beek in het noorden van de Nederlandse provincie Drenthe. Het diep behoort tot het Drents-Gronings merengebied.
De beek begint even te noorden van Vries en mondt even ten zuiden van Hoogkerk uit in het Peizerdiep. Het laatste gedeelte, dat stroomt door de Peizer- en Eeldermaden wordt gekenmerkt door de vele meanders. Deze oude loop is bewaard gebleven ondanks dat er vanaf de Schelfhorst een, halverwege de twintigste eeuw gegraven, parallelleiding is aangelegd; het Omgelegde Eelderdiep.
De laatste twee kilometer van het Omgelegde Eelderdiep vormt tevens de grens tussen Drenthe en Groningen. Aan de Groningse kant wordt hier nu de wijk Ter Borch gebouwd 
211 Eelderwolde, Eelde, Drenthe  6.545319557189941  53.17493266564336  Eelderwolde is een dorp in de gemeente Tynaarlo, provincie Drenthe (Nederland). Het grenst aan de grotere plaatsen Eelde-Paterswolde en Groningen. Eelderwolde telt ongeveer 350 inwoners. Het dorp loopt door over de gemeente/provinciegrens en hoort deels tot de gemeente Groningen.
Eelderwolde ligt op een zandrug in een laagveenlandschap ten zuiden van de stad Groningen. Langs vrijwel de gehele doorgaande weg in het dorp (Groningerweg) staat bebouwing. In het dorp is onder andere een Chinees hotel/restaurant gevestigd en een Scandinavisch restaurant met blokhutten, die gehuurd kunnen worden.
Eelderwolde grenst aan het Paterswoldsemeer/Hoornsemeer, waardoor er veel recreatiemogelijkheden zijn.
In de zomer van 2005 is begonnen met de aanleg van de nieuwbouwwijk Ter Borch. 
212 Eelshuis, Siddeburen, Slochteren, Groningen  6.908302  53.239541  In het dorp Siddeburen heeft ook een borg gestaan, het Ufkenshuis, welke in 1705 werd gesloopt. Ook ten oosten van het dorp heeft nog een borg gestaan, namelijk het Eelshuis. Deze laatste borg maakte eigenlijk deel uit van een volwaardig kerkdorp dat ten oosten van Siddeburen heeft gelegen en waarvan niets meer over is. Dit dorp heette Oostwold en heeft naar alle waarschijnlijkheid een grote romanogotische kerk gehad. 
213 Eelwerd, Opwierde, Appingedam, Groningen  6.890594959259033  53.316660758808304  Huis te Eelwerd te Eelwerd
Het Huys thoe Elswerd of Sissingheborg wordt genoemd in de zestiende eeuw. Het bevond zich op een omgracht perceel op de wierde, dat nog in de negentiende eeuw herkenbaar was. Vanouds woonde hier de familie Tho Eelwert. Via de zuster van Galtho tho Eelwert (ov. 1571), een vooraanstaand burger van Appingedam belandde het huis bij de familie Sissingge. Het huis staat afgebeeld op de kaart van Van Starkenborg en wordt nog in 1690 vermeld als "Kimmenade met annexen".
Generale Zijlvest der Drie Delfzijlen
Uitbreiding
In de loop der eeuwen werd het gebied van de Drie Delfzijlen steeds verder uitgebreid. Al in de beginperiode kregen de laag gelegen landerijen ten noorden van het Schildmeer, die feitelijk binnen de grenzen van het Woldzijlvest lagen, aansluiting bij het Slochter zijlvest. Het Dorpster zijlvest werd uitgebreid met het grondgebied van de dorpen Opwierde, Eelwerd, Tuikwerd en Meedhuizen, die nog in 1306 tot het Farmsumer zijlvest werden gerekend. Mogelijk gold dit ook voor een deel van Appingedam. Meedhuizen keerde tussen 1471 en 1542 definitief terug in het Farmsumer zijlvest.
In 1370 sloten de dorpen Middelbert en Engelbert, die eerder naar de Hunze uitwaterden, zich bij het Scharmer zijlvest aan, in 1424 gevolgd door een deel van de Oosterstadshamrik, in 1434 door de rest. Daarvoor werd aanvankelijk een zijltje gemaakt bij de Stertabolabalka te Ruischerbrug, dat uitmondde in de Weterlesne. Daarmee is waarschijnlijk de Damster vaert of olde Damster maer bedoeld, die langs de Oude Stadsweg liep. In 1424 werd het Damsterdiep aangelegd, dat het gebied rond de stad Groningen verbond met het Lustige maar, de Fivel en de Delf. Deze naam - voor het eerst vermeld in 1444 - ging later over op de Delf.
Overigens is de exacte locatie een gissing van mijn kant 
214 Eemboerveld, Smeerling, Onstwedde, Groningen  7.095022201538086  53.01564943969449  De Ruiten-Aa bij het Metbroekbos en het Eemboerveld bij Smeerling 
215 Eemster, Dwingeloo, Drenthe  6.387197  52.853882  Eemster is een buurtschap behorende tot de gemeente Westerveld in de provincie Drenthe. De buurtschap is gelegen in de driehoek Geeuwenbrug-Lheebroek-Dwingeloo. 
216 Een West, Roden, Drenthe  6.340055465698242  53.08490537322103  Een West is een gehucht ten westen van Een, gemeente Noordenveld, provincie Drenthe (Nederland).
Het dorp ligt vlakbij het drie-provinciën-punt van de provincies Groningen, Friesland en Drenthe. De grens van Drenthe heeft hier een wat merkwaardige hoek. Hij loopt namelijk ongeveer 2 kilometer (nagenoeg) naar het westen, dan ongeveer 1½ km naar het zuiden en dan weer 4 km naar het oosten.
De grens is in 1717 als compromis ontstaan als gevolg van een grensconflict tussen de bewoners van Een en Leek. Het dorp Een liet zijn vee namelijk ver in het veengebied ten westen van het dorp, tot in het Groningse gebied, weiden. Men meende daarom, toen het economisch interessant werd vanwege de verveningen, het recht te hebben op het gebied (het huidige Breemen) – hoewel het altijd als Gronings bekend stond. Ter compensatie werd een deel(tje) aan Een toegewezen, het huidige Een-West.
Aan de weg van Een naar Een-West ligt de Zwartendijksterschans.
Trivia
De uitstulping die de provinciegrens bij Een-West maakt, wordt wel het "neusje van Drenthe" genoemd. De vorm van Drenthe lijkt namelijk iets op een gehurkte oude vrouw of op een slederijder. 
217 Een, Norg, Drenthe  6.39388888888889  53.0755555555556  ) is een dorp in de gemeente Noordenveld in de Nederlandse provincie Drenthe. Het dorp bestaat uit drie kernen die tezamen iets meer dan 800 inwoners tellen.
De grootste van deze kernen ligt aan de weg van Haulerwijk naar Norg. Noorderlijk hiervan, langs de weg naar Steenbergen, liggen nog twee kernen. Ongeveer een kilometer naar het noorden ligt de Middenbuurt of Middenboer. Vanuit hier loopt een weg naar Een-West. Deze weg heet de Schansweg, maar stond vroeger bekend als de Zwartendijk en was de belangrijkste verbinding van Friesland met Drenthe. Ter bescherming van deze weg is hier in de zestiende eeuw een schans gebouwd. Deze Zwartendijksterschans is in 1980 prachtig gerestaureerd. Een andere schans met de naam Portugal lag ten oosten van Een.
Weer een kilometer noordelijker ligt de kern Noordeinde of Noorderboer.
Ten oosten van Een ligt het Eenerdiep, dat ook wel het Groote diep wordt genoemd. Dit is de bovenloop van het Peizerdiep. Over het diep ligt de Eenerbrug.
De naam Een is afkomstig van Ede, wat waarschijnlijk turf betekent.
Trivia
* Een Drents raadsel: wat is de kortste plaatsnaam? Antwoord: Een, want het bestaat slechts uit een cijfer.
* De naam van het dorp wordt ook wel verklaard als zijnde komend van het Hof van Eden. Dat moet ironisch bedoeld zijn, want het onontgonnen veengebied tussen Roden en Een werd ook wel het Tranendal genoemd, vanwege de erbarmelijke omstandigheden daar. 
218 Eenerveld, Norg, Drenthe  6.350152  53.075904  't Eenerveld is gelegen in het buurtschap Amerika en ca 2.5 km ten westen van Een, een Noord-Drents dorpje tussen Norg en Roden.
De omgeving kenmerkt zich door een rijke variatie in het typisch Drentse landschap: bos, heide, zandverstuivingen, vennetjes en landbouwgronden. 
219 Eenrum, Groningen  6.45944444444444  53.3625  Eenrum (Gronings: Ainrom) is een wierdedorp in de gemeente De Marne, provincie Groningen, Nederland.
Tot 1990 was het dorp de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente. In dat jaar werd het samengevoegd met de gemeenten Leens, Ulrum en Kloosterburen tot de gemeente Ulrum, later De Marne genoemd.
Eenrum ligt aan het einde van het Eenrumermaar en heeft een beschermd dorpsgezicht. 
220 Eenum, 't Zandt, Groningen  6.78111111111111  53.3388888888889  Eenum is een klein dorpje in de gemeente Loppersum in de provincie Groningen in Nederland. Het ligt iets ten noorden van de spoorlijn Groningen - Delfzijl, op twee kilometer ten noordoosten van het dorp 'Loppersum'. Het heeft 113 inwoners ( 1-1-2006).
Eenum is gebouwd op en rond een wierde. Onderzoek heeft aangetoond dat de wierde van Eenum al in 500 v. Chr. bewoond werd. Op de wierde staat ook een prachtig kerkje. Het dateert uit de twaalfde eeuw.
De meeste Groninger kerken horen tot de romanogotiek.Het kerkje van Eenum is een van de uitzonderingen, het is meer romaans. Vermoedelijk is het oudste nog bestaande bakstenen kerkgebouw in de provincie Groningen. Het heeft een orgel uit 1703 gebouwd door Arp Schnitger. Het is tegenwoordig een van de trouwlocaties van de gemeente Loppersum.
Even buiten het dorp, aan de weg naar Leermens ligt nog een wierde, Eenumerhoogte, de hoogste wierde in Groningen. 
221 Ees, Borger, Drenthe  6.80555555555556  52.9077777777778  Ees is een klein dorp in de Drentse gemeente Borger-Odoorn; het dorp ligt ongeveer 17 kilometer ten noorden van Emmen.
Ontstaan
Ees (vroeger ook wel Eest genoemd) is net als de andere esdorpen binnen de gemeente Borger-Odoorn onstaan in de vroege Middeleeuwen. De nederzetting Ees kon ooit gesticht worden omdat alle noodzakelijke elementen beschikbaar waren: hoog gelegen gronden voor de es (akkerlanden), een riviertje (het Voorste Diep) voor grasland en voldoende hei (voor het houden van schapen), bos en veen.
Agrarisch karakter
In 1832 telde Ees zo'n twintig boerderijen met totaal 161 inwoners (het betrof uitsluitend een agrarische bevolking, te weten boeren en één schaapherder). Vergeleken met 1832 is het inwonertal meer dan verdubbeld. Ees had (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2007 363 inwoners (183 mannen en 180 vrouwen).
Veranderingen in de tweede helft van de 20e eeuw
Door de veranderingen in de landbouw (mechanisatie en schaalvergroting) veranderde geleidelijk het typische esdorp karakter van Ees. De werkgelegenheid in de landbouw nam af. De uitbreiding van Ees (voornamelijk na de Tweede Wereldoorlog) had vooral te maken met interesse vanuit de toeristische sector voor Drenthe. Deze belangstelling ging ook niet aan Ees voorbij. Door de vestiging van een vakantiepark bij het dorp ontstond er meer en een gevarieerde bedrijvigheid. Bovendien werden de drentse dorpen op de Hondsrug aantrekkelijke woongebieden voor forenzen. Een andere recente ontwikkeling is het zogenaamde 'drentenieren' (gepensioneerden uit andere delen van het land vestigen zich in de drentse zanddorpen). Door deze genoemde ontwikkelingen valt ook de toename van het inwonertal van Ees te verklaren. 
222 Eesergroen, Borger, Drenthe  6.77888888888889  52.8894444444444  Eesergroen is een klein dorp in de gemeente Borger-Odoorn, provincie Drenthe (Nederland). Het dorp ligt ongeveer 16 kilometer ten noord-westen van Emmen.
Eesergroen telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2006 157 inwoners (84 mannen en 73 vrouwen). 
223 Eeserveen, Borger, Drenthe  6.764155  52.867402  Overige officiële kernen:
* Bronnegerveen
* Drouwenermond
* Eeserveen
* Ellertshaar 
224 Eext, Anloo, Drenthe  6.73388888888889  53.0169444444444  Eext is een dorp in de gemeente Aa en Hunze in de Nederlandse provincie Drenthe, nabij Gieten, gelegen op de Hondsrug. Het dorp heeft 1411 inwoners (1 januari 2007). Eext bestaat uit een combinatie van verschillende brinken, waaromheen van oudsher de boerderijen en woningen geschaard waren. Winkels en een hotel-café-restaurant zijn daar ook te vinden. In de jaren '70 werd aan de noordzijde van het dorp een nieuwbouwwijk gecreëerd. Eext is vanuit Assen met een autobusdienst bereikbaar. 
225 Eexta, Scheemda, Groningen  6.98611111111111  53.1633333333333  Eexta was oorspronkelijk een dorp in de gemeente Scheemda in de provincie Groningen. Het is inmiddels geheel met Scheemda vergroeid. Eexta lag ten zuid-oosten van het hoofddorp, aan een zijtak van het Winschoterdiep.
Het dorp had oorspronkelijk een zeer fraaie kerk, gebouwd in de tweede helft van de dertiende eeuw. Deze kerk, in dezelfde stijl als de kerk van Zuidbroek is in 1870 afgebroken. Ter plaatse is een nieuwe kerk gebouwd, waarin de oude preekstoel en het orgel zijn teruggeplaatst. De oorspronkelijke pastorie, uit de dertiende eeuw is bewaard gebleven en heeft het oudste woonhuisdak van Nederland. Dat blijkt uit onderzoek van de Rijksdienst voor Monumentenzorg. Uit de jaarringen valt af te leiden dat de eikenhouten balken in het dak stammen uit ongeveer 1250. Volgens bouwhistoricus A. Reinstra is niet alleen de leeftijd, maar vooral ook de puntgave constructie van het dak zeer bijzonder. Het gaat hier om de originele constructie.
Eexta is waarschijnlijk het moederdorp van Meeden dat oorspronkelijk Eextameeden heeft geheten. 
226 Eexterveen, Anloo, Drenthe  6.80055555555556  53.0538888888889  Eexterveen is een dorp in het oosten van de gemeente Aa en Hunze, in de Nederlandse provincie Drenthe. Het is gelegen tussen de Hunze en de provinciegrens met Groningen. Het dorp heeft 473 inwoners (1 januari 2007).
Geschiedenis
De eerste vermelding van Eexterveen dateert uit 1505. De naam werd gebruikt voor de venen ten oosten van de Hunze die tot de boermarke van Eext behoorden. De eerste vervening in dit gebied was vrij kleinschalig. De turf werd via de Hunze afgevoerd naar de stad Groningen. De eerste bebouwing ontstond op zandkoppen langs de oostoever van de Hunze.
De ontginning kwam pas echt op gang in de achttiende en negentiende eeuw. Het veengebied werd toen ontsloten via wijken (zijkanalen) die uitkwamen op het Grevelingkanaal. Via dat kanaal en het Kielsterachterdiep (beter bekend als het Kieldiep) ontstond een veel betere verbinding met Groningen.
In de negentiende eeuw verplaatste het dorp zich een stuk naar het oosten. De oude weg langs de Hunze werd vervangen door een rechte weg waaraan het huidige dorp ligt.
Huidige tijd
Na de vervening werd het een typisch agrarisch dorp. Het oorspronkelijk kleinschalige karakter van de landbouw is door de ruilverkaveling verloren gegaan. Het aantal boeren is ook drastisch afgenomen. Het voornaamste gewas is de fabrieksaardappel.
Direct ten westen van het dorp wordt sinds enige jaren gewerkt aan het herstel van de oude loop van de Hunze. Het natuurgebied dat hier ontstaat maakt deel uit van een groter geheel in het gehele stroomgebied van de Hunze. Om het gebied open te houden lopen er grote grazers rond, waaronder ook een kudde paarden.
Het dorp is goed bereikbaar. Het ligt in de buurt van de N33 en heeft een eigen afslag. Door het dorp loopt een doorgaande weg van Gieterveen naar Spijkerboor.
Zoals vele kleine plattelandsdorpen heeft Eexterveen weinig voorzieningen. Er is een openbare basisschool (De Springplank), een dorpshuis, een sportveld, een natuurijsbaan en een (kunstgras)tennisbaan. In 2006 werd een nieuw bewegingshuis geopend. Dit pand, grotendeels gebouwd door de dorpsgemeenschap zelf, dient ter vervanging van de gymzaal, die aan het eind van de jaren 1950 werd gebouwd. Voor andere voorzieningen zijn de bewoners aangewezen op Gieten of Veendam. 
227 Eexterveenschekanaal, Anloo, Drenthe  6.82361111111111  53.0633333333333  Eexterveenschekanaal is een klein dorp dat ligt in het noord-oosten van de gemeente Aa en Hunze in de Nederlandse provincie Drenthe. Het is een lintdorp, gelegen aan het Grevelingkanaal dat loopt van het Zuidlaardermeer naar Wildervank. Het dorp telde op 1 januari 2007 231 inwoners. 
228 Eexterzandvoort, Anloo, Drenthe  6.783714294433594  53.03610901652562  Eexterzandvoort is een klein dorp in de Nederlandse gemeente Aa en Hunze in de Nederlandse provincie Drenthe. Het dorp is gelegen aan de weg van Eext naar Eexterveen. Aan de noordkant van het dorp stroomt de Hunze, aan de oostkant wordt het begrensd door de rijksweg N33
De naam zandvoort verwijst naar een zandrug in het veengebied aan beide zijdes van de Hunze. Iets ten zuid-oosten van het dorp ligt de buurtschap Gieterzandvoort op dezelfde zandrug.
Zowel aan de noordkant als aan de zuidkant van het dorp liggen terreinen van Het Drentse Landschap. In die gebieden. aan de noordkant het Hunzedal, aan de zuidkant Breevenen, wordt geprobeerd het landschap terug te brengen in de staat waarin het verkeerde voordat het in cultuur werd gebracht. In Eexterzandvoort wonen 130 mensen.
Geschiedenis
Het Drentse landschap was in het begin van de 17e eeuw voor een reiziger op doorreis niet veel meer dan een eindeloze leegte. De dorpen lagen als kleine eilandjes in een zee van heide en venen. Het land was, met uitzondering van het zuidwestelijke deel, uiterst dun bevolkt. In het zuidwesten bepaalden streekdorpen voor een groot deel het landschap.
In 1630 telde Drenthe ongeveer 22.000 inwoners, in die tijd ongeveer 1,3% van de Nederlandse bevolking. In 1675 bedroeg de bevolkingsdichtheid op het Drentse platteland 7,6 per km2. In 1750 was het inwoneraantal gestegen tot 35.000, waarvan het overgrote deel een bestaan vond in de landbouw.
Pas aan het einde van de 18e eeuw vestigden zich mensen in het gebied dat we nu kennen als Eexterzandvoort
De Nederlands Hervormde gemeente Anloo vermeldt in 1799 de doop van Jan, zoon van Klaas Jans en Grietje Christiaans, in haar kerkboek. Als woonplaats is genoteerd "...in de Eexterdallen tussen Eext en Eexterveen." Nederland maakte vanaf 1810 enkele jaren deel uit van het Franse keizerrijk. Keizer Napoleon beval dat alle inwoners van zijn rijk hun namen moesten laten registreren. In 1813 werden vanuit (de) Zandvoort twee namen ingeschreven. Jacob Harms en zijn gezin lieten zich inschrijven onder de naam Tetman. Jan Harms en zijn vrouw en kinderen noemden zich voortaan Vos. De familienaam Zandvoort kwam in die tijd in Drenthe nog niet voor.
In 1844 stonden er volgens opgave drie huizen in Eexterzandvoort. Het aantal inwoners van het dorp begon in de tweede helft van de vorige eeuw te groeien. De Drentse bevolking was in de 19e eeuw de snelst groeiende van Nederland. Na 1895 kende de provincie zelfs het hoogste geboortenoverschot van heel Nederland!
Uit een "register van nummers der huizen" in de gemeente Anloo blijkt dat er in het begin van de 20e eeuw 46 woningen in Eexterzandvoort stonden. In 1994 telde het dorp 52 woningen en 139 inwoners.
Ontstaan en geschiedenis
Eexterzandvoort is geen erg oude gemeenschap. De meeste bewoners zijn hier neergestreken tussen 1840 en 1900 en woonden ten zuiden van de Nieuwedijk.
De mensen die hier kwamen wonen stichtten kleine landbouwbedrijfjes en werden ook wel keuterboeren genoemd. De woningen werden veelal midden in het land gebouwd. Dat was handig omdat veel werk met de kruiwagen moest gebeuren.
Tot ongeveer 1970 liep er een pad ongeveer halverwege tussen de Nieuwedijk en de afwateringssloot op de grens van de gemeenten Anloo en Gieten. Deze sloot werd "Scheiding" genoemd. De tunnel onder Rijksweg 33 draagt vandaag de dag dezelfde naam. Het pad begon bij de Nieuwedijk nr.9 en kronkelde langs alle huizen naar Dalweg nr.33. Later kwam er meer bewoning aan de Oudedijk, de Dwarsdijk, de Krommedijk en de Zwienhemsdijk.
Bewoning rond 1950
Tot aan 1950 stonden er 46 woningen in Eexterzandvoort. Nadien zijn er twee afgebrand en drie afgebroken. Tot op heden werden er zes particuliere woningen bijgebouwd. De gemeente (Anloo) bouwde twee dubbele woningen, waarmee het totale aantal op 51 kwam.
De afgebroken woningen stonden aan de Nieuwedijk. Eén naast de voormalige ijsbaan tegenover de oprijlaan van nr.7 en één tussen nr.7 en nr.5.
Leefsituatie rond 1950
De meeste bewoners vonden hun bestaan in de landbouw. Omstreeks 1950 waren er eenendertig (!) boerenbedrijfjes, meest keuterboeren. Verder woonden er nog zeven landarbeidersgezinnen met soms een eigen melkkoe of een paar geiten voor de melk.
Het bouwplan was beperkt. Vanwege de hoge zuurgraad van de grond voldeden rogge en aardappelen beter dan tarwe en gerst. Ook werd wel haver verbouwd en gevoerd aan de paarden. Na de oogst van de rogge (juli en augustus) werden vaak knollen geteeld, een prima voer voor de koeien. Voor datzelfde doel werd meestal ook nog een perceel voederbieten verbouwd. Ook zag je een enkel perceel suikerbieten.
Twee personen vonden hun bestaan in de handel in vee, stro, hooi, en dergelijke.
Het dorp had verder een bakker, een smid, een winkelier, een hoofd van de openbare lagere school en een paar rustende landbouwers zonder A.O.W. (dat toen nog niet bestond).
In de crisisjaren tussen 1930 en 1940 was het helemaal droevig gesteld met het inkomen van de inwoners. Een aantal keuterboeren moest gaan werken bij de aanleg van de Staatsbossen. Zwaar werk voor de schamele beloning van acht gulden per week.
Ondanks het karige bestaan kon men toch niet van echte armoede spreken. De eerste levensbehoeften waren voldoende voorhanden. Men verbouwde zelf aardappelen, bonen, groente en fruit (bessen, appels en peren). Ook melk had men voldoende. Verder werd één of twee keer per jaar een varken of schaap geslacht. De slacht voor de zomer werd gepekeld en gedroogd waardoor het langer bewaard kon worden. Het spek en de worst werden wel enigszins geel (ranzig), maar men was in die tijd minder kieskeurig.
Eigen brandstofvoorziening
Ook voor de brandstof zorgde men zelf. In mei werd een perceeltje veen gehuurd. Het veen werd uitgegraven en op een veldje met een dijkje er omheen, uitgestrooid. Daarna ging er water bij en kreeg men een brij van veen en water. De brij werd gedroogd en gesneden. Later werd het opgebroken en nagedroogd. Dit proces wordt baggeren genoemd. Het stukje bos aan de Krommedijk werd gebruikt voor het baggeren. De naam van het bosje herinnert aan deze tijd: 'Baggerstukken'. 
229 Egten, Sleen, Drenthe  6.803140  52.768354  Vroeger een streek vlak bij Sleen, nu een onderdeel van Sleen 
230 Egtensveen, Sleen, Drenthe  6.799643  52.767443  Nu onderdeel van Sleen 
231 Egypteneinde, Veendam, Groningen  6.889533  53.123644  Egypteneinde is een gehucht vlak bij Muntendam
Egypte is een buurt in de Nederlandse gemeente Veendam. Het ligt aan de noordkant van het dorp Veendam, aan de weg Egypteneind, richting Meeden. Direct ten oosten van de buurt loopt de spoorlijn naar Zuidbroek.
De naam kan een verwijzing zijn naar Egyptenaren, in de betekenis van zigeuners 
232 Eibersburen, Grootegast, Groningen  6.257351  53.243296  Eibersburen is een gehucht in de gemeente Grootegast in de provincie Groningen. Het ligt langs het van Starkenborghkanaal, tussen Gerkesklooster en Gaarkeuken, even ten oosten van de gelijknamige brug bij Lutjegast. De metalen brug Eibersburen, gebouwd in 1934-36, toen het oude Hoendiep hier verbreed werd tot het van Starkenborghkanaal is inmiddels afgebroken en wordt vervangen door een nieuwe, hogere betonnen brug. 
233 Ekamp, Finsterwolde, Groningen  7.06430855554197  53.174588441298525  Ekamp (Gronings: Aikamp) is een gehucht in de gemeente Oldambt , in de provincie Groningen. Het gehucht ligt aan de oostelijke kant van het nieuwe meer dat in het Oldambt is gegraven in het kader van het Blauwestad-project.
De naam Ekamp komt van kamp (in de betekenis van afgeperkt stuk land) aan de Ee, waarmee de Oude Ae wordt bedoeld. De inwoners van het gehucht hebben als bijnaam de Knollentrekkers 
234 Ekamp, Midwolda, Groningen  7.071633338928223  53.177183310991616  Ekamp (Gronings: Aikamp) is een gehucht in de gemeente Oldambt , in de provincie Groningen. Het gehucht ligt aan de oostelijke kant van het nieuwe meer dat in het Oldambt is gegraven in het kader van het Blauwestad-project.
De naam Ekamp komt van kamp (in de betekenis van afgeperkt stuk land) aan de Ee, waarmee de Oude Ae wordt bedoeld. De inwoners van het gehucht hebben als bijnaam de Knollentrekkers 
235 Ekehaar, Rolde, Drenthe  6.582162380218506  52.97217630899945  Ekehaar is een klein dorp in de gemeente Aa en Hunze in de provincie Drenthe (Nederland). Het ligt tussen Nijlande en Amen aan de weg van Rolde naar Hooghalen in de gemeente Midden-Drenthe. Het dorp telde op 1 januari 2008 266 inwoners.
Het dorp heeft een basisschool, die ook de omliggende dorpen en gehuchten bedient. 
236 Eldersloo, Rolde, Drenthe  6.617844  52.965813  Eldersloo is een dorp in de gemeente Aa en Hunze in de provincie Drenthe. Het ligt op een hoogte van ca 14m + en heeft ca 50 inwoners. 
237 Eleveld, Rolde, Drenthe  6.581349  52.957432  Eleveld is een gehucht met ongeveer 38 inwoners dat tegenwoordig deel uitmaakt van de gemeente Aa en Hunze, gelegen in het Oostermoergebied in de provincie Drenthe (Nederland). Eleveld ligt ongeveer midden tussen de bekendere plaatsen Assen en Rolde. Laatstgenoemde plaats maakt ook deel uit van de gemeente Aa en Hunze. De geschiedenis van het gehucht gaat terug naar de middeleeuwen.
Medio 1700 blijkt het erf Eleveld door Heerlijkheid Ruinen te zijn verkocht aan het landschap Drenthe, waarna het binnen enkele decennia nog een paar maal overgaat in andere handen.
Op het stuk grond staan enkele boerderijen, waarvan er enkele anno 2007 nog een echte boerenbedrijven zijn.
Tussen 1918 en 1947 heeft De Eerste Drentsche Stoomtramweg-Maatschappij een tramlijn gehad met een halte in Eleveld. Eleveld is behoorlijk aardschokgevoelig, maar de schokken zijn nooit erg hoog geweest. 
238 Elim, Hoogeveen, Drenthe  6.580615  52.682450  Elim is een dorp in de gemeente Hoogeveen gelegen in de Nederlandse provincie Drenthe. Het dorp telt ongeveer 2400 inwoners.
Elim was, zoals meer plaatsen in de omgeving, oorspronkelijk een onbegaanbaar veengebied. Vanaf 1631 was het grondgebied waarop Elim en ook andere veendorpen in de omgeving liggen eigendom van de Compagnie der 5000 morgen. Nadat het gebied was overgenomen door de Hollandsche Compagnie, kreeg het gebied de naam Hollandscheveld. In de jaren '80 van de 18e eeuw begon de veenafgraving in het gebied waar tegenwoordig Elim ligt. Het jaar 1786 geldt als de geboortedatum van Elim, aangezien zich er toen definitief bewoners vestigden.
De plaats heette echter in die tijd nog Hollandscheveld-Zuidoost. Pas in 1924 kreeg het dorp de naam Elim, op voorstel van de plaatselijke predikant (Elim wordt in de Bijbel genoemd als een oase in de Sinaï woestijn). De naam van Elim wordt ook vaak in verband gebracht met vruchtbaarheid. 
239 Ellerhuizen, Bedum, Groningen  6.608705520629883  53.27912538534778  Ellerhuizen is een plaats in de gemeente Bedum in de provincie Groningen in Nederland.
De plaats bestaat uit een verzameling boerderijen die zich zo'n 2½ km uitstrekt langs de Ellerhuizerweg. De weg begint bij het Boterdiep, loopt dan 1½ km nagenoeg naar het oosten en dan nog 1 km naar het noordoosten.
Over het Boterdiep liggen twee bruggen die de Ellerhuizerbrug (of -klap) en de Oude Ellerhuizerbrug heten. De "Oude" brug, gelegen in het fietspad, is in werkelijkheid de nieuwste, maar heet zo omdat deze op de landhoofden van de afgebroken brug is gebouwd. Deze waren blijven bestaan toen er, bij de aanleg van de rondweg rond Zuidwolde, net ten zuiden van deze brug een vervangende werd aangelegd. De brug bleek echter een gevaarlijk punt te zijn, omdat fietsers hier even van de parallelweg af moetsen, om het kanaal over te steken. In de jaren 80 is daarop de brug op de oude locatie hersteld.
De naam Ellershuizen (en Eller(t)sveld) heeft in het Gronings de betekenis afgelegen plek of onbekende plek, waarschijnlijk omdat het eerste deel op elders lijkt. 
240 Ellersinghuizen, Vlagtwedde, Groningen  7.11083333333333  53.0169444444444  Ellersinghuizen is een buurtschap in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen (Nederland). Het ligt iets ten zuiden van het dorp Vlagtwedde aan de Ruiten-Aa. Ellersinghuizen heeft ongeveer 100 inwoners.
De buurtschap was in het verleden een eigen marke. De naam wordt in ieder geval rond 1500 al genoemd. De naam zou komen van de familie Ellersingh die de nederzetting gesticht zou hebben 
241 Ellertshaar, Borger, Drenthe  6.740797  52.892823  Borger-Odoorn is een gemeente in het oosten van de provincie Drenthe (Nederland). De gemeente telt 26.313 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 278 km².
Overige officiële kernen:
* Bronnegerveen
* Drouwenermond
* Eeserveen
* Ellertshaar 
242 Ellertsveld, Zweeloo, Drenthe  6.7363786697387695  52.849048461284646  Het Ellertsveld is een natuurgebied centraal gelegen bij het openluchtmuseum van Schoonoord in de provincie Drenthe.
Hoewel het gebied tegenwoordig behoorlijk bebost is, was het in vorige eeuwen een uitgestrekt heideveld.
De naam zou verwijzen naar Ellert uit de sage van Ellert en Brammert. In het gebied ligt het hunebed de Papeloze kerk. 
243 Elp, Westerbork, Drenthe  6.610990  52.876567  Geen verdere gegevens bekend. 
244 Elperveld, Westerbork, Drenthe  6.6529083251953125  52.905568373307524  Vroeger was dit kennelijk een plaats, maar er is nu niets van over. Waarschijnlijk wat plaggenwoningen maar dat is alles verdwenen, alleen de naam is nog een beetje terug te vinden. 
245 Emmen, Drenthe  6.9  52.7833333333333  Emmen (Nedersaksisch: Emm) is de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente Emmen, in de Nederlandse provincie Drenthe. De plaats had op 1 januari 2004 51.510 inwoners.
Geschiedenis
Het dorp Emmen ontstond op de zuidoostpunt van de Hondsrug. Het werd voor het eerst genoemd in een oorkonde uit 1139, toen het als Curtis Emne (Hof van Emmen) omgeschreven werd, we vinden vaker de namen Emne en Empne als de oude namen voor Emmen. De oorkonde spreekt van een hoeve (mansus) dat bekend staat onder verschillende namen. De namen zijn Saalhof, Edele Hof maar we kennen het toch vooral onder de naam Heerenhof. Emmen werd eind 12e eeuw een zelfstandige parochie.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het economische zwakke zuidoosten van Drenthe aangemerkt als ontwikkelingsgebied, waarna er onder meer textiel- en metaalfabrieken werden gevestigd. Hun komst maakte nieuwbouwwijken noodzakelijk. Sommige hiervan werden op relatief grote afstand van de bestaande kern gebouwd, dit om landschappelijk waardevolle gebieden als het bos Emmerdennen te behouden. In de jaren 50 tijdens een enorme economische groei was Emmen (samen met Apeldoorn) een van de snelstgroeiende steden van het land. Emmen heeft ook een betaaldvoetbalclub binnen zijn stadsgrenzen: FC Emmen.
Bijzondere gebouwen
Een van de weinige echt oude gebouwen in Emmen is de Hervormde Kerk, waarvan de Romaanse toren uit de 12e eeuw stamt, toen de kerk nog aan Sint-Pancratius was gewijd. Opmerkelijk zijn verder de synagoge en het kantongerecht.
In Emmen bevindt zich een van de grootste dierentuinen van Europa, het Dierenpark Emmen waar jaarlijks duizenden toeristen uit Nederland en het buitenland, voornamelijk Duitsland, op af komen. Enkele jaren geleden is de dierentuin flink uitgebreid buiten het stadscentrum. Verdere groei is hier nog mogelijk. Rond Emmen liggen acht hunebedden.
Emmen heeft een grote loopbrug, de zogenaamde Traverse. Deze loopbrug strekt zich van het nieuwe gedeelte van het dierenpark naar het oude gedeelte en is gebouwd boven de Hondsrugweg. De dierentuin is de grootste toeristische trekpleister van Emmen.
Tot eind 2006 was in Emmen, op het Marktplein, een boerderij gevestigd uit 1864 waarin voorheen het VVV-kantoor, het Radiotron en de Oudheidkamer gevestigd waren en later twee restaurants. Het pand brandde op 27 december 2006 grotendeels af. 
246 Emmer-Compascuum, Emmen, Drenthe  7.0425  52.8111111111111  Emmer-Compascuum is een dorp gelegen in de gemeente Emmen, provincie Drenthe (Nederland). Het ligt 11 kilometer ten oosten van de plaats Emmen. Emmer-Compascuum betekent de gemeenschappelijke weide van het dorp Emmen. In 19e eeuw toen de venen in de rest van het land allemaal vergraven zijn, bleef alleen in het noordoosten van Nederland nog een stuk hoogveen ongeroerd. Dit stukje veen is in het westen begrensd door de Hondsrug en in het oosten door de Duitse grens. Nederlands deel van het hoogveen maakt deel uit van een groter moerasgebied: Bourtangemoer. Vanuit het noorden, westen en het zuiden werd vanaf tweede helft van de 19e eeuw naar huidige Emmer-Compascuum gegraven. In het zuiden is Emmer-Compascuum ontsloten door het Oranjekanaal en in het noorden watert Emmer-Compascuum af op het Stadskanaal. Dwars door Emmer-Compascuum liep het veenbeekje De Runde die gedempt werd om het veen te ontwateren met kanalen. Later werd de toen drooggevallen Runde overal weggegraven In 1907 kreeg Emmer-Compascuum een verbinding per stoomtram toen de DSM haar station er opende. De lijn tussen Klazienaveen en Ter Apel werd op 9 april 1940 opgeheven.
Emmer-Compascuum is een typisch veenkolonie. Het dorp is vooral bebouwd langs de kanalen, Hoofdkanaal, Kanaal-A, Kanaal-B, Scholtenskanaal en Kanaal-C het latere Schuttingslaan,die toentertijd gebruikt werd voor ontwatering van het moeras en vervoer van het gewonnen veen. Haaks op de kanalen lopen de wijken. De wijken verdeelden het moeras in evengrote langgerekte percelen. Vanuit die wijken werden weer sloten gegraven die het veen ontwateren om gestoken te worden. Via deze systematische wijze van winning werd ongeveer een veenpakket van ongeveer 3 meter vergraven. De veenarbeiders die in Emmer-Compascuum ter werk gesteld zijn kwamen van alle delen van het land. De meesten van hen zijn met de veencompanies meegetrokken vanuit Friesland en Groningen. Toen het veen op was vertrokken vele veenarbeiders weer. Emmer-Compascuum verloor in korte tijd bijna de helft van haar bevolking. In het kader van het creeëren van werkgelegenheid werden er steenfabrieken gebouwd. Inmiddels zijn die baksteenfabrieken weer gesloten. De baksteenfabriek is de voorganger van de AKU later verandert in de Enka en toen kreeg het de naam van AkZO na enige tijd leegstand kwam er deNPBI, een fabriek die katheters en buizen voor de bloedtransfusie en plasma produceert. NPBI is de grootste werkgever in Emmer-Compascuum. Inmiddels is het NPBI overgenomen door het Duitse bedrijf Fresenius Hemocare.
Sinds veenwinning afgelopen is nam de bevolkingsomvang van Emmer-Compascuum af. Maar met de nieuwe bestaansmiddelen, industrie en landbouw, begon de bevolking weer gestaag te groeien. Emmer-Compascuum heeft zelfs de eerste bioscoop van gemeente Emmen, Abel Bioscoop. In 1979 vierde Emmer-Compascuum haar 20ste lustrum. Inmiddels is Emmer-Compascuum uitgegroeid tot op één na grootst dorp van Gemeente Emmen, met een bevolkingsomvang van ongeveer 8000 mensen. 70% van hen woont in het centrale gedeelte van het dorp. 
247 Emmererfscheiderveen, Emmen, Drenthe  6.964062  52.775160  TURF OF VEEN AFGRAVING, Daar waar nu splitting ligt. Zie ook de oude kaart 
248 Emmerhout, Emmen, Drenthe  6.940238  52.790261  Emmerhout is een wijk in de Drentse plaats Emmen, provincie Drenthe (Nederland), die werd gebouwd in de jaren '70 van de twintigste eeuw.
De wijk bevindt zich langs de rand van het bosgebied Emmerdennen. Daar bevindt zich ook het Zandmeertje in het bos.
De Houtweg verbindt de verschillende straten, lanen, met elkaar. Zo is er een Laan van de Bork, Laan van het Kwekebos, Laan van de Eekharst,een Laan van de Marel, een Laan van de Iemenhees en een Laan van het Kinholt. Deze lanen zijn vernoemd naar Drentse bossen. Het gebied rond het winkelcentrum wordt gekenmerkt door veel hoogbouw.
Het wijkcentrum van Emmerhout heet 't Bintholt en is gevestigd in het winkelcentrum aan de Houtweg.
De wijk is ruim opgezet en kent veel groen. De meeste huizen hebben platte daken en zijn oorspronkelijk gebouwd voor fabrieksarbeiders. Emmerhout was één van de eerste Nederlandse wijken met woonerven. Doordat aan het begin van ieder erf garages zijn geplaatst en omdat er geen doorgaand verkeer mogelijk is over de erven, hebben bewoners meer woongenot. 
249 Emmerschans, Emmen, Drenthe  6.933746337890625  52.7991030261847  Emmerschans is een woonwijk van de plaats Emmen, provincie Drenthe (Nederland). De naam is afkomstig van de verdedigingslinie, die schans wordt genoemd.
Geschiedenis
De eerste bewoners waren er in 1902 en sinds die tijd is het een woonkern. In 1971 werd Emmerschans bekend door het kunstproject van de Amerikaan Robert Smithson: Broken circle and Spiral Hill. 
250 Engelbert, Noorddijk, Groningen  6.648952  53.207323  Engelbert is een dorp in de gemeente Groningen in de provincie Groningen in Nederland. Het ligt ten oosten van de stad. Tot 1969 lag het in de voormalige gemeente Noorddijk. Oorspronkelijk was Engelbert een van de kerspelen van het Gorecht.
Het dorp ligt in het gebied waar een grote stadsuitbreiding is gepland, Meerstad. Ook in die plannen zal Engelbert zijn dorpskarakter behouden. Wel zal het dorp dan waarschijnlijk tot de gemeente Slochteren gaan behoren. De inwoners lijken daar overigens in grote meerderheid tegen te zijn.
Door de nabijheid van de stad zijn er niet veel voorzieningen meer in het dorp. Er is nog wel een basisschool: O.B.S. De Driebond.
De naam Engelbert betekent kleine buurt of klein dorp. 
251 Ennemaborgh, Midwolda, Groningen  6.999235153198242  53.192349580978714  In het Groningse Midwolda
staat aande Hoofdweg 100 een statige borg waarvan de eerste stenen vermoedelijk in de veertiende eeuw werden gelegd.Door de eeuwen heen werd de borg vele malen verbouwd.Het huidige gebouw, met de rondom gelegen baroktuin,gaat terug naar de achttiende eeuw.
Jarenlange leegstand maar ook de bewoning van
vele illustere personages gingen vooraf aan het
moment dat de kunstnaresMaya Wildevuur in
1992 de borg, samen met haar echtgenoot
Jan de Gans, betrok. De benedenverdieping en de
kelder van de Ennemaborgh doen vanaf dat
moment dienst als een permanente expositieruimte
voor het werk van Maya Wildevuur. 
252 Enumatil, Leek, Groningen  6.407972  53.215628  Enumatil (Gronings: Aimtil) is het dorp in de gemeente Leek in de provincie Groningen in Nederland, gelegen bij de gelijknamige brug (til) over het Hoendiep.
De naam Enumatil is afkomstig van de rond 1445 geslagen brug (til) van Enuma. In 1582 legden de Spanjaarden rond Enumatil een verdedigingsschans aan ter bescherming van de vaarroute van en naar de Spaansgezinde stad Groningen.
De gemeentegrens tussen de vroegere gemeenten Leek, Zuidhorn en Niekerk (thans onderdeel van de gemeente Grootegast) liep voor de gemeentelijke herindeling dwars door het dorp, zodat Enumatil in 3 verschillende gemeenten lag. Deze grens is bij de herindeling zodanig gewijzigd dat het dorp nagenoeg compleet in Leek ligt.
Even ten zuiden van het dorp monden het Lettelberterdiep en de Matsloot uit in het Hoendiep. Het dorp bezit nog twee bruggen over de Matsloot, de Eerste en de Tweede klap genaamd. De derde brug, bekend als de Auwemadraai, ligt even buiten het dorp in de weg naar Leek. 
253 Enzelens, Loppersum, Groningen  6.76732063293457  53.31756959071309  Enzelens is een voormalige wierde in de gemeente Loppersum in de provincie Groningen. Het streekje ligt direct ten noorden van de N360 ter hoogte van Garrelsweer
De naam Enzelens komt al voor als Angelslengi in een geschrift van het klooster van Fulda uit 945.
De wierde Enzelens was gelegen tussen het Damsterdiep en de Wijmers (het vaarwater naar het dorp Loppersum). Deze werd afgegraven in de periode 1881-1895.
Bij het afgraven van de wierde moest de boerderij van Jan Kraak worden afgebroken omdat zij in de weg stond. Er werd een contract opgemaakt tussen de beklemde meijer Jan Kraak en de eigenaar Pieter Tichelaar, burgemeester en steenfabrikant te Loppersum. Hierbij was o.a. bepaald dat de "wierdegronden tezamen groot 5 ha 21 are 6 ca op de overvloedige hoogte mogen worden afgegraven en verkocht totdat deze percelen een hoogte behouden van tenminste 30 cm boven het thans wettelijk bestaande peil van het waterschap Fivelingo". De grond zal met schepen door de te graven afvoerkanalen naar het Damsterdiep worden vervoerd. De eigenaar Tichelaar ontvangt een bepaald bedrag per ton scheepsgrond. bron: Brongers G.A. en Koops dr. W. (1981), Bijdrage tot de kennis van de gemeente Loppersum.
Er bestond ook een steenfabriek met de naam Enzelens, waar de bekende Enzelenzer Tichels werden gemaakt, een volle ongeperforeerde onbezande kleurige handvorm baksteen van ca 220 × 105 × 40 cm. 
254 Eppenhuizen, Kantens, Groningen  6.6925  53.3802777777778  Eppenhuizen (ook Eppingehoezen, Gronings: Epmhoezn) is een klein wierdedorp in de gemeente Eemsmond in de provincie Groningen in Nederland.
Het is gelegen aan langs de weg van de Eemshaven naar Uithuizen. Tussen de weg en het dorp staat een in 1882 gebouwd zaalkerkje, dat tegenwoordig dienst doet als woning. Het kerkje is op de plaats gekomen van de afgebroken middeleeuwse kerk met een daarvan losstaande toren.
Bij het dorp begint het Eppenhuistermaar, dat bij Zandeweer de naam Zandeweerstermaar krijgt en ten slotte uitmondt in het Boterdiep. 
255 Erica, Emmen, Drenthe  6.92583333333333  52.7125  Erica is een dorp in de gemeente Emmen, provincie Drenthe (Nederland). Het ligt ongeveer tien kilometer zuidelijk van het centrum van de plaats Emmen. De N37 loopt langs dit dorp.
Geschiedenis
Erica is rond 1863 ontstaan als boekweitkolonie op de hogere zandgronden, en groeide later uit tot een echte veenkolonie toen rond 1863 de Hoogeveense Vaart gereed kwam; het centrum kwam toen aan het kanaal te liggen.
De eerste bewoners waren kanaalgravers die zich na het gereedkomen van de Bladderswijk, wat een verlenging is van het Oranjekanaal (1863), wilden vestigen net ten zuiden van het Oranjekanaal bij Zuidbarge. Deze werden echter verjaagd door de Zuidbarger boeren met de mededeling zich verderop te vestigen. Ze werden verwezen naar de uitlopers van de Hondsrug een paar kilometers zuidelijker. De meesten hielden het voor gezien en gingen terug naar Slagharen. Twee gezinnen bleven echter en vestigden zich op de plaats wat later Erica zou gaan heten. De namen van deze gezinnen: Geert Tien en Anton Lipholt. Zij kwamen uit Duitsland en reisden via Slagharen naar Zuidoost-Drenthe om kanalen te graven. Daarom zijn er ook veel gezinnen nog Rooms-Katholiek (44%). Het zelfde jaar vestigden zich nog drie gezinnen uit Slagharen, dit waren boekweitboeren die zich genoodzaakt zagen om te verhuizen omdat er in de omgeving van Slagharen geen veen meer was om dit gewas op te verbouwen, het waren de gezinnen Geert Veltrop, Frans Fahrweg en Hendrikus Kotterink. Dit waren kinderrijke gezinnen.
Zij noemden hun nieuwe woonplaats naar de plaats waar ze vandaan kwamen "Nieuw Slagharen", het was echter de burgemeester van Emmen, mr. Lucas Oldenhuis Tonckens, die het dorp definitief de naam Erica gaf, wat de Latijnse naam is voor dopheide.
In 1902 kreeg Erica een verbinding per stoomtram toen de DSM de lijn van Nieuw-Amsterdam naar deze plaats aanlegde. De lijn werd uiteindelijk doorgetrokken naar Ter Apel. In 1947 werd het vervoer per stoomtram beëindigd.
Heden
Erica telt tegenwoordig zo'n 4800 inwoners waarvan ± 1200 onder de 18 jaar. Er zijn sportvelden, een uitgebreide sporthal en er is een zwembad welke een stichting is en die geheel door de Ericase bevolking wordt bekostigd.
Werkgelegenheid bestaat vooral uit glastuinbouw en een daaraan verbonden groot bedrijf dat kassen bouwt. De rest werkt in kleinere bedrijven, detailhandel of elders.
Trivia
* In juni 1988 werd het 125-jarige dorpsjubileum gevierd.
* Erica is bekend door Skik (1994) en Lohues & the Louisiana Blues Club (2003) met voorman Daniël Lohues, de popgroep die hier hun thuisbasis heeft en landelijk bekend raakte met Drentse teksten en de hit Op fietse.
* Koningin Beatrix bezocht Erica met rubberlaarzen tijdens de hevige wateroverlast in het tuinbouwcentrum op 30 oktober 1998; ook premier Wim Kok deed Erica aan, een dag eerder. 
256 Erm, Sleen, Drenthe  6.81694444444444  52.7544444444444  Erm is een dorp in de gemeente Coevorden, provincie Drenthe (Nederland). Vóór de gemeentelijke herindeling van 1 januari 1998, viel het onder de gemeente Sleen.
Erm bestond vroeger uit Voorste Erm en Achterste Erm. Erm is een esdorp en ligt aan de rand van het Drentse plateau, tussen twee essen en twee beekdalen.
Elk zomer wordt er in Erm de wielerronde Ronde van Erm gehouden en vlakbij het dorp bevindt zich het recreatiepark Ermerzand, met het bijbehorende Ermerstrand bij een kleine recreatieplas.
Het dorp Achterste Erm bestaat nog wel en ligt ten zuiden van Erm en wordt van Erm gescheiden door de autoweg N34.
Het Pieterpad loopt door Erm. 
257 Ermerveld, Sleen, Drenthe  6.823527  52.743721  Ik heb het niet precies kunnen localiseren maar denk dat het ligt op de plek waar nu de Achterste Erm ligt. 
258 Essen, Haren, Groningen  6.603176  53.191955  Essen is een klein gehucht in de gemeente Haren in de provincie Groningen, gelegen direct aan de rand van de stad Groningen. Het ligt in de groene buffer tussen de stad en het dorp Haren.
In 1215 werd hier een vrouwenklooster gesticht dat behoorde tot de orde van de Cisterciënzers. Dit klooster Yesse (later ook wel klooster Essen genoemd) heeft bestaan tot 1594. Bij de reformatie kwam het in handen van de provincie Groningen die het klooster sloot. Het klooster genoot enige bekendheid omdat het over een wonderdadig Mariabeeld zou hebben beschikt. Van het klooster is tegenwoordig geen spoor terug te vinden.
Het huidige Essen bestaat uit ongeveer 20 boerderijen die aan een rondlopende straat liggen. Lopend door die straat is het moeilijk voorstelbaar dat de Grote Markt van Groningen op nog geen 5 km afstand ligt. 
259 Eursing, Westerbork, Drenthe  6.527215  52.881968  Een buurtschap onder Westerbork in de voormalige gemeente Westerbork, zie ook de oude kaart en heeft op dit moment 60 inwoners.
Niet te verwarren met Eursinge vlak bij Pesse 
260 Eursinge, Beilen, Drenthe  6.5270161628723145  52.881549548699354  Eursinge is een buurtschap in de provincie Drenthe, behorend tot de voormalige gemeente Beilen. De buurtschap is gelegen ten noorden van Beilen. 
261 Euvelgunne, Noorddijk, Groningen  6.621213  53.207974  Euvelgunne is een gehucht in de gemeente Groningen in de provincie Groningen in Nederland. Het grootste deel van het buurtje is verdwenen bij de aanleg van het gelijknamige bedrijventerrein dat ten oosten van de stad Groningen ligt.
Euvelgunne is ontstaan langs de Hunze. Nadat de Hunze vanaf Roodehaan door de aanleg van het Winschoterdiep met de stad Groningen was verbonden is dit deel van de Hunze grotendeels drooggevallen. De loop is echter nog goed te volgen door de kronkelige vorm van de Euvelgunnerweg. Deze vormt nu een natuurlijke onderbreking van het rechthoekige stratenpatroon van het bedrijventerrein.
Bij Euvelgunne heeft in de middeleeuwen het steenhuis Gronenburg gestaan. Het steenhuis werd door de stad als een bedreiging ervaren en is daarom verwoest. De restanten van het steenhuis zijn in de jaren 1960 opgeruimd.
Euvelgunne wordt samen met Middelbert, Engelbert en Roodehaan aangeduid als de MEER-dorpen, hoewel er in het geval van Euvelgunne en Roodehaan niet echt meer gesproken kan worden van een dorp. 
262 Exloërdreef, Odoorn, Drenthe  6.929167  52.881814  Vroeger stonden hier wat Veenhutjes, maar nu is het gewoon een weg zonder huizen. 
263 Exloërkijl, Odoorn, Drenthe  6.924240  52.894504  Exloërkijl is de naam van een buurtschap in de provincie Drenthe, gemeente Borger-Odoorn. Exloërkijl ligt ten noordoosten van Exloo, nabij de Tweede Exloërmond. Exloërkijl is ontstaan in het midden van de 19e eeuw bij de ontginning van het Drents-Gronings veengebied.
Exloërkijl heeft bouwkundig het karakter van lintbebouwing (circa 2,5 kilometer), zoals op veel plaatsen in het veenkoloniaal gebied van Groningen en Drenthe wordt aangetroffen. 
264 Exloërmond, Odoorn, Drenthe  6.929534629638738  52.90918428045548  Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd. 
265 Exloërtippen, Odoorn, Drenthe  6.869080  52.891081  Met dank aan Wiepie de Geeter en Henk Sloots voor het localiseren, verder kon ik hier niets over vinden. 
266 Exloërveen, Odoorn, Drenthe  6.9025  52.9152777777778  Exloërveen is een buurtschap in de Nederlandse gemeente Borger-Odoorn, provincie Drenthe.
De buurtschap ligt ongeveer vijftien kilometer ten noorden van Emmen en ongeveer tien kilometer ten zuidwesten van de grens met de provincie Groningen.
Exloërveen heeft 60 inwoners (bron: CBS). 
267 Exloo, Odoorn, Drenthe  6.86416666666667  52.8816666666667  Exloo (Drents: Eksel) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Borger-Odoorn, op de Hondsrug. Exloo telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2007 1767 inwoners (869 mannen en 898 vrouwen). In het dorp staat het gemeentehuis van de gemeente, hoewel het niet het grootste dorp is in de gemeente Borger-Odoorn is het dus wel de hoofdplaats.
Exloo is een karakteristiek esdorp op de Drentse zandgronden, inmiddels uitgebreid met enkele nieuwbouwwijken, dat tegenwoordig veel toeristen trekt. Enkele attracties zijn Kabouterland, een kinderdierenpark, en het Cultuurhistorisch Museum Bebinghehoes. Daarnaast worden door de Vereniging Dorpsbelangen Exloo diverse activiteiten georganiseerd. De twee belangrijkste zijn het Schaapsscheerdersfeest met het Nederlands kampioenschap ambachtelijk schaapscheren, en het Festival van Oude Ambachten.
Het dorp heeft diverse voorzieningen, waaronder een openbare basisschool, sportvelden, een manege, een zwembad, een VVV-kantoor, een supermarkt en verscheidene winkels en horecagelegenheden. In de buurt van het dorp bevindt zich bungalowpark de Hunzebergen.
Het landschap rond Exloo kenmerkt zich door essen, bossen (Boswachterijen Exloo en Odoorn, Hunzebos), heide (Molenveld) en veen (Zoersche Landen).
Sinds 2005 wordt er bij Exloo gebouwd aan een zgn. LOFAR. Dit is een nieuw type radiotelescoop die uiteindelijk zal bestaan uit zo'n 25000 kleine antennes in Nederland en Duitsland. Bij Exloo is inmiddels een testveld gerealiseerd.
Geschiedenis
De naam Exloo duidt op de vroegere aanwezigheid van bos in het gebied. De naam van het dorp is waarschijnlijk ontstaan uit de Oud-Saksische woorden ek (eik) en loo (bos). Hoewel Odoorn het centrum was van het kerspel waartoe ook Exloo en Valthe behoorden was Exloo lange tijd qua inwonertal het belangrijkste dorp van de gemeente Odoorn. Het dorp telde in 1612 112 inwoners, tegen Odoorn 92 en Valthe 61. Toen de ontginning van de Exloër- en Valthervenen startte, werd het dorp al snel overvleugeld door 2e Exloërmond en vooral Valthermond.
Veel Drentse zanddorpen werden vroeger geteisterd door grote dorpsbranden. Ook Exloo ontkwam daar niet aan: in 1884 brandden achttien woningen in het dorp volledig af. Ook het gemeentehuis, dat in 1870 verhuisd werd van Odoorn naar Exloo en ondergebracht was in logement Bussemaker, viel ten prooi aan de vlammenzee. Daarvoor zetelde het zowel in Valthe als in Odoorn in een deel van een boerderij.
Aan het begin van de twintigste eeuw kreeg ook Exloo een halteplaats aan de spoorlijn Emmen-Gasselternijveen van de Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij. In die tijd werd ook gediscussieerd over de plaats waar het gemeentehuis van Odoorn moest komen. Bussemaker kreeg het voor elkaar dat het gemeentehuis in Exloo bleef door de daarvoor benodigde grond aan de gemeente te schenken. De inwoners van 2e Exloërmond, die hard hadden gestreden voor een gemeentehuis in hun dorp, waren niet blij met deze beslissing. In 1943 werd het gemeentehuis in Exloo opnieuw getroffen door brand. Door het in brand steken van het gemeentehuis probeerde het verzet het bevolkingsregister te vernietigen, hetgeen overigens niet lukte. 
268 Ezinge, Groningen  6.44305555555556  53.3091666666667  Ezinge (Gronings: Aizing) is een wierdedorp in het Westerkwartier.
Bechrijving
Ezinge behoort tegenwoordig tot de gemeente Winsum, Groningen (Nederland). Tot 1990 was het de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente. Ezinge heeft ruim 900 inwoners. Het dorp heeft een beschermd dorpsgezicht met een kerk uit begin 13e eeuw. Deze kerk met losstaande toren staat op de rand van de afgegraven wierde.
Opgravingen
Ezinge is vooral bekend vanwege de opgravingen die Albert van Giffen hier in de jaren 20 en begin jaren 30 heeft gehouden. Er zijn hierbij de resten van 85 boerderijen en 60 bijgebouwen gevonden uit de periode van 600 v. Chr tot de 5e eeuw na Chr. Bijzonder is de vondst van de gouden zwaardknop van Ezinge uit de 7e eeuw, die vergelijkbaar is met die uit het koningsgraf van Sutton Hoo, Engeland.
Ontstaan
Ezinge is het hoofddorp van het voormalige schiereiland Middag. In de achtste eeuw na Chr. ontstond de Lauwerszee door zware zee-inbraken. Sindsdien was Middag een schiereiland in de monding van de rivier de Hunze (tegenwoordig Reitdiep geheten). Middag is een verbastering van Mid-oog waarin oog dezelfde betekenis heeft als in Schiermonnikoog en Lauwersoog, namelijk eiland. Samen met een ander eiland in de monding van de Hunze, het Humsterland (hoofdplaats Oldehove) vormt Middag het Nationaal Landschap Middag-Humsterland.
Voormalige gemeentekernen
Tot de voormalige gemeente Ezinge behoorden de volgende dorpen en gehuchten: Ezinge, Feerwerd, Garnwerd, Aduarderzijl, Allersma, Beswerd, Brillerij, Bolshuizen, Feerwerdermeeden, Hardeweer, Joeswerd, Krassum, Oostum, Schifpot, Suttum en Wierumerschouw (gedeeltelijk). Bij de gemeentelijke herindeling van Groningen wilde de provincie dat Ezinge samengevoegd zou worden met de andere gemeenten in het Westerkwartier. Ezinge koos echter voor Winsum, een keuze waarbij de provincie zich uiteindelijk neerlegde. 
269 Faan, Oldekerk, Groningen  6.381693  53.225903  Faan (Gronings: t Foan) is een dorp (meer een streek) in de gemeente Grootegast in de provincie Groningen in Nederland.
De naam geniet in de provincie enige bekendheid vanwege de verhalen rond Rudolf de Mepsche die ook wel als de Mepsche van Faan bekend staat.
Faan ligt aan het Hoendiep en de brug in de weg van Zuidhorn naar Niekerk heet dan ook de Fanerbrug. Ten noorden van Faan ligt het Niekerksterdiep.
Faan betekent Veen — de omgeving is dan ook inderdaad veenachtig.
Faan kan ook een bijnaam zijn, meestal van stefaan. Meestal gebruiken ze ook de naam 'rossiewossie'. Dit zijn mensen met fluo-oranje haar. Meestal zijn dit viool-spelende clowns. Al bij al zijn 'faans', 'stefaans', of 'rossiewossies' coole mensen. 
270 Farmsum, Delfzijl, Groningen  6.927827  53.320967  Farmsum (Gronings: Faarmsom) is een dorp in de Nederlandse provincie Groningen dat grenst aan de rand van Delfzijl. Het bewonersaantal staat anno 2006 op ongeveer 2000. Farmsum telt meer dan 320 bedrijven en ook verenigingen zijn rijkelijk vertegenwoordigd.
Omstreeks het jaar 1000 werd voor het eerst gesproken van het dorp Farmsum: Fretmarashem. In het jaar 1228 was er sprake van ' Fermeshem'. Aan het einde van de 14de eeuw werd de naam als 'Fyrmesen' geschreven en nog later als 'Fermissum' en Farremsem'. De rechtspraak was toen in handen van de Ripperda's, de bewoners van de borg. 
271 Feerwerd, Ezinge, Groningen  6.46611111111111  53.3058333333333  Feerwerd (Gronings: Fiwwerd) is een klein dorp in de gemeente Winsum in de provincie Groningen. Het is gelegen tussen Garnwerd en Ezinge. Het dorp had in 2012 305 inwoners (bron CBS) waarvan er ongeveer 170 inwoners in de kern zelf wonen. De overige wonen in Aduarderzijl en de Feerwerdermeeden.
Zoals de naam aangeeft is Feerwerd oorspronkelijk een wierdedorp. De eerste vermelding dateert uit 1283, maar aangenomen wordt dat de oudste wierde al voor het begin van de jaartelling werd bewoond. Het gebied waarin Feerwerd ligt, Middag, werd in de vroege middeleeuwen bedijkt, het dorp kwam toen samen met Ezinge en Garnwerd op een schiereiland te liggen.
De Jacobuskerk stamt waarschijnlijk uit het einde van de 12e of het begin van de 13e eeuw. De toren stamt uit 1859. In de kerk bevindt zich een grafkelder uit 1600. Hierin liggen leden van de familie Aldringa, die een van de drie borgen bewoonden die in de omgeving van het dorp lagen. De bepleistering en de ramen stammen uit de 19e eeuw.
De kerk is sinds 1977 eigendom van de Stichting Oude Groninger Kerken.
Het dorp heeft het oude karakter grotendeels bewaard. Dat wordt nog benadrukt door de molen Joeswert uit 1855. Deze molen is nog steeds in gebruik, en is een van de weinige molens waar spelt wordt gemalen. 
272 Fiemel, Termunten, Groningen  7.072491645812988  53.29939183875385  Fiemel is een gehucht in de gemeente Delfzijl. Het ligt ten oosten van Termunten direct aan de Eems, aan het begin van de Punt van Reide.
In de Tweede Wereldoorlog bouwden de Duitsers bij Fiemel een aantal bunkers. Deze maakten deel uit van de Atlantikwall, en dienden tevens ter verdediging van de stad Emden, die tegenover Fiemel aan de Eems ligt. Bij de bevrijding van dit deel van de provincie Groningen werd vanuit die bunkers zwaar verzet geboden. Het naburige Nieuwolda werd daarbij zwaar beschadigd. Een aantal van de bunkers zijn bewaard gebleven.
Bij het gehucht staat een gelijknamig gemaal. Tevens is er een bezoekerscentrum van Het Groninger Landschap. Deze natuurorganisatie beheert zowel de nabijgelegen Breebaartpolder als de Punt van Reide.
Fiemel in de Tweede Wereldoorlog
In het jaar 1940 kwamen de eerste twaalf Duitse militairen naar de Punt van Reide. Als eerste handeling plaatsten ze een zoeklicht op het voorste puntje van de Punt. Later werd dit zoeklicht verplaatst naar een stenen gebouwtje dat er nu nog staat. Ook werden vier funderingen gelegd voor het luchtdoelgeschut. Deze betonplaten liggen er nog. Het zoeklicht was ervoor om de Eems en Dollard af te zoeken naar vijandige vaartuigen. Ook als er er bootjes met drinkwater vanuit de tegenover liggende Duitse stad Emden kwamen, ontstaken zij een licht. De pier aan welke de bootjes werden aangelegd ligt er nu nog. Destijds was de pier voorzien van een plankpad. Deze is inmiddels geheel verdwenen door verrotting en ijsgang in de Eems.
Naast en onder het zoeklicht werd een bunker gebouwd voor ondergrondse opslag van drinkwater en proviand. In de buurt van het zoeklicht werd tevens een brandvijver gegraven; ernaast werd een stenen brandspuitschuurtje gebouwd, zodat men in geval van brand de spuit bij de hand had.
Rond dit stenen gebouwtje liep een gracht waarvan de contouren nog te zien zijn. Aan de zuidkant van de Dollard lag een gat van 10 meter in doorsnee en in het midden ervan zat een zogenaamde wel. Hieruit kwam het zoete water, dat als drinkwater diende voor het vee.
Deze eerste kwartiermakende militairen werden gehuisvest in een salonwagen. Van de ene naar de andere wierde werd een verhoogd plankpad aangelegd van zogenaamde "props". Dit zijn ronde boomstammetjes van ongeveer 2 meter lang en 12 cm rond. De palen werden met schepen vanuit Zweden aangevoerd in Delfzijl. Om de palen bij elkaar te houden werden ze onderling verbonden met ijzerdraad en vastgemaakt aan in de grond geslagen iets dikkere palen. Over de boomstammetjes had men een dikke laag "sintel" (slakken) gelegd. Hierover reden de auto's en karren om het bouwmateriaal naar de Punt te brengen.
In 1941 werd de volgende lichting Duitsers overgebracht naar de Punt. In eerste instantie ongeveer 100 soldaten; zij werden gehuisvest in een 20-tal "Wohnwagen" die op de voorste wierde werden gezet De "Wohnwagen" werden op palen geplaatst, om te voorkomen dat met hoogwater het Dollardwater naar binnen zou lopen. Voor het opwekken van elektriciteit werd voor op de punt een aggregaat geplaatst. Naast de barakken werd een groot vierkant gat gegraven, nu ook nog te zien, voor de opvang van regenwater. Dat water kon zo nodig ook gebruikt worden als er brand uitbrak op een tijdstip waarop het laagwater was. Het water staat dan namelijk ver weg in een wadgeul, waardoor het niet bereikbaar is.
De Duitse soldaten zwommen af en toe in deze vijver, waardoor deze lokaal beter bekend is als "het zwembad". De klei die uit het "zwembad" kwam, werd naar de voorste punt gebracht om de geschutsstelling hoger te plaatsen. Ook werden er twee dubbele batterijen geschut en diverse munitiegebouwtjes geplaatst.
Om het geheel goed te camoufleren, werd het "bewoonde" gedeelte van de Punt, afgeschermd met stroken kippengaas met daar doorheen gevlochten bosjes heide. Achter deze afscherming werd een kleirug aangebracht, die weer werd afgedekt met graszoden, om wegspoelen tegen te gaan. Zelfs de gebouwen en woonwagens werden zwart, groen en bruin geschilderd, zodat het vanaf een afstand en vanuit de lucht op een dorp met een bosgebied leek. Tijdens die werkzaamheden vonden de werknemers skeletten, die in zee werden gegooid.
Nog tijdens de bouw van de verdedigingswerken op de Punt fluisterden enkele inwoners van Termunten al: "de Duitsers begaan een grote fout, laten ze de winter maar even afwachten." En ze kregen gelijk. Door de af en toe erg hoge waterstand moesten de Duitsers zich tegen het eind van 1941 terugtrekken naar een hoger gelegen gedeelte van de Punt. Tijdens de winter van 1942/43 nam het drijfijs bezit van de Punt, waardoor verblijf daar onmogelijk was. De Punt werd ontruimd en alles werd naar Fiemel gebracht, waar een enorme bunkercomplex werd neergezet. In 1943 vestigden de Duitsers zich definitief op Fiemel. Als ze een week later waren vertrokken, waren ze allemaal verdronken. Na de verhuizing werd het originele geschut op de Punt vervangen door houten kanonlopen en luchtafweer-geschut. In deze periode is er geen bom of granaat gevallen op de Punt.
Het gebied tussen Delfzijl en Nieuwe Statenzijl is het laatste stukje Nederland dat in 1945 werd bevrijd van de Duitse bezetting. Ongemerkt is dat zeker niet gegaan. Op 15 april 1945 dachten de bewoners van Termunten en Woldendorp dat ze bijna bevrijd waren, enkele gedemoraliseerde Duitse eenheden trokken in wanorde weg, richting Duitsland. De teleurstelling onder bevolking was echter groot toen ze de volgende dag zagen dat er nieuwe, verse en fanatieke bezetters terugkwamen. Ze legden verdedigingslinies aan in de polders tussen Termunten en Woldendorp. Het geschut bij Fiemel en in de Carel Coenraadpolder bombardeerde Nieuwolda. Enkele geallieerde tanks bereikten weliswaar de Binnen AE (bij Woldendorp), maar die moesten zich weer terugtrekken.
Op 17 april werd Woldendorp ontruimd. Alles wat kon worden meegenomen werd op wagens, karren en kruiwagens geladen. De uittocht begon. Een deel van de bevolking bereikte via de Reiderwolderpolder bevrijd gebied bij Oostwold en Midwolda. Anderen werden in de polder tegen gehouden en moesten een goed heenkomen zoeken. Ze konden echter niet terug naar het dorp en moesten dekking zoeken in enkele diepe sloten tussen Termunten en Woldendorp, beschermd door wagenbakken en wagens met stroobalen. Anderen werden opgenomen door bewoners van de verspreid door de polder staande huizen. Op 22 april werd op verschillende plaatsen bij die sloten "veld-kerkdiensten" gehouden door ds. Van der Berg. De volgende dag moesten de mensen de sloten verlaten, het gebied rond Fiemel werd ontruimd. De mensen uit de sloten werden opgevangen door de bewoners van Termunten. Wagenborgen en Nieuwolda kwamen enkele keren in andere handen; de geallieerden kwamen overdag maar moesten zich enkele keren tegen de avond weer terugtrekken. Woldendorp, Termunterzijl, Termunten en Fiemel lagen in de laatste week van april vrijwel constant onder vuur. Op verschillende plaatsen sloegen voltreffers in, verscheidene mensen verloren in de laatste dagen van de oorlog het leven.
Op 27 en 28 april staken terugtrekkende Duitse soldaten alle boerderijen in de Carel Coenraadpolder en Joh. Kerkhovenpolder in brand. Op 28 april bereikten de Canadese bevrijders Borgsweer; de bezetters trokken zich steeds meer terug op de stellingen Fiemel en Carel Coenraadpolder. Op 29 april werden Borgsweer en Termunterzijl bevrijd. In de ochtend van 30 april omstreeks 5 uur bevrijdden Canadese militairen Termunten en in de voormiddag trokken deze troepen via Woldendorp naar bevrijd gebied rond Oostwold en Midwolda. Op 1 mei werd de stelling Fiemel door de geallieerden ingenomen door Poolse en Canadese militairen. Een weekje later konden de geëvacueerde bewoners van Woldendorp en Termunten naar hun dorpen terug, althans wat daar nog van over was 
273 Finsterwolde, Groningen  7.08361111111111  53.1980555555556  Finsterwolde (Gronings: Finnerwol of Finnerwold) is een dorp in de gemeente Oldambt (provincie Groningen, Nederland). Tot 1990 was het een zelfstandige gemeente. Het dorp telt volgens gegevens van het CBS 2440 inwoners (2008), waarbij echter ook plaatsen als Hardenberg (480 inwoners), Ganzedijk (180 inwoners) en de verspreide huizen eromheen (530 inwoners) worden meegeteld. De statistische CBS-regio's Finsterwolde-Centrum en Finsterwolde-nieuwbouw samen (het eigenlijke dorp Finsterwolde) tellen 1250 inwoners.
Tot de gemeente Finsterwolde behoorden naast Finsterwolde de volgende plaatsen: Ekamp, Ganzedijk, Goldhoorn, Hardenberg, Hongerige Wolf, Veenhuizen.
Geschiedenis
Middeleeuwen
De huidige Nederlands-Hervormde kerk van Finsterwolde is gezien de romanogotische bouwstijl waarschijnlijk aan het eind van de dertiende eeuw gebouwd. Dat het dorp gesticht zou zijn tussen 1375 en 1390 berust op een misverstand. Finsterwolde is een veenontginningsnederzetting en is mogelijk gesticht aan het begin van de dertiende eeuw.
In een verdrag met het jaartal 1391 wordt 'Finsterwolda' genoemd, samen met 'Oostfinsterwolda'. In een overeenkomstig verdrag met het jaartal 1420 worden beide plaatsen 'Ffinsterwolde' en 'Oistfinsterwolde' genoemd. Beide plaatsen waren aan het eind van de vijftiende eeuw zelfstandige kerspelen en worden als zodanig genoemd in een lijst van kerspelen van het bisdom Münster in het Oldambt. De benamingen in deze lijst zijn waarschijnlijk ouder. Oost-Finsterwolde wordt in deze lijst 'Astwinserwalda' en Finsterwolde 'Westwinserwalda' genoemd. Hoewel de naam Finsterwolde vaak wordt verklaard als 'duister, donker woud', dankzij het Hoogduitse woord finster ("duister", "somber"), wijzen historici op het Oudfriese wins(t)er, hetgeen zowel "links" als "noordelijk" kan betekenen. De naam zou dan "links van het woud" of "noordelijk van het woud" betekenen.
Resten van de verdwenen St.-Nicolaaskerk van Oost-Finsterwolde werden gevonden tussen Ganzedijk en Veenhuizen. Veenhuizen is de nieuwe benaming van het verplaatste dorp Oost-Finsterwolde. De verplaatsing vond plaats naar aanleiding van veenontginning. Tussen 1454 en het begin van de eerste overstromingen van de Dollard in de zestiende eeuw lag tussen Palmaer en Finsterwolde een lange zeedijk. In Goldhoorn stond een klooster van de Commanderij van de Johannieter Orde. Het klooster van Palmaer bezat in Finsterwolde een voorwerk (kloosterboerderij). Ten zuiden van de kerspelen Finsterwolde en Oost-Finsterwolde lag de grens tussen het Oldambt en Reiderland en tevens tussen de bisdommen Münster en Osnabrück. Deze grens werd gevormd door het riviertje de Tjamme, een in de middeleeuwen reeds gerecht stroompje.
Eigentijdse geschiedenis
Sinds de inpolderingen van de Dollard na 1550 steeg de werkgelegenheid in de landbouw en groeide Finsterwolde uit tot een aanzienlijk dorp. Tot in de achttiende eeuw was het merendeel van de kleigrond in gebruik als grasland. Pas in de negentiende eeuw kwam de overgang naar veeteelt en akkerbouw. Daarbij werd de tegenstelling tussen de boeren en de landarbeiders steeds groter. Lage lonen, lange werkdagen en slechte huisvesting hadden tot gevolg dat de arbeiders zich steeds vaker verzetten en in opstand kwamen. De aanhang van de socialistische voorman Domela Nieuwenhuis en later de CPN (Communistische Partij van Nederland) werd steeds groter. Aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw waren er hongerrelletjes en stakingen die met geweld werden neergeslagen.
In 1929 was de grootste landarbeidersstaking die Nederland ooit kende. 5000 mannen en vrouwen in het Oldambt staakten ruim vijf maanden lang (van 1 mei tot 12 oktober 1929) tegen rijke, machtige werkgevers (landbouwers), tegen boerenzoons en tegen de christelijke vakorganisatie. Na de staking van 1919 waren geleidelijk aan maatregelen genomen tegen de landarbeiders. Het loon was in 1923 teruggebracht naar het niveau van vóór 1914 en in 1924 wensten de boeren een verhoging van de arbeidstijd naar 53 à 56 uur. Redenen hiervoor waren de gedaalde landbouwprijzen. Aan het eind van de jaren twintig verbeterde de situatie en wensten de landarbeiders loonsverhoging van 15%. Omdat de lonen het laagst waren in het Oldambt begonnen hier de onderhandelingen, die snel uitliepen op een mislukking. De daaropvolgende staking was grimmig en hard. Er kwam een samenscholingsverbod en landarbeiders kwamen door gevechten met "onderkruipers" (werkwilligen) in de cel terecht. Werkgevers spanden processen aan om landarbeiders uit hun woning te zetten. Bij rellen met de marechaussee werd in Finsterwolde een man doodgeschoten die niets met de staking te maken had, Eltjo Siemens (1898-1929). De staking werd uiteindelijk gebroken.
Lange tijd was Finsterwolde de enige gemeente met een communistische meerderheid in de gemeenteraad. Dit leidde in de jaren vijftig tot het onder curatele stellen van de gemeente. De gemeenteraad en het college werden bij wetswijziging naar huis gestuurd en er werd vanuit Den Haag door de Nederlandse regering als "curator" een "regeringscommissaris" aangesteld (burgemeester Harm Tuin (PvdA)) om de gemeente te besturen. De uitzonderingstoestand werd uitgeroepen in 1951 en beëindigd in 1953, na de volgende gemeenteraadsverkiezingen, die overigens ook door de communisten werden gewonnen. Bij de buurgemeente Beerta fungeerde in 1934/1935 de burgemeester ook als regeringscommissaris. Maatregelen als in Finsterwolde kan men zien in het licht van de Koude Oorlog een periode waarin virulent anticommunisme heerste in Nederland.
Ook in de gemeente Reiderland, waarin Finsterwolde opging, had de NCPN (opvolger van de CPN) veel aanhang. Tussen de herindeling in 1990 en de verkiezingen van 2006 leverde de NCPN onafgebroken minimaal één wethouder. De gemeente Reiderland fuseerde in 2010 met Winschoten en Scheemda in de nieuwe gemeente Oldambt, waar de Verenigde Communistische Partij, die nergens anders in Nederland vertegenwoordigd is, nog steeds 2 van de 25 gemeenteraadszetels heeft.
Geboren 
274 Finsterwolderhamrik, Finsterwolde, Groningen  7.138280868530273  53.20901664574209  Finsterwolderhamrik is een buurtschap in de gemeente Oldambt in de provincie Groningen. Het ligt ten noordoosten van Finsterwolde tussen Ganzedijk en Kostverloren.
De buurt kenmerkt zich door een aantal grote boerderijen. De naam hamrik is een samentrekking van ham (grasland aan het water) en merke, gemeenschappelijke gronden. Oorspronkelijk gaat het dus om de natte landen in de droogvallende Dollard die bij Finsterwolde hoorden. 
275 Finsterwolderpolder, Finsterwolde, Groningen  7.082784  53.219791  Behalve aan de rand, staat er nu in de Finsterwolderpolder maar een huis. Mogelijk dat dit vroeger anders was. 
276 Fort, Zuidwolde, Drenthe  6.38583333333333  52.6508333333333  Fort is een buurtschap ten zuiden van Zuidwolde en is in het begin van de 19e eeuw gesticht. Over de achtergrond van de naam bestaan nogal wat misverstanden. Zeker is echter dat de naam verwijst naar een oude verveningboerderij die in de volksmond 'het Fort' werd genoemd. Op topografische kaarten van rond 1850 wordt deze boerderij ook daadwerkelijk genoemd. In de loop van de negentiende eeuw wordt het systeem van wijken (sloten om turf af te voeren) steeds verder ontwikkeld en neemt de bebouwing langzaam maar zeker toe. Op een kaart van van rond 1900 is Het Fort inmiddels verbasterd tot Fort en verwijst naar de lintbebouwing die langs de wijk is ontstaan. 
277 Foxham, Hoogezand, Groningen  6.736536  53.167245  Foxham is een dorp in de gemeente Hoogezand-Sappemeer in de provincie Groningen in Nederland.
In 1891 werd in Foxham een Katholieke kerk voor de parochie Martenshoek gebouwd. Deze Sint Martinuskerk heeft neogotische elementen met moderne glas in lood ramen. Achter de kerk ligt al sinds ca. 1860 een begraafplaats. In de kerk is sinds ca. 1990 een glazeniersbedrijf gevestigd. 
278 Foxhol, Hoogezand, Groningen  6.72027777777778  53.1669444444444  Foxhol is een dorp in de gemeente Hoogezand-Sappemeer in de provincie Groningen in Nederland.
Het oorspronkelijke dorp is inmiddels geheel vergroeid met Hoogezand. Het is vooral bekend omdat de Groninger industrieel W.A. Scholten hier in 1842 zijn eerste fabriek bouwde. Dat was het begin van het Scholten-concern, een bedrijf dat in de jaren zeventig ten onder ging, maar in de negentiende eeuw aan de basis stond van de ontwikkeling van de Veenkoloniën. 
279 Foxholsterbosch, Hoogezand, Groningen  6.703805  53.173284  Foxholsterbosch is een buurt in de gemeente Hoogezand-Sappemeer in de provincie Groningen. De buurt ligt ten westen van Foxhol aan het Winschoterdiep. Foxholsterbosch heeft 140 inwoners (2002).
Naast een aantal losstaande huizen kenmerkt de buurt zich vooral door de scheepswerven langs het Winschoterdiep. Aan de zuidkant wordt de buurt begrensd door het Foxholstermeer.
Ter hoogte van Fosholsterbosch stond tot 1929 de veenborg Tilburg. 
280 Foxwolde, Roden, Drenthe  6.27000  53.9000  Foxwolde is een dorpje ongeveer 1,5 km ten noordoosten van Roden, in de Noord-Nederlandse gemeente Noordenveld (Drenthe). Op 1 januari 2008 woonden er 228 mensen.
De eerste schriftelijke verwijzing naar Foxwolde is een oorkonde uit 1313, waarin het dorpje Fokeswolde wordt genoemd. In 1382 wordt de naam Fockeswolde gebruikt en in 1548 Foxwolde. De oorsprong van de naam zou "het woud van Fokke (of Fokko)" kunnen zijn, maar ook "het vossenwoud" (fokes, foks, fox: vos). Het achtervoegsel -wolde duidt op een broekbosvegetatie. 
281 Fraeylemaborg, Slochteren, Groningen  6.80927038192749  53.2154454924792  De Fraeylemaborg is een Groninger borg in het dorp Slochteren. De Fraeylemaborg in Slochteren is gelegen in een ongeveer 31 hectare groot landgoed, in aanleg hoofdzakelijk daterend uit de 19e eeuw. Het parkbos is in het begin van de 19e eeuw gewijzigd in de romantische Engelse-landschapsstijl. Het tuincomplex wordt gedragen door een lange hoofdas die door de statige oprijlaan extra nadruk krijgt. Op het voorterrein bevindt zich het schathuis waarin een restaurant gevestigd is. Aan de andere kant staat het koetshuis met paardenstal en orangerie.
Het beheer van de borg wordt gevoerd door de Stichting Fraeylemaborg, waarin deelnemen de provincie Groningen, de gemeente Slochteren, de Gerrit van Houten Stichting en de Stichting Vrienden van de Groninger borgen.
Ontstaan
Vermoedelijk stond op de plaats van de huidige borg in de 13e eeuw het stamslot van het geslacht Snelgers.
Fraeylema
Aanvankelijk was de Fraeylemaborg een gewone boerderij. Voor het eerst wordt deze boerderij genoemd als Fraeylemaheerd in 1475. Men zegt dat de naam afkomstig is van een edelvrouwe die Elema of Ailma heette. Een adellijke vrouw werd wel aangeduid met het woordje "ver". Ver Ailma borg zou dan geleid hebben tot Fraeylemaborg.
Bewoners
De eerste bekende bewoner van de Fraeylemaheerd zou Remmert Fraeylema (1446) zijn geweest. De heerd werd toen de Lumme Fraeylemaheerd genoemd. Remmert was de zoon van Lumme. In 1504 word zijn kleinzoon Remmert hoofdeling van Slochteren genoemd. In 1538 word zijn zoon Oesebrandt eigenaar.
*
o 1538 – 1548 Oesebrandt Fraeylema. Zijn dochter trouwde met Seino Rengers, waardoor de borg in handen kwam van de familie Rengers
*
o 1548 – 1690 Seino’s achterkleinzoon Osebrandt Johan Rengers was begin zeventiende eeuw een machtige jonker in de Ommelanden. Beschuldigd van verraad tijdens het Beleg van Groningen kwam hij in de gevangenis. Een schoonzoon van Rengers, Hendrik Piccardt, wist via stadhouder Willem III een verzoening te bereiken. Rengers werd in ere herstel maar stierf spoedig daarna. Zijn zoon stierf in 1681 of 1682, waarna de borg overging op zijn broer Evert. Mr Henric Piccardt, die in 1680 was getrouwd met Osebrandts dochter Anna Elisabeth, werd voogd over Evert. Omdat Evert in 1690 zijn bezettingen wegens schulden moest verkopen kocht Piccardt de borg met annexen en landerijen voor 47000 Gulden. Hij had hiervoor geld geleend van de koning-stadhouder in de vorm van een hypotheek op de Fraeylemaborg.
*
o 1690 – 1781 Financiële moeilijkheden dwongen de familie Piccardt tot verkoop van de Fraeylemaborg in 1781. Koper van de meer dan 30 jaar lang verwaarloosde borg was mr Henrik de Sandra Veldtman. Het was de eerste keer in de geschiedenis van de borg, dat zij buiten de familie werd verkocht.
*
o 1781 – 1972 Na de dood van zijn eerste vrouw was De Sandra Veldtman in 1786 hertrouwd met weduwe Adelgonda Christine Wolthers. Samen kregen zijn in 1789 een dochter, Hermanna Louise Christina. Zij erfde in 1816 de Fraeylemaborg van haar vader. Na de dood van haar man in 1829 hertrouwde zij in 1831 met diens neef jonkheer Wiardus Hora Siccama. Na haar overlijden bleef haar man vruchtgebruiker van hat landgoed. Na zijn dood in 1867 vererfde de Fraeylemaborg krachtens het testament van Hermanna Louise Christina op de kleinzoon van Abraham Johan van der Hoop, mr Abraham Johan Thomassen à Thuessink van der Hoop. Hij voegde toen “Van Slochteren” aan zijn naam toe. Zijn oudste in 1875 geboren zoon Evert Jan erfde in 1882 de borg. In 1908 trouwde hij met Cateau Catharina Star Numan. Zij kregen twee kinderen, Jeanne Agatha en Geertruida Hermanna Louisa Christina. In 1952 overlijd Evert Jan. Na het overlijden van mevrouw Van der Hoop in 1965 hebben haar beide dochters nog enige jaren de borg bewoond. De financiële lasten werden echter te zwaar en in 1971 is de rijke inboedel geveild en op 9 januari 1972 werd de borg met het bos verkocht aan de Gerrit van Houten Stichting.
Gerrit van Houten Stichting
In de borg is door de stichting Gerrit van Houten een tentoonstelling ingericht, die veel kunstvoorwerpen bevat, die gerelateerd zijn aan de geschiedenis van de borg. Zo kent de Fraeylemaborg een grote collectie schilderijen, aquarellen en tekeningen, een collectie porselein en een collectie van enkele duizenden historieprenten. Hieronder bevinden zich veel Oranjeprenten, die de relatie met stadhouder Willem III accentueren. Er worden regelmatig wisselexposities gehouden en ook de stijlkamers zijn de moeite van een bezichtiging waard. De borg is, als museum, het gehele jaar door geopend.
Het Slochterbos
Achter de borg ligt een bos van ongeveer 20 hectare
In 1777 liet de familie van der Hoop de tuin in navolging van de mode van die tijd met als voorbeeld het Kasteel van Versailles de tuin en het bos volgens wiskundige figuren inrichten. Doorkijkjes vonden een rustpunt in beelden en vazen. Van deze opzet resteert alleen nog de middenlaan van eiken en beuken met een lengte van 1165 meter, die gericht is op de as van het huis. Als men in de uitbouw van de grote zaal staat, kan men naar achteren tot aan het florabeeld aan het eind van de middenlaan zien en naar voren langs de oprijlaan 1000 meter tot het einde van de laan door het overbos aan de overkant van de Hoofdweg, de nieuwe provinciale weg en de haven. De beide schuine lanen, waardoor men vanuit de uitbouw kon kijken naar een molen in de ene richting en een kerktoren in de andere richting, zijn in 1828 verdwenen, toen het bos door de tuinarchitect Lucas Pieters Roodbaard werd omgevormd tot een romantisch park in de Engelse landschapsstijl. Er werden slingerpaden aangelegd, onregelmatig gevormde vijvers gegraven en met de vrijkomende grond een berg gemaakt. De twee schuine lanen worden nu opnieuw aangelegd. De trots van het bos was een stokoude linde, de Dikke Boom, die zes meter in omvang was en in 1963 omwaaide.
Afbeelding:Fraeylemaborg1 Slochteren.jpg 
282 Fransum, Aduard, Groningen  6.449295  53.278239  Fransum is een oud kerkdorpje in de gemeente Zuidhorn in de provincie Groningen (Nederland). Het lag voor de gemeentelijk herindeling in de gemeente Aduard. Het dorp bestaat uit een Romaans kerkje uit de 13e eeuw en twee huizen. Het ligt op een wierde.
Fransum ligt op het voormalige eiland Middag in het Westerkwartier. Vanaf Den Ham loopt een smalle weg naar de wierde, waarvan het laatste gedeelte onverhard. Aangenomen wordt dat de wierde uit de 5e tot 8e eeuw stamt.
Het kerkje heeft dienst gedaan tot 1965. Tegenwoordig is het eigendom van de Stichting Oude Groninger Kerken. De dichter C.O. Jellema heeft een van zijn gedichten gewijd aan het kerkje. Even ten zuiden van de wierde heeft een plaatselijke boer een eigen kerkje, het Kerkje van Harkema gebouwd. 
283 Frederiksoord, Vledder, Drenthe  6.18722222222222  52.8430555555556  Frederiksoord (Drents: Freriksoord) is een dorp in het zuidwesten van de Nederlandse provincie Drenthe, in de gemeente Westerveld. Het ontstaan van Frederiksoord hangt samen met de geschiedenis van de Maatschappij van Weldadigheid, die in 1818 werd opgericht.
Deze stichting ontgon de woeste gronden op drie kilometer afstand ten westen van Vledder en stichtte daar koloniën, waar de verpauperde bevolking uit de grote steden een bestaan kon vinden.
Uit de kolonies I en II ontstond het dorp Frederiksoord. De kolonies III en IV werden het dorp Wilhelminaoord. Andere dorpen die de maatschappij stichtte waren Willemsoord (Noordwest-Overijssel) en Boschoord. Frederiksoord wordt uitvoerig beschreven in 1823 in het dagboek van Jacob van Lennep die met zijn vriend Dirk van Hogendorp een voettocht door Nederland maakte en in juli van dat jaar ook in Frederiksoord kwam.
Frederiksoord kreeg landelijke bekendheid nadat de Maatschappij van Weldadigheid in 1884 de 'Gerard Adriaan van Swieten' tuinbouwschool stichtte. Deze tuinbouwschool, de oudste van Nederland, is in november 2005 verhuisd naar Meppel. Het is nu een mbo-opleiding die hoort bij een aoc.
In het dorp, dat een paar honderd inwoners telt, bevinden zich de tuinen van de tuinbouwschool, het museum 'De Koloniehof' van de Maatschappij van Weldadigheid, en verder een hotel, de fruitcollectie van de Noordelijke Pomologische Vereniging en het landgoed 'Huize Westerbeek'. 
284 Froombosch, Slochteren, Groningen  6.77944444444444  53.1930555555556  Froombosch is een dorp in de gemeente Slochteren in de provincie Groningen (Nederland).
De naam van het dorp is afgeleid van Fromabosch. In de zeventiende eeuw woonde de familie Froma op de Ruitenborg, bij die borg was een bos. De borg is overigens in het begin van de negentiende eeuw gesloopt. Restanten zijn terug te vinden in de boerderij Ruitenborg die op het terrein van de voormalige borg staat.
Vroeger werd het dorp ook wel Bagelhutten genoemd. Dat is een verwijzing naar de hutten waarin de veenarbeiders waren gehuisvest die hier in de vervening werkten. Die naam is echter in onbruik geraakt.
Tussen 1929 en 1941 had Froombosch een eigen station aan de Woldjerspoorweg. Het station is gesloopt nadat over het tracé van de spoorweg een autoweg werd aangelegd. 
285 Gaarkeuken, Grijpskerk, Groningen  6.312936  53.249721  Gaarkeuken is een gehucht net ten zuiden van Grijpskerk, gelegen aan het Van Starkenborghkanaal in de provincie Groningen (Nederland).
Het heeft zijn naam te danken aan de gaarkeuken (dat wil zeggen een eenvoudig restaurant annex café) die was geplaatst bij het verlaat (schutsluis) in de vaarverbinding van Groningen met Friesland. Oorspronkelijk was deze gaarkeuken geplaatst bij het zuidelijker gelegen Kolonelsdiep. Deze plaats wordt nu nog Oud-Gaarkeuken genoemd.
In de tweede helft van de negentiende eeuw zijn de vaarwegen aangepast aan de moderne eisen van die tijd. In dit kader is het Van Starkeborghkanaal aangelegd en kwam de sluis (min of meer) op de huidige plek te liggen. Bij de gaarkeuken verrezen enige huizen waarvan de bewoners een bestaan zochten in de levering van schippersbehoeften: in de eerste plaats sterke drank, maar ook proviand.
De huidige schutsluis in Gaarkeuken is in de jaren 1975-1980 aangelegd. De sluis vormt de scheiding van de Friese boezem (-0,50 m NAP) en de boezem van Electra (-0,93 m NAP). De sluis heeft een schutlengte van 190 meter en schutbreedte van 16 meter en drempeldiepte van 4,77 meter beneden het laagste aangrenzende kanaalpeil. De sluisdeuren, met een gewicht van 27 ton elk, zijn voorzien van openingen met schuiven voor het nivelleren van het waterpeil in de sluiskolk. Nivelleren vergt ongeveer 6 min. Het sluiten en openen van de deuren vergt ongeveer een minuut. Het gebouw van waaruit de sluis bediend wordt is tevens de centrale bedieningspost voor de bruggen in Zuidhorn, Aduard en Dorkwerd. De bedieningsunit is door glasvezelkabel met de bruggen verbonden.
De officiële opening van de nieuwe sluis vond plaats op 17 oktober 1980 door commissaris van de koningin Edzo Toxopeus. Voor de bouw moesten vijf sluiswachterswoningen en 575 bomen wijken. 
286 Ganzedijk, Finsterwolde, Groningen  7.12055555555555  53.2075  Ganzedijk is een gehucht in de gemeente Reiderland in de provincie Groningen (Nederland). Het ligt zeer afgelegen.
Bij graafwerkzaamheden aan de G. Gernaatweg werd in februari 2000 het lijk van Hannelore Klinkhamer-Godfrion gevonden. Schrijver Richard Klinkhamer, haar man, had haar vermoord en begraven. Klinkhamers vrouw was al jaren als vermist opgegeven.
Over alle beschuldigingen schreef Klinkhamer het boek Woensdag gehaktdag, maar geen uitgever wilde het publiceren. 
287 Garmerwolde, Ten Boer, Groningen  6.648426  53.247531  Garmerwolde is een dorp in de gemeente Ten Boer in de provincie Groningen (Nederland). Het dorp ligt tegen de grens van de gemeente Groningen, deels aan het Damsterdiep. Garmerwolde heeft ongeveer 600 inwoners.
In de middeleeuwen was hier veen (wold). Verkavelingspatronen laten zien dat het dorp is ontstaan door ontginning vanaf de westelijke oever van de Fivelboezem. Loodrecht op de verkavelingsrichting ontstonden bewoningsassen, waarvan Garmerwolde de laatste was. Daarna stuitte men op de ontginning vanaf de westeroever van de Hunze van waaruit Noorddijk was ontstaan. De Borgsloot vormt de grens tussen deze twee verkavelingsassen.
De eerste behuizing in Garmerwolde dateert van rond 1200. De kerk met vrijstaande toren van het dorp dateert uit rond 1250 en is in romanogotische stijl.
In de omgeving van het dorp hebben vroeger twee borgen gestaan. Waarschijnlijk is het dorp naar een van die borgen, Gelmersma, vernoemd. 
288 Garminge, Westerbork, Drenthe  6.623567  52.820322  Garminge is een gehucht met 80 inwoners 
289 Garnwerd, Ezinge, Groningen  6.49277777777778  53.3044444444444  Garnwerd (Gronings: Garwerd) is een dorp in de gemeente Winsum, provincie Groningen (Nederland), aan het Reitdiep.
Het plaatsje is bekend vanwege het café Hammingh, een pleisterplaats voor veel fietsers die vanuit de stad Groningen een tochtje door het Hogeland ondernemen. Vanaf het terras heeft men een fraai uitzicht over het Reitdiep.
Het dorp is verder bekend vanwege de smalle Burgemeester Brouwersstraat, volgens velen het smalste straatje van Nederland. Kennelijk wordt bedoeld: waar je met een auto doorheen kunt, want er zijn heel wat smallere bestrate stegen.
Het Pieterpad loopt langs het café en door deze straat.
Sinds 2005 heeft Garnwerd ook een terras boven het Reitdiep, deel uitmakend van het recreatiecentrum Garnwerd, waartoe tevens behoren een kleine camping, verhuur van fietsen en kano's, speeltoestellen voor kinderen en ponnyrijden voor de kids. 
290 Garrelsweer, Loppersum, Groningen  6.769719  53.311269  Garrelsweer is een klein dorp in de gemeente Loppersum in de provincie Groningen (Nederland), en ligt aan het Damsterdiep. De N360 de weg van Groningen naar Delfzijl loopt langs het dorp. Garrelsweer telde in 2004 667 inwoners.
Het dorp werd voor het eerst vermeld in een oorkonde uit 1057. In die oorkonde schenkt de Duitse keizer het recht, om in Gerleviswert een markt te houden aan de aartsbisschop van Hamburg. Dat duidt er op dat Garrelsweer op dat moment de belangrijkste plaats in Fivelingo was. Later verloor het die positie aan Appingedam.
Oorspronkelijk lag Garrelsweer bij de Fivel. Nadat deze dichtslibde kreeg het dorp een verbinding via de Delf, het latere Damsterdiep.
De poldermolen Meervogel, gebouwd in 1801, voor het bemalen van de Hoeksmeersterpolder (ten zuidoosten van Garrelsweer), is enige malen gerestaureerd en wordt nu beheerd door vrijwillige molenaars. De molen kan in noodsituaties ingezet worden voor extra bemaling.
De molen staat in het vrij jong natuurgebied Hoeksmeer, dat van oorsprong een landbouwfunctie had. Bij de laatste ruilverkaveling is het door de provincie aangewezen als onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur. In 2002 heeft Natuurmonumenten ca. 60 hectare laaggelegen grasland verworven, met het doel de reeds bestaande functie, namelijk die van broedgebied voor weidevogels, te versterken.
De Kloostermolen te Garrelsweer, eveneens een poldermolen, is al jaren een geconserveerde molenstomp en in afwachting van een eventuele restauratie. 
291 Garsthuizen, Stedum, Groningen  6.71277777777778  53.3680555555556  Garsthuizen is een klein dorp in de gemeente Loppersum in de provincie Groningen in Nederland. Het ligt vrijwel aan de Eemshavenweg. Het dorp heeft ongeveer 260 inwoners.
De naam van het dorp is waarschijnlijk afgeleid van gras, hoewel ook genoemd wordt dat Garst betrekking heeft op op gars of geestgronden. Dat kan samenhangen met de oorsprong van het dorp. Het is ontstaan aan de rand van de boezem van de voormalige Fivel. Daar vormde zich uit een kwelder en mogelijk ook een aantal wierden een dijk waarop het dorp waarschijnlijk is ontstaan.
Het dorp heeft een kerk uit 1872. Eerder stond er een grotere kerk uit de middeleeuwen, maar die is in 1871 gesloopt. De huidige kerk is gesloten en raakt in verval. het dorp heeft een mooie molen, genaamd "De Hoop".
Aan de westkant van het dorp is het verbonden met Startenhuizen, dat voor 1990 ook Garsthuizen heette en in de gemeente Eemsmond ligt. Het Maarvliet is de grens tussen beide dorpen (en gemeenten).
Ten oosten stroomt het Garsthuizermaar, dat overgaat in het Zeerijpstermaar en tenslotte uitmondt in het Damsterdiep. Het eerste gedeelte vormt tezamen met de Zeemsloot een overblijfsel van de Fivel. 
292 Gasselte, Drenthe  6.792511940002441  52.97237142887238  Gasselte is een dorp in de gemeente Aa en Hunze in de Nederlandse provincie Drenthe, halverwege de dorpen Gieten en Borger, gelegen op de Hondsrug. Het dorp heeft 1614 inwoners, t.w. 806 mannen en 808 vrouwen (1 januari 2007). Tot de gemeentelijke herindeling op 1 januari 1998 was het dorp de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente.
Geschiedenis
Hoewel er sporen van bewoning rondom Gasselte zijn aangetroffen uit de prehistorie, de bronstijd en de ijzertijd dateert de eerst gevonden nederzetting in deze streek uit de periode van de 9e tot de 12e eeuw. De eerste schriftelijke vermelding van Gasselte dateert uit een oorkonde van 1302, waarin ene Jacobus 'de Gesholte' werd genoemd. Waarschijnlijk een samentrekking van de Germaanse woorden ges en hulta ("droog, dor" en 'houtleverend bos").
Het dorp zelf heeft altijd uit twee delen bestaan: het Grotenend (ten noordoosten van de kerk) en het Lutkenend (ten westen van de kerk). In het Grotenend waren de grotere boerderijen van de invloedrijke families gesitueerd en in het Lutkenend woonde de keuterboeren en de ambachtslieden. De kerk lag letterlijk in het midden.
Bezienswaardigheden
Bezienswaardig is de Mariakerk, waarvan het oudste muurwerk dateert uit het midden van de 13e eeuw. De kerk is in de 19e eeuw witgepleisterd. Gasselte behoorde met Borger, Gieten, Anloo en Zuidlaren tot het dingspel Oostermoer. Aanvankelijk was de kerspel van Gasselte een onderdeel van de kerspel van Borger. Pas in de 13e of 14e eeuw is er sprake van een zelfstandige parochie. De eerste - indirecte - vermelding van de kerk dateert van 1360.
Voorzieningen
Het dorp Gasselte beschikt over de volgende voorzieningen:
* het dorpshuis "de Trefkoel";
* de openbare basisschool "de Dobbe";
* de voetbalvereniging GKC;
* de tennisvereniging GKTC;
* de gymnastiekvereniging VOMOS;
* het Harmonieorkest Gasselte;
* het woonzorgcentrum voor ouderen "'t Maandhoes'" (een dependance van het zorgcentrum "Dekelhem" uit Gieten). 
293 Gasselterboerveen, Gasselte, Drenthe  6.840842  53.002353  Gasselterboerveen is een buurtschap in de gemeente Aa en Hunze in de provincie Drenthe. De buurtschap ligt ten noordwesten van Gasselternijveen aan de weg naar Gieterveen. Anders dan Gasselternijveen dat langs een wijk groeide, is Gasselterboerveen een wegdorp.
De naam Gasselterboerveen verwijst naar de boeren van Gasselte. De venen langs de Hunze waren eigendom van de marke van Gasselte. In 1662 werd een deel van het veencomplex door de marke verkocht aan Groningse verveners, dat werd Gasselternijveen. Een deel bleef eigendom van de boeren van Gasselte en stond sindsdien bekend als Gasselterboerveen. 
294 Gasselterboerveenschemond, Gasselte, Drenthe  6.890125  53.009037  Gasselterboerveenschemond (Geluidsfragment uitspraak (info / uitleg)) is een buurtschap in de provincie Drenthe (Nederland). De buurtschap valt onder de gemeente Aa en Hunze en telde op 1 januari 2004 veertig inwoners. Gasselterboerveenschemond is de langste aaneengeschreven plaatsnaam van Nederland, met één teken meer dan Gasselternijveenschemond, dat 1,6 kilometer van Gasselterboerveenschemond ligt. Op 18 juli 2011 was er een grote brand in de enige kippenschuur van Gasselterboerveenschemond. 170.000 kippen kwamen hierbij om het leven. 
295 Gasselternijveen, Gasselte, Drenthe  6.848430633544922  52.9883372533954  Gasselternijveen (vroeger Gasselternijeveen) is een dorp in de gemeente Aa en Hunze in de Nederlandse provincie Drenthe.
Historie
In de late middeleeuwen vestigden landbouwers uit Gasselte zich op de zandruggen langs de Hunze. In deze regio werd vooral vee geweid. Het dorp Gasselternijveen vierde in 1962 zijn 300 jarig bestaan. Deze datum werd gekozen omdat in 1662 een deel van het Oostermoerseveen in de Gasselter marke werd overgedragen aan de Participanten van Gasselter-Nijeveen, waarvan de toenmalige landschapssecretaris Johan Struucke de initiatiefnemer was.
Al eerder omstreeks 1635 waren Gasselters hier begonnen met de ontginning van het veen. Deze venen waren gemeenschappelijk bezit van de markgenoten, waarvan de meerderheid in Gasselte woonde. Bij de overdracht van genoemd gebied in 1662 behielden de Gasselters de noordelijke helft, het latere Gasselterboerveen. Een jaar later kochten de Participanten de helft van de venen van de marke van Drouwen. Deze sloten aan de zuidzijde aan die van de Gasselter venen.
Na de ondertekening van de contracten van de Gasselter-Nijevenen, kregen de Participanten van de Drentse Landdag in 1662 toestemming om te ontginnen (octrooi) en genoten ze vrijdom van belasting voor 30 jaar. Dit octrooi is verscheidene malen verlengd. Belangrijke voorwaarde van de Gasselter- en Drouwener verkopers was dat aankopers de Hunze bevaarbaar moesten maken voor schepen tot 5 voet diep. Om deze diepte te kunnen bereiken moest men schutten of verlaten plaatsen, waardoor het water opgestuwd kon worden. Ook moesten de participanten op eigen kosten een kanaal ter ontsluiting van het veen aanleggen. In oktober 1663 begon Johan Struucke met het graven van het ± 12 meter brede Gasselternijveenschediep, dat evenwijdig ging lopen aan de Hunze. Deze vaarweg, ook wel het Hoofddiep en nu de huidige Hoofdstraat, was vanaf ±1665 te bevaren.
Johan Struuck, de landschapssecretaris, en zijn participanten, hadden veel geld geïnvesteerd in het bevaarbaar maken van de Hunze om zo de Gasselter venen te kunnen aandoen. Struuck zegde in 1663 de transportverdragen met de stad Groningen en het Schuitenschuiversgilde aldaar op. Dit deed hij samen met de veenmarkegenoten Eext, Gieten en Bonnen. Deze opzegging werd uiteraard niet geaccepteerd en hun vrachten werden door de Groningers geblokkeerd. Hierdoor kwam de scheepvaart op de Hunze stil te liggen en stapelden de voorraden turf zich in Gasselter-Nijeveen op.
Deze situatie werd in 1664 door zeven Friese schippers doorbroken; hun lading werd op de terugtocht door Groningen in beslag genomen. Hierop nam Friesland enkele Groninger schepen in beslag. Het geschil werd in 1667 door de Staten-Generaal beslecht: de Hunze werd als natuurlijke stroom tot vrij vaarwater verklaart ten behoeve van de turfafvoer. Hiervan profiteerden naast Gasselte ook Gieten, Eext en Bonnen.
De groeiende bevolking van het Gasselter-Nijeveen kreeg in 1684, Jan Hamming als eigen Schulte. En er werd een kerk aan het Hoofddiep gebouwd waar Ds. Gerardus Cock in 1697 de dominee was. De bevolkingsaanwas kwam uit de Groninger Veenkoloniën, Staphorst en het Grafschaft Bentheim.
In 1774 telde het Gasselter-Nijeveen 73 gezinnen, waaronder vijftien schippersfamilies. In Groningen begon men in 1765 met de verlenging van het Stadskanaal. Door het graven van zijkanalen die loodrecht op dit kanaal lagen ontstonden de Drentse Monden. Hierdoor kreeg Gasselternijveen in 1839 verbinding met het Stadskanaal. Dit kanaal is in de jaren zeventig van de vorige eeuw gedempt.
De scheepvaart ontwikkelde zich sterk. Deze beperkte zich niet alleen tot binnenvaart maar ook de zeevaart was van belang voor de veenkoloniale scheepvaart. In 1912 was Gasselternijveen de vierde plaats van Nederland wat betreft het aantal ingeschreven schepen. Na 1920 liep de scheepvaart terug.
Veel kanalen zijn na de Tweede Wereldoorlog gedempt. Wel zijn er nog schipperswoningen in het dorp te vinden
Kerk
De Protestantse kerk in het dorp is een Waterstaatskerk uit 1859. Deze verving de voorganger uit de 17e eeuw.
Baptisme
De eerste Nederlandse baptistengemeente is ontstaan te Gasselternijveen. Johannes Elias Feisser was tot 1-1-1844 predikant van Gasselternijveen. Eind 1843 was hij door conflicten over onder andere de kinderdoop uit zijn ambt ontzet. Hierna komt Feisser in contact met Duitse baptisten in Hamburg. Op 15 mei 1845 liet Feisser zich met enkele volgelingen in een veenkanaal te Gasselternijveen door de Duitse baptist J. Köbner doormiddel van onderdompeling dopen. Na deze volwassenendoop werd Feisser gekozen tot voorganger van de eerste Nederlandse baptistengemeente (genoemd 'Gemeente van Gedoopte Christenen').
Op 15 mei 2005 is op de vermoedelijke plaats van genoemde doop een baptisten herinneringszuil onthuld ter herdenking van deze eerste baptische onderdompeling in Nederland.
Aardappelmeelindustrie
Aan de oostkant van het dorp staat een een aardappelmeelfabriek. Deze fabriek die is gestart als Aardappelmeelfabriek Oostermoer in 1903 maakt tegenwoordig deel uit van AVEBE.
Noordooster lokaal spoorweg
In 1905 kwamen de lijnen van de NOLS van Zwolle en Assen naar Stadskanaal gereed. Bij Gasselternijveen kwamen deze lijnen bij elkaar en kreeg het dorp niet alleen een station maar werd het een spoorwegknooppunt. Het gedeelte van Emmen naar Gasselternijveen sloot in 1938 en het personenvervoer van Assen naar Stadskanaal werd in 1947 opgeheven. Het goederenvervoer werd op deze lijn begin jaren '70 van de twintigste eeuw opgeheven, waarna de lijn in 1972 werd opgebroken.
Hunzepark
Op de westoever van de Hunze staat de molen de Juffer. Langs de Hunze zijn de laatste jaren verschillende natuurontwikkelingsprojecten uitgevoerd. Ook zijn er naaste omgeving van Gasselternijveen bossen aangelegd. Langse de Hunze ligt ook het recreatiepark Hunzepark. 
296 Gasselternijveenschemond, Gasselte, Drenthe  6.89722222222222  52.9955555555556  Gasselternijveenschemond is een klein dorp in het uiterste oosten van de gemeente Aa en Hunze in de Nederlandse provincie Drenthe.
Gasselternijveenschemond is een van de Drentse Monden, ontstaan aan het zijkanaal dat in 1839 gegraven werd tussen Stadskanaal en Gasselternijveen voor de afwatering van het veen en het vervoer daarvan. Het dorp heeft na Gasselterboerveenschemond (buurtschap van Gasselternijveenschemond) de langste plaatsnaam van Nederland. Het dorp telde op 1 januari 2007 738 inwoners.
Bezienswaardigheden
In het Accordeonmuseum is aan de hand van ongeveer 250 accordeons de geschiedenis van 200 jaar accordeonbouw te zien. Het Boerenbos is een gebied van 250 hectare voormalige landbouwgrond die door de "Stichting Face" omgezet is in een duurzaam beheerd loofbos. 
297 Gasteren, Anloo, Drenthe  6.66333333333333  53.0361111111111  Gasteren (Drents: Gaastern) is een dorpje in de gemeente Aa en Hunze in de Nederlandse provincie Drenthe. Het dorp ligt midden in het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa. Gasteren telde op 1 januari 2007 435 inwoners.
Gasteren is een karakteristiek brinkdorp op de Drentse zandgronden. Het wordt gekenmerkt door de vele Saksische boerderijen. In tegenstelling tot veel andere delen van Drenthe, heeft ook het landschap hier grotendeels de oorpspronkelijke vorm behouden. De marke van Gasteren bestaat uit essen, heidevelden (Gasterse Duinen, Ballooërveld), enkele kleine bospercelen (Gastersche Holt), en groenlanden langs de beken (het Gastersche of Gasterensche Diep, beter bekend als de Drentsche Aa, en het Anlooër Diepje). In de Gasterse Duinen is een hunebed te vinden.
Gasteren heeft enkele horecagelegenheden en een sportveld, maar is voor andere voorzieningen volledig aangewezen op buurdorp Anloo, waar het tot 1 januari 1998 ook gemeentelijk onder viel.♦ 
298 Geefsweer, Delfzijl, Groningen  6.935291290283203  53.309749669813584  Geefsweer is een gehucht in de gemeente Delfzijl in de provincie Groningen. Het bestaat uit enkele huizen bij een wierde, direct ten zuiden van het Eemskanaal en ten westen van Weiwerd.
De naam komt al voor in de Middeleeuwen als Gewesweer, de wierde van Gewe.
Het gehucht is vooral bekend vanwege een vijfvoudige roofmoord die er in de Franse tijd heeft plaatsgevonden. De moord is onderwerp van meerdere volksverhalen in Groningen. De plek waar deze moord plaatsvond wordt nog steeds aangeduid met Moordhut, hoewel de opstal zelf is verdwenen. 
299 Geelbroek, Rolde, Drenthe  6.5721845626831055  52.95048926481383  Geelbroek is een buurtschap in de gemeente Aa en Hunze in de Nederlandse provincie Drenthe. De buurtschap is gelegen ten zuiden van Assen. 
300 Gees, Oosterhesselen, Drenthe  6.69055555555556  52.7491666666667  Gees (Drents: Gies) is een dorp in de gemeente Coevorden, provincie Drenthe (Nederland).
Toerisme
Gees is een esdorp, wat nog goed te zien is aan de vele Saksische boerderijen. Een deel van het dorp ten oosten van de Dorpsstraat, de doorgaande weg, is beschermd dorpsgezicht. Gees heeft verder maar zeer weinig nieuwbouw en heeft daardoor zijn oorspronkelijke karakter goed weten te bewaren.
De marke van Gees kenmerkt zich enerzijds door grote essen en groenlanden langs de Geeserstroom, die de komende jaren hermeanderd zal worden. De helft van het dorpsgebied wordt echter ingenomen door de bossen en heidevelden van de 1600 ha. grote Boswachterij Gees (Staatsbosbeheer). Deze bossen zijn in de jaren dertig aangepland op de heidevelden. Met de Hooge Stoep is er echter nog een groot heideveld bewaard gebleven.
Gees is sterk op toeristen gericht: verspreid rond het dorp liggen enkele kleine vakantieparken. Afgezien van de boerderijen is een opvallende bezienswaardigheid in het dorp, de Steen van Gees: een enorme zwerfkei. Deze ligt voor de deur bij het gelijknamige restaurant-partycentrum. Het is de grootste zwerfkei van Drenthe. De belangrijkste bezienswaardigheid ligt echter een kilometer buiten het dorp: de galerie en beeldentuin Dehullu.
Voorzieningen
Veel voorzieningen zijn er niet in Gees: behalve het restaurant is er alleen nog een buurtsuper, een VVV-kantoor en een ijssalon annex tearoom. Wel zijn er nog enkele ateliers te vinden. Gees telt twee kerken: een gereformeerde en een vrijgemaakt gereformeerde kerk. De meeste bewoners waren echter van oudsher Nederlands Hervormd en kerkten in Oosterhesselen, waar Gees tot 1 januari 1998 ook gemeentelijk onder viel. Verder heeft het dorp nog een openbare en een protestants-christelijke basisschool. 
301 Geesbrug, Oosterhesselen, Drenthe  6.634154319763184  52.7272272951511  Geesbrug (Drents: Giesbrogge) is een dorp in de provincie Drenthe (Nederland), gemeente Coevorden, aan de Verlengde Hoogeveense Vaart. Op 1 januari 2004 had het ongeveer 720 inwoners.
Beschrijving
Geesbrug is een ontginningsdorp, ontstaan na aanleg van de Verlengde Hoogeveense Vaart in de tweede helft van de negentiende eeuw in het veengebied van de toenmalige gemeente Oosterhesselen. Alle zes bruggen over het kanaal die in deze gemeente lagen, werden genoemd naar het dichtstbijzijnde dorp of het dorp waar de brug naartoe leidde. De meest westelijke van de zes werd genoemd naar het zanddorp Gees. Bij deze brug ontstond een buurtschap, dat zich pas na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde tot het dorp Geesbrug. Voordien werd het aangeduid met de veldnamen Zwinderscheveen, Zwinderscheveld of Geeserveld.
Geesbrug heeft door de jonge geschiedenis maar weinig oude gebouwen, op een enkele monumentale boerderij na. Het dorp is pas na de Tweede Wereldoorlog echt tot ontwikkeling gekomen door de nieuwbouwwijkjes. Er zijn maar weinig voorzieningen: sportvelden, een openbare en een protestants-christelijke basisschool, een buurtsuper met postagentschap en een café. Er zijn echter wel veel bedrijven gevestigd op het bedrijventerrein ten zuidwesten van het dorp, langs de A37. Hier bevinden zich onder meer een bouwmarkt en twee tankstations. Halverwege het dorp en het bedrijventerrein staat tussen de lintbebouwing het kleine maar karakteristieke Nederlands Hervormde kerkje van Geesbrug uit 1912.
Het landschap rond het dorp kenmerkt zich door landbouwgebied, met alleen aan de zuidrand van het dorp kleine bosperceeltjes.Ten noorden van het dorp ligt de 1600 ha. grote Boswachterij Gees. 
302 Gideon, Haren, Groningen  6.601849794387817  53.201714114806734  - Gideon is een voormalige buurtschap in de provincie Groningen, gemeente Groningen. Vanouds gemeente Haren. De buurtschap, die onder het dorp Helpman viel, is bij een grenscorrectie per 1-12-1914 (samen met het dorp Helpman en het Harense deel van de buurtschap Euvelgunne) overgegaan naar de gemeente Groningen. Ook per 1-5-1884 was er al een kleine grenscorrectie van Haren naar Groningen (waarbij 66 personen waren betrokken). Mogelijk had dit betrekking op een deel van Gideon.*
Naam
Naamsverklaring
De naam van de buurtschap is afgeleid van de voormalige houtzaagmolen Gideon, die aan de westzijde van het Winschoterdiep lag. Gebouwd in 1763, afgebroken in 1870.
Andere naamgevingen Gideon in de omgeving
De naam Gideon werd later gebruikt voor de eerste ophaalbrug in de snelweg A7, gerekend vanaf de stad Groningen, de Gideonbrug. De weg langs het Winschoterdiep OZ kreeg de naam Gideonweg. In 1918 stichtte de heer J. Koster Hzn. aan de westzijde van het Winschoterdiep de scheepswerf Gideon en aan weerszijden van het kanaal ontstond industrie en bewoning die eveneens in de volksmond Gideon werd genoemd.
Op en niet in de Gideon
Men woonde of werkte niet in Gideon maar "op de Gideon". Over wanneer je 'in' of 'op' een plaats woont, kunt u meer lezen bij het dorp Welberg.
Ligging
- De buurtschap Gideon lag in het ZO van Groningen, rond het Oude Winschoterdiep, rond de huidige Gideonweg en de Duinkerkenstraat. De oorspronkelijke weg waaraan de buurtschap was gelegen, maakte deel uit van de verbinding Groningen-Hoogezand.
- Uitgaande van de loop van het Oude Winschoterdiep, hield de gemeentegrens van Groningen op bij het punt waar het Helperdiepje in het Oude Winschoterdiep uitmondde. Aan de andere kant lagen noordoostelijk de gemeente Noorddijk en oostelijk de gemeente Haren. Van de gemeente Haren liep de oostgrens door tot en met Waterhuizen en de noordgrens lag zelfs nog een eind ten noorden van het Winschoterdiep. In 1908 ontstonden de eerste officiële plannen om de grens tussen de gemeente Groningen en de gemeente Haren te wijzigen. Na aanvankelijke tegenzin van Haren, gingen de beide gemeenteraden er toch mee akkoord dat de grenzen dienden te worden gewijzigd. Per 1-12-1914 behoorde de buurtschap Gideon (samen met het dorp Helpman en het Harense deel van Euvelgunne) in het vervolg bij de gemeente en stad Groningen.
Geschiedenis
Molens langs het Winschoterdiep
In de 17e en 18e eeuw verschijnt geleidelijk een reeks van zes molens aan de westzijde van het Winschoterdiep. De oudste is Vredelust (oliemolen), daarna de De Eendracht (pelmolen), De Zaaier (houtzaagmolen), De Zon (houtzaagmolen), De Vriendschap (houtzaagmolen) en de Ellensmolen (oliemolen).
Bij de houtzaagmolens bevonden zich zogeheten “balkgaten”; de plaats waar boomstammen werden gewaterd. Deze molens waren alle van het type achtkante bovenkruier met stelling op een rechthoekige onderbouw. Aanvankelijk was de scheepsbouw de grootste afnemer van het hout. Dat veranderde natuurlijk toen de bouw van houten schepen plaats maakte voor de ijzeren schepen.
De werven oostelijk van de stad Groningen
Oostwaarts langs het Winschoterdiep was naast het terrein van molen Gideon de werf van Arend de Boer gevestigd. Nog weer verder oostwaarts lagen ook de werven van Drewes (1899) en Wilmink (1900). Iets later werd direct ten oosten van beide werven de werf Gideon van J. Koster opgericht. Voor de Tweede Wereldoorlog huurden de Noord Nederlandse Scheepswerven de werf van Wilmink. Op de werf van Drewes vestigde zich in 1939 de Scheepsbouw Unie N.V.. De Noord Nederlandse Scheepswerven breidde uit en men kocht de werf van Wilmink. In 1964 fuseerden de Noord Nederlandse Scheepswerven met de Scheepsbouw Unie N.V. tot de Nieuwe Noord Nederlandse Scheepswerven, waartoe in hetzelfde jaar ook de werf van Koster ging behoren.
De werven, vallend onder de oorspronkelijke gemeente Haren
- In 1878 begon Jan van Diepen een scheepswerf in Waterhuizen en in 1899 vroegen Drewes uit Zuidbroek en Gephard en Scholten uit Groningen vergunning aan voor het oprichten van een scheepstimmerwerf.
- Per 1 november 1901 huurt J.Th. Wilmink de scheepstimmerwerf van Hund Gebhard. In 1910 wordt Wilmink eigenaar van de scheepstimmerwerf. Wilmink bouwt vanaf 1932 geen schepen meer op de Gideon. De werf Wilmink beëindigde haar werfactiviteiten in 1932 en de eigenaar richtte kort daarna een nieuw bedrijf op, die onderdelen voor benzine- en dieselmotoren vervaardigde. De N.V. Scheepswerf voorheen J.Th. Wilmink & Co te Groningen verhuurt in 1937 het terrein aan de Noord Nederlandse Scheepswerven (NNS).
- Uit stukken is gebleken dat J. Drewes in 1898 een scheepswerf in Zuidbroek heeft gehad. In 1900 sticht Johannes Drewes een scheepswerf op de Gideon.
- De werf van J. Koster werd opgericht in 1917. De werf bouwde o.a. het instructievaartuig Prinses Juliana voor de zeevaartscholen in Nederland. In 1931 doopte de toenmalige prinses Juliana dit schip. Eveneens gedenkwaardig was de bouw van de Gideona, de eerste Nederlandse coaster met een kruiserhek ofwel een modern achterschip. Alhoewel de werf niet failliet was, ging men in 1964 toch een fusie aan met de scheepswerf NNS en Scheepsbouw Unie N.V.
- In 1939 werd de Scheepsbouw Unie N.V. opgericht. De werf zelf bevond zich op de plek waar voorheen scheepswerf Drewes en Co. gevestigd was geweest.
- Na de fusie van de scheepswerven NNS, Scheepsbouw Unie N.V. en De Gideon, ging men vanaf 1964 verder onder de naam van Nieuwe Noord Nederlandse Scheepswerven (NNNS). Begin 1986 raakte de werf in ernstige financiële moeilijkheden. Op 14 maart 1986 werd zij failliet verklaard. (samenstelling en © van de hoofdstukken Naam, Ligging en Geschiedenis: Kor Kok) 
303 Gieten, Drenthe  6.76305555555556  53.0052777777778  Gieten (Drents: Geeiten) is een dorp gelegen op de Hondsrug in de provincie Drenthe in Nederland. Het maakt deel uit van de gemeente Aa en Hunze. Gieten is van oorsprong een esdorp. Zo heeft het ook een voor deze dorpen kenmerkende brink.
Tot aan de gemeentelijke herindeling van 1998 was Gieten een zelfstandige gemeente.
Geografisch
Gieten wordt omringd door bos- en heidegebieden met volop wandel- en fietsgelegenheid. Hierdoor is het dorp een toeristische trekpleister.
Gieten ligt aan de kruising van de rijkswegen N33 en N34 die beide lopen op belangrijke middeleeuwse routes. Deze beide wegen behoorden tot de eersten in Drenthe die in de 19e eeuw werden verhard. De wegen zijn verder van groot belang geweest voor de ontwikkeling van het gebied.
In 1905 kreeg Gieten een spoorwegstation. Deze lag aan de spoorlijn Assen - Stadskanaal, die aangelegd was door de NOLS. In 1947 werd het station gesloten.
Bevolking
Aantal inwoners:
* per 1 januari 2004: 4909 (2402 mannen, 2507 vrouwen)
* per 1 januari 2006: 5150 (2505 mannen, 2645 vrouwen)
* per 1 januari 2007: 5149 (2514 mannen, 2635 vrouwen) 
304 Gieterveen, Gieten, Drenthe  6.834842562675476  53.02655476411841  Gieterveen is een klein streekdorp in het oosten van de gemeente Aa en Hunze in de Nederlandse provincie Drenthe, gelegen op de noordoever van de De Beek, een zijbeek van het riviertje de Hunze of Oostermoerse Vaart, in de streek Oostermoer. Het dorpje heeft 1016 inwoners (2004). Het dorp is in de aan het eind van de Middeleeuwen ontstaan als ontginningsdorp op een oeverwal van de Hunze. Het oorspronkelijke dorp lag ten westen van het huidige. De turfwinning was aanvankelijk kleinschalig
In de 19e eeuw werden er vanuit het Nieuwediep kanalen en wijken gegraven richting Gieterveen waardoor het dorp beter bereikbaar werd en de turfwinning een grootschaliger karakter kreeg. Het dorp verplaatste zich meer naar het oosten.
In het begin van de 20ste eeuw was al het veen afgegraven en het Gieterveen een sterk agararisch karakter. De boeren waren voornamelijk afkomstig uit de provincie Groningen. In het begin van de 21ste eeuw werkten door de uitstoot van arbeidskrachten weinig inwoners meer in het boerenbedrijf en was Gieterveen een forensenplaats geworden.
De Nederlands Hervormde kerk stamt uit 1840 en is een waterstaatskerk. De Molen Eendracht komt oorspronkelijk uit Nieuw-Buinen en is in 1877 verplaatst naar Gieterveen. Na een brand kreeg de molen zijn huidige ronde bovenbouw. Het dorp ligt aan de N33. Het dorp telde op 1 januari 2007 1017 inwoners. 
305 Gijsselte, Ruinen, Drenthe  6.406316757202148  52.7531290044493  Gijsselte is een buurtschap in de gemeente De Wolden, provincie Drenthe (Nederland). De buurtschap is gelegen in een bosrijkgebied ten zuiden van de N375, de Boswachterij Ruinen. Ten zuidwesten liggen een aantal vennetjes, de z.g. Gijsselterkoelen 
306 Glimmen, Haren, Groningen  6.630034446716309  53.13948808895923  Glimmen is een bosrijk dorp in de gemeente Haren, gelegen in de provincie Groningen in Nederland. Het dorp heeft ongeveer 1700 inwoners.
Beschrijving
Glimmen ligt ongeveer tien kilometer ten zuiden van de stad Groningen en vijf kilometer ten zuiden van Haren. Het riviertje de Drentsche Aa meandert langs het dorp, dichtbij het Huis te Glimmen, een voormalig kasteel dat in de dertiende eeuw werd gebouwd en later verwoest; in de zeventiende eeuw werd op de fundamenten van het kasteel een landhuis gebouwd, waarvan nog elementen terug te vinden zijn in het huidige vroeg-negentiende-eeuwse monumentale landhuis met omgrachting, zeer lange oprijlaan en bijbehorend oud landgoed. Ten zuiden van het dorp ligt het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa.
De Appelbergen is een bos ten oosten van het dorp, waar ook moerassen, vennetjes en een zandverstuiving te vinden zijn. Het is vanouds een toeristische trekpleister, waar vroeger ook een zwembad en een speeltuin gevestigd waren. Tegenwoordig is er alleen nog een restaurant te vinden. Door het bos loopt een middeleeuwse 'snelweg', de Hoge Hereweg. In het bos zijn de resten gevonden van twee vernielde hunebedden. In de oorlogsjaren zijn er in de Appèlbergen in het geheim twintig tot dertig door de Duitsers geëxecuteerde Nederlanders begraven. Ondanks intense zoektochten zijn deze graven niet allemaal teruggevonden. Vlakbij Glimmen, niet ver van de A28 staat de poldermolen De Witte Molen. Even ten zuiden van het dorp ligt een golfbaan, de Noord-Nederlandse Golf & Country Club. 
307 Godlinze, Bierum, Groningen  6.81416666666667  53.3722222222222  Godlinze (Gronings: Glìns) is een wierdedorp in het noordoosten van de provincie Groningen in Nederland, gelegen in de gemeente Delfzijl.
Het ligt aan het einde van het Godlinzermaar.
De Godlinzer kerk stamt uit de 12e eeuw.
Het dorp is vooral bekend vanwege de tuin vol marmeren beelden van de van oorsprong Italiaanse Bruno Santanera, die bij het grote publiek bekend is als de uitvinder van de BioStabil 2000. 
308 Goldhoorn, Finsterwolde, Groningen  7.065367698669434  53.200482766661885  Goldhoorn is een gehucht in de gemeenten Reiderland en Scheemda, in de provincie Groningen (Nederland). Het ligt ongeveer halverwege Finsterwolde en Oostwold. Goldhoorn zal in de nabije toekomst aan de noordrand van de Blauwe Stad liggen.
In de buurt van het huidige gehucht heeft in de middeleeuwen een klooster gestaan van de Johannieter Orde. Het klooster wordt voor het eerst gemeld in schriftelijke bronnen in 1319, maar is waarschijnlijk (veel) eerder gesticht. Het ordehuis Fynsterwald viel onder de commanderij van Steinfurt. In 1424 werd het grondbezit van het klooster belangrijk uitgebreid met een groot landgoed in Heiselhusen. De schenking werd gedaan door de hoofdeling Brunger (II) van Locquard. Waarom deze bezittingen aan het ver weg gelegen Goldhoorn werden geschonken is niet duidelijk. In 1446 waren de tegenstellingen tussen Goldhoorn en Heiselhusen zo groot geworden, dat besloten werd dat Heiselhusen een zelfstandig klooster werd. Het voorwerk in Heiselhusen was al vele malen groter geworden dan Goldhoorn en groeide nog steeds, in tegenstelling tot Goldhoorn. Tussen 1454 en 1494 is de zelfstandigheid van het klooster Goldhoorn opgeheven en werd het een voorwerk van Oosterwierum. Het viel net binnen de nooddijk van 1454, die liep van Punt van Reide naar Finsterwolde. Goldhoorn heeft geleden door de Dollardoverstromingen, maar waarschijnlijk pas na 1509. In 1540 wordt gemeld dat de grangia in Galkohren wegens de overstromingen weinig meer opbracht. In 1574 waren de landerijen in het bezit geraakt van de de adellijke familie Sickinge te Warffum, die hier onder meer een tichelwerk bedreef. Zij sloten in dit jaar een overeenkomst met het kerspel Oostwold om gezamenlijk de monding van de Oude Ae af te dammen met een dijkje van ruim een meter hoog.
Dollardklei is ten noorden van Goldhoorn ruimschoots aanwezig, evenals in het gebied ten zuiden ervan, in Meerland (tegenwoordig beter bekend als de Blauwe Stad). Waarschijnlijk is het Dollardwater via de Oude Ae binnengekomen. Het gebied ten noorden van Goldhoorn werd in een aantal fasen weer ingepolderd: de Oostwolderpolder in 1769 en de Finsterwolderpolder in 1819.
De naam Goldhoorn is waarschijnlijk afgeleid van gold = goud en horn = hoek, wat zou betekenen zeer goede grond. 
309 Graswijk, Assen, Drenthe  6.553201  52.960609  Graswijk behoort tot de gemeente Assen 
310 Grijpskerk, Groningen  6.30666666666667  53.2619444444444  Grijpskerk (Gronings: Gruupskerk) is een dorp in de gemeente Zuidhorn, provincie Groningen (Nederland). Het is ontstaan vanuit een dijkdorp. De inwoners van de plaats hadden vroeger als Groningse bijnaam Smaalruggen dat ook als scheldwoord wordt gebruikt door de rivaliserende groep NOK. Het dorp telt ongeveer 2.800 inwoners.
Geschiedenis
Waarschijnlijk rond 1476 kwam een nieuwe dijk gereed die de Ruige Waarden, het gebied rond Grijpskerk (ruig betekent 'ruw' of 'onbebouwd'), aan de zee onttrok. Deze dijk kreeg een zijl (sluis) bij Munnekezijl en liep in de richting van het dorp Niezijl.
In de Ruigewaard, zoals het gebied nu genoemd wordt, ontstond kort na de inpoldering een nederzetting op de huidige plaats van het dorp. Het dorp ontleent zijn naam aan de jonkheer Nicolaas Grijp uit Groningen, die kort na het ontstaan van deze nederzetting hier een kerk stichtte. Rond 1500 is er sprake van een dorp. In 1504 wordt de plaats voor het eerst genoemd als Grijpskercke. Op kaarten rond 1561 worden de beide nederzettingen samen aangeduid als 'Engewerd alias Grijpskercke'. Waarschijnlijk heeft op de plaats van Engewerd ook een klein kerkje of kapelletje gestaan, wat af te leiden is uit beschrijvingen uit die tijd. Deze zou zijn gesticht door monniken uit Gerkesklooster. Er is echter nooit een overblijfsel teruggevonden van dit gebouw.
Nicolaas Grijp woonde in een slot iets ten zuiden van het toenmalige dorp, ter hoogte van de huidige Jonkerslaan. Dit slot werd later bewoond door de Reitsma-familie, waardoor het bekend kwam te staan als de 'Reitsmaborg'. Deze werd echter afgebroken in het einde van de 17e eeuw, nadat de toenmalige eigenaar de schulden niet langer kon betalen.
Er was ook nog een tweede borg, genaamd 'Aykemaborg' dat ten westen van Grijpskerk lag. Door schulden werd deze borg in 1755 gerechtelijk verkocht en afgebroken tussen 1768 (borg) en 1771 (schathuis).
De kerk van Grijp werd in de tachtigjarige oorlog, in 1582, verwoest door plunderende oorlogsbendes. In 1607, tijdens het twaalfjarig bestand werd de kerk weer opgebouwd en in 1612 werd de toren geplaatst. Deze toren werd in 1871 wegens ouderdom afgebroken en in 2002 herbouwd.
In 1864 kreeg het dorp een belangrijke waterverbinding door de bouw van een sluis te Gaarkeuken. In 1924 kwam een nieuwe sluis en na de Tweede Wereldoorlog werd de sluis opnieuw vervangen: de huidige sluis is van 1980.
De dijk is later afgegraven en in de tweede helft van de 20e eeuw is op de plaats van de dijk de N355 (Friesestraatweg) gekomen.
Rond 1866 werd een spoorlijn aangelegd tussen Groningen en Leeuwarden en kreeg het dorp een station, die de aantrekkingskracht van het dorp heeft vergroot en ervoor heeft gezorgd dat het dorp een verzorgende functie kreeg voor de regio in de vorm van een regionale marktplaats, die nu echter zo goed als verdwenen is. De treinverbinding is de laatste jaren belangrijker geworden door de verschraling van het busvervoer door maatschappij Arriva. Het dorp heeft onder andere een bedrijventerrein, een winkelstraat (die nu echter hard achteruit gaat), een verwarmd zwembad, een sporthal en -park en een woonzorgcentrum.
Tot 1990 was het dorp en omstreken onderdeel van de zelfstandige gemeente Grijpskerk. Door gemeentelijke herindeling valt het sindsdien onder Zuidhorn.
In hetzelfde jaar werd door de NAM ook een grote hoeveelheid aardgas aangetroffen in het gebied tussen Grijpskerk, Niezijl en Kommerzijl. Bovendien werd een bodemlaag aangetroffen die geschikt is om aardgas in op te slaan. Hiervoor is een complex gebouwd dat op 1 januari 1997 werd geopend en dat als landelijk opslagpunt dient voor gas, zodat de landelijke piekcapaciteit gewaarborgd blijft. Om het park heen is een natuurpark, het 'NAM-park' gecreëerd, om de gebouwen en installaties op termijn grotendeels aan het oog te onttrekken, om zo tegenstanders en bewoners rondom het gebied enigszins tevreden te stellen. 
311 Grijssloot, Leens, Groningen  6.378671  53.374445  Grijssloot is een buurt in de gemeente De Marne in de provincie Groningen. De buurt ligt iets ten noorden van Leens en bestaat uit acht huizen aan een doodlopende weg. Voor fietsers is het weggetje met een hoogholtje over de Hoornsevaart verbonden met Wehe-den Hoorn.
Grijssloot ligt op een oude kwelderwal, de derde kwelderwal die zich in de middeleeuwen, waarschijnlijk in de tiende eeuw, in De Marne heeft gevormd. Op die kwelderwal werden vervolgens wierden opgeworpen. Bij vrijwel alle boerderijen in de streek zijn die nog terug te vinden. De wierden zijn betrekkelijk laag, omdat goed tweehonderd jaar na de bouw van deze wierden de eerste zeedijk gereed kwam. Daarmee verdween de behoefte om de wierden steeds verder op te hogen. 
312 Grijzemonnikenklooster, Termunten, Groningen  7.033782005310059  53.28614790188348  Grijzemonnikenklooster is een wierde en voormalig gehucht ten westen van Baamsum en ten noordoosten van Lesterhuis (tussen Woldendorp en Termunten) in de gemeente Delfzijl in de Nederlandse provincie Groningen. Er staat een boerderij; Grijze Monnikenklooster. De boerderij ligt aan een meander van de Oude Ae, een restant van de Munte. Langs de boerderij loopt de Kloosterlaan.
Grijzemonnikenklooster
Op de wierde werd in 1299 het Cisterciënzer monnikenklooster Menterne hersticht, omdat het klooster Menterwolde bij Nieuwolda niet veilig genoeg meer lag. Volgens diverse 18e en 19e eeuwse bronnen werd het klooster ook wel Trium Montium (Drie Bergen of Drie Heuvelen) genoemd. Ook werd het klooster, omdat het gewijd was aan Benedictus, ook wel St. Benedictusklooster (Sanctus Benedictus in Menterna) genoemd. Tenslotte werd het ook wel Grijzemonnikenklooster genoemd, naar de grijze kleur van de kappen die de Cisterciënzer monniken droegen. Het klooster was een dochter van het klooster van Aduard.
Op het kloosterterrein, dat binnen de grachten ongeveer 3 hectare omvatte, bevonden zich onder andere een korenmolen, een smederij en een achtkantig waterreservoir, terwijl zich buiten de wallen vermoedelijk een tichelwerk bevond. De abt had vermoedelijk tevens de leiding van het Termunterzijlvest. Het klooster bezat onder andere voorwerken in het iets zuidwestelijker gelegen Lesterhuis en in Rysum (Krummhörn, Rode Voorwerk), veenderijen in de Dollard (Munnikeveen) en in de omgeving van Muntendam. Het klooster bezat parochierechten in Wagenborgen en in Zwaag, waarvan de dorpskerk in 1419 werd geïncorporeerd. In Groningen bezat het klooster een refugium op de hoek ('de Horne') van het Martinikerkhof met de Sint-Jansstraat (St. Johannesstrate), daarnaast een refugium te Appingedam.
In 1407 was Boinghus (ook Boynghus, Boyng of Boyen) abt van het klooster. Hij overzag het herstel van de tucht in de kloosters in Groningen en Friesland. In 1506 werd in het klooster vergaderd over de vraag of de stad Groningen Edzard I van Oost-Friesland als heer zou moeten aannemen. Ter nagedachtenis hieraan werd later een penning geslagen.
Het klooster werd in 1569 in brand gestoken en geplunderd door watergeuzen, waarop de weerloze monniken samen met de laatste abt Arnoldus Kenninck uitweken naar Aduard. In 1577 ging het klooster bestuurlijk samen met dat van Aduard; de goederen bleven behoren tot een afzonderlijk fonds. In 1578 werd het Grijzemonnikenklooster afgebroken.
Op de plek van het klooster werden vervolgens twee boerderijen gebouwd. Eind 19e eeuw werden beide boerderijen samengevoegd tot een nieuwe boerderij. De vijver die bij de boerderijen lag werd toen ook gedempt. Delen van de funderingsmuur van het klooster werden in 1997 aangetroffen bij een archeologisch proefonderzoek. 
313 Grolloo, Rolde, Drenthe  6.670782566070557  52.93603812398962  Grolloo (Drents: Grol) is een klein esdorp in het zuidwesten van de gemeente Aa en Hunze in de Nederlandse provincie Drenthe, gelegen op de Rolderrug. aan de N376 tussen de dorpen Rolde en Schoonloo.
Ten oosten van het dorp liggen de Grollooërkoelanden, ten noorden het boscomplex Grollooërveld en ten zuidoosten ervan vindt men het Grolloërveen, onderdeel van de boswachterij Grolloo.
Het dorp telde op 1 januari 2008 795 inwoners.
Geschiedenis
In de vijftiende eeuw behoorden vele landerijen en goederen in Grolloo tot de abdij van Assen. In 1853 werd Grolloo, dat tot die tijd tot de gemeente van Rolde had behoord, een zelfstandige Hervormde Gemeente. In datzelfde jaar 1853 werd ook de neoclassisistische recht gesloten zaalkerk (een waterstaatskerk) afgebouwd, met in de geveltoren een klok uit 1422.
Naam
In diverse bronnen wordt als naam van het dorp vermeld:
Periode Naam
12e eeuw Gruonlo en Grvonlo
1298-1304 Groenlo
1441 Grolle
1811-1813 Grollo
1867 Grolloo
1896 Grollo
De betekenis van de dorpsnaam is het groene bos. Toponymisch is dat verwant met Rolde (rode bos), Eleveld (gele veld) en Geelbroek (geel moerasbos). Grolloo heeft dezelfde toponomie als Groenlo.
De blueszanger Harry Muskee woonde jarenlang in een boerderijtje in Grolloo, dat zijn band Cuby & the Blizzards als oefenruimte gebruikte. De naam Grollo (met enkele "o") werd onder andere gebruikt in de titel van een album (LP) van Cuby & the Blizzards: Groeten uit Grollo. In het centrum van het dorp vindt men een borstbeeld van Muskee.
Vlak bij Grolloo is het recreatiegebied De Berenkuil te vinden. 
314 Groningen, Groningen  6.565361022949219  53.218738570278944  Groningen Sound uitspraak (info·uitleg) (Gronings: Grunnen of Stad, Fries: Grins) is de hoofdstad van de Nederlandse provincie Groningen en de grootste kern in de gelijknamige gemeente. De plaats wordt in grote delen van Noord-Nederland ook kortweg aangeduid met Stad. De gemeente Groningen had per 1 mei 2013 195.080 inwoners (bron: CBS) en is daarmee veruit de grootste stad van noordelijk Nederland en de zevende stad van Nederland.
Van Groningen zijn geen geschreven stadsrechten bekend. Door zijn relatief geïsoleerde ligging, ten opzichte van de opeenvolgende feitelijke machtscentra (Utrecht, Brussel en Den Haag), was de stad historisch gezien vooral op zichzelf en de directe omgeving aangewezen. Als Hanzestad maakte Groningen deel uit van het Noord-Duitse handelsnetwerk. Later werd de stad vooral een regionaal marktcentrum. De stad ontwikkelde zich tot, en was eeuwenlang defacto, een stadstaat. Sinds de Republiek hoorde Groningen nominaal bij Nederland, maar tot aan de Franse tijd bleef Groningen feitelijk een autonome stad, die heer was in het grootste deel van de provincie. De stad werd tijdens de Tweede Wereldoorlog ernstig gehavend: niet alleen verloor Groningen 3300, voornamelijk Joodse, burgers, bij de bevrijding in 1945 ging een groot deel van de binnenstad in vlammen op.
Tegenwoordig is Groningen een stad met veel gevarieerde handel en industrie. Groningen is daarnaast vooral een studentenstad met ruim 50.000 studenten, van wie ruim 30.000 in de stad wonen. De stad werkt samen met de omliggende gemeenten in de Regiovisie Groningen-Assen.
Naam
De oorsprong en betekenis van de naam Groningen en de oudere variant 'Groeningen' zijn niet zeker. Dichters probeerden het te koppelen aan een volksverhaal over ballingen uit Troje die onder leiding van een zekere mythische figuur Gruno (of Grunius, Gryns of Grunus) hier een nederzetting met Frygiërs uit Duitsland zou hebben gesticht in 453 v.Chr. (volgens een andere overlevering in 130 v.Chr.) en een kasteel hebben gebouwd aan de Hunze dat hij 'Grunoburg' noemde. Dat kasteel zou later weer door de Vikingen zijn verwoest en later zou mogelijk op de fundamenten hiervan de Sint-Walburgkerk zijn gebouwd. Er is echter geen enkel bewijs voor deze verhalen.
Een andere theorie stelt dat de naam Groningen is afgeleid van de mansnaam 'Groni'. Hierbij wordt verwezen naar het voorkomen van de vroege spelwijzen 'Groningi' en 'Groninga' in de 11e eeuw en de oude naam 'Gronesbeke' voor een watertje nabij de Hunze (noordgrens van Everswolde). De naam zou dan betekenen 'bij de lieden van Groni'.
Weer een andere theorie over de oorsprong is dat de oude naam Groeningen is afgeleid van 'Groen-inge'; "groene velde(n)". 'groen' zou daarbij van 'cruon' komen en een inge (of enge) is een oude benaming voor een open veld, die in het Saksische gedeelte van Nederland en Duitsland vaak heuvelachtig was. In het wapen van Groningen (en de vlag) zou dit terugkomen in de groene streep; een groene strook land; tussen de Lauwers, de Eems en de Waddenzee.
De Groningse dialectnaam Grunnen heeft dezelfde etymologie. Grun, van het oudere gruun en -inge werd vertaald naar -en of -ens, net zoals in de naam Kantens, dat vroeger waarschijnlijk Kantinge was en wat tegenwoordig nog steeds in het Gronings gebeurt, bijvoorbeeld Thesinge wordt Taisen. Zoals bij de meeste Groningse woorden die op -en eindigen, valt ook hier de -e weg, waardoor je de uitspraak grunn krijgt. Doordat het Groningen is, had het in het Gronings ook Grunnens kunnen zijn, zoals bij Kantens, wat de Friese naam Grins tevens verklaart (vergelijk ook Harlingen – Harns).
In de provincie Groningen wordt de plaats vanouds ook "Stad" genoemd. Daarbuiten wordt deze naam ook wel gebruikt, hoewel de meeste Friezen Grins zullen zeggen. In de Middeleeuwen werd de Latijnse naam Groninga gebruikt op kaarten en munten. Ten tijde van de Franse bezetting heette Groningen Groningue. Zelf noemen de inwoners zich "Stadjers" of "Stadjeder". De stad wordt ook wel de "metropool van het Noorden" genoemd.bron? Stadjers noemen haar liefkozend ook wel "Groot Loug"bron?, dat wil zeggen "Groot Dorp". Een andere bijnaam van Groningen is Martinistad, verwijzend naar de Martinitoren. Zelf hebben de stad-Groningers als bijnaam: mollebonen.
Geschiedenis
roningen ontstond op de noordelijkste uitloper van de Hondsrug. De oudst bekende schriftelijke vermelding, villa Cruoninga, dateert uit 1040, maar vaststaat dat de huidige stad al ver voor dat jaar een bewoonde plaats was. De oudste archeologische vondsten binnen het gebied van de huidige stad zijn met behulp van de C14-methode gedateerd op circa 3950–3720 voor Chr. Een onafgebroken bewoning kan worden vastgesteld vanaf de derde eeuw. Groningen is waarschijnlijk ontstaan uit twee verschillende kernen, een lag rond het huidige Martinikerkhof, de andere tussen het Zuiderdiep en het Verbindingskanaal.
Middeleeuwen
De geschreven geschiedenis van Groningen begint in 1040 met de schenking door de Duitse keizer van goederen en rechten aan de kerk van Utrecht. Eerder waren al delen van het koningsgoed geschonken aan het Klooster Werden.
Groningen moet in 1040 al een zekere marktfunctie voor de directe omgeving hebben gehad. De oudste kerk, de Maartenskerk, is blijkens archeologisch onderzoek gesticht rond 800. Deel van de schenking was ook het muntrecht, waar de Utrechtse bisschop ook gebruik van heeft gemaakt.
Het aanvankelijk Drentse esdorp, werd in de middeleeuwen een belangrijke handelsplaats. De ligging, op de grens van Drenthe en Friesland, was daarbij van grote waarde.
Na 1040 volgt een lange periode waarin de bronnen weer zwijgen over Groningen. Ruim een eeuw later is er sprake van heftige strijd tussen de bisschop en een deel van de inwoners van de stad. De bisschop beschouwt zichzelf als landsheer, maar de afstand tussen Groningen en Utrecht maakt het lastig voor de bisschop om daadwerkelijk macht in de stad uit te oefenen. Bisschop Hartbert tracht dat probleem op te lossen door de prefectuur op te dragen aan zijn broer. Door het ambt erfelijk te maken creëert hij echter direct een probleem voor zijn opvolgers. De prefect gaat zijn eigen koers varen, waardoor er zich in de stad naast de bisschop twee partijen ontwikkelen, de volgelingen van de prefect, en de Stadjers die zichzelf in staat achten hun eigen belangen te behartigen.
Om hun macht te tonen bouwden de Stadjers in de dertiende eeuw op eigen gezag een omwalling. De macht van de bisschop, en de prefect, wordt ernstig aangetast in de Slag bij Ane als bisschoppelijke troepen die orde op zaken willen stellen in Groningen, een smadelijke nederlaag lijden. Groningen zal zich daarna weinig meer van de bisschop aantrekken.
De groei van dorp tot stad blijkt in deze periode door de stichting van een tweede parochie rond de Der Aa-kerk en de vestiging van twee kloosters, een van de Franciscanen en een van de Dominicanen. Ook het oudste gasthuis, het Pelstergasthuis, stamt uit deze periode, het wordt voor het eert genoemd in een pauselijke bul uit 1267. Waar nu het Academiegebouw staat worden in 1276 en 1284 twee begijnhofjes gesticht: het Vrouwe Menoldaconvent en het Vrouwe Sywen Convent.
De verstening van de stad krijgt ook vorm in woonhuizen, waarbij de verstening vaak een rol speelt om een huis weerbaar te maken. De oudste bewaard gebleven panden stammen uit de dertiende (Calmershuis, Hinckaertshuis) en veertiende eeuw.
Hoewel van een formele verlening van stadsrecht geen sprake is beschouwt de stad zich dan wel als stad. In het begin van de veertiende eeuw erkent bisschop Gwijde van Avesnes ook uitdrukkelijk de rechten van de stad.
In de late middeleeuwen maakte de stad deel uit van de Hanze. De handel van de stad lijkt dan echter al voornamelijk een lokale functie te hebben. Waar in de dertiende eeuw kooplieden uit Groningen nog in bronnen zijn te traceren in verre streken wordt de stad in de veertiende eeuw vooral de marktplaats voor de omliggende, dan nog Friese Ommelanden. De stad ziet zich in deze periode zelf ook als Fries. In 1361 is Groningen dan ook de vergaderplaats van de Upstalbeam. Nadien wordt overigens van deze algemene vergadering van alle Friese gebieden niets meer vernomen.
Stadstaat
In de vijftiende eeuw beleeft Groningen een periode van grote bloei. Friesland is al sinds de veertiende eeuw het toneel van de twisten tussen Schieringers en Vetkopers. In het aangrenzende Oost-Friesland vindt in deze periode een vergelijkbare strijd plaats die uiteindelijk door de Cirksena's wordt gewonnen. Als grootste stad in het gebied beschikt Groningen over een aanzienlijke strijdkracht die een doorslaggevende rol kan spelen in lokale conflicten. Hoewel ook de stad zelf strijdtoneel is van de conflicten tussen Schieringers en Vetkopers weet de stad zich na de zoen van Groningen op te werpen als pacificator van de omgeving.
Binnen de huidige provincie wordt het Oldambt in deze periode een van de stad afhankelijk gebied. Met het Westerkwartier, Hunsingo en Fivelingo worden verdragen gesloten of vernieuwd die de invloed van de stad vastleggen of versterken. Ook over de Lauwers sluit de stad verdragen. In Kollum stelt Groningen een kastelein, ook in Oostergo wordt Groningen gezien als de enige kracht die voor rust kan zorgen. Leeuwarden accepteert een Gronings garnizoen. In Westergo weigert enkel Franeker de macht van Groningen te accepteren.
De bloei van de stad blijkt ook uit de bouw van de huidige Martinitoren die in deze periode plaatsvindt. De toren symboliseert de macht die de Stadjers zichzelf toedichten.
Groningen heeft binnen het Heilige Roomse Rijk nooit de juridische status van een "vrije stad" zoals Frankfurt aan de Main verworven. Wat geschiedde was dat de macht van het verre Bisdom Utrecht afnam en dat de stad het ontstane machtsvacuüm innam.0 Groningen plaatste zonder privilege een dubbelkoppige adelaar als bij het wapen van een vrije rijksstad in het stadswapen.
Groningen tijdens de Republiek
Groningen had uiteindelijk zijn hand in Friesland overspeeld. De Duitse keizer had Groningen het potestaatschap over Friesland aangeboden, maar Groningen had dit als te duur (de keizer verlangde een jaarlijkse vergoeding) afgewezen. De keizer had het vervolgens aangeboden aan Albrecht van Saksen die het accepteerde. Het potestaatschap omvatte geheel Friesland, in de visie van Albrecht betekende dat niet enkel de huidige provincie Friesland, maar ook de Ommelanden met inbegrip van de stad.
De stad was niet opgewassen tegen de macht van Albrecht en diens zoon George. Om het vege lijf te redden onderwierp de stad zich eerst aan de graaf van Oost-Friesland en later aan Karel van Gelre. Uiteindelijk wendde de stad zich tot Karel V en werd samen met de Ommelanden opgenomen in de Bourgondische Kreits.
De stad koos uit eigenbelang na het uitbreken van de opstand voor Spanje, maar sloot zich in 1594, de reductie van Groningen, alsnog aan bij de Republiek. Binnen het verband van de Republiek bleef de stad echter als dominante factor binnen het gewest Stad en Lande tot aan de Franse tijd feitelijk een zelfstandige eenheid. In 1606 woonden er (schatting van I.B.M. Matthey op basis van aantal fiscale haardsteden) ongeveer 16.600 mensen in de stad, hetgeen rond 1620 was gestegen tot ongeveer 20.000 en rond 1700 tot ongeveer 23.000 (in Stad en Lande als geheel wonen dan 96.000 mensen).
Groningen kreeg in 1614 zijn universiteit, primair voor de opleiding van predikanten. Eveneens in de zeventiende eeuw werd de stad fors uitgebreid en kreeg zij een nieuwe omwalling. Die nieuwe vesting werd in het rampjaar 1672 vruchteloos belegerd door de bisschop van Münster, Bernhard von Galen. Ieder jaar op 28 augustus viert de stad de overwinning op Bommen Berend (zie Gronings Ontzet). In 1698 werd de vesting versterkt met 'Nieuwe Werken', namelijk de Linie van Helpman, ontworpen door Menno van Coehoorn.
Na de Reformatie komt het omvangrijke landbezit van de Groninger kloosters aan de provincie. Als eerste lid van Stad en Lande weet de stad uit dat bezit met name landerijen in het Bourtangermoeras te verwerven. Bestuurlijk horen die landen tot het Oldambt waar de stad politiek de baas is. Als privaat-eigenaar en als publieke overheid bepaald de stad de wijze van ontginning en zorgt er voor dat de turf enkel via de stad kan worden verhandeld. De kanalen waarlangs de turf wordt vervoerd worden door de stad (het Stadskanaal), aangelegd en geëxploiteerd. De turfhandel en het grondbezit in de Veenkolonieën zorgt voor een stevige basis onder de Groninger economie. De stad wil haar rijkdom ook tonen en schrijft aan het einde van de achttiende eeuw een prijsvraag uit voor een nieuw raadhuis. Juist nadat de prijsvraag in 1774 is gewonnen door Jacob Otten Husly stagneerde de turfwinning waardoor het tot 1817 duurde voordat het stadhuis in versoberde vorm gereed kwam.
Negentiende eeuw
De bijzondere positie van de stad, als Heer van grote delen van de provincie, eindigde in de Franse tijd. De Fransen sloten vrijwel alle universiteiten in Nederland, maar Groningen en Leiden mochten openblijven.
Na de Franse tijd moest de stad zijn positie opnieuw bepalen. Formeel had de stad zijn overheersende positie in de provincie verloren, maar de stadsbezittingen in met name de Veenkoloniën bleven een flinke bijdrage aan de stedelijke financiën leveren. Het Stadskanaal werd verlengd tot aan Ter Apel. Richting Delfzijl werd de verbinding verbeterd door de aanleg van het Eemskanaal, terwijl het Hoornsediep werd uitgebouwd tot het Noord-Willemskanaal.
De uitleg van de zeventiende eeuw had de groei van de bevolking twee eeuwen kunnen opvangen, maar begon in de loop van deze eeuw toch te knellen. Uitbreiding buiten de omwalling was niet mogelijk vanwege het militaire belang dat de stad als vesting had. Na de Frans-Duitse Oorlog van 1870–1871 werd duidelijk dat vestingen als Groningen militair geen betekenis meer konden hebben. De vestingwet in 1874 maakte dan ook een einde aan de Vesting Groningen, op de oude wallen ontstond het Noorderplantsoen en werd het Academisch Ziekenhuis gevestigd. Buiten de oude omwalling ontstonden nieuwe wijken, eerst langs de Hereweg, later ook de Oosterpoort en aan de noordkant.
Twintigste eeuw
In de twintigste eeuw breidde Groningen zich steeds verder uit, niet alleen in bebouwing, maar ook in oppervlak. Het dorp Helpman werd door Groningen geannexeerd, eerder hoorde het bij de gemeente Haren. De gemeentes Hoogkerk en Noorddijk werden in 1969 bij Groningen gevoegd. Groningen wordt in de twintigste eeuw ook een rode stad. In 1901 wordt Eltjo Rugge in de gemeenteraad gekozen, hij zal tot 1946 in de raad blijven en als wethouder een grote stempel zetten op de ontwikkeling van de stad. Met name de Oosterparkwijk is het product van deze sociaaldemocratische gemeentepolitiek.
weede Wereldoorlog
De Tweede Wereldoorlog heeft ook in Groningen de diepste sporen sporen uit de geschiedenis nagelaten. De stad werd snel en zonder weerstand bezet door de Duitsers. In totaal stierven 3300 inwoners door de oorlog, onder hen 2800 Joodse burgers. De stad had in 1940 een bloeiende Joodse gemeenschap van ongeveer 3000 mensen, onder wie 250 vluchtelingen uit Duitsland. De eerste Groninger Joden - 600 mannen - werden door de Duitsers vanaf augustus 1942 opgeroepen voor werkkampen. De deportaties gingen door tot april 1943. Relatief weinig Groningse Joden doken onder. Een studentencomité hielp Joodse kinderen om onder te duiken. Op de Grote Markt werd in het Scholtenhuis een afdeling van de SD gevestigd, die een scherpe terreur uitvoerde. Beruchtste deelnemers aan die terreur waren de later ter dood veroordeelde Nederlandse SS'er Pieter Faber (geëxecuteerd) en zijn broer Klaas Carel Faber.
De bevrijding van Groningen in 1945 ging gepaard met een heftige strijd, mede door het relatief grote Duitse garnizoen, onder wie SS'ers. In de stad woonden tegen het begin van de oorlog ongeveer 124.000 mensen, maar door een grote stroom vluchtelingen vanuit het zuiden was dit opgelopen tot meer dan 150.000. Veel verzetsstrijders waren vlak voor de komst van de Canadezen opgepakt en gefusilleerd. De gehele noord- en oostwand van de Grote Markt werden verwoest (zie foto), de Martinitoren en -kerk bleven wonderwel gespaard.
Na de oorlog breidde de stad zich wederom verder uit. Aan de zuidkant verrezen de wijken Laanhuizen, Corpus den Hoorn en De Wijert. De gemeentepolitiek, gezapig zoals overal in Nederland, werd in het begin van de jaren zeventig opgeschud door de vorming van een meerderheidscollege onder leiding van Max van den Berg. Een van de resultaten van dat college was de invoering van het verkeerscirculatieplan. 
315 Groot Maarslag, Leens, Groningen  6.452806  53.338302  Groot Maarslag is een gehucht in de gemeente De Marne in de provincie Groningen, Nederland. Het ligt tussen Schouwerzijl en Mensingeweer.
Het gehucht ligt op een wierde die is opgeworpen op de oeverwal langs de vroegere loop van de Hunze. De wierde van Groot Maarslag is nog redelijk gaaf. Het is een ronde wierde, de rondweg of ossengang is nog aanwezig.
Groot Maarslag heeft nooit een eigen kerk gehad. Vanaf de wierde loopt het Lijkenlaantje naar Klein Maarslag, waar de kerk overigens allang verdwenen is, maar het kerkhof nog steeds aanwezig is. 
316 Grootegast, Groningen  6.273150444030762  53.21238089166588  Grootegast (Gronings: Grodegast, inwoners per 1 juli 2006: 12.148, bron: CBS, is een gemeente in het noorden van Nederland, in het Westerkwartier in de provincie Groningen. De gemeente beslaat een oppervlakte van 88,29 km² (waarvan 2,60 km² water). De huidige gemeente is ontstaan in 1990 door samenvoeging van de voormalige gemeente Oldekerk bij Grootegast.
De gemeente Grootegast omvat ook de volgende plaatsen: Doezum, Faan, Kornhorn, Kuzemer, Kuzemerbalk, Lutjegast, Niekerk, Oldekerk, Opende, Peebos,Sebaldeburen en de Snipperij. In sommige plaatsen in deze gemeente wordt Fries gesproken. 
317 Grootstukken, Onstwedde, Groningen  7.010221481323242  53.03052950751578  Niet duidelijk waar het precies ligt 
318 Grote Ende, Gasselte, Drenthe  6.893863  53.000926  Vroeger ook Grote Compagnie geheten, zie de oude kaart 
319 Halen, Beilen, Drenthe  6.536250  52.920290  Geschiedenis
Tot de achttiende eeuw wordt er nog geen onderscheid gemaakt tussen Hooghalen en Laaghalen. Laaghalen is waarschijnlijk een middeleeuwse afsplitsing van Hooghalen. Beide dorpen maakten onderdeel uit van de boermarke van Haelen. Pas in 1864 is de marke in tweeën gesplitst, hoewel de dorpen toen al zelfstandig functioneerden. 
320 Halerbrug, Beilen, Drenthe  6.53287410736084  52.89093652099847  Een buurtschap tussen Hooghalen en Beilen. 
321 Halerveen, Beilen, Drenthe  6.515840  52.925027  Halerveen, tegenwoordig Laaghalerveen, is een buurtje wat tussen Laaghalen en Hooghalen ligt. 
322 Hamdijk, Nieuweschans, Groningen  7.175293  53.161575  Hamdijk is een buurtschap en streek in de gemeente Oldambt in de provincie Groningen (Nederland). De weg Hamdijk loopt vanaf Klein-Ulsda via Booneschans naar Bad Nieuweschans en was vroeger de oude zeedijk van de Dollard. Het stuk tussen Booneschans en Bad Nieuweschans valt samen met de rijksgrens met Duitsland.
Aan de Hamdijk staan een aantal imponerende boerderijen van het Oldambtertype, waarvan een aantal een verlaten indruk maken. In 1998 zijn restanten gevonden van een vroeger dorp Houwingaham. Dat dorp is rond 1400 ten onder gegaan door stormvloeden en overstromingen van de Dollard.
Naam
De naam verwijst naar aangeslibd land en grasland langs een water. 
323 Hamrik, Marum, Groningen  6.278514862060547  53.159460463923544  Hamrik is een buurtje in de gemeente Marum in de provincie provincie Groningen. Het buurtje ligt even ten noorden van de A7, ter hoogte van het dorp Marum. Ten noorden van het buurtje stroomt het Oude Diepje.
De naam Hamrik is een samentrekking van Ham = grasland aan het water, en merke of marke= gemeenschappelijke grond. De naam komt meestal voor als achtervoegsel, bijvoorbeeld in Finsterwolderhamrik. 
324 Hardenberg, Finsterwolde, Groningen  7.083787  53.183570  Hardenberg is de naam van een streek ten zuiden van het dorp Finsterwolde in de provincie Groningen in (Nederland).
De naam werd vooral in de negentiende eeuw gebruikt, tegenwoordig is Hardenberg is aan Finsterwolde vastgegroeid en daarin opgegaan. Het is alleen nog herkenbaar als plaatselijk toponiem.
De naam werd later (onder meer) gebruikt voor het openluchtbad van Finsterwolde. 
325 Hardeweer, Ezinge, Groningen  6.447644233703613  53.278225999000846  Hardeweer is een gehucht in de gemeente Winsum in de provincie Groningen en ligt iets ten noorden van Fransum.
Het gehucht ligt bij een wierde. Waarschijnlijk verwijst de naam naar een eigennaam: de wierde van Harde.
In de kerk van Ezinge liggen een tweetal grafstenen uit de zestiende eeuw waarop de naam Hardeweer vermeld staat. Dat duidt er op dat in Hardeweer in de middeleeuwen waarschijnlijk een steenhuis heeft gestaan. 
326 Haren, Groningen  6.616001129150391  53.17090693122066  Haren (Gronings: Hoaren, inwoners per 1 juli 2006: 18.935, bron: CBS) is een gemeente in Noord-Nederland, in de provincie Groningen. De gemeente beslaat een oppervlakte van 50,70 km² (waarvan 4,10 km² water) en omvat naast het gelijknamige hoofddorp de dorpen Onnen, Glimmen en Noordlaren. Haren ligt direct ten zuid-oosten van de stad Groningen. Mede door die ligging is het een typische forenzengemeente. Haren wordt ook wel het Wassenaar van het noorden genoemd.
Tussen Haren en Glimmen ligt Appèlbergen, vooral voor stadjers een geliefkoosde bestemming. Bij Noordlaren ligt het enige Nederlandse hunebed buiten Drenthe, de G1 (hunebed). In Haren bevindt zich de grootste botanische tuin van Nederland: de Hortus Haren. Op een oppervlakte van ca. 20 hectare groeien en bloeien planten uit alle streken van Nederland en de rest van de wereld.
Geschiedenis
De geschiedenis van Haren werd bepaald door zijn ligging op de uitlopers van de Hondsrug. De vroegste sporen van bewoning op het grondgebied van de huidige gemeente Haren gaan terug tot zo'n 4500 jaar geleden. Archeologische opgravingen legden grafheuvels, een bekergraf en een hunebed bloot. Vondsten van munten en potscherven wijzen op bewoning in de Romeinse tijd en in de middeleeuwen. Die vondsten wijzen er op dat Haren sinds de vroege middeleeuwen al een permanente bewoning kende.
Haren, Onnen, Glimmen en Noordlaren waren in die middeleeuwen afzonderlijke buurtschappen. Ze maakten samen met andere buurtschappen deel uit van het rechtsgebied Gorecht. Nu vormen deze vier dorpen samen de gemeente Haren.
Het Gorecht, waar Haren een onderdeel van is, werd in 1040 door de toenmalige Duitse keizer geschonken aan de bisschop van Utrecht. Deze oefende sindsdien hier zowel het geestelijke als het wereldlijke gezag uit. Als plaats wordt Haren voor het eerst officieel genoemd in het jaar 1249.
De oude hervormde kerk is van rond het jaar 1200 en is waarschijnlijk gebouwd op de plaats waar ooit een heidens heiligdom stond. De kerk wordt voor het eerst vermeld in oude geschriften op 8 juni 1360. Het was een katholieke kerk maar rond 1600, na de reformatie, werd het een protestantse kerk. De toren is een aantal keren afgebrand. Bijvoorbeeld in 1465 en 1501. In 1914 werd de toren onder leiding van rijksbouwmeester C.H. Peters ingrijpend gerestaureerd. Het eenvoudige schilddak werd vervangen door een nieuwe achtkantige houten torenspits waarvan er maar weinig zijn in Nederland.
In 1392 kreeg de stad Groningen het Gorecht voor 100 jaar in pacht. Dit betekende onder andere dat de Stad vanaf dat moment recht sprak en het Gorecht bestuurde. In 1460 kocht de Stad het Gorecht van de toenmalige bisschop. Aan het einde van de zestiende eeuw vormden de stad Groningen en de Ommelanden één provincie, waarvan ook Haren deel uitmaakt.
Midden tussen het dorp Haren en de stad Groningen lag het in 1215 gestichte vrouwenklooster "Yesse", een Cisterciënzer-klooster. In 1594 werd het opgeheven, toen Groningen protestant werd. Nu ligt op de plaats van het klooster het gehucht Essen. Ook heeft Haren aan de Drentse Aa jarenlang een haven gehad, die nu echter gedempt is. 
327 Harenermolen, Haren, Groningen  6.62  53.15  Harendermolen is een gehucht in de gemeente Haren in de provincie Groningen. Het gehucht, ook wel zonder d gespeld als Harenermolen ligt tussen het dorp Haren en Glimmen.
Het gehucht is vernoemd naar de molen die hier in de zestiende eeuw is gebouwd. De molen is in 1922 afgebroken en weer opgebouwd in Haren. De bij de molen horende sarrieshut is bewaard gebleven.
Harendermolen was vroeger het eindpunt van de bus van de GDS vanuit de stad. Het eindpunt lag bij het begin van de Hoge Hereweg. Deze oude Heirweg geeft toegang tot het natuurgebied Appelbergen.
Het Pieterpad loopt door Harendermolen. Tevens kan men een bezoek brengen aan een orchideeëntuin. 
328 Harkstede, Slochteren, Groningen  6.699038  53.213530  Harkstede (Gronings: Haakstee) is een dorp in de gemeente Slochteren in de provincie Groningen (Nederland). De naam van het dorp komt vermoedelijk van Haarkes Stee, de boerderij van Haarke. Het dorp heeft 2726 inwoners (1-8-2004) maar zal de komende jaren aanzienlijk groeien. Harkstede was tot 1821 een zelfstandige gemeente, in dat jaar werd het samengevoegd met Slochteren.
Harkstede bestaat in ieder geval sinds de dertiende eeuw. De toren naast de Hervormde kerk stamt uit die periode. De kerk zelf is aan het einde van de zeventiende eeuw gebouwd en is een van de weinige monumentale, voor de protestanten gebouwde kerken in de provincie. Gezien de periode waarin de kerk werd gebouwd is het opvallend dat hij compleet in gotische stijl is. De kerk beschikt over een Schnitgerorgel uit 1795.
Aan de zuidkant van het dorp ligt een riante nieuwbouwwijk, Borgmeren. De belangstelling voor deze wijk was zo groot dat bij de uitgifte van percelen aspirant-kopers weken lang bij het gemeentehuis hebben gekampeerd om een kavel aan het water te bemachtigen.
Ten westen van het dorp zal in de nabije toekomst een grote nieuwbouwwijk Meerstad verrijzen, een wijk die deels tot Groningen en deels tot Slochteren zal gaan behoren.
Ten noord-westen van het dorp ligt een roeibaan van internationale afmetingen waar jaarlijks de Martini Regatta en andere wedstrijden worden gehouden. Ten zuiden van het dorp is een recreatiegebied, Grunostrand 
329 Harpel, Vlagtwedde, Groningen  7.08833333333333  52.9997222222222  Harpel is een buurtschap in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen in (Nederland). Het ligt ten zuid-oosten van Vlagtwedde bij het Mussel-Aa-kanaal.
Harpel ligt aan de rand van Westerwolde. Oorspronkelijk was dit een dicht bebost gebied, maar in de periode dat de stad Groningen het voor het zeggen had in Westerwolde, vanaf de zeventiende eeuw, werd het eikenbos op grote schaal gekapt ten behoeve van de stad. Er ontstong zo een open gebied met voornamelijk heidevelden. Vermoedelijk zijn er in die periode wel pioniers geweest die getracht hebben er een bestaan op te bouwen, maar van permanente bewoning is pas sprake aan het einde van de negentiende eeuw.
Voor de aanleg van het Mussel-Aa-kanaal was de streek amper geschikt voor de landbouw. De grond was slecht ontgonnen en de waterhuishouding was uitgesproken slecht. Pas na de aanleg van het kanaal, in 1916, en een betere ontginning, veelal uitgevoerd in het kader van de werkverschaffing kwam de landbouw tot enige bloei.
Tussen het dorp en het Mussel-Aa-kanaal ligt een klein natuurgebied van Staatsbosbeheer: De Bril. 
330 Harssens, Adorp, Groningen  6.534985542821232  53.26949160229385  Harssens is een buurtje in de gemeente Winsum op de grens met de gemeente Groningen. Het ligt net ten noorden van het van Starkenborghkanaal aan een oude loop van het Selwerderdiepje.
Harssens wordt al genoemd in een register van het klooster van Werden uit omstreeks 1000. Het moet in die tijd al een eigen kerk gehad hebben. Een latere kerk heeft tot 1800 in Harssens gestaan en is toen gesloopt. Het enige dat van de kerk resteert is de luidklok welke nu in het kerkje van Adorp hangt. Al in 1594 waren beide dorpen kerkelijk samengevoegd.
In de veertiende eeuw is er sprake van een steenhuis bij Harssens dat in de zestiende eeuw gesloopt werd. Iets ten westen van het oude steenhuis is in 1540 de borg Harssens gebouwd. Deze borg is in 1742 afgebroken. Het voormalige borgterrein is nog zeer goed in het landschap te herkennen. Ter plaatste staat nu een boerderij, Harssensbosch, waarschijnlijk op de plaats van het voormalige schathuis van de borg.
De boerderij en directe omgeving is eigendom van het Groninger Landschap. Het terrein wordt deels ingericht als natuurgebied, terwijl de boerderij geschikt gemaakt wordt voor recreatie 
331 Hasseberg, Vlagtwedde, Groningen  7.180466651916504  52.94258931979464  De Hasseberg (In Duitsland Hasselberg) is het hoogste punt van de Nederlandse provincie Groningen.
De berg, meer een heuvel, is 14,2 meter + NAP en ligt ongeveer 2 km ten oosten van Sellingen (gemeente Vlagtwedde). De heuvel ligt op Nederlands grondgebied. Net achter de top ligt de Duitse grens.
De naam zou afkomstig zijn van Hasje, een oude vrouw (een heks volgens sommigen) die hier woonde en, volgens de sage, 's nachts eenzame reizigers met een vuurtje lokte, zodat ze in het omringende moeras verdronken.
De heuvel is een natuurgebied. Het natuurgebied heeft een wit naambord. 
332 Havelte, Drenthe  6.23833333333333  52.7738888888889  Havelte is een dorp in het zuidwesten van de provincie Drenthe in Nederland. Het ligt langs de Drentse Hoofdvaart niet ver van Meppel. Samen met de gemeenten Diever, Dwingeloo en Vledder vormt het de gemeente Westerveld.
Havelte was tot 1 januari 1998 een zelfstandige gemeente. Het dorp telde in 2006 3090 inwoners. Havelte heeft een brink aan het Piet Soerplein met verschillende winkels en een vestiging van het postkantoor/VVV. Hier wordt ook de weekmarkt gehouden. Het dorp heeft als bijnaam de Parel van Drenthe. 
333 Havelterberg, Havelte, Drenthe  6.217690819574045  52.792370244538965  Havelterberg is een klein dorp in de gemeente Westerveld tussen Havelte en Steenwijk, in de Nederlandse provincie Drenthe. Een deel van Havelterberg valt onder de gemeente Meppel. Het heeft ongeveer 160 inwoners. Havelterberg is tevens een goed waterwingebied met vrij zacht water.
Onderwijs
De Woldstroom is een school voor buitenlandse kinderen en kinderen van asielzoekers uit de regio.
Amerikaanse basis
Op de grens van Darp en Havelterberg zijn overblijfselen te vinden van een Amerikaanse nucleaire basis. Een wachttoren dient als herinneringsmonument.
Tussen 1961 en 1992 lagen hier (zeer waarschijnlijk) nucleaire raketkoppen opgeslagen voor de Nederlandse veldartillerie. Eerst lagen er koppen voor de 'Honest John'-raket, later voor de 'Lance'-raket. De Lance-raket kon worden voorzien van de W70-kernkop (neutronenbom). In 't Harde was (zeer waarschijnlijk) een soortgelijke wapenopslag (SAS Doornspijk). Ook daar waren toen regelmatig vredesacties, zoals ook bij de (nu opgeheven) vliegbasis Soesterberg.
De totale kracht van het arsenaal in Havelterberg was ongeveer 80 maal zo groot als de bom op Hiroshima.
De binnenste ring van de basis werd bewaakt door Amerikaanse militairen, de buitenste ring door Nederlanders (van 434 Cie. Van Heutsz). Bij dreiging mocht met scherpe munitie worden geschoten.
De kernkoppen werden onderhouden en bewaakt door 8th U.S. Army Field Artillery Detachment (8th USAFAD). Het daadwerkelijk afvuren van de koppen werd overgelaten aan de afdelingen Veldartillerie van de Joh. Postkazerne te Havelte (w.o. 129 Afdva). Alles rondom de basis vond uiteraard in het diepste geheim plaats.
Er werd door de vredesbeweging in de jaren '70 en '80 regelmatig geprotesteerd aan de poorten van de basis, o.a. door de groepen "Steen wijkt" en de Werkgroep Anti Atoom Koppen Steenwijk (WAAKS). 
334 Havixhorst, De Wijk, Drenthe  6.258744  52.67445  De Havixhorst is een in 1618 erkende havezate gelegen op een landgoed in de gemeente Meppel in de Nederlandse provincie Drenthe.

Vóór de gemeentelijke herindeling van Drenthe op 1 januari 1998 behoorde de Havixhorst tot de gemeente de Wijk. Het oorspronkelijke landhuis is nu in gebruik als hotel. Het landgoed Havixhorst ligt aan de noordzijde van het riviertje de Reest. 
335 Hebrecht, Bellingwolde, Groningen  7.165875434875488  53.03090502447691  Hebrecht is een streek in het noorden van de gemeente Vlagtwedde in de Nederlandse provincie Groningen. De streek bestaat uit twee delen, een zuidelijk deel met kleinere huizen en boerderijen, en een noordelijk deel. Dit noordelijke deel is de laatste of jongste veenkolonie in de provincie Groningen. Bijzonder daarbij is dat hier niet eerst de veenlaag is afgegraven maar dat de landbouw op het bovenveen werd uitgeoefend.
De naam Hebrecht verwijst naar de omliggende streek die lang betwist is geweest tussen het Bisdom Münster en Groningen. 
336 Heemen, Termunten, Groningen  7.003204822540283  53.267086666985826  De voormalige gemeente Termunten
De gemeente Termunten bestond tot 1990 naast Termunten uit de dorpen, gehuchten en buurtschappen: Baamsum, Binnen Ae, Borgsweer, Dallingeweer, Fiemel, Heemen, Lalleweer, Lesterhuis, Reide, Termunterzijl, De Vennen, Wagenborgen, Woldendorp en Zomerdijk (gedeeltelijk). Het gemeentehuis stond in Woldendorp. 
337 Hees, Ruinen, Drenthe  6.3686177731869975  52.74971516745294  Hees is een buurtschap in de gemeente De Wolden, provincie Drenthe (Nederland). De buurtschap is gelegen aan de noordkant van de provinciale weg 375 die van Meppel naar Pesse loopt. Hees ligt ongeveer 2 kilometer te zuidelijk van de plaats Ruinen 
338 Heidenschap, Ten Boer, Groningen  6.683889000000022  53.236111  Heidenschap is een gehucht in de gemeente Slochteren in de provincie Groningen. Het ligt deels langs het Slochterdiep, deels ten noorden van dat diep, direct ten oosten van het Eemskanaal.
Geschiedenis
De naam Heidenschap is mogelijk afgeleid van het Oud-Friese hêder, hetgeen veehoeder betekent. Heidenschap zou dan dus veehoederij betekenen.
Heidenschap ontstond als een hoogveenontginning in een vrij laat in cultuur gebrachte hoek land tussen Harkstede en Garmerwolde. De oudste vermelding dateert uit 1419, wanneer er land in der heydense by Damster vaert wordt verkocht. In 1459 wordt het erve Wildeweer in Upheydense genoemd, in 1465 landerijen inde heydenscap.
Heidenschap is ooit een kerkdorp geweest, maar de parochie van Hydense gold al omstreeks 1475 als vacant. De inwoners hadden erg te lijden onder de lage ligging van hun landerijen, waardoor het hun zwaar viel de kerk te onderhouden. De parochierechten werden vóór 1500 geïncorporeerd bij het Sint-Geertruids- of Pepergasthuis te Groningen, dat hier veel grond verwierf. De priester van het gasthuis fungeerde als dorpspastoor. De kerk is in 1589 afgebroken. Daarna werd het dorpsgebied bij de parochie Garmerwolde gevoegd.
Bij de invoering van gemeenten in Nederland werd Heidenschap deel van de gemeente Ten Boer. Na de verbreding van het Eemskanaal in 1963, waarbij het aantal bruggen werd beperkt, kwam Heidenschap nogal geïsoleerd te liggen ten opzichte van Ten Boer. Daarom werd besloten het kanaal tot gemeentegrens te maken. Heidenschap werd daardoor een deel van de gemeente Slochteren. 
339 Heiligerlee, Scheemda, Groningen  7.0125  53.155  Heiligerlee (Gronings: Kloosterholt) is een streekdorp in de gemeente Scheemda, provincie Groningen (Nederland). Het is vooral bekend als locatie waar in 1568 de eerste slag plaatsvond tussen de Nederlandse opstandelingen en Spanje in de slag bij Heiligerlee. Het leger onder leiding van Lodewijk en Adolf van Nassau versloeg de Spanjaarden, maar politiek werd er geen munt uit geslagen. Graaf Adolf vond zelfs de dood.
In 1868 werd een monument – Het Graaf Adolf Monument - ter nagedachtenis aan de slag bij Heiligerlee opgericht.
In 1536 vond er nog een slag plaats bij Heiligerlee.
Heiligerlee heeft ook een klokkengieterijmuseum.
De Groningse naam van het dorp verwijst naar het klooster dat hier heeft gestaan van 1230 tot 1594. Het klooster behoorde tot de orde van de Premonstratenzers 
340 Hekkum, Adorp, Groningen  6.515979244180244  53.28748548896348  Hekkum is een gehucht in de gemeente Winsum in de provincie Groningen. Het plaatsje ligt ongeveer halverwege Adorp en Sauwerd, iets ten westen van de doorgaande weg tussen beide plaatsen.
Het gehucht is ontstaan op een wierde. Langs het gehucht loopt de oude dijk van het Reitdiep. De kronkel die het Reitdiep hier maakte werd in 1661 afgesneden toen het Reitdiep ter plaatse werd rechtgetrokken. 
341 Hellum, Slochteren, Groningen  6.83833333333333  53.2383333333333  Hellum (Gronings: Helm) is een klein dorp in de gemeente Slochteren in de provincie Groningen (Nederland). Het dorp, dat vroeger ook wel Helm genoemd werd, ligt tussen Schildwolde en Siddeburen. Het heeft ongeveer 600 inwoners.
Hellum ligt op een zandrug, die is ontstaan in de voorlaatste ijstijd. Uit prehistorische vondsten kan worden opgemaakt dat Hellum al 4000 jaar voor onze jaartelling bewoond moet zijn geweest. Het dorp heeft een oude, grotendeels romaanse kerk die rond 1100 gebouwd werd en vele malen vernieuwd werd. Het is de oudste kerk van de gemeente Slochteren en heeft de twee oudste rouwborden van de provincie Groningen. 
342 Helpman, Haren, Groningen  6.583151  53.199906  Helpman (Gronings: Helpm) is een wijk van de stad Groningen. Ooit was het een apart dorp gelegen tussen Groningen en Haren. Het dorp is ontstaan op de Hondsrug.
Geschiedenis
De oorspronkelijke naam van het dorp is Helpen (zoals het door de bewoners van Groningen nog steeds genoemd wordt). Het was een van de kerspellen van Gorecht. Er moet in die tijd ook al een kerk of kapel geweest zijn, maar daar zijn geen sporen van terug te vinden. De huidige Helperkerk dateert uit de negentiende eeuw.
Ter hoogte van Helpman stond in de middeleeuwen het leprozengasthuis van Groningen. In de buurt daarvan werd aan het einde van de vijftiende eeuw een kapel gebouwd die speciaal gewijd was aan het heilig sacrament. De bouw hing samen met de vondst van een aantal hosties die daar begraven waren na een diefstal uit het klooster van Aduard. De plek waar de hosties werden gevonden werd bekend als Heilige stede, ter plaatse staat tegenwoordig de Villa Hilghestede.
In de zeventiende eeuw kwam Helpman en omgeving in trek bij welgestelde stadjers. Er werden diverse buitens gebouwd zoals Groenestein. Hoewel veel van die buitens de tand des tijds niet hebben doorstaan ademt met name het zuidelijke deel van de Verlengde Hereweg nog steeds de sfeer van die tijd met grote panden op zeer ruime kavels.
Het dorp werd in 1915 bij de gemeente Groningen gevoegd. Tot dan hoorde het bij de gemeente Haren.
Wijk
De oude grens tussen het de stad en Helpman is het Helperdiepje, met daarover in de Verlengde Hereweg de Natte brug. Deze wat merkwaardige naam dankt de brug daaraan, dat even ten noorden van het Sterrebos ooit een droge gracht lag, waarover ook een brug lag, de Droge brug. Er waren dus twee bruggen, een "natte" en een "droge".
Ter onderscheid van zelfde straatnamen in Groningen en Helpen, hebben die in het voormalige dorp het voorvoegsel "Helper" gekregen. Dus Brink werd Helper Brink en de Kerkstraat werd Helper Kerkstraat.
In Helpman staat ook één van de oudste zwembaden van Groningen,het Helperbad. Het Zernikecollege heeft een vestiging in de wijk. 
343 Hemmen, Haren, Groningen  6.595789790044364  53.1787181834752  Hemmen was een van de dertien kerspelen van het Gorecht. Het lag tussen Helpman en Haren. Anders dan Helpman, dat weliswaar door de stad Groningen is opgeslokt, maar nog steeds als aparte woonplaats is te herkennen, is van het historische Hemmen nauwelijks iets terug te vinden. Het lag tussen de weg van Groningen naar Haren en het Hoornse diepje, op de flanken van de Hondsrug, ongeveer waar tegenwoordig het Guyotinstituut is gevestigd. De gemeente Haren gebruikt Hemmen nog wel als aanduiding van het meest noordelijke deel van de gemeente. 
344 Het Haagje, Hoogeveen, Drenthe  6.484157  52.721007  Over de Heerenveensche Courant:
Tot voor kort wist bijna niemand dat de krant begonnen is aan het Haagje, en niet door Claas Pet, maar door de nu vergeten drukker Van Dieren.
Mattheus Lodewijk Van Dieren was boekdrukker en papierhandelaar. Hij was getrouwd met Maria Eckerveld. Ze woonden in het Haagje, A 546. Dat was nog niet zo lang, toen hij met een krant naar voren kwam.
Het Haagje is nu een straatnaam in Hoogeveen 
345 Het Moer, Diever, Drenthe  6.274834871292114  52.82999570948542  Gehucht bij Diever 
346 Het Schut, Hoogeveen, Drenthe  6.462578773498535  52.71836121321862  De Schut is een wijk in de gemeente Hoogeveen en ligt ten westen van de A28 en ten noorden van de Hoogeveensevaart. Zie ook de oude Kaart. Het werd het Schut, de Schut of de Schutlanden genoemd. 
347 Het Witterveld, Assen, Drenthe  6.509914398193359  52.96421182664511  Het Witterveld is een deels nog actief, deels herstellend hoogveengebied ten zuidwesten van Assen in de Nederlandse provincie Drenthe. Het 482 ha grote Natura 2000-gebied in het Witterveld is begroeid met vochtige heide, droge heide, berkenbroek, verdroogde en nog min of meer actieve veenresten en twee zeldzam hoogveenmeertjes (meerstallen).
Het Witterveld is van groot belang vanwege haar natte heiden, maar vooral vanwege een naar verhouding grote oppervlakte aan actief hoogveen en goede mogelijkheden voor kwaliteitsverbetering uitbreiding van de oppervlakte aan actief hoogveen.
Ligging
Het Witterveld ligt direct ten zuidoosten van Assen, aan de overzijde van de N33. Naar het oosten toe sluit het direct aan bij het TT-Circuit Assen. De ontwatering van het circuit en omgeving veroorzaakte tot voor kort veel verdroging, maar na een recente, grondige herinrichting van dat terrein en zijn omgeving is daaraan veel verbeterd.
Geologie en waterhuishouding
Het Witterveld is, met het 5 km naar het westen gelegen Fochteloërveen, een van de laatste resten van de ooit zeer uitgestrekte Smildigervenen. Het betreft de uiterste oostrand van dit voormalige vlakke hoogveen, waar de venen van nature overgingen in natte en droge heiden. Dergelijke overgangen zijn heel zeldzaam geworden. Aan de oostzijde ligt het gebied op de overgang naar het beekdal van het Witterdiep, een zijbeekje van de Drentsche Aa. Het Natura 2000-gebied heeft een dunne dekzandbodem op een keileemondergrond. Het keileem heeft een gunstige, isolerende werking op de waterhuishouding. Doordat het gebied bovenop die keileemlaag bovendien uit twee nabije zandruggen toestromend grondwater ontvangt, beschikt de hoogveenkern over een ongewoon stabiele grondwatersituatie. Daardoor heeft het gebied zware ingrepen kunnen weerstaan, zoals ontginningen in de omgeving en het graven een tankgracht en een loopgravenstelsel in de tweede wereldoorlog. De waterhuishouding is verbeterd doordat onlangs rond het TT-circuit veel sloten zijn dichtgemaakt.
In het gebied liggen twee meerstallen, waaronder het "Meeuwenmeer". Meerstallen zijn een bijzonder zeldzaam geworden soort natuurlijke veenplassen, typisch voor ongerepte veengebieden.
Flora en fauna
Bijzondere plantensoorten in het Witterveld zijn met name soorten van natte heide zoals klokjesgentiaan, ronde zonnedauw, witte snavelbies en moeraswolfsklauw, naast hoogveensoorten als lavendelheide en kleine veenbes. Het is ook een goed gebied voor reptielen en amfibieën zoals adders, heidekikkers en alpenwatersalamanders.
Eigendom en beheer
Het ministerie van Defensie heeft het gebied in bruikleen als een veiligheidszone voor een schietbaan, maar het terrein is in beheer bij de gemeente Assen, die er koeien en schapen laat grazen. Slechts een deel van het gebied is open voor bezoekers, maar vanaf enkele openbare wegen en fietspaden kan met een goede indruk krijgen van het gebied. Ook op het terrein van deze schietbaan komen waardevolle habitats voor (schrale graslanden met bijzondere begroeiingen) maar het is niet in de Natura 2000-begrenzing opgenomen.
Binnen enkele kilometers afstand liggen twee industriële grondwaterwinningen en een groot drinkwaterleidingbedrijf. De gevolgen van die winningen zijn op de waterhuishouding zijn niet geheel duidelijk. 
348 Heveskes, Delfzijl, Groningen  6.965074  53.308881  Heveskes was een dorp in de gemeente Delfzijl in de provincie Groningen in Nederland.
Het is grotendeels afgebroken in de jaren 70 van de twintigste eeuw om ruimte te maken voor een industrieterrein. Het enige dat nog herinnert aan het voormalige dorp is de eeuwenoude kerk op de wierde en een schuur tegenover de kerk. Naar schatting dateert het oudste deel van de kerk uit 1200. De kerk is tegenwoordig in eigendom van de Stichting Oude Groninger Kerken.
Bij de aanleg van het industrieterrein is ook onderzoek gedaan naar de fundamenten van een voormalig klooster((Heveskesklooster) dat bij Heveskes heeft gestaan. Bij dat onderzoek stuitte men tot grote verrassing op een hunebed. Dat was het meest noordelijke hunebed van Nederland. Het hunebed is opgegraven en staat nu in het Aquariom in Delfzijl. 
349 Heveskesklooster, Delfzijl, Groningen  6.967597  53.292032  Heveskesklooster is een wierde in de gemeente Delfzijl in de provincie Groningen. De wierde ligt iets ten zuiden van het verdwenen dorp Heveskes.
De naam verwijst naar het klooster Oosterwierum dat hier tot in de zestiende eeuw heeft gestaan. De benaming komt eerst in de 19e eeuw in zwang. Het klooster, een johannietercommanderij wordt voor het eerst vermeld in 1319 en was waarschijnlijk niet veel eerder gesticht. De meeste vestigingen van de Johannieters in Nederland leken meer op welvoorziene landgoederen dan op werkelijke kloostergemeenschappen. Het klooster had een stadshuis in Groningen in de Schoolstraat, dit pand werd later het Ommelanderhuis.
De wierde werd in de jaren 1982-1988 archeologisch onderzocht als noodonderzoek in het kader van de Monumentenwet. De opgravingen werden verricht door het Biologisch-Archeologisch Instituut (BAI) en werden afgerond in 1986. Daarbij werden niet alleen resten van het klooster gevonden, maar ook het meest noordelijke hunebed in Nederland en een steenkist. Het hunebed (met het nummer G5 of G2, afhankelijk van de nummering volgens het systeem van Van Giffen) werd geheel onverwacht in 1982 gevonden, twee meter onder de klei. In 1984 werd nog een steenkist uit het Neolithicum gevonden. Het hunebed was van het type 'vergrote dolmen'. De 6 zij-, 1 sluit-, en 3 dekstenen werden naar het AquariOm in Delfzijl overgebracht. De steenkist is in het Hunebedcentrum in Borger te bezichtigen. Waarom het bijzonder gesitueerde en uitzonderlijk unieke hunebed niet mocht blijven liggen op de vindplaats heeft te maken met de oprukkende industrie van Delfzijl. Het vormt hiermee één van de grote uitzonderingen van gesloopte archeologische monumenten in de moderne tijd. Het stenen grafmonument was omstreeks 3400 v.Chr. gebouwd op het dekzand, en omstreeks 2200 v.Chr. gedeeltelijk gesloopt. In de loop der tijd werd het hunebed door lagen veen en klei aan het oog onttrokken.
De bewoning van de wierde kan (met uitzondering van de periode van het hunebed) in vier periodes worden ingedeeld:
* oudste wierdebewoning, tweede helft 1e eeuw v.Chr. - eind 4e / begin 5e eeuw na Chr.
* vroegmiddeleeuwse wierdebewoning, ca. 800 - 1300.
* laat-middeleeuwse wierdebewoning, ca. 1300 - 1610.
* jongste wierdebewoning, 1610-1975.
In de vroegste perioden werd de wierde waarschijnlijk door slechts één boerderijbehuizing bezet van het type woonstalhuis. In de late middeleeuwen stonden er twee omgrachte kerkelijke gebouwen. Het klooster werd in 1586 tijdens de tachtigjarige oorlog door brand verwoest. 
350 Hijken, Beilen, Drenthe  6.49722222222222  52.8972222222222  Hijken is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Midden-Drenthe, met ongeveer 640 inwoners (1 januari 2004).
Hijken is een esdorp met nog veel oude boerderijen, maar heeft ook bescheiden nieuwbouw. Het dorp is gelegen aan het Oranjekanaal. Behalve voor de sportvelden buiten het dorp, een openbare en een protestants-christelijke basisschool, en enkele horecagelegenheden is het dorp volledig aangewezen op Beilen.
De marke van Hijken is erg ruim. Behalve essen en groenlanden langs de Hijkerleek, zijn er ook twee grote heidevelden te vinden. Het Hijkerveld (850 hectare) ligt ten noorden van het Oranjekanaal en is in beheer bij Het Drentse Landschap. Het Zuid Hijkerzand ligt ten zuiden van het kanaal en ten westen van het dorp. Dit veld van 250 hectare is in beheer bij Staatsbosbeheer. Ten zuiden van het dorp ligt een klein natuurgebiedje rond het Hijkermeer. In de marke van Hijken ligt ook het dorpje Oranje.
Geschiedenis
Het dorp Hijken wordt voor het eerst genoemd in een document uit 1370 waarin de bewoners van Hijken als getuigen worden opgevoerd bij een rechtsgeschil tussen de kloosters van Dikninge en Assen. Het dorp ligt midden op het Drents Plateau. Kenmerkend zijn hier de zandige bodems op een ondoordringbare keileemlaag. Het esdorp werd gesticht te midden van heidevelden in het noordwesten en de hooilanden langs de Hijkerleek in het zuidoosten. Op de plaats waar de grondwaterstand het meest geschikt was voor akkerbouw.
De oudste brink is nauwelijks nog als zodanig herkenbaar omdat veel boerderijen hier zijn afgebrand. De brink tegen over de Gereformeerde kerk is daarentegen in oorspronkelijke staat teruggebracht.
Hijken lag door de eeuwen heen aan een belangrijke transportader. Zo liep in de prehistorie, ten dele over een waterscheiding, een belangrijke weg russen Rolde en Diever. Van latere oorsprong is het Oranjekanaal dat in het midden van de negentiende eeuw werd gegraven om turf af te voeren. Langs dit kanaal werd in 1913 ten westen van Hijken aardappelmeelfabriek "Oranje" in gebruik genomen, waar omheen zich een klein dorpje ontwikkelde. De fabriek is ondertussen Speelstad Oranje geworden.
(Bron: Informatiebord in Hijken) 
351 Hijkersmilde, Smilde, Drenthe  6.430251  52.935714  Smilde is een dorp en de naam van een voormalige gemeente in de provincie Drenthe (Nederland). Het dorp Smilde vormde tot 1998 het centrale dorp van een aantal kleine dorpskernen: Bovensmilde, Smilde, Hijkersmilde, en Hoogersmilde. 
352 Hoeksmeer, Loppersum, Groningen  6.784079074859619  53.29794143920663  Het Hoeksmeer is een natuurgebied tussen Garrelsweer en het Eemskanaal in de gemeente Loppersum in de Nederlandse provincie Groningen. Het hele gebied (130 hectare) is in beheer bij Natuurmonumenten. Hoeksmeer is tevens een gehucht met enkele boerderijen, vroeger behorend tot het kerspel Loppersum.
Geschiedenis
Het Hoeksmeer is ontstaan uit een hoogveenbank, die niet - zoals de onmiddellijke omgeving - door klei is overspoeld. Door de middeleeuwse ontginning zakte het gebied onder de zeespiegel, zodat een meertje van 33 ha ontstond, waarin het Katerhalstermaar en de Oude Wijmers uitmondden. Het verlengde van de Oude Wijmers verbond het meertje met het Damsterdiep. Daarnaast wordt het bestaan van een oudere uitwatering in de richting van Tjamsweer vermoed.
De nederzetting ontstond op een inversierug aan de oostkant van het meer. Hier lag een voorwerk to Hoekes Mere oftewel uppa Ham van het klooster Bloemhof te Wittewierum. De hofmeester (bedrijfsleider) van dit voorwerk was rond 1400 tevens schepper van het Hoeksmeerster of Haemster zijleed. Daarnaast lag hier een boerderij van de Johannieter commanderij te Heveskesklooster.
De naam Hoeksmeer is mogelijk afgeleid van het woord 'hoek' (vgl. ook Heekt), of van een persoonsnaam Hug-, Hoek of Hokke, waaruit de familienamen Hoeksema, Hoeksma, Hoekema en Hoeksum zijn ontstaan. Overgeleverd zijn de vormen Hoxmere, Hoeckmeer, Hoixmeer en Hoechsmeer. Daarnaast komen in de vijftiende eeuw de toponiemen Hijkinga, Hokema of Huginga ham voor. Omstreeks 1650 is sprake van landerijen onder Hoexum.
De buurtschap Hoeksmeer had in de zeventiende en achttiende eeuw een eigen schatregister. Daaronder vielen minstens zeven boerderijen.
De Hoeksmeerster molenpolder werd omstreeks 1801 gesticht. Het eigenlijke Hoeksmeer werd vanaf 1833 door twee poldermolens drooggemalen. Volgens een beschrijving uit 1873 was het meer droog en kon het 's zomers betreden worden.
Door de uitvoering van de ruilverkaveling Stedum-Loppersum werden het oorspronkelijke meer en de omringende landerijen aan de landbouw onttrokken. Tevens werd rondom een kade aangelegd, waardoor er weer een (veel) hogere waterstand kon worden gehandhaafd. De nabijgelegen molen Meervogel werd in het kader van de ruilverkaveling ook gerestaureerd. 
353 Hofte, Onstwedde, Groningen  7.044277  53.030536  Onstwedde behoort met Sellingen, Vlagtwedde en Wedde tot de oudste bewoningskernen van
Westerwolde. Het bewoonbare gebied in Westerwolde was van oorsprong beperkt tot de
oevers van de Ruiten Aa, Mussel Aa en een stukje van de oevers van de Westerwoldse Aa. Al
met al een strook van 25 km lang en ongeveer 1 km breed, met een verbreding bij Vlagtwedde
en Onstwedde, plus een strook stroomafwaarts waar nu Blijham Vriescheloo en Bellingwolde
liggen. Daaromheen was voornamelijk moeras. Bij Onstwedde ligt de grootste opduiking, de
Onstwedder Holte, die ongeveer negen meter hoger ligt dan de Ruiten Aa. Dit
dekzandlandschap is waarschijnlijk ontstaan in de laatste ijstijd, toen de rivieren veel meer
water voerden.
De eerste sporen van bewoning in dit gebied dateren uit het middenneoliticum, van 2800 tot
2100 v. Chr. De vondst van een mogelijk grafveld op de es van Veele en een aantal
vuurstenen bijlen en stukjes aardewerk getuigt daarvan. Men noemt die cultuur de
trechterbekercultuur, naar de bekers met trechtervormige hals die toen in gebruik waren. Er
zijn ook stille getuigen van de standvoetbekercultuur en de vroege bronstijd. Maar veel meer
vondsten zijn er uit de late bronstijd (1000 tot 700 v. Chr.)Bij Höfte en op nog vijf plaatsen in
Westerwolde zijn urnenvelden uit die tijd gevonden. Bij de vondst in Höfte ontdekte
archeoloog Van Giffen voor het eerst kringgreppels om de grafplaatsen, waardoor een nauwe
verwantschap met oude culturen in Westfalen aan de dag kon worden gelegd.
In Westerwolde zijn ook zogenaamde celtic fields aangetroffen, bijvoorbeeld in het Zuidveld 
354 Hollandscheveld, Hoogeveen, Drenthe  6.53833333333333  52.705  Hollandscheveld (Drents: Hollaandscheveld) is het oudste buitendorp in de gemeente Hoogeveen in de Nederlandse provincie Drenthe. Het ontstond in de 17e eeuw op een terrein dat in 1631 aangekocht was door de Hollandsche Compagnie. Het veld van de Hollandse Compagnie werd het Hollandse of Hollandsche Veld genoemd.
De dorpskern van Hollandscheveld telt 3287 inwoners, het landelijk gebied rondom het dorp telt 969 bewoners. (Cijfers per 1 januari 2004, )
Hollandscheveld kreeg grote bekendheid door de Boerenopstand in 1963 onder leiding van oud-Hollandschevelder Hendrik Koekoek. Drie boerengezinnen werden op last van het Landbouwschap begin maart 1963 uit hun boerderijen gezet omdat ze principieel weigerden de heffingen voor dat schap te betalen. Duizenden zogenaamde "Vrije Boeren" uit heel Nederland, aanhangers van Koekoek, trokken naar Hollandscheveld om te proberen de ontruiming te voorkomen. De overheid bracht een enorme overmacht van gehelmde en gewapende politie op de been die de demonstrerende boeren weg hield van de plaatsen waar de deurwaarder zijn werk deed. Er ontstonden rellen. De politie dreef de mensen met traangasgranaten en wapenstok weg van de boerderijen. Eén van de ontruimde boerderijen ging 's nachts in vlammen op. Daders van de brandstichting werden nooit gevonden. Op de plaats waar de boerderij heeft gestaan, is in 1993 een monument onthuld.
De Boerenpartij, opgericht door Hendrik Koekoek, kreeg na de opstand in Hollandscheveld veel aanhang. Op het hoogtepunt van haar populariteit had de Boerenpartij zeven zetels in de Tweede Kamer. De journalist Bertus ten Caat uit Hollandscheveld schreef over de opstand het boek De opstand der braven.
Tweede Wereldoorlog
In Hollandscheveld woonden drie zeer beruchte oorlogsmisdadigers, Auke Pattist, Dirk Hoogendam en Martinus Johannes van Oort. Dirk Hoogendam werd na de Tweede Wereldoorlog ter dood veroordeeld, maar wist te ontkomen naar Duitsland, waar hij op vrijdag 8 augustus 2003 in zijn woonplaats Datterode in Duitsland overleden is aan een hartkwaal. Auke Pattist werd eveneens ter dood veroordeeld, maar wist naar Spanje te ontsnappen. Over deze beide SS'ers van Nederlandse afkomst, en wat er meer in de oorlog in het dorp gebeurde, schreef de historicus Albert Metselaar een serie van 10 boekjes.
Ook de bekende verzetshelden Marinus en Johannes Post zijn geboren en opgegroeid in Hollandscheveld. 
355 Holsloot, Sleen, Drenthe  6.804742813110352  52.727201305168066  Holsloot is een dorp in de gemeente Coevorden in de Nederlandse provincie Drenthe. Holsloot ligt aan het kanaal de Verlengde Hoogeveensche Vaart. Men is vroeger langs het kanaal gaan wonen, vanwege het veen.
Holsloot is een dorp in de gemeente Coevorden in de Nederlandse provincie Drenthe. Holsloot ligt aan het kanaal de Verlengde Hoogeveensche Vaart. Men is vroeger langs het kanaal gaan wonen, vanwege het veen. 
356 Holte, Onstwedde, Groningen  7.050991058349609  53.058680332518676  Holte is een buurtschap in de gemeente Stadskanaal in de provincie Groningen. Het ligt in het uiterste noorden van de gemeente, iets boven Onstwedde. Tussen Holte en Onstwedde ligt de Onstwedder Holte, een verhoging in het landschap die dateert uit het Saalien.
De naam Holte verwijst naar holt = hout, bos. 
357 Holthe, Beilen, Drenthe  6.542231  52.840718  Holthe is gelegen op een afstand van 2 km ten Zo van Beilen. In 2005 had het dorp 150 inwoners. 
358 Holwierde, Bierum, Groningen  6.87138888888889  53.3580555555556  Holwierde is een dorp in de gemeente Delfzijl in de provincie Groningen in Nederland. Hol slaat op 'lage', hoewel ook wel 'heilige' als verklaring voorkomt. Oorspronkelijk zijn er drie wierdes geweest.
Het dorp bestaat uit twee gedeeltes aan beide zijden van de Grote Heekt. Katmis was de naam van het dorpje aan de westoever, Holwierde lag aan de oostoever.
Holwierde heeft een kerk uit de elfde eeuw. Tot 1854 stond er een Juffertoren bij de kerk. Deze toren was tot in de verre omtrek te zien. Tijdens de jaarwisseling van 1853/54 is de klepel van de torenklok gevallen bij het luiden van de klok. De klepel, die circa 900 kilo woog, raakte drie jongens die aan het luiden waren, zij overleefden dat niet. Omdat de toren al bouwvallig was is deze vervolgens geheel afgebroken.

http://www.holwierde.net/publicaties/grepen-uit-het-verleden/ 
359 Hondsrug, Drenthe  6.711187  52.996651  De Hondsrug is een zandrug in Drenthe en Groningen die zich van Emmen tot de stad Groningen uitstrekt. Voorbij Groningen loopt de zandrug door, maar dan onder het oppervlak.
Met een lengte van 70 km en een hoogte van 20 meter boven NAP is het voor Nederlandse begrippen een landschappelijke reus. De hoogteverschillen worden verondersteld te zijn ontstaan tijdens de ijstijden, toen gletsjers enorme hoeveelheden zand en keileem omhoogstuwden. Dezelfde gletsjers namen ook de enorme zwerfkeien mee die prehistorische bewoners gebruikten voor de bouwen van hunebedden.
Overigens zijn er ook breuken in de ondergrond gevonden, die in dezelfde richting lopen als de Hondsrug. In de Bosatlas wordt dit weergegeven als de oorzaak voor het ontstaan van de Hondsrug.
Het (toenmalige) dorp Groningen ontstond in de karolingische tijd (717 tot 886) op het noordelijke uiteinde van de Hondsrug. De meest noordelijke heuvel is duidelijk te zien in de Herestraat — al moet deze niet te vol winkelend publiek zijn, dus op een zondagmiddag. Vandaar dat de zijstraat op het hoogste punt Hoogstraatje heet.
De meest zuidelijke top is het Haantjeduin bij Emmen, tegelijk met z'n 26,5 m boven NAP het hoogste natuurlijke punt van Drenthe.
De naam zou een verbastering zijn van Hunze-rug. De rivier de Hunze loopt ten oosten van de zandrug. Voor de 19e eeuw werd de Hondsrug ook wel aangeduid met de naam Bisschopsrug. 
360 Hongerige Wolf, Wedde, Groningen  7.132143974304199  53.215546999536244  Hongerige Wolf is een gehucht in de gemeente Oldambt in de Nederlandse provincie Groningen. Het ligt ten noordoosten van Finsterwolde, net boven Ganzedijk. De naam duikt in 1877 voor het eerst op in een krantenbericht en is vermoedelijk afkomstig van een herberg, wellicht een herberg waar polderjongens die werkten aan de indijking van de Reiderwolderpolder hun vertier vonden.
Het gehucht is een tijdlang populair geweest bij kunstenaars, en nog altijd hebben diverse kunstenaars hier hun plek van inspiratie en rust.
Hongerige Wolf kwam sinds 2000 regelmatig in het nieuws door de ontdekking van een ernstig misdrijf dat zich enkele jaren daarvoor had afgespeeld. Bij graafwerkzaamheden aan de G. Gernaatweg werd in februari 2000 het lijk van Hannelore Klinkhamer-Godfrion gevonden. Schrijver Richard Klinkhamer, haar man, had haar vermoord en begraven. Klinkhamers vrouw was al jaren als vermist opgegeven. Over alle beschuldigingen schreef Klinkhamer het boek Woensdag gehaktdag, maar tot 2007 wilde geen uitgever het publiceren. Hongerige Wolf kreeg daarnaast enige bekendheid door het televisieprogramma Man bijt hond, dat in 2003 en 2004 van Hongerige Wolf naar Schapenbout (in Zeeuws-Vlaanderen) trok om mensen te bezoeken. In 2011 werd voor de eerste keer een driedaags cultureel festival Hongerige Wolf georganiseerd.
Hongerige Wolf is tevens de naam van een gemaal, dat in 1974 werd gebouwd ter vervanging van een afwateringssluis. 
361 Hoogehaar, Dalen, Drenthe  6.7152933  52.6810018  Naast deze officiële kernen bevinden zich in de gemeente de volgende buurtschappen:
Bovensteenwijksmoer, De Bente, Eldijk, Grevenberg, Hoogehaar, Langerak, Schimmelarij, Valsteeg, Veenhuizen en Vossebelt. 
362 Hoogemeeden, Aduard, Groningen  6.4496612548828125  53.23622630940442  Hoogemeeden is een streekje in de gemeente Zuidhorn in de provincie Groningen (Nederland).
Het ligt tussen het dorp den Horn en het Aduarderdiep. De naam Hoogemeeden betekent hoge hooilanden. Vlak bij liggen ook de Lagemeeden, samen vormden beiden ooit een kerspel. Het streekje is ontstaan bij een voorwerk van het klooster van Aduard. 
363 Hoogersmilde, Smilde, Drenthe  6.397174  52.905133  is een dorp in de provincie Drenthe (Nederland).
Sinds de gemeentelijke herindeling van 1998 maakt het deel uit van de administratieve gemeente Midden-Drenthe, daarvoor maakte het deel uit van de gemeente Smilde.
Hoogersmilde is een echt streekdorp, gebouwd aan weerszijden van de Smildervaart.
In Hoogersmilde sluit de Beilervaart aan op de Smildervaart.
Bijzonderheden in en om Hoogersmilde:
* Aan de Beilervaart staat een meer dan 300 meter hoge zendmast
* Ten zuiden van Hoogersmilde bevindt zich het Leggelderveld
* Ten zuiden van Hoogersmilde bevindt zich het Blauwe Meer 
364 Hoogeveen, Drenthe  6.477298736572266  52.72470099605822  Hoogeveen (Drents: t Hoogeveine of t Hogevéne, de 'H' wordt niet uitgesproken) is een plaats en gemeente in de provincie Drenthe in Nederland. De gemeente heeft een oppervlakte van 129 km² (waarvan 0,19 km² water) en heeft 54.311 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS).
Geschiedenis
De geschiedenis van het veen van de huidige gemeente Hoogeveen begint in het jaar 1551. Dat jaar kochten Reinold van Burmania en zijn vrouw de zogenaamde Meppense Venen, de zuidoostelijke helft van de gemeente. In 1625 ruilde Roelof van Echten een gebied ter grootte van 2000 morgen voor beloofde diensten en infrastructuur met de boeren van Steenbergen en Ten Arlo. Het gebied was ooit eigendom van de Heer van Ruinen, maar die werd helemaal buiten spel gezet. In 1631 werden de beide gebieden bij elkaar getrokken, en begon de eigenlijke geschiedenis van de vervening. Hiertoe werd de Compagnie der 5000 morgen opgericht. Het afgegraven veen werd via een kanaal (de Nieuwe Grift, later de Hoogeveense Vaart genoemd) over het water naar Meppel en verder vervoerd. Dwars op dit kanaal werden op een afstand van 160 meter van elkaar kleinere kanalen gegraven, de zogenaamde wijken. Deze afstand was voor een arbeider nog doelmatig af te leggen met een kruiwagen vol turf. Zo ontstond een raster van elkaar kruisende kanalen. Door middel van nieuwe kanalen, de opgaanden, werden stelsels van wijken verderop in de venen, eveneens aan de Hoogeveense Vaart gekoppeld. Straatnamen als 'Hollandscheveldse Opgaande' en 'Zuideropgaande' herinneren aan die kanalen.
Het dorp Hoogeveen werd in 1636 gesticht door Pieter Joostens Warmont en Johan van der Meer, Leidse investeerders, omdat de Leienaren (Hollandsche Compagnie) na hevige conflicten met Roelof van Echten (die de ontwikkeling van het gebied eerder belemmerde dan stimuleerde) besloten dat hun arbeiders zich permanent op hun venen moesten kunnen vestigen. Op het belangrijkste kruispunt (het Kruis genaamd) vestigden zich ook al snel winkeliers, verveners, rentmeesters en ambachtslui. Een nieuwe plaats was geboren. In het begin had de nieuwe plaats verschillende namen: Hooch Echten, Nieuw Echten en Echten's Hoogeveen. Iedereen sprak echter ook al van Hoogeveen, en die verkorte naam bleef behouden. Opvallend genoeg was de verkoop van de grond van Hoogeveen echter zo slordig geregeld, dat pas in 1664 de overdracht van de grond onder het oudste deel van het dorp een feit werd. Tot dan was het oudste deel van het dorp dus juridisch deel van de marke van Steenbergen en Ten Arlo. Hoogeveen bleef nog eeuwenlang een veenkolonie. Pas aan het einde van de 19e eeuw werd turf minder belangrijk en schakelde de plaats over op landbouw en veeteelt en industrie. Bekende fabrieken van die tijd zijn de Coöperatieve Zuivelfabriek (tegenwoordig Kaasfabriek DOC), de blikfabriek Drenthina (later een onderdeel van het Thomassen en Drijver-concern) en de conserven- en diepvriesfabriek Lukas Aardenburg (Iglo-producten) (later een onderdeel van Unilever). Ook kwam de industrieel Hubertus Willem Karel Fredrik Hendrik Scheijbeler naar Hoogeveen die naast Lukas Aardenburg de industrie van Hoogeveen vorm gaf. Scheijbeler, Tappenbeck Grand hotel Huis ter Duin, Dreesmann van het warenhuis Vroom&Dreesmann waren drie vrienden die vanuit Duitsland naar Nederland kwamen en bedrijven stichten. Scheijbeler bezat een landhuis in Hoogeveen die hij in het najaar vaak betrok om in de bossen op jacht te kunnen gaan.
In de Tweede Wereldoorlog, om precies te zijn van 8 juli 1944 tot de bevrijding op 11 april 1945, werd Hoogeveen bestuurd door de NSB-er Jan Marinus Veldhuis. Hij werd na een 'stoomcursus' persoonlijk aangesteld door rijkscommissaris Seyss Inquart. Bij de komst van de Canadezen vluchtte hij aanvankelijk op een fiets maar verborg zich later in een huis in de WC. Na enige jaren in de gevangenis te hebben doorgebracht vestigde hij zich in 1950 in Rotterdam als accountant.
Na de Tweede Wereldoorlog werden de meeste kanalen gedempt. Hierdoor ontstonden lange, brede, rechte wegen, ideaal voor verkeer. De economie kreeg een enorme impuls en Hoogeveen was enige tijd de snelst groeiende gemeente van Nederland. Onder andere Philips, Fokker en Standard Electric vestigden zich in de plaats. Om aan de enorme bevolkingsgroei te kunnen voldoen, werden er grote nieuwbouwwijken aangelegd. In de tachtig was de grote groei er echter uit. In plaats van de verwachte 100.000 inwoners steeg het aantal inwoners "slechts" naar ruim 50.000. 
365 Hoogezand, Groningen  6.757223  53.156669  Hoogezand (Gronings: Hogezaand) is een plaats in de provincie Groningen in Nederland. Het is ook de naam van de voormalige gemeente die in 1949 met de gemeente Sappemeer is opgegaan in de huidige gemeente Hoogezand-Sappemeer.
Geschiedenis
De naam verwijst naar een hooggelegen plek in het veen, het Hooge Sandt. Het Hooge Sandt werd in 1618 doorsneden door het graven van een kanaal, het Winschoterdiep (dat liep door de huidige Meint Veningastraat en Hoofdstraat), bedoeld om het veen te ontginnen. Op deze plek ontstond een nederzetting. Het jaar 1618 geldt als officieel stichtingsjaar van de plaats.
Toen de vervening ten einde liep ontstond er rond de plaats landbouw, waarop W.A. Scholten in 1841 in Foxhol een aardappelmeelfabriek stichtte. Ongeveer op hetzelfde moment werd in Hoogezand de aardappelmeelfabriek van Tonden gesticht. Daarmee begon de groei van de plaats Hoogezand. Het oorspronkelijk grotere Sappemeer werd daarbij voorbijgestreefd. De scheepsbouw (de zg. dwarshellingen) langs het Winschoterdiep heeft aanzienlijk bijgedragen aan de groei van Hoogezand. De families Hooites en Beukema kwamen rond 1870 met hun strokartonfabriek.
De gemeente Hoogezand telde bij de oprichting in 1795 4.044 inwoners. In 1947 was dit opgelopen tot 13.194 inwoners. 
366 Hoogezand-Sappemeer, Groningen  6.780281066894531  53.163857770915776  Hoogezand-Sappemeer (Gronings: Hogezaand-Sapmeer, inwoners per 1 juli 2006: 34.453, bron: CBS) is een gemeente in noord Nederland, in de provincie Groningen. De gemeente beslaat een oppervlakte van 73,05 km² (waarvan 5,05 km² water).
Indeling
De gemeente Hoogezand-Sappemeer bestaat uit de volgende plaatsen: Achterdiep, Borgercompagnie, Borgweg, Foxham, Foxhol, Foxholsterbosch, Hoogezand, Jagerswijk, Kalkwijk, Kiel-Windeweer, Kleinemeer, Kropswolde, Lula, Martenshoek, Meerwijck, Nieuwe Compagnie, Sappemeer, Tripscompagnie, Waterhuizen, Westerbroek, Wolfsbarge.
Ontstaansgeschiedenis
De huidige gemeente Hoogezand-Sappemeer maakte oorspronkelijk deel uit van het gebied het Gorecht dat bestuurd werd door de stad Groningen. De dorpen Westerbroek en Kropswolde waren destijds al kerspelen in het Gorecht, de rest van de huidige gemeente bestond uit woeste gronden.
In de 17de eeuw werd begonnen met de ontginning van de veengronden. Tijdens deze ontginning ontstonden de dorpen (en gemeenten) Hoogezand en Sappemeer. Sappemeer was daarbij aanvankelijk de belangrijkste plaats, maar het werd later overvleugeld door Hoogezand. In 1949 is de gemeente Hoogezand-Sappemeer ontstaan door het samengaan van beide gemeenten. Ruim 95% van de Sappemeersters was tegen de samenvoeging, en zou dat nog lang blijven.
De komende jaren zullen er bij Hoogezand 5100 nieuwe woningen worden gebouwd voor 2020 om te voldoen aan de regiovisie Groningen-Assen 2030. Dit alles betekent een forse groei van de gemeente naar zo'n 45.000 inwoners. 
367 Hooghalen, Beilen, Drenthe  6.53666666666667  52.9211111111111  Hooghalen is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Midden-Drenthe, met ongeveer 940 inwoners (1 januari 2004).
Hooghalen is een esdorp op de flank van de zandgronden. Door gevechtshandelingen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn veel oude boerderijen in het dorpscentrum gesneuveld. Daarna is het dorp ook op bescheiden schaal uitgebreid door nieuwbouw.
Belangrijkste bezienswaardigheid van Hooghalen is het Kamp Westerbork. Hier wordt de geschiedenis verteld van Kamp Westerbork en de jodenvervolging in het algemeen. Het doorvoerkamp Westerbork lag aan de rand van de vroegere buurgemeente Westerbork en is naar die gemeente genoemd en niet naar het dorp. Het dorp Westerbork is een stuk zuidelijker gelegen. Het centrum werd geopend in 1983 en ligt aan de Oosthalen, zo'n drie kilometer van het voormalig kampterrein verwijderd. Het kampterrein zelf, dat na de oorlog eerst nog onder de naam Woonoord Schattenberg als opvangkamp voor Zuid-Molukkers dienst deed, werd begin jaren zeventig met de grond gelijk gemaakt. Sinds eind jaren zestig staan er een rij grote radiotelescopen, de Westerbork Synthese Radio Telescoop, waardoor om storing van de waarnemingen te voorkomen, gemotoriseerd verkeer en het gebruik van mobiele telefoons in de wijde omgeving niet is toegestaan. Pas in de jaren zeventig zijn op het terrein ook herinneringstekens voor Kamp Westerbork aangebracht. Het bekendste zijn ongetwijfeld de omhoogkrullende spoorrails van het Nationaal Monument Westerbork, die de spoorweg naar de dood symboliseren. Daarnaast is er de landkaart van Nederland van 102.000 stenen, met een steen voor elk slachtoffer dat via Westerbork gedeporteerd werd en omkwam. Verder zijn op het terrein een verzetsmonument, de Jerusalem Stone en enkele reconstructies van het kamp te vinden.
Het dorp Hooghalen telt een Nederlands Hervormde en een vrijgemaakt gereformeerde kerk en heeft daarnaast een gereformeerde gemeente. Andere voorzieningen in het dorp zijn: sportvelden, een openbare basisschool, een supermarkt met postagentschap, een bakker en nog enkele andere winkels en horecagelegenheden. Hooghalen is ondanks de ligging aan de A28 en de spoorlijn Meppel - Groningen niet zo makkelijk bereikbaar: er is namelijk noch een afrit van de snelweg, noch een station aan de spoorlijn.
De omgeving van Hooghalen is zeer de moeite waard. Aan de noordrand van het dorp ligt een klein bosgebied, 't Witte Zand. Ten oosten van het dorp ligt niet alleen de bescheiden es, maar ook een groot natuurgebied: de Boswachterij Hooghalen. Dit bestaat niet alleen uit naaldbos, maar ook uit een hoogveengebied (het Hingstveen) en heidevelden. Het kampterrein ligt midden in het gebied, het Herinneringscentrum aan de rand ervan. Het Heuvingerzand maakt eveneens deel uit van de boswachterij. Dat geldt niet voor het Groote Zand, een bos- en heidegebied ten noordoosten van Hooghalen dat in eigendom is van Het Drentse Landschap. Daarnaast ligt er tussen Hooghalen en Hijken Het Hijkerveld, welke bestaat uit heidegronden, vennen, veenrestanten en loofbos. Tevens is hier een schaapskooi, waarbij de herder elke dag om 9.30 vertrekt met zijn Schoonebekers naar de heide, en de schapen om 16.30 weer terugbengt naar de kooi.
Geschiedenis
Tot de achttiende eeuw wordt er nog geen onderscheid gemaakt tussen Hooghalen en Laaghalen. Laaghalen is waarschijnlijk een middeleeuwse afsplitsing van Hooghalen. Beide dorpen maakten onderdeel uit van de boermarke van Haelen. Pas in 1864 is de marke in tweeën gesplitst, hoewel de dorpen toen al zelfstandig functioneerden. In 1870 kreeg Hooghalen een station aan de nieuw aangelegde spoorlijn Meppel-Groningen. In 1938 werd het vanwege te weinig klandizie gesloten. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde Hooghalen langzaam van een agrarisch dorp in een forensendorp en kregen veel boerderijen een woonfunctie, een ontwikkeling die overal in Drenthe plaatsvond.
Tot 1 januari 1998 maakte Hooghalen deel uit van de gemeente Beilen. Op dit moment ligt het dorp, door fusering met de gemeente Westerbork en de gemeente Smilde, in de gemeente Midden-Drenthe. 
368 Hoogkerk, Groningen  6.502490043640137  53.21367871583649  Hoogkerk is een dorp en wijk van de gemeente Groningen en ligt ten westen van de stad Groningen. Tot 1969 was Hoogkerk een zelfstandige gemeente, die tot het Westerkwartier werd gerekend.
Beschrijving
De naam betekent hoog gelegen kerk ter onderscheid van de nabije laag gelegen kerk van het dorp Leegkerk, dat ook tot de opgeheven gemeente Hoogkerk behoorde. In 1379 is er voor het eerst sprake van cives Alte Ecclesie in Liuwerdewolde, buurgenoten van Hoogkerk in Lieuwerderwolde, zoals het gebied van Hoog- en Leegkerk toen heette. De kerk van Hoogkerk is gebouwd in de 13e eeuw. In het dorp, aan het Hoendiep, heeft vroeger de borg Elmersmastede gestaan.
Per 1 januari 1969 werd Hoogkerk samengevoegd met de gemeente Groningen. Het is daarna nog jarenlang echt een apart dorp gebleven, maar de groei van Groningen is inmiddels zover gevorderd dat de stad vrijwel aan Hoogkerk is vastgegroeid.
De wijk wordt gekarakteriseerd door de aan het Hoendiep gelegen CSM-suikerfabriek, sinds 2007 van de Suiker Unie. Samen met de voormalige strokartonfabriek, nu kartonfabriek "D'Halm" (1913), en de teerfabriek "Esha" geeft deze de omgeving een industrieel karakter.
Hoogkerk ligt aan de spoorlijn Leeuwarden - Groningen. Van 1866 tot 1951 was er een spoorweghalte Hoogkerk-Vierverlaten. Nu het inwonertal sterk is gestegen, zijn er plannen om opnieuw een halte Hoogkerk te openen.
Hoogkerk heeft twee amateurvoetbalverenigingen, VV Hoogkerk, opgericht op 21 augustus 1931 en CSVH, op 24 september 1951 afgesplitst van VV Hoogkerk. De clubkleuren van VV Hoogkerk zijn groen en wit, terwijl CSVH in groen en zwart speelt. Beide clubs hebben sinds 1998 samen een jeugdafdeling, genaamd De Held.
Bijnaam
De bijnaam van Hoogkerkers in het Gronings is Mouskoolstronken (=boerenkoolstronken). 
369 Hoorn, Wedde, Groningen  7.045707  53.094154  Wedde was tot 1968 een zelfstandige gemeente. Tot die gemeente behoorden naast het hoofddorp de volgende dorpen, buurtschappen en gehuchten: Blijham, Hoornderveen, Hoorn, Lutjeloo, Morige, Tjabbestreek, Wedderheide, Weddermarke en Wedderveer. Het gemeentehuis stond in Blijham.
Hoorn ligt ca 1 km ten O van Wedderveer. We vinden er een natuurgebied en een aardgasstation, 
370 Hoornderveen, Wedde, Groningen  7.032837867736816  53.067809727210005  Hoornderveen is een buurtschap in de gemeente Bellingwedde. Het ligt ten westen van Wedde tegen de grens met de gemeenten Pekela en Stadskanaal. De naam verwijst naar de venen van Hoorn.
De buurtschap ontstond in de negentiende eeuw toen het veen werd afgegraven. Van die nederzetting is echter maar weinig overgebleven. De teloorgang van Hoornderveen wordt beschreven in de proloog van De Graanrepubliek, waarin Frank Westerman een gesprek voert met de laatste bewoner. 
371 Hoornsche Dijk, Haren, Groningen  6.575540  53.179474  Een zoektocht op het internet brengt o.a. de volgende informatie:

geschiedenis
Periode van Reformatie tot Afscheiding
De tijd van de 80-jarige oorlog is voor de streek waarin Haren lag, een moeitevolle periode geweest. Troepen van allerlei soort, zowel die in Staatse als in Spaanse dienst waren, nestelden zich er. Plunderingen waren aan de orde van de dag. De overgang van (rooms-)katholiek naar gereformeerd (protestant) is uiterlijk geruisloos verlopen. Pastoor Henricus Petreus werd door de raad van de kerk van Groningen ge-examineerd. Hij was de eerste gereformeerde predikant van Haren Na korte tijd werd hij opgevolgd door Simon Jonas Phileus, maar ook deze bleef niet lang. Van de periode daarna kan gezegd worden dat de predikanten er langer bleven. Vermeldenswaard is de vermaarde Abraham Trommius, opsteller van de Nederlandsche Concordantie des Bijbels. In de periode tussen 1594 en 1834 waren het er slechts 11 predikanten die hun ambt in Haren bedienden. De predikanten A Fledderus en A B Meijer stonden te Haren tezamen zelfs 96 jaar, n.l. de periode van 1710 tot 1806.
Periode Afscheiding tot 1945
Het jaar 1836 betekent een keerpunt in de kerkelijke geschiedenis van Haren. Het dorp haren telde in die tijd ongeveer 2500 inwoners, die nagenoeg allen tot de Nederlands Hervormde kerk behoorden. De verveners,werkzaam bij de uitbaggering van het Paterswoldse meer en afkomstig uit Friesland, hebben een belangrijke rol gespeeld bij het breken met de Hervormde kerk. Langs de Hoornse dijk treffen we familienamen van de Afgescheidenen van het eerste uur bij herhaling aan: Van Hemmen, Nijdam, en Van der Veen. De eerste Afgescheidenen waren Hendrik van der Veen en zijn vrouw Harmtje Nijdam. Aanvankelijk sloot men zich bij de Afgescheidenen van Groiningen aan, Eind 1841 neemt de kerkenraad van Groningen het besluit om een ouderling te kiezen die woont 'te Haren of op de Hoornsche Dijk'. Omstreeks 1849 waren er 80 Afgescheidenen geregistreerd, terwijl 1n 1852 dit aantal is uitgegroeid tot 135 lidmaten. Op 5 april 1852 is er in Haren een zelfstandige gemeente ge•nstitueerd. Na korte tijd verrijst er in de Kerkstraat een eigen kerkgebouw, dat tot 1881 dienst doet. Op dezelfde plaats wordt een groter kerkgebouw neergezet, dat in 1913 wordt vervangen door de huidige kerk. 
372 Hornhuizen, Kloosterburen, Groningen  6.359078  53.387912  Hornhuizen (Gronings: Hörnhoezen) is een dorp in de gemeente De Marne in de provincie Groningen, Nederland.
De naam betekent: huizen in de hoek. Met deze hoek (horn) wordt de plaats aangegeven ten opzichte van Kloosterburen. Het dorp ligt in de uiterste westhoek van deze voormalige gemeente. De toren van de kerk heeft een dak in de vorm van een koepel en wordt dan ook vaak koepeltoren genoemd. Deze werd door mensen die op het wad bezig waren wel gebruikt om zich te orienteren, in samenhang met de spitse torens van Ulrum en Leens.
Bedrijvigheid is er alleen nog te vinden in de landbouw.
Vroeger stond er bij het dorp een borg: de Tammingaborg, eens de sterkste borg in de Ommelanden. Deze is in het begin van de negentiende eeuw gesloopt. Alleen de naam van een boerderij in de buurt herinnert er nog aan: de Tammingaheerd. 
373 Horsten, Onstwedde, Groningen  7.007987  52.945312  Horsten is een gehucht in de gemeente Stadskanaal in de provincie Groningen. Het gehucht ligt ten oosten van Musselkanaal.
Hortsten bestaat uit een weg die parallel loopt aan het Musselkanaal en het A.G. Wildervanckkanaal. De naam is afgeleid van horst=hoogte. Het gehucht ligt op een oude zandrug in het veengebied.
Het gehucht is ouder dan Musselkanaal. Toen het gebied ontgonnen werd ontstond de eerste bebouwing op de oude zandrug, pas later werd langs het kanaal gebouwd en ontstond Musselkanaal. 
374 Houwerzijl, Ulrum, Groningen  6.34166666666667  53.3358333333333  Houwerzijl is een plaats in de gemeente De Marne in de provincie Groningen, Nederland.
Het dorp is gegroeid rond de (niet meer bestaande) zijl. Deze zijl was gelegen in de Houwerzijlstervaart. De zijl is in onbruik geraakt toen de buitengeul naar het Reitdiep onder invloed van eb en vloed verzandde en men besloot het gebied van het bijbehorende zijlvest aan te sluiten op die van Schouwerzijl.
Het dorp hoorde kerkelijk bij (het verdwenen) Vliedorp. Dit is ook de reden dat het oorspronkelijke kerkhof zo'n 2 km buiten het dorp lag. De begrafenissen gebeurden per boot over de Houwerzijlstervaart.
Later behoorde het dorp kerkelijk bij Niekerk. Het kerkenpad naar dit dorp is nog aanwezig.
De naam is waarschijnlijk afgeleid van hove, dus hoeve of boerderij. Net als trouwens de wierde De Houw bij Ulrum. De naam is dus niet, zoals veel wordt gedacht, afgeleid van die van deze wierde. De afstand is overigens te groot om dit plausibel te maken. 
375 Huis te Farmsum, Farmsum, Delfzijl, Groningen  6.928596496582031  53.32084519899412  Het Huis te Farmsum was een borg in het Groningse dorp Farmsum. De borg is vermoedelijk in de veertiende eeuw gebouwd. In 1812 is hij gesloopt.

De geslachten Ripperda, Rengers en Van Weivelde hebben de borg bewoond.

Borchshof is een voormalig waterschap in de provincie Groningen.[1][2]

Het schap lag in het dorp Farmsum en besloeg de afgegraven borgstee van het Huis te Farmsum. De polder werd omgeven door de straten de Molenstraat, de Borgweg en de Borgshof.

De molen sloeg direct uit op het Afwateringskanaal van Duurswold. Het gebied wordt tegenwoordig beheerd door het waterschap Hunze en Aa's. 
376 Huizen, Hoogeveen, Drenthe  6.477274  52.728655  Het eerste echte dorp stond op de oostkant van de huidige Hoofdstraat tussen het Kruis en de Bentinckslaan.
Het werd gebouwd door de Hollandsche Compagnie.
In Hoogeveen staan in 1633 ongeveer 10 huizen.
Omstreeks 1644 telde het dorp 32 huizen,
56 woonsteden en 252 inwoners.
Een woonstede is een helft van een tweekamer-woning.
Dat betekent één gezin per kamer.
De families Carsten, Witsenborg, Van Limburg Stirum en Bentinck gaan wonen in mooie huizen in het noorden van de Hoofdstraat: De Huizen.
Dit is in de 18de eeuw, als zij en andere rijke families alle veen van de compagnieën overgenomen hebben van de Hollanders en anderen.
Er zijn maar weinig mooie oude huizen over, maar de meeste die er nog zijn, staan nu op de monumentenlijst.
Dat betekent dat ze van grote waarde zijn en dus niet worden afgebroken.
Tussen deze huizen waren er nauwe steegjes.
Hier stonden piepkleine huisjes met maar één kamer.
Deze zijn allemaal afgebroken.
De Huizen
Aan de Huizen staat Museum de 5000 Morgen.
Vroeger heette dit Huize Veenendal.
Dit was een landgoed van de familie Van Holthe tot Echten met een groot stuk land eromheen.
Dat werd verhuurd aan boeren.
Huize Veenendal is uit 1646 en daarmee één van de oudste huizen van Hoogeveen.
Het huis is sindsdien erg veranderd.
Alleen de kelder is nog hetzelfde.
In Museum de 5000 Morgen kun je allemaal spulletjes uit het Hoogeveen van vroeger vinden. 
377 Huizinge, Middelstum, Groningen  6.674972  53.345635  Huizingeis een klein wierdedorp in de gemeente Loppersum in de provincie Groningen in Nederland. Het dorp ligt vlak bij de Eemshavenweg. Het heeft nog geen 150 inwoners.
Huizinge is een van de oudste wierdedorpen in Groningen. Het dorp wordt al in de tiende eeuw genoemd in kronieken van het klooster van Fulda. De wierde is rechthoekig. Die vorm zou samenhangen met het gegeven dat de wierde is opgeworpen in de boezem van de voormalige Fivel.
De huidige kerk, oorspronkelijk vernoemd naar Johannes de Doper dateert uit de dertiende eeuw. Het is een van best bewaarde Romano-Gotische kerken in de provincie. De huidige kerk is overigens niet de eerste. Er heeft tenminste een eerdere kerk gestaan, waar aan het einde van de twaalfde eeuw de latere abt van het klooster van Wittewierum, Emo van Bloemhof pastoor was. 
378 Jagerswijk, Sappemeer, Groningen  6.811587810516357  53.17106127943976  Jagerswijk is een buurtje in de gemeente Hoogezand-Sappemeer in de provincie Groningen in Nederland. Het ligt tussen Sappemeer en Achterdiep. Het buurtje wordt tegenwoordig in tweeën gedeeld door het verlegde Winschoterdiep
De naam Jagerswijk is een verbastering. De wijk waaraan het buurtje ligt is oorspronkelijk aangelegd door kolonisten uit Joure, de oorspronkelijke naam was Jouwerswijk, in het Gronings werd dat Jauwerswiek, waaruit Jagerswijk gevormd werd. 
379 Jipsingboermussel, Vlagtwedde, Groningen  7.0410239696502686  52.9184448217281  Jipsingboermussel is een gehucht in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen (Nederland). Het ligt tussen Musselkanaal en Ter Apelkanaal, net ten noorden van Zandberg.
Het gehucht ligt aan het Ter Apelkanaal, de voortzetting van het Stadskanaal. Direct ten westen ligt het Mussel-Aa-kanaal.
De naam van het gehucht wordt vaak buitenissig gevonden. Dat heeft er meermalen toe geleid dat mensen veronderstelden dat het een verzonnen naam is. Zo kwam het gehucht in 1999 uitgebreid in het nieuws nadat twee presentatoren van Radio 3, Rob Stenders en Fred Siebelink openlijk twijfelden aan het bestaan van Jipsingboermussel. Daarop werden zij door een discotheek in het naburige Musselkanaal uitgenodigd om zich zelf te komen overtuigen. Beiden gingen de uitdaging aan en sindsdien weten zij dat de plaats echt bestaat. 
380 Jipsingboertange, Vlagtwedde, Groningen  7.098112106323242  52.96466675804344  Jipsingboertange is een dorp in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen (Nederland). Het dorp ligt als een lang lint tussen Jipsinghuizen en Mussel.
Het dorp ligt in een bosrijke omgeving. De bossen werden aangelegd in de jaren dertig toen dit deel van Westerwolde, tot dan toe uitgestrekte heidevelden, werd ontgonnen. Dat gebeurde grotendeels in het kader van de werkverschaffing onder erbarmelijke omstandigheden. De gronden die het minst geschikt waren voor de landbouw werden gebruikt voor de bosbouw.
De naam Jipsingboertange verwijst naar de zandrug waarop het dorp is ontstaan. 
381 Jipsinghuizen, Vlagtwedde, Groningen  7.14972222222222  52.9769444444444  Jipsinghuizen is een buurtschap in de gemeente Vlagtwedde, in Westerwolde. Het ligt in de provincie Groningen (Nederland), ongeveer 3 kilometer ten noorden van Sellingen aan de Ruiten-Aa.
In de naaste omgeving van het dorp zijn urnenvelden gevonden uit late bronstijd.
In de buurt van Jipsinghuizen is in 1665 gevochten tussen de troepen van de bisschop van Münster en troepen van de stad Groningen. Westerwolde hoorde oorspronkelijk tot het bisdom Münster, maar was in de zestiende eeuw in handen van de stad Groningen gekomen. De slag werd gewonnen door de Groningers.
De bisschop zou een aantal jaren later weer terugkeren in het Groningerland. In 1672 probeerde hij de stad Groningen definitief op de knieën te krijgen. De mislukking daarvan wordt in Groningen nog jaarlijks gevierd op 28 augustus. Bij de buurtschap ligt nog het Bisschopskerkhof waar de gesneuvelden van de slag uit 1665 begraven liggen.
In het dorp is een buurthuis. De middenstand is beperkt. Zo is er een tankstation en een hotel.
Natuur en recreatie
Ten noorden van het dorp, tussen Weenderstraat en Wollinghuizerweg liggen gebieden die deel uitmaken van de natuurreservaat Dal van de Ruiten A van Natuurmonumenten. Het betreft hier gereconstrueerde meanders van de Ruiten-Aa. Ten zuidwesten van het dorp liggen gebieden die in het beheer zijn bij Staatsbosbeheer. Anno 2006 is hier een natuuronwikkelingsproject in uitvoering.
Verbindingen
In 1915 kreeg een Jipsinghuizen een station aan de stoomtramlijn Winschoten - Ter Apel van de OG. De lijn werd in 1948 opgeheven, maar het station is anno 2006 nog aanwezig op de hoek Weenderstraat-Wollinghuizerweg.
Eén kilometer ten zuidoosten van Jipsinghuizen ligt de Jipsinghuizersluis in het Ruiten-Aa-kanaal. Dit kanaal kwam in 1920 gereed en werd tot na de tweede Wereldoorlog gebruikt door de beroepsvaart. Sinds de jaren negentig van de twintigste eeuw is het weer bevaarbaar voor de pleziervaart met een beperkte diepgang en doorvaarthoogte.
De hel van Jipsinghuizen
In de Ruiten-Aa staat in Jipsinghuizen een monument gewijd aan de werkverschaffing in Westerwolde. Initiatiefnemer voor de werkverschaffing was begin jaren twintig van de 20ste eeuw de Vlagtwedder Burgemeester J.J. Buiskool. De werkverschaffing werd georganiseerd door de in 1924 opgerichte NV Vereenigde Groninger Gemeenten, waar uiteindelijk 50 Groninger gemeenten lid van zijn geworden. De werklozen werden per tram naar Jipsinghuizen gebracht om in de omgeving van het dorp de heide te ontginnen. Ze overnachtten in barakkenkampen. De werklozen kregen een aanmerkelijk lager salaris dan gangbaar was in de landbouw. Het was zwaar lichamelijk werk en veel van de tewerkgestelden hadden een opleiding genoten en er in het geheel niet aan gewend. De ontgonnen gebieden waren in chronologische volgorde:
* Weenderveld, 525 ha groot
* Jipsinghuizerveld, 264 ha groot
* De Pallert, 92 ha groot
* Rhederveld, 447 ha
* Laudermarke, 253 ha
* Loosterveen, 474 ha groot
* Jipsingboertange, 204 ha groot
* Sellingerbeetse, 790 ha groot 
382 Jonkersvaart, Marum, Groningen  6.294269  53.128098  Jonkersvaart (Gronings: Jonkersvoart) is een streekdorp gelegen langs het gelijknamige kanaal in de gemeente Marum in Groningen (Nederland) en heeft ongeveer 260 inwoners.
De jonker waaraan het kanaal zijn naam te danken heeft is F.F. van In- en Kniphuizen, de jonker van Nienoord, die dit kanaal eind 18e, begin 19e eeuw heeft laten aanlegen ter ontginning van het veen.
Naar zijn vrouw A.M. Graafland is een zijtak van de Jonkersvaart het Graaflandsdiep genoemd. De naam wordt echter tegenwoordig als Gravelandsewijk gespeld (een wijk is een watergang die dwars op een kanaal staat).
In 1871 werd een verbinding met Friesland via de Wilpstervaart gemaakt. Daarvoor werd het Jonkersverlaat aangelegd. 
383 Jouwer, Sebaldeburen, Grootegast, Groningen  6.313972950156312  53.2078249178823  Sebaldeburen. –Zie Westendorp’s oudheidkundige opmerkingen omrent Sebaldeburen bl.: 56
2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?
De buurtschappen van Sebaldeburen zyn het Zand ¾ van de kerk, de Balk en de Jower ¼ uur. Het Zand heeft zyn naam van de Zandhoogte waarop het gelegen is, de Balk, misschien van eene balk die in vorige jaren over het diep lag. Van de Jouwer is my niets bekend en over Sebaldeburen. Zie Westendorp bl. 56.
3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?
Niets.
4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?
Het Woltdiep loopende van het Zuiden naar het Noorden, scheidende Olde Kerk van Sebaldeburen, dit diep bestond in vroegere jaren niet, althans waar de Til van Sebaldeburen is, moet voorheen een groot gebouw hebben gestaan, in 1826 by het verbreeden der weg ten Oosten en Westen der Til vond men nog de Fondamenten van het zelve, het waren palen, alle van eikenhout, groote baksteen, en zware keijen. Het zat in eene rigting ten Oosten en Westen het diep en had wel de lengte van zestig ellen, de gelykheid der Heipalen en steenen bevestigen my, in myn geloof en misschien zal het de burgt Klockstede geweest zyn. (Zie verder Westendorp bl. 66).
5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?
Een droog gemalen meer, waarvan noch het bed aanwezig is en een van minder beteekenis. In het eene vindt men eene Kleyndop van verbazende diepte (Zie Westendorp bl..).
6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?
Men vindt alhier zes hoogten dezelve zyn een weinig lager dan het kerkhof, te voren hebben dezelve alle tot huissteden gediend, dit bewyzen nog de steenen en scherven van potten welke aldaar gevonden worden. Dezelve hebben eene uitgestrektheid van ½ en ¾ bunder; de aarde is buitengemeen vruchtbaar eene derzelver zal wel al om de 30 jaren gebouwd zyn en geeft nog uitnemende vruchten. Eene dyk vindt men ten Zuiden Sebaldeburen, doch wanneer ik de aarde beschouw, kan ik niet begrypen waar dezelve is weggehaald, ten Noorden het Zand een uur van de dyk zou dezelve te vinden zyn.
7. Welke bosschen zijn daar?
Bosschen zyn hier niet.
8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?
De voortbrengselen der Natuurryken zyn aan die van alle wolden gelyk.
9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?
Men vindt hier twee zandruggen het Zand en de Jouwer Sebaldeburen bevat er geen. Voorts zyn onze hooge landen zandig, onze middellanden leemachtig en de lage landen daar waar klyn de ondergrond is, knipachtig. In het leem vooral vindt men verbazend vele keisteentjes (Zie Westendorp bl. 68). Verbazende boomstammem worden alhier gevonden doch allen in klyn dobben die door eene of meer zyden aan zandhoogten zwetten, daar, waar klyndobben aan leem of knipgronden liggen, vindt men dezelve niet. Ik kan my met het gevoelen van den Heer Westendorp daaromtrent niet vereenigen, dat deze moerasschen, bosschen zouden geweest zyn, waar dezelve gegroeid waren, maar wel dat de Zandhoogten bosschen en Wildernissen waren en dat de boomen van daar in de moerassen zyn gekomen.
0. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?
De Kunsten en Wetenschappen welke hier beoefend worden behooren tot de onontbeerlykste.
11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?
Hier is één wever, 2 kleermakers, 2 timmerlieden, twee schoenmakers enz.
12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?
De luchtgesteldheid onzes dorps hangt veel van de winden af.
13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?
Een kerk, eene school, een klein zanggezelschap en eenige ingezetenen behooren tot een leesgezelschap in deze Gemeente.
14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?
Buiten de handwerkslieden vinden de meesten hun bestaan van den landbouw, de veenderyen dragen er niet weinig toe by.
15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.
Jou wat verduivelde fratsen, zy zoo wod ons geld vergrymd, doe wie jonk wassen ginnen wie ien die olde Schöl en kiek na rais.
Het is al gyn gold dat blinkt.
Zoo als de ollen zingnen piepen de jongen.
De hardste kakeles lyd de mynste eijer nyt.
16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.
(Zie Westendorp bl. 135)
17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.
By het schichten der nieuwe Kerk werden de zerken weggenomen, eene derzelve bleef echter behouden en lag ten naasten by binden de muur der nieuwe Kerk op het graf waarvoor dezelve verordend was in 1663, thans dient hy tot eene optrap in de Kerk. 
384 Jukwerd, Appingedam, Groningen  6.846875  53.335781  Jukwerd is een klein wierdedorp in de gemeente Appingedam in de Nederlandse provincie Groningen. Het ligt ongeveer een kilometer ten noorden van het stadje Appingedam, tussen twee maren: de Kleine Heekt en de Grote Heekt. Op de wierde staat een oud kerkje, dat tegenwoordig wordt gebruikt door een kunstschilder.
Langs de Groote Heekt hebben in het verleden een aantal steenfabrieken gestaan. De zware zeeklei in dit gebied was zo dicht dat deze nauwelijks te bewerken was. De klei, ook wel knipklei genoemd, was echter wel zeer geschikt voor baksteen en dakpannen. Nadat de laag knipklei was verwijderd en verwerkt in de steenfabriek werd het restant geschikt gemaakt voor de landbouw.
Even ten noorden van Jukwerd zou in de middeleeuwen een klooster gestaan hebben. Het vrouwenklooster, Rozenkamp geheten, behoorde tot de orde van de premonstratensers. Van het klooster is geen enkel spoor bewaard gebleven, wel heet de plek nog steeds Nijenklooster. Op die plek ligt nog een wierde midden in het land met een zoetwaterdobbe.
In de gehuchten Jukwerd en Marsum tezamen woonden op 1 januari 2006 146 mensen. 
385 Kalkwijk, Hoogezand, Groningen  6.779894  53.141083  Kalkwijk is een streek en buurtschap in de gemeente Hoogezand-Sappemeer in de provincie Groningen in Nederland. Zoals de naam met -wijk al zegt is het van oorsprong een watergang.
In 1631 werd een overeenkomst getekend tussen de Friesche Compagnie en de stad Groningen waarin de stad opdracht gaf tot vervening van het gebied. Hierop werd de Kalkwijk gegraven en in de eerste jaren elk jaar met ten minste 40 roeden uitgebreid. Aan weerszijden was de afgraving even breed en was bepaald door de afstand naar de afgraving tot de Borgercompagnie. Later werd het kanaal ook Kalkwijksterdiep of Kalkwijkerdiep genoemd.
De naam komt waarschijnlijk van de familienaam Kalk, hoewel ook wel gezegd wordt dat kalk duidt op een oude kalkoven die hier ooit gestaan zou hebben. De wijk is inmiddels gedempt. Het noordelijke gedeelte is tegenwoordig een deel van Hoogezand, buiten de bebouwde kom staan een aantal imposante boerderijen. In het verlengde van Kalkwijk ligt de buurtschap Lula. 
386 Kalteren, Diever, Drenthe  6.294393539428711  52.863199595592654  Kalteren ligt in de tegenwoordige gemeente Westerveld, verder geen gegevens bekend 
387 Kamps, Rolde, Drenthe  6.628323197364807  52.99104361089518  Het voormalig landgoed Kamps (voorheen geschreven als 'Camps') ligt op ongeveer vijf kilometer afstand ten oosten van Assen, nabij Deurze, en is ongeveer 25 ha. groot. Het grenst aan het natuurgebied in Ballo, genaamd Kampsheide (voorheen 'Campsheide'). Het landgoed speelt een rol in de geschiedenis van het Asser cisterciënzer nonnenklooster 'Mariaaskamp' (ofwel: Maria in Campis), en daarom tevens in de geschiedenis van het ontstaan van de stad Assen. De oorsprong van de bouw en de geschiedenis van het klooster begint in het jaar 1227 bij het gehucht Ane in Drenthe. Daar vond de Slag bij Ane plaats.
Het voormalig landgoed Kamps (voorheen geschreven als 'Camps') ligt op ongeveer vijf kilometer afstand ten oosten van Assen, nabij Deurze, en is ongeveer 25 ha. groot. Het grenst aan het natuurgebied in Ballo, genaamd Kampsheide (voorheen 'Campsheide'). Het landgoed speelt een rol in de geschiedenis van het Asser cisterciënzer nonnenklooster 'Mariaaskamp' (ofwel: Maria in Campis), en daarom tevens in de geschiedenis van het ontstaan van de stad Assen. De oorsprong van de bouw en de geschiedenis van het klooster begint in het jaar 1227 bij het gehucht Ane in Drenthe. Daar vond de Slag bij Ane plaats.
Landgoed Camps
De landerijen die behoren bij het huis ’Te Campen’ komen echter steeds onder water te staan, waardoor deze verre van vruchtbaar zijn. In verband daarmee vindt er een ruiling plaats tussen de abdij en de Graaf van Bentheim. In de akte lezen we het volgende:
31 oktober 1259: Otto, Graaf van Bentheim keurt goed: de overdracht door Hako, zoon van wijlen Stephanus de Hardenberg, ridders, aan de St. Maria-abdij bij Couordia (Coevorden) , van de hof en de molen te Durse (Deurze) (...) in ruil voor het huis der Abdij Te Campen bij Couordia, door haar verkregen van Johannes Camping.
De hof in Deurze was in het jaar 1259 een landgoed met een – voor die tijd – aanzienlijke landhoeve en zoals gebruikelijk behoorde bij een aanzienlijke behuizing een eigen watermolen, die heeft gestaan op De Meulmaet. Daarnaast hebben ook landerijen en bossen tot het geruilde behoord. In een kwestie tussen de abdij van Assen en de kosterie van Rolde is het volgende te lezen:
29 november 1357: Alef van Assen (Cureit van Rolde) en Diderich Diderixzone Maes, koster aldaar bewerken een zoen tusschen de Abdij te Assen en de kosterie van Rolde, zoodat de Hofwaer en de Bullenwaer te Durse, tegen betaling eener geldsom, worden vrijgesteld van de opbrengst van klokrogge aan de kosterie. Met medebezegeling door ’t land van Drenthe.
Ook op deze plaats in Deurze is geen klooster gebouwd, dat mag, na het onderzoek door professor A.E. van Giffen als zeker worden gesteld. De hof van Deurze heeft een jaar of tien, net als het huis der abdij Te Campen, tijdelijk als kloostergebouw gefungeerd. Het door de Drenten te bouwen klooster "Maria in Campis" is uiteindelijk in het huidige Assen gebouwd, waar het tot op de dag van vandaag is te zien. De bouw van het klooster heeft plaatsgevonden tussen de jaren 1260 en 1270. In het jaar 1270 komen namelijk de eerste oorkonden uit de Assense abdij.
Op 10 mei 1598 wordt, door de Drentse Hervormer Willen Lodewijk, bij Stadhouderlijk besluit, in Drenthe de kerkhervorming doorgevoerd. In 1602 wordt het klooster van Assen met alle (onroerende) goederen geannexeerd, en toegekend aan het Landschap Drenthe. Het landgoed Camps komt niet voor op de inventarisatielijst en derhalve moet aangenomen worden dat Camps toen geen eigendom (meer) was van het klooster te Assen. Het landgoed is als leengoed vanaf 1379 in het bezit geweest van achtereenvolgens de families De Mepsche, Lunsche,m Weyteren en Hillebolling Houwinge. In een belastingregister uit 1612 wordt Wyllem op Camp (waarschijnlijk Wyllem Hillebolling) genoemd als bewoner. Op een kaartje (zie afbeelding) in het grondschattingsregister van 1642-1654 wordt Lammert op den Camp als bewoner genoemd. In de haardstedenregisters van 1672 tot en met 1742 valt het Landgoed Camps onder de naburige plaats Ballo en komt daar voor met de woorden 'vol boer'. In 1754 is bekend dat Roelof Berents het landgoed bewoont. Hij ondertekent het haardenregister met "Roelof Berents op Camps", opgevolgd door zijn zoon Berent Berents op Camps over de jaren 1792 tot en met 1804. In het jaar 1807 is Berent Berents overleden, want weduwe Berents zet de boerderij dan voort en huurt in dat jaar het land – de Balkmaat genaamd – van B. Daling. Camps, een naam die reeds eeuwenlang bestaat, want ook vandaag nog is het adres van de boerderij Kamps 1 (let op de wijziging van de 'C' in de ' K').
De familie Gratama, Bonder en Joling
Volgens de kadastrale legger uit het jaar 1832 staan de kadastrale percelen bos, boomgaard, erf, bouwland en grasland, totaal 11.16.70 ha, op naam van Sijbrand Gratama, in 1812 gehuwd met Johanna Gesina Oldenhuis Kymmell. Reeds in 1818 was hij lid van de rechtbank van eerste aanleg te Assen, later president van het Provinciale Gerechtshof. Naast de boerderij is in latere jaren een riante zomerwoning gebouwd voor de familie Von Baumhauer-Oldenhuis Gratama.
In het jaar 1829 arriveren er nieuwe bewoners op Camps, te weten Hendrik Jans Joling en Aaltje (Harms) Zwiers. Bij de komst naar Camps hebben ze zes kinderen. De oudste dochter Jantien huwt in 1829 met Willem Frieling, die reeds in het jaar 1840 is overleden. Jantien is medeondertekenaar van de verklaring van afscheiding van de Hervormde Kerk in Emmen (1842). Zij heeft als rijke achternicht de studie betaald van Ds. W.H. Frieling (afgescheiden predikant) die in 1866 is vertrokken naar Amerika. Hendrik Jans Joling is in 1842 op 84-jarige leeftijd overleden. In 1846 overlijdt ook zijn vrouw.
Omdat dochter Hillechien Bonder geboren is op 25 juli 1838 te Camps, wonen Luichien Harms Bonder en echtgenote Marchien Everts in 1838 of daarvoor al op Camps. In 1843 overlijdt Marchien Everts waarna Luichien Harms Bonder in het jaar 1849 hertrouwt met Hendrika Hommes. Tussen 1858 en 1862 gaat zoon Harm Bonder met echtgenote Hillechien Beugels wonen op Camps tot 1888.
In 1888 komt Hendrik Braam en zijn vrouw Jantje Woering naar Camps. Zoon Lambertus huwt met Grietje Berkepies en tijdens hun bewoning worden in het jaar 1934 enige opgravingen verricht op het erf van Camps door Prof. E.A. van Giffen. Het is echt bij 'enige opgravingen' gebleven en er zijn geen sporen gevonden van een bouwwerk wat in relatie met de Abdij uit het jaar 1259 kan worden gebracht. In het jaar 1960 verkoopt mevrouw H.J. von Baumhauer Oldenhuis Gratama (kleindochter van Mr. L. Oldenhuis Gratama) de boerderij en het erf (Kamps 1) aan de gebroeders H. en W. Braam, de zonen van Lambertus Braam.
Restauratie
Stichting Het Drentse Landschap kon in december 2001 met steun van de Provincie en het Rijk de historische boerderij aankopen. In het jaar 2004 is de oude boerderij in opdracht van de stichting Het Drentse Landschap geheel gerestaureerd. Het project is mede gefinancierd met behulp van Europese subsidies. 
388 Kantens, Groningen  6.63388888888889  53.3655555555556  Kantens (Gronings: Kannes) is een dorp in de gemeente Eemsmond in de provincie Groningen in Nederland. Tot 1990 was het een zelfstandige gemeente.
Het dorp is gebouwd op en rond de Kantsterwierde en gelegen aan het Boterdiep. Het dorp heeft nog zijn oorspronkelijke ossengang en een weg rond de kerk (± 1200) op het hoogste punt van de wierde. De grotendeels romaanse kerk heeft een achtzijdige toren die ondersteund wordt door een grote steunbeer met doorgang.
Het dorp ligt pal aan de gemeentegrens met Loppersum. Zo dichtbij dat voor de gemeentelijke herindeling zelfs enkele huizen in de (toenmalige) gemeente Middelstum lagen. Al rijdend kwam men eerst een plaatsnaambord Kantens (gemeente Middelstum) tegen en een paar honderd meter verderop het bord Kantens (gemeente Kantens). Bij de herindeling in 1990 heeft men de grens zo aangepast dat nu het gehele dorp in één gemeente ligt.
Voormalige gemeente
Kantens was de hoofdplaats van de voormalige gemeente Kantens. Deze bestond verder uit de dorpen, gehuchten en buurtschappen: Bethlehem, Doodstil, Eelswerd, Holwinde (gedeeltelijk), Rottum, Startenhuizen, Stitswerd en Zandeweer. 
389 Katmis, Holwierde, Bierum, Groningen  6.868171691894531  53.358710807561714  Holwierde (Gronings: Holwier) is een dorp in de gemeente Delfzijl in de provincie Groningen in Nederland. Hol slaat op 'lage', hoewel ook wel 'heilige' als verklaring voorkomt. Oorspronkelijk zijn er drie wierdes geweest.
Het dorp bestaat uit drie gedeeltes aan beide zijden van de Grote Heekt. Katmis was de naam van het dorpje aan de westoever, Holwirth en Bansum lagen aan de oostoever.
Holwierde heeft een kerk uit de elfde eeuw. Tot 1854 stond er een Juffertoren bij de kerk. Deze toren was tot in de verre omtrek te zien. Tijdens de jaarwisseling van 1853/54 is de klepel van de torenklok gevallen bij het luiden van de klok. De klepel, die circa 900 kilo woog, raakte drie jongens die aan het luiden waren, zij overleefden dat niet. Omdat de toren al bouwvallig was is deze vervolgens geheel afgebroken.
Feldwerd
Dit klooster (ook wel Oldeklooster bij Den Dam genoemd) werd vermoedelijk rond 1183 gesticht vanuit Utrecht door Sint Hatebrand (ov. 1198). Het klooster was gewijd aan Maria, Petrus en Paulus. De kloostergebouwen lagen op de wierde van Feldwerd, ten noordwesten van Holwierde. De uithoven van het convent bevonden zich te Garsthuizen, Groot Lasquert (bij het Schildmeer, Oosternieland (Den Hoorn, Kolhol bij Zijldijk, Hoogwatum, Godlinze (Lippenhuizen) en Siddeburen. Ook was er een voorwerk vlakbij het klooster. Het totale bezit aan cultuurgrond bedroeg ongeveer 1260 ha. Als patroonheiligen dienden de Heilige Maagd en Petrus en Paulus.
Bij het klooster bevond zich in 1598 onder andere een korenmolen, wellicht te Katmis, waar in 1473 een molen wordt vermeldt. Verder een grote Friese schuur van elf vakken lang, een koestal van 48 vakken (goed voor bijna tweehonderd stuks vee), een molenhuis, een dobbe met een gemetseld waterreservoir en een brouwhuis met stallen voor mestvee en varkens.
Het klooster had - volgens parochielijsten van omstreeks 1475 en 1559 - de status van een zelfstandige parochie, wellicht samenhangend met een verdwenen kapel te Katmis. In 1334 was sprake van vier priesters, die kennelijk nabijgelegen kerken en kapellen bedienden. Het klooster bezat de Nicolaaskapel te Watum en in 1505 verkreeg het de parochiekerk van Bierum. Vermoedelijk had het klooster tevens collatierechten te 't Zandt en Holwierde, waar in de zestiende eeuw (oud-)kloosterlingen als pastoor fungeerden. Het klooster had een refugium aan de Carolieweg te Groningen, genoemd in 1476. Daarnaast bezat het klooster een tweede refugium op de hoek van de Jacobijnerstraat en de Walburgstraat, dat in 1609 werd verkocht. De kloostergebouwen werden tussen 1588 en 1594 tijdelijk verlaten en werden daarna weer in gebruik genomen. Gereformeerde predikanten uit Holwierde, later Bierum verzorgden de kerkdiensten. De kloostergemeenschap werd pas omstreeks 1617 ontbonden.

http://www.holwierde.net/publicaties/grepen-uit-het-verleden/ 
390 Kavelingen, Odoorn, Drenthe  7.011251449584961  52.913896900861126  In 1853 werd begonnen met het verlengen van het Stadskanaal vanaf de IJzeren Klap in Musselkanaal richting Valthe. Maar het graven ging niet snel genoeg en daarom werd besloten om een hoek van de Valthervenen af te snijden. Dit heeft tot een uniek planologisch resultaat geleid. Alle 19e eeuwse ontginningen in het Gronings/Drents gebied bestaan uit loodrecht op elkaar staande veenafgravingen. Het voorste deel van Valthermond, de kavelingen genaamd, loopt echter enkelkanaals scheef ten opzichte van het Stadskanaal.
Van oudsher liep er een oude veenweg (de Valtherdreef) tussen de IJzeren Klap en Valthe, deze weg vormde tevens de grens tussen het Exloerveen en het Valtherveen. Aan de zuidkant werd het Valtherveen begrensd door de Valtherdijk die van Valthe naar Zandberg liep. Het Valtherveen werd door een rooi, dat was de middellijn van tussen Valtherdreef en Valtherdijk, gescheiden in Noorder en Zuiderplaatsen. Deze plaatsen waren zo’n 11 tot 13 hectare groot. Op deze rooi werden ten tijde van de vervening een tijdelijke weg aangelegd, ook de eerste (tijdelijke) woningen stonden aan deze rooi. 
391 Kerkenveld, Zuidwolde, Drenthe  6.50055555555556  52.6683333333333  Kerkenveld is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente De Wolden, met ongeveer 800 inwoners (1 januari 2006).
Kerkenveld is een veenkolonie uit de negentiende eeuw, waarmee het een stuk jonger is dan buurdorp Alteveer. Het heeft maar weinig voorzieningen: een oud Nederlands Hervormd kerkje, een dorpswinkeltje, een kapperszaak, een restaurant, sportvelden en een openbare basisschool. Voor andere voorzieningen is het aangewezen op Zuidwolde of Hoogeveen. 
392 Kibbelgaarn, Veendam, Groningen  6.960100651049288  53.116009964966445  Kibbelgaarn (Gronings: Kibbelgoarn) is een klein gehucht in de gemeente Veendam, provincie Groningen (Nederland). Het ligt tussen Oude Pekela en Veendam en ten noorden van het gehucht Zuidwending waar de enige weg van het gehucht naar toe leidt. De naam Kibbelgaarn verwijst naar een ruzie (gekibbel) tussen twee boeren over een gerend (= spits toelopend, kielvormig) stuk land, de gaarne. Kibbelgaarn is ontstaan als veenkolonie. De Kibbelgaarnerwijk stond in verbinding met het Zuidwendiger Hoofddiep, van waaraf het gebied werd aangesneden voor vervening. In 1861 werd het waterschap Kibbelgaarn opgericht. De molen waarmee het gebied bemalen werd brandde echter af in 1875. In 1880 werd het waterschap Kibbelgaarn opnieuw opgericht om de 141 ha opnieuw te beheren. In 1961 fuseerde het waterschap met het waterschap Ceres
Er liggen ongeveer twintig huizen aan de weg. De School met den Bijbel is gesloten en de kerk die er ooit stond is verdwenen. Ook de middenstand is er niet meer.
Het dorp en dus ook de weg ligt op de gemeentegrens. Ten zuiden van de weg Ceres, die naar het recreatiegebied Emergobos leidt, vormt Kibbelgaarn de grens tussen de gemeenten Veendam en Pekela. Ten noorden van die weg loopt de grens tussen Veendam en Menterwolde. De huizen die aan de Menterwoldse kant van de weg staan liggen niet aan de weg met de naam Kibbelgaarn. Dezelfde weg draagt aan die kant de naam Meedenerveen. Meedenerveen is echter aangesneden vanaf de Cokkingaaswijk of Zuidveensterwijk en van daaruit verveend.
Het noordelijkste stukje, van het fietspad tot het einde van de weg, maakt deel uit van de LF 9 NAP-route 
393 Kiel, Hoogezand, Groningen  6.764632  53.132023  De naam Kiel-Windeweer is gevormd door een samenvoeging van de namen van de plaatsen De Kiel en Windeweer, die tegen elkaar aan gegroeid zijn.
Kiel-Windeweer is ongeveer 100 meter breed en zes kilometer lang. Het is een fraai voorbeeld van de karakteristieke lintvorm van een oude veenkolonie. De plaats is ontstaan door de bebouwing die langs het Kielsterdiep is gevormd. Dat kanaal, een zijkanaal van het Winschoterdiep, was oorspronkelijk de belangrijkste transportroute van en naar het dorp. Alleen waar de Zuidlaarderweg het kanaal kruist, is het dorp iets breder.
Van 1812 tot 1821 was het als Windeweer een zelfstandige gemeente.
Vergelijk ook de oude kaart 
394 Kiel-Bareveld, Hoogezand, Groningen  6.843989  53.050886  Een gehucht in Groningen, vlak tegen Wildervank 
395 Kiel-Windeweer, Groningen  6.771377  53.123383  Kiel-Windeweer (Vroeger ook: Kielcompagnie, Nieuwecompagnie) is een dorp in de provincie Groningen (Nederland) gelegen in de gemeente Hoogezand-Sappemeer.
De naam Kiel-Windeweer is gevormd door een samenvoeging van de namen van de plaatsen De Kiel en Windeweer, die tegen elkaar aan gegroeid zijn.
Kiel-Windeweer is ongeveer 100 meter breed en zes kilometer lang. Het is een fraai voorbeeld van de karakteristieke lintvorm van een oude veenkolonie. De plaats is ontstaan door de bebouwing die langs het Kielsterdiep is gevormd. Dat kanaal, een zijkanaal van het Winschoterdiep, was oorspronkelijk de belangrijkste transportroute van en naar het dorp. Alleen waar de Zuidlaarderweg het kanaal kruist, is het dorp iets breder.
Van 1812 tot 1821 was het als Windeweer een zelfstandige gemeente.
Het gemeentehuis stond aan de Dorpsstraat te Kiel-Windeweer naast de boerderij van Oldenziel, een bekende familie op je website.
Later is dat gemeentehuis in gebruik genomen als café
Meer info is te vinden op: www.kiel-windeweer.nl 
396 Kieldiep, Hoogezand, Groningen  6.764419  53.131757  Het kanaal wat door Kiel-Windeweer gaat 
397 Klatering, Beilen, Drenthe  6.542251110076904  52.871927411663805  Een esdorp vlak bij Beilen 
398 Klazienaveen, Emmen, Drenthe  6.98416666666667  52.725  Klazienaveen (Drents: Klazieneveen) is de op een na grootste plaats in de Drentse gemeente Emmen. Klazienaveen had op 1 januari 2004 10.930 inwoners en is hiermee de zevende plaats van de provincie Drenthe. Het kanaaldorp ligt aan de Verlengde Hoogeveense Vaart, lokaal het Van Echtenskanaal geheten. Eind jaren zeventig is het kanaal in het centrum gedeeltelijk gedempt en in 2005 is er een winkelcentrum met parkeerplaats boven gebouwd, waardoor doorgaand vaarverkeer niet meer mogelijk is. De N37 loopt langs het dorp.
Het is van oorsprong een veenkolonie, een van de jongste in Nederland. Eind 19e eeuw noemde stichter W.A.Scholten, een Groningse industrieel, de plaats naar zijn vrouw Klaziena van der Sluis, dochter van een welgestelde Groninger graanhandelaar. Op 14 januari 1904 kreeg Klazienaveen een verbinding per stoomtram toen de DSM de lijn Erica - Klazienaveen opende. In 1907 werd deze lijn door getrokken naar Emmer-Compascuum en later dat jaar door naar Ter Apel. De verbinding naar Ter Apel werd in 1940 opgeheven. De overige lijnen in 1947.
Anno 2004 is er een tuinbouwgebied gekenmerkt door vele kassen. In Noord-Klazienaveen wordt het landgoed Scholtenszathe ontwikkeld waar woningbouw, bosaanleg, recreatie en natuurbouw gecombineerd worden. In Klazienaveen is een fabriek van Norit gevestigd, waar de Norittabletten en -granulaat gemaakt worden tegen diarree en voedselvergiftiging. Vroeger was de grondstof zwarte turf, afkomstig uit de vervening in de omgeving. In april 2004 werd een nieuwe fabriek geopend. 
399 Klazienaveen-Noord, Emmen, Drenthe  7.002110481262207  52.77244847364348  Klazienaveen-Noord is een buurtschap in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Emmen, dat valt onder Barger-Compascuum. Het had anno 2005 ongeveer 200 inwoners. Het dorp is ontstaan langs het Scholtenskanaal en heette aanvankelijk Smeulveen, naar de naam van veengronden ter plaatse.
De familie Scholten (erfgenamen van W.A. Scholten) was de eigenaar van de veengronden en was de belangrijkste verveender. Ze richtte hiervoor de Maatschappij Klazienveen op
Het lag in de bedoeling dat Klazienveen-Noord de kern van het dorp zou worden. De gronden ten zuiden van het Van Echtenskanaal werden door Van Echtens voor een lagere prijs aangeboden dan Scholten deed, De middenstand vestigde zich daardoor op die plek en ontstond daar de kern van het dorp.
De Veenkerk of Kerkie van De Weerd van evangelisatie-vereniging Immanuël dateert uit 1922. In 1902 werd hier al een houten kerk op initiatief van dhr Braakhekke, evangelist te Emmer-Compascuum gebouwd die door de firma Scholten grotendeels gefinancierd werd. In 1904 werd Willem de Weerd hier evangelist voor Bond voor Evangelisatiën. Deze bond was verbonden met de Nederlandse Hervormde Kerk. In 1914 schreef hij het boek De "domeneer" van turfland over zijn werk in Klazienaveen-Noord en omgeving. Met de inkomsten verkregen met behulp van dit boek (door hem de papieren collectant genoemd) werden de bouwmaterialen betaald en de firma Scholten schonk de grond en betaalde de bouw van de stenen kerk in 1922.
In het kerk kwam aanvankelijk een historisch orgel te staan uit 1794 uit Ee. In 1951 werd dit orgel vervangen door een nieuw orgel gebouwd door Van Vulpen. Het oude orgel verhuisde naar Burgh-Haamstede
In 1985 voorzag een nieuwe uitgave van dit boek voor fondsen voor de restauratie van de kerk.
De vervening in dit gebied is grotendeels uitgevoerd door de Maatschappij Klazienaveen van de familie Scholten, die nog steeds gevestigd is in dit dorp. Zij vervaardigde hier turfstrooisel en potgrond met behulp van veen. De vervening is in de omgeving van dit dorp beëindigd in 1986 en het veen wordt in uit Duitsland gehaald. Op het moment bezit de maatschappij Klazienaveen een grootlandbouwbedrif met plusminus aan 1100 ha grond
Klazienaveen-Noord kreeg in 1907 een stoomtramverbinding door dat de DSM haar lijn van Klazienaveen naar Ter Apel doortrok. In 1940 werd deze verbinding opgeheven. 
400 Klein Garnwerd, Ezinge, Groningen  6.503552  53.308347  Klein Garnwerd (Gronings: Klain Garnwerd) is een buurtschap in het noorden van de provincie Groningen in Nederland. Door het rechttrekken van het Reitdiep in 1638 is het van het dorp Garnwerd gescheiden geraakt. Nadien is het bij Winsum gevoegd. De oude rivierbedding is nog duidelijk herkenbaar in het landschap aanwezig.
De variant van het Gronings dat door de bewoners van de ongeveer acht boerderijen, inclusief van het dichtbij gelegen Alinghuizen en voormalig Duisterwinkel, werd gesproken is die van het Westerkwartier gebleven. Het Westerkwartiers wordt door de Hogelandsters Overdaaips genoemd, letterlijk: over het (Reit)diep. Omgekeerd wordt het Hogelands door de Westerkwartierders ook Overdaaips genoemd.
Het Pieterpad loopt door Klein Garnwerd. 
401 Klein Harkstede, Slochteren, Groningen  6.648490548177506  53.218230212889075  Klein Harkstede is een buurtschapje dat deels gelegen is in de gemeente Slochteren en deels in Groningen. Het merendeel van de huizen staat echter in Slochteren.
Het plaatsje strekt zich uit langs de Borgsloot, die de grens tussen de beide gemeenten vormt. Hoewel het grotendeels in Slochteren ligt, hoorde het kerkelijk gezien bij het Groningse Middelbert. Er loopt dan ook een kerkpad van het plaatsje naar de kerk van Middelbert.
Klein Harkstede ontleent zijn naam aan het iets oostelijker gelegen dorp Harkstede. 
402 Klein Ulsda, Bellingwolde, Groningen  7.145941257476807  53.15500673412833  Klein-Ulsda (Gronings: Lutje Ulsda) en in de volksmond vroeger ook Hutten genoemd, is een gehucht in de gemeente Bellingwedde in de provincie Groningen in Nederland. Op 1 januari 2006 had het ongeveer 50 inwoners.
Het gehucht ligt vlak bij Ulsda, dat overigens in een andere gemeente, Reiderland, ligt. Beide plaatsen worden gescheiden door de A7 en de Westerwoldse Aa (gemeentegrens). Het bestaat uit twee straten, de Ulsderweg en 't Molenlaantje.
Het dorp is waarschijnlijk gesticht vanuit Ulsda. Ulsda ligt een stuk hoger, en is ook tijdens de grootste uitbreiding van de Dollard droog blijven liggen. Na het droogvallen van de Dollard werden vanuit de bestaande dorpen nieuwe nederzettingen gesticht.
Klein-Ulsda was ooit de woonplaats van atlete Fanny Blankers-Koen. Tegenwoordig is het vooral bekend vanwege de diverse (seks)clubs die in en bij het gehucht zijn gevestigd en zich vooral op het Duitse grensgebied richten.
De band Deheleboel van Erwin de Vries had een lied "Lutje Ulsda" op het repertoire. 
403 Kleine Huisjes, Kloosterburen, Groningen  6.408577  53.395296  Kleine Huisjes (Gronings: Lutje Hoeskes) is een plaats in de gemeente De Marne in de provincie Groningen, Nederland.
Het dorpje, ongeveer 1½ km ten noordoosten van Kloosterburen is in de 19e eeuw ontstaan. De huisjes werden bewoond door landarbeiders die voornamelijk werkten in de toen ontstane (kwelder)polders, de Bokumerpolder, de Ikemapolder en de Negenboerenpolder, alle ten noorden van het dorp.
De bij de polders behorende boerderijen zijn: Oud Bokum, Nieuw Bokum, Ikema en Feddemaheerd. 
404 Kleinemeer, Sappemeer, Groningen  6.786579  53.157011  Kleinemeer (Gronings: Klainmeer) is een buurtschap in de gemeente Hoogezand-Sappemeer in de provincie Groningen in Nederland. Het ligt ten zuiden van Sappemeer, evenals die plaats dankt Kleinemeer zijn naam aan een meer dat hier vroeger lag, maar dat in de tijd van de vervening is verdwenen.
De buurtschap dankt zijn ontstaan aan de Borgercompagnie, die vanaf Sappemeer zuid-oostwaarts begon met het afgraven van het veen. De rijkdom die dat turfsteken opleverde werd in Kleinemeer getoond. De plaats heeft drie veenborgen gekend: Woelwijk en Vosholen die inmiddels zijn verdwenen en de nog steeds bestaande veenborg Welgelegen.
Van 1710 tot ca. 1870 heeft in Kleinemeer een rooms-katholieke schuilkerk gestaan, gewijd aan St. Willibrordus. Het doopvont van deze kerk bevindt zich nu in de Willibrorduskerk in Sappemeer.
De historie van de St Vitusparochie
De jaren 1595 - 1796 (VIII)
De opvolger van de in 1716 overleden pastoor Pese heeft over de gevolgen van de vergroting van de kapel van Kleinemeer het volgende opgeschreven:
"In 't Jaar 1716 ben ik Joannes Toll tot deze statie gezonden in de hoop op den feestdag van Allerheiligen den eersten dienst te oefenen. Edog hebbe tot mijn groote droefheid den godsdienst door de Edelm. Heeren Staten (van Groningen) verboden gevonden. Hebbe derhalve mij genootsaakt gevonden eenigen tijd tot Groningen bij den seer Eerw. Heer Gerardus van den Berge, Aartspriester, op te houden, daarna in 't geheim nu hier dan daar den godsdienst gepleegt, edog na verloop van een halfjaar van d'Edelm. (niet sonder groote oncosten) de coniventie geobtineert van den godsdienst hier ter plaats te mogen oeffenen".
Uit het vorenstaande blijkt wel duidelijk dat de begintijd van de statie Kleinemeer moeilijk was. "Gedurende 73 Jaren was die kerk de eenige, niet alleen voor de gezamenlijke Veenkoloniën, maar ook voor eerder genoemde (blz. 21) oudere dorpen, in zover daar nog aanhangers van de leer der vaderen waren overgebleven of er zich nieuw gevestigd hadden. Het valt licht te begrijpen, welke moeite den katholieken uit Pekela en Winschoten - in welke beide plaatsen er nog al betrekkelijk vele woonden - een kerkgang naar Kleinemeer moet gekost hebben, vooral in het winterhalfjaar, wanneer de nog slechts half gebaande veen- en zandwegen zoo goed als volkomen onberijdbaar, de voetpaden moeilijk te passeeren en bovendien de dagen kort waren. Luidens de overlevering gingen dan ook van die veraf wonenden in het ongunstige jaargetijde alleen de mannen en bij uitzondering eenige jonge dochters en jonge vrouwen ter kerk".
Priester J.G. Heeres schreef in 1881 over deze kerkgangers nog het volgende: "Wanneer de lieden uit Pekela en Winschoten vier stevige uren gemarcheerd hadden, en hen een evenlange terugreis wachtte, hadden zij wel trek, iets te gebruiken." 
405 Klijndijk, Odoorn, Drenthe  6.85805555555556  52.8316666666667  Klijndijk (Drents: Klijndiek) is een dorp in de provincie Drenthe, gemeente Borger-Odoorn. Klijndijk telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2007 813 inwoners (421 mannen en 392 vrouwen).
Klijndijk ligt in een bosrijke omgeving aan de rand van het grote Valtherbos. Tussen het dorp en het bos ligt Vakantiecentrum De Fruithof. Door zijn ligging langs de N34 is het dorp goed bereikbaar. Klijndijk heeft behalve de openbare basisschool 't Schienvat en een restaurant geen eigen voorzieningen en is volledig aangewezen op Odoorn of Emmen, waar het tussenin ligt.
Klijndijk is een ontginningsdorp, genoemd naar Jasper Klijn uit Smilde, die omstreeks 1850 het initiatief nam tot de aanleg van het Oranjekanaal. Dit kanaal, dat van Smilde naar Klazienaveen loopt, werd aangelegd om het Eeserveen, het Odoornerveen en de venen bij Emmen te ontginnen. Klijndijk ligt aan een zijtak van dit kanaal: de zogenaamde Odoornerzijtak. 
406 Klinckema, Zuidhorn, Groningen  6.4105224609375  53.241206451881304  Omstreeks 1540 komt in Zuidhorn voor Reyner Clinckema als bezitter van 42 grazen hoogland. Zijn verwantschap met de in 1571 en 1572 levende Ipo Klinckema is bekend. Deze is de erfgenaam van zijn vader Boele Brungersma. "Vader" kan ook schoonvader zijn. Vervolgens treffen we een Boele Klinckema aan omstreeks 1600, vrij zeker een zoon van voornoemde Ipo. Deze Boele was getrouwd met Wijke to Nansum.
Het huis zelf wordt voor het eerst genoemd in 1619. Dan wordt in een akte melding gemaakt van Johan Engelberts op Klinckema.
In 1623 maakte Jacob Fransen aanspraak op de grietenij vallende op Klinckema. Naast hoveling wordt hij veelal heerschap genoemd. Tijdens hem, in 1628, is er voor het eerst sprake van een borg. Deze bestond uit een binnenzaal, kamer, keuken, kelder, groot achterhuis, grote hof, gracht en poort. In 1664 komt hij voor het laatst voor als bewoner van Klinckema.
Daarna treffen we Rembt ten Ham aan als eigenaar in 1667. Hij kocht in dat jaar Hanckema. Beide borgen werden in 1670 te koop aangeboden. Liefhebbers waren er aanvankelijk niet.
In 1671 kocht Wyedt (Wiardus) Siccama (1648-1691) de borg. Hij trouwde in 1677 niet Jetske Rosema van Fogelsangh. Het jaar tevoren was hij grietman van Vredewold geworden, welke functie hij in 1683 verwisselde voor die van secretaris van Kollumerland.
Zijn zoon Harco Hilarius Siccama (1648-1736), die Klinckema erfde, bekleedde hoge functies in Stad en Lande. Hij was getrouwd met Rolina Maria Wolthers.
Daarna volgde hun zoon Wiardus Siccama (1713-1797), getrouwd met Anna Catharina Hora.
Hij was burgemeester van Groningen en gebruikte Klinckema als buitenverblijf. In 1795 logeerde 195 daar de Engelse generaal Catheart en het was op Klinckema, dat een deputatie uit de stad hem wist te bewegen zijn aftocht niet door de stad te nemen, maar over Zuidlaren.
Na de dood van Wiardus vererfde de borg op zijn zoon Johan Hora Siccama (1738-1812), getrouwd met Egberta Louisa Beckeringh. Hij bezat tevens de Ennemaborg bij Midwolda (Oldambt), waar hij vermoedelijk meer woonde dan op Klinckema.
Zijn erfgenamen verhuurden in 1814 het buitengoed dat toen negen kamers bevatte, keuken, kelders, stal, koetshuis, tuinmanskamer, met bossen, singels, de tuin bij de borg, de zogenaamde nieuwe tuin, de banken in de kerk en ruim 22 grazen land.
Bij de boedelscheiding van Johan Siccama schijnt zijn dochter Rolina Maria (1773-1826), getrouwd met Bernardus Buma (1770-1838), Klinckema te hebben geërfd, althans zij verhuurde het goed in 1820.
Na haar dood bleef Klinckema voorlopig onverdeeld, totdat Johan Hora Buma het verkreeg.
Deze heeft de oude behuizingen in 1839 laten slopen en een geheel nieuw gebouw gesticht, "welks witte muren, onder het bevallige groen van het hooge lommerrijke bosch, het een fraai anzien geven; zoodat dit landgoed... onder de voornaamste en fraaiste bezittingen van de provincie Groningen mag gerangschikt worden". Aldus Van de Aa in zijn Aardrijkskundig Woordenboek.
Dit nieuwe huis heeft niet lang bestaan. Het bos werd reeds in 1848 en andere jaren gerooid. In 1856 werd de buitenplaats te koop aangeboden, terwijl op 18 januari 1877 15 percelen worden verkocht, afkomstig van het buitenverblijf Klinckema. Vermoedelijk was het huis zelf toen reeds gesloopt.
In de nabijheid en ook aan J. Hora Buma behorende lag Oosterburg, welke herenbehuizing, bevattende zes kamers, grote kelder, provisiekamer en keuken met grote Friese schuur en stalling voor 38 stuks vee en 12 paarden, benevens koepel in 1864 werd verkocht. Meer westelijk lag de boerderij Westerburg.
BRON: De Ommelander borgen en steenhuizen, ISBN 90 232 2314 4
In 1619 wordt er voor het eerst melding gemaakt van de Klinckemaborg. De familie Klinckema (of Clinckema) komt al in 1540 in Zuidhorn voor.
De borg bestond in 1628 uit een binnenzaal, kamer, keuken, kelder, groot achterhuis, grote hof, gracht en poort. In die tijd is Jacob Fransen eigenaar en bewoner van de borg. In 1664 komt hij voor het laatst voor als bewoner van de borg.
In 1814 werd de borg verhuurd, de borg bestond toen uit negen kamers, een keuken, kelders, een stal, een koetshuis en een tuinmanskamer. Het buitengoed had ook bossen, singels, een tuin, banken in de kerk en ruim 22 grazen land.
Johan Hora Buma heeft de borg in 1839 laten slopen en een nieuw huis laten bouwen. Volgens het Aardrijkskundig woordenboek van Van de Aa moet dit een prachtig landgoed geweest zijn. Het nieuwe huis heeft niet lang bestaan. De bossen werden in 1848 gerooid. In 1856 werd de buitenplaats te koop aangeboden, terwijl op 18 januari 1877 15 percelen worden verkocht, afkomstig van het buitenverblijf Klinckema. Vermoedelijk was het huis toen al gesloopt.
Bewoners/eigenaren:
1619

Johan Engelberts
1623-1644

Jacob Fransen
1667

Rembt de Haan
1671

Wyedt (Wiardus) Siccama (1648-1691)
??

Harco Hilarius Siccama (1648-1746), zoon van Wyedt
??

Wiardus Siccama (1713-1797), zoon van Harco, burgemeester van Groningen - hij gebruikte Klinckema als buitenverblijf. In 1795 logeerde de Engelse generaal Catheart op Klinckema, en daar heeft een deputatie uit de stad hem zo ver gekregen dat hij zijn aftocht niet door de stad zou nemen maar door Zuidlaren
1797

Johan Hora Siccama (1738-1812), zoon van Wiardus. Hij bezat ook de Ennemaborg bij Midwolda, waar hij vermoedelijk meer woonde dan op Klinckema
1812

Rolina Maria (1773-1826), gehuwd met Bernardus Buma (1770-1838). Rolina erfde waarschijnlijk Klinckema van haar vader Johan; de borg werd verhuurd
1826

Johan Hora Buma
1839

sloop van de borg
Uit Stads- en Dorpskroniek van Groningen (1800-1900) door J. Vinhuizen:
1820, Sept. 6:
Notaris Abresch te Zuidhorn zal voor den heer grietman Buma te huur precenteeren: Het buitengoed Klinckema met tuin, bosch, twee boerenplaatsen, losse landerijen, huis en appelhof genaamd Jellema
Van de borg is nu niets meer te zien, alleen de straatnamen Klinckemalaan en Klinckemaburen herinneren er nog aan. De borg heeft in de buurt van de Klinckemaburen gestaan.
In zijn boek 'De ommelander borgen en hare bewoners in de 17e en 18e eeuw' uit 1906 beschrijft dhr. J.A. Feith Klinckema als volgt:
KLINCKEMA
Ongeveer 10 minuten ten zuiden van Zuidhorn, ten oosten van den weg van Zuidhorn naar Enumatil.
In 1605 woonde op deze heerd Boelo Clingkema of Klinckema. In 1670 was "de borch Clinckema tot Suidhorn" het eigendom van kapitein Rempt ten Ham en de woonplaats van een meijer, "d'eersame Jacob Fransen." Rembt ten Ham zelf woonde op het naburige Hanckema. Na twee mislukte verkoopingen in 1670 verkocht de kapitein bij eene derde verkooping in 1671 de borg aan Wijrdt Siccama, wiens kleinzoon Wiardus Siccama in 1737 zich in den echt verbond met Anna Catharina Hora. Wiardus Siccama was burgemeester van Groningen en heer op Klinckema, op welk landgoed hij de zomermaanden doorbracht. Hij overleed 31 december 1797. Klinckema vererfde op zijne dochter Rolina Maria Hora Siccama, gehuwd met Bernardus Buma. Hun zoon, Johan Hora Buma, liet in 1839 het oude Klinckema geheel sloopen en daarvoor een nieuw gebouw stichten, waarvan thans nog een brokstuk aanwezig is. Volgens van der Aa moet Klinckema, "welks witte muren, onder het bevallige groen van het hooge, lommerijke bosch, het een fraai aanzien geven", een der "voornaamste en fraaiste bezittingen van de provincie Groningen" zijn geweest. 
407 Klipheerdt, Scheemda, Groningen  6.909971237182617  53.19464430593846  Heerd
Van Wikipedia
Ga naar: navigatie, zoek
Heerd is de benaming voor een boerderij in Groningen.
De heerd wordt eigenlijk de haard, de stookplaats, bedoeld, maar is in de loop van de geschiedenis het pars pro toto van de boerderij (het gebouw) en de bijbehorende landerijen geworden. Alles dus wat bij de heerd hoort.
Veel boerderijen dragen dan ook een heerd (soms: heert) naam.
In de wijk Beijum in de stad Groningen zijn de straten naar (bestaande en afgebroken) heerden genoemd. Enkele namen:
* Herathemaheerd
* Froukemaheerd
* Rensumaheerd
* Wilkemaheerd
* Sijgersmaheerd
Het eerste gedeelte van de naam is vaak de familienaam van de eerste bewoners. Bij nieuwe bewoners werd de naam van de heerd niet gewijzigd. Dit had ook te maken met het feit dat het bewonen van sommige heerden bepaalde rechten gaf, bijv. bij de rechtspraak of in het bestuur van een zijlvest. Een heerd met dergelijke rechten werd een edele heerd genoemd. Niet de familie waarin iemand geboren was was bepalend, maar het eigendom dat men bezat. Later werd dit soort rechten los van de boerderij verkocht.
Van elders:
In zijn hypothese opgezet via de vrouwelijke lijn Annigje Pieters, komt de onderzoeker terecht in de "Doopsgezinde wereld rond Nieuw-Scheemda en Noordbroek". Daar komt hij ene Richt(of:Rigt) Claessen tegen, die landerijen verwierf tussen Noordbroek en Scheemda, aangeduid met KLIPHEERDT of -PLAETSE. De naam Kliphuis lijkt hem daarmee verklaard.
Moeilijk te zeggen waar het precies ligt, maar vermoedelijk ergens waar de pijl wijst 
408 Klontjesbuurt, Vlagtwedde, Groningen  7.048526  52.885583  Te Vlagtwedde ligt de Klontjesbuurt Pott-191.
Ik als geboren Ter Apeler had hier ook van gehoord en wist dat dit een wijk of straat
in Ter Apelkanaal was maar waar precies wist ik niet. Heb dit even nagevraagd.
Klontjesbuurt is inderdaad in Ter Apelkanaal en wel de Kloosterveenweg. Niet de gehele Kloosterveenweg maar een gedeelte en wel vanaf het moment waar vroeger de trein overging tot aan de Nulweg. Vroeger kwamen de mensen uit deze buurt veelvuldig bijelkaar om koffie te drinken, vandaar de naam Klontjesbuurt.
Groet,
Rene 
409 Klooster, Coevorden, Drenthe  6.71689510345459  52.65569106762177  't Klooster is een klein buurtschap in de gemeente Coevorden, gelegen in de nabijheid van Coevorden 
410 Kloosterburen, Groningen  6.39055555555556  53.3861111111111  Kloosterburen is een plaats in de gemeente De Marne, provincie Groningen, Nederland. Vóór 1990 was het tevens de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente. In dat jaar is het met de gemeenten Eenrum, Leens en Ulrum samengevoegd tot de gemeente Ulrum, later De Marne.
De naam verwijst naar de twee kloosters die hier vroeger hebben gestaan, Oldeklooster en Nijenklooster, beiden behorende tot de orde der Premonstratenzers.
Kloosterburen is één van de katholieke enclaves op het Hogeland dat voor de rest gereformeerd of hervormd is. Het is de enige plaats in Groningen met een eigen carnavalsvereniging. De katholieke Sint-Willibrordkerk dateert uit 1868 en werd ontworpen door P.J.H. Cuypers.
Grootgrondbezitters in de plaats waren onder meer de Feddema's, wier boerderij Feddemaheerd ligt aan de Feddemaweg in het gehucht Kleine Huisjes. Deze fraaie oude boerderij is sinds 1981 niet meer in het bezit van de familie. Het woonhuis is van 1765, de schuur van 1977. Het land van deze boerderij behoorde tot 1594 aan het Oldenklooster. Een bekende afstammeling van de familie is de Emmy-winnaar en Aziëkenner Raymond Feddema (1950-2004). 
411 Kloosterveen, Assen, Drenthe  6.497914  52.994407  Dit is een andere kloosterveen dan de moderne buurt die zo gaat heten. Er ligt nu een andere moderne buurt die deel is van Assen en vermoedelijk lagen er op het oude Kloosterveen alleen maar verwaarloosbare hutjes of het verwijst naar de boerderijen en huizen langs de Drentsche Hoofdvaart 
412 Kloosterveen, Smilde, Drenthe  6.457239  52.952538  Dit is een andere Kloosterveen dan die bij Assen. Klik op de oude kaart om te zien waar het nu precies lag, maar ook met Google Earth is te zien dat het tegenwoordig in Smidle zelf ligt.
Het '''Kloosterveen''' van de gemeente Smilde bestond als plaatsnaam tot 1923, toen werd dit deel een wijk van Smilde.
De Kloostervenen liepen van Assen tot aan de Hijkervenen. Om deze venen af te graven werd er rond 1770 de Drentsche Hoofdvaart doorheen getrokken. Op meerdere plaatsen kwam bewoning van de veenarbeiders. In 1812 verkochten de Fransen het gebied aan liefhebbers, waaronder de gemeenten Assen en Smilde, die het later weer aan particulieren doorverkochten. In 1834 kocht Assen een stuk Kloosterveen van Smilde. 
413 Koekange, De Wijk, Drenthe  6.31611111111111  52.6991666666667  Koekange is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente De Wolden, met ongeveer 2250 inwoners (1 januari 2005).
Koekange is een veenkolonie, ontstaan in de middeleeuwen in het Echtenerveen. Oorspronkelijk een streekdorp, heeft het door nieuwbouw na de Tweede Wereldoorlog een echte dorpskern gekregen. Bezienswaardig is de Nederlands Hervormde kerk uit 1834.
Het dorp beschikt over een openbare en een protestants-christelijke basisschool, sportvelden, een supermarkt met postagentschap, en enkele andere winkels en horecagelegenheden.
De omgeving van Koekange bestaat uit een weidelandschap met de kenmerkende strokenverkaveling. Het dorp ligt aan de spoorlijn Meppel-Groningen en had tussen 1870 en 1940 een station, maar is sindsdien aangewezen op de bus. 
414 Kolderveen, Nijeveen, Drenthe  6.15555555555556  52.7233333333333  Kolderveen (250 inwoners op 1 januari 2004) is een kerkdorp in de gemeente Meppel. Zoals de naam al zegt, is het een nederzetting in een oud veenontginningsgebied.
Kolderveen maakte vroeger deel uit van de Dieverderdingspel en van het waterschap Nijeveen-Kolderveen, dat op 7 november 1862 werd opgericht. Dat waterschap ging in 1995 op in het waterschap Wold en Wieden. 
415 Kolham, Slochteren, Groningen  6.743886  53.183330  Kolham (Gronings: Kollem/Kolham), in het Gronings wordt het voorzetsel "op" gebruikt bij Kolham, in plaats van "in") is een dorp in de gemeente Slochteren in de provincie Groningen (Nederland). Het dorp ligt aan de zuidkant van de gemeente, aan de A7. Het dorp had op 1 augustus 2004 1.491 inwoners. Kolham is een streekdorp op een zandrug. Samen met de andere dorpen op deze zandrug, zoals Scharmer, Slochteren, Schildwolde en Hellum vormt een langgerekt half cirkelvormig lint. In het hart van deze cirkel ligt ongeveer het gehucht Woudbloem. Kolham vormt de zuidelijke punt van dit lint.
Geschiedenis
“Colham”, “Koldeham” en “De Ham” zijn oude namen voor het dorp Kolham. Er is nog een oudere naam bekend, namelijk Hemmenis. De naam Hemmenis komt voor in het jaar 1291. De naam Kolham is waarschijnlijk een afkorting van Koldeham, dat “koude woonplaats” betekent. Het dorp lag namelijk onbeschut tegen de regen en wind uit het westen en geheel bloot voor de gure noordenwind, die over de vlakte kwam aanstormen. De eerste bewoners, die zich hier vestigden zijn hoogstwaarschijnlijk van Friese oorsprong. Men sprak hier oorspronkelijk niet van veen, maar van fene, een Fries woord. Ze vonden hier een woeste omgeving. De bodem bevatte een schat aan brandstof. De geestelijkheid heeft dit schijnbaar het eerst ingezien; te Fene, het oudste deel van Kolham was reeds zeer vroeg een kapel voor turfgravers, die brandstof moesten verschaffen aan de naburige kloosters. Men bewerkte daarvoor het hoogveen. Het kerkhof, dat hoger ligt dan de omgeving, is een onafgegraven stuk veen.
Dat Kolham hoog ligt blijkt uit het feit, dat het de enige plaats van de gehele Duurswold is, waar geen watermolens worden aangetroffen. In het dorp Kolham staat een kerk uit het jaar 1641. Deze werd op kosten van de provincie gebouwd. Het bestede bedrag bedroeg f. 5.442,-- (€ 2469,47). De provincie was verplicht tot de bouw van een nieuwe kerk, daar dit reeds beschreven stond in een oorkonde van 1422. Men vindt het wapen van de provincie in de gevel van het kerkje. Naast de kerk staat de oude pastorie, die gedeeltelijk in verval is geraakt. Vóór 1829 was hierin een bierbrouwerij ondergebracht. De zeer grote kelders herinneren er nog aan. Waarschijnlijk is de bierbrouwerij ooit gesticht door het klooster, waartoe de kerk behoorde.
Kolham, in de 19de eeuw nog De Ham genoemd, is sindsdien onherkenbaar veranderd. Er kwam ook veel bos voor. Het grootste bos was het “Kolhamster bos”, dat zich uitstrekte van Hoogezand tot aan de weg door Kolham. Het behoorde bij de veenborg Vredenburg in Hoogezand. Alleen de naam is er nog van over. Ook in Kolham stond een borg. In 1679 werd deze borg, ook wel de “Roopoorte” geheten, met zijn eigendommen, gerechtigheden en landerijen, ten noorden van de trekweg gelegen, gerechtelijk verkocht.
Molen
Het dorp bezit een fraaie stellingkorenmolen, genaamd “Enterprise”. Deze is herbouwd in 1906, na het afbranden van een bovenkruier uit 1880 (een van de voormalige walmolens van de stad Groningen). De molen is een achtkantige bovenkruier met stelling, hout op tussenstenen, onderstuk en houten kap. Het nieuwe achtkant is afkomstig van de vroegere watermolen op de grote Harksteder polder. Op 19 juni 2000 werd de korenmolen helaas volledig in de as gelegd. Alleen het achtkantige stenen onderstuk staat er nog. Herbouw hiervan gaat zeker door. 
416 Kolhol, 't Zandt, Groningen  6.775275  53.397260  Kolhol is een gehucht in de gemeente Loppersum in de provincie Groningen in Nederland. Het gehucht ligt ten oosten van Zijldijk. Het gehucht ligt aan een oude zeedijk die in 1444 werd aangelegd. 
417 Kommerzijl, Oldehove, Groningen  6.32361111111111  53.2869444444444  Kommerzijl is een dorp in de gemeente Zuidhorn in de provincie Groningen (Nederland). Het dorp ligt aan de Kommerzijlsterriet. Kommerzijl had 576 inwoners in 2005.
Kommerzijl is ontstaan in de zestiende eeuw. Maar reeds in de tachtigjarige oorlog was er een fort van de Spanjaarden achter de huidige Oosterwaarddijk. De zijl (=sluis) waarna het dorp is genoemd werd in 1570 gebouwd in de toen nieuw aangelegde zeedijk. Oorspronkelijk heette de sluis Opslachterzijl. Opslachter duidt op Upslachte wat op de dijk betekent. Klaarblijkelijk koste het veel moeite (kommer) om de sluis te bouwen, want de sluis werd al spoedig Kommerzijl genoemd.
De sluis, en het dorp, lagen tot in de achttiende eeuw aan de Lauwerszee. Pas toen werd de laatste polder, Ruigezand, ingedijkt. Nadat de zee getemd was, werd de polder een zoutwinningsgebied, toen Wigbold van Ewsum er zijn mensen op af stuurde. Naar deze man is ook een straat in het dorp vernoemd, de Wigbold van Ewsumstraat.
Het dorp lag tot 1990 in twee verschillende gemeentes. De Kommerzijlsterriet was de grens tussen de voormalige gemeente Oldehove en de voormalige gemeente Grijpskerk. 
418 Kopstukken, Onstwedde, Groningen  7.06277777777778  52.955  Kopstukken is een dorp in de gemeente Stadskanaal in de provincie Groningen (Nederland). Het is een langgerekt streekdorp in het uiterste oosten van de gemeente. De naam Kopstukken verwijst naar de de 'kop' van het Mussel-Aa-kanaal. Stukken land aan de kop van het kanaal.
Het dorp is ontstaan in de negentiende eeuw. Het veengebied werd hier toen in ontginning gebracht wat veel nieuwe bewoners aantrok. In Kopstukken vestigden zich met name uit Duitsland afkomstige arbeiders. Deze brachten hun eigen geloof mee, zodat Kopstukken nog steeds een katholieke enclave is. Het dorp met nog geen 150 inwoners heeft een eigen RK kerk uit 1962, gewijd aan Onze Lieve Vrouwe van Lourdes. 
419 Korengarst, Noordbroek, Groningen  6.878986358642578  53.21695522569162  Korengarst is een streek in de gemeente Menterwolde in de provincie Groningen. Het ligt ten noorden van Noordbroek, parallel aan de N33.
Korengarst ligt op het uiteinde van de zandrug waarop ook Noordbroek en Zuidbroek liggen. Garst betekent zandgrond. Deze zandrug vormde de begrenzing van de grootste uitbreiding die de Dollard in de middeleeuwen bereikte. 
420 Kornhorn, Grootegast, Groningen  6.244654655456543  53.18186427510728  Kornhorn is een dorp in de gemeente Grootegast, gelegen in de provincie Groningen in Nederland. In Kornhorn wonen 694 inwoners (2005).
Geschiedenis
Het dorp Kornhorn werd vroeger altijd bij de plaats Doezum gerekend. In die tijd werd het Curringehorne genoemd.
Pas in 1930, 1 januari, werd het dorp als zelfstandig beschouwd en hoefde het niet langer als het gehucht onder de jurisprudentie van Doezum door het leven. Momenteel is Kornhorn groter dan Doezum.
Voorzieningen
Kornhorn staat vooral bekend om zijn mooie natuurlandschappen. De zogenoemde 'Hooikiep' trekt in de vakanties veel bekijks. Van het natuurgebied daaromheen wordt veel gebruikgemaakt. De school, 'Maranatha', neemt het gebied zelfs in gebruik als leslokaal. Daar worden lessen biologie afgenomen. Dit alles heeft tot gevolg gehad, dat de school tot één van de 'groenste scholen' van Nederland gerekend wordt.
Cultuur
De inwoners van Kornhorn spreken vele talen, zo zijn er zielen die 'Westerkwartiers' (dé streektaal) praten, Fries spreken, bij het Nederlands de -en inslikken, of gewoon Standaardnederlands praten. In de weekenden kan men terecht in het 'Hornhuus'.
Tijdens de feestweek is er in Kornhorn de welbekende Solexrace, deze wordt traditioneel gehouden op de zaterdag. Verder is er in die week het 'politie wielergala', waar polities uit verschillende landen het tegen elkaar opnemen om de 'Kor Dijkstra-bokaal' en een gala-avond. De doorsnee Kornhorner is nuchter, recht-voor-z'n-raap en meelevend. Het dorp herbergt drie kerken. 
421 Korte Akkers, Veendam, Groningen  6.90464973449707  53.12421943202344  Korte Akkers is een buurtschap en streekje in de gemeente Veendam in de provincie Groningen (Nederland). Het streekje ligt ten oosten van Veendam net over het A.G. Wildervanckkanaal. Het loopt door tot de gemeentegrens met Menterwolde en gaat dan over in Boven Veensloot.
De naam Korte Akkers zou afkomstig zijn van oude kaarten. Op die kaarten waren de akkers hier opvallend kleiner dan in de streek gebruikelijk is. Die korte percelen zijn overigens nog steeds te herkennen op de topografische kaart. 
422 Kostverloren, Finsterwolde, Groningen  7.161691188812256  53.213885593164555  Kostverloren is een buurtje in de gemeente Oldambt. Het ligt aan de weg van Finsterwolde naar Drieborg.
De naam Kostverloren komt op meerdere plaatsen in de provincie Groningen voor, trouwens ook daarbuiten. De verklaring voor de naam is bij ieder Kostverloren weer een andere, en vaak zijn er meerdere verklaringen. Voor Kostverloren in Oldambt is de ene verklaring dat het verwijst naar slechte grond, waarop de kost verloren gaat, dit in tegenstelling bijvoorbeeld tot een naam als Goldhoorn.
De andere verklaring gaat terug tot 1701. Na het gereedkomen van de zeedijk waaraan het buurtje ligt werd het land aangekocht om er een afwatering te graven. Die bleek echter toch niet nodig te zijn omdat de afwatering via de Oude Geut nog voldoende bleek. Later bleek er toch een nieuwe afwatering nodig te zijn, maar die kwam ergens anders te liggen. De eerste aankoop was 'kost verloren'. 
423 Kostverloren, Hoogkerk, Groningen  6.550445  53.212426  Kostverloren is een klein wijkje in de stad Groningen. De wijk is ontstaan langs de spoorlijn Groningen - Delfzijl. In het verleden lag hier ook een station. Het gebied hoorde toen nog bij de voormalige gemeente Hoogkerk. Het was min of meer een dorpje, los van Groningen.
In 1912 werd het bij de gemeente Groningen gevoegd. De wijk werd in de jaren daarna uitgebreid tot aan het Hoendiep. In eerste instantie noemde de gemeente de nieuwe aanwinst West-end, maar die naam is nooit ingeburgerd geraakt. Het huidige Kostverloren wordt begrensd door de spoorlijn, het Hoendiep en de Friesestraatweg. 
424 Kostvlies, Gasselte, Drenthe  6.79888888888889  52.9858333333333  Kostvlies is een kleine woonplaats in de gemeente Aa en Hunze, in de Nederlandse provincie Drenthe. De woonplaats heeft 130 inwoners (2005).
Het buurtschap ligt tussen de plaatsen Gasselte en Gieten. Het middelpunt vormt de gelijknamige laan 'Kostvlies'.
Landschap
Kostvlies bevindt zich in het Drentse Oostermoergebied. Deze naam komt van de oude moerige gronden, gronden met een hoog percentage veen of organisch materiaal in de bovenlaag. 
425 Koudehoek, Bellingwolde, Groningen  7.145190238952637  53.14762229066686  Koudehoek is een gehucht in de gemeente Bellingwedde in de provincie Groningen.
Het ligt direct ten noorden van de vesting Oudeschans, aan de weg naar Klein Ulsda. Het gehucht ligt in het kleigedeelte van de gemeente, en kent alleen enkele boerderijen.
De dichter Willem Jan van Wijk heeft er een poos gewoond, het landschap rond Koudehoek is in een aantal van zijn gedichten vastgelegd. 
426 Krakeel, Hoogeveen, Drenthe  6.525804  52.718620  Krakeel was vroeger een gehucht nabij Hoogeveen, maar maakt nu deel uit van de plaats. 
427 Kraloo, Ruinen, Drenthe  6.432425  52.784492  Cralo, gehucht in de gemeente en ten N. O. van Ruinen. de tegenwoordige naam Kraloo
Kraloo is een buurtschap in de gemeente De Wolden, provincie Drenthe (Nederland). Kraloo ligt aan de rand van het Dwingelderveld. In de buurtschap bevindt zich een schaapskudde die bijdraagt aan het beheer van de heide. Het buurtschap is een beschermd dorpsgezicht.
De dichtstbijzijnde plaats is Eursinge op zo'n kilometer ten zuidoosten van Kraloo.
Zie ook de oude kaart 
428 Krewerd, Bierum, Groningen  6.84888888888889  53.3538888888889  Krewerd (Gronings:Kraiwerd) is een klein wierde dorp in de gemeente Delfzijl, in het noorden van de provincie Groningen in Nederland. Het dorp ligt iets ten zuid-westen van Holwierde. De naam werd vroeger ook geschreven als Creawerth, en betekent Kraaienwierde. Krewerd en omgeving heeft ongeveer 100 inwoners.
Kerk
Het dorp heeft een prachtig oud kerkje. De bouw van dat kerkje hangt samen met een borg die bij Krewerd stond. Volgens de overlevering zou de vrouw van deze borg, de Steenhuizerborg, een belofte hebben gedaan toen haar zoon Menco ernstig ziek was. Haar echtgenoot was al overleden, zij beloofde dat als haar zoon zou herstellen zij een kerk zou bouwen. Na het herstel van haar zoon kwam zij haar belofte niet na, maar toen haar zoon later kinderloos was gestorven liet ze alsnog de kerk bouwen.
Het kerkje dat zij liet bouwen verkeert grotendeels nog in originele staat. Het oudste deel stamt uit 1280. Het kerkje bezit het oudste kerkorgel, uit 1531, in Nederland dat nog bespeeld wordt. Het is tegenwoordig eigendom van de Stichting Oude Groninger Kerken. 
429 Kroddeburen, Ten Boer, Groningen  6.724352  53.302793  Kroddeburen is de naam van een heel oud buurtschap aan de Stadsweg bij Ten Post. 'Krödde' of 'crödde' is de naam van een onkruid dat vroeger in het gebied veel voorkwam. Het buurtschap is zo oud dat nota bene Ten Post in oude geschriften wel omschreven wordt als 'een gehucht tussen Kroddeburen en Wittewierum'. Tegenwoordig staan er ongeveer dertig huizen in Kroddeburen en er wonen zo'n tachtig mensen. Kroddeburen maakt deel uit van Ten Post, maar het is door de N360 van het grotere 'hoofddorp' gescheiden. Wellicht vormt Kroddeburen juist door deze onnatuurlijke scheiding een heel hechte gemeenschap met een eigen identiteit. Overigens hebben Kroddeburen en Ten Post nooit aan elkaar vastgezeten, hoewel er nog geen kilometer afstand tussen zit.
Stukje geschiedenis
Het gehucht Kroddeburen (of Kröddebuur'n of Kröddeboern in het Gronings) kent drie straten: de Kromme Elleboog, de Eestumerweg en de beroemde Stadsweg. Tussen Kroddeburen en Winneweer ligt het laatste stukje van de oorspronkelijke Stadsweg in de hele provincie: onverhard en slingerend door het land. De ligging van Kroddeburen aan die Stadsweg is van belang, omdat dat in vroeger tijden simpelweg de enige echte weg was. Zo weten we van het bestaan van een boerderij bij het zogenaamde 'Pierewietshoukje', waar reizigers die van Appingedam naar de stad gingen, konden overnachten. In een tijd dat alles te voet of te paard ging, duurde zo'n tochtje dus meer dan een dag! Van de boerderij rest alleen nog een foto. Kroddeburen vormde de grens tussen de oude waterschappen Hunsingo en Fivelingo, genoemd naar de (nagenoeg) verdwenen riviertjes Hunze en Fivel.
De bewoners van Kroddeburen waren echte keuterboertjes. Breed hadden ze het niet. De meeste konden niet leven van de opbrengst van hun land en daarom werkten ze bij grotere boeren in de buurt. Er heeft in de directe omgeving een aantal borgen gestaan, die al tijden geleden afgebroken zijn. Behalve boer waren de inwoners van Kroddeburen vaak ook nog ambachtsman. Er waren onder andere een kruidenier, een schoenmaker en een kuiper, zodat er toch enkele belangrijke voorzieningen waren.
In 1999 werden er bij een verbouwing in een kruipruimte menselijke skeletten gevonden. Opmerkelijk detail: de hoofden ontbraken. Uit onderzoek bleken ze tussen de 350 en 500 jaar oud. Waarschijnlijk zijn het slachtoffers van de 'kaak'. Een kaak, of schandpaal, werd gebruikt om misdadigers 'aan de kaak te stellen' of wel terecht te stellen. De kaak is in 1769 verwijderd.
Eigen burgemeester
Kroddeburen heeft waarachtig z'n eigen burgemeester. Althans, zo wordt Wiebrand Wiersema liefkozend genoemd. Wiebrand: “Haha, ja, die naam hebben ze me in 1987 gegeven. Ik woon hier sinds '59 en ik vond, samen met een paar andere mensen, dat de naam Kroddeburen niet in de vergetelheid mocht raken. De gemeente heeft toen witte naambordjes gehangen onder het officiële plaatsnaambord van Ten Post. Op een bijeenkomst op Koninginnedag van dat jaar hebben de bewoners mij
ambtsketen van paperclips omgehangen. Sindsdien ben ik dus de burgemeester hier.” 
430 Kroonpolder, Beerta, Groningen  7.194343  53.214859  De kroonpolder, ingedijkt in 1696, ten noordoosten van het dorp 
431 Kropswolde, Hoogezand, Groningen  6.723541  53.147776  Kropswolde is een veenkoloniaal dorp in de gemeente Hoogezand-Sappemeer in de provincie Groningen in Nederland.
De plaatsnaam wordt voor het eerst met zekerheid genoemd in een oorkonde uit het jaar 1249. Het vrouwenklooster van Essen of Yesse, gelegen in de nabijheid van het dorp Haren had veel landerijen in de omgeving. Het klooster had op eigen kosten uit het moeras ten oosten van het Zuidlaardermeer lange kavels grond ontgonnen. Met ingezetenen van Crepeswolde ontstond er een geschil over drie van deze kavels. Over dit geschil is er in het rijksarchief van Groningen een kopie te vinden gedateerd 18 oktober 1249.
Eerdere vermelding:
* in de annalen van Tacitus (Lib.IV.73) wordt een villa genaamd Cruptoricis vermeld die in Noord-Nederland gevonden kan worden (ontleend aan de giftbrief van Hendrik III aan de Sint Maartenkerk Utrecht 1040 en beschreven door Prof. Ypey en Mr.Feith in hun boek Oudheden van het Gorecht en Groningen)
* geschiedschrijver Benninga heeft het over een landhoeve toebehorend aan ene Cruptorix
In de 14e eeuw behoorde Kropswolde samen met Foxhol tot de Vrijheid van Groningen .
In de 15e eeuw was het een kolonie van turfgravers uit de stad Groningen. Turf werd naar de stad vervoerd over de Hunze. De vaart op de Hunze werd beheerst door het Schuitenschuiversgilde; in 1403 opgericht met als doel turf uit het gebied rondom Kropswolde te vervoeren. Buiten het Schuitenschuiversgilde om mochten alleen inwoners van Kropswolde, Wolfsbarge en Westerbroek turf vervoeren, mits hun schepen minder capaciteit hadden dan die van het gilde.
Tot in de 20e eeuw was er voldoende restveen om tot turf te verwerken. Na de vervening werden de dalgrond vooral voor akkerbouw gebruikt.
In 1798 ten tijde van de Bataafse Republiek werd Kropswolde als kerspel ingedeeld samen met Lula en Kiel-Windeweer. 
432 Kruisweg, Kloosterburen, Groningen  6.372863  53.387661  Het dorp ontstond in de negentiende eeuw als woonplaats voor arbeiders die in de nieuwe polders gingen werken. Het werd oorspronkelijk Uilennest genoemd, naar een van de grote boerderijen in de omgeving. Nest heeft in het Gronings echter een vrij negatieve betekenis. Mede daarom koos de gemeenteraad van de voormalige gemeente Kloosterburen in 1923 voor de huidige naam. De naam verwijst naar de oorspronkelijke betekenis van het woord kruisweg, namelijk kruispunt, omdat het is ontstaan op een kruispunt van wegen, namelijk waar de weg van Kloosterburen naar Hornhuizen de weg van Leens naar de kust kruist. 
433 Kuzemerbalk, Oldekerk, Groningen  6.310615539550781  53.21451521342956  Kuzemerbalk is een gehucht in de gemeente Grootegast, in het Westerkwartier van de provincie Groningen in Nederland. Het ligt even ten zuiden van Sebaldeburen. Tot 1990 lag Kuzemerbalk in de voormalige gemeente Oldekerk
De naam verwijst enerzijds naar het klooster van Kuzemer, en anderzijds naar een balk (een smalle brug) over het water. Waar nu het Wolddiep loopt, stroomde vroeger een smaller watertje. Over dat water lag een houten balk, een smalle loopbrug. Via deze balk konden de kloosterlingen naar Joure, waar het klooster landerijen bezat.
De oude balk bestaat niet meer. Waarschijnlijk lag deze even ten noorden van de huidige voetbrug over het Wolddiep. 
434 Laaghalen, Beilen, Drenthe  6.530589  52.922037  Geschiedenis
Tot de achttiende eeuw wordt er nog geen onderscheid gemaakt tussen Hooghalen en Laaghalen. Laaghalen is waarschijnlijk een middeleeuwse afsplitsing van Hooghalen. Beide dorpen maakten onderdeel uit van de boermarke van Haelen. Pas in 1864 is de marke in tweeën gesplitst, hoewel de dorpen toen al zelfstandig functioneerden. In 1870 kreeg Hooghalen een station aan de nieuw aangelegde spoorlijn Meppel-Groningen. In 1938 werd het vanwege te weinig klandizie gesloten. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde Hooghalen langzaam van een agrarisch dorp in een forensendorp en kregen veel boerderijen een woonfunctie, een ontwikkeling die overal in Drenthe plaatsvond.
Tot 1 januari 1998 maakte Hooghalen deel uit van de gemeente Beilen. Op dit moment ligt het dorp, door fusering met de gemeente Westerbork en de gemeente Smilde, in de gemeente Midden-Drenthe. 
435 Laaghalerveen, Beilen, Drenthe  6.510451  52.938484  Laaghalen heeft op dit moment 100 inwoners 
436 Laaghalerveld, Beilen, Drenthe  6.519097  52.934233  Laaghalen is een esdorp in de gemeente Midden-Drenthe (tot 1998 Beilen, tot 2000 Middenveld) tussen Assen (noorden) en Beilen (zuiden). Van Hooghalen (oosten) gescheiden door de diep aangelegde rijksweg A28 (Groningen-Utrecht); tussen beide plaatsen liggen verder het bos 't Witte Zand en een sportpark. Ten westen van het dorp ligt de Laaghaleresch; verder westwaarts liggen het Laaghalerveld (bouwland en weiland) en het Laaghalerveen (woeste grond), lopen verder noordwaarts uit met woeste grond (bos en hei) resp. bouw- en weiland. Ten noorden van de plaats liggen het wegdorp Laaghalerveen en het weidecomplex Laaghalergroenland.
Laaghalen vormde eeuwenlang met Hooghalen een eenheid, hetgeen tot uitdrukking komt in oudere benamingen in bronnen: in Halen (1217), Halen (1334). De betekenis is: hoek, afgelegen nederzetting, afgeleid van healh = hoek, afgelegen oord, schuilplaats, vermoedelijk ook van hael = verborgen, heimelijk. In 1851-55 laag Halen, in 1865 Laaghalen. 
437 Lageland, Slochteren, Groningen  6.712028  53.235714  Lageland is een buurtje in de gemeente Slochteren in de provincie Groningen (Nederland). Lageland is gelegen ten noorden van Harkstede aan het Slochterdiep. Ter plaatse ligt er een brug over het Slochterdiep, waarbij het café de IJzeren Klap ligt. Daarnaast ligt een ijsbaan die enige bekendheid heeft.
Lageland ligt in het gebied waar de nieuwe wijk Meerstad zal verrijzen. Het buurtje zal dan aan de noordkant van het nieuwe meer komen te liggen. Direct bij Lageland zullen naar verwachting ongeveer 400 nieuwe woningen gebouwd worden.
De naam Lageland verwijst naar de lage ligging. In het verleden was dit de aanduiding voor een veel groter gebied, in tegenstelling tot het Hogeland 
438 Lagemeeden, Aduard, Groningen  6.462578773498535  53.218987820903386  Lagemeeden is een streekje in de gemeente Zuidhorn in de provincie Groningen (Nederland). Oorspronkelijk is het een kerkdorp geweest, het vormde samen met Hoogemeeden een kerspel. Het is niet eenvoudig te bereiken. Vanuit Den Horn loopt een smal, doodlopend weggetje naar het streekje.
Het dorp werd gesticht door de monniken van het Cisterciënzerklooster uit Aduard. Die monniken zouden ook het kerkje hebben gebouwd. Volgens de kroniek van het klooster beschikte het kerkje in de vijftiende eeuw zelfs over een relikwie, een gedeelte van de arm van de heilige Margaretha.
Het kerkje is in 1862 afgebroken. De afbraak hing waaarschijnlijk samen met het gegeven dat het kerkje voor de gemeente niet erg centraal lag. In Den Horn werd daarom een nieuwe kerk gebouwd. Het oude kerkhof is bewaard gebleven. Het ligt nu verlaten, midden tussen de landerijen. Het wordt overigens nog steeds gebruikt.♦ 
439 Lageveen, Zuidwolde, Drenthe  6.401252746582031  52.68613989342377  Lageveen is gelegen aan de A28 Utrecht-Groningen tussen afrit 24 en 25 nabij Zuidwolde.
Lageveen is de naam van een buurtschap in de buurt van deze verzorgingsplaats net ten noorden van Veeningen, gemeente De Wolden.
De parkeerplaats is voorzien van een spiegelafstelplaats 
440 Lageveld, Havelte, Drenthe  6.191139221191406  52.762735925027385  Een buurtschap bij Havelte, Het zal ongeveer hier liggen 
441 Lalleweer, Termunten, Groningen  7.006652  53.290457  Lalleweer is een kleine buurtschap in de gemeente Delfzijl. Tot en met 1989 hoorde het bij de gemeente Termunten.
Het ligt op ruim een kilometer van de Eems.
In 2006 bedroeg het inwonersaantal 19, en het aantal huizen (in 2006) 6. 
442 Langelo, Norg, Drenthe  6.4448  53.0934  Langelo is een dorp in de gemeente Noordenveld, provincie Drenthe (Nederland).
Het is een van de kleinste brinkdorpen van Drenthe.
Het dorp wordt doorsneden door de drukke weg van Norg naar Roden.
Vlak bij het dorp is een ondergrondse opslagplaats voor aardgas aangelegd. 
443 Langerijp, Appingedam, Groningen  6.858047962123237  53.3302194450215  Langerijp is een buurtschap in het noorden van de Nederlandse provincie Groningen. Het ligt deels in de gemeente Appingedam en deels in de gemeente Delfzijl. De buurtschap ligt aan de oostzijde van de Grote Heekt.
Oorspronkelijk hoorde Langerijp in zijn geheel tot het kerspel Holwierde. Het grootste deel werd later gevoegd bij het nieuwe kerspel Marsum, en werd bij het invoeren van de gemeenten in Nederland deel van de gemeente Appingedam. Slechts een huiswierde met een boerderij, ongeveer halverwege Appingedam en Holwierde bleef bij Holwierde, en werd in 1811 deel van de toenmalige gemeente Bierum. Sinds de gemeentelijke herindeling van 1991 hoort dit deel bij Delfzijl. 
444 Langeweer, Zuidhorn, Groningen  6.455833  53.241111  Langeweer is een buurtschap in de gemeente Zuidhorn in de provincie Groningen. De buurt bestaat uit een aantal boerderijen langs de Langeweersterweg, die van Aduard naar Den Horn loopt. Een van deze boerderijen staat op een wierde.
Geschiedenis
De naam verwijst naar een voorwerk dat zich bevond op een hier gelegen wierde, die momenteel op 2,18 meter boven NAP ligt. Deze wierde was reeds voor de middeleeuwen behuisd. In de 13e eeuw werd de Langeweerster polder ingedijkt waarna het voorwerk Langeweer van het klooster van Aduard verrees, waarbij tussen 1329 en 1350 ook een kapel werd gebouwd door abt Fredericus Gayckinga, die ook onder andere de kapel van Lagemeeden en het klooster Klein-Aduard (Sint-Annen) stichtte en afkomstig was van de Gaykingaheerd van Wierum (eigenlijk bij Gaaikemadijk). Langeweer werd in die tijd nog geschreven als Longawert, waarvan de betekenis onzeker is; het zou "lange wierde" kunnen betekenen, maar zou ook kunnen verwijzen naar het water De Weer, die ten zuiden van de Weersterweg (ten zuidwesten van Hoogemeeden) loopt.
Bij de wierde lagen enkele tichelwerken. In 1514 werden de drie huizen die er toen stonden verwoest door een legermacht van 300 man onder leiding van graaf Edzard. Een deel van de gracht van het voorwerk aan zuidzijde resteert nog in de vorm van een greppel. Later werd de wierde ingedeeld bij het kerspel Hooge- en Lagemeeden, waarvan de kerk in de 19e eeuw werd verplaatst naar Den Horn. De wierde is in het verleden deels afgegraven aan noordzijde. Ook het zuidwestelijke deel is deels afgegraven. 
445 Laskwerd, Appingedam, Groningen  6.847140  53.291737  Laskwerd is onderdeel van de gemeente Appingedam, in het noord-oosten van de provincie Groningen in Nederland. Laskwerd ligt ten zuiden van de hoofdplaats Appingedam en bestaat uit slechts enkele boerderijen. Tevens is er een bushalte met dezelfde naam. Even ten zuiden van de gemeente Appingedam is er nog een weg met de naam Laskwerderweg.
In de gehuchten Laskwerd en Garreweer tezamen wonen 95 mensen (op 1 januari 2006). 
446 Laude, Vlagtwedde, Groningen  7.127966  52.928339  Laude is een gehucht in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen (Nederland). Het ligt aan de N366 tussen Sellingen en Ter Apel, iets ten zuiden van Ter Borg.
Laude was oorspronkelijk een van de drie markes van het kerspel Sellingen. De marke van Laude werd in 1865 ontbonden en de gemeenschappelijk gronden werden verdeeld onder de deelnemende boeren.
Het gehucht wordt gedomineerd door de voormalige melkfabriek. In 1961 werd hier voor het eerst kaas een kunststof mal gebruikt voor de kaasbereiding. De productie van kaas is al jaren geleden gestopt, de productie van de kunststof mallen bleek wel lucratief, maar is inmiddels verplaatst naar Ter Apel. Plannen om de fabriek weer in gebruik te nemen voor de verwerking van geitenmelk bleken niet haalbaar.
Even ten noorden van het gehucht ligt het natuurkampeerterrein De Slangenborg. De oorsrpong van dit terrein gaat terug tot 1943, toen er een kamp gebouwd voor de Nederlandse Arbeidsdienst. Na de oorlog zijn de barakken gesloopt, de plaatsen waar deze gestaan hebben zijn met enige moeite nog te herkennen. 
447 Lauderbeetse, Vlagtwedde, Groningen  7.087726593017578  52.92202459888339  Lauderbeetse is een gehucht in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen. Het gehucht ligt langs de weg van Ter Wisch naar Sellingerbeetse en Jipsingboertange. (Coordinaten volgens wikipedia) 
448 Laudermarke, Vlagtwedde, Groningen  7.115964889526367  52.89114365884478  Laudermarke is een gehucht in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen (Nederland). Het ligt in het zuiden van de gemeente, ten oosten van het Ruiten-Aa-kanaal, vlak bij de Duitse grens.
De naam van het gehucht suggereert dat het gesticht is op de markegronden van de buurtschap Laude. In werkelijkheid is het echter ontstaan door de vestiging van arme Duitsers die zich hier in het begin van de negentiende eeuw op de woeste gronden gingen vestigen. Hun katholieke achtergrond blijkt nog uit een kapelletje aan de Veenweg.
In de omgeving van Laudermarke heeft de bekende Groningse archeoloog A.E. van Giffen in de jaren dertig van de twintigste eeuw opgravingen gedaan waarbij een urmenveld uit de ijzertijd werd gevonden. Bij die opgravingen werden tientallen arbeiders ingeschakeld in het kader van de werkverschaffing. 
449 Lauderzwarteveen, Vlagtwedde, Groningen  7.123646  52.906629  Lauderzwarteveen (soms ook gespeld als Lauderzwarteveer) is een gehucht in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen. Het ligt ten westen van Laude.
Het gehucht bestaat uit een aantal huisjes langs de doorgaande weg, vlak bij de Ruiten-Aa en een aantal huisjes die kriskras door het land verspreid staan een stuk van de weg af. 
450 Lauwerzijl, Oldehove, Groningen  6.297013521325425  53.31129261526714  Lauwerzijl (Gronings: Lauwersziel) is een dorp in de gemeente Zuidhorn in de Nederlandse provincie Groningen. Het dorp telt 224 inwoners (1 januari 2008). Langs dit dorp stroomt een verbindingskanaal, genaamd het Munnekezijlsterried. Dit water mondt bij de zogenaamde Friese sluis ten zuidwesten van Zoutkamp uit in het Lauwersmeer, waar ze uitmond in de Zoutkamperril. Daar vloeit het water van de rivier de Lauwers samen met dat van het Reitdiep. De naam Lauwerzijl duidt erop dat het dorp in de buurt van een sluis in de Lauwers is ontstaan.
Geschiedenis
In 1877 werd er het gebied van de toenmalige gemeente Oldehove vergroot door inpoldering. Deze polder kreeg de naam Nieuwe Ruigezandsterpolder. De stad Groningen exploiteerde in deze polder 7 boerderijen.
Vijf van deze boerderijen liggen aan de stadsweg, dezelfde weg waaraan Lauwerzijl is ontstaan. In 1879 werd het eerste huis gebouwd vlak naast de sluis. Dit huis was tevens winkel, café en doorrit met bijgebouwen.
Omdat op de stadsboerderijen veel vraag was naar landarbeiders stelde de stad Groningen goedkope grond ter beschikking om woningbouw te stimuleren. Met de komst van arbeidersgezinnen groeide ook de vraag naar een school. Deze school kwam er uiteindelijk in 1922.
In 1929 werd het dorp bezocht door koningin Wilhelmina. Er werd ook aan landaanwinning gedaan in wat nu het Lauwersmeer heet, toen nog Lauwerszee. Dit gebied ligt 1,5 kilometer ten noorden van Lauwerzijl. De trap die getimmerd werd om de klim naar de top van de dijk te vergemakkelijken is er nog steeds en draagt de naam Koninginnetrap.
Door de jaren heen is het dorp niet veel gegroeid. De school is inmiddels gesloten. Er is een vereniging dorpsbelangen die contacten onderhoud met gemeente, provincie en andere instanties die de leefbaarheid in het dorp aangaan.
In 2003 is het laatste bestemmingsplan voltooid. Dit plan bevatte een herinrichting van het dorp en een rondweg er omheen om de leefbaarheid in het dorp te verbeteren. De drukke stadsweg is nu veranderd in een rustige dorpsweg. Tijdens de ontwikkeling van de plannen ontstond het idee om fruitbomen door het dorp te plaatsen. Dit idee is verder uitgewerkt door de vereniging dorpsbelangen Lauwerzijl, Landschapsbeheer Groningen en de gemeente Zuidhorn. In het dorp staan nu 80 fruitbomen en 40 fruitbomen op eigen erf van inwoners. Er werden ruim 30 verschillende appel-, peren- en kersenbomen en walnoten geplant.
Lauwerzijl is een klein dorp met een zeer actieve gemeenschap. Zo is er de Vereniging Dorpsbelangen en Stichting de Vrijwilliger die vele activiteiten organiseren. In 2007 werd het dorp door SBS 6 genomineerd voor de actie het mooiste gat van Nederland. 
451 Leegkerk, Hoogkerk, Groningen  6.490011  53.230200  Leegkerk is een klein dorpje in de gemeente Groningen in de provincie Groningen in Nederland.
De naam betekent laag gelegen kerk, dit als onderscheid met de zuiderlijke hoog gelegen kerk van Hoogkerk.
De kerk zelf is een 15e eeuwse kerk, die echter gebouwd is op de fundamenten van een kerk uit de 13e eeuw, die in 1501 is platgebrand, tegelijk met het toenmalige dorp, door Hugo van Leising. 
452 Leek, Groningen  6.38333333333333  53.15  Leek (18.985 inwoners per 1 juli 2006, bron: CBS) is een gemeente in Noord-Nederland, in het Westerkwartier van de provincie Groningen. De gemeente beslaat een oppervlakte van 64 km², waarvan 0,63 km² water.
Indeling
De gemeente Leek omvat naast het dorp Leek de volgende plaatsen: Diepswal, Enumatil, Lettelbert, Midwolde, Oostwold, Tolbert en Zevenhuizen. Tot de gemeentelijke herindeling in 1990 hoorde ook een deel van Boerakker bij Leek, nu hoort dat bij de gemeente Marum.
Aan de zuidkant van Leek is op dit moment de wijk Oostindie in aanbouw. Ten noorden van de autosnelweg A7 is begonnen aan de aanleg van het bedrijvenpark Leeksterveld.
Het dorp is ontstaan bij de schans die hier in de Tachtigjarige Oorlog werd aangelegd.
De naam is ontleend aan de beek de Lek (of Leke). De plaats wordt soms ook nog wel De Leek genoemd. De inwoners van Leek zijn Leeksters.
Elk jaar op pinkstermaandag is er de Pinkstermarkt met kermis die al op vrijdag begint. Deze markt trekt vele duizenden bezoekers uit de verre omgeving. 
453 Leemdobben, Vlagtwedde, Groningen  7.150644779467257  52.95322352504809  Leemdobben is een gehucht in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen. Het gehucht ligt direct ten noorden van Sellingen aan de N976, de weg van Ter Apel naar Winschoten.
De naam Leemdobben verwijst naar een dobbe ( is een drinkkuil) in het leem. De zelfde naam komt ook voor als benaming voor een streek ten noorden van Wollinghuizen. 
454 Leens, Groningen  6.37805555555556  53.3591666666667  Leens is een plaats in de gemeente De Marne in de provincie Groningen, Nederland.
Voor 1990 was Leens een zelfstandige gemeente, dat in dat jaar werd samengevoegd met de gemeenten Ulrum, Eenrum en Kloosterburen tot de gemeente Ulrum. In 1992 wijzigde men de naam in die van de streek, "De Marne".
Het dorp heeft een kruiskerk waarvan het oudste deel, het schip, dateert van rond 1100. Het dwarsschip en het koor dateren uit het begin van de dertiende eeuw. De oorspronkelijke toren is in 1863 vervangen, waarbij een deel van de tufstenen fundering bewaard is gebleven.
Bij Leens bevindt zich de borg Verhildersum met in de tuinen beelden van Eddy Roos. 
455 Leermens, 't Zandt, Groningen  6.7975  53.3458333333333  Leermens (Gronings: Leerms) is een klein dorpje in de gemeente Loppersum, in de Nederlandse provincie Groningen. Het dorp heeft 220 inwoners (2004).
Om Leerms kommen
Het dorp geniet enige provinciale bekendheid vanwege de uitdrukking: Hai is om Leerms kommen (Hij is om Leermens gekomen), dat wil zeggen: hij is om het dorp heen gelopen, met de betekenis: hij weet goed wat er in de wereld te koop is, of hij is door schade en schande wijs geworden.
De uitdrukking verwijst naar de intacte ossengang om het dorp. De rechters van het Eesterrecht (als in Eestum=Enumerhoogte) vergaderden bij de kerk van Leermens. Waarschijnlijk liepen ze eerst een ronde om het dorp, namen daarna een beker water uit de dobbe, en dronken die zittende op een grote zwerfkei die op de wierde naast de kerk lag. Het gezegde verwijst dus naar levenservaring en wijsheid als van de rechters.
Het dorp ligt aan het Leermenstermaar dat via het Oosterwijtwerdermaar uitmondt in het Damsterdiep.
De torenlegende
Over het dorp Leermens zijn enkele oude volksverhalen bekend. Een verhaal gaat over de vroegere toren van Leermens, die vermoedelijk uit de tweede helft van de 11e eeuw dateerde. De toren had twee spitsen, maar volgens het verhaal hadden het er eigenlijk drie moeten worden. Er waren namelijk drie zusters, die uit vroomheid elk een spits wilden bouwen. Een van de zusters stierf echter voordat de bouw begon. De beide anderen lieten toen de middenplaats maar leeg en zetten daar de doodskist van de overledene neer. Deze plek bleek voor heksen bij uitstek geschikt om er te vergaderen en te eten. Niemand kon hen daar op die hoge plaats storen en zo bleef het, tot de toren wegens bouwvalligheid in 1822 werd afgebroken en vervangen door het huidige houten torentje. 
456 Leggeloërveld, Dwingeloo, Drenthe  6.389408111572266  52.876641619029264  Leggeloërveld is de locatie ten noordoosten van Leggeloo in de Nederlandse provincie Drenthe. Ten oosten van Leggeloo ligt de Leggelderesch. Sinds 1957 is een deel een natuurgebied:'Het Leggelderveld'. Het natuurgebied maakt deel uit van het Natura 2000-gebied Drents-Friese Wold & Leggelderveld.
Het Leggelderveld is eigendom van de Vereniging Natuurmonumenten. De site van de vereniging omschrijft het als een afwisselend gebied bestaande uit bos, droge en natte heide, schraal grasland, zandafgravingen en veenputten. "De hoogteverschillen tot ruim vier meter maken het natuurgebied extra gevarieerd", zo staat er verder. In 1957 kocht Natuurmonumenten hier zijn eerste percelen. Stukje bij beetje is steeds meer grond verworven. Door te ruilen bij ruilverkavelingen is een groot aaneengesloten natuurgebied van ruim 300 hectare ontstaan.
Paarden, runderen en Drentse heideschapen worden volgens Natuurmonumenten ingezet om het Leggelderveld te doen veranderen in een parkheidelandschap. In het vochtige veld groeien zeldzame planten als klokjesgentiaan, beenbreek, tengere heideorchis en veenpluis. Er leven adders, roodborsttapuiten, grote heidevlinders en gentiaanblauwtjes.
Tankgracht
Het Leggelderveld is het restant van een oorspronkelijk uitgestrekt heideveld. Het maakte deel uit van het esdorpenlandschap met de esdorpen Leggeloo en Eemster. Zandverstuivingen hebben voor de hoogten en laagten in het gebied gezorgd. Met het steken van turf zijn door menselijk toedoen veenputten en vennen ontstaan. Het Blauwe Meer, dat ten noorden aan het gebied grenst, is gegraven voor zandwinning. De zandafgraving herbergt een oeverzwaluwkolonie. In de Voortse Zandduinen liggen restanten van een Duitse verdedigingslinie uit de Tweede Wereldoorlog. Het zijn restanten van de zogenoemde Frieslandlinie. Deze bestond uit zigzagvormige loopgraven en een tankgracht. Deze tankgracht liep oorspronkelijk helemaal van Zwolle naar Delfzijl. 
457 Leggeloo, Dwingeloo, Drenthe  6.361212730407715  52.85589268256412  Leggeloo (dr: Leggel) is een gehucht behorende tot 1998 bij de voormalige gemeente Dwingeloo, (sinds 1998 tot de gemeente Westerveld) in de provincie Drenthe, Nederland. Het esgehucht is gelegen ten noorden van Dwingeloo.
Ten oosten van Leggeloo ligt de Leggelderesch en ten noordoosten het Leggeloërveld waarvan een deel sinds 1956 het natuurreservaat Leggelderveld. In dit reservaat ligt het zandwingat 'Het Blauwe Meer' 
458 Lellens, Ten Boer, Groningen  6.70916666666667  53.3016666666667  Lellens is een klein dorp in de gemeente Ten Boer in de provincie Groningen (Nederland). Het dorp heeft ongeveer 100 inwoners.
Lellens is ontstaan als rechthoekige wierde op een oeverwal van de voormalige Fivel. Het dorp is waarschijnlijk vernoemd naar de borg die bij Lellens stond, het Huis te Lellens. De eerste bewoners van die borg waren leden van het geslacht Lelle. Een van de leden van dat geslacht, Eltet to Lellens was van 1526 tot 1554 burgemeester van de stad Groningen. Er is een portret van hem bewaard gebleven dat geldt als het oudste portret van een Groningse burgemeester.
De borg kwam later in handen van de familie Gruys. Deze familie had een grote invloed in de omgeving en wist Lellens in de zeventiende eeuw tot een eigen kerspel te maken, tot dan had het dorp bij Stedum behoord. In de Franse tijd werd het bij Ten Boer gevoegd.
De borg is in 1897 gesloopt. De oprijlaan en het schathuis zijn bewaard gebleven.
Het dorp heeft geen eigen voorzieningen meer. Het is binnen de gemeente Ten Boer het enige beschermde dorpsgezicht.
Van het dorp naam het Stedumermaar loopt het Lellenstermaar, een oude vaarverbinding. In het dorp nog te herkennen aan de kleine haven. 
459 Lesterhuis, Termunten, Groningen  7.023405  53.282270  Lesterhuis (gehucht in de gemeente Delfzijl) Verder geen gegevens bekend, maar met behulp van de oude kaart is het gelegen in de oude gemeente Termunten en staat er nu alleen nog maar een boerderij met een moderne windmolen. 
460 Lettelbert, Leek, Groningen  6.40638888888889  53.1891666666667  Lettelbert (Gronings: Lepterd) is een plaats in de gemeente Leek in de provincie Groningen in Nederland. Lettelbert heeft ongeveer 200 inwoners. Het dorp ontstond in de Middeleeuwen op een zandrug in het Westerkwartier bij het Lettelberterdiep. De landbouw en veeteelt vormen de voornaamste bron van inkomsten.
Lettelbert betekent de kleine buurt, in de buurt van Lettelbert liggen ook de oude buurt en de nieuwe buurt, te weten Tolbert en Niebert.
De Hervormde kerk van Lettelbert is in bezit van de Stichting Oude Groninger Kerken. De eenbeukige kerk is in de dertiende eeuw gebouwd en heeft een vijfzijdig gesloten priesterkoor en een dakruiter.
Lettelbert heeft een kleine jachthaven aan het Leekstermeer en een natuurcamping ("de Hondenhoek"). 
461 Leutingewolde, Roden, Drenthe  6.432629  53.157902  Noordenveld
Kernen
De gemeente Noordenveld telt 26 officiële kernen. Het gemeentehuis staat in Roden.
Aantal inwoners per woonkern op 1 januari 2004:
Roden 15.400
Peize 4190
Norg 3540
Nieuw-Roden 1160
Veenhuizen 970
Nietap 890
Een 520
Roderesch 300
Roderwolde 270
Altena 240

Langelo 230
Foxwolde 220
Westervelde 170
Lieveren 140
Leutingewolde 130
Peizermade 100
Zuidvelde 90
Peest 70
Steenbergen 70
Sandebuur 30
Overige officiële kernen:
* Alteveer
* Een-West
* Huis ter Heide
* Matsloot
* Peizerwold
* Terheijl 
462 Lhee, Dwingeloo, Drenthe  6.393828392028809  52.82823446832923  Lhee is een buurtschap behorende tot de gemeente Westerveld in de Nederlandse provincie Drenthe. De buurtschap is gelegen ten zuidoosten van Dwingeloo aan de noordrand van het Nationaal Park Dwingelderveld. 
463 Lheebroek, Dwingeloo, Drenthe  6.426036357879639  52.84600436696855  Lheebroek is een buurtschap behorende tot de gemeente Westerveld in de provincie Drenthe (Nederland). Lheebroek telt ruim 100 inwoners.
Oorsprong
Buurtschap Lheebroek is van oorsprong een esdorp dat is ontstaan in de 14e eeuw. Lheebroek is ontstaan vanuit het esdorp Lhee. Broek duidt op de oorspronkelijke aanwezigheid van bossen op moerassige gronden rondom de buurtschap. Lheebroek ligt op een zandrug in het beekdal van de Dwingeler stroom. Ten noorden en westen van Lheebroek stroomt de Dwingeler stroom. De graslanden tussen Lheebroek en de Dwingeler stroom worden de Lheedermade genoemd. Vrijwel iedere esdorp beschikt over een made en een es. Ten zuiden van Lheebroek bevindt zich de Lheebroeker es en Nationaal Park het Dwingelderveld. Van oorsprong bestond de bevolking van Lheebroek uit landbouwers, die waren verenigd in de boermarke.
Huidige bewoners
Anno 2008 is er nog een handvol veehouders actief in Lheebroek. Voor het overige deel zijn de boerderijen omgevormd tot burgerwoningen. Lheebroek beschikt nog over een eigen boermarke met eigen gronden en werktuigen. Eens per jaar vergaderen deze boeren over de gang van zaken.
Natuur
Nabij Lheebroek in Nationaal Park Dwingelderveld bevindt zich het Lheebroekerzand. Dit natuurgebied werd in 1906 door Staatsbosbeheer aangekocht en in de eerste decennia van de 20ste eeuw bebost. Het was hiermee één van de eerste nieuwe bosgebieden van Drenthe dat voordien bestond uit grote zand- en heidevlakten. In het Lheebroekerzand staat een van de grootste aaneengesloten oppervlakten jeneverbessen van Nederland. Daarnaast bestaat het uit een bosreservaat, heideterreinen een adembenemend mooi vennetje.
Recreatie
De natuur rondom Lheebroek kan worden ontdekt via paaltjesroutes van Staatsbosbeheer, een wandelroute vanaf camping Meistershof, of een knapzakroute. Lheebroek beschikt over twee recreatiebedrijven te weten: Camping de Meisterhof, Kamp de Marke. 
464 Lieveren, Roden, Drenthe  6.45222222222222  53.1152777777778  Lieveren is een dorp in de Drentse gemeente Noordenveld.
Het dorp is vooral bekend omdat is de naamgever is van het landschappelijk schone Lieversediepje, een nog meanderend gedeelte van het Peizerdiep. Het dorp trekt dan ook veel dagjesmensen die op hun zondagse fietstocht een rustplek zoeken in het plaatselijke café. 
465 Lieving, Beilen, Drenthe  6.542941  52.849562  De gemeente Midden-Drenthe telt 29 officiële kernen. Het gemeentehuis staat in Beilen.
Aantal inwoners per woonkern op 1 januari 2004:
Beilen 9030
Westerbork 4560
Smilde 4520
Bovensmilde 3310
Hoogersmilde 1460
Hooghalen 940
Nieuw-Balinge 790
Wijster 780
Hijken 640
Witteveen 460
Elp 370
Zwiggelte 300
Lieving en
Makkum 200

Oranje 200
Spier 200
Mantinge 180
Holthe 150
Balinge 120
Drijber 110
Brunsting 100
Laaghalen 100
Orvelte 90
Garminge 80
Zuidveld 80
Eursinge 60 
466 Linde, Zuidwolde, Drenthe  6.446361065172823  52.6395569951989  Linde is een officiële kern in de gemeente De Wolden, provincie Drenthe (Nederland). Het is gelegen ten oosten van de provinciale weg 48 en ten noorden van Dedemsvaart. 
467 Linteloopolder, Nieuweschans, Groningen  7.219476699829102  53.18055519994018  Zie ook de oude kaart. De linteloo polder is de driehoek die afgesloten wordt door de Dutise Grens en Nieuwschans
Bad Nieuweschans ligt in polderland dat ontstaan is door landaanwinning in de Dollard. De kwelders van de Dollard slibden hoog op en konden na verloop van tijd worden ingedijkt. Bad Nieuweschans ligt op een knooppunt van dijken van verschillende polders:
* Het Bunder Neuland, ingedijkt in 1605, ten zuidoosten van het dorp
* De Linteloopolder, ten oosten van het dorp
* De Spitlanden, ingedijkt in 1657, ten westen van het dorp
* De Charlottenpolder, ingedijkt in 1682, ten noordoosten van het dorp
* De Kroonpolder, ingedijkt in 1696, ten noordwesten van het dorp
* De Süder Christian Eberhardspolder, ingedijkt in 1705, ten noordoosten van het dorp.
De polders bestaan grotendeels uit grootschalig akkerland. Daarnaast is er ook bos- en natuurgebied in de omgeving van Bad Nieuweschans.
Ten westen van Bad Nieuweschans, tussen de A7 en de spoorlijn, ligt het Nieuweschanskerbos, ten zuiden daarvan, tussen de Westerwoldse Aa en de A7, liggen de A-dijken, en ten zuiden daarvan, ten oosten van het B.L. Tijdenskanaal en de rijksgrens, ligt het Bos op Houwingaham. Deze natuurgebieden liggen in de ecologische hoofdstructuur. Al deze bos- en natuurgebieden zijn in eigendom van Staatsbosbeheer. 
468 Loeg, Muntendam, Groningen  6.868209  53.13780  Geschiedenis van Muntendam in hoofdlijnen
De venters uit De Polder (uit: F.R. Bos, Muntendam door de jaren heen, Bedum 1984).
Muntendam is omstreeks de dertiende eeuw ontstaan als een nederzetting langs het riviertje de Munte oftewel de Oude Ae. Dit riviertje ontsprong achter Wildervank en mondde uit bij Termunten. Kleinere schepen konden vanaf Termunten doorvaren tot Mun­tendam. Het dorp wordt voor het eerst genoemd in 1391. Het ontleent zijn naam aan een dam in de rivier. Deze Hoge Dam (nu Bredeweg) diende vooral om de wateroverlast in de lager gelegen streken te beperken. Hij verbond de zandhoogte van Muntendam met een veendijk bij Meeden.
De oudste nederzetting lag vermoe­delijk noordelijker: bij de NAM-lokatie in de Tussenklappenpolder. Hier bevond zich een streekdorpje langs de Edeweg (nu Legeweg). Deze weg liep via een de Lutteke Brug (1451) naar het oosten in de rich­ting van Meeden. Ede of eide is een oud woord voor veen. Waarschijnlijk stond hier ook een kerk of kapel. Nog in 1500 had Muntendam twee gees­telijken, waarschijnlijk een pastoor en een kapelaan.De boerderijen van Tussenklappen stonden verder naar het oosten. Hier bevond zich de hoofdweg van Gronin­gen naar Westfalen, die via Zuid­broek en Muntendam naar Meeden liep. Doordat de ondergrond ging inklin­ken, kreeg men hier te maken met wateroverlast. De boerderijen werden daarom verplaatst, zodat ze weer hoog en droog op het veen kwamen te liggen. Eén van deze boerderijen was de Kloosterplaats (Tussenklappen WZ 18), eigendom van het Grijzemonni­kenklooster in Termunten. Het mid­deleeuwse woonhuis is pas in de achttiende eeuw afgebroken. Na de doorbraak van de Dollard omstreeks 1475 werd dit laag gelegen gebied geleidelijk verlaten. De Muntendam­mers moesten zich voortaan naar Zuidbroek begeven als ze naar de kerk wilden.
De huidige dorpskern van Muntendam lag als een eiland midden in het veen. De oudste boerderijtjes ston­den waarschijnlijk langs de Midden­weg, dicht bij het riviertje (polder De Wiede). De vruchtbare weilanden langs de Ae strekten zich uit tot aan Wildervank. Het rivierdal werd omringd door een veendijk (de Rim­pe), die moest voorkomen dat het water over de velden stroomde. Soms was er echter geen houden aan. Daar­om maakte één van de bewoners in 1411 een gat in de Hoge Dam, waar­door het water alsnog weg kon weg­stromen. Dit had weer tot gevolg dat er een oorlogje dreigde, omdat alle landerijen tot aan Midwolda onder water liepen.
Later werden de meeste boerderijen verplaatst naar de Bovenweg en het Loeg, waar het meeste akkerland lag. Het landschap zag er toen nog heel anders uit dan tegenwoordig: er waren veel bosjes en houtwalletjes. In de polder De Wiede werd vermoede­lijk al in de middeleeuwen ijzeroer gedolven. Enkele opgehoopte grond­bulten herinneren daar nog aan.
In de zestiende eeuw namen de bewo­ners de ontginning van het hoogveen langs de Ae ter hand. Muntendam voerde al in 1584 turf uit naar zee. In 1637 werd Muntendammerdiep gegra­ven, dat het dorp verbond met het nieuwgegraven Winschoterdiep naar Groningen. Later werd het doorge­trokken tot Meeden. Het laagveen in de polder De Wiede liet men onge­moeid. Hier lagen nog in 1711 een klein meertje (De Wijde) en een eendenkooi.
De Muntendammer of Zuidbroekster venen strekten zich uit tot aan Bareveld. Het kerspel Zuidbroek verkocht dit gebied in 1647 aan Adriaan Geerts Wildervank, die als een soort projectontwikkelaar op­trad. Hij begon nog hetzelfde jaar met de aanleg van het Oosterdiep naar Veendam. De schepen moesten nogal een omweg maken om in de nieu­we veenkolonie te komen. Daarom werd in 1671 het Westerdiep doorgetrokken tot vlakbij Muntendam, waarna de monding van het Oosterdiep hier werd afgedamd. Twee stel sluisdeuren aan het Oude Verlaat zorgden dat het water niet zomaar wegstroomde.
Het meeste verkeer vond toenter­tijd nog over het water plaats. Dwarsverbindingen waren er niet. Langs de kanalen ontstond zodoende allerlei nijverheid. Een korenmolen stond al de zeventiende eeuw aan het Muntendammerdiep. In de negentiende eeuw waren er onder andere twee steenfabrieken, een kalkbranderij, een scheepswerf en een houtzaagmolen langs het water te vinden. Verder vertrok er vanuit Muntendam een schip naar Groenland om op walvissen te jagen. Niet alleen aan het Oude Verlaat, ook langs de Hellingwal stond een hele rij huizen.
Muntendam vormde zodoende de toe­gangspoort tot Veendam. Niet alleen het verkeer over water, ook al het wegtransport liep door het dorp. Het trekpad van Tussenklappen kwam via het Loeg en de Kerkstraat uit op Middenweg, die werd verbreed tot een wagenweg. Aan het Loeg en in de Kerkstraat verschenen de eerste middenstandswoningen. Het Loeg ont­wikkelde zich tot een echte dorps­straat met deftige burgerhuizen. Hier waren ook de school (Het Loeg 21) en het eerste gemeentehuis (nr. 66) te vinden. Vroeger sprak men van het Loug: een oud woord voor dorp.
De verbinding naar de stad liet nog wel veel te wensen over. Nog in 1652 liep er uitsluitend een Winter Slede baan naar Sappemeer. Pas toen de ontginning van Tripscompagnie voortgang nam, ontstond er een vaste verbinding via de Middenweg. Het voetpad langs de Bovenweg werd door­getrokken naar Veendam.
Tientallen arbeidersgezinnen von­den de kost in de turfgraverijen. Het aantal arbeiderswoningen groeide dan ook gestaag. Een kaart uit 1725 laat al enkele huizen ten noorden van de hervormde kerk zien. Vlakbij lag een zandwinning. Ook de Kerk­straat, de Zuiderstraat en de Kromme Elleboog zullen al vroegtijdig zijn ontstaan. Later kwamen daar nog de Smidslaan en de Pottenbakkerslaan bij. Dit gebied kwam bekend te staan als De Polder: misschien wel omdat Muntendam midden tussen de veendij­ken lag.
Vanaf het einde van de achttiende eeuw maakte Muntendam een sterke groei door. Het dorp werd in 1820 een zelfstandige gemeente en kreeg in 1840-41 een eigen hervormde kerk met een pastorie. Het rijkere Zuid­broek, waar welvarende boeren en burgers de dienst uitmaakten, trok zijn handen ervan af. De Muntendam­mers moesten voortaan hun eigen boontjes doppen.
In Muntendam heerste veel armoede en seizoenswerkloosheid. Het dorp werd een soort arbeidsreservoir voor het Oldambt en de Veenkoloniën. In het voorjaar werkten de gezinnen in het veen en bij de boeren, 's zomers trokken grote groepen Muntendammers door de hele streek om de wieden en te oogsten, in de herfst volgde dan nog de aardappeloogst. Anderen ver­dienden de kost met het voorttrekken van schepen.
Als bijverdiensten werden 's win­ters heidebezems, schrobbers en pijpenstokers gemaakt, die in de verre omtrek werden uitgevent. Later volgde de handel in sinaasappels, citroenen en bokking. Ook lompen en oudijzer, textiel en snuisterijen waren geliefde handelswaar. Eerst liepen de venters vooral met kruiwa­gens, manden en draagkorven. Daarna kwamen de hondenkarren in de mode, waarvan er rond 1900 maar liefst 200 waren. De Muntendammers kwamen be­kend te staan als handige kooplui. Ze moesten ook wel gewiekst zijn, want de gemeentelijke armenkas was niet ruim bedeeld. De uitkeringen waren laag. De allerarmsten moesten soms bedelend aan de kost komen.
Veel gezinnen woonden in armoedige huisjes of zelfs in plaggenhutten, die op het veen kwamen te staan. In het Rottenveen (bij het Poeltje) en Luppenveen (bij de Nieuweweg), in de Ruitershorn en op het Veen (omgeving Tolweg) verrezen tientallen armoedi­ge keuterboerderijtjes. Centraal in het dorp lag de Polder met zo'n 200 arbeiderswoningen.
Ten gevolge van de schrijnende armoede namen alcoholisme, geweldda­digheid en kleine criminaliteit sterk toe. Vooral de groepen zoge­naamde nachtbidders, die onder drei­ging van brandstichting en geweld geld en levensmiddelen eisten, deden vaak van zich spreken. De plaatse­lijke burgerij stelde zich over het algemeen toegefelijk op, om geen last te krijgen van eventuele wraak­acties. In de omliggende dorpen werden de arme Muntendammers vaak met minachting behandeld.
Door de sociale strijd en de opkomst van de verzorgingsstaat ging het de meeste Muntendammers langzamerhand beter. Vanaf 1919 hadden de socia­listen de meerderheid in de gemeen­teraad. De koopkracht van de bevol­king nam langzaam toe. Aan de Kerk­straat werden in de jaren twintig grote winkels en middenstandspanden gebouwd, die getuigden van de toene­mende welvaart. Vooral de groothan­delaren en grossiers, die de venters van handelswaar voorzagen, profi­teerden daarvan. Succesvolle kooplui en ambachtslieden bouwden een woning aan de Nieuweweg. Door de komst van fietsen, bakfietsen en auto's konden ze steeds grotere afstanden afleg­gen. Uit de kleinhandel ontwikkelden zich enkele succesvolle handelson­dernemingen, die heel Nederland doorkruisten. Aan de Wijde Blik verrezen de eerste sociale huurwo­ningen. De werkloosheid in de jaren dertig betekende weliswaar een te­rugval in de vroegere armoede. Maar vanaf het midden van de jaren vijf­tig ging het opwaarts.
Het aantal venters liep snel te­rug. De meeste jongeren zochten liever werk in de Veendammer indus­trie of in het bouwbedrijf. De ge­meenschapszin bleef echter groot. "Velen van degenen, die thans in auto's rijden, hebben in hun jonge jaren nog op het aardappelveld ge­rooid en zijn vroeger ook met hon­den-kar of bakfiets er op uit ge­trokken", lezen we in 1952: "Men zou zich schamen, wanneer men zich van de arbeiders en kleine venters zou distanciëren." Het gevoel van ach­terstelling speelde daarbij de Mun­tendammers steeds weer parten.
Het grootste deel van de arbei­derswoningen maakte in de jaren vijftig en zestig plaats voor nieuw­bouwwijken. Vooral de sloop van de Polder maakte veel emoties los. Het was voor veel Muntendammers alsof het hart uit hun dorp werd gesneden. De nieuwbouwplannen sneden de band, die het dorp met het verleden had, rigoureus af, stelde dorpshistoricus Frits Bos later vast. In de jaren zeventig en tachtig moesten ook veel verouderde middenstandswoningen en boerderijtjes eraan geloven. Er volgden nieuwbouwplannen ten noorden van de Kerkstraat en in de Ruiters­horn. Moderne koopwoningen kwamen de in Biefkestreek, in Ruitershorn en op De Bouwte te staan. De straatna­men weerspiegelden de nieuwe tijd: burgemeesters, staatslieden en be­kende dorpsgenoten gaven hun naam aan de eerste nieuwbouwbuurten. Later koos men voor meer historische namen als Kleine Venne, Het Voorste Streekje, De Muntelaan en Driemolen­slaan, maar in het plan Westerbouwte koos men voor straatnamen zonder een historische achtergrond.
Als nieuwe gemeenschapsvoorzienin­gen ontstonden dorpshuis De Menter­ne, het overdekte D.G. van den Noor­tbad, het sportcomplex Ruiterhorn, de sportvelden en de Heemtuin. Het gemeentehuis, dat sinds 1886 aan de Kerkstraat was gevestigd, werd in 1918 vervangen door een nieuw raad­huis in neo-renaissancestijl. Het gemeentehuis verhuisde in 1956 naar de Middenweg, om in 1992 te verkas­sen naar de huidige locatie. De openbare school, die sinds 1881 aan het begin van de Bovenweg was geves­tigd, werd in 1963 vervangen door de Europaschool. In 1974 kwam er een tweede school bij in Ruitershorn: de Burgemeester Verkruissenschool. Aan de Middenweg werd in 1922 een chris­telijke school geopend. De verkeers­situatie veranderde grondig door de aanleg van de Oosterweg in de jaren zeventig. Het historische Muntendam is door dit alles grotendeels ver­dwenen 
469 Loon, Assen, Drenthe  6.61222222222222  53.0133333333333  Loon is een dorpje in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Assen, ten noordoosten van de stad Assen. Op 1 januari 2004 had het ongeveer 280 inwoners.
De naam Loon is afgeleid van 'lo', wat bos betekent. Loon is een typisch Drents esdorp. Het ligt aan de rand van het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa. De Drentsche Aa, hier Looner Diep geheten, stroomt langs het dorp. De marke van Loon bestaat naast essen dan ook voornamelijk uit groenlanden langs de beek. Tevens is er een hunebed te vinden. De marke wordt doorkruist door de spoorlijn Assen-Groningen.
Loon heeft eigen voetbalvereniging met bijbehorend sportpark. Verder zijn er een restaurant en een fietsenmaker gevestigd. Overigens is Loon volledig aangewezen op de stad Assen. 
470 Loonerveld, Assen, Drenthe  6.612031  53.011361  Loonerveld was een streek met 26 woonhuizen en 3 onbewoonde huizen, met 121 bewoners, volgens de volkstelling van 1879, ik vermoed dat het nu onderdeel uitmaakt van de plaats Loon op de plek waar nu de Loonbroekerweg ligt. 
471 Loppersum, Groningen  6.74694444444444  53.3316666666667  Loppersum (Gronings: Loppersom) is de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente in de provincie Groningen.
Het dorp ligt aan de Lopster Wijmers. In het centrum staat een mooie gotische, deels romanogotische kruiskerk, de Petrus- en Pauluskerk, met een fraai interieur.
Loppersum (Gronings: Loppersom) is de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente in de provincie Groningen.
Het dorp ligt aan de Lopster Wijmers. In het centrum staat een mooie gotische, deels romanogotische kruiskerk, de Petrus- en Pauluskerk, met een fraai interieur. 
472 Losdorp, Bierum, Groningen  6.833333  53.383333  Losdorp (53°23′N 6°50′E) is a town in the Dutch province of Groningen. It is a part of the municipality of Delfzijl, and lies about 25 km northeast of Groningen.
The statistical area "Losdorp", which also can include the surrounding countryside, has a population of around 200. 
473 Lottergreppel, Zuidwolde, Drenthe  6.51515007019043  52.636610221232395  De Luttergreppel is een streek die op de grens van Drenthe en Overijssel ligt tussen Drogteropslagen en Braamberg, het was vroeger veel meer bewoond dan het nu is.
Uit het nieuwsblad van het Noorden VRIJDAG 23 NOVEMBER 1928
1928 zal de werkverschaffing ln deze gemeente
een aanvang nemen. Uitgevoerd zal deze winter worden: De aanleg van een zandweg langs de Lottergreppel, loopende als grensscheiding
tusschen deze gemeente en de gemeente Ambt-Hardenberg en de aanleg en verbetering van den zandweg de z.g. „Hokkedijk" liggende te Drogteropslagen in deze gemeente. 
474 Lubbinge, Zuidwolde, Drenthe  6.426405430102022  52.69408138537663  Lubbinge is een buurtschap in de provincie Drenthe (Nederland). De buurtschap Lubbinge ligt even ten noorden van het dorp Zuidwolde, en maakt deel uit van de gemeente De Wolden.
Benaming
De buurtschap Lubbinge is vernoemd naar zijn eerste bewoner. De veenarbeider Lubbe (ook wel Lubbo genoemd) bouwde hier zijn plaggenhut. Een dergelijke plaggenhut werd toentertijd ook wel aangeduid als een inge. Hierdoor ontstond de samenvoeging Lubbe-Inge, wat verbasterde tot Lubbinge.
Infrastructuur
De buurtschap Lubbinge telt slechts één weg, genaamd de Lubbingerweg. Het ligt tussen de Hoogeveenseweg en de Echtenseweg. De weg werd in het verleden frequent gebruikt als binnendoorweg op de route Zuidwolde - Echten (Hoogeveenseweg, dan Lubbingerweg, dan Echtenseweg) en vice versa, terwijl de gewenste route volgens gemeente Hoogeveenseweg en dan Echtenseweg via de T-splitsing was. De weg is daarom tegenwoordig afgesloten voor gemotoriseerd verkeer (uitgezonderd bestemmingsverkeer). De Lubbingerweg geeft toegang tot een aantal huizen en de omliggende akkers en weilanden. De Lubbingerweg wordt omgeven door bomen en struiken, die slechts beperkt zicht leveren op de omliggende landerijen.
Demografie
De buurtschap Lubbinge is zeer dunbevolkt; Slechts drie boerderijen zijn rechtstreeks verbonden met de Lubbingerweg. 
475 Lucaswolde, Marum, Groningen  6.300039  53.183465  Lucaswolde (Gronings: Luukswold) is een streekdorp in de provincie Groningen (in Nederland). Het dorp is onderdeel van de gemeente Marum in het zuidelijk Westerkwartier. De streek ligt tussen Marum en Boerakker. Het heeft ongeveer 220 inwoners.
Dit deel van het Westerkwartier bestond uit wildland, het was in eigendom bij de boeren van Marum, Niebert en Nuis. Er was wat verspreide bebouwing, welke alleen vanaf Noordwijk bereikbaar was. Dat bleef zo tot ver in de negentiende eeuw. Pas in 1878 werd een zandpad aangelegd naar Boerakker.
Rond 1500 zou er een klooster gesticht zijn, met daarbij een kapel. Dit klooster, van de Susteren van Reyde zou in de tachtigjarige oorlog geheel vernietigd zijn.
Even ten zuiden van de streek, aan het Dwarsdiep ligt een fraai natuurgebied in de polder de Oude Riet. Vooral voor vogelaars is dat een geliefd oord. 
476 Luddeweer, Slochteren, Groningen  6.7397260665893555  53.253020093588894  Luddeweer is het kleinste dorp van de gemeente Slochteren in de Nederlandse provincie Groningen (Nederland). Het heeft ongeveer 60 inwoners en is eigenlijk meer een buurtschap dan een dorp. De naam 'Luddeweer' is ontstaan uit de woorden 'Ludde' (naam van een manspersoon) en 'weer' (onontgonnen land). Het centrum ligt aan de driesprong waar de Slochter Meenteweg samenkomt met de Luddeweersterweg. In zuidwestelijke richting gaat de Luddeweersterweg over in de Hamweg in Lageland en in noordoostelijke richting in de Graauwedijk in Overschild. 
477 Lula, Hoogezand, Groningen  6.803406  53.109284  Lula is een streek in de gemeente Hoogezand-Sappemeer in de provincie Groningen in Nederland. De streek ligt in het verlengde van Kalkwijk, vaak worden beiden ook als een dorp gezien.
Het ontstaan van het dorp hangt samen met het begin van de turfwinning in dit deel van de Veenkoloniën. De Friesche Compagnie begon in de zeventiende eeuw met de aanleg van de Kalkwijk. In de venen werkten arbeiders uit vele windstreken. In Lula waren dat voor een groot deel Zwitserse Doopsgezinden die hun eigen land ontvlucht waren. De familienaam Leutscher die in deze streek veel voorkomt is waarschijnlijk oorspronkelijk uit Zwitserland afkomstig. 
478 Lutjegast, Grootegast, Groningen  6.257072  53.234693  Lutjegast is een dorp in het Westerkwartier in de provincie Groningen in Nederland. Het dorp behoort tot de gemeente Grootegast.
Abel Tasman
Lutjegast is de geboorteplaats van de beroemde zeevaarder Abel Tasman, wiens geboortehuis echter niet meer bestaat. Wel herinneren een monument en een gedenksteen aan Lutjegasts beroemdste zoon, evenals een straatnaam in het dorp, namelijk de straat waar Abel Tasman zelf aan gewoond heeft.
Geschiedenis
Het oudste deel van Lutjegast is de Abel Tasmanweg, gelegen op een smalle zandrug. Aan deze zandrug dankt Lutjegast dan ook de naam: 'lutje' (luttel) betekent 'klein' en 'gast' betekent hier 'geest' (= zandgrond). Rond het jaar 1300 droeg het nog de half-Latijnse naam "Minorgast". Bij de Nederlands Hervormde kerk bevindt zich het hoogste punt, 2,50 meter boven NAP. Ter vergelijking van de hoogteverschillen rond Lutjegast: ten westen van de Wieren liggen de Mieden, de vroegere madelanden, op oude kaarten wordt een deel aangegeven als 'Hoge Meeden', terwijl ze beneden NAP liggen.
In oostelijke richting gaat de Abel Tasmanweg over in 'Westerzand' en 'Oosterzand'. Deze zandrug werd waarschijnlijk 2000 jaar voor Christus al bezocht door jagers, waarvan enkele vuistbijlen en een speerpunt zijn gevonden.
Aan de noordkant van deze zandrug ruiste in oude tijden de zee want Lutjegast is ooit een kustdorp geweest. De wisselende waterstromen door de getijden werden overigens ook ingezet als wapen tegen het binnenvallende leger van de bisschop van Munster, met name toen de stad Groningen door deze 'Bommen Berend' werd bedreigd. Rond 1672 is beschreven hoe mede door deze creatieve dijkbehandeling tijdens het vloedgetij nog 74% van het Lutjegaster gebied onder water kwam te staan.
In de tijd van Abel Tasman was Lutjegast nog via een uitloper van de zeearm de Lauwers verbonden met open zee, de voormalige Lauwerszee (het huidige Lauwersmeergebied). Kenmerkend voor deze historie is het open landschap van dit deel van het noordelijk Westerkwartier waar de zee klei heeft afgezet. Terpdorpen kom je hier dus niet tegen: daar is de landaanwinning nog te jong voor.
Ten zuiden van de zandrug, tussen Lutjegast en Grootegast, ligt een kleinschalig coulissenlandschap, bestaande uit weidevogelgebieden met houtsingels. Het gebied kent afwisselend zandkoppen en veenafzettingen, met hier en daar klei-afzettingen. Plaatselijk is dit gebied sterk uitgeveend en er zijn nog veel petgaten te vinden.
Tot 1829 stond te Lutjegast de Rikkerdaborg.
Het dialect
Het Lutjegaster dialect, het Westerkwartiers, is duidelijk een grensgeval. Taalkundig zijn de invloeden van drie provincies merkbaar: het dialect is een variant van het Gronings, maar qua verstaanbaarheid lijkt het meer op het Drents; het accent en de grammatica klinken echter nogal Fries en dat is verklaarbaar uit het feit dat 100 jaar geleden nagenoeg heel Lutjegast nog Fries sprak. Lutjegast is een grensdorp en dat is ook nu nog te merken aan het aantal dorpsbewoners van Friese afkomst en de vele zakelijke en sociale contacten met Friesland. 
479 Lutjeloo, Wedde, Groningen  7.087002  53.095237  Lutjeloo ("klein bos"), vroeger ook Lutkeloe genoemd, is een gehucht in de gemeente Bellingwedde in de provincie Groningen. Het ligt even ten zuid-oosten van Blijham.
Lutjeloo is een oud esgehucht. Hoewel het bij Blijham ligt hoorde het gehucht vroeger kerkelijk bij Vriescheloo. Ten zuiden en westen liggen de Lutjeloosche Meeden. Vroeger lagen er vier los gegroepeerde Westerwoldse boerderijen, waarvan de bebouwing op de zandrug lag, die de Westerwoldsche Aa (toen Ee genoemd) in een oostwaartse bocht drong. Het gebied tussen de Lutjeloosterweg en de Verschedijk ten noorden van het gehucht waren vroeger gemeenschappelijke markegronden, waarvoor aan de Verschedijk een markehuis stond.
De weg van Lutjeloo naar Vriescheloo, de Bisschopsweg liep door drassig gebied, dat bij hevige regenval nauwelijks begaanbaar was. De Westerwoldsche Aa die beide plaatsen scheidt, kon dan ook een bijna onneembare barrière worden. Uiteindelijk raakte de verbinding tussen beide dorpen verbroken. Tegenwoordig loopt er tussen beide plaatsen een verharde Bisschopsweg. 
480 Lutjewolde, Ten Boer, Groningen  6.646124  53.294247  Lutjewolde is een buurtje in de provincie Groningen. Het ligt deels in de gemeente Bedum, deels in de gemeente Ten Boer. Lutjewolde wordt in tweeën gedeeld door de Eemshavenweg. Het ligt aan de weg van Bedum naar Thesinge.
Lutjewolde stond in de middeleeuwen bekend als Emederwolde. Het had toen ook een eigen kapel en gold als aparte parochie. De kapel is al in 1601 gesloopt. 
481 Maarhuizen, Winsum, Groningen  6.492140  53.341907  Maarhuizen is een gehucht in de gemeente Winsum in de provincie Groningen (Nederland). Het ligt ten noord-westen van Winsum.
In het verleden moet het echt een dorp geweest zijn, gebouwd op en rond de wierde. In 1211 wordt Maarhuizen een eigen kerspel, afgescheiden van Obergum. In die tijd zal ook de kerk gebouwd zijn,die echter al in 1726 is afgebroken. Wat resteert is het zeer fraaie kerkhof, bovenop de wierde, omringd door hoge bomen. Het kerkhof wordt geflankeerd door twee oude boerderijen, waarvan een omgracht is. 
482 Maarslag, Leens, Groningen  6.453501  53.338285  Groot Maarslag is een gehucht in de gemeente De Marne in de provincie Groningen, Nederland. Het ligt tussen Schouwerzijl en Mensingeweer.
Het gehucht ligt op een wierde die is opgeworpen op de oeverwal langs de vroegere loop van de Hunze. De wierde van Groot Maarslag is nog redelijk gaaf. Het is een ronde wierde, de rondweg of ossengang is nog aanwezig.
Groot Maarslag heeft nooit een eigen kerk gehad. Vanaf de wierde loopt het Lijkenlaantje naar Klein Maarslag, waar de kerk overigens allang verdwenen is, maar het kerkhof nog steeds aanwezig is.
Klein Maarslag is een gehucht in de gemeente De Marne in de provincie Groningen, Nederland. Het ligt tussen Warfhuizen en Mensingeweer, en is bereikbaar via een klein weggetje vanaf de Abelstokstertil.
Klein Maarslag is in het verleden een volwaardig dorp geweest. Het lag op een wierde, aan de benedenloop van De Hunze, ter plaatse nu de Kromme Raken genoemd. In het dorp stond oorspronkelijk een kerk die waarschijnlijk dateerde uit de twaalfde eeuw. De kerk is in 1811 afgebroken. De plattegrond van de kerk is op de wierde aangegeven.
Het enige dat resteert van het vroegere dorp is het oude kerkhof. Vanaf het kerkhof loopt een Lijkenlaantje naar Groot Maarslag. 
483 Makkum, Beilen, Drenthe  6.535974  52.848051  Al in de vroeger Middeleeuwen kende Beilen permanente bewoning op de hogere zandgronden en was eeuwenlang hoofd- en kerndorp van het Beilerdingspil. Vanuit de kern ontstonden nederzettingen als Eursing, Alting, Lieving, Makkum, Holthe en Ter Horst. In de 18e eeuw was Beilen pleisterplaats voor postkoetsen op hun weg van Groningen naar Meppel. Onder andere de aanleg van de spoorlijn Groningen-Zwolle in 1870, stimuleerde een uitbreiding van Beilen. Na de tweede wereldoorlog zette de uitbreiding zich voort. Het toch al bescheiden karakter nam verder af en Beilen kreeg enigszins een stedelijk karakter. De Historische vereniging Beilen kent meer gegevens.
Bekend is de molen van Makkum op de weg van Beilen naar Wijster. Deze is iedere zaterdag van 10u00 - 16u00 geopend voor bezoekers. Bij goed weer worden er demonstraties gegeven van het malen; 
484 Mantinge, Westerbork, Drenthe  6.611944  52.800760  Mantinge een gehucht met 180 inwoners 
485 Marsum, Appingedam, Groningen  6.895616054534912  53.33401238871457  Marsum is een dorp in de gemeente Appingedam, in de Nederlandse provincie Groningen.
Het dorp ontstond in de vroege middeleeuwen door het aaneengroeien van een aantal huiswierden. Centraal in het dorp werd op een wierde de Mauritiuskerk gebouwd. De kerk is een klein eenbeukig gebouw met een inspringend halfrond koor. De kerk is gebouwd in de twaalfde eeuw en is een van de oudste bakstenen kerken in Groningen. Het is gebouwd in de romaanse stijl. Op de absis liggen nog de oorspronkelijke dakpannen, zogenaamde monniken en nonnen.
De wierde van Marsum zelf werd in de het begin van de twintigste eeuw grotendeels afgegraven. De radiale structuur is echter intact gebleven. Naast de kerk resteren nog het kerkhof en een aantal boederijen.
In de gehuchten Jukwerd en Marsum tezamen woonden op 1 januari 2006 146 mensen. 
486 Martenshoek, Hoogezand, Groningen  6.742931  53.163183  Martenshoek (Gronings: Houk) is een wijk in de gemeente Hoogezand-Sappemeer in de provincie Groningen in Nederland. De wijk ligt aan het oude Winschoterdiep direct ten oosten van Foxhol.
Martenshoek is ontstaan bij een sluis in het Winschoterdiep. Bij de sluis, die zeer druk gebruikt werd, ontstonden allerlei activiteiten. Daaruit ontwikkelde zich met name de scheepsbouw. Het oude diep is inmiddels gedempt, nadat ten noorden van de scheepswerven een nieuw tracé voor het kanaal was gegraven.
De wijk heeft een eigen station aan de spoorlijn Groningen - Nieuweschans. 
487 Marum, Groningen  6.268114  53.144317  Marum (Gronings: Moarem) (inwoners per 1 juli 2006: 10.062, bron: CBS) is een gemeente in Noord-Nederland, in de provincie Groningen. De gemeente beslaat een oppervlakte van 64,97 km² (waarvan 0,28 km² water). Ze bestrijkt de zuidwesthoek van het Westerkwartier.
De gemeente Marum is geen uitgesproken toeristische gemeente. Toch heeft de gemeente enkele toeristische bezienswaardigheden:
* Coendersborg
* Landbouwmuseum 't Rieuw 
488 Matsloot, Roden, Drenthe  6.485510  53.203657  Overige officiële kernen:
* Alteveer
* Een-West
* Huis ter Heide
* Matsloot
* Peizerwold
* Terheijl 
489 Meeden, Groningen  6.927051544189453  53.1391276772971  Meeden is een dorp in de gemeente Menterwolde in de provincie Groningen in Nederland.Het dorp is gesticht in 1391 en was een zelfstandige gemeente tot de gemeentelijke herindeling van 1990, welke geleid heeft tot de gemeente Menterwolde, samen met Muntendam (gemeente Muntendam), Noordbroek en Zuidbroek (gemeente Oosterbroek).
Het huidige dorp heeft 1850 inwoners (1 januari 2007). In het dorp staan enkele oldambster woonboerderijen en renteniershuizen, wat duidt dat het dorp in een rijk gebied gelegen was.
Het ligt op een zandrug die de overgang vormt tussen het klei van het Oldambt en de Veenkoloniën.
Geschiedenis
Het dorp, gesticht in 1391, lag oorspronkelijk noordelijker dan nu het geval is. Dit komt mede doordat de vroegere bewoners last hadden van het wassende water van de Dollard. Tevens kun je de verplaatsing van het dorp zien aan het feit dat de Nederlands Hervormde Kerk niet aan de hoofdweg (Hereweg) ligt, maar aan een zijweg.
Meeden is net als het buurdorp Westerlee een wegdorp. Meeden is een verwijzing naar het woord grasland. De oorspronkelijke naam van Meeden is Eextameeden wat graslanden van Eexta betekent. Vermoed wordt dat Eexta het moederdorp van Meeden is. 
490 Meedhuizen, Delfzijl, Groningen  6.91055555555556  53.2863888888889  Meedhuizen is een dorp in de gemeente Delfzijl in de provincie Groningen in Nederland.
Het ligt aan het Afwateringskanaal van Duurswold, iets ten oosten van Tjuchem. Het dorp heeft bijna 500 inwoners.
Meedhuizen is ontstaan op een natuurlijke hoogte in het kwelderlandschap langs de Eems. Die hoogte is later door de bewoners opgehoogd tot een wierde. De wierde is overigens in de negentiende eeuw grotendeels afgegraven. Op het hoogste gedeelte van het restant van de wierde staat de kerk die dateert uit 1237.
De naam Meedhuizen is waarschijnlijk een verbastering van 'Midhuizen'. Het dorp lag oorspronkelijk te midden van drie meren. Deze zijn alle drie aan het einde van de negentiende eeuw drooggemalen.
Het dorp had in het verleden een station, samen met Tjuchem, aan de Woldjerspoorweg. Het gebouw bestaat nog steeds en is tegenwoordig in gebruik als woning annex boerderij. 
491 Meerland, Midwolda, Groningen  7.043695449829102  53.180956156630856  Meerland is een gehucht, anno 2012 in de gemeente Oldambt, in de Nederlandse provincie Groningen. De naam verwijst naar het voormalige Huiningameer. Nadat dit meer was ingepolderd ontstond Meerland.
Het gehucht ligt midden in het gebied waar het Blauwestad-project wordt aangelegd. Bij die aanleg werd de doorgaande weg van Meerland naar Midwolda opgebroken. Meerland ligt nu op een schiereiland in het nieuwe Oldambtmeer, waar omheen het woongebied Blauwestad gebouwd wordt.
In de plannen blijft Meerland zijn karakter van landelijk, agrarisch georiënteerd streekdorp behouden. De enige nieuwbouw die is voorzien is voor bewoners van het gebied waar het Oldambtmeer inmiddels is aangelegd.
Ten zuiden van het gehucht ligt een natuurreservaat met het laatste hoogveen in de provincie Groningen (onderdeel van het Bourtangerveen), een jong loofbos, grasland en een schaapskooi, die gebruikt wordt door een kudde schapen van Staatsbosbeheer. Dit reservaat blijft ook in het Blauwestad-project behouden.
http://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Meerland&oldid=32325663 
492 Melkemaheerd, Huizinge, Middelstum, Groningen  6.6779279708862305  53.346734866838524  Huizingeis een klein wierdedorp in de gemeente Loppersum in de provincie Groningen in Nederland. Het dorp ligt vlak bij de Eemshavenweg. Het heeft nog geen 150 inwoners.
Huizinge is een van de oudste wierdedorpen in Groningen. Het dorp wordt al in de tiende eeuw genoemd in kronieken van het klooster van Fulda. De wierde is rechthoekig. Die vorm zou samenhangen met het gegeven dat de wierde is opgeworpen in de boezem van de voormalige Fivel.
De huidige kerk, oorspronkelijk vernoemd naar Johannes de Doper dateert uit de dertiende eeuw. Het is een van best bewaarde Romano-Gotische kerken in de provincie. De huidige kerk is overigens niet de eerste. Er heeft tenminste een eerdere kerk gestaan, waar aan het einde van de twaalfde eeuw de latere abt van het klooster van Wittewierum, Emo van Bloemhof pastoor was. 
493 Menkeweer, Bedum, Groningen  6.583307  53.338207  Menkeweer is een gehucht in de gemeente Bedum in de provincie Groningen in Nederland. Het ligt even boven Onderdendam aan de Warffumermaar.
Menkeweer is ontstaan rond een wierde. In het verleden had het gehucht een eigen kerk die op de wierde stond. Het huidige gehucht was destijds een plaats van enige importantie. Het nu veel grotere Onderdendam behoorde tot de jurisdictie van Menkeweer.
De kerk is in 1843 afgebroken. Wel resteert het oude kerkhof, omgeven door bomen. Het kerkhof is een archeologisch rijksmonument. Het ligt naast een boerderij die ook Menkeweer heet.
Even boven het gehucht ligt de Schaiftil over de Delthe of Usquerdermaar 
494 Mensingeweer, Leens, Groningen  6.464062  53.350941  Mensingeweer (Gronings: Menskeweer) is een dorp in de gemeente De Marne in de provincie Groningen, Nederland.
Het is gelegen aan de provinciale weg (de N361) van Winsum naar Leens op het kruispunt van de weg naar Eenrum.
Het dorp bezit drie bruggen, de Westerbrug in de Eenrumerweg, een hoogholtje en de Leitil aan de oostzijde van het dorp in de provinciale weg.
Op de plek waar nu de Westerbrug ligt was voor 1853 een vaste dam. Dit was tevens het einde van de trekschuit vanaf Groningen. Wie verder wilde kon hier overstappen op de schuit naar Ulrum. Het is nog steeds duidelijk te zien dat het kanaal ter plekke van de brug een klein slingertje maakt – de beide kanalen (nu het Mensingeweersterloopdiep) lagen niet geheel in elkaars verlengde.
De naam betekent waarschijnlijk: de weer (wierde) van Menze (= persoonsnaam). Wie dat te gewoon vindt, leest de sage van Abel Stok. Een sage wil ons doen geloven dat een zekere Abel de naamgever was. Hij had gewed dat hij met een polsstok over het water kon springen. Dat lukte hem inderdaad, maar hij sprong zo ver dat niemand hem nog kon zien, waarop iedereen "Wee, wee" riep. Zo kwam Wehe aan zijn naam. Om aan te geven dat hij goed was overgekomen blies de bakker op zijn hoorn. Zo kreeg Den Hoorn zijn naam. Toen was men gerust gesteld en zei: "d' Mens is er weer" en dat werd: Mensingeweer. 
495 Menterne, Termunten, Groningen  7.0278167724609375  53.27878410943202  Menterne is de oude naam voor het noordelijk deel van het Oldambt in de provincie Groningen. Het gebied stond later ook bekend als het Klei-Oldambt (tegenover het Wold-Oldambt) en als Klein-Oldambt (tegenover Groot-Oldambt). Het valt min of meer samen met het grondgebied van de voormalige gemeente Termunten. 
496 Menterwolde, Groningen  6.880087  53.168616  Menterwolde (inwoners per 1 juli 2006: 12.564, bron: CBS) is een gemeente in noord Nederland, in de provincie Groningen. De gemeente beslaat een oppervlakte van 81,62 km² (waarvan 0,78 km² water).
De gemeente Menterwolde ontstond op 1 januari 1990 door samenvoeging van de gemeenten Oosterbroek (Noordbroek en Zuidbroek 1965), Muntendam en Meeden. De nieuwe gemeente droeg aanvankelijk de naam Oosterbroek. Een jaar later koos de gemeenteraad voor de naam Menterwolde. Het gemeentehuis is sinds juni 1992 gevestigd te Muntendam.
Indeling
De gemeente Menterwolde bestaat uit de volgende plaatsen en kernen: Beneden Veensloot, Borgercompagnie (gedeeltelijk), Boven Veensloot, Korengarst, Meeden, Muntendam, Noordbroek, Spitsbergen, Stootshorn, Tripscompagnie (gedeeltelijk), Tusschenloegen, Tussenklappen, Uiterburen en Zuidbroek.
Geschiedenis
De naam Menterwolde (Menterasilva (1222) of Menterawalda) is ontleend aan het middeleeuwse veenlandschap aan de oevers van het riviertje de Munter Ee, dat later het Wold-Oldambt is gaan heten. De naam Menterwolde is ook gebruikt voor een klooster dat iets ten zuiden van Nieuwolda heeft gelegen en er zijn aanwijzingen dat ook een nederzetting in de buurt van dit klooster dezelfde naam droeg. In het begin van de zestiende eeuw is dit gebied voor een deel overstroomd door de Dollard. Halverwege de zestiende eeuw werd het verdronken land al weer ingepolderd. De dorpen lagen als langgerekte streekdorpen rond de tijdelijke Dollardboezem. De langgerekte vorm is ontstaan door de veenontginningen aan het eind van de middeleeuwen. Alle vroegere gemeenten van Menterwolde maakten deel uit van het Oldambt. In het achterland bevindt zich een ontgonnen hoogveengebied, dat gedeeltelijk tot de Veenkoloniën wordt gerekend. Hier liggen de dorpen Borgercompagnie en Tripscompagnie evenals het gehucht Stootshorn.
Landschap en bebouwing worden vooral bepaald door grootschalige landbouwbedrijven, die tussen 1850 en 1940 een bloeitijd kenden. In die periode kenmerkte het gebied zich door grote sociale tegenstellingen, die ook daarna in de politieke verhoudingen doorwerkten.
Het klooster Menterwolde wordt voor het eerst beschreven in de kloosterkroniek van de abten van Aduard. Het klooster werd door Aduard gesticht in 1247 op de plaats van Kampwoude (Campis Sylvae). Het dubbelklooster kwam in de problemen in 1259 toen men van hogerhand besliste dat de nonnen moesten vertrekken, omdat een dubbelklooster niet was toegestaan volgens de reglementen. De nonnen werden zodoende verplaatst naar een nieuw kloostergebouw in het zuidelijker gelegen Midwolda. De monniken bleven in Menterwolde. Vanwege de vernatting - en niet door het ontstaan van de Dollard (!) – werd het klooster Menterwolde in 1299 opgeheven. De eerste drie abten van het klooster Menterwolde zouden in de kerk, in de kapel, begraven zijn. De monniken werden verplaatst naar het klooster Termunten. Het vrouwenklooster in Midwolda was een afhankelijk klooster van Menterwolde en resorteerde na 1299 ook onder Termunten. De nonnen gebruikten het zegel van Termunten. Na de dijkdoorbraak in 1509, toen de nooddijk van 1454 brak, kwamen ook de resten van Menterwolde onder water te staan. Sindsdien is de verwarring ontstaan dat Menterwolde door de Dollardoverstromingen verplaatst is. De plaats van het klooster was nog in de zeventiende eeuw met enige nauwkeurigheid bekend. Onder Nieuwolda ligt de plaats ‘de (olde) Stoeff’. Deze plaats werd in 1951 archeologisch onderzocht en men vond alleen het grafveld. In 1975 werd het poortgebouw van het klooster gevonden. De funderingen van het klooster werden in 1998 gevonden onder de boerenschuur op het terrein. Ook bleek het kloosterterrein groter te zijn geweest dan men in 1951 gedacht had.
De nederzetting Menterwolde
In de buurt van het klooster Menterwolde heeft tevens de nederzetting Menterwolde gelegen. Ten eerste zijn er de aanwijzingen rondom de plaats 'Kampwoude'. Andere aanwijzingen voor deze laatmiddeleeuwse nederzetting staan in de kroniek van Wittewierum, waar een dertiende eeuwse vete wordt beschreven die draaide om Ida van Menterwolde, die in de ogen van tijdgenoten een edelvrouwe was. Menterwolde wordt in dit verhaal duidelijk onderscheiden van Midwolda en nevenstaand gebruikt. Mogelijk heeft de nederzetting 'Kampwoude' (Menterwolde) gelegen ten noorden van Nieuwolda-Oost. Tussen de Heemweg en de Hoofdweg-Oost liggen de resten van talloze raatakkers, zoals op satellietfoto's duidelijk zichtbaar is geworden na introductie van Google Earth. In de negentiende eeuw staat het gebied bekend als de 'Blinken', wat waarschijnlijk duidt op de overblijfselen van huiswierden. Het gebied is tot nog toe buiten archeologische belangstelling gebleven. 
497 Meppel, Drenthe  6.188929080963135  52.699846060588634  Meppel (Drents: Möppelt) is een gemeente en stad in het uiterste zuidwesten van Drenthe in Nederland. Per 1 juli 2006 telde de gemeente ruim 30.000 inwoners. De gemeentelijke oppervlakte bedraagt 58 km².
Geschiedenis
Meppel werd al in 1141 genoemd in een oorkonde, maar in die tijd was het niet meer dan een groepje boerderijen. Meppel kwam in de 16e eeuw tot bloei vanwege de turfafgravingen in Noord-Nederland; de stad was een belangrijke doorvoerhaven vanwege de verbinding met de Drentse Hoofdvaart en de Hoogeveense Vaart aan de ene kant en het Meppelerdiep aan de andere kant. Via het Meppelerdiep kon bij Genemuiden de Zuiderzee bereikt worden. In de 17e en 18e eeuw vestigden zich dan ook veel binnenschippers in het dorp. In 1809 kreeg Meppel stadsrechten.
In de twintigste eeuw zijn enkele grachten gedempt die dwars door het centrum van de stad liepen. Ook zijn enkele ophaalbruggen vervangen door vaste bruggen. Sindsdien is het onmogelijk geworden door Meppel heen Drenthe binnen te varen, ook vanwege de vernauwing van de Hoogeveense Vaart in 2005 ter hoogte van de Oosterboer.
De Wheem
De Wheem
In de binnenstad van Meppel bevinden zich twee molens, te weten De Weert en De Vlijt.
De inwoners van Meppel worden ook wel "Meppeler Muggen" genoemd, naar aanleiding van een gebeurtenis in het verleden. Op een nacht dachten sommige inwoners dat de kerktoren in brand stond, omdat er een rookwolk om de Meppeler Toren hing, maar het bleek een zwerm muggen te zijn.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn bijna alle Joodse inwoners van Meppel door de Duitse bezetter naar de concentratiekampen vervoerd en hebben aldaar het leven gelaten. Van de 250 Meppelse Joden kwamen er 232 om en keerden slechts 18 terug.
Het wapen van Meppel
In het wapen is de geschiedenis van de stad af te lezen: de drie klaverbladeren symboliseren de weidegrond rondom Meppel; de drie zwarte rechthoekjes stellen turven voor en staan voor de veenafgravingen en de turfhandel; de tien zilveren penningen in de rode rand vertegenwoordigen de tien zakken graan die het dorp Meppel met ingang van 1422 aan de kerk van Kolderveen (ligt naast Nijeveen, een dorpje dat aan Meppel grenst) betaalde. 
498 Meppen, Zweeloo, Drenthe  6.69555555555556  52.7813888888889  Meppen is een dorp in de gemeente Coevorden, in de Nederlandse provincie Drenthe. Het dorp kende op 1 januari 2004 360 inwoners. Deze zijn verdeeld over 130 woningen en een oppervlakte van 60 km².
Het dorp ligt in het noordwesten van de gemeente Coevorden, ten noorden van Oosterhesselen en ten westen van Aalden. Het dorp grenst aan het bos De Mepperdennen en het jeneverbesgebied De Palms.
Meppen is al een oud dorp. Maar nog voordat de plaats ontstond, werd het gebied waarin het ligt al bewoond, de oudste sporen daarvan zijn van zo'n 5000 jaar v. Chr. Men vond onder meer bij Meppen mesjes om de dierenhuiden te bewerken. Ook is er een bronzen emmer, dus uit de bronstijd, gevonden. Veel later in de geschiedenis, in de Middeleeuwen was Meppen de eerste echte kern van bewoning in het gebied. Toch is de oudste vermelding van Meppen zelf als plaatsnaam pas van 1335, terwijl een aantal andere plaatsen, die later zijn ontstaan, eerder werden genoemd.
Die plaatsen, het huidige Aalden, Zweeloo, Oosterhesselen, De Klencke, Gees, Zwinderen en ook een deel van Wezup zouden later onder de Marke van Meppen gaan vallen. Dit was de grootste boermarke van de Olde Landschap Drenthe. De marke werd tijdens de Markescheiding (1862 en 1868) uit elkaar gehaald.
Meppen heeft ook een stroomtram gehad. Het idee voor een stroomtram tussen Coevorden naar Beilen (via Zweeloo en met een aftakking naar Schoonoord), werd gelanceerd in 1903. Maar het duurde lang voordat het benodigde geld bijeengebracht was en uiteindelijk kwam men net iets te kort. In 1913 werd er een nieuwe poging gedaan, nu voor een lijn tussen Coevorden naar Assen (wederom via Zweeloo en Schoonoord). In 1914 bleek er genoeg geld voor te zijn en begon men met de aanleg van een lijn die dwars door het heideveld ging. De lijn, die dat jaar ook in gebruik werd genomen, werd vooral gebruikt voor goederenvervoer maar ook aan personenvervoer werd gedaan.
De tram stopte in Meppen bij de tramhalte en café Nijhoving, waar nu brasserie "HetTramlokaal" staat. De tram werd in oktober 1947 opgedoekt omdat deze niet kon concurreren met het transport via de weg. 
499 Merum, Loppersum, Groningen  6.757621765136719  53.3160960938902  Merum is een buurtje in de gemeente Loppersum in de provincie Groningen. Het ligt iets ten noorden van Garrelsweer, en is alleen vanaf dat dorp bereikbaar.
Bij het buurtje lag een wierde die in de negentiende eeuw geheel is afgegraven. De naam Merum komt waarschijnlijk van heem van Mere, een mansnaam. 
500 Middelbert, Noorddijk, Groningen  6.636609  53.221957  Middelbert is een dorp in de Nederlandse gemeente Groningen. Het ligt ten oosten van de stad Groningen. Tot 1969 lag het in de voormalige gemeente Noorddijk. Oorspronkelijk was Middelbert een van de kerspelen van het Gorecht.
De oorspronkelijke plaats Middelbert bestaat uit twee delen: Het dorp Middelbert waar de kerk ligt, aan de Middelberterweg en Olgerweg, dat via de Driebondsweg (zonder bewoning) verbonden is met Klein-Harkstede dat aan de Harkstederweg en Borgsloot ligt. Een 5-tal huizen dat aan de Borgsloot ligt, heeft als adres toch Middelberterweg, omdat ze vroeger een oprijlaan hadden richting Middelberterweg, hoewel ze nu bijna allen via de Borgsloot te bereiken zijn.
Het dorp ligt in het gebied waar een grote stadsuitbreiding is gepland, Meerstad. Ook in die plannen zal Middelbert zijn dorpskarakter behouden. Daarbij wordt overwogen om een grenscorrectie toe te passen, waarbij Middelbert tot de gemeente Slochteren zou gaan behoren.
Middelbert is een van de vier MEER-dorpen, andere dorpen zijn Engelbert, Euvelgunne en Roodehaan.
Door de nabijheid van de stad zijn er bijna geen voorzieningen meer in het dorp. Er zijn wel een aantal kleine bedrijven gevestigd. Middelbert wordt elk uur aangedaan door buslijn 78 van Arriva, het heeft 4 bushaltes.
In Middelbert staat een 13e-eeuwse St. Maartens-kerk. 
501 Middelstum, Groningen  6.641439  53.347174  Middelstum (Gronings: Middelsom) is een plaats in de gemeente Loppersum in de provincie Groningen in Nederland.
Het is ook de naam van de voormalige gemeente, waar Middelstum de hoofdplaats was. Deze gemeente is in 1990 opgegaan in de gemeenten Loppersum en Hefshuizen, het latere Eemsmond.
In het dorp zijn de borgplaatsen van de voormalige borgen Mentheda en Asinga grotendeels onbebouwd gebleven. Het dorp heeft dan ook een beschermd dorpsgezicht. De grote, 15e-eeuwse Sint-Hippolytuskerk domineert het dorp. In het dorp is een klein museum, de autentiek ingerichte Bakkerij Mendels, grotendeels stammend uit de 17e eeuw.
Het dorp ligt aan het Boterdiep.
Even ten noorden van het dorp is de onderbouw van de verdedigingtoren van de borg Ewsum nog aanwezig. De familie Van Ewsum bewoonde later de borg Nienoord bij Leek.
Op 8 augustus 2006 vond er een aardbeving plaats met als kracht 3.5 op de Schaal van Richter als gevolg op de bodemdaling door aardgaswinning. Dit was de zwaarste aardbeving tot dat moment in de noordelijke provincies 
502 Middelveen, Zuidwolde, Drenthe  6.42027777777778   52.6583333333333  Middelveen is een buurtschap behorende tot de gemeente De Wolden in de Nederlandse provincie Drenthe. De buurtschap is gelegen ten zuiden van Zuidwolde, ten westen van rijksweg N48. 
503 Midlaren, Zuidlaren, Drenthe  6.6775  53.1097222222222  Midlaren is een dorp in de gemeente gemeente Tynaarlo, in de provincie Drenthe.
Het dorp ligt tussen Noordlaren en Zuidlaren en daar is ook de plaatsnaam aan ontleend. De plaats kwam in het Nederlands in 1298 voor als Middelare maar in 1323 kwam het in de huidige spelling al voor. Aan de rand van het dorp liggen 2 hunebedden (D3 en D4) op enkele meters van elkaar en van enkele oude boerenhuizen. 
504 Midwolda, Groningen  7.01611111111111  53.1927777777778  Midwolda (Gronings: Midwolle) is een dorp in de Nederlandse gemeente Oldambt in Groningen. Midwolda telt ruim 2000 inwoners.
Tot 1990 was Midwolda een zelfstandige gemeente en sindsdien maakte Midwolda deel uit van de gemeente Scheemda. Sinds 2010 behoort Midwolda tot gemeente Oldambt. In het oude gemeentehuis is (anno 2005) een Engels theehuis gevestigd. In het dorp staat een kerk daterend uit 1738 waar zich een beroemd orgel van de Duitse orgelbouwer Hinsz bevindt. Hierop worden met grote regelmaat concerten gegeven. Vóór 1738 stond de kerk van Midwolda ten noorden van het dorp. (zie: kruiskerk van Midwolda)
Het dorp is bekend om het enige oerbos van de provincie Groningen (het landgoed Ennemaborg) en haar schaatsbaan, waar bij strenge winters marathons op natuurijs worden gereden. De borg wordt bewoond door kunstenares Maya Wildevuur, die hier ook haar galerie heeft. Imca Marina woont ook in Midwolda, waar zij als ambtenaar van de burgerlijke stand in haar boerderij 'De Vicarie' huwelijken voltrok alvorens zij in november 2010 het faillissement aanvroeg.
Ten zuiden van het dorp bevindt zich het gebied van het Blauwestad-project, een gebied dat door onderwaterzetting wordt gecreëerd en waar een compleet nieuwe woongemeenschap met ongeveer 1500 woningen wordt gemaakt. Dit plan moest oorspronkelijk klaar zijn in 2016, maar is vooralsnog qua huizenbouw niet echt van de grond gekomen. 
505 Midwolde, Leek, Groningen  6.39222222222222  53.1802777777778  Midwolde (Gronings: Midwolle) is een klein dorp in de gemeente Leek (Groningen, Nederland).
Midwolde is bekend om zijn kerk, waarvan het oudste deel (het schip) uit de 12e eeuw stamt. De kerk ligt ten noorden van het landgoed Nienoord en had hier dan ook in het verleden nauwe relaties mee. In de kerk bevindt zich het praalgraf van Carel Hieronymus von Inn- en Knyphuizen (1665-69), een hoofdwerk van Rombout Verhulst en Bartholomeus Eggers. Een gebrandschilderd raam herinnert aan het ongeluk van 1907 waarbij de familie Van Panhuizen verdronk in het Hoendiep.
De naam betekent: wold (= dorp) in het midden. Ten oosten ligt Oostwold.
De naam lijkt veel op die van Midwolda, ook in Groningen gelegen, maar aanzienlijk groter.
Midwolde is ook te bereiken met het openbaar vervoer. Lijn 88 is de bus van Arriva die door het dorp rijdt. De lijnen 85, 89, 100, 306 en 317 zijn de lijnen die aan de rijksweg halteren. De lijnen 89 en 100 halteren in de richting Groningen daar alleen op verzoek. 
506 Midwoldermeer, Midwolda, Groningen  7.041856  53.193212  Dit was vroeger een meer, maar zal, na inpoldering, toch een tijdje zijn naam hebben gehouden. Nu gaat men het weer omvormen tot een meer in het kader van de Blauwe Stad. 
507 Moddergat, Zuidwolde, Drenthe  6.369023323059082  52.68096661067175  In het westen het Steenberger Westerveld dat ging tot de zeer natte gebieden van Moddergat waar nu de A28 loopt. Er zijn onvoorstelbaar veel kubieke meters zand gestort bij de aanleg van de A28 om deze natte veengebieden te dichten.
Dit is de enige informatie die ik kon vinden. Helemaal zeker weet ik het niet, maar ik vermoed dat het hier ingeveer lag. Op de oude kaart is het niet te vinden.
Ook vond ik nog, het volgende maar ook daar is het niet duidelijk waar het is.
Het Holtveen vindt ik persoonlijk één van de
interesanste plekken er is altijd verandering en veel variatie in vogel soorten. Een eindje verder is het Moddergat met aan de andere kant de Holtveenslenk, waar we gerust hebben op twee boomstammen met schaaldeel, 
508 Modderland, Finsterwolde, Groningen  7.110300064086914  53.19884519825012  Volgens de oude kaart is het een gebied tussen Finsterwolde en Ganzedijk, nu is het een straatnaam. Geen verdere informatie gevonden 
509 Moerhoven, Vledder, Drenthe  6.174435  52.835015  *Moerhoven (buurtschap in de gemeente Westerveld) 
510 Molendijk, Hoogeveen, Drenthe  6.577483  52.673788  De Molenwijk heet tegenwoordig Jeulenwijk 
511 Molenhorn, 't Zandt, Groningen  6.781139373779297  53.35909370542035  Terhorn (Ter Horn) en Molenhorn zijn historische benamingen voor een gehucht in de gemeente Loppersum van de Nederlandse provincie Groningen. Het ligt tussen de dorpen 't Zandt en Leermens, rond en ten zuiden van de kruising van de Terhornseweg met de Schatsborgerweg; het deel rond de hoek (boerderij) werd Ter Horn (horn=hoek) genoemd en het deel ten zuiden ervan Molenhorn (naar de molen die er stond). Vroeger viel de molen kadastraal gezien onder Leermens, maar sinds ongeveer 1960 onder 't Zandt.
Langs het gehucht stroomt de Leermenstermaar. Ten oosten van het streekje ligt de Alberdaheerd (naam bekend vanaf 15e eeuw, familie vanaf 13e eeuw) en ten zuiden de boerderij Schatsborg (vroegere Leermenster borg Bolsiersema).
De naam Molenhorn verwijst naar de vroegere korenmolen van Leermens, die hier ver ten noorden van het dorp stond en al in 1628 wordt genoemd. In 1853 werd een nieuwe molen gebouwd, die in 1957 werd gesloopt. Bij de molen staat de sarrieshut, die rond 1882 werd gebruikt door zevendedagsadventisten, die van hieruit ontstonden in Oost-Groningen. Het is de enige sarrieshut die ook inwendig origineel is gebleven. In 1986 werd het huis gerestaureerd. Tegenwoordig is het ingericht als theeschenkerij. De naam Molenhorn leeft voort in een paardenstal naast de voormalige sarrieshut.
Formsma vermeldt op een kaart in zijn boek Ommelander Borgen en Steenhuizen (1987, p. 519) een doopsgezinde kerk tegenover Terhorn, op de hoek van de Boslaan met de Schatsborgerweg, aan het Leermenstermaar. Dit was de locatie van de 17e-eeuwse doopsgezinde Oude Vlamingenvermaning van Leermens. De eerste anabaptisten werden hier in de 16e eeuw door Obbe Philips bekeerd. In 178 of 178 of 178 fuseerde deze gemeente met de congregatie van Loppersum. In 1847 of 1848 kwam een vermaning gereed in Zeerijp en werd het gebouw gesloten en later die eeuw gesloopt. De grond waarop de vermaning stond is later gebruikt bij het vergraven van de Leermenstermaar. 
512 Molenrij, Kloosterburen, Groningen  6.404646  53.387130  Molenrij (Gronings: Moolnriege) is een dorpje in de gemeente De Marne, provincie Groningen, Nederland.
Het dorp is ontstaan rond enkele molens die hier stonden aan het einde van het maar, dat nu het Molenrijgstermaar heet. Van de molens is er geen over. In het begin van de jaren 90 heeft men geprobeerd weer enkele van de molens te herbouwen. De fondsen waren echter niet toereikend.
Het woord rij of rijge duidt op een rij huizen. De aanduiding komt wel in meerdere Groningse plaatsnamen voor. 
513 Morige, Wedde, Groningen  7.07222222222222  53.0966666666667  Morige is een buurtschap in de Groningse gemeente Bellingwedde. Het ligt even ten zuiden van Blijham aan de oude weg van Blijham naar Wedde. Morige heeft ruim 450 inwoners.
Morige ligt op de zandrug die in een hoefijzervorm door de gemeente loopt. De rechterzijde van het hoefijzer is de rijke kant, daar staan de hereboerderijen van Bellingwolde. Morige ligt op de linkerkant, dat was de plek voor de arbeiders.
Het is een kleinschalig randveenontginningsgebied. Het wordt gekenmerkt door de lanenstructuur, waarlangs de vervening plaats vond. De gerichtheid op de ontginning blijkt ook door de richting waarin de meeste huizen staan. Deze staan niet haaks op de doorgaande weg, maar gedraaid. De richting wordt bepaald door de vorm van de percelen, niet door de loop van de weg. 
514 Munnekemoer, Vlagtwedde, Groningen  7.082490921020508  52.84389061087436  Munnekemoer is een gehucht in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen (Nederland). Het ligt ten zuiden van Ter Apel aan het Ter Apelkanaal, in de meest zuidelijke punt van de provincie, tussen Drenthe en Duitsland.
De naam Munnekemoer verwijst enerzijds naar Monniken, afkomstig van het vroegere klooster in Ter Apel, en anderzijds naar moer, dat is veenmoeras. 
515 Munnekendijk, Emmen, Drenthe  7.026951  52.873325  De Munnekendijk is op de kaart van 1865 aangegeven als verbindingsweg tussen de omgeving van het klooster in Ter Apel en het dorp Valthe. 
516 Munsterschestukken, Emmen, Drenthe  7.080444  52.828980  Munstersche veld ligt in de gemeente Emmen ten noorden van Emmer-Compascuum, ten zuiden van Ter Apel (Gr.) en ten zuidwesten van Rütenbrock (Dld.), Het is een bouwlandcomplex en hoofdzakelijk gelegen aan de oostkant van het Stads-Compascuumkanaal en de Duitse grens 
517 Munsterscheveld, Emmen, Drenthe  7.068267  52.825882  Emmen is een gemeente in het zuidoosten van de Nederlandse provincie Drenthe en heeft een oppervlakte van 350 km², waarmee het een van de grootste van het land is. De hoofdplaats is het gelijknamige Emmen en op 1 juli 2006 telde de gemeente 108.754 inwoners (bron: CBS).
Verder bevinden zich in de gemeente de volgende wijken en buurtschappen:
Angelslo, Bargeres, Bargermeer, Delftlanden, Emmerhout, Emmermeer, Emmerschans, Klazienaveen-Noord, Koelveen, Middendorp (Nieuw-Schoonebeek), Munsterscheveld, Noordbarge, Parc Sandur, Rietlanden, Schutwijk, Westenesch, Wilhelmsoord en Zuidbarge 
518 Muntendam, Groningen  6.86861111111111  53.1336111111111  Muntendam is een voormalige gemeente en dorp in de gemeente Menterwolde, in de Nederlandse provincie Groningen. Het dorp heeft 4500 inwoners (2008).
Na de gemeentelijke herindeling is Muntendam op 1 januari 1990 samengevoegd met de dorpen Meeden (gemeente Meeden), Noordbroek en Zuidbroek (gemeente Oosterbroek) tot de gemeente Menterwolde.
Geschiedenis
Muntendam ligt op de grens van het Oldambt en de Veenkoloniën en zo'n 18 km verwijderd van Groningen (over de snelweg berekend). De eerste vermelding van Muntendam dateert uit 1391. Oorspronkelijk was Muntendam een veenontginningsdorp, dat ontstond in de omgeving van een dam in het riviertje de Munter Ee. Na de inbraak van de Dollard in de vijftiende eeuw raakte de bewoning geconcentreerd rond een natuurlijke zandhoogte.
Eeuwenlang vormde Muntendam een arbeidsreservoir voor de omliggende polderdorpen en veengraverijen, later ook voor de landbouwindustrie. Daarnaast verdienden veel mensen de kost met ambulante handel, onder andere met sinaasappels en heidebezems. Daaruit kwamen na 1900 enkele handelsondernemingen voort. Afgezien van twee steenfabrieken heeft het dorp weinig industrie gekend. Landelijk bekend werden de Otten-caravans.
Vanwege de wijdverbreide armoede en de sociale misstanden werden de inwoners van Muntendam in de omliggende dorpen vroeger niet altijd respectvol bejegend. Binnen de hechte dorpsgemeenschap gold het daarentegen als onbehoorlijk plaatsgenoten te discrimineren. Deze kenmerkende plaatselijke cultuur is tot op heden merkbaar. Muntendam stond bekend als 'het roodste dorp van Nederland', vanwege het grote aantal stemmen dat wordt uitgebracht op de Partij van de Arbeid en andere linkse partijen, in het verleden met name de CPN.
Kouvreters
Sinds jaar en dag staan Muntendammers bekend als Muntendammer Kouvreters. Het was in de Franse tijd dat de Muntendammers hun bijnaam kregen. De Fransen waren oppermachtig in het dorp dat toen al Muntendam heette. Ze bemachtigden alles wat los en vast zat, zo ook de koeien. Veelal werden de koeien uit de richting van Veendam gehaald, zodat ze vervolgens met de Fransen mee richting Zuidbroek gingen. De Fransen moesten met het pas bemachtigde beest dwars door Muntendam. Nu waren de Muntendammers over het algemeen niet van mening, dat het beest naar Zuidbroek wilde. Volgens hen, bleef het dier liever in Muntendam. Daar de Fransen geen woord Nederlands spraken, en ook de Muntendammers deze taal amper spraken, leidde dit vaak tot een conflict. Meestal waren het de Muntendammers, die uiteindelijk aan het langste eind trokken. Hierdoor werden Muntendammers destijds, maar ook nu nog steeds, betiteld als Kouvreters.
Voormalige gemeente
De voormalige gemeente Muntendam bestond naast het hoofddorp uit de dorpen, buurtschappen en gehuchten: Borgercompagnie (gedeeltelijk), Duurkenakker (gedeeltelijk), Tripscompagnie (gedeeltelijk) en Tussenklappen. 
519 Mussel, Onstwedde, Groningen  7.03805555555556  52.955  Mussel (Gronings: De Muzzel) is een dorp in de gemeente Stadskanaal in de provincie Groningen (Nederland). Het dorp heeft ongeveer 1600 inwoners.
Mussel is een betrekkelijk jong dorp. Het is ontstaan in de negentiende eeuw op een zandrug in het veengebied langs de Mussel-Aa. Het oudtse deel van het dorp ligt aan de weg van Musselkanaal naar Onstwedde. Later groeide het dorp ook langs de weg richting Vledderveen en de weg naar Jipsingboertange.
Het dorp beschikt over drie verschillende kerken, een Nederlands-Hervormde, een Gereformeerd-vrijgemaakte en een Christelijk Gereformeerde kerk. Even buiten het dorp, in de buurtschap Kopstukken bevindt zich nog een Rooms-Katholieke kerk. 
520 Mussel-Aa-kanaal, Onstwedde, Groningen  7.071869373321533  52.9863350661897  Het Mussel-Aa-kanaal is een kanaal in in de streek Westerwolde in de provincie Groningen. Het loopt van Musselkanaal naar Veelerveen waar het met het Ruiten-Aa-kanaal samenkomt en zijn weg tot Nieuweschans vervolgt als B.L. Tijdenskanaal. Het kanaal is anno 2005 niet bevaarbaarbaar voor plezier- en beroepsvaart. De beheerder van het kanaal is het waterschap Hunze en Aa's.
Het kanaal loopt van Musselkanaal tot er hoogte van Onstwedde in noordelijke richting. Dan maakt hij een bocht vervolgt zijn weg in noordoostelijke richting. Van deze bocht loopt een zijtak naar Onstwedde waar tot de jaren zestig een haven is geweest. Het kanaal is genoemd naar de Mussel-Aa waarvan het de watervoerende functie grotendeels heeft overgenomen. Dit beekje wordt ter hoogte van Kopstukken zelfs een begeleidende sloot van dit kanaal om dan even verderop weer zelfstandig naar Onstwedde te stromen. Daar vloeit deze samen met het Pagediep in de zijtak van het kanaal.
Het kanaal is aangelegd op initiatief van de Vereniging ter bevordering van de kanalisatie van Westerwolde. Deze vereniging liet ing. A.J.H Bauer een plan maken om de wateroverlast waar Westerwolde door vervening van het Bourtangermoeras geregeld werd geplaagd het hoofd te bieden. Dit plan dat in 1893 gereed kwam werd vanaf 1905 aanbesteed en in 1911 werd begonnen met het graven. In 1916 kwam het Mussel-Aa-kanaal gereed. Na de aanleg speelde de beroepsvaart een rol van betekenis. Hierdoor heeft het kanaal een rol gespeeld bij de ontginning van de overgebleven heide- en veengebieden. Zo liep er een wijk van het Mussel-Aa-kanaal tussen het Sellingerveld en Weenderveld door tot vlakbij de Ruiten-Aa.
De volgende sluizen werden aangelegd:
* Veelersluis (No II)
* Onstweddersluis (No III)
* Harpelersluis (No IV)
* Kopstukkensluis (No V)
* Zandtangesluis (No VI)
* Braambergsluis (No VII)
* Jipsingboermusselsluis (No VIII)
In de naoorlogse jaren werd het Mussel-Aa-kanaal gesloten voor scheepvaart en werden de sluizen verwijderd. In de jaren 80 van de twintigste eeuw werd het A.G. Wildervanckkanaal gegraven die vlakbij Musselkanaal in het aansluit op het Mussel-Aa-kanaal. Door deze aansluiting kan het Mussel-Aa-kanaal in droge tijden water uit het IJsselmeer aanvoeren. In de laatste decennia van de twintigste eeuw zijn er plannen gemaakt om het Mussel-Aa-kanaal weer bevaarbaar te maken voor pleziervaart. Dit plan is tot nu toe niet uitgevoerd. Er zijn wel voorzieningen getroffen voor kanovaart. 
521 Musselkanaal, Onstwedde, Groningen  7.01527777777778  52.9291666666667  Musselkanaal is een lintdorp in de provincie Groningen (Nederland), gelegen in het verlengde van Stadskanaal in de gelijknamige gemeente en aan het gelijknamige kanaal. Het dorp grenst aan de Semslinie en daarmee aan de provincie Drenthe. Musselkanaal begint globaal bij het vierde verlaat en eindigt op de gemeentegrens tussen de gemeente Stadskanaal en Vlagtwedde, iets voorbij de plek waar het Mussel Aa-kanaal en het Musselkanaal samenkomen. Ten noorden van Musselkanaal ligt het gehucht Horsten, Voor de ontwikkeling van het dorp Musselkanaal werd het tegenwoordige dorpsgebied met deze naam aangeduid. Het openluchtzwembad van Musselkanaal draagt ook deze naam.
Drie "monden", zijkanalen vanuit de Drentse Veenkoloniën komen in Musselkanaal in het gelijknamige kanaal: De Eerste Exloërmond, de Tweede Exloërmond en de Valthermond. Op de plek waar het Valthermond in het Musselkanaal komt ligt de Ijzeren klap over het kanaal. In 1853 werd bij de aanleg van het Stadskanaal/Musselkanaal dit punt bereikt. Ten zuidoosten van de IJzeren klap word de Mussel-Aa gepasseerd. Hier was het veendek dunner en werd het al voor de verveningen agrarisch benut. Het werd bijvoorbeeld gebruikt als hooiland, wat we terugzien in een naam als de Musselhooistukken. Ten zuiden van Musselkanaal is de loop van deze beek vrijwel verdwenen, ten noorden ervan is het geïntegreerd in de waterlopen van een wandelpark.
Gedurende een lange periode heeft er een Branbergen koekjesfabriek gestaan. Hier werden koekjes gemaakt met de beeltenis van Bruintje Beer, een stripheld. Om deze reden is in het centrum van Musselkanaal een levensgroot Bruintje Beer standbeeld geplaatst.
Openbaar Vervoer
De eerste railverbinding kreeg Musselkanaal in 1894 toen de Eerste Groninger Tramway-Maatschappij haar paardentramlijn van Zuidbroek naar Stadskanaal verlengde naar Valthermond. Later in 1895 werd deze lijn nog eens verlengd richting Ter Apel.
De N.V. Gronings-Drentsche Spoorwegmaatschappij Stadskanaal-Ter Apel-Rijksgrens (STAR) opende in 1924 haar lijn. In 1934 werd het goederenvervoer beëindigd, Daarop volgend het personenvervoer in 1935. In 1941 werd het goderenvervoer weer beperkt hervat. Om in 1942 weer gestaatkt te worden. In 1946 werd opnieuw met goederenvervoer begonnen. In 1972 werd het goederenvervoer tussen Musselknaal en Ter Apel definitief beëindigd en werd de lijn opgebroken, aanvankelijk vanaf Zandberg later, volgde ook het deel tussen Musselkanaal en Zandberg. Hierdoor werd Musselkanaal een kopstation. Tot 1988 vond er nog goederenvervoer plaats zoals het vervoer van kunstmest naar de Coöperatie Ons Belang die zich aan het spoordok had gevestigd. Het goederenvervoer tussen Musselkanaal en Veendam werd begin jaren negentig stopgezet. Een dreigende opbraak van deze lijn kon worden voorkomen door de Stichting Stadskanaal Rail (STAR) die van de lijn een museumspoorlijn maakte.
Trivia
* De bekende schrijver Ferdinand Bordewijk schreef in 1951 een verhaal met de titel Musselkanaal, dat verscheen in zijn boek Studiën in volksstructuur. Dit verhaal is in 1982 opgenomen in een door de schrijver Pierre H. Dubois samengestelde bloemlezing van zeventien verhalen van Bordewijk onder de titel Kelders en Paleizen. In het literaire verhaal van circa zeven pagina’s brengt ene Van Rena begin jaren vijftig per ‘autobus’ een kort bezoek aan Musselkanaal. "En eigenlijk was het woord bezoek ook niet het juiste. Hij was een ontginner, hij wenste de streek te ontginnen met de geest". Maar het bezoek is geen succes. Niet alleen wordt de hoofdpersoon overvallen door een diepe angst. Ook de omgeving wordt niet als positief ervaren.
* Het voormalige station van de STAR te Musselkanaal is gebruikt tijdens de opnames van de De ontdekking van de hemel, naar het gelijknamige boek van Harry Mulisch. De filmploeg zocht een kaal stationnetje met een uitgestrekt landschap. 
522 Nansum, Holwierde, Bierum, Groningen  6.887655258178711  53.358289487092804  Nansum is een gehucht in de gemeente Delfzijl in de provincie Groningen. Het ligt direct ten oosten van Holwierde achter de dijk langs de Eems op een wierde van 2,83 meter boven NAP.

De wierde dateert van rond het begin van de jaartelling, ligt op een kwelderrug en meet maximaal 235 bij 283 meter. Bij het gehucht heeft ooit een borg gestaan die reeds genoemd werd in de 13e eeuw en werd bewoond door het geslacht Tho Nansum, waar waarschijnlijk ook de naam van het gehucht vanaf stamt. De borg was omgracht en is rond 1650 gesloopt. Het deel van de wierde waar de borg lag is lager dan de rest van de wierde, hetgeen mogelijk veroorzaakt is door het uitgraven van de fundamenten. De oorspronkelijke rondweg om de wierde is aan noord- en zuidzijde verhard (Dijkweg in het noorden en ventweg naast Hogelandsterweg in het zuiden) en bestaat in het westen en oosten uit een onverharde grassingel.

Direct achter de zeedijk staan nog de restanten van een aantal bunkers die hier door de Duitsers werden gebouwd tijdens de Tweede Wereldoorlog. De bunkers maakten deel uit van de luchtverdediging voor Emden. In de streek is aan het eind van de oorlog nog zwaar gevochten. 
523 Napels, Scheemda, Groningen  7.00861111111111  53.1483333333333  Napels is een buurtschap in de gemeente Scheemda in de provincie Groningen (Nederland). De buurtschap ligt tussen Heiligerlee en Westerlee, aan beide zijden van de spoorlijn van Groningen naar Nieuweschans.
De buurtschap is ontstaan rond 1840. Oorspronkelijk was het een toevluchtsoord voor dagloners, de bebouwing bestond uit eenvoudige hutten en keten. Die zijn inmiddels vervangen, maar de buurtschap wordt nog steeds gekenmerkt door zeer eenvoudige huisjes. Waar de naam vandaan komt is niet bekend. Even ten zuiden van Napels ligt Tranendal 
524 Niebert, Marum, Groningen  6.32888888888889  53.1616666666667  Niebert (Gronings: Nijbert) is een dorp in de gemeente Marum in de provincie Groningen (Nederland).
Het dorp ligt ten westen van Tolbert (dat echter in de gemeente Leek ligt). De plaatsen hebben veel met elkaar te maken. Niebert is in feite de nieuwe buurt (nie = nieuw, bert = buurt) van Tolbert (tol = t' ol = d' oude). Niebert ligt op een zandrug dat door het zuidelijk deel van het Westerkwartier loopt. De zandrug draagt de naam Vredewold.
Niebert ligt midden in het karakteristieke coulissenlandschap van het zuidelijke Westerkwartier. Dicht bij het dorp ligt de enig overgebleven Groninger steenhuis het Iwema-Steenhuis (14e/15e eeuw). 
525 Niehove, Oldehove, Groningen  6.36638888888889  53.2905555555556  Niehove is een wierdedorp in de Nederlandse provincie Groningen, in de gemeente Zuidhorn met 298 inwoners in 2005. Het gehele dorp is beschermd dorpsgezicht. In het dorp, dat ooit onder de naam Suxwort ("Zuidwierde") de hoofdplaats was van het voormalige waddeneiland Humsterland, is de oude radiaire wierdestructuur nog goed te zien: midden op de wierde staat de 13e-eeuwse kerk, die in 1619 door de aanbrenging van grote smalle ramen sterk van karakter veranderde, waaromheen (in twee cirkels) de huizen van het dorp zijn gebouwd, met de achterkant naar de velden gekeerd. Het kerkhof was tot 1830 van de straat gescheiden door een cirkelvormige gracht, die diende om de geesten op het kerkhof te houden. Vanaf de wierde lopen smalle paden (de zogenaamde kerkenpaden) naar de ringweg beneden.
De wierde van Niehove wordt al zo'n 2200 jaar onafgebroken bewoond. Nadat rond 800 de Lauwerszee was ontstaan, kwam Niehove (toen nog Suxwort) op een eiland te liggen, Humsterland. Zo'n 400 jaar later nam het aantal stormvloeden toe, waarna er een ringdijk rond Humsterland werd gelegd. Hierdoor werd het eilandkarakter van Humsterland nog versterkt. Pas vanaf 1500 werd het Humsterland door dijken met het vasteland verbonden, waarna Cisterziënzer monniken uit Aduard grote delen rond het eiland inpolderden. Het Humsterland kwam hierdoor aan het vasteland te liggen. Tegenwoordig ligt Niehove midden op het vasteland van Groningen.
In het (niet meer bestaande) huis de Ipkemaheerd woonde de proost van Humsterland, die vanuit Niehove een groot deel van oostelijk Friesland (Achtkarspelen) en westelijk Groningen (Westerkwartier) bestuurde. Rond 1200 verhuisde de proost zijn zetel naar Hummerze, waar de dorpsoudsten van Humsterland al vanouds bijeenkwamen om te vergaderen en recht te spreken. Nadat de proost in de veertiende eeuw weer terug was verhuisd naar Suxwort, richtte men ook hier een rechtsstoel in, de zogenaamde Nieuwe Hof, in tegenstelling tot de Oude Hof in Hummerze. De dorpen Suxwort en Hummerze staan vanaf het eind van de 14e eeuw bekend als respectievelijk Niehove en Oldehove. 
526 Niekerk, Oldekerk, Groningen  6.352969  53.225540  Niekerk (Gronings: Nijkerk) is een plaats in de gemeente Grootegast in de provincie Groningen in Nederland.
Het dorp bezit een fraaie bak- en tufstenen romaanse kerk waarvan het oudste deel stamt uit de 12e eeuw.
In 1476 liet de Niekerkster Menno Jeltema geld na aan het Pepergasthuis in de stad Groningen, onder de voorwaarde dat deze ieder jaar op de woensdag voorafgaand aan de Pasen een ton haringen aan de armen van het dorp zou schenken. Tot op vandaag wordt aan deze voorwaarde voldaan.
Twee andere oud-bewoners van het dorp waren de beruchte Rudolf de Mepsche en dominee Van Bijler. 
527 Niekerk, Ulrum, Groningen  6.329373121043318  53.34269516599222  Niekerk (Gronings: Nijkerk) is een plaats in de gemeente De Marne in de Nederlandse provincie Groningen. Het dorp telt ongeveer 70 inwoners.
Het dorp is gelegen halverwege de plaatsen Zoutkamp en Ulrum. Er loopt een (voormalig) kerkpad tussen het dorp en Houwerzijl.
Het dorp, de naam betekent nieuwe kerk, heeft een kerk uit de 13e eeuw. De toren stamt echter uit 1629 en is waarschijnlijk grotendeels met geld van de Zilvervloot gebouwd.
Sport en recreatie
Door deze plaats loopt de Europese wandelroute E9, ter plaatse ook North Sea Trail of Wad- en Wierdenpad geheten. De E9 loopt langs de kust van Portugal naar de Baltische staten. 
528 Nienoord, Leek, Groningen  6.394659876823425  53.169071109536056  Nienoord is een landgoed in Leek, dat vooral bekend is van de voormalige borg Nienoord (historische naam 't Huis de Nyenoort), op de plek waarvan zich nu een 19e eeuws landhuis bevindt. Verder zijn het Nationaal Rijtuigmuseum, het Zwemkasteel, een camping en het Familiepark Nienoord op het landgoed gevestigd. In de geschiedenis behoorde de borg bij het dorp Midwolde, maar tegenwoordig wordt het meer gezien als onderdeel van het dorp Leek.
Geschiedenis
De oorspronkelijke borg is gebouwd in 1525 door de familie Van Ewsum die afkomstig was uit het Oord bij Middelstum. De naam oord duidt op eiland, namelijk het land dat tussen het Startenhuistermaar en het Hogepandstermaar is gelegen. De streek heet nu Oldenoord.
Van Ewsum
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) werd de borg ingenomen door de Spanjaarden. De mannen van Wigbold van Ewsum, heer van Nienoord, belegerden de borg. Uiteindelijk slaagden ze erin de vlag van Nienoord weer op de borg te plaatsen en trokken de Spanjaarden zich terug. De volgende dag kwamen de Spanjaarden terug en werden opnieuw verslagen.
Von Inn- und Knyphausen
De borg Nienoord werd vanaf 1693 bewoond door de graven Von Inn- und Knyphausen (In- en Kniphuizen). Georg Wilhelm von Inn- und Knyphausen was namelijk getrouwd met Anna van Ewsum en de borg werd nu eigendom van zijn familie. Eind 18e eeuw werd Nienoord bewoond door Ferdinand Folef von Inn- und Knyphausen en zijn echtgenote Anna Maria Graafland, wier ouders op landgoed Weeresteyn te Loenen aan de Vecht woonden. Hun dochter Catharina Clara verloofde zich in 1803 met Justus Hendrik Ludovicus d'Aulnis de Bourouill ('s-Hertogenbosch, 1777-1832). Zij trouwden op 9 oktober 1804 en gingen op Bijma wonen, vlak bij Leek. Hij had in Utrecht rechten gestudeerd en werd vrederechter in de kantons Leek en Zuidhorn. Ze kochten ook een huis op Oude Boteringestraat 1 in Groningen, waar ze 's winters gingen wonen.
In 1842 verwierf Ferdinand Folef II baron von Inn- und Knyphausen de borg, ook wel de 'dolle jonker' genoemd om zijn tragische geschiedenis. In 1846 vernielde hij op een na alle familieportretten. In hetzelfde jaar brandde de bovenverdieping van de borg af, waarna hij de bovenverdieping liet afbreken. Hij ging daarop op aandringen van zijn zwager wonen in een huis met personeel in de stad, schuin waartegenover de familie Van Panhuys, die hem zo in de gaten kon houden.
In 1850 brandde ook de oranjerie (met de beschadigde portretten die hier in veiligheid waren gebracht) en het koetshuis af. Deze brand werd waarschijnlijk veroorzaakt door een turfkachel, al verdachten sommige critici Folef ervan de brand te hebben gesticht om alsnog van zijn voorouderlijke portretten af te komen.
Van Panhuys
In 1884 werd Nienoord eigendom van Jonkheer mr. Johan Æmilius Abraham van Panhuys (1839-1907), die de borg in 1884 door de Groninger architect J. Maris liet herbouwen in art nouveau en neoclassicistische stijl. Alleen de toegangspoort uit 1708 herinnert nog aan de vroegere glorie.
Op 6 november 1907 raakte de koets waarin de familie Van Panhuys zat te water. Johan van Panhuys, zijn echtgenote, hun zoon Hobbe en hun schoondochter Elske waren onderweg naar Groningen, zij verdronken allen in het Hoendiep bij Hoogkerk. Ook hun koetsier Meindert Van Wijk verdronk.
De borg herbergt tegenwoordig het Nationaal Rijtuigmuseum. Een andere bezienswaardigheid is de schelpengrot die zich bevindt in een gebouw in de rozentuin.
De jonkers van Nienoord bezaten een groot deel van het veen ten zuiden van Leek. Een belangrijk bezit in de tijd van de grote ontginningen — turf was veel waard. Het gebied staat daarom bekend als het Nienoorterveen. De naam Jonkersvaart herinnert aan de zeggenschap van de heren van Nienoord.
Eigenaren van Nienoord
1. ca. 1520-1528 Heer van Nienoord:
Jonker Wigbold van Ewsum (Middelstum, ca. 1474 - 1528), gehuwd 1502 met Beetke Aeylkema van Rasquert (Rasquert, ca. 1475 - 1554). Beetke kreeg in 1531 van de gezamenlijke buren van Vredewold het erfgrietmanschap opgedragen. De rechtstoel van Vredewold werd daarmee 'staande'. Haar nakomelingen konden zich Heer of Vrouw van Vredewold noemen. Zij hadden acht kinderen:
1. Onno (???? - 1535)
2. Hidde (???? - 1546)
3. Johan (???? - 1570)
4. Clara (???? - voor 1583)
5. Gela (???? - 1574)
6. Christoffel (???? - 1583)
7. Anna (???? - 1555)
8. Wigbold (1521 - 1584, volgt op 2.)
2. 1555-1584 Heer van Nienoord en Vredewold:
Jonker Wigbold II van Ewsum (Nienoord, 1521 - Oterdum, 30-02-1584), gehuwd 11-09-1554 met Geertruida van Willich (1528 - 1570). Zij hadden 8 kinderen:
1. Casper (1564 - 1639, volgt op 3.)
2. Balthasar (???? - tussen 1619 en 1925)
3. Melchior (???? - 1584)
4. Hendrik (???? - 1582)
5. Geertruid (???? - 07-07-1638)
6. Anna (????-1617)
7. Elisabeth (???? - ????)
8. Frederik (???? - ????)
3. 1584-1606 en 1607-1639 Heer van Nienoord, Vredewold, Ewsum en Mensinge:
Jonker Casper van Ewsum (Nienoord, ? 1564 - aldaar, 23-05-1639), gehuwd 25-07-1600 met Anna van der Does van Noordwijk (Noordwijk, 1572 - Nienoord, 1626). Zij hadden zes kinderen:
1. Willem (1601? - 1643, volgt op 4.)
2. Johan (???? - 25-08-1633)
3. Wigbolt (???? - ????)
4. Sybilla (???? - na 1636)
5. Anna Josina (???? - 25-05-1636)
6. Geertruy (???? - ????)
4. 1639-1643 Heer van Nienoord, Vredewold en Noordwijk:
Jonker Willem van Ewsum (Nienoord, 1601? - aldaar, 07-05-1643), gehuwd 13-03-1643 met Margaretha Beata von Freytagh zu Gödens (Löringhoff, 19-06-1621 - Nienoord, 12-04-1665). Zij hadden een dochter:
Anna (1640 - 1716, volgt op 5.)
De weduwe Margaretha hertrouwt 27-05-1645 met Rudolph Willem rijksbaron von Inn- und Knyphausen (Lütetsburg, 1620 - aldaar, 30-11-1666). Zij hadden drie kinderen:
1. Haro Caspar (1646 - Asinga 1694)
2. Willem (1646 - Nienoord 1654)
3. Maria Elisabeth (1651 - ca. 1694)
5. 1643-1714 Vrouwe van Nienoord en Vredewold:
Anna van Ewsum (Nienoord, 1640 - aldaar, 06-11-1714), gehuwd 02-06-1657 met Carel Hieronymus rijksbaron von Inn- und Knyphausen (Lütetsburg, 28-10-1632 - Den Haag, 31-07-1664). Zij hadden geen kinderen.
De Weduwe Anna hertrouwt 04-05-1666 met Georg Wilhelm rijksbaron/rijksgraaf von Inn- und Knyphausen (Altenach, 23-12-1635 - Nienoord, 05-09-1709). Zij hadden drie kinderen:
1. Georg Willem (1666 - jong overleden)
2. Carel Willem (1667 - jong overleden)
3. Carel Ferdinand (1669 - 1717, volgt op 6.)
6. 1714-1717 Heer van Nienoord en Vredewold:
Carel Ferdinand rijksgraaf von Inn- und Knyphausen (Nienoord, 22-02-1669 - aldaar, 28-12-1717), gehuwd 25-11-1689 met Francoise de Soete de Laecke de Villiers (Den Haag, 05-05-1674 - Huis Carelsveld, 04-04-1714). Zij hadden zeven kinderen:
1. Anna (1690 - 1718)
2. Beata Elisabeth (1692 - jong overleden)
3. Georg Wilhelm Wigbold (1693 - jong overleden)
4. Elisabeth Beata (1695 - jong overleden)
5. Elisabeth Beata (1696 - jong overleden)
6. Josina Geertruid (1696 - 1729, zie bij 9.)
7. Charlotte Maurice (1697-1717, haar zoon volgt op 7.)
7. 1717-1737 Heer van Asinga, Nienoord en Vredewold:
Johan Carel Ferdinand rijksbaron von Inn- en Knyphuizen (Nienoord, 28-04-1717 - Groningen, 10-02-1737), zoon van Charlotte Maurice rijksgravin Von Inn- en Knyphuizen van Nienoord (1697 - 1717) en Schelto Jan rijksbaron Von Inn- en Knyphuizen van Asinga (1694-1716).
8. 1737-1768 Heer van Asinga, Nienoord en Vredewold:
Willem rijksbaron Von Inn- en Knyphuizen (Asinga, 18-03-1668), gehuwd 22-11-1750 met Susanna Johanna Alberda (Pieterburen, 11-09-1718 - Groningen, ??-01-1799), broer van Schelto Jan rijksbaron von Inn- en Knyphuizen van Asinga (1694-1716, zie bij 7.)
9. 1768-1795 Heer van Nienoord en Vredewold:
Ferdinand Folef rijksbaron Von Inn- en Knyphuizen (Groningen, 07-06-1735 - Asinga, 12-05-1795), gehuwd 08-01-1761 met Clara de Hertoghe van Feringa (Lutjegast, 27-03-1745 - Groningen, 03-03-1766). Hij hertrouwt 02-09-1768 met Anna Maria Graafland (Amsterdam, 08-04-1743 - Asinga, 03-01-1803).
Hij is de zoon van Haro Caspar rijksbaron Van Inn- en Knyphuisen van Asinga (weduwnaar van Josina Geertruid rijksgravin von Inn- und Knyphausen) (zie bij 6.) en Petronella Anna van Lewe van Aduard.
10. 1795-1842 Heer van Nienoord en Vredewold:
Mr. Haro Caspar rijksbaron von Inn- en Knyphuizen (Asinga, 14-04-1777 - Nienoord, 03-01-1842), gehuwd 11-06-1802 met Susanna Elisabeth Alberda (Groningen, 05-11-1769 - Nienoord, 30-12-1836). Zij hadden vijf kinderen:
1. Ferdinand Folef (1803 - 1803)
2. Ferdinand Folef (1804 - 1884, volgt op 11.)
3. Wendelina Cornera (1805 - 1878, zie bij 12.)
4. Scato Ludof (1807 - 1836)
5. Anna Maria (1814 - 1814)
11. 1842-1884 Heer van Nienoord en Vredewold:
Mr. Ferdinand Folef baron von Inn- en Knyphuizen (Nienoord, 04-05-1804 - Groningen, 23-11-1884).
12. 1884-1907 Heer van Nienoord:
Jonkheer mr. Johan Æmilius Abraham van Panhuys (Nienoord, 17-10-1836 - Hoogkerk, 06-11-1907), gehuwd 15-12-1859 met jonkvrouwe Catharina Johanna van Sminia (Bergum, 14-03-1834 - Groningen, 03-04-1882). Hij is de zoon van Wendelina Cornera barones von Inn- en Knyphuizen zie bij 10. en jonkheer mr. Ulrich Willem Frederik van Panhuys. Zij hadden vier kinderen:
1. Wendelina Cornera (1861 - 1929)
2. Wiskjen Hobbina (1863 - 1909)
3. Ernestine Suffrida (1866 - 1940)
4. Hobbe (1868 - 1907) zie bij 13.
Hij hertrouwt 27-11-1884 met Trijntje Looxma (Oenkerk, 18-08-1844 - Hoogkerk, 06-11-1907), weduwe van mr. Daniël de Blocq van Scheltinga.
13. 1907-1950 Heer van Nienoord:
Jonkheer Johan Æmilius Abraham van Panhuys (Bennebroek 06-07-1894 - Cambridge/USA, 13-06-1960), gehuwd 10-02-1921 met/gescheiden 19-09-1924 van Johanna Maria van Muijen (Alphen aan den Rijn, 14-11-1894 - Den Haag, 14-11-1974). Hij is 27-01-1925 gehuwd met/gescheiden 03-12-1936 van Vera Craven (Brighton, 05-07-1901 - overleden ca. 1979). Hij is gehuwd 19-12-1936 met Christian Beatrice Greenhill Gardyne (Londen, 13-10-1910 - Sarasota/USA, ??-??-????).
Hij is de kleinzoon van Jonkheer mr. Johan Æmilius Abraham van Panhuys (zie bij 12.) en zoon van Jonkheer mr. Hobbe van Panhuys (zie bij 12.) en Elske de Blocq van Scheltinga.
14. 1950 - heden Eigenaar van Landgoed Nienoord:
Gemeente Leek 
529 Nietap, Roden, Drenthe  6.39638888888889  53.1591666666667  Nietap is een dorp in de gemeente Noordenveld in Drenthe, grenzend aan het Groningse Leek.
Nietap kan worden beschouwd als het Drentse gedeelte van het dorp Leek. Het heeft zijn bestaan dan ook te danken aan het feit dat de jonkers van Nienoord alles te vertellen hadden over Leek, maar dat hun macht niet verder reikte dan "de Leke", de grens met Drenthe. Als gevolg hiervan ontstonden in het huidige Nietap enkele gelegenheden waar het (in Leek verboden) borreltje kon worden gedronken. Men ging naar de 'Nije Tap', zoals de eerste herberg hier heette. Deze naam is daarna overgegaan naar die van het dorp. 
530 Nieuw Amsterdam, Emmen, Drenthe  6.854696273803711  52.71601897729762  Nieuw-Amsterdam (Drents en Nedersaksisch: Neij-Amsterdam) is een dorp in de gemeente Emmen in Zuidoost-Drenthe (Nederland).
Algemeen
Het dorp Veenoord ligt pal tegen Nieuw-Amsterdam aan - feitelijk is het één geheel. Dat dit een andere naam heeft komt omdat het voor de gemeentelijke herindeling van Drenthe in een andere gemeente lag (nl. Sleen). Nieuw-Amsterdam/Veenoord wordt ook wel Tweelingdorp genoemd. Sinds de gemeentelijke herindeling, 1 januari 1998, horen beide dorpen bij de gemeente Emmen.
Geschiedenis
In 1850 kocht een groep Amsterdamse beleggers een stuk veengrond en noemden het naar hun woonplaats: Amsterdamscheveld. De nederzetting die enkele jaren later aan de Verlengde Hoogeveense Vaart gebouwd werd, kreeg vanzelfsprekend de naam Nieuw-Amsterdam.
De nederzetting ontwikkelde zich snel doordat er turf werd verhandeld. Drenthe kreeg hierdoor de bijnaam Drents Californië. Alleen zat er geen goud in de grond, maar turf.
Het dorp is gelegen aan de spoorlijn van Zwolle naar Emmen. Deze lijn is in 1905 geopend en destijds aangelegd door de NOLS. Daarvoor had Nieuw-Amsterdam al twee stoomtramverbindingen. Het station van DSM werd geopend in 1899 en dat van de EDS in 1903. Van belang voor de ontwikkeling van het dorp is de Verlengde Hoogeveensevaart geweest. Het was zelf zo dat het station van Nieuw-Amsterdam in Veenoord lag, terwijl de uitgang uitkwam in Nieuw-Amsterdam.
Kerken
De Hervormde kerk is in 1873 gebouwd door architect H.C. Winters. De gereformeerde kerk uit 1925 is gebouwd naar een ontwerp van architect W. van Straten en heeft een paraboolvormig dak.
Vincent van Gogh
De schilder Vincent van Gogh bracht in 1883 het grootste gedeelte van zijn Drentse tijd door in Nieuw-Amsterdam. Hij verbleef de meeste tijd in het zogenaamde logement Scholte. Tegenwoordig staat dit bekend als het \'Van Gogh Huis\'. Er wordt beweerd dat Van Gogh de huur betaalde met schilderijen, maar dat de verhuurder deze niet kon waarderen en daarom als brandhout gebruikte. De juistheid hiervan is echter niet vastgesteld. Van Gogh schilderde onder andere \'Ophaalbrug in Nieuw-Amsterdam\' in de Drentse plaats. De gemeente Emmen wilde aanvankelijk het Van Gogh Huis slopen, maar dit kon op het laatste moment worden voorkomen. Heden ten dage doet dit dienst als restaurant en museum. 
531 Nieuw Annerveen, Anloo, Drenthe  6.7762041091918945  53.065744177451414  Nieuw Annerveen is een klein dorp in de gemeente Aa en Hunze in de provincie Drenthe (Nederland). Het ligt aan de oostkant van de gemeente, tussen Eexterveen en Spijkerboor. Het dorp telde op 1 januari 2007 112 inwoners.
Nieuw-Annerveen ligt even ten oosten van de Hunze. De eerste turfwinning in dit gebied ontstond langs dat riviertje. Via de Hunze werd de turf afgevoerd naar de stad Groningen.
Het dorp heeft behoudens een basisschool geen voorzieningen.
--------------------------------------------------------
Zie ook
* Annerveen, Anloo, Drenthe
* Annerveenschecompagnie,Anloo, Drenthe
* Annerveenschekanaal, Anloo, Drenthe
* Oud Annerveen, Anloo, Drenthe
* Begraafplaats Annerveen, Annerveen, Aa & Hunze, Drenthe, Nederland
* Begraafplaatsen en grafstenen in Aa & Hunze, Drenthe, Nederland 
532 Nieuw-Balinge, Westerbork, Drenthe  6.603899002075195  52.76808776718347  Nieuw-Balinge (Drents: Nei-Baoling) is een dorp in de gemeente Midden-Drenthe, met 796 inwoners (1 januari 2007). Het is een veenkolonie, ontstaan aan het einde van de 19e eeuw aan de Middenraai. Door kleinschalige nieuwbouw heeft het een eigen dorpskern gekregen. Een deel van de dorpskern wordt gevormd door bungalowpark De Breistroeken.
Het dorp heeft een Nederlands-hervormde en een Christelijk Gereformeerde kerk. Daarnaast zijn er sportvelden, een openbare en een protestants-christelijke basisschool, en een kleine supermarkt voor eerste levensbehoeften.
De omgeving van Nieuw-Balinge bestaat uit een combinatie van landbouwgebied (veenontginningen) en de uitgestrekte heidevelden van het Mantingerveld, met als belangrijkste onderdelen het Mantingerzand ten noorden van het dorp en het Lentsche Veen ten oosten ervan. In het 850 hectare grote natuurgebied van Natuurmonumenten wordt een natuurherstelprogramma uitgevoerd om enkele versnipperde gebieden weer met elkaar te verbinden.
Geschiedenis
Het gebied waar nu Nieuw-Balinge ligt, was tot midden negentiende eeuw een smalle strook veen tussen de heidevelden van Mantinge en Gees in. Daarna begon ook hier de vervening. In 1860 werd haaks op de Hoogeveense Vaart in noordelijke richting de Middenraai gegraven, met links en rechts vele wijken als zijtakken hiervan. Via het water werd het turf afgevoerd. Na de afgraving werden vanwege de grote vraag naar hout eerst naaldbomen aangeplant in het gebied, maar toen de houtprijzen zakten werd het omgevormd tot landbouwgebied. In de jaren twintig werd de Middenraai doorgetrokken in noordelijke richting door het Mekelmeersche Veen, richting Witteveen. Ten oosten van het veengebied werden ook delen van het heidegebied (Groote Veld) ontgonnen. Door afgraving van de bemeste bovenlaag zullen veel van deze heideontginningen weer teruggegeven worden aan de natuur.
Tot 1 januari 1998 maakte Nieuw-Balinge deel uit van de gemeente Westerbork. 
533 Nieuw-Beerta, Beerta, Groningen  7.16444444444444  53.1877777777778  Nieuw-Beerta is een dorp in de gemeente Oldambt van de Nederlandse provincie Groningen. Het dorp telt volgens gegevens van het CBS 130 inwoners (2008).
Het dorp ligt ten noord-oosten van Beerta, ten westen van Bad Nieuweschans. Het is een langgerekt streekdorp met kapitale boerderijen. In de dorpskern staan de arbeiderswoningen. Het dorp is beschermd dorpsgezicht.
Nieuw-Beerta is ontstaan in de zeventiende eeuw nadat de Skanskerdijk werd aangelegd en de streek vanuit Beerta werd ingepolderd. In 1665 werd het een eigen kerkelijke gemeente. De eerste kerk is in de zeventiende eeuw afgebroken. De huidige kerk dateert uit 1856.
De bloeitijd van het dorp ligt in de midden van de negentiende eeuw. De fraaiste boerderijen dateren uit die periode. Vanaf het eind van de negentiende eeuw treedt het verval in, in eerste instantie gaat dat gepaard met een felle strijd tussen landarbeiders en boeren. Het socialisme en later het communisme heeft een grote aantrekkingskracht op de landarbeiders. De Hamer en Sikkellaan, die loopt ten westen van Nieuw-Beerta naar Kostverloren, is een van de bekendste herinneringen aan deze tijd.
De voortgaande mechanisatie zorgt echter uiteindelijk voor een grote uitstoot van personeel in de landbouw. Omdat het dorp geen alternatieven biedt trekt een groot deel van de arbeiders weg uit de streek. 
534 Nieuw-Buinen, Borger, Drenthe  6.95833333333333  52.9683333333333  Nieuw-Buinen is een veenkoloniaal dorp in de gemeente Borger-Odoorn (provincie Drenthe, Nederland). Nieuw-Buinen telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2007 5107 inwoners (2579 mannen en 2528 vrouwen). Nieuw-Buinen ligt naast de plaats Stadskanaal. Stadskanaal is één van de grotere plaatsen in de omgeving.
Nieuw-Buinen heeft een klein centrum met een bloemenzaak, twee supermarkten en een cafetaria. Er is nog een zwembad en een ijsbaan. Nieuw Buinen heeft vier scholen, waarvan er twee christelijk zijn.
Van 1838 tot 1967 hebben in Nieuw-Buinen bekende glasfabrieken gestaan. Een van de glasfabrieken had een spooraansluiting op de spoorlijn Stadskanaal - Ter Apel Rijksgrens. Nieuw-Buinen had zelf ook een treinstation aan deze spoorlijn met station Nieuw Buinen.
De naamgeving 'Nieuw-Buinen' is toegelicht in het artikel van het esdorp (Hondsrug dorp) Buinen. In de volksmond wordt ook wel de naam 'Buinermond' gebruikt. 
535 Nieuw-Dordrecht, Emmen, Drenthe  6.9675  52.7483333333333  Nieuw-Dordrecht (Drents: Nei-Dörd) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Emmen, met ongeveer 1660 inwoners (1 januari 2004).
Nieuw-Dordrecht is een ontginningsdorp, gelegen op een zandrug (een uitloper van de Hondsrug) ten zuidoosten van de stad Emmen. Aanvankelijk een streekdorp, heeft zich door de nieuwbouw van na de Tweede Wereldoorlog een dorpskern ontwikkeld.
Bezienswaardig is de witte Nederlandse Hervormde Kerk uit 1874, met toren uit 1911. Daarnaast kan de Collectie Brands bezocht worden, een omvangrijke privéverzameling van Jans Brands over de Drentse geschiedenis.
Het dorp heeft een openbare basisschool en een supermarkt, maar verder weinig eigen voorzieningen. Ten westen en zuidwesten van het dorp liggen wel enkele grote bedrijventerreinen. Het dorp is goed bereikbaar via de N862 en de N37.Sinds 1 maart 2005 heeft Nieuw Dordrecht een DagZorg voor ouderen Heerendordt.
Het dorpsgebied bestaat uit landbouwgebied, deels veenontginningen, en bospercelen. Het grenst in het oosten aan het Oosterbos, waarin nog stukken hoogveen te vinden zijn. Tot het dorpsgebied van Nieuw-Dordrecht behoort ook het buurtschap Oranjedorp.
Het gebied waar het huidige Nieuw-Dordrecht ligt, was midden negentiende eeuw nog een onbelangrijke zandtong tussen twee veengebieden: het Oosterveen en het Smeulveen. Het lag in de marke van Noord- en Zuidbarge. In 1853 werden de genoemde veengebieden door de markegenoten verkocht aan de Drentsche Veen- en Midden-Kanaal-Maatschappij, gevestigd te Dordrecht. Als voorwaarde bij de verkoop gold, dat de maatschappij een kanaal dwars door Drenthe zou graven, van Smilde naar de veengebieden bij Noord- en Zuidbarge. Dit Oranjekanaal zou een zijtak krijgen, die Oosterveen en Smeulveen moest verbinden. Het Oranjekanaal bereikte uiteindelijk inderdaad het Oosterveen, maar de zijtak naar het Smeulveen is er nooit gekomen. Hiervoor moest men door de dikke keileembodem van de hoger gelegen zandrug graven, wat op grote moeilijkheden stuitte. Bovendien waren over een korte afstand vijf sluizen nodig geweest om aan beide zijden het hoogteverschil te overbruggen. Dit werd de maatschappij te kostbaar, waardoor van de aanleg werd afgezien. Op de strook waar het kanaal de zandrug had moeten doorkruisen, de Herenstreek, bouwde de maatschappij een nederzetting voor de veenarbeiders en boeren, die er boekweit verbouwden. De nederzetting werd Nieuw-Dordrecht of Herendord genoemd. In 1856 lieten de markegenoten van Noord- en Zuidbarge ook in de lengterichting van de zandrug stukken land verdelen, die ze hoofdzakelijk verkochten aan hun eigen landarbeiders. Zo ontstond haaks op Herendord, langs het Vastenow de nederzetting Boerendord. Pas later vergroeiden de twee nederzettingen tot één dorp. 
536 Nieuw-Roden, Roden, Drenthe  6.39972222222222  53.1322222222222  Nieuw-Roden (Drents: Nij-Roon) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Noordenveld, met ongeveer 1328 inwoners (1 januari 2005).
Er was eens een school en rond die school ontstond een dorp. Een merkwaardig begin voor een woonplaats. Meestal is er eerst een dorp en komt er later een school, maar niet in het Roderveld. Op de woeste heidegronden, waar hier en daar een plaggenhut stond, werd in de eerste jaren van de twintigste eeuw een school gebouwd. De ontstaansgeschiedenis van Nieuw-Roden is een bitter verhaal van hard werken en barre leefomstandigheden. De bekende foto van de bezembindsters staat symbool voor deze ontstaansgeschiedenis. Met hun blote voeten, eeltige handen en verweerde maar vastberaden gezichten is dit beeld een icoon van Nieuw-Roden.Veel mannen namen aan het eind van de week, met het geld waar ze zo hard voor hadden gewerkt, hun toevlucht tot de alcohol. Zo probeerden ze even te ontsnappen aan het barre bestaan. Bovendien waren veel mannen van huis om te werken. Anderen waren gestorven. De vrouwen stonden er dan alleen voor en zij maakten dat zij en hun kroost konden bestaan. "Bessems binden" was voor hen een belangrijke bron van inkomsten. In die honderd jaar is er vanzelfsprekend veel gebeurd. Er kwamen huizen en winkels. Er kwam elektriciteit en waterleiding. Er vormde zich een dorpsgemeenschap, met een café, een kerk en een dorpshuis. De bewoners richtten verenigingen op en organiseerden festiviteiten. In de loop van die honderd jaren groeide Nieuw-Roden uit tot een bloeiend dorp. Dat het dorp nog maar lang en voorspoedig moge bestaan.
Het dorp ligt ten westen van Roden en is door nieuwbouwwijken van Roden-West volledig tegen het dorp aangegroeid. Nieuw-Roden was oorspronkelijk een uitbreidingsplan van Roden, waar in 1937 de eerste bewoners zich vestigden. De adressen in het dorp hebben nog steeds als plaatsnaam Nieuw-Roden.
Bezienswaardig is de Nederlands Hervormde kerk. Het dorp heeft een openbare basisschool, enkele sportvelden, een supermarkt en een café. Sinds 1999 bezit het dorp een klein privé-museum, dat voornamelijk eigentijdse kunst toont. 
537 Nieuw-Scheemda, Scheemda, Groningen  6.942689896677621  53.210592143459934  Nieuw-Scheemda (Gronings: Scheemterhammerk) is een dorp in de gemeente Oldambt in de Nederlandse provincie Groningen. Het ligt ten noorden van Scheemda en Scheemderzwaag, in het noorden van de gemeente en in het hart van het klei-Oldambt. Het telt volgens gegevens van het CBS 280 inwoners (2008). Nieuw-Scheemda en 't Waar vormen een dubbeldorp.
Het huidige Nieuw-Scheemda is ontstaan als dijkdorp na de inpoldering van een deel van de Dollard aan het einde van de zestiende eeuw. Oorspronkelijk werd de nieuwe nederzetting aangeduid als Scheemderhamrik, ofwel de 'gemeenschappelijke boerengronden in het buitengebied van Scheemda'.
De hervormde kerk van Nieuw-Scheemda uit 1661 heeft een kerkorgel uit 1698. Het geldt als het kleinste Arp Schnitger-orgel ter wereld en is in 1802 door Heinrich Hermann Freytag verbouwd.
Langs Nieuw-Scheemda lag de spoorlijn Zuidbroek - Delfzijl waaraan Nieuw-Scheemda een stopplaats deelde met 't Waar, met stopplaats Nieuw Scheemda-'t Waar. De stopplaats is in 1934 gesloten en later is ook de spoorlijn opgebroken.
In Nieuw-Scheemda bevindt zich het Swieneparradies, een bezoekerscentrum met een overzicht van alles wat met varkens te maken heeft. Het biedt de gelegenheid aan kunstenaars om inspiratie op te doen. Het centrum organiseert met enige regelmaat exposities van de resultaten.
In de nabijheid van Nieuw-Scheemda zijn drie molens te vinden; twee grote poldermolens, De Dellen en de Westerse Molen, en een tjasker. 
538 Nieuw-Schoonebeek, Schoonebeek, Drenthe  6.98888888888889  52.6455555555556  Nieuw-Schoonebeek (Nedersaksisch: Neij-Skoonebeek) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Emmen, met ongeveer 1320 inwoners (1 januari 2004).
Geografie
Nieuw-Schoonebeek is een ontginningsdorp, gelegen in het beekdal van het Schoonebekerdiep in het uiterste zuidoosten van Drenthe. Het is een streekdorp, met een langgerekt lint langs de Europaweg (N863), met de bebouwing hoofdzakelijk aan de noordkant van de weg. Daarnaast is ter hoogte van de weg naar Weiteveen (Kerkenweg) op bescheiden schaal nieuwbouw gepleegd, waardoor een dorpskern is ontstaan.
Het dorpsgebied van Nieuw-Schoonebeek kenmerkt zich door veel weidegebieden, hier en daar akkers en enkele kleine bospercelen. Ten noorden van het dorpsgebied ligt het Bargerveen, dat echter vanuit Nieuw-Schoonebeek niet bereikbaar is.
Geschiedenis
Het gebied waar nu Nieuw-Schoonebeek ligt, bestond eind achttiende eeuw uit uitgestrekte groenlanden waar ossen graasden. Hier en daar stonden boôën, oude Saksische veehutten waar een herder met zijn rundvee verbleef. Deze herders kwamen zowel uit Schoonebeek als uit het huidige Eemsland, de onderlinge verhoudingen waren vrij goed. Het dorp stond aan de Duitse kant van de grens lange tijd bekend als Boôëndorf.
In deze tijd begonnen zich net over de Duitse grens echter koloniën te ontwikkelen van boeren, die in steeds groter getalen hun vee op Schoonebeeks grondgebied weidden. Bovendien werd het land steeds drassiger doordat de Duitse koloniën afwaterden in het gebied. De Schoonebeker boeren konden hier weinig tegen doen, omdat zij met veel minder waren. De Nederlandse overheid greep ook niet in: het drassige land vormde een betere grens dan droog land en kwam dus niet eens zo slecht uit. De Schoonebekers besloten daarom hun handelsinstinct te volgen en hun gronden dan maar aan de Duitse boeren te verkopen. In 1805 vestigden zich de eerste Duitse boeren in Nieuw-Schoonebeek en spoedig volgden er meer.
Omdat de Duitse boeren voor het grootste gedeelte katholiek waren en de Schoonebekers protestant, bleven beide gemeenschappen gescheiden van elkaar. Nieuw-Schoonebeek bleef ook nog lange tijd op Duitsland gericht. Dat verminderde toen Nieuw-Schoonebeek in 1849 een eigen katholieke kerk kreeg en ook de grensbewaking steeds serieuzer werd. Het dorp ontwikkelde zich tot de hechte onderlinge gemeenschap, die het grotendeels nog steeds is.
Tot de gemeentelijke herindeling op 1 januari 1998 maakte Nieuw-Schoonebeek deel uit van de gemeente Schoonebeek. 
539 Nieuw-Weerdinge, Emmen, Drenthe  6.98805555555556  52.8563888888889  Nieuw-Weerdinge is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Emmen, met ongeveer 3310 inwoners (1 januari 2004).
Nieuw-Weerdinge is een veenkolonie ten noordoosten van het zanddorp Weerdinge. Het bestaat uit lintbebouwing langs het Weerdingerkanaal, met halverwege het dorp ten zuiden daarvan enkele nieuwbouwwijken. Door het dorp loopt de N364.
Nieuw-Weerdinge heeft een groot aantal voorzieningen, waaronder een openbare en een protestants-christelijke basisschool, sportvelden, een supermarkt, een postagentschap en diverse andere winkels en horecagelegenheden. Het dorp heeft vier kerken: een Nederlands Hervormde, een Vrijzinnig Hervormde, een gereformeerde en een Baptistenkerk. 
540 Nieuwe Compagnie, Hoogezand, Groningen  6.758938  53.130643  Nieuwe Compagnie is een streek in de gemeente Hoogezand-Sappemeer in de provincie Groningen in Nederland. Het ligt even ten westen van Kiel-Windeweer. Het diep waaraan de streek lag is deels gedempt. De naam Nieuwe Compagnie verwijst naar de Nieuwe Friesche Compagnie, die hier in 1647 begon met het ontginnen van het veengebied.
Centraal in Nieuwe Compagnie staat de voormalige aardappelmeelfabriek De Toekomst uit 1900. Deze ligt langs de Leinewijk die haaks staat op het oude diep. De Leinewijk maakt onderdeel uit van een nieuw vaarcircuit waarmee het Zuidlaardermeer verbonden wordt met het Stadskanaal bij Bareveld. In het kader van dat project wordt de dam die bij Nieuwe Compagnie lag, vervangen door een sluis. 
541 Nieuwe Pekela, Groningen  6.959753036499023  53.07458846904109  Nieuwe Pekela (Gronings: Nij Pekel) is een plaats in de Nederlandse provincie Groningen. Nieuwe Pekela ligt zes kilometer ten oosten van Veendam. De plaats is ontstaan na Oude Pekela. De naam is ontleend aan de rivier de Pekel A. Samen vormen beide dorpen tegenwoordig de gemeente Pekela.
Geschiedenis
De eerste notatie in de geschiedenis van de plaats begon in 1599 toen een aantal Friezen en Hollanders, verenigd in de zogenaamde Pekelder Compagnie, veengronden langs het riviertje de Pekel A kochten van eigenaren uit het naburige stadje Winschoten. Doel van de compagnie was het winnen van turf, door het afgraven van veen wat veel aanwezig is in Oost-Groningen.
In de 18e eeuw werd een Lutherse kerk gebouwd in het dorp.
In 1810 werd Pekela gesplitst in Oude en Nieuwe Pekela, toen Nederland werd ingelijfd bij Frankrijk.
Sigarenfabriek
In Nieuwe Pekela bevond zich aan de Albatrosstraat 2-3 de sigarenfabriek, Champ Clark & Lugano Sig.fabr. v/h R.H. Koning & Zn. Uit het vroegere personeelsbestand is het Chr. Mannenkoor "Albatros" ontstaan, dat tot op de dag van vandaag nog veel successen boekt. De naam van het mannenkoor is afkomstig van de naam van de fabriek "Albatros". Uit de gemeentearchieven zal moeten blijken of de straat, Albatrosstraat, naar de fabriek genoemd werd of omgekeerd. Toen het bedrijf van R.H. Koning een N.V. werd, werden de merken "Champ Clark" en "Lugano" gebruikt voor de naam van de N.V. De sigarenfabriek bestaat niet meer, de vroegere directeurswoning is nu een ouderenpension maar de naam Champ Clark is gebleven. Verder staat er een korenmolen in Nieuwe Pekela, De Zwaluw. 
542 Nieuwe Schutting, Emmen, Drenthe  7.000376  52.830509  Een streek ten Zuid-Westen van Roswinkel 
543 Nieuwediep, Gieten, Drenthe  6.849943399429321  53.04710204519062  Nieuwediep is een dorp in Nederland. Het is gelegen in de provincie Drenthe en in de gemeente Aa en Hunze. Het dorp telde op 1 januari 2007 290 inwoners.
Nieuwediep is vernoemd naar het kanaal waaraan het lag, het kanaal is inmiddels grotendeels gedempt. Het ligt aan de rand van de gemeente, tegen de grens met de provincie Groningen. Nieuwediep ligt iets ten noorden van het Stadskanaal. 
544 Nieuweroord, Westerbork, Drenthe  6.564671  52.724833  Nieuweroord (Drents: Neieroord) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Hoogeveen, met ongeveer 510 inwoners (1 januari 2004).
Nieuweroord is een veenkolonie, die oorspronkelijk bestond uit lintbebouwing langs de Middenraai. Aan het uiteinde daarvan, bij de Verlengde Hoogeveense Vaart, is een klein nieuwbouwwijkje ontstaan. Lange tijd was het een gespleten dorp: het lag in de gemeente Westerbork, maar was volledig georiënteerd op Hoogeveen. Met het zanddorp Westerbork heeft het geen enkele affiniteit. Dit blijkt ook uit het feit, dat het net als de omliggende veendorpen in kerkelijk opzicht rechtzinning is, terwijl men in Westerbork juist vrijzinnig is. Bij de gemeentelijke herindeling op 1 januari 1998 heeft men daarom besloten het dorp bij Hoogeveen in te delen. Het noordelijkste deel van de lintbebouwing ging echter met Westerbork naar de nieuwe gemeente Midden-Drenthe.
Het dorp heeft behalve sportvelden en een protestants-christelijke basisschool weinig eigen voorzieningen. Bezienswaardig is wel de Nederlands Hervormde Rehobothkerk. De omgeving wordt gekenmerkt door landbouwgebied (veenontginningen) met enkele kleine bospercelen. 
545 Nieuweschans, Groningen  7.20722222222222  53.1805555555556  Bad Nieuweschans (Gronings: (Nij) Schaanze; Duits: Bad Neuschanz), tot maart 2009 officieel Nieuweschans geheten, is een grensplaats en kuuroord in de gemeente Oldambt in de Nederlandse provincie Groningen. Het is de oostelijkst gelegen plaats van Nederland en tevens de noordelijkst gelegen grensplaats. Tot 1990 vormde Nieuweschans een aparte gemeente, daarna behoorde het tot 2010 bij de gemeente Reiderland. Op 1 januari 2007 telde Nieuweschans 1510 inwoners.
Vanwege de vele historische gebouwen is het dorp aangewezen als beschermd dorpsgezicht.
Geschiedenis
Door overstromingen zijn in de 14e en 16e eeuw grote stukken land door de Dollard verzwolgen. Vanaf die tijd begon men door zowel actieve inpoldering, als natuurlijke aanslibbing de zee terug te dringen. Hierdoor werd ook het strategisch belangrijke grensgebied uitgebreid. De Nieuwe- of Langeakkerschans werd aangelegd in 1628, ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog, toen de plaats nog aan de Dollard lag.
Deze nieuwe schans was ontworpen door ingenieur Matthijs van Voort en kreeg de vorm van een regelmatige vijfhoek met bastions, omgeven door wallen en een gracht. Binnen de schans werd een regelmatig stratenpatroon aangelegd, met in het midden een exercitieterrein. Ten noorden werd een sluis aangelegd om het gebied onder water te kunnen zetten (inundatie). In de 17e en 18e eeuw werd de vesting nog versterkt en uitgebreid.
Door inpolderingen kwam de schans steeds verder landinwaarts te liggen en verloor hij zijn functie. In 1815 vertrok het Nederlandse garnizoen en in 1870 werd bij Koninklijk Besluit bepaald dat Nieuwe Schans geen vesting meer was. In 1882 werden de vestingwerken geslecht en de grachten gedempt. Na aanleg van de spoorlijn brak een tijdperk van industrialisatie aan. Vooral landbouwindustrieën vestigden zich hier.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog reden de treinen vanuit Kamp Westerbork onderweg naar vernietigingskampen (vooral in Polen) langs Nieuwe Schans, waarbij de treinen tot Nieuwe Schans onder strenge supervisie van de nazi's bemand werden door Nederlands spoorwegpersoneel. De rest van de reis reed de trein met een Duitse bemanning.
In de jaren zeventig is men begonnen met de reconstructie van de vesting. In 1985 werd het kuuroord Fontana geopend nadat zout, mineraalrijk bronwater was ontdekt op 630 meter diepte. Dit kuuroord trok in 2008 ongeveer 180.000 bezoekers. Op 12 november stemde een grote meerderheid van de gemeenteraad van Reiderland in met de naamsverandering tot Bad Nieuweschans. Dit werd op 1 april 2009 bekrachtigd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De toevoeging 'Bad' (van het Oudhoogduitse 'bad' voor "warm baden") moet meer Duitse bezoekers trekken naar Fontana.
Economie en vervoer
In Bad Nieuweschans is een kartonfabriek gevestigd van Smurfit Kappa Triton Solid Board. Deze ontstond in 1888 als de Strokartonfabriek De Dollard, maar sinds 1975 wordt oud papier als grondstof gebruikt.
Het station Nieuweschans ligt feitelijk in Oudezijl, een buurtschap die aan de andere kant van de Westerwoldse Aa ligt. Oudezijl wordt thans bij Bad Nieuweschans gerekend. Hamdijk en Booneschans zijn buurtschappen ten zuiden van Bad Nieuweschans.
De A7 vanuit de stad Groningen sluit hier aan op de A280 bij Bunde in Duitsland. In 2002 is de spoorlijn Nieuweschans – Leer (Oost-Friesland), die voor modernisering enkele jaren gesloten was geweest, heropend.
Te water is Bad Nieuweschans bereikbaar via de Westerwoldse Aa en het B.L. Tijdenskanaal dat even ten zuiden van het dorp uitmondt in de eerst genoemde waterweg. Beide kanalen zijn in gebruik bij de pleziervaart. De Westerwoldse Aa verbindt Bad Nieuweschans via de Dollard en de Eems met de Waddenzee.
Bezienswaardigheden
De Hoofdwacht dateert uit 1631 en bevindt zich aan de Voorstraat. Verder is er ook een aantal monumentale woonhuizen aanwezig.
De Oude Remise is een voormalige locomotiefloods uit 1876, die als zodanig nog goed herkenbaar is. Tegenwoordig zijn er het Grand Café en Culturele Pleisterplaats "De Oude Remise", een toeristisch informatiepunt en een archeologisch informatiepunt ondergebracht.
In de locomotiefloods bevindt zich ook Noppenstenenmuseum "Bricks Art".
De Nederlands-hervormde Garnizoenskerk van Bad Nieuweschans dateert uit 1751 en was ooit in gebruik als garnizoenskerk.
Ook zijn de oude synagoge en de Joodse begraafplaats nog aanwezig.
Voorts is in Nieuweschans het Vestingmuseum gevestigd aan de Kanonnierstraat.
In Glasblazerij Old Ambt aan de Hamdijk wordt het oude ambachtelijk glasblazen gepraktiseerd door glaskunstenaar Johan de Vries.
Bad Nieuweschans telt 46 rijksmonumenten.
Landschap rond Bad Nieuweschans
Bad Nieuweschans ligt in polderland dat ontstaan is door landaanwinning in de Dollard. De kwelders van de Dollard slibden hoog op en konden na verloop van tijd worden ingedijkt. Bad Nieuweschans ligt op een knooppunt van dijken van verschillende polders:
Het Bunder Neuland, ingedijkt in 1605, ten zuidoosten van het dorp
De Linteloopolder, ten oosten van het dorp
De Spitlanden, ingedijkt in 1657, ten westen van het dorp
De Charlottenpolder, ingedijkt in 1682, ten noordoosten van het dorp
De Kroonpolder, ingedijkt in 1696, ten noordwesten van het dorp
De Süder Christian Eberhardspolder, ingedijkt in 1705, ten noordoosten van het dorp.
De polders bestaan grotendeels uit grootschalig akkerland. Daarnaast is er ook bos- en natuurgebied in de omgeving van Bad Nieuweschans.
Ten westen van Bad Nieuweschans, tussen de A7 en de spoorlijn, ligt het Nieuweschanskerbos, ten zuiden daarvan, tussen de Westerwoldse Aa en de A7, liggen de A-dijken, en ten zuiden daarvan, ten oosten van het B.L. Tijdenskanaal en de rijksgrens, ligt het Bos op Houwingaham. Deze natuurgebieden liggen in de ecologische hoofdstructuur. Al deze bos- en natuurgebieden zijn eigendom van Staatsbosbeheer. 
546 Nieuwlande, Oosterhesselen, Drenthe  6.612567901611328  52.696361078274485  Nieuwlande, een dorpje met 1500 inwoners en deel uitmakend van de gemeente Hoogeveen.
Voor de gemeentelijke herindeling in 1998 behorende bij de gemeente Oosterhesselen.
Het dorp is gelegen aan de A37 Hoogeveen- Duitse grens en ligt geografisch gezien tussen Hoogeveen en Coevorden. 
547 Nieuwolda, Groningen  6.977519989013672  53.24521531553192  Nieuwolda (Gronings: Neiwol, Nijwol, Nijwolde of 't Hammerk) is een dorp in de landstreek en gemeente Oldambt in de Nederlandse provincie Groningen. Nieuwolda was tot 1990 een zelfstandige gemeente. Het dorp telt volgens gegevens van het CBS 1.210 inwoners (2008).
Geschiedenis
Nieuwolda is ontstaan in de zestiende eeuw. In 1542 werd een nieuwe zeedijk aangelegd ter bedwinging van de Dollard. Het dorp is aan die dijk ontstaan. De oorspronkelijke naam was Midwolderhamrik, ofwel de gemeenschappelijke gronden in het buitengebied van Midwolda. In de loop der eeuwen werd er steeds meer land op de Dollard teruggewonnen. Op dat nieuwe land was het goed boeren. Het dorp staat daarom in Groningen ook bekend als 't Golden Hamrik. De rijkdom van de vroegere boeren is terug te vinden in de fraaie gebouwen in het dorp.
De kerk van Nieuwolda dateert uit 1718. Op de torenspits staat geen weerhaan, maar een zeemeermin, als verwijzing naar het land dat op de zee is teruggewonnen.
Van 1910 tot 1934 had het dorp een station aan de door de Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij aangelegde spoorlijn Zuidbroek - Delfzijl.
In het dorp bevinden zich een museumgemaal en een kinderwagenmuseum. Ten noordwesten van het dorp ligt het Hondshalstermeer. Door het dorp loopt Internationale Dollardroute voor fietsers. Langs Nieuwolda loopt de N362. 
548 Nieuwolda-Oost, Nieuwolda, Groningen  7.000715732574463  53.24894969229051  Nieuwolda-Oost is een streek in de gemeente Scheemda in de provincie Groningen (Nederland). Het ligt, zoals de naam aangeeft, ten oosten van Nieuwolda. Waar Nieuwolda oorspronkelijk bekend stond als Midwolderhamrik is de oude naam van Nieuwolda-Oost Oostwolderhamrik. Ten oosten van Nieuwolda-Oost ligt een buurtje dat nog steeds wordt aangeduid met Oostwolderhamrik. Beide namen geven aan dat de dorpen zijn gesticht vanuit respectievelijk Midwolda en Oostwold.
De streek ligt in het ingepolderde deel van het Oldambt. Voordat de Dollard zijn grootste omvang bereikte in de zestiende eeuw zou hier het verdronken dorp Cornswolda hebben gelegen. 
549 Niezijl, Grijpskerk, Groningen  6.342274  53.266903  Niezijl (Gronings: Nijziel) is een rustiek dorpje in de gemeente Zuidhorn in het Westerkwartier van de provincie Groningen (Nederland). Het dorp ligt tussen Grijpskerk en Zuidhorn aan de N355, de weg van Leeuwarden naar Groningen. Niezijl heeft ruim 500 inwoners. Het dorp wordt doorsneden door 2 kanalen, Niezijlsterdiep en Hoerediep, en heeft 5 bruggen.
De naam van Niezijl verwijst naar de nieuwe zijl; een zijl is het Groningse woord voor een sluis. Oorspronkelijk lag iets ten westen van het huidige Niezijl een zeesluis, de Bomsterzijl. Tijdens de Sint Elizabethsvloed van 1421 bleek al dat deze sluis onvoldoende veiligheid bood. Het duurde daarna echter nog meer dan honderd jaar voordat een nieuwe sluis, Niezijl, werd gebouwd. Tegelijk met de bouw van de sluis werd ook het Niezijlsterdiep gegraven om de afwatering te verbeteren. 
550 Nijenhuis, Delfzijl, Groningen  6.99781876190184  53.30190299999998  Nieuwenhuis of Nijenhuis is een voormalig gehucht in de gemeente Delfzijl in de Nederlandse provincie Groningen. Het lag ten zuiden van Oterdum en ten westen van Borgsweer aan oostzijde van de instroom van de Klooster maar en de Ortjes maar in de Oterdummer maar. Er lagen twee boerderijen en een paar huizen. Een van deze boerderijen was de Toxopéushoeve.
Bij de aanleg van het industriegebied bij Delfzijl werd Nieuwenhuis inclusief de straten eromheen van de kaart geveegd, zodat de locatie op de kaart (ten noorden van de Oosterhornhaven) slechts moeilijk terug te vinden is. Op de plek van het gehucht ligt nu een braakliggend terrein. 
551 Nijenklooster, Delfzijl, Groningen  6.84422492980957  53.343559887627485  Nijenklooster is de naam van een tweetal wierden in de gemeente Delfzijl, in het noorden van de provincie . De wierden liggen ten zuiden van Krewerd aan de Schipsloot, de grens tussen de gemeenten Delfzijl en Appingedam.
De naam verwijst naar het kloostercomplex dat hier ooit heeft gestaan. Het klooster Rozenkamp werd gesticht rond 1200 door Emo van Romerswerf. Oorspronkelijk was het een dubbelklooster, bekend als het Nijenklooster bij Den Dam. Het behoorde tot de Premonstratenzers. In 1213 verlieten de mannelijke geestelijken Rozenkamp en trokken onder leiding van Emo van Bloemhof naar Wittewierum. Het kloostercomplex werd in 1594 gesloten, en een paar jaar later afgebroken. 
552 Nijenklooster, Kloosterburen, Groningen  6.429684162139893  53.36822332939123  Nijenklooster is een gehucht in de gemeente De Marne in de provincie Groningen. Het ligt iets ten oosten van Kloosterburen, en ten noorden van Wehe-den Hoorn.
De naam verwijst naar het Nieuwe klooster dat hier in 1204 werd gesticht. Het werd gesticht vanuit het Oldeklooster, een Norbertijner klooster dat in 1175 als dubbelklooster was gesticht waar nu Kloosterburen ligt. De monniken vertrokken naar het nieuwe klooster dat buitendijks lag, in de oorspronkelijke monding van de Hunze. Het klooster is al eeuwen verdwenen. Reeds in 1582 is er sprake van een boer Hindrik Tonnis op Nijenklooster. Rond 1595 lagen er vier boerderijen vlak bij elkaar op de plek van het vroegere klooster. Rond 1676 nam dit aantal af tot drie boerderijen. Rond 1806 werd een boerderij verplaatst ('t huis Wiersum). De laatste twee boerderijen op Nijenklooster werden enige decennia later samengevoegd, zodat er thans ter plaatse van het oude klooster nog maar één boerderij te vinden is. 
553 Nijensleek, Vledder, Drenthe  6.167020797729492  52.837179304536974  Nijensleek (Drents: Neiensleek) is een streekdorp of lintbebouwing in het zuidwesten van de Nederlandse provincie Drenthe, in de gemeente Westerveld. Het dorp is een kilometer of vier lang. Langs de Hoofdweg, de provinciale weg van Vledder naar Steenwijk staan de boerderijen aan beide kanten van de weg. In het dorp wonen een paar honderd inwoners. Het dorp strekt zich uit van Frederiksoord tot Eesveen in de provincie Overijssel.
Nijensleek is in de Middeleeuwen ontstaan toen de boeren vanuit Vledder de 'nije slieken' (vrij vertaald: nieuwe slik, of nieuwe natte gronden) in cultuur brachten en gingen bewonen. De geschiedenis van dit streekdorp is dus heel anders dan van de later ontstane weg- of streekdorpen in de veenkolonieën zoals Stadskanaal of Gasselternijeveen. Ook op andere plaatsen in Zuidwest-Drenthe ontstonden in de late Middeleeuwen zulke lintbebouwingen. Voorbeelden zijn Wapserveen ontstaan vanuit het esdorp Wapse, Nijeveen is zo ontstaan vanuit Havelte en Ruinerwold vanuit Ruinen.
Nijensleek ligt tegen het stroomdal van de Vledder Aa. Aan de noordwestzijde neemt de hoogte langzamerhand toe. Daar ligt een uitloper van de Woldberg, een stuwwal even ten noordoosten van Steenwijk. De heerlijkheid 'de Eese' met haar boswachterijen ligt op die uitloper van de Woldberg.
Nijensleek maakte tot 1998 deel uit van de voormalige gemeente Vledder. Het dorp heeft geen echte winkels meer voor levensmiddelen. De laatste kruidenier verdween in de jaren negentig. Wel is er een christelijke basisschool, een dorpshuis, en een bedrijventerreintje met enkele detailhandelbedrijven. 
554 Nijensleekerveld, Vledder, Drenthe  6.155304908752441  52.84528769687921  Nijensleekerveld is de naam van de streek ten westen van Nijensleek, in de punt tussen Overijssel en Friesland. 
555 Nijeveen, Drenthe  6.166934967041016  52.732549716906874  Nijeveen is een dorp in het zuidwesten van de provincie Drenthe. Oppervlakte 25,38 km2.
Nijeveen was een zelfstandige gemeente waartoe ook de dorpen en gehuchten De Kolk, Gorthoek, Kolderveen, Nijeveense Bovenboer en Kolderveense Bovenboer behoorden. Sinds de Gemeentelijke herindeling in 1998 is Nijeveen c.a. onderdeel van de gemeente Meppel. De laatste burgemeester van Nijeveen was Henk v.d. Woude. Ongeveer 30% van de ruim 3600 inwoners is protestants christelijk, de overige inwoners zijn andersdenkend of onkerkelijk.
De geschiedenis van Nijeveen gaat terug tot 1477. In het jaar 1977 is het 500-jarig bestaan van Nijeveen gevierd. Ter gelegenheid daarvan werd in 1977 de uit Duitsland afkomstige en in Nijeveen herbouwde korenmolen "De Sterrenberg" heropend door Z.K.H. Prins Claus. De molen is eigendom van de gemeente Meppel.
Van oudsher was er een lintbebouwing langs de Dorpsstraat met grote boerderijen. Voornamelijk nog door agrariërs (veeteelt) in gebruik. Tegenwoordig zijn er ook een paar nieuwbouwwijken waar vaak forensen wonen.
Vroeger heette Nijeveen Hesselterveen. 
556 Nijlande, Rolde, Drenthe  6.6236186027526855  52.97583433561167  Nijlande is een klein dorpje behorend tot de gemeente Aa en Hunze in de Nederlandse provincie Drenthe. Het dorp is gelegen ten noorden van de rijksweg N 33, ten zuidwesten van Rolde. 
557 Nooitgedacht, Rolde, Drenthe  6.659817695617676  52.967168793820555  Nooitgedacht is een gehucht in de gemeente Aa en Hunze even ten zuiden van Rolde, in de Nederlandse provincie Drenthe.
De plaats is ontstaan op een plek waar ooit onherbergzame, moerasachtige heidevelden lagen, vandaar de naam.
Nadat de heide in cultuur was gebracht werd er een weg aangelegd tussen de weg van Rolde naar Grolloo en die naar Gieten. Langs deze weg (van oorsprong naamloos, nu bekend als de Veldweg) ontstonden boerenbedrijven, met een opmerkelijke verkaveling; alle langssloten zijn gegraven in de richting van de Rolder toren.
In de jaren 80 is een groot recreatieterrein, ook met de naam Nooitgedacht, aangelegd. Tegenwoordig heet dit complex Hof van Saksen.
https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Nooitgedacht_(Aa_en_Hunze)&oldid=43217590 
558 Noord Sleen, Sleen, Drenthe  6.801531  52.792297  Noord Sleen is een dorp in de gemeente Coevorden in de provincie Drenthe (Nederland).
Noord Sleen is een langgerekt esdorp met nog veel Saksische boerderijen gelegen aan de rand van de boswachterij "Het Sleenerzand" en recreatieplas "de Kibbelkoele". Het dorp heeft ongeveer 460 inwoners. Uit bodemvondsten mag worden afgeleid dat in Noord-Sleen reeds ver voor de jaartelling bewoning is geweest, getuige ook de hunebedden aan de Hunebedweg ten noorden van de Zweeloërstraat.
In het van oorsprong agrarische dorp neemt het aantal nog in functie zijnde boerenbedrijven steeds verder af. Daarentegen zijn er relatief veel andere bedrijven gevestigd. In het dorp bevindt zich verder de openbare basisschool “De Vlinderhof”, een bosbad (openluchtzwembad), een molen, een café-restaurant en een tweetal campings. 
559 Noord, Hoogeveen, Drenthe  6.528764  52.727796  Vroeger een buurtschap in Hoogeveen, nu een straatnaam 
560 Noordbarge, Emmen, Drenthe  6.888680  52.774554  Noordbarge is een dorp aan de noordkant van de Emmense woonwijk Bargeres vlakbij het centrum van Emmen. Het dorp grenst aan het Noordbargerbos.
Geschiedenis
Het is één van de oudste dorpen van Nederland. Volgens een sage komt uit Noorbarge het meisje waarnaar het dorp Schoonebeek is vernoemd.
Bezienswaardigheden
Aan de Ermerweg en naast het Oranjekanaal staat de voormalige melkfabriek. Daarnaast bevindt zich op de Noordbargeres sinds 2002 een uitbreiding van het Dierenpark Emmen, langs de Hondsrugweg. 
561 Noordbroek, Groningen  6.874119  53.193474  Het dorp Noordbroek is een Nederlands dorp, ontstaan in de vroege Middeleeuwen. Het dorp is gelegen in de Groningse gemeente Menterwolde. Begin 2004 had het 1957 inwoners.
Tot 1965 was Noordbroek samen met de omringende gehuchten Stootshorn en Hamrik een zelfstandige gemeente. In de periode 1965 tot 1989 vormde Noordbroek samen met Zuidbroek de gemeente Oosterbroek. Vervolgens fuseerde deze gemeente met Muntendam en Meeden tot de gemeente Menterwolde.
Het woord broek verwijst naar de bodemgesteldheid: moerassige grond. Tot ongeveer de 15e eeuw lag Noordbroek meer oostwaarts en werd vaak door het water van de Dollard bedreigd.
Het dorp heeft een middeleeuwse laat-romanogotische kruiskerk met een losstaande romaanse toren. In de kerk zijn middeleeuwse muur- en gewelfschilderingen te zien en regelmatig worden de klanken van het Arp Schnitger-orgel (1696) ten gehore gebracht. Een uit 1849 daterende pel- en korenmolen 'De Noordstar' is evenals een groot aantal monumentale boerderijen, veelal Oldambtster boerderijen, het bekijken waard.
Noordbroek ligt ten noorden van de A7 en ten westen van de N33. In het verleden heeft het dorp ook een spoorwegstation gehad. Het lag aan een in 1910 geopende lijn van de NOLS. Het station werd in 1934 gesloten. 
562 Noordbroeksterhamrik, Noordbroek, Groningen  6.912167  53.207236  Een gehucht op ca 3.5 km ten NO Van Noordbroek. Bekend is de 180 jaar oude Noordermolen die in 2005 is gerestaureerd. 
563 Noordbroeksterveen, Noordbroek, Groningen  6.828672  53.190427  Op een oude kaart van Noordbroek uit de Mediabibliotheek op deze website, is te zien dat dit gebied ca 3 km ten Westen van Noordbroek ligt aan de Dwangsweg nabij Stootshorn. 
564 Noorddijk, Groningen  6.627103  53.244159  Noorddijk (Gronings: Noorddiek) is een plaats in de gemeente Groningen gelegen in de provincie Groningen in Nederland.
Voor 1969 was het de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente, waarvan het gemeentehuis in Ruischerbrug stond, die wat merkwaardig tussen de toenmalige gemeenten Groningen aan de ene kant en Adorp, Bedum, Ten Boer en Slochteren zat ingeklemd. De gemeente was slechts enkele kilometers breed maar zo'n 10 km lang. Bij Noorderhoogebrug was de gemeente zelfs slechts 200 m breed.
Het dorpje dat nu nagenoeg tegen de wijk Lewenborg aanligt, heeft een romano-gotische kerk met een bijzondere, gekleurde gedenksteen op de toren. Oorspronkelijk was Noorddijk een van de kerspelen van het Gorecht.
Ten noorden van het dorp staat de Noordermolen, een voormalige, maar nog steeds functionerende poldermolen, die zijn water uitslaat op de Borgsloot, die overigens ook wel het Kardingermaar wordt genoemd.
Rond het dorp is een groot natuurgebied in ontwikkeling.
De naam van het dorp verwijst naar de noordelijk van de stad Groningen gelegen dijk, die deel uitmaakte van de Innersdijken. 
565 Noordenveld, Roden, Drenthe  6.523146628460381  53.08591579189355  Het Noordenvelder dingspel was het vijfde van de zes dingspelen van het Landschap Drenthe. Het was gelegen in het noorden van de provincie Drenthe, het gebied dat tegenwoordig ook wel de kop van Drenthe wordt genoemd.
Vries was de hoofdplaats. Naast dit kerspel Vries omvatte het de kerspelen Roden, Roderwolde, Norg, Peize en Eelde en de dorpen Veenhuizen, Langelo, Donderen, Bunne en Tynaarlo. Grote delen van de Smilder en Nienoorter venen behoorden eveneens tot dit dingspel.
Na de restauratie van de Jacobuskerk van Rolde ontwierp de Limburgse glazenier Joep Nicolas nieuwe gebrandschilderde ramen voor deze kerk. Zes van deze glazen geven de Drentse dingspelen weer, waaronder het Noordenveld.
Noordenveld is een korenmolen in het Drentse Norg.
De molen werd in 1878 gebouwd voor de familie Stevens. De molen zou tot 1962 in het bezit blijven van deze familie. De molen bleef tot die tijd beroepsmatig in gebruik en was in die tijd ook voorzien van zelfzwichting. De molen werd als vakantiewoning ingericht, sinds 1973 is hiervoor een aparte woning tegen de molen gebouwd. Het maalwerk is nog steeds aanwezig en sinds de grote restauratie in 1990 en '91 is de molen weer maalvaardig en wordt regelmatig door vrijwillige molenaars in bedrijf gesteld. De roeden met een lengte van 19,20 meter zijn uitgerust met het oudhollands wieksysteem en zeilen. In de molen zijn twee koppels maalstenen voor het malen van graan.
De molen en de woning zijn nu eigendom van de naastgelegen garagehouder. Een appartementencomplex, welke de molen deels uit de wind zette, is eveneens in handen van deze ondernemer. 
566 Noorderhoogebrug, Noorddijk, Groningen  6.568065  53.243672  Noorderhoogebrug is een dorp binnen de gemeente Groningen in de provincie Groningen in Nederland.
De naam verwijst naar de voormalige brug over het Boterdiep. Bij de stad Groningen waren twee bruggen met de naam Hoogebrug aanwezig, vandaar de toevoeging Noorder. De andere Hoogebrug lag over het Damsterdiep en de plaats eromheen wordt Oosterhoogebrug genoemd.
De brug werd hoog genoemd, omdat deze vaste brug boven de weg uitstak en er zo met gemak schepen onderdoor konden varen.
De bebouwing van de stad Groningen komt vrijwel aan die van Noorderhoogebrug.
Het dorp bezit een grote korenmolen, de Wilhelmina.
Het dorp maakte ooit deel uit van de gemeente Noorddijk. De gemeente was hier bijzonder smal — slechts zo'n 20 m Noorddijker grond lag er op het smalste punt tussen de toenmalige gemeenten Groningen en Bedum. Het café Stad en Lande stond zelfs op de gemeentegrens. De woonkamer was is Groningen, terwijl de gelagkamer zich in Noorddijk bevond.
Dat Noorderhoogebrug deel uitmaakte van Noorddijk is overigens maar ten dele waar. De Molenstreek en omgeving behoorde tot Noorddijk. De rest van Noorderhoogebrug (Groningerweg en Wolddijk) behoorde tot aan de annexatie door de Gemeente Groningen tot de Gemeente Bedum 
567 Noorderkolonie, Nieuwe Pekela, Groningen  6.929111480712891  53.0340961410337  Noorderkolonie is een streek in de gemeente Pekela in het oosten van de provincie Groningen. Samen met Zuiderkolonie vormt het het dorp Boven Pekela.
Noorderkolonie ontstond langs een diep dat parallel werd gegraven aan het Pekelderhoofddiep. Dat paralleldiep is inmiddels gedempt. 
568 Noordhorn, Zuidhorn, Groningen  6.39638888888889  53.2622222222222  Noordhorn (Gronings: Noordhörn) is een dorp in de gemeente Zuidhorn van de Nederlandse provincie Groningen. Het ten noorden van het Van Starkenborghkanaal gelegen dorp telt 1.567 inwoners (1 januari 2012).
Geschiedenis
De naam Noordhorn betekent: noordelijke hoek en is een verwijzing naar de loop van de keileemrug (gast), die werd gevormd in het Saalien en die hier een knik maakt. Op deze zandrug ligt het dorp. Op een tweede knik, even ten zuiden, ontstond het dorp Zuidhorn.
De oorsprong van het dorp is onduidelijk. De enige archeologische vondst wordt gevormd door een strijdhamer. Het gebied lag lange tijd geïsoleerd door omringende moerassen, hetgeen nog versterkt werd door de uitbreiding van de Lauwerszee. Wel was er bewoning op het nabije eiland Humsterland. De oude grens tussen Noordhorn en het Humsterland werd gevormd door de Oude Riet. In de 13e eeuw werden de eerste dijken aangelegd in het gebied rond Noordhorn, waarop de eerste bewoning ontstond. Bekend is dat er rond 1280 een kerk werd gebouwd (nu de Nederlands Hervormde Kerk). De naam 'Noirthoren' wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde uit 1398. Het toponiem horn komt echter reeds voor in een vredesverdrag uit 1338 wanneer gesproken wordt van ene Baldinghus Eninge de 'Hurum' (vermoedelijk vertegenwoordiger van Langewold). Noordhorn en Zuidhorn lagen aanvankelijk geïsoleerd, maar door de aanleg van verschillende dijken, begon het gebied langzamerhand een verbinding te vormen met de landschappen Middag, Humsterland, Vredewold en Westelijk Langewold. Deze dijkaanleg werd gerealiseerd door de monniken van Gerkesklooster, Cusemer en andere landeigenaren, die dijken begonnen aan te leggen ten noorden van de bestaande dijken vanaf 1320. Daarbij vormde een van de dijken ook een belangrijke heerweg tussen Friesland, de Ommelanden en de stad Groningen. Dit pakte zeer ongunstig uit voor beide dorpen, daar deze op de route lagen van de verschillende legertjes die het gebied van tijd tot tijd binnenvielen.
Tot de 15e eeuw was er nog geen centraal gezag in het gebied en heersten lokale hoofdelingen elk over hun eigen gebied. De macht van deze hoofdelingen varieerde, maar was in Noordhorn slechts beperkt tot lokaal niveau. De hoofdelingen bestreden elkaar vanuit hun stenen huizen. In de 14e en 15e eeuw was het gebied tussen de Zuiderzee en de Jade inzet in een strijd tussen de stad Groningen, die de rust in het gebied probeerde te bewaren en het alleenrecht op het stapelrecht probeerde te behouden; de graaf van Holland, die vond dat hij recht had op Friesland; een aantal Oostfriese hoofdelingen en bestaande veten tussen de Schieringers en Vetkopers. In 1398 was de graaf van Holland de Lauwers overgetrokken en gaf Noord- en Zuidhorn en Humsterland in leenheerschap aan zijn vertrouweling Pieter Reinerszoon. Hij kon zich echter niet handhaven en trok zich weer terug uit Friesland, waarmee het leenheerschap ook een wassen neus bleek.
Het dorp en zijn omgeving vormden meerdere keren het toneel van verschillende gevechten. In 1417 versloegen de Vetkopers onder leiding van Focko Ukena en Keno tom Broke de Schieringers bij het nabijgelegen Okswerd tijdens de Slag bij Oxwerd. Hierbij vielen 500 doden en werden 400 mensen gevangengenomen. Begin 15e eeuw vormde de Okswerderzijl een belangrijk strategisch punt, waardoor er een slot naast werd gebouwd (waarschijnlijk meer een soort blokhuis), waarna de zijl ook wel aangeduid werd met 'sloterzijl'. Het slot werd echter al snel weer geslecht als onderdeel van een vredesverdrag tussen de Vetkopers en Schieringers, zo blijkt uit een document uit 1432.
Ook in 1438 vond een veldslag plaats, waarbij het dorp gedeeltelijk in brand werd gestoken. Bij de herbouw van het dorp werd de structuur veranderd; de Oosterweg werd vervangen door de Langestraat als de hoofdas van het dorp. In 1498 vond er opnieuw een slag plaats; de Saksen onder leiding van de anti-Groningse Frankische veldheer Nittert Fox versloegen toen de stad-Groningers. Toen Fox' hoofdman Jurjen van Reijnsberg met 15 van zijn mannen in Noordhorn werd gedood, werd uit wraak het hele dorp op een paar huizen na volledig platgebrand evenals Zuidhorn. Het dorp werd weer opgebouwd (al vonden er in 1514, 1516 en 1522 opnieuw plunderingen en brandstichtingen plaats), maar raakte nu betrokken bij de Tachtigjarige Oorlog. De Spaanse troepen waren onder leiding van Francisco Verdugo opgetrokken naar de plaats. De Oranjegetrouwe troepen waren onder andere hier ingekwartierd bij mensen thuis (ook in Grijpskerk en Niezijl). Veel inwoners vluchtten het dorp uit op de vlucht voor het geweld. Uiteindelijk vond op 30 september 1581 de Slag bij Noordhorn plaats, waarbij de Spanjaarden onder Verdugo de troepen onder John Norris (of Norrits) en Willem Lodewijk op het veld ten westen van Noordhorn versloegen (later Norritsveld genoemd, naar John Norris). Hierbij vielen meer dan 2000 doden. De plaats werd opnieuw vernietigd en werd pas in 1594 opnieuw opgebouwd.
Rond 1780 bevond zich er een borg; Wolders genaamd, die later werd hernoemd tot Noordwijk.
In 1808 kreeg Noordhorn de status van gemeente door toedoen van Lodewijk Napoleon Bonaparte, die ze echter al snel weer kwijtraakte.
In 1890 werd de korenmolen De Fortuin gebouwd, die in 1983 werd gerestaureerd en nu de status van monument heeft, evenals de Nederlands Hervormde kerk en een doopsgezindenkerk uit 1838. 
569 Noordlaren, Haren, Groningen  6.66694444444444  53.1208333333333  Het dorp Noordlaren (Gronings: Noordloaren) ligt in de gemeente Haren, in de provincie Groningen (in Nederland), ten noorden van Zuidlaren en Midlaren.
Noord- en Zuidlaren liggen in verschillende gemeenten, zelfs in verschillende provincies.
Noordlaren heeft het karakter van een Drents dorp, zoals het gehele gebied tussen Noordlaren en de stad Groningen. Dit gebied wordt ook wel het Gorecht genoemd. Noordlaren was een van de kerspellen van dit gebied. Het heeft een kerkje waarvan het oudste deel dateert uit het laatste deel van de 12e eeuw, vooral de toren heeft nog een aantal romaanse kenmerken.
In Noordlaren bevindt zich een hunebed, dat lange tijd gold als het enige in de provincie. Het hunebed staat bekend als G1.
Het dorp is landelijk bekend van het schaatsen; traditiegetrouw probeert men op de schaatsbaan van Noordlaren jaarlijks de eerste marathon op natuurijs van het nieuwe seizoen te verrijden. Mits de plaatselijke ijsvereniging van Veenoord ze niet voor is. 
570 Noordpolderzijl, Usquert, Groningen  6.582767  53.432370  Noordpolderzijl (Gronings: Polderziel) is een gehucht in de gemeente Eemsmond, ten noorden van Usquert in de Provincie Groningen. Noordpolderzijl heeft de kleinste zeehaven van Nederland en is gelegen aan de Waddenzee, De naam van het dorp verwijst naar de zijl (sluis) van de Noordpolder.
De lettercode voor de boten die Noordpolderzijl als thuishaven hebben is UQ, de afkorting van Usquert. Meestal liggen er niet meer dan een of twee visserboten. De haven werd vooral gebruikt voor de vangst van garnalen. Er bevond zich in het verleden ook een visafslag.
Naast de voormalige visafslag heeft het plaatsje een café, toepasselijk het Zielhoes (= sluishuis) geheten, met een woning. Deze woning is de voormalige dienstwoning van de sluiswachter. De spuisluis is niet meer functionerend, maar de monumentale binnenzijde van de sluis is nog aanwezig. Een gemaal, dat ook Noordpolderzijl heet, heeft de functie van de sluis overgenomen.
Het plaatsje is zeer geliefd als pleisterplaats voor toeristen. Het is een van de weinige plekken in het noorden van Groningen waar men gemakkelijk bij de zeedijk kan komen, om zo van de weidsheid van de Waddenzee te genieten. 
571 Noordscheschut, Hoogeveen, Drenthe  6.5354621031799525  52.72386924766863  Noordscheschut is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Hoogeveen. Het telt ruim 2000 inwoners (1 januari 2009).
Ligging
Noordscheschut is een ontginningsdorp, in de gemeente Hoogeveen. Het is gelegen ten oosten van het dorp Hoogeveen. Het dorp wordt doorsneden door de Verlengde Hoogeveensche Vaart en is genoemd naar een in 1766 gebouwde schutsluis tussen het "Noordsche Opgaande" en de Hoogeveensche vaart. Het bestond aanvankelijk uit lintbebouwing langs het kanaal, maar na de Tweede Wereldoorlog zijn ten zuiden van de vaart ook enkele nieuwbouwwijkjes ontstaan, zodat het dorp nu een eigen kern heeft.
Geschiedenis
Noordscheschut heeft zijn ontstaan in het midden van de vorige eeuw te danken aan de verveningsactiviteit van de familie Rahder. Deze woonde in het nu nog bij de sluis staande in 1861 gebouwde Huize Blokland. Noordscheschut begon als kern rond het meest noordelijke van de vele sluizen (of schutten), die er waren in de Hoogeveense Vaart tot Meppel. Toen in 1851 het kanaal werd 'verlengd' naar de venen in Zuidoost-Drenthe, vestigden zich hier vooral verveners en neringdoenden. Langs de kanalen (opgaandes) was er aanvankelijk vooral lintbebouwing. Pas na het uitbreidingsplan van de gemeente in 1933 ontstonden er gesloten dorpskommen. Het echte buitengebied bloeide op, nadat in en na de jaren vijftig de meeste wijken (sloten) werden gedempt. 
572 Noordwijk, Marum, Groningen  6.257297  53.170170  Noordwijk is een klein dorp in de gemeente Marum, in het zuiden van het Westerkwartier van de provincie Groningen (Nederland). Het dorp ligt een paar kilometer ten noorden van Marum, aan de weg naar Grootegast. De naam Noordwijk zou zijn afgeleid van buurt ten noorden van Marum. Het dorp heeft ongeveer 460 inwoners.
Noordwijk heeft een kerkje uit het begin van de veertiende eeuw. Het kerkje is tegenwoordig eigendom van de Stichting Oude Groninger Kerken en is recent gerestaureerd. Vanaf het lijkhuisje achter de kerk loopt het Leedaanzeggerspad, een wandeling waarbij de geschiedenis van het dorp in de negentiende eeuw behandeld wordt. 
573 Noordwolde, Bedum, Groningen  6.58833333333333  53.2719444444444  Noordwolde (Gronings: Noordwòl) is een plaats in de gemeente Bedum in de de provincie Groningen in Nederland.
Het dorp heet zo omdat het net ten noorden (1½ km) van de plaats Zuidwolde ligt. De aanduiding wolde komt van de gebiedsnaam, die ook terug te vinden is in de Wolddijk.
De plaats heeft een kerk met een opvallende uivormige torenspits (siepel op z'n Gronings), de enige in de provincie.
Het dorp ligt aan de oude, oorspronkelijke weg van Groningen naar Bedum.
Plattenburg
Van het dorp loopt een mooi kerkenpad van zo'n 2 km naar Plattenburg, een paar huisjes aan het Boterdiep. Plattenburg is eigenlijk een scheldnaam (plat(je) = luis en burg = borg of kasteel), maar wordt tegenwoordig niet meer als zodanig begrepen. 
574 Norg, Drenthe  6.45944444444444  53.0661111111111  Norg (Drents: Nörg) is een esdorp in het noorden van de Nederlandse provincie Drenthe, ongeveer 25 kilometer ten zuidwesten van de stad Groningen en heeft 3840 inwoners (2004).
Norg heeft net als vele andere esdorpen in Drenthe een oude geschiedenis. Al in het begin van de middeleeuwen duikt Nurch of Norche op in oorkondes. De oudste essen zijn op 650-750 voor Christus gedateerd. Het belangrijkste monument is de 13de-eeuwse romaanse kerk met een zadeldaktoren. Norg telt maar liefst vijf brinken.
In Norg zelf ligt geen hunebed, naar wel in het dichtbij gelegen Westervelde en, iets verder weg, bij Zeijen.
Tot 1 januari 1998 was Norg een zelfstandige gemeente. Sinds de gemeentelijke herindeling van Drenthe in 1998 maakt het deel uit van de gemeente Noordenveld.
Vier keer per jaar wordt in Norg een paardenmarkt gehouden. Hoewel de aanvoer van verhandelbare dieren, door de teruglopende boerenstand, steeds kleiner wordt, meent de organiserende Commissie Stimulering Markten dat deze markten nog steeds levensvatbaarheid hebben.
In Norg staan twee oude windmolens. De ene, De Noordenveld geheten, is een korenmolen die sinds 1878 bestaat. Vlak bij deze molen werd in 2004 een drie verdiepingen tellend appartementencomplex gebouwd wat de molen voor een deel uit de wind zette en grote controverses in het dorp opleverde. Molen en nieuwbouw zijn echter in bezit van dezelfde plaatselijke ondernemer en er is vergunning voor de bouw verleend.
Bij het dorp Langelo (even ten noorden van Norg) bevindt zich een grote installatie van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) waar aardgas ondergronds in een gasveld opgeslagen wordt. Dit gas kan gebruikt worden als de vraag groter is dan wat in de gasvelden elders wordt geproduceerd. 
575 Norgervaart, Norg, Drenthe  6.488051  53.005429  Norgervaart is een buurtschap in de gemeenten Noordenveld, Midden-Drenthe en Assen. De Norgervaart begint vanaf de Norgervaartsbrug en loopt tot en met de sluis in Huis ter Heide. En bestrijkt dus zoals eerder genoemd de drie gemeenten. De bewoners van de Norgervaart wonen in: Assen, Huis ter Heide of Bovensmilde.
Norgervaart is vernoemd naar de vaart die door dit buurtschap loopt. De Norgervaart is een aftakking van de Drentsche Hoofdvaart en gaat over in de Kolonievaart die naar Veenhuizen voert. De Norgervaart is in 1816 gegraven. 
576 Nuil, Ruinen, Drenthe  6.452343463897705  52.78850493365377  Nuil Hoogeveen 52° 47′ NB, 6° 27′ OL, veder geen gegevens bekend 
577 Nuis, Marum, Groningen  6.30361111111111  53.1508333333333  Nuis (Gronings: Nuus) is een dorp in de gemeente Marum in de provincie Groningen (Nederland).
Het dorp, gelegen tussen Marum en Leek heeft ongeveer 750 inwoners. Tot 1985 liep de spoorlijn Groningen - Drachten door het dorp.
De kerk van Nuis stamt uit de dertiende eeuw en is grotendeels in romano-gotische stijl. Aan de zuidkant van het dorp ligt de borg de Coendersborg met daarbij een landbouwmuseum. Deze borg dateert uit 1815, daarvoor stond hier de Fossemaheerd. Deze stond aan een van de oudste paden van ons land: het Malijkse Pad.
De naam komt van nij huis (nieuw huis), dat is geassimileerd tot Nuis. 
578 Numero Dertien, Veendam, Groningen  6.917524337768555  53.059041418773205  Numero Dertien (Gronings: Nummer Dattien) is een gehucht in de Nederlandse gemeente Veendam in de provincie Groningen. De naam verwijst naar de dertiende zijwijk van de Ommelanderwijk.
De winning van turf in Groningen gebeurde voornamelijk door het veengebied te ontsluiten door het graven van kanalen en wijken. Via de wijken trok men steeds verder het veen in. De meest simpele naamgeving voor de wijken was om deze te nummeren. Zo werden de zijwijken van de Ommelanderwijk vanaf Veendam genummerd vanaf een. Daarbij werden de zuidelijke zijwijken voorzien van een oneven nummer terwijl de noordelijke zijwijken een even nummer kregen.
Langs de wijken en de zijwijken ontstond vaak ook enige bewoning. In Ommelanderwijk ontstond die met name langs de eerste zijwijk Numero een en langs de dertiende zijwijk. Bij Numero Dertien leidde die ontwikkeling tot het begin van dorpsvorming. Het dorp had in het begin van de twintigste eeuw bijvoorbeeld een eigen schooltje met tot wel 30 leerlingen, voornamelijk kinderen afkomstig van de omliggende boerderijen, maar tegenwoordig is het schooltje in particulier bezit.
Er is ook nog een wit plaatsnaambord dat Numero Dertien aangeeft, maar het gehucht is uiteindelijk nooit tot dorp doorgegroeid.
Ondanks dat het gehucht op dit moment slechts 15 huizen omvat, heeft het bestaan van Numero Dertien over de afgelopen jaren wel flink onder vuur gelegen. Zo waren er rond 2001 plannen van de overheid om een groot militair oefenterrein aan te leggen waarbij Numero Dertien volledig van de kaart zou worden geveegd. En even later kwam de zogenoemde "roze invasie", waarbij een grote groep varkenshouders uit Brabant zich probeerde te vestigen in de veenkoloniën, met maar liefst 9 geplande varkenshouderijen op alleen al Numero Dertien! Maar door fel protest van de bewoners en het daaropvolgende ingrijpen van de gemeente is dit aantal beperkt gebleven tot slechts 1 varkenshouderij op Numero Dertien. 
579 Numero Een, Ommelanderwijk, Veendam, Groningen  6.904306411743164  53.064122097312676  Ommelanderwijk is een dorp in de gemeente Veendam, provincie Groningen (Nederland). Het dorp is ontstaan langs de wijk met die naam.
De naam verwijst naar de Ommelanden. In de begintijd van de grootschalige vervening in de Groninger Veenkoloniën lag het initiatief bij particuliere bedrijven, meestal aangeduid als compagnie. De stad Groningen trok vrij snel de regie naar zich toe, zie bijvoorbeeld de naam Borgercompagnie, welke verwijst naar de borgers van de stad. Een aantal ondernemende jonkers uit de Ommelanden wilden ook hun geluk in de wilde venen beproeven en zij begonnen in 1653 met het graven van de Ommelanderwijk.
De aanleg van de wijk was echter een vrij moeizaam proces. Pas in 1819 werd Nieuwe Pekela bereikt. De wijk werd in 1968 gedempt.
Vanaf de wijk liepen in de tijd van de turfwinning op regelmatige afstand zijwijken. Deze werden genummerd. Numero Dertien bestaat nog steeds.
In Ommelanderwijk werd in 1741 een joodse begraafplaats gesticht. In Veendam en Muntendam was een aanzienlijke joodse gemeenschap, in Veendam had zij een synagoge, de begraafplaats werd bewust aangelegd in het weidse land, zodat deze ook in toekomstige tijden onberoerd zou blijven. 
580 Obergum, Winsum, Groningen  6.514836  53.333574  Obergum is het gedeelte van het dorp Winsum (provincie Groningen, Nederland) dat ten noorden van het Winsumerdiep ligt. Van oorsprong was het een apart dorp, dat voor de gemeentelijke indeling van 1851 zelfs tot een ander rechtsgebied behoorde.
Het dorp is gegroeid rond de wierde waarop een mooie Romaanse kerk staat. De kerk is tegenwoordig eigendom van de Stichting Oude Groninger Kerken. In 1856 is om het toenmalige dorp een kanaal gegraven, het Hulpkanaal om Obergum, ook wel Omsnijdingskanaal genoemd. Dit kanaal is aangelegd als gevolg van de verbreding van het Winsumerdiep tussen Onderdendam en Schaphalsterzijl. Het gedeelte tussen de dorpen Winsum en Obergum kon niet worden verbreed, omdat de bebouwing tot vlak aan het water komt. Een "hulpkanaal" bood uitkomst.
Ten noorden van het Hulpkanaal ligt de wijk Obergum-Noord, dat in de volksmond Nova Zembla (of kortweg: Nova) heet, omdat het "er zo koud is". 
581 Odoorn, Drenthe  6.8479156494140625  52.84986225772104  Odoorn (Drents: Oring) is een plaats in de gemeente Borger-Odoorn, in de provincie Drenthe (Nederland). Odoorn telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2007 1856 inwoners (872 mannen en 984 vrouwen). De betekenis van de naam Odoorn is niet met zekerheid te achterhalen. De naam bestaat uit twee delen: Ode en hoorn. Het laatste deel betekent hoek of bocht. Ode = de mansnaam Odo of hetzelfde als het Duitse öde (woest, verlaten). Odoorn is dus hoek van Odo of de eenzame woeste hoek.
Geschiedenis
Bibliotheek van Odoorn
Vrouw danst tijdens SIVO Internationaal Folkloristisch Dansfestival
Het oudste document waarin de naam Odoorn voorkomt is een bezegelde brief van 2 juli 1327 van het klooster Ten Nije Lichte. In een brief uit 1376 komen we de naam Odoorn opnieuw tegen. De naam luidt daar Oderen. In een handschrift van 1548 komt de naam nog voor en wel in de uitdrukking: "den pastoer van Oderen". In een handschrift van 1393 luidt de naam Odern, in één van 1431 Oederen en in één van 1546 komen we tegen: den borgen van Oideren.
Odoorn (een esdorp) had tot ver in de achttiende eeuw uitsluitend een boerenbevolking (zelfs de burgemeester, de dominee en de schoolmeester waren tegelijkertijd boer).
Odoorn was het het hoofd- en kerkdorp van het gelijknamige kerspel. Maar binnen het kerspel was het zeker niet de grootste plaats. In 1612 telde Exloo 112 inwoners en Odoorn 92. In 1808 telde de gehele gemeente Odoorn 930 inwoners. Het was daarmee één van de kleinste gemeenten van Drenthe. In 1835 verhuisde het bestuurlijk centrum van Valthe naar Odoorn. Maar na 35 jaar werd het gemeentehuis - in 1870 alweer verplaatst naar Exloo. Ondanks diverse pogingen om het gemeentehuis weer terug in Odoorn te krijgen is dit nimmer gelukt. Ook het gemeentehuis van de nieuwe gemeente Borger-Odoorn werd, na veel discussie, in Exloo gevestigd.
Bezienswaardigheden
De kerk van Odoorn
De oude Margarethakerk stamt uit de 12e eeuw. Van die oude - aan de heilige Margaretha gewijde - kerk resteert alleen nog het koor, nu in gebruik als consistoriekamer. Het koor van de kerk is opgetrokken met materiaal dat slechts zelden bij een Nederlandse kerk wordt aangetroffen, namelijk granieten zwerfstenen. Tot ongeveer 3.75 meter hoogte bestaat de muur uit deze gespleten en behakte stenen, daarboven uit baksteen. De huidige Nederlandse Hervormde Kerk werd in 1857 in gebruik genomen.
Overige
Verdere bezienswaardigheden in Odoorn zijn: verschillende boerderijen uit de 12e en 13e eeuw, hunebedden en een grafheuvel uit de steentijd. In Odoorn huisvest ook het SIVO Internationaal Folkloristisch Dansfestival, Drentse Wandel 4-daagse en sinds 2006 ook het Trilcoe Festival.
Brand.
In 1823 is het gemeentehuis afgebrand waardoor er geen archief gegevens van voor die tijd bestaan 
582 Odoornerveen, Odoorn, Drenthe  6.79  52.8411111111111  Odoornerveen is een klein dorp in de Drenthse gemeente Borger-Odoorn, en ligt ongeveer 12 kilometer ten noorden van Emmen.
Odoornerveen telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2007 436 inwoners (214 mannen en 222 vrouwen).
De veenkolonie Odoornerveen dankt zijn ontstaan aan het in 1853-1858 door de Drentsche Veen- en Middenkanaal Maatschappij gegraven Oranjekanaal dat vanaf Smilde de Drentsche Hoofdvaart met het veengebied rond Emmen verbond. De dorpsnaam is afgeleid van de als het Odoornerveen bekend staande veengebied ten noordwesten van het dorp. In deze uitgestrekte laagte tussen de Hondsrug en de rug van Sleen bleef het water staan en ontstond veenvorming in de warmere periode van het Holoceen. De hoogveengebieden van het Odoornerveen werden door het Oranjekanaal ontsloten en ten behoeve van de turfwinning geëxploiteerd. Na de vervening werd het geschikt gemaakt voor de landbouw. Odoornerveen heeft de typische langgerektheid van een veenkoloniaal weg- of streekdorp. De voornamelijk uit boerderijen bestaande bebouwing aan weerszijden van het Oranjekanaal en de in het verlengde daarvan liggende Borger Zijtak vormen tezamen de lineaire hoofdstructuur van het dorp.
Met de vestiging van kanaalgravers, veenarbeiders, caféhouders en winkeliers langs het kanaal vanaf 1854 ontstond de behoefte aan een school in Odoornerveen. Na de bouw van de eerste school in 1871 verrezen in 1906 nog schoolgebouwen aan de Borgerzijtak en de Odoornerzijtak die evenals het eerste houten schoolgebouwtje inmiddels uit het dorpsbeeld zijn verdwenen. Van de vroegste 19de-eeeuwse boerenbehuizing is tegenwoordig weinig meer terug te vinden. Een kerk heeft het dorp nooit gehad. Wel aanwezig is nog het voormalige bij de Maatschappijwijk gelegen opzichtershuis.
Ten noordoosten van het dorp liggen de bossen van de Boswachterij Odoorn. Belangrijke elementen hierin zijn het schapenpark waar een kudde Drentse heideschapen vrij rondloopt, de zandafgraving de Zwemkoel en het Schoonmeer, een dobbe die in de wintermaanden dienst doet als ijsbaan. Bijzonder is ook het nabij de ijsbaan lopende schapenpad. Deze is verhard met uit de heidevelden afkomstige zwerf- of veldkeien die in de laatste ijstijd zijn aangevoerd vanuit Noord-Europa. Ten westen van Odoornerveen strekken zich de bossen van de Boswachterij Sleenerzand uit. 
583 Oerde, Wedde, Groningen  7.046245  53.081859  Uit de volkstelling van 1879 blijkt dat hier in het
Waterschap Westerwolde in Wijk A een buurtschap met 2 bewoonde huizen met in totaal 7 mannen en 9 vrouwen die aanwezig waren. 
584 Oezingeweer, Loppersum, Groningen  6.7354559898376465  53.31768623778272  Ik vermoed dat het hier is, want ik vond een paar beschrijvingen met "omstreeks 1400 eigenerfde te Oezingeweer onder Loppersum", en dit lijkt alsof het een wierde geweest zou kunnen zijn. Verder ook niets gevonden. 
585 Oldambt, Groningen  7.062835693359375  53.15747651067802  Het Oldambt is een landstreek tussen de oude Ommelanden en Westerwolde, dat als onderdeel wordt gezien van Oost-Groningen. Het bestaat uit oorspronkelijk uit twee gebieden die samengevoegd zijn:
* Klei-Oldambt en
* Wold-Oldambt.
Tegenwoordig wordt ook het tot Nederland behorende deel van Reiderland (met uitzondering van de Punt van Reide) tot het Oldambt gerekend. Het omvat de huidige gemeenten Reiderland, Scheemda, Menterwolde, Winschoten en het zuidoostelijke deel van de gemeente Delfzijl. Oorspronkelijk werden ook het grondgebied van de gemeenten Veendam en Pekela tot het Oldambt gerekend, maar tegenwoordig wordt dit gebied onder de Veenkoloniën gerekend. Het Oldambt is van oorsprong een landbouwgemeenschap en kent een roerige geschiedenis. De streek is voor Nederlandse begrippen zeer dunbevolkt en is economisch weinig ontwikkeld. Met het zogenaamde Blauwestad-project hoopt men hier verandering in te brengen.
Oldambt was ook de naam van een waterschap dat ongeveer het gehele gebied omvatte.
De benaming Oldambt kan op twee manieren opgevat worden:
* Landschappelijk: het gebied met landschapskenmerken van het Oldambt (kaart 1)
* Staatkundig: het historische Ommeland/gewest Oldambt (kaart 2)
Geschiedenis
Tot ver in de middeleeuwen maakte het Oldambt deel uit van Fivelingo. Deels is dit te zien in de samenstelling van het decanaat Farmsum, dat behalve het gehele Oldambt ook gebieden rondom Appingedam omvatte. De Frankische gouw was bestuurlijk onderverdeeld in ambten, waarvan het Oldambt er één was. De vroegst bekende (Friese) benaming van het gebied is Alda Ombechte, wat op de rand van het zegelwapen van het Wold-Oldambt staat (vanaf 1347 in gebruik). Dat het Oldambt ('het Oude Ambt') als eerste van de gebieden in het noorden van (het huidige) Nederland onder Frankisch bestuur zou hebben gevallen en vandaar de naam oude ambt hebben gekregen is een andere visie. Het Oldambt maakte sinds de middeleeuwen deel uit van het bisdom Münster, zowel in wereldlijke als in geestelijke zin en werd daarin plaatselijk bestuurd door de Ripperda's in Farmsum, die het dekanaatsambt bezaten. Daarnaast werd het Wold-Oldambt bestuurd door de Gockinga's in Zuidbroek en de Houwerda's in Termunten. Het plaatselijke bestuur in een kerspel werd geregeld door middel van een rechtsommegang (dingspel) en de functie van de hoofdelingen.
Het gewest bestond voornamelijk uit graslanden, wolden (veengebieden) en kwelders. Het Oldambt was toen verdeeld in twee delen: het Wold-Oldambt (Zuid-Oldambt) en het Klei-Oldambt (Noord-Oldambt). Tot het Wold-Oldambt behoorden de kerspelen: Meeden, Noordbroek, Zuidbroek (met de achterliggende gebieden van Muntendam en de veengebieden), Scheemda, Eexta, Midwolda, Oostwold, Finsterwolde en Oost-Finsterwolde. Tot het Klei-Oldambt behoorden de kerspelen: Termunten, Klein-Termunten, Wagenborgen en Borgsweer.
De grens tussen Reiderland en het Oldambt werd gevormd door de Tjamme. De kuststreek werd voornamelijk bewoond door Friezen en de wolden door Saksen. Beide groepen vermengden zich in een vroeg stadium en de overheersende taal werd al spoedig het Gronings. Het gebied hoorde bij het Friesland tussen Eems en Lauwers (de latere Groningse Ommelanden). De stad Groningen wist het gebied te veroveren door de Gockinga's uit Zuidbroek en de Houwerda's uit Termunten te verdrijven in 1438. Beide onderdelen van het Oldambt vervielen in Groningse handen en mede achtervolgd door deze feiten bleven de Oldambtsters strijden om hun vrijheid en onafhankelijkheid (van Groningen), onder meer in 1647. De strijd mocht niet baten en de Oldambtsters bleven de achtergestelde positie ten opzichte van Fivelgo en Hunsingo houden. Door de overheersende positie van de Stad ontwikkelden zich in het Oldambt, anders dan in Fivelingo, Hunsingo en het Westerkwartier, ook geen jonkergeslachten. In het Oldambt hebben daarom ook nooit borgen gestaan met heerlijke rechten.
De toenmalige hoofdplaats van het Oldambt was Midwolda. Het wapen van het Oldambt is de directe voorloper van die van de voormalige gemeente Midwolda. De afgebeelde vergrootte kruiskerk van Midwolda diende als plaats voor bestuur en rechtspraak. Zo werd hier het Oldambtster landrecht in 1471 opgetekend. Andere rechtsplaatsen waren Zuidbroek, Finsterwolde in het Wold-Oldambt en Oterdum (later vervangen door Termunten) in het Klei-Oldambt.
Op 23 mei 1568 trokken de Spaanse troepen het Oldambt binnen. Ze werden opgesteld bij het klooster van Heiligerlee. Deze werden opgewacht door het Staatse leger, die de troepen vervolgens het veen in dreven. Deze gebeurtenis wordt gezien als het begin van de Tachtigjarige oorlog. (Zie hoofdartikel: Slag bij Heiligerlee)
Rond 1800 hadden de (inmiddels ontgonnen veengebieden en) weilanden plaatsgemaakt voor akkers. Dit gebeurde enerzijds omdat er verschillende veepesten uitbraken en het vee dus niet meer kon grazen, anderzijds werden de landbouwkundige technieken en de opbrengsten belangrijk verbeterd. Nu kent men in het Oldambt overwegend bouwland. De introductie van de aardappel in de kleigebieden zorgde voor een grote toename van de rijkdom van de landbouwers. Door de verbetering van de levensomstandigheden voor boerenarbeiders nam de kindersterfte af, de levensverwachting toe en de arbeidersgezinnen steeds groter. Door het grote overschot aan arbeidskrachten en de sterk gestegen welvaart veranderde het karakter van het Oldambt en kwam er een enorm verschil tussen rijk en arm. Door het te grote standsverschil ontstonden wrijvingen tussen boeren en hun arbeiders. De rijkdom van de landbouwers kan men tegenwoordig nog steeds zien aan de kapitale boerderijen in dit gebied.
Ook is de communistische partij in de gemeente Reiderland een van de overblijfselen van deze ongelijkheid. Tegenwoordig wordt ook het voormalige Reiderland tot het Oldambt gekrend. De CPN had in het Oldambt haar grootste aanhang met name in deze gemeente. De rest van het Oldambt was overwegend socialistisch gebied, waarbij de SDAP en later PvdA de boventoon voerde. De bevolking was tot ver in de twintigste eeuw werkzaam in de landbouw, al hebben de aardappelmeel- en strokartonindustrie, aan de rand van het gebied, eveneens een belangrijke rol gespeeld.
De periode na de Duitse bezetting in 1940 kende weinig opleving al waren er vormen van verzet tegen de bezetter. De bevrijding van het Oldambt in 1945 werd uitgevoerd door Canadese en Poolse militairen. 
586 Oldehove, Groningen  6.39277777777778  53.3025  Oldehove is een dorp in de gemeente Zuidhorn in de Nederlandse provincie Groningen met 1587 inwoners in 2005. Het is ook de naam van de voormalige gemeente die in 1990 opgegaan is in Zuidhorn. De naam Oldehove komt voor in enkele laat vijftiende-eeuwse kerklijsten en wordt dan gelijkgesteld met Hummerze. Het zal de plek zijn geweest van de oudste kerkelijke (en wellicht ook wereldlijke) rechtstoel, waar de proost of deken van de proosdij Humsterland kon rechtspreken. Oldehove is echter geen wierdedorp (terpdorp), zoals het nabijgelegen veel oudere Niehove, dat eerder Suxwort moet hebben geheten, en waar later een tweede rechtstoel werd gevestigd.
Het gemaal De Waterwolf staat ongeveer 2 km ten noordwesten het dorp.
De streek om Oldehove wordt nu nog het Humsterland genoemd. Het lokale dorpshuis is ook naar deze streek vernoemd.
Bezienswaardige is de hervormde Ludgeruskerk (13e eeuw) met 15e eeuwse toren. Het dorp bezit twee achtkante stellingmolens: molen Aeolus (1846) en De Leeuw uit 1855. 
587 Oldekerk, Groningen  6.339185  53.219638  Oldekerk (Gronings: Ollekèrk) is een dorp in de gemeente Grootegast, gelegen in het Westerkwartier in de provincie Groningen in Nederland. Tot 1990 was Oldekerk een zelfstandige gemeente. Het dorp had 1149 inwoners op 1 januari 2009.

Het dorp Oldekerk behoort, ondanks de naam, tot de jongste van het Westerkwartier. De naam verwijst naar een kerk die in het verleden ter plaatse heeft gestaan. Die kerk diende als kerk voor twee kleine buurtschappen: Kuzemer en Oosterzand. De kerk werd ongeveer halverwege een kerkpad gebouwd op de plek van het gehucht Eekeburen. Het was een zeer drassig gebied, want bij de kerk lag het Oldekerster-meer. Van die kerk resteerde in de negentiende eeuw alleen nog een klokkenstoel. De oude kerk waaraan het dorp zijn naam dankt is waarschijnlijk in 1623 afgebroken.

In 1856 werd een Gereformeerde Kerk gebouwd met enige jaren later ook een christelijke school. Rondom kerk en school ontstond toen een nederzetting. In 1887 werd een nieuw gemeentehuis gebouwd. Voor die tijd werd vergaderd in café "Het Oude Gemeentehuis".

Naast de basisschool is er in het dorp ook een school voor vmbo; deze werd in 1928 gesticht als Landbouwschool.

Voormalige gemeente

Naast Oldekerk bestond de voormalige gemeente uit de dorpen, buurtschappen en gehuchten: Eekeburen, Faan, Kuzemer, Niekerk en Oosterzand. Het gemeentehuis stond in Niekerk
Bron:http://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Oldekerk&oldid=29628566 21 feb 2012 
588 Oldendiever, Diever, Drenthe  6.316108703613281  52.84923117799168  Oldendiever is een buurtschap behorende tot de gemeente Westerveld in de Nederlandse provincie Drenthe. De buurtschap is gelegen pal ten zuiden van Diever. 
589 Oldenhave, Ruinen, Drenthe  6.346077  52.753476  Oldenhave
Buurtschap aan de gelijknamige weg in de gemeente De Wolden (tot 1998 Ruinen) ten zuidwesten van Ruinen. Ten zuidoosten van het gehucht ligt het boscomplex Oldenhaver Veld (met Hunenkloosterberg; 9,9 m + NAP), hemelsbreed 2 tot 3 km ver. Tot begin 19e eeuw vond men hier havezate Oldenhave, ook wel De Oldenhof en Huis te Ruinen genoemd. Hier zetelden de heren van Ruinen.
In 1375 wordt de nederzetting vermeld als ten Oeldenhove = de oude hof. Eertijds (in elk geval nog in 1634) lag ten oosten van Ruinen Nienhoven = de nieuwe hof; in 1381-83 vermeld als die Nyenhof. 
590 Oldenklooster, Delfzijl, Groningen  6.853338039672849  53.365232435712315  Oldenklooster is een gehucht op de wierde Feldwerd in de gemeente Delfzijl in het noorden van de Nederlandse provincie Groningen. Het gehucht ligt ten noordwesten van het dorp Holwierde en iets ten noorden van Krewerd en bestaat uit een aantal boerderijen.
Ten zuiden stroomt de rivier de Leege Maar, die naar het westen toe in verbinding staat met de Losdorpermaar en de Godlinzermaar en naar het zuiden toe met de Krewerdermaar (verbonden met de Groote Heekt).
Geschiedenis
De wierde dateert vermoedelijk uit het begin van de jaartelling en is gevestigd op een oude kwelderrug. Oorspronkelijk mat de wierde 200 bij 275 meter en was ovaalvormig.
Klooster Feldwerd
Vermoedelijk rond 1183 werd het Benedictijnse dubbelklooster Feldwerd of Feldwirth op de wierde gesticht door de heilige Hatebrand van het Aartsbisdom Utrecht als eerste klooster van De Ommelanden. Het klooster was gewijd aan Maria, Petrus en Paulus. Ter onderscheiding met het in 1204 gestichte nabijgelegen Nijenklooster zal het ter onderscheiding wellicht Oldenklooster (Oldeclooster te den Damme) zijn genoemd, een naam die reeds op een kaart uit 1559 voorkomt en daarmee de naam Feldwerd verdringt. De wierde werd voor de aanleg van de kloostergebouwen (die op het westelijk deel stonden) vergraven tot een rechthoekige vorm. Op de wierde zullen in elk geval een kerk, twee kloostergebouwen, een huis voor de abt, een muur en poort, een aantal boerderijen, een brouwhuis met stallen waar mestvee en varkens konden worden gehouden en wellicht een molen met molenhuis hebben gestaan. Bij het klooster lag ook een dobbe. In 1226 was het klooster een van de geldschieters voor de vloot die vanaf Borkum vertrok voor de Zesde Kruistocht. Feldwerd groeide tegen 1400 uit tot een van de rijkste kloosters van De Ommelanden. Ailke van Feldwerd was toen betrokken bij het opstellen van het Fivelgoër Landrecht.
In 1581 werd het klooster getroffen door de bliksem, die veel schade veroorzaakte. In 1583 of 1584 werd het klooster geplunderd door de watergeuzen, in 1588 verlaten nadat de bliksem in de kloosterkerk was geslagen en in 1594 samen met de 1200 hectare land die bij het klooster behoorde geconfisqueerd bij de reductie. De gebouwen werden daarop niet meteen afgebroken maar eerst nog een tijdlang gebruikt door hervormde predikanten uit eerst Holwierde en later Bierum. In 1608 overleed de laatste abt en bleven nog drie nonnen over. Nadat ook de laatste subpriorin overleed en nog twee nonnen achterbleven werd besloten om de overblijfselen van Hatebrand, die in het klooster werden bewaard, over te brengen naar een veiliger plek om te voorkomen dat ze eventueel zouden worden bezoedeld door de hervormden. In 1609 was het Twaalfjarig Bestand actief en konden met behulp van de ingeroepen Damster koopman Nicolaas Jaspers de overblijfselen van Hatebrand worden overgebracht naar katholiek Antwerpen. Het klooster werd daarop in 1617 opgeheven en waarschijnlijk daarna afgebroken. Jezuïet Franciscus Mijleman stelde in 1664 dat het orgel van het klooster herbruikt was in de Sebastiaankerk van Bierum, maar een technische beschrijving van dit orgel is niet overgeleverd.
Latere geschiedenis
In de loop der eeuwen bleef de bebouwing op de wierde beperkt tot een aantal boerderijen en huisjes. Rond 1895 werd het westelijk deel van de wierde door boer Steenhuis deels afgegraven en verkocht als wierdegrond. Daartoe werd de Leege Heekt doorgetrokken tot in de afgegraven wierde en werden diverse korte wijkjes op gegraven, die er decennia later nog lagen. De oude schipsloot waaraan de wijken grensden wordt nog steeds gebruikt als sloot en werd in 1997 weer uitgegraven. Bij de afgravingen van eind 19e eeuw zouden enkele tientallen skeletten, een grafkist met een skelet erin, een sabel en een aantal gebruiksvoorwerpen zijn gevonden. In 1939 werden in een sloot nog meer menselijke botten, alsook een fundering met kloostermoppen gevonden. Het westelijk deel van de wierde werd in 1976 en 1977 met een bulldozer verder afgegraven en verkocht en vervolgens geëgaliseerd. Alleen het oostelijk deel van de wierde, waarop altijd boerderijen hebben gestaan, is hierdoor nog intact. In 1997 werd de wierde deels hersteld door de vroeger gedempte dobbes opnieuw uit te graven, de schipsloot en een deel van de oude kloostergracht uit te graven, natuurvierndelijk oevertalluds aan te leggen en met de uitgegraven grond het reliëf van de wierde te versterken. Bij de werkzaamheden werd ook een afvalput uit het begin van de jaartelling gevonden. De wierde is aangewezen als rijksmonument.
Oosterfeldwerd
Ten noordoosten van de wierde stond aan een hoek van de Feldwerderweg tot in de 19e eeuw de omgrachte vroegere kloosterboerderij Oosterfeldwerd, die later werd verplaatst naar Holwierde (Bierumerweg 1). Tussen 2000 en 2006 werd de rijksweg N33 over het oude perceel aangelegd om zo een rondweg om Holwierde te creëren. 
591 Oldenzijl, Uithuizermeeden, Groningen  6.715928  53.393719  Oldenzijl (Gronings: Oldenziel) is een klein dorp in de gemeente Eemsmond in de provincie Groningen in Nederland. Het dorpje dankt zijn naam aan een oude sluis in een vroegere zeedijk.
In het dorp, op een gedeeltelijk afgegraven wierde staat een romaans kerkje, uit het begin van de dertiende eeuw, oorspronkelijk gewijd aan Sint-Nicolaas.
Het is een eenbeukig kerkje met een halfronde, inspringende absis. Met name deze laatste geldt als een van de hoogtepunten van de romaanse bouwkunst in de provincie Groningen. Bij het kerkje heeft oorspronkelijk een vrijstaande toren gestaan, maar die is in de negentiende eeuw afgebroken. 
592 Oling, Appingedam, Groningen  6.834099685180718  53.31373053241692  Oling (uitspraak: Oolgen) is een behuisde wierde ten westen van de stad Appingedam in het noorden van de Nederlandse provincie Groningen. Oling komt van de mansnaam Ole.
De wierde ligt op een oude kwelderrug, meet ongeveer 200 bij 285 meter en heeft een hoogte van 1,15 meter boven NAP. Oling is gedateerd op de vroege middeleeuwen (oudst gevonden scherven dateren uit 9e eeuw), maar de meeste bewoningsresten dateren uit de late middeleeuwen.
De wierde wordt door de Olingerweg in tweeën gedeeld. De wierde is verlaagd aan zuidoostzijde en de oostelijke helft is deels afgegraven. De ringsloot is nog aanwezig aan west- en noordwestzijde. Op de wierde staan twee boerderijen. Ten noorden van de wierde stond vroeger de borg Dijkhuizen en ten oosten vroeger de boerderij Lutje Oling. Ten oosten daarvan wordt sinds de jaren 1980 gebouwd aan de gelijknamige Damster wijk Oling.
Rondom de wierde ligt de Noorder Olingerpolder, die ontstond in 1876 toen de uit 1819 daterende Olingerpolder werd doorsneden door het Eemskanaal. In 1949 werd het waterschap Oude Olinger Zijlrecht opgericht bij de fusie van de Noorder Olingerpolder met de Garreweerster-Wirdummerpolder en de polder Kromme Tocht. In 1967 werd het waterschap met 21 andere waterschappen gefuseerd tot het Waterschap Fivelingo, dat in 1987 opging in het waterschap Eemszijlvest, waarvan het deel met Oling in 2000 opging in het waterschap Noorderzijlvest. 
593 Ommelanden, Groningen  6.746978759765625  53.17237836668329  De Ommelanden is de oude naam voor de gebieden in de huidige provincie Groningen die buiten de stad Groningen liggen, die, zoals de vlag en het wapen al doen denken, oorspronkelijk Fries waren. Overigens is de vlag van de Ommelanden niet afgeleid van die van de huidige provincie Friesland, maar is het eerder andersom. Historisch gezien waren er drie Ommelanden: Hunsingo, Fivelingo en het Westerkwartier. Het Reiderland en Westerwolde werden als aparte gewesten gezien, waarbij Westerwolde ook nimmer een Fries karakter heeft gehad. Ook het Gorecht (Stad Groningen en omstreken) werd niet als Ommeland gezien. Het Oldambt wordt soms wel, soms niet als apart, vierde, Ommeland gezien. De vlag van de Ommelanden verwijst echter slechts naar de drie historische Ommelanden en de in totaal elf onderkwartieren. Op het moment dat die vlag in zwang kwam had het Oldambt ook al zijn vrijheid verloren.
Vroege Middeleeuwen
Rond de Middeleeuwen waren de Ommelanden Friestalig, terwijl het Gorecht en Westerwolde Nedersaksisch waren. Het Oldambt was waarschijnlijk deels Fries, deels Nedersaksisch.
De Ommelanden noemden zichzelf later ook Klein Friesland (Lyts Fryslânbron?), met name om zich af te zetten tegen de stad Groningen. Ze werden bestuurd door de lokale 'adel' en de kloosters. Zo was het klooster van Aduard in de middeleeuwen een van de grootste grondbezitters in de Ommelanden. Zie Kloosterkaart Groningen voor een overzicht van de kloosters die in de Middeleeuwen in het gebied actief waren.
Net zoals tegenwoordig bestonden de Ommelanden vooral uit agrarische dorpen. Er waren twee steden die beide invloed hadden op de Ommelanden. Dit waren de Stad Groningen en Appingedam. Appingedam lag zelf in de Ommelanden, in Fivelingo, maar was niet opgewassen tegen de Stad. Ook het naburige Delfzijl met zijn haven en ligging aan het Damsterdiep was een grote concurrent voor zowel Appingedam als de stad Groningen.
Hoge Middeleeuwen
De Ommelanden hebben zich in het verleden fel verzet tegen de Stad. Ze noemden zichzelf dan ook: Eala frya fresena (De vrije Friezen, in het Oudfries). Als de adel op de borgen en de grote boerderijen te veel macht kregen, ging de borg of boerderij plat. Omgekeerd werd ook de Stad regelmatig aangevallen vanuit de Ommelanden, bijvoorbeeld in 1227.
De Ommelanden zagen in de Opstand een mogelijkheid om zich onder het juk van de stad uit te vechten. Zij sloten zich daarom los van de stad aan bij de Unie van Utrecht. De aansluiting leverde uiteindelijk niets op. Bij de Reductie van Groningen werden de Ommelanden alsnog gedwongen zich samen te voegen met de Stad tot de provincie Stad en Lande.
Stad en Lande
Sindsdien zijn de Stad en de Ommelanden één gebied. Na een aantal kleine conflicten met enkele dorpjes, waren de opstanden tegen de Stad voorbij. Stad en Ommelanden pasten zich aan elkaar aan en vormen nu een afgedwongen eenheid. Het Fries van de Ommelanden werd verdrongen door het Nedersaksisch van de Stad. Toch zijn er nog wel enkele Friese woorden vindbaar in het nieuwe Groningse dialect. Anders dan in Oost-Friesland, waar ook het Fries werd vervangen door een Nedersaksich-dialect, is er, naast het wapen, verder geen enkele verwijzing meer naar het oorspronkelijk Friese karakter van de Ommelanden.
In 1619 kocht de Stad Groningen de Heerlijkheid Westerwolde. Bij de drooglegging van een deel van de Dollard, werd het Reiderland weer vergroot. Het nieuw gewonnen land werd echter tot het Oldambt gerekend, en viel daarmee onder het bestuur van de Stad. Toen Oost-Friesland tijdens de Franse tijd bij de Nederlanden (Koninkrijk Holland) werd gevoegd, zag Groningen zijn kans om het Reiderland over te nemen en de Eems als oostgrens vast te stellen. Een groot gedeelte heeft Groningen weer in moeten leveren aan Oost-Friesland. Het overige gedeelte wordt tegenwoordig ook bij het Oldambt gerekend. Westerwolde en het Reiderland zijn nooit echt een Ommeland geweest. Toch worden ze soms wel zo aangeduid.
Hoofdelingen
In de Ommelanden werd in de late middeleeuwen de rechtshandhaving van het gewoonterecht en van de geschreven regels, geregeld en uitgevoerd door de hoofdelingen (landadel). Anders dan in Oost-Friesland wist echter geen enkel geslacht voldoende macht op te bouwen om het tot landsheer te brengen. Tot de belangrijkste hoofdelingen behoorden de geslachten Lewe, Clant, Ripperda, Ewsum, Rengers, de Mepsche, Coenders etc.
Tegenwoordig
De naam Ommelanden wordt tegenwoordig nog maar weinig gebruikt, terwijl in de 19e eeuw (200 jaar na de afschaffing van de Ommelanden) alle Groningers de grenzen en namen van de Ommelanden nog kenden. De namen van de Ommelanden zijn alleen nog terug te vinden in namen van voetbalclubs, riviertjes of radiostations (bijvoorbeeld: Oldambster Boys en Radio Westerwolde). Ook de Ommelanderzeedijk, de zeedijk van Groningen, herinnert aan de middeleeuwse gouwen. 
594 Ommelanderwijk, Veendam, Groningen  6.898555755615234  53.092787037924175  Ommelanderwijk is een dorp in de gemeente Veendam, provincie Groningen (Nederland). Het dorp is ontstaan langs de wijk met die naam.
De naam verwijst naar de Ommelanden. In de begintijd van de grootschalige vervening in de Groninger Veenkoloniën lag het initiatief bij particuliere bedrijven, meestal aangeduid als compagnie. De stad Groningen trok vrij snel de regie naar zich toe, zie bijvoorbeeld de naam Borgercompagnie, welke verwijst naar de borgers van de stad. Een aantal ondernemende jonkers uit de Ommelanden wilden ook hun geluk in de wilde venen beproeven en zij begonnen in 1653 met het graven van de Ommelanderwijk.
De aanleg van de wijk was echter een vrij moeizaam proces. Pas in 1819 werd Nieuwe Pekela bereikt. De wijk werd in 1968 gedempt.
Vanaf de wijk liepen in de tijd van de turfwinning op regelmatige afstand zijwijken. Deze werden genummerd. Numero Dertien bestaat nog steeds.
In Ommelanderwijk werd in 1741 een joodse begraafplaats gesticht. In Veendam en Muntendam was een aanzienlijke joodse gemeenschap, in Veendam had zij een synagoge, de begraafplaats werd bewust aangelegd in het wijdse land, zodat deze ook in toekomstige tijden onberoerd zou blijven. 
595 Onderdendam, Bedum, Groningen  6.588412  53.335328  Onderdendam (Gronings: Onderndaam) is een dorp ongeveer vier kilometer ten noorden van Bedum in de provincie Groningen in Nederland.
Het ligt op een kruispunt van de waterwegen en was daarom van oorprong een belangrijk dorp. Het Warffumermaar gaat er naar het noorden (Warffum, Baflo), het Boterdiep naar het oosten (Middelstum, Stedum, Uithuizen) en naar het zuiden (Bedum, Groningen), het Kardingermaar naar het zuidwesten (Thesinge) en het Winsumerdiep naar het westen (Winsum, Leens, Ulrum).
Vandaar dat de rechtbank (en de bijbehorende gevangenis), de notaris en het waterschap in deze plaats in het midden van het Hogeland waren gevestigd.
De plaats was dus zeer belangrijk en had daarom als bijnaam: Lutje n Hoag (Klein den Haag).
Nu is alles vertrokken, het waterschap (Noorderzijlvest) verliet in juni 2001 als laatste het dorp.
Steeds meer keert de horeca terug in dit dorp. Zo is er ook elk jaar het Scheepsjoag'n, een dorpsfeest met als onderdeel het scheepsjoagen, zoals het vroeger ook daadwerkelijk gebeurde door dit dorp.
Naam
De naam komt van Uldernadomme. Dit is (waarschijnlijk) een in unland (= onland, moeras) aangelegde dam. Een plausibele verklaring, want vlakbij ligt de wierde van Onderwierum, genoemd naar dat zelfde onland.
Een andere (populaire maar onwaarschijnlijkere) verklaring is: een dam onder het water (het water kan er overheen, mensen ook), een soort kunstmatige voorde. 
596 Onderwierum, Bedum, Groningen  6.580523  53.327507  Onderwierum is een dorpje in de gemeente Bedum in de provincie Groningen in Nederland.
Het dorp is gebouwd op twee wierden die ongeveer 200 meter van elkaar vandaan liggen. Het dorp had ooit een eigen kerk. Deze is echter vedwenen, alleen het kerkhof is nog over.
Ten zuiden van het dorp loopt het Onderwierumermaar, ooit de belangrijkste waterlossing van de Onderwierumerpolder. Tegenwoordig wordt het bemalen door het gemaal Haandijk. Dit gemaal is genoemd naar het (in verval geraakte) dijkje dat van het Boterdiep naar de Oude Ae loopt en dat de zuidelijke grens van het kerspel vormde.
De naam komt van (waarschijnlijk) van: een in onland (= moeras) gelegen wierde. Ook de naam van het dichtbijgelegen Onderdendam wordt zo verklaard. 
597 Onnen, Haren, Groningen  6.641658  53.156795  Onnen is een dorpje in de gemeente Haren, gelegen in de provincie Groningen in Nederland. In het dorp staan enkele bezienswaardige boerderijen en een poldermolen.
Onnen is een esdorp met als eigenaardigheid dat de Onner es een flink stuk buiten het eigenlijke dorp ligt (meestal ligt een es vlak buiten een dorp).
Aan de spoorweg Groningen–Assen ligt vlak bij Onnen bij het rangeerterrein een grote werkplaats van NedTrain. 
598 Onstwedde, Groningen  7.043056  53.036726  Onstwedde is een dorp in de gemeente Stadskanaal in de streek Westerwolde van de provincie Groningen (Nederland). Het heeft ongeveer 3000 inwoners (stand 2003).
Ooit was Onstwedde een zelfstandige gemeente, maar in 1969 werd het samengevoegd met een gedeelte van de gemeente Wildervank en omgedoopt tot de gemeente Stadskanaal . Het gemeentehuis van Onstwedde bevond zich aanvankelijk in Onstwedde zelf, maar verhuisde in de 19e eeuw al naar Stadskanaal. Het oude gemeentehuis staat aan de Brink en is een monument.
Geschiedenis
Onstwedde is een oud esdorp; het wordt voor het eerst vermeld in het jaar 875 in documenten van het klooster Werden aan de Ruhr als Uneswido. De uitgang wido in deze naam, die later verbasterd is tot wedde, betekent bos. Het is in feite hetzelfde woord als wolde in Westerwolde. Het eerste deel Une hangt mogelijk samen met een persoonsnaam.
Het dorp ligt aan de Mussel-Aa, even voorbij de samenvloeiing met het Pagediep. Onstwedde heeft een dubbele brink. De eerste brink ligt aan de zuidkant van het dorp, niet ver van de Nederlands Hervormde kerk, vlakbij de kruising Hardingstraat met de Dorpstraat, en draagt ook de naam Brink. Het gedeelte van het dorp bij deze brink droeg vroeger de naam Loug. De tweede brink ligt bij de kruising van de Dorpsstraat met de Jabbingelaan. Dit gedeelte van het dorp werd het Wold genoemd.
In 1916 kreeg Onstwedde in het kader van het plan van de Vereniging ter bevordering van de kanalisatie van Westerwolde een haven aan de oostzijde van het dorp. Deze haven was het uiteinde van een zijtak van het Mussel-Aa-kanaal. Deze haven is met name gebruikt voor de aan- en afvoer van landbouwproducten. Na de oorlog nam de betekenis van de scheepvaart af en werd het kanaal gesloten voor de scheepvaart.
Landschap en toerisme
Bij het dorp liggen een tweetal relatieve hoogten van rond de tien meter boven NAP: de Onstwedder Holte en de es bij Veenhuizen. Deze heuvels zijn morenes uit het Saalien, de op een na laatste ijstijd. Aan de noordkant van het dorp ligt op een flank van de Onstwedder Holte het dr. Hommesbos, een natuurterrein van het Groninger Landschap.
De oostkant van het dorp grenst aan de Ecologische Hoofdstructuur. Hier wordt het oude hoevenlandschap door Staatsbosbeheer gereconstrueerd. Het gebied wordt gekenmerkt door rivierduinen, kleine bossen en houtzomen, essen en laag gelegen gronden langs de beken Mussel A en Ruiten Aa en hun voormalige lopen. Bij Ter Wupping is een met paaltjes gemarkeerde wandelroute aangelegd door dit gebied.
Het toerisme groeit langzaam. Er zijn een paar campings en er zijn twee musea: het Slaait'nhoes en het Radio- en speelgoedmuseum. Rond het dorp zijn vele fietspaden en er zijn fietsroutes: de Stroomdalroute en de Vestingroute.
Onderwijs
Onstwedde heeft twee basisscholen: de Regenboogschool, een christelijke school die nauw verbonden is met de hervormde gemeente, en de Langeveldschool, die vroeger nauw verbonden was met de gereformeerde kerk. Momenteel vallen beide christelijke scholen onder dezelfde stichting.
Het Ubbo Emmiuscollege heeft een dependance voor veel schooltypen in Onstwedde. Hier wordt les gegeven aan de onderbouw. Tot 2004 maakte deze dependance deel uit van het Comeniuscollege.
Voor het overige onderwijs is Onstwedde aangewezen op plaatsen in de omgeving: Stadskanaal, Winschoten, en ook Emmen. De stad Groningen is voor Hoger Beroeps Onderwijs en het universitaire onderwijs belangrijk.
Overige voorzieningen
Onstwedde kent ook een verwarmd zwembad: 't Vlasmeer. Tussen 2000 en 2003 waren er plannen om het te sluiten. Maar het besluit van de gemeenteraad was om het open te houden. De bevolking van het dorp moest dan wel 6800 euro per jaar aan donaties geven. De exploitatie van het zwembad werd na veel geharrewar gegund aan Sportijn.
De voetbalvereniging van het dorp heet Onstwedder Boys. Zij spelen op het sportpark De Boskamp. Ook heeft het dorp een gymzaal, waar de plaatselijke turnvereniging en volleybalclub VCO '72 gebruik van maken en waar judolessen worden gegeven. Daarnaast is er ook een tennisvereniging Uneswido. IJsvereniging Wisch beschikt over een ijsbaan en de paardensportvereniging heeft een eigen manege De Driesporen. Ook is er een ATB-club actief. In het verleden heeft het dorp ook een korfbalvereniging gehad genaamd OKC.
In Onstwedde is tevens een Openbare Bibliotheek aanwezig. Deze bevindt zich in het nieuwe multifunctionele centrum tussen de Tuinlaan en de Boslaan, genaamd de Bolster. De Bolster is in 2005 gereedgekomen en bevat naast de bibliotheek ook diverse zorginstellingen en het kinderdagverblijf.
De winkelstand bestaat onder andere uit een supermarkt, twee kledingwinkels, twee schoenenzaken, een fietsenzaak, een bakker, een slager, een bedrijf voor kachels en verwarming en een doe-het-zelfzaak.
Buslijn 14 van Arriva van Winschoten via Vlagtwedde en Alteveer naar Stadskanaal rijdt door het dorp.
Door het dorp loopt de N 365 als Luringstraat. Midden op de rotonde van de kruising van deze weg met de Dorpsstraat staat een kunstwerk in de vorm van een halve ring met een diamant er bovenop.
Religie
Onstwedde kent drie kerkgemeenschappen. De Nederlands-hervormde gemeente kerkt in de monumentale beeldbepalende kerk gelegen aan de rand van het dorp. De toren van deze kerk heet de Juffertoren, naar een oude sage. Het kerkgebouw dateert uit de vijftiende eeuw en de bouwstijl is gotisch. In de kerk staat een doopvont van Bentheimer zandsteen. Deze vont werd nadat Onstwedde zich aansloot bij de Reformatie uit de kerk verwijderd. In 1989 werd ze teruggevonden. De vont bleek in gebruik te zijn als drinkbak voor vee. De modaliteit van de gemeente die hier kerkt, is Gereformeerde Bond.
De Gereformeerde Kerk is opgericht in is opgericht in 1835, een jaar na de afscheiding van Hendrik de Cock in Ulrum. Het gebouw dateert uit 1869 en staat aan de Dorpsstraat.
De Christelijke Gereformeerde Kerk staat aan de Luringstraat.
Overige cultuur
Een belangrijk onderdeel in het jeugdwerk in Onstwedde is "de Boerderij." Deze instelling is door stichting "Ocrea" in het leven geroepen en wordt op zaterdagavond bezocht door jongeren uit de wijde omgeving.
Op tweede Paasdag wordt in Onstwedde traditioneel een paasvuur ontstoken
In de eerste week van juli wordt de feestweek gehouden. Een speciale commissie bedenkt een thema en de door het dorp worden versiert in de geest ervan. Om het manifestatieterrein staat in die week een feesttent, waarin diverse activiteiten in de loop van de week worden georganiseerd.
De laatste zaterdag van augustus wordt het oogstfeest door de stichting Onstwedder Gaarv'n op het manifestatieterrein georganiseerd. Op dit feest wordt met oude machines het graan gedorst dat speciaal voor dit feest op de es bij de Nederlandse Hervormde kerk wordt verbouwd. Er is een tentoonstelling van oude auto's en tractoren en er zijn diverse stands. Tevens zijn spekdikken, een traditioneel Oost-Gronings gerecht, verkijgbaar.
Onstwedde is na Sellingen het enige dorp waar nog het Westerwolds wordt gesproken. 
599 Oomsberg, Onstwedde, Groningen  7.02583333333333  52.9638888888889  Oomsberg is een streek in de gemeente Stadskanaal in de provincie Groningen (Nederland). Het is een dorpje dat min of meer uit drie delen bestaat, eerste Oomsberg, tweede Oomsberg en derde Oomsberg. Eerste en Tweede Oomsberg zijn beiden haaks op de Exloërweg staande streekjes. Ze worden van elkaar gescheiden door de N366 en het A.G. Wildervanckkanaal. Derde Oomsberg is wat groter. Het ligt langs de weg van Vledderveen naar Mussel.
De naam Oomsberg, ook wel Oompiesberg verwijst naar een hoogte van zand in het veen 
600 Oosteinde, Ruinerwold, Drenthe  6.2818193435668945  52.739503230885184  Oosteinde is een plaats in de gemeente De Wolden in de Nederlandse provincie Drenthe.
Oosteinde telt 756 inwoners (januari 2009) en is gelegen tussen Ruinerwold en Ruinen. Langs de twee belangrijkste wegen in Oosteinde, de Dr Larijweg en de weg Oosteinde, staan veel monumentale boerderijen. De Dr Larijweg is onder meer bekend vanwege de perenbomen, die 80 jaar geleden aan beide zijden van de 7 kilometer lange weg zijn geplaatst. Van de 2000 perenbomen zijn er nu nog ongeveer 1400 over. De peren zijn stoofperen en deze worden ieder jaar per opbod geveild. De opbrengst gaat naar museumboerderij de Karstenhoeve.
In de omgeving liggen natuurgebieden zoals het Sultansmeer, dat is ontstaan door turfwinning. 
601 Oosteinde, Uithuizermeeden, Groningen  6.793124  53.413453  Oosteinde (Gronings: t Oost-èn) is een dorp in de gemeente Eemsmond in de provincie Groningen in Nederland.
Het dankt zijn naam aan zijn ligging, namelijk aan het oosteinde van de Hooilandseweg, dat tevens het oostelijke einde van de hooilanden van Uithuizermeeden was. De hooilanden eindigden bij het Groote Tjariet, net ten oosten van het dorp 
602 Oosterboer, Meppel, Drenthe  6.22247171428171  52.69642219805734  Vroeger een apart gehucht nu deel uitmakend van Meppel 
603 Oosterbroek, Eelde, Drenthe  6.593127250671387  53.133591116679185  Oosterbroek is een havezate nabij de plaats Eelde in de Nederlandse gemeente Tynaarlo.
De havezate Oosterbroek wordt in het begin van de 17e eeuw voor de eerste maal vermeld op de lijst van Drentse havezaten. De naam verwijst naar de ten oosten van Eelde gelegen moerassige gebieden in het stroomdal van de Drentsche Aa. De Groniger advocaat en ondernemer Tonco Modderman en zijn echtgenote kochten het landgoed in 1781 voor 30.000 gulden van de toenmalige eigenaar Sjuck Gerrold Juckema van Burmania Rengers. Zij lieten het landgoed verfraaien door de aanleg van zichtlanen, een sterrebos, een moestuin en een beukenbos.
De eigenaren van Oosterbroek bezaten het zogenaamde collatierecht (d.w.z. het recht om predikanten te mogen benoemen) van de kerk van Eelde. Thans is de havezate in het bezit van een instelling voor verslavinszorg. Het bij het landgoed behorende sterrebos is in 1984 aangekocht door de Kraus-Groeneveldstichting, die met hulp van de Stichting Landschapsbeheer Drenthe, het terrein zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat heeft teruggebracht. Het maakt deel uit van de “landgoederengordel Eelde”, die samengesteld is uit de landgoederen De Braak, Vennebroek, Lemferdinge, De Duinen, Vosbergen en Oosterbroek. 
604 Oosterbroek, Groningen  6.867966  53.182595  Oosterbroek is de naam van een voormalige gemeente in de provincie Groningen. De eerste gemeente Oosterbroek ontstond in 1965 door de samenvoeging van de toenmalige gemeentes Noordbroek en Zuidbroek.
Bij de grootschalige gemeentelijke herindeling in de provincie Groningen in 1990 werd Oosterbroek samengevoegd met de gemeentes Meeden en Muntendam. Deze nieuwe gemeente werd in eerste instantie ook Oosterbroek genoemd. Een jaar later koos de gemeenteraad van de nieuwe gemeente echter voor de huidige naam Menterwolde. 
605 Oosterburen, Middelstum, Groningen  6.666096  53.360899  Oosterburen (streek in de gemeente Loppersum, nabij Middelstum) 
606 Oosterdiep, Veendam, Groningen  6.867520  53.086853  Oosterdiep
In 2006 gingen stemmen op om het gedempte Oosterdiep weer open te graven. Hiermee zou de sfeer van vroeger moeten terugkeren. Op 4 juli werd hiervoor een volksraadpleging georganiseerd. Tientallen inwoners maakten gebruik van deze gelegenheid om hun stem te laten horen en het merendeel van hen was voor het plan. 
607 Oosterdijkshorn, Ten Boer, Groningen  6.709717512130737  53.283863208930995  Oosterdijkshorn (Gronings: Diekshörn) is een streek in de gemeente Ten Boer in de provincie Groningen.
De steek is genoemd naar de bijna haakse bocht die de Wolddijk maakt. Horn of hörn is het Groningse woord voor hoek. Ook 10 km westelijk maakt de dijk zo'n bocht; hier ligt Westerdijkshorn.
Bij Oosterdijkshorn komen het Damsterdiep en het Westerwijtwerdermaar bij elkaar. Het is ook de plek waar de Stadsweg de Wolddijk kruist. Op dit punt ligt de Dijkshornerklap over het maar. Deze weg is de waterscheiding tussen de afwatering van het Reitdiep (De Waterwolf) en die van het Damsterdiep (De Drie Delfzijlen). Vandaar dat er bij de kruising een schutsluis is, de Oosterdijkshornerverlaat. Deze sluis is opgebouwd uit twee zogenaamde stoneyschuiven. 
608 Oosterhesselen, Drenthe  6.71944444444445  52.7572222222222  Oosterhesselen (Drents: Hesseln) is een dorp in de provincie Drenthe, gemeente Coevorden, met ongeveer 1800 inwoners (1 januari 2004).
Oosterhesselen is van oorsprong een esdorp, dat vooral vanaf de jaren zestig is uitgebreid met nieuwbouwwijken. In het oude deel van het dorp zijn echter nog een aantal karakteristieke Saksische boerderijen te vinden.
Centraal in het dorp staat de Nederlandse Hervormde kerk uit de vijftiende eeuw. Opvallend is dat de kerktoren los staat van het schip. Dit is waarschijnlijk een erfenis van het krijgsgeweld aan het einde van de zestiende eeuw, toen de vesting Coevorden belegerd werd door de Spanjaarden. Een andere bezienswaardigheid is de kaasboerderij de Kloosterhoeve, waar nog op traditionele wijze verschillende soorten kazen worden gemaakt.
Oosterhesselen heeft als relatief bescheiden dorp een groot aantal voorzieningen, waaronder een bibliotheek, een sporthal en sportvelden, een openbare basisschool en een streekvestiging van een openbare middelbare school uit Emmen, twee supermarkten, een postagentschap en diverse winkels en horecagelegenheden. Daarnaast is aan de rand van het dorp een congrescentrum en even buiten het dorp een saunacentrum gevestigd. Het dorp is goed bereikbaar: aan de westkant loopt een provinciale weg, die enkele kilometers ten zuiden van Oosterhesselen aansluit op de A37.
Ten oosten van het dorp ligt havezathe De Klencke, een adellijk landhuis uit de zeventiende eeuw met enkele boerderijen en een groot bijbehorend landgoed. Dit bestaat uit bossen, een aanzienlijk heideveld, enkele essen en de groenlanden langs het Drostendiep. Het gebied werd in 1961 door de laatste bewoonster van het landhuis, mevrouw Goddard-van der Wijck, nagelaten aan Natuurmonumenten, waar het sindsdien bij in eigendom en beheer is.
De marke van Oosterhesselen kenmerkt zich verder door essen en groenlanden en wordt aan de zuidkant doorsneden door de Verlengde Hoogeveensche Vaart. In het landbouwgebied ten zuiden van het dorp is het 'hunnenkerkhof' te vinden, een prehistorisch grafveld. Aan de oostrand van het dorp ligt een klein wandelbos.
Oosterhesselen was tot 1 januari 1998 de hoofdplaats van de gelijknamige zelfstandige gemeente, die tevens de dorpen Gees, Zwinderen, Geesbrug en het grootste deel van Nieuwlande omvatte. In de Tweede Wereldoorlog speelden het gemeentebestuur en de gemeenteambtenaren een belangrijke rol in het verzet. Wethouder Johannes Post uit Nieuwlande hielp vele joden met onderduiken in zijn dorp en was ook betrokken bij verzetsacties in het westen van het land. Burgemeester Cornelis de Kock gaf leiding aan het gemeentebestuur, dat probeerde zoveel mogelijk mensen uit handen van de Duitsers te houden. In de zomer van 1944 werd De Kock door de SS opgepakt en zogenaamd voor verhoor meegenomen naar Assen, maar even later halverwege Oosterhesselen en Meppen op straat doodgeschoten. De belangrijkste straat van het dorp werd daarom na de oorlog omgedoopt tot Burgemeester De Kockstraat. 
609 Oosterhoek, Delfzijl, Groningen  6.955118179321289  53.31123684705033  (Een streek in noord-oost Groningen (Weiwerd, Heveskes en Oterdum) 
610 Oosterhoogebrug, Noorddijk, Groningen  6.597350  53.226093  Oosterhoogebrug is een voormalig gehucht aan het Damsterdiep in de provincie Groningen in Nederland. Het gehucht is genoemd naar de Hoogebrug. Omdat er nog een tweede brug met die naam in de voormalige gemeente Noorddijk aanwezig was, werd deze ter onderscheid de Oosterhoogebrug genoemd. De andere was de Noorderhoogebrug.
De brug werd hoog genoemd, omdat deze vaste brug boven de weg uitstak en er zo met gemak schepen onderdoor konden varen. Op de plaats van de brug is nog steeds een brug aanwezig met dezelfde naam. De brug is die in de Pop Dijkemaweg. De huidige brug is echter beweegbaar.
Op de eerste kaarten van het Kadaster, zo rond 1830 zijn op de plaats slechts enkele huisjes ingetekend. Het plaatsje maakt nu min of meer deel uit van de Groninger wijk Ulgersmaborg, hoewel het zuidelijke, oude gedeelte hiervan nog steeds bekend staat onder Oosterhogebrug.
Bij Oosterhoogebrug ligt de bekende Driewegsluis. 
611 Oosterhuizen, Eenrum, Groningen  6.457343101501465  53.38799192432164  Oosterhuizen is een streek onder Eenrum in het oosten van de gemeente De Marne in het noordwesten van de Nederlandse provincie Groningen. De streek ligt langs de Oosterweg die van Eenrum naar Pieterburen loopt. Ten oosten ligt het gehucht De Horn. Langs de weg staan een aantal boerderijen, waarvan een de naam Oosterhuizen draagt.
Het buurtschap Oosterhuizen wordt voor het eerst genoemd tussen 1030 en 1050 als Osterhem.
De boerderij Oosterhuizen staat op de plek waar de borg Oosterhuysen heeft gestaan. De borg wordt voor het eerst genoemd als edele heerd in 1598. In de streek Oosterhuizen zijn 6 edele heerden bekend, waarvan echter geen enkele met deze heerd zijn te vereenzelvigen. Op de heerd rusten heerlijke rechten als redgerrecht, overrecht en gestoelten en graven in de kerk van Eenrum. In 1606 kwam de heerd in handen van stad-Groninger brouwer (aan de Aa) Johan Hindriks (later ook Pathuis genoemd) en in 1631 aan zijn zonen Menso en Hendrik Pathuis. Door deze familienaam staat de heerd ook wel bekend als Pathuisheem of Pathuisborg. Reeds in 1642 verkocht de familie de heerd met 90 jukken land (45 hectare) aan Aepko Tjarda van Starkenborgh. Bij een boedelscheiding in 1662 kreeg dochter Odilia van Starkenborgh de heerd. Haar man Bernhard de Sighers zou de heerd mogelijk kunnen hebben verbouwd tot een borg. In 1681 kwam de borg door een gerechtelijke verkoop wederom in handen van de familie Pathuis; advocaat Jacobus Pathuis, een zoon van de eerder genoemde Menco, kocht de borg toen. Toen het redgerschap op Oosterhuizen viel kon hij het echter niet uitoefenen omdat de familie Pathuis katholiek was. In 1718 verkocht de familie het goed evenwel weer aan Willem Alberda van Dijksterhuis. De borg bestond toen uit een behuizing met schathuizen, hoven, singels en 42 jukken land. Willem Alberda's zoon Gerhard erfde in 1721 de borg, maar verkocht deze in 1738 op afbraak en liet een nieuwe boerderij bouwen met een binnenhuis en een Friese schuur. Het schathuis aan oostzijde van de borg werd nog in 1745 vermeld, maar moet vervolgens ook zijn afgebroken. De nieuwe boerderij werd waarschijnlijk ten oosten van de borg gebouwd, wellicht op de plek van het schathuis, aan de oude oprijlaan. Waarschijnlijk in 1841 (gevelsteen) werd deze boerderij afgebroken en als kop-hals-rompboerderij herbouwd op het zuidelijke deel van de oorspronkelijke borgstee. In 1960 werden de beide schuren met elkaar verbonden door een tussenkap. Recentelijk zijn een drietal loodsen bijgebouwd. De weg ten oosten van de boerderij is in de 20e eeuw verlegd. De oprijlaan en singels zijn geslecht en de gracht is aan oostzijde gedempt. 
612 Oostermoer, Drenthe  6.815379  52.928298  De Oostermoer de is zesde van de zes dingspelen van het Landschap Drenthe. Het is gelegen aan de noord-oostzijde van de provincie.
De naam is een verwijzing naar de het moeras of moer.
De enkele belangrijkste plaatsen waren Anloo (de hoofdplaats), Borger, Gieten, Gasselte en Zuidlaren.
tegenwoordig
De huidige gemeenten Tynaarlo, Aa en Hunze, Borger-Odoorn en Emmen omvat worden tegenwoordig ook aangeduid met deze naam, hoewel Emmen in het dinspel Zuidenveld lag.
Afbeelding:Oostermoergebied2.png 
613 Oosternieland, Uithuizermeeden, Groningen  6.754937  53.400219  Oosternieland is een klein dorp in de gemeente Eemsmond in het noorden van de provincie Groningen in Nederland. Het dorp ligt onder Roodeschool en boven Zijldijk. Het heeft ongeveer 150 inwoners.
Het dorp is ontstaan aan een dijk in de voormalige Fivelboezem. De Fivel verzande in de loop der tijden steeds meer. Uiteindelijk werd het restant door de dijk waaraan het dorp ligt afgedamd.
Oosternieland heeft een kerkje uit de dertiende eeuw. Oorspronkelijk was het gewijd aan Sint Nicolaas. Het kerkje staat op een verhoging en wordt omgeven door een fraai kerkhof. Kerk en kerkhof zijn beiden eigendom van de Stichting Oude Groninger Kerken. 
614 Oosterveld, Zuidwolde, Drenthe  6.465200901293429  52.70362591168828  Gehucht bij Zuidwolde 
615 Oosterweeren, Slochteren, Groningen  6.891088485717773  53.250363881391145  Een gehucht bij Siddeburen 
616 Oosterwijtwerd, 't Zandt, Groningen  6.81361111111111  53.3380555555556  Oosterwijtwerd is een klein dorp in de gemeente Loppersum in de provincie Groningen in Nederland. Het ligt direct boven de spoorlijn Groningen - Delfzijl tussen Loppersum en Appingedam. Het dorp heeft 233 inwoners (1 januari 2006).
Oosterwijtwerd is gebouwd op een wierde. De naam wijtwerd komt van widu wat hout betekent, en waarschijnlijk wijst op wilgen. Het voorvoegsel Ooster is later toegevoegd om het dorp te onderscheiden van Westerwijtwerd. Een deel van de wierde is rond 1900 afgegraven. Dat deel wordt aangeduid als de lege wier.
Op de wierde staat een kerkje uit de twaalfde eeuw, een van de eerste kerken in de provincie Groningen die geheel gebouwd werd van baksteen. Oorspronkelijk was het kerkje gewijd aan Maria. Het is tegenwoordig eigendom van de Stichting Oude Groninger Kerken.
Bij het dorp heeft een borg gestaan. Deze borg, de Ripperdaborg, werd in 1411 gebouwd door Focko Ukena, en kwam later in het bezit van de familie Ripperda. De borg is in 1745 afgebroken. Het voormalige borgterrein is nog terug te vinden.
Oosterwijtwerd heeft samen met Leermens en Eenum een basisschool, welke staat bij de Dieftil over de Eenumermaar. Voor overige voorzieningen zijn de inwoners aangewezen op Appingedam of Loppersum. 
617 Oosterzand, Oldekerk, Groningen  6.320958137512207  53.23404298012838  Oosterzand is een gehucht in de gemeente Grootegast in het westen van de provincie Groningen. Het gehucht ligt op een zandrug in het Westerkwartier die loopt van Lutjegast naar Niekerk.
Oosterzand was oorspronkelijk een van de twee kluften van Oldekerk. Tussen Oosterzand en het dorp lag het Oldekerker meer. Bij het gehucht lag de borg Kroonsfeld. 
618 Oostindië, Leek, Groningen  6.381666  53.151879  Oostindië is een plaatsje in de gemeente Leek in de provincie Groningen
De naam is een verbastering van Oosteinde, dat op zijn Gronings als Oostínde (met een lang aangehouden i) werd uitgesproken. Met dat oosteinde werd bedoeld dat het ten oosten van Zevenhuizen is gelegen.
Door Oostindië loopt een water met de merkwaardige naam Drost-in-de-wijk, feitelijk weer een verbastering van De Oostindische Wijk. Het water komt ook wel op kaarten voor als Drostinnewijk, waarbij de kaartenmaker ongetwijfeld heeft gedacht aan de vrouwelijke vorm van drost.
Een van de dorpsuitbreidingen van Leek komt nagenoeg tegen het oude streekje aan. Deze wijk gaat dan ook Oostindie (zij het zonder trema) heten. 
619 Oostum, Ezinge, Groningen  6.498255  53.281198  Oostum is een wierde in de gemeente Winsum in de provincie Groningen in Nederland.
Het gehucht ligt aan de weg van de stad Groningen naar Garnwerd. De wierde is tussen 1905 en 1913 grotendeels afgegraven.
Op de wierde staat misschien wel het meest afgebeelde romaanse kerkje van de provincie Groningen. Veel schilders van De Ploeg hebben het kerkje geschilderd. Genoemd kunnen worden Jan Altink (Kerkje van Oostum, 1958), Jannes de Vries (een aantal schilderijen waaronder Gezicht op Oostum, 1954) en Johan Dijkstra (Oostum ,1922).
De kerk is waarschijnlijk 13e eeuws. De kerk bestaat uit twee traveeën (muurvakken). In de zuidgevel is siermetselwerk aanwezig gemaakt in de stijl van de romano-gotiek. De toren en het westelijk deel van de kerk zijn wat jonger dan de rest (14e eeuw). Ongebruikelijk is de zadeldaktoren die, in tegensteling tot andere zadeldaktorens in de regio, dwars staat. De brede kant van de toren staat tegen de kerk. Tegen de westgevel zijn in 1821 twee kleine steunberen gebouwd (Delvigne e.a. 1994, 50-52). Opvallend is de dakbedekking. Ze bestaat voor een deel uit halfronde pannen (de zogenaamde monniken en nonnen) die afwisselend met de bolle en de holle kant naar boven liggen. Dit type dakpannen wordt nog maar zelden meer aangetroffen.
In de omgeving van de wierde lag vroeger een borg. Er is niet veel over bekend. In 1552 is het steenhuis door de Geldersen in brand gestoken en in 1627 is de dan al vervallen borg verkocht. Vermoedelijk zijn de restanten niet lang daarna gesloopt.
Oostum ligt aan het Pieterpad. 
620 Oostwold, Midwolda, Groningen  7.04444444444444  53.2025  Oostwold is een dorp in de gemeente Oldambt in de Nederlandse provincie Groningen. Het dorp telt volgens gegevens van het CBS 1.020 inwoners (2008). Oostwold is beschermd dorpsgezicht met ernaast een uitbreiding.
Oostwold ligt in het Oldambt en lag oorspronkelijk aan de oever van de Dollard. Buiten het dorp, aan de weg naar Midwolda en in de Oostwolderpolder staan kapitale boerderijen, in het dorp woonden de landarbeiders. De tegenstellingen tussen boer en arbeider waren in deze streek van oudsher zeer groot. In het nabijgelegen Finsterwolde heeft die tegenstelling geleid tot een zeer sterke positie van de Communistische partij. In Oostwold en in het nabijgelegen Midwolda waren en bleven de landarbeiders streng protestants. In 1775 werd de huidige kerk van Oostwold gebouwd. Topstuk in het interieur is het vrijwel originele Freytag-orgel uit 1809-1811. De gereformeerde kerk is gebouwd in 1930 en is ontworpen door de architecten C.H. van Wijk en D. Broos.
Bij Oostwold ligt Vliegveld Oostwold. 
621 Oostwold, Slochteren, Groningen  6.895873546600342  53.24075957275476  Het gehucht Oostwold ligt ten oosten van Siddeburen in de gemeente Slochteren. Er staan slechts enkele huizen.
Het wordt voor het eerst genoemd in de kloosterkroniek van het klooster Bloemhof te Wittewierum. In 1272 beschreef de abt Menko dat er een misoogst plaatsvond in Astewalde en in Broke. Hoewel bij Astewalde vaak gedacht wordt aan het Oldambtster dorp Oostwold, is het waarschijnlijker dat Oostwold bij Siddeburen wordt bedoeld. Met Broke wordt het gebied van Noordbroek en Zuidbroek bedoeld en met Oostwold het gebied direct ten westen hiervan gelegen.
In de eerste helft van de negentiende eeuw werden met enkele regelmaat fundamenten van huizen gevonden. In 1831 werden op het oude kerkhof van Oostwold de fundamenten uitgegraven van de middeleeuwse kerk. Deze had een lengte van 90 voet en een breedte van 45 voet (27 x 13,5 m). Aan de westzijde was zij doorsneden met een muur van drie en een kwart voet (1 m) dikte, schuins afhellende naar het zuiden. In het kerkhof werden zeer veel menselijke overblijfselen gevonden, zodat we ervan uit kunnen gaan dat dit grotendeels is geruimd. Tijdens de opgravingen werd ook een blauw, zeskantig kruisje gevonden van vier oude duimen (10 cm). Tot deze kerk heeft ook het buurtschap Eelshuis gehoord. Vanaf de kerk van Oostwold liep een stenen pad. Een overlevering vermeldt dat er een gewelfde onderaardse gang liep.
Oostwold is in het verleden een afzonderlijk zijlvest geweest. Het gebied waterde uit door het Eelwerder brandzijltje in de Delf. 
622 Oostwolde, Leek, Groningen  6.44138888888889  53.2013888888889  Oostwolde is een dorp in de gemeente Leek in de provincie Groningen in Nederland. 
623 Oostwolderhamrik, Nieuwolda, Groningen  7.001319  53.248758  Nieuwolda-Oost is een streek in de gemeente Scheemda in de provincie Groningen (Nederland). Het ligt, zoals de naam aangeeft, ten ooste van Nieuwolda. Waar Nieuwolda oorspronkelijk bekend stond als Midwolderhamrik is de oude naam van Nieuwolda-Oost Oostwolderhamrik. Beide namen geven aan dat de dorpen zijn gesticht vanuit respectievelijk Midwolda en Oostwold.
De streek ligt in het ingepolderde deel van het Oldambt. Voordat de Dollard zijn grootste omvang bereikte in de zestiende eeuw zou hier het verdronken dorp Cornswolda hebben gelegen. 
624 Oostwolderpolder, Nieuwolda, Groningen  7.0500  53.2167  Verder geen informatie beschikbaar 
625 Opende, Grootegast, Groningen  6.19805555555556  53.1725  Opende (Gronings: De Penne, Fries: De Pein) is een dorp in de gemeente Grootegast in de provincie Groningen in Nederland.
Het is een van de weinige dorpen in deze provincie waar grotendeels Fries wordt gesproken. In het Fries wordt het dorp ook wel De Grinzer Pein genoemd om op die manier verwarring te voorkomen met het Friese dorp Opeinde.
De naam is verwijzing naar de ligging: op (= aan) het einde van de weg van Grootegast naar Friesland. Op oude kaarten ziet men de naam ook wel gespeld met een trema op de e (dus: Opënde) om te voorkomen dat het zou worden uitgesproken als de verleden tijd van openen. 
626 Opwierde, Appingedam, Groningen  6.873605  53.313584  Opwierde is oorspronkelijk een dorpje in de gemeente Appingedam in de provincie Groningen in Nederland. Door de groei van Appingedam is het dorp inmiddels aan de stad vastgegroeid. Daarbij is de wijk die aan het dorp grenst ook Opwierde genoemd.
In het oude dorp staat een romanogotische kerk uit de dertiende eeuw. De kerk, een eenbeukig gebouw, bestond oorspronkelijk uit drie traveën. De westelijke travee is in de negentiende eeuw voor de helft afgebroken. De kerk is eigendom van de Stichting Oude Groninger Kerken. 
627 Oranjedorp, Emmen, Drenthe  6.94444444444444  52.7436111111111  Oranjedorp is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Emmen, het postadres van de inwoners van het dorp valt onder die van Nieuw-Dordrecht. Op 1 januari 2004 had het ongeveer 420 inwoners.
Het dorp lig iets ten zuiden van Emmen en heeft een landelijk karakter met uitsluitend particuliere woningbouw en kleine industrie.
Oranjedorp wordt meer en meer ingesloten door de oprukkende industrie vanuit Emmen en Klazienaveen. Het aan banden leggen van de daarmee gepaard gaande verkeersoverlast en -veiligheid is binnen de dorpsgemeenschap dan ook een zeer hot item.
De geschiedenis van Oranjedorp is verweven met de geïsoleerde ligging van Zuidoost Drenthe. Het dorp heeft kunnen ontstaan dankzij het ontvenen van het grote Boertanger moor. In 1858 kwam het Oranjekanaal gereed en begon de Drentsche Veen- en Middenkanaal Maatschappij te Dordrecht de omliggende complexen veen te ontginnen. Daartoe moest een kanaal worden aangelegd vanaf het Oranjekanaal naar de Verlengde Hoogeveense Vaart (bij Klazienaveen). Dit kanaal, aangelegd onder supervisie van opzichter Bladder, werd de naar hem genoemde Bladderswijk. Langs deze wijk, ontstond Kollingsveen, het latere Oranjedorp.
In 2008 bestaat Oranjedorp 150 jaar. 
628 Oranjekanaal, Westerbork, Drenthe  6.626963  52.868107  Het Oranjekanaal loopt van de Drentsche Hoofdvaart bij Hoogersmilde tot het Van Echterenkanaal bij Klazienaveen.
Het 48 km lange kanaal is tussen 1853 en 1861 aangelegd ter ontsluiting van het veengebied ten westen van Odoorn en de Bargervenen, ten oosten van Emmen.
Tussen begin en eindpunt van het kanaal was een hoogteverschil van zo'n 7 meter. Het kanaal had daarom vroeger 4 sluizen waarvan er momenteel nog 3 bestaan:
* Sluis 1 of Oranjesluis bij Hoogersmilde
* Sluis 2 bij Zwiggelte
* Sluis 3 bij Orvelte
* (Sluis 4) bij Westenesch is vervallen
Het kanaal heeft twee zijtakken, de Borgerzijtak en Odoornerzijtak. Deze zijn aangelegd om verbinding te maken met respectievelijk het Kanaal Buinen-Schoonoord en het Weerdingerkanaal. Deze verbindingen zijn echter nooit tot stand gekomen, omdat men leeglopen van het kanaal naar het gebied ten oosten van de Hondsrug vreesde. Hiervoor zouden namelijk te dure sluizen moeten worden gebouwd.
Op de foto rechts is goed te zien hoe het kanaal een zandrug doorsnijdt.
Het gedeelte ten zuiden van Emmen (Kollingsveen) wordt ook wel de Bladderswijk genoemd.
Het aantal schepen dat van het Oranjekanaal gebruik maakte viel nogal tegen. Na de Tweede Wereldoorlog is het kanaal in handen van het Rijk gekomen, omdat het onderhoud te veel werd voor de DVMKM. Na korte tijd is het bezit overgegaan naar de provincie Drenthe.
Het kanaal is sinds 1976 onttrokken aan het scheepvaartverkeer.
Aan het kanaal liggen de plaatsen:
* Oranje
* Hijken (op minder dan 1 km)
* Orvelte
* Wezuperbrug
* Schoonoord
* Odoornerveen
* 't Haantje
* Westenesch
* Emmen met de wijken Noordbarge, Bargeres, Rietlanden en Zuidbarge en Oranjedorp. 
629 Orvelte, Westerbork, Drenthe  6.65972222222222  52.8436111111111  Orvelte is een brinkdorp in de gemeente Midden-Drenthe (Nederland).
Orvelte presenteert zichzelf als museumdorp (of monumentendorp), vanwege de vele historische bezienswaardigheden in en rond Orvelte. Naast de "normale" dagelijkse bedrijvigheid en woonfunctie van het dorp, zijn een groot aantal boerderijen en andere gebouwen ingericht voor het publiek. Auto's zijn niet toegestaan in Orvelte.
In het dorp is, soms tegen betaling, te zien hoe men in vroeger tijden leefde en werkte. Voorbeelden van attracties zijn:
* houtzagerij
* smederij
* klompenmakerij
* grutterswinkeltje
* meerdere ateliers en galerieën.
Het dorp werd in de zestiger jaren als museumdorp ingericht. Daarnaast wordt de omgeving gebruikt voor geologisch en biologisch veldwerk 
630 Oshaar, De Wijk, Drenthe  6.36444444444444  52.6908333333333  Oshaar is een buurtschap in de gemeente De Wolden, provincie Drenthe (Nederland). De buurtschap is gelegen ten noorden van de Hoogeveense Vaart en de A28, ten zuidoosten van het dorp Koekange. 
631 Ossedijk, Wedde, Groningen  7.099142074584961  53.06356634661279  De Ossedijk maakte deel uit van de voormalige handelsroute tussen Winschoten, Bourtange en Münster. 
632 Ossehaar, Ruinen, Drenthe  6.355247497558594  52.6888049932569  Wegdorp in de gemeente De Wolden (tot 1998 De Wijk en Ruinen) aan de Oshaarscheweg (voormalige gemeente De Wijk) resp. Oshaarseweg (voormalige gemeente Ruinen) ten zuidoosten van Koekange. Ten noorden ervan ligt het Oshaarderveld (vnl. weiland), aan de noordoostkant Recreatiecentrum Westerbergen. Aan de zuidzijde ligt in de Hoogeveensche Vaart de Ossesluis met stapelbrug en enige bebouwing, soms als het buurtje Ossesluis beschouwd.
In 1634 Ossenhaer (haar = zandige heuvelrug), in 1811-13 Ossaar en in 1968 Ossehaar. De betekenis luidt: ossenhoogte. 
633 Oterdum, Delfzijl, Groningen  6.997136  53.310858  Oterdum was een dorp in de gemeente Delfzijl. Het lag tussen Delfzijl en Termunten. Het is in de zeventiger jaren van de twintigste eeuw volledig afgebroken om plaats te maken voor industrieterrein. Dat industrieterrein ligt nu nog steeds braak.
In de late middeleeuwen was Oterdum een plaats van enig belang. De de stad Groningen die de jurisdictie over het Oldambt voerde stelde in 1450 een drost aan die zijn intrek nam in het Huis te Oterdum. Oterdum was. Waarschijnlijk wegens de ligging aan de Eems, aan het einde van de vijftiende eeuw het strijdtoneel van de strijd van de Oostfriese graaf Edzard tegen de Saksen. Ondanks de aanleg van een schans delfde de Oost-Fries in 1514 uiteindelijk het onderspit. Dat betekende tevens het einde van zijn aspiraties in de Ommelanden.
Ook in de tachtigjarige oorlog werd er bij de schans gevochten. Spaanse troepen slaagden er echter niet in om de schans in te nemen.
Voordat het lot van Oterdum werd bezegeld was het een levendig dorp. De ligging, vlak bij Delfzijl en aan de zeedijk zorgde er voor dat er veel scheepslieden woonden. Daarnaast was het een agrarisch dorp. Die ligging aan de zeedijk was de reden voor het slopen van de kerk. Het kerkje kwam boven de dijk uit. Toen de dijk verhoogd werd om deze op Deltahoogte te brengen moest het kerkje verdwijnen. De grafstenen op het kerkhof werden zorgvuldig verwijderd en naderhand op de nieuwe dijk teruggeplaatst.
Niet veel later moest het hele dorp er aan geloven om plaats te maken voor de toekomst die nooit werd gerealiseerd. Op de plek waar het dorp lag staat nu een indrukwekkend monument vervaardigd door de Groninger kunstenaar M. Meesters. 
634 Oud Annerveen, Anloo, Drenthe  6.760542154443101  53.089454001820684  Oud Annerveen is een klein dorp in de gemeente Aa en Hunze, in de Nederlandse provincie Drenthe. Het ligt in het uiterste noord-westen van de gemeente. Aan de zuid-oost kant ligt het tegen Spijkerboor, in het noord-oosten grenst het aan Zuidlaarderveen. Evenwijdig aan de Dorpsstraat, iets ten zuiden van het dorp, stroomt de Hunze.
Het dorp telde op 1 januari 2008 123 inwoners.
Het dorp heeft nauwelijks eigen voorzieningen. De dichtstbijzijnde basisschool is in Nieuw Annerveen.
----------------
Zie ook
* Annerveen, Anloo, Drenthe
* Annerveenschecompagnie,Anloo, Drenthe
* Annerveenschekanaal, Anloo, Drenthe
* Nieuw Annerveen, Anloo, Drenthe
* Begraafplaats Annerveen, Annerveen, Aa & Hunze, Drenthe, Nederland
* Begraafplaatsen en grafstenen in Aa & Hunze, Drenthe, Nederland 
635 Oude Pekela, Groningen  7.00666666666667  53.1025  Oude Pekela (Gronings: Olle Pekel of Ol Pekel) is een dorp in de gemeente Pekela in de Nederlandse provincie Groningen. Het is door historie nauw verbonden met het zuidelijker gelegen Nieuwe Pekela. Het dorp had ten tijde van de eerste volkstelling in 1795 2972 inwoners, en in 2008 7990 inwoners.
Pekelders worden wel "Pekelder Roegbaainders" (ruigbenen, ruig volk) genoemd.
Gelegen aan het Pekelderdiep is het dorp een typisch voorbeeld van een veenkoloniaal dorp.
Geschiedenis
Het dorp Pekela ontstond rond 1600 op initiatief van de Pekelder Compagnie als veenkolonie langs de Pekel A, die planmatig werd opgezet in een verveningsgebied op instructies vanuit de stad Groningen met wijken en zwetsloten die tot op de meter nauwkeurig werden aangegeven. Pekela werd opgezet vanuit een 'enkelvoudig kanalenstelsel'; langs een kanaal (Pekel A - deels gekanaliseerd tot het Pekelderdiep) werden loodrecht een aantal wijken (zijkanalen) en zwetsloten (wateren tussen de percelen van verschillende eigenaren) gegraven. Het drukke dorpsleven vond plaats langs het kanaal, waar de rijkeren woonden. Hier werden schuiten met stadsdrek aangevoerd en overgeladen door arbeiders om vervolgens te worden vermengd met de bonkaarde (toplaag) van het veen om het vruchtbaarder te maken. Reeds gestoken turf werd er overgeladen op schuiten naar de stad. Achter het 'drukke deel' lagen met name boerderijen.
Tussen 1664 en 1881 werd naar schatting 5000 hectare veen omgevormd tot landbouwgrond. In de loop van de tijd ontstond daardoor ook landbouwnijverheid, alsook scheepsbouw in de plaats.
In 1810, toen dit deel van Nederland werd ingelijfd bij Frankrijk, werd het dorp Pekela gesplitst in twee zelfstandige gemeenten: Oude en Nieuwe Pekela. In 1990 werden ze weer samengevoegd.
Van 1683-1685 werd de Hervormde kerk van Oude Pekela gebouwd. Sindsdien zijn er nog acht andere kerken verrezen.
In de negentiende en twintigste eeuw was Oude Pekela het centrum van de strokartonindustrie. De arbeidsomstandigheden in deze industrie lieten nogal eens te wensen over wat regelmatig leidde tot grimmige arbeidsconflicten. Een belangrijke rol aan de zijde van de arbeider werd hierbij gespeeld door Fré Meis, geboren in Oude Pekela en landelijk bekend geworden als voorman van de CPN. Een industrieel monument in het dorp is de korenmolen De Onrust.
Joodse gemeenschap
1rightarrow.png Zie Pekelder Joden voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Oude Pekela had een levendige Joodse gemeenschap. Tot aan de jaren tachtig van de negentiende eeuw bleef de Joodse gemeente van Oude en Nieuwe Pekela groeien. In 1884 werd er nog een nieuwe synagoge met een ritueel bad en een onderwijzerswoning ingewijd. Op zijn hoogtepunt in 1870 telden beide Pekela's 401 Joden. Er was toen sprake van een uitgebreid verenigingsleven. Daarna daalde het aantal Pekelder Joden als gevolg van de veranderende sociale en economische omstandigheden snel.
In 1942 telden beide dorpen 150 joden. Deze werden tussen augustus en december 1942 gedeporteerd naar Kamp Westerbork. Van daar zijn zij gedeporteerd naar de kampen in Polen, waar ze zijn omgekomen. Van de Pekelder Joden overleefden slechts twaalf de oorlog. Na de oorlog werd het Joodse leven in Pekela niet hervat. De synagoge in Oude Pekela was beschadigd geraakt tijdens de bezetting. In 1979 werd de zwaar vervallen synagoge gesloopt, de woning is blijven staan. Het enige wat nog rest is de Joodse begraafplaats aan de Draijerswijk in Oude Pekela, een der oudste in de provincie Groningen.
Huidige tijd
Tegenwoordig staat er in Oude Pekela een hennepverwerkende fabriek (Hempflax). Op de velden rond het dorp wordt daarom veel hennep geteeld. Ook staat in Oude Pekela de laatste nog werkende steenfabriek van Nederland ten noorden van Arnhem; Steenindustrie Strating. Dit bedrijf werd in 1856 opgezet, is sinds 1883 in handen van de familie Strating en heeft haar huidige naam sinds 1970.
Op de tweede zaterdag van september is er de jaarlijkse O.P.A markt, een grote jaarmarkt langs weerszijden van het kanaal. Vrijdagavond wordt de markt voorafgegaan door een watercorso in het kanaal.
Pekela heeft als koopcentrum een belangrijke regionale functie. Hierin wordt voorzien door Winkelcentrum De Helling. In De Helling werd in maart 2006 de eerste hangplek voor hangouderen gerealiseerd. 
636 Oude Schutting, Emmen, Drenthe  7.023194  52.832189  Een streek ten zuid-westen van Roswinkel 
637 Oude Statenzijl, Beerta, Groningen  7.199961  53.186132  Oude Statenzijl is een gehucht in de gemeente Reiderland, provincie Groningen (Nederland). Tot 1874 lag hier de afwateringssluis (in Groningen aangeduid als zijl ) van dit deel van het Oldambt. Na de aanleg van de Reiderwolderpolder werd die functie overgenomen door een nieuwe sluis bij Nieuwe Statenzijl.
De sluis, destijds aangeduid als Statenzij, werd in 1707 aangelegd in opdracht van de Staten van het gewest Stad en Lande. Na de aanleg van Nieuweschans was in eerste instantie vlak bij de schans ook een nieuwe sluis gebouwd om zo nodig het omliggende land onder water te kunnen zetten. Die sluis (ter plaatste ligt nu Oudezijl, verloor al spoedig zijn betekenis door nieuwe landaaanwinning. Na de aanleg van de nieuwe sluis bij Nieuwe Statenzijl verloor de oude Statenzijl evenzo zijn betekenis.
Bij Oude Statenzijl ligt tegenwoordig een exportstation voor aardgas van de Gasunie. 
638 Oudedijk, Beerta, Groningen  7.172007  53.212275  Oudedijk is een streekje in de gemeente Reiderland in de provincie Groningen. Het ligt tussen Drieborg en Kostverloren. De streek bestaat uit een aantal arbeidershuisjes langs de dijk. De boerderijen waarop de oorspronkelijke bewoners werkten staan een stuk naar het noorden in de Stadspolder. Temidden van de huisjes staat een groter huis: \'t Huize Oude Dijk
Opvallend in Oudedijk is het hoogteverschil aan beide kanten avn de dijk. Ten zuiden van de dijk is het land al ingeklonken en ligt ruim een meter beneden NAP. Ten noorden van de dijk ligt het iets boven NAP. 
639 Oudemolen, Vries, Drenthe  6.63861111111111  53.0491666666667  Oudemolen is een dorp in de Drentse gemeemte Tynaarlo.
Het dorp is genoemd naar de vervallen watermolen die hier in de Drentsche Aa heeft gestaan. Het ligt in het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa.
Het dorp (enkele boerderijen) ligt op het kruispunt van de weg Gasteren - Zeijen en de weg Loon - Zeegse. 
640 Oudeschans, Bellingwolde, Groningen  7.14  53.1377777777778  Oudeschans (Gronings: Olschanze) is een dorp in de gemeente Bellingwedde. Het had in 2004 127 inwoners. Het dorp ligt in het overgangsgebied tussen de streken Westerwolde en Oldambt in de provincie Groningen.
De eerste bewoning op de plaats van Oudeschans ontstond toen in het midden van de 16e eeuw een zijl werd aangelegd in de Westerwoldse Aa. In 1593 legde graaf Willem Lodewijk van Nassau rond het zijl een vesting aan. Deze schans die toen aan de Dollard lag, werd aanvankelijk de Bellingwolderschans genoemd, maar na aanleg van de Nieuweschans in 1628 kwam meer en meer de naam Oudeschans in zwang. In 1657 werd Spitland ingedijkt waardoor de schans niet langer bij de Dollard lag. Bovendien werd de loop van de Westerwoldse Aa verlegd, zodat die niet meer door de vesting en het inmiddels ontstane dorp liep maar door de grachten erom heen.
In 1672, tijdens de Hollandse Oorlog, waren er veel gevechten rond het dorp. Eerst werd de Oudeschans veroverd door de troepen van de bisschop van Münster Bernard von Galen. Daarop werd de schans weer heroverd voor de stad Groningen door Carl von Rabenhaupt.
In de 18e eeuw werd de vesting verwaarloosd en in 1814 werd deze ontmanteld. Tijdens de ruilverkavelingen na de Tweede Wereldoorlog werd de Westerwoldse Aa recht getrokken en 700 meter naar het westen verlegd waardoor de grachten niet meer in verbinding stonden met deze waterloop.
Aan het eind van de twintigste eeuw werden de resten van de schans duidelijker herkenbaar gemaakt waardoor het karakter van oude vestingplaats werd versterkt.
De Nederlands Hervormde kerk is in 1628 gebouwd als garnizoenskerk. In 1772 is de kerk verplaatst en is er aan de noordkant een pastorie tegenaan gebouwd. In het dorp herinnert verder een vestingsmuseum aan het militaire verleden. 
641 Oudeschip, Uithuizermeeden, Groningen  6.82277777777778  53.4302777777778  Oudeschip (Gronings: t Olschip) is een gehucht in de gemeente Eemsmond in de provincie Groningen in Nederland. Het is volgens de Staatsalmanak de meest noordelijke plaats van het vasteland van Nederland. Iets noordelijker ligt de Eemshaven. Hier wonen echter geen mensen. 
642 Oudezijl, Beerta, Groningen  7.201186  53.185165  Oudezijl is een buurtschap in de gemeente Reiderland, provincie Groningen (Nederland). Het ligt tegen Nieuweschans aan, gescheiden door het water van de Westerwoldsche Aa.
De naam van de plaats verwijst naar de zijl (= sluis) welke hier in 1690 werd aangelegd. Nadat in 1628 de Nieuwe of Langeakkerschans was aangelegd was er behoefte aan een sluis om in geval van nood de omliggende landerijen onder water te kunnen zetten. In eerste instantie werd in de nieuwe zeedijk een sluis aangelegd, in de Westerwoldsche Aa: de Aa-zijl. Daarnaast werd een kanaal gegrvaven waarin een tweede sluis kwam, de Vierkarspelenzijl. Beide sluizen werden in 1669 tijdens een storm weggespoeld.
De oude loop van de Westerwoldsche Aa werd daarna gedempt, en in het kanaal werd een nieuwe sluis gebouwd, de Tienkarspelenzijl. Deze verloor echter al vrij spoedig zijn betekenis omdat er ten noorden nieuw land werd ingepolderd en ook nieuwe dijken werden aangelegd. Dat leidde in 1707 tot de bouw van een nieuwe sluis: de Statenzijl. Vanaf dat moment stond de Tienkarspelenzijl bekend als de Oudezijl.
De sluis werd in 1827 afgebroken. Het buurtje rond de sluis bleef echter de naam Oudezijl houden. 
643 Oudezijl, Nieuweschans, Groningen  7.201186  53.185165  Oudezijl is een buurtschap in de gemeente Oldambt, provincie Groningen (Nederland). Het ligt tegen Bad Nieuweschans aan, gescheiden door het water van de Westerwoldse Aa.
De naam van de plaats verwijst naar de zijl (= sluis) die hier in 1690 werd gebouwd. Nadat in 1628 de Nieuwe of Langeakkerschans was aangelegd was er behoefte aan een sluis om in geval van nood de omliggende landerijen onder water te kunnen zetten. In eerste instantie werd in de nieuwe zeedijk een sluis gebouwd, in de Westerwoldsche Aa: de Aa-zijl. Daarnaast werd een kanaal gegraven waarin een tweede sluis kwam, de Vierkarspelenzijl. Beide sluizen werden in 1669 tijdens een storm weggespoeld.
Hierna werd de oude loop van de Westerwoldsche Aa gedempt, en in het kanaal werd een nieuwe sluis gebouwd, de Tienkarspelenzijl. Deze verloor echter al vrij spoedig zijn betekenis omdat er ten noorden nieuw land werd ingepolderd en ook nieuwe dijken werden aangelegd. Dat leidde in 1707 tot de bouw van een nieuwe sluis: de Statenzijl. Vanaf dat moment stond de Tienkarspelenzijl bekend als de Oudezijl.
De sluis werd in 1827 afgebroken. Het buurtje rond de sluis bleef echter de naam Oudezijl houden.
Station Nieuweschans ligt in Oudezijl. 
644 Over de Dijk, Vlagtwedde, Groningen  7.170727014672593  52.98039706671532  Over de Dijk (Gronings:Overdiek) is een langgerekt streekdorp in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen. Het ligt tussen het Ruiten-Aa-kanaal en de Duitse grens.
De dijk waarna verwezen wordt is de Leidijk, die de grens vormde tussen het Bourtangermoeras en de hoger gelegen dorpen en buurtschappen van Westerwolde. Die dijk was er overigens niet om de dorpen droog te houden, maar vormde onderdeel van de verdedigingswerken in het Bourtangermoeras. De dijk moest er voor zorgen dat het moeras vochtig bleef en dus onbegaanbaar voor binnenvallende legers.
Het gebied werd in de jaren twintig van de twintigste eeuw aangekocht door de gemeente, waarna de woeste gronden ontgonnen werden door Ontginningsmaatschappij De Verenigde Groninger Gemeenten. Tegenwoordig is het landbouwgrond. De enige straat in het dorp is vernoemd naar de toenmalige burgemeester van Vlagtwedde: Jan Buiskool, die ook de drijvende kracht was achter de ontginningsmaatschappij. 
645 Overcinge, Havelte, Drenthe  6.227273941040039  52.767983904602254  Overcinge is een monumentaal herenhuis in de Drentse plaats Havelte.
Overcinge was oorspronkelijk een leengoed van het Gelderse huis Putten bij Elburg en werd al in het begin van de 14e eeuw genoemd. In de 15e eeuw was de familie De Vos van Steenwijk leenheer van het goed. Het huidige huis Overcinge is echter van een veel latere datum. In de 17e eeuw was het leen in handen van de familie Struuck. De landschrijver van Drenthe, Johan Struuck, heeft de bestaande bebouwing laten afbreken en twee nieuwe gebouwen neergezet. In 1720 kocht de Drentse gedeputeerde Wolter Kymmell Overcinge en hij liet vervolgens weer de door Struuck gebouwde huizen afbreken. Kymmel gaf vervolgens de opdracht tot de bouw van het nieuwe huis Overcinge, dat in 1732 werd getekend (zie afbeelding) door Cornelis Pronk. In de jaren erna hebben diverse generaties Kymmell Overcinge bewoond, waaronder zijn zoon, de Drentse landschrijver Jan Kymmell en in de 19e eeuw de arts Joachim Lunsingh Kymmell. Na diens overlijden in 1876 kwam Overcinge in het bezit van zijn dochter Ida Elisabeth en zijn schoonzoon Johannes Linthorst Homan, advocaat, gedeputeerde en commissaris van de Koningin in Drenthe. Ook hun zoon Jan Tijmens, die net als zijn vader commissaris van de Koningin in Drenthe was, bewoonde Overcinge. Diens zoon verhuurde Overcinge aan de stichting Volkshogeschool, die het in 1953 in eigendom overnam. In de jaren tachtig van de 20e eeuw werd het gebouw verkocht. Het gebouw werd gerestaureerd en wordt particulier geëxploiteerd. 
646 Overschild, Slochteren, Groningen  6.785275  53.282076  Overschild (Gronings: 't Schild) is een dorp in de gemeente Slochteren in de provincie Groningen (Nederland).
Het dorp ligt even ten noorden van het Schildmeer en heeft zijn naam aan deze ligging te danken. Het ligt bekeken vanuit de hoofdplaats van de gemeente aan de overzijde van het meer. De oorspronkelijke (Latijnse) naam van het dorp was dan ook Extra Scaldmeda, wat ongeveer: aan de overzijde van met riet begroeide wateren betekent. Overigens kan het laatste deel ook begroeide landerijen zijn. De plaats stond ook een tijdlang te boek als Graauwedijk. Een straatnaam in Overschild heet nu nog zo. 
647 Paddepoel, Noorddijk, Groningen  6.523454189300537  53.258281962301694  Paddepoel is een gebied ten noorden van de stad Groningen, globaal gelegen tussen het Reitdiep en de Paddepoelsterweg, met Wierumerschouw als de meest noordelijke punt. In dit gebied ligt ook de stadswijk Paddepoel. Paddepoel ligt behalve in de gemeente Groningen ook in de gemeente Winsum.
Gebied
et deel ten noorden van de (vervallen) Penningsdijk wordt de Hoge Paddepoel genoemd. Het deel ten zuiden hiervan, dat het dichtst bij de Hondsrug ligt wordt de Lage Paddepoel genoemd. In dit deel ligt de stadswijk Paddepoel. De Penningsdijk is grotendeels verdwenen en lag halverwege het huidige universiteitscomplex Zernike, waar nu het Zernikeplein ligt.
De naam Paddepoel betekent overigens hoogte van Padde (Pol betekent hoogte en Padde is een voornaam) en heeft niets met een pad uit te staan, ondanks het logo van het winkelcentrum in Paddepoel.
In de Hoge Paddepoel liggen naast elkaar de wierden Enens (3,2 meter boven NAP) en Paddepoel (1,47 meter boven NAP; 53°15'30"NB, 6°31'19"OL). De eerste is een voormalige dorpswierde die dateert uit de late ijzertijd of Romeinse tijd, waarschijnlijk later kerkelijk onder Oostum viel, reeds voor de 19e eeuw onbewoond was en rond de eeuwwisseling aan zuidzijde deels werd afgegraven. Op de laatste stond vroeger Cloots Borgje en sinds ongeveer 1850 staat er de monumentale Friese kop-hals-rompboerderij De Paddepoel.
Aan oostzijde van het Reitdiep werd in 1632 een hofstede gebouwd door de Groningse koopman Daniël Nijenborgh op een stuk land van 20 grazen nabij het Klooster Selwerd. Mogelijk nam zijn zoon, dichter en schrijver Johan van Nijenborgh na zijn dood in 1639 de hofstede over. Hij verzamelde er een literaire kring, bestaande uit onder andere Sibylle van Griethuysen en Henrick Bruno.
Gelijknamige stadswijk
De wijk Paddepoel is de middelste van drie grote uitbreidingswijken aan de noordkant van de stad in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw. Die uitbreiding is naar huidige inzichten te snel tot stand gekomen. De wijk kenmerkte zich door een vrij monotone bouw. Dit is de reden waarom een aanzienlijk deel van de wijk ten zuiden van de Pleiadenlaan inmiddels al weer gesloopt is om plaats te maken voor nieuwe woningen die voornamelijk uit koophuizen bestaan.
Bij opgravingen in 1964 in verband met de stadsuitbreidingen bleken zich hier meerdere bij elkaar gesitueerde kleine terpen te bevinden die van circa 200 v.Chr tot 250 na Chr. waren bewoond. Door de aanleg van de stadsuitbreidingen zijn de terpjes verloren gegaan.
De straten in de wijk zijn vernoemd naar hemellichamen.
In 1969 werd Winkelcentrum Paddepoel geopend. In 1991 werd het gerenoveerd en overdekt. Tegen dit winkelcentrum rees destijds veel verzet vanaf de kant van Groningse winkeliers die inkomstenderving vreesden. 
648 Pallert, Vlagtwedde, Groningen  7.198984622955322  52.99320799364217  Pallert is een buurtje in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen. Het ligt ten zuiden van Bourtange, direct tegen de grens met Duitsland.
Het gehucht heeft het zwaar te verduren gehad tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vrijwel alle huizen werden vernield. Na de oorlog heeft de provincie 300 hectare grond aangekocht welke eigendom was van Duitsers. In 1952 is het gebied vervolgens herkaveld en heeft het zijn huidige vorm gekregen.
De naam Pallert betekent poel, moerassige laagte. 
649 Pasop, Leek, Groningen  6.387561  53.196659  Pasop is een gehucht in de gemeente Leek. Het ligt tussen Enumatil en Midwolde.
Het gehucht ligt in een gebied dat vroeger bestond uit een groot veencomplex. Bij het afgraven van de turf ontstonden op meerdere plaatsen petgaten. Sommige daarvan zijn geheel dichtgegroeid waardoor het landschap dat oorspronkelijk helemaal open was nu een meer besloten karakter heeft.
Over de oorsprong van de naam Pasop bestaan meerdere versies. Een daarvan verwijst naar een tol die er vroeger heeft gestaan. De tolbaas zou passanten die probeerden de tol ongemerkt te passeren meermalen luid hebben toegeroepen: Pas op.
Een andere versie verwijst naar het Latijnse woord Pascua of pascere, wat dan duidt op de (gemeenschappelijke) weidegronden die hier vroeger waren (vergelijk: compascuum). 
650 Paterswolde, Eelde, Drenthe  6.56527777777778  53.1458333333333  Paterswolde (Drents: Paoterwool, soms grappig bedoeld: Pôtjewôl) is een plaats in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Tynaarlo. Een klein deel van het dorp, langs de Meerweg, is gelegen in de provincie Groningen, gemeente Haren. Aantal inwoners per 1 januari 2006: 3788 (Eelde-Paterswolde 10.744).
Paterswolde vormt het noordelijke gedeelte van het tweelingdorp Eelde-Paterswolde. Het dorp is vooral bekend vanwege het Paterswoldsemeer, wat overigens op de topografische kaart het Paterswoldermeer wordt genoemd.
De omgeving is geliefd bij stadjers omdat het dicht bij de stad Groningen ligt, een parkachtige uitstraling heeft en vanwege de recreatiegebieden rond het Paterswoldsemeer en het Friese Veen. Ook de landgoederen De Braak (met doolhof) en Vennebroek zijn geliefd bij recreanten.
Vanwege zijn populariteit heeft het dorp verschillende bekende uitspanningen.
Bekende inwoners van Paterswolde zijn Jan Pelleboer (tot zijn dood in 1992), Kuno van Dijk, Jacques d'Ancona en Albert Jan Maat.
In de nabije omgeving van Paterswolde liggen veel gebieden die eigendom zijn van natuurmonumenten. Daar zijn de eerder genoemde Friese Veen, Vennebroek en De Braak, alsmede Peizermaden, Elsburger Onland, Kluivingsbos, De Duinen, Polder het Oostland en Polder Lappenvoort. 
651 Peelo, Assen, Drenthe  6.56305555555556  53.0177777777778  Peelo is tegenwoordig een woonwijk in de stad Assen. Het ligt in het noordelijke gedeelte van de Drentse hoofdstad, aan de westkant van de provinciale weg Peelo. De wijk werd vanaf de zeventiger jaren van de twintigste eeuw gebouwd op de Peeler Es, het akkercomplex van de buurschap Peelo, en de ten noorden daarvan gelegen heidevelden, het Peeler veld. Vanaf het begin van de jaartelling woonden er mensen in Peelo. Tussen de eerste eeuw en de negende eeuw lagen de boerderijen op de hoogte van de latere Peeler Es. In de negende eeuw verplaatste men de boerderijen wat verder dan men voorheen gedaan had, en kwam de bebouwing in het lagere gebied aan de oostzijde terecht.
Ten oosten van de Peeler Es lag dus vanaf de negende eeuw de buurschap Peelo, in de twintigste eeuw bestaand uit twee forse boerderijen en wat overige bebouwing. Deze buurschap werd in bebouwing ingesloten bij de bouw van de wijk Marsdijk. Eén van beide boerderijen werd geschikt gemaakt voor bewoning; de ander wachtte nog op restauratie, maar ging bij een (aangestoken) brand in de zomer van 2006 verloren.
In de wijk is een aantal scholen en een klein winkelcentrum. Ten westen van de wijk ligt de weg naar de buurtschap Ter Aard, en ten noorden het bedrijventerrein Peelerpark. 
652 Peest, Norg, Drenthe  6.49916666666667  53.0602777777778  Peest is een dorp dat hoort tot de Drentse gemeente Noordenveld (Nederland). Het dorp telde per 1 januari 2006 122 inwoners. De naam is mogelijk afgeleid van het Latijnse (Romeinse) pastio, wat weide betekent. De oudst bekende schriftelijke vermelding van Peest dateert van ca. 1300, maar uit archeologische vondsten mag de conclusie worden getrokken dat de streek al voor de jaartelling bewoond was. 
653 Peize, Drenthe  6.49611111111111  53.1477777777778  Peize (Drents: Paais) is een dorp in Noord-Drenthe, ongeveer tien kilometer ten zuiden van de stad Groningen.
Tot 1 januari 1998 was Peize een zelfstandige gemeente. Na de gemeentelijke herindeling van Drenthe maakt het deel uit van de gemeente Noordenveld.
Aantal inwoners (inclusief Altena, Peizermade en Peizerwold):
* ruim 5100 (per 1 januari 2003)
* 5337 - (per 1 januari 2004)
Tegenwoordig is Peize een forensendorp met sterke oriëntatie op de stad Groningen.
Vroeger was het een typisch Drents boerendorp met voornamelijk gemengde bedrijven.
In de zestiende en zeventiende eeuw stond het dorp bekend om de uitgebreide teelt van hop, vooral gebruikt voor de bierbereiding in Groningen.
De hopbel was het beeldmerk in het gemeentewapen. De naam hop komt thans nog veel voor in allerlei naamgevingen zoals Hoppekampweg, vereniging De Hopruiters, lokaal weekblad De Hopbel en bejaardencentrum De Hoprank.
Ter lering en vermaak is door een groep vrijwilligers een aantal zogenaamde Hopkuilen ingericht. Dit 'levend museum' is gelegen aan het fietspad uitkomend op de Hoppekampweg en toont de klassieke Hopteelt.
Bezienswaardigheden
* Hoptuin
* Middeleeuwse kerk, een bouwwerk uit de 13e eeuw; in deze kerk een orgel uit de 17e eeuw
* Windmolen, nog regelmatig in gebruik voor het malen van graan, daterend uit de 18e eeuw
* Ten noorden van het dorp, onder de rook van de stad Groningen ligt het natuurgebied de Peizer- en Eeldermaden.
* openluchtzwembad, in de zestiger jaren gebouwd, en sinds 1988 door een grote groep vrijwilligers in stand gehouden. 
654 Peizermade, Peize, Drenthe  6.511201858520508  53.19464430593846  Peizer- en Eeldermaden is een natuurgebied in de kop van de Nederlandse provincie Drenthe, gelegen tussen de dorpen Peize, Eelde-Paterswolde en de stad Groningen.
Peizermade is tevens de naam van een buurtschap gelegen aan de weg van Peize naar Groningen. Dit artikel handelt over het gelijknamige natuurgebied.
Het gebied wordt doorsneden door de (gemeente)grensbeek het Eelderdiep en heeft grotendeels een agrarische bestemming. De Peizermade ligt ten westen van het Eelderdiepje, de Eeldermade ten oosten hiervan.
Van oorsprong was het een zeer nat gebied dat in najaar en winter regelmatig onder water stond. Na instelling van bemaling en de aanleg van de weg van Peize naar Groningen in het begin van de twintigste eeuw werd het gebied al snel in cultuur gebracht.
Tijdens de ruilverkaveling in het midden van de twintigste eeuw werd er een nieuwe afwatering gegraven, ten oosten van het sterk meanderende Eelderdiep. Hierdoor bleef de oude loop van het diep bestaan. Het nieuwe deel kreeg de naam Omgelegde Eelderdiep.
De laatste decennia is Natuurmonumenten doende om het land op grote schaal op te kopen met de bedoeling dit zoveel mogelijk terug te brengen naar een natuurlijke staat. Dit houdt in: weinig bemesting toepassen en sterk gecontroleerd begrazings- en maaibeleid teneinde de oorspronkelijke flora en fauna meer kans te geven.
De weilanden zijn een toevluchtsoord geworden van vele soorten weidevogels.
Het gebied staat onder sterke druk van de oprukkende bebouwing. In de jaren '70 gingen in de stad Groningen stemmen op om de dorpen in de kop van Drenthe toe te voegen aan de provincie Groningen. De achterliggende gedachte was dat dit gebied op die manier gemakkelijker kon worden gebruikt voor uitbreiding van de stad Groningen. Sterke protesten vanuit de bevolking wisten dit te voorkomen. Toen het plan aldus spaak liep richtte Groningen de blik noordwaarts en ontstonden vervolgens de wijken Lewenborg en Beijum.
In 2003 werd een plan op tafel gelegd om een nieuwe woonwijk te bouwen aan de westkant van Paterswolde. De ruim 1400 woningen zijn gepland op de Eeldermade grenzend aan het nieuwe Eelderdiep. Door omwonenden en andere belanghebbenden is hier sterk tegen geprotesteerd. In de zomer van 2005 is met de bouw begonnen van de wijk die Ter Borch is genoemd, een wijk die 1250 huizen zal waarborgen.
In het noordelijk deel van het gebied zijn enkele veenterpen gevonden. Als verhoging zijn ze nagenoeg niet meer te herkennen, wel kennen ze een afwijkende begroeiing. Onderzoek heeft uitgewezen dat ze zijn gemaakt in de achtste of negende eeuw van onze jaartelling. Waarschijnlijk werden ze gebruikt als zomerse schuilplaats van vee-herders.
Winter op de Paaizermao
De mao lig stil en wit bevroren
de schaopen kleumen veur bai 't hek
In Stad staait de Martinitoren
Een speulding dat naor boven stek
Het deip lig dicht en in de schoel van
De broene raaiten an de diek
Klinkt host onheurbaor het gehoel van
Een hopeloze koperwiek
Een scharebeeld van zwaarte kraaien
Die naor heur verre slaopstee gaon
En ponnies, kold, die met heur baaiden
Bai de verroeste richel staon
De winterwind waait deur mien kleren
As ik verkleumd naor hoes tou gao
Wel leven wil moet lieden leren
As 't wintert op de Paaizermao
(Peter van der Velde, geb. 1918) 
655 Peizerwold, Peize, Drenthe  6.4977264404296875  53.16169648256204  Peizerwold is een gehucht gelegen nabij Peize. Peizerwold heeft geen voorzieningen waardoor er veel mensen naar Groningen gaan om te leren en te studeren. 
656 Pesse, Ruinen, Drenthe  6.45055555555556  52.7716666666667  Pesse (Drents: Pes) is een dorp in de gemeente Hoogeveen in Nederland. Het dorp telt ongeveer 1800 inwoners. Het is gelegen langs de A28 en bereikbaar via de afrit 28.
Wanneer Pesse precies is ontstaan is niet zeker, maar al in 1141 wordt gesproken van Petthe, genoemd naar Peth (=moeras). Vermoedelijk was Pesse toen een nederzetting van boeren. Rond die tijd moeten er in Pesse zes vaelten, of grote boerenerven, hebben gestaan.
Pesse is vooral bekend vanwege de boot van Pesse, de oudste boot (boomstamkano) ter wereld die in 1955 is opgegraven bij de aanleg van de A28. De boot is gedateerd rond 6500 voor Christus.De boot is te bezichtigen in het Drents Museum in Assen. Naast deze boot zijn er in Pesse nog meer sporen van vroegere bewoning gevonden waaronder huisplattegronden van boerderijen uit de bronstijd, de ijzertijd en de vroege middeleeuwen tot het jaar 1000. De meeste van deze vondsten zijn gedaan ten zuiden van de huidige weg de Oostering in Pesse. Bij deze opgravingen zijn ook resten naar boven gekomen van een neolithisch grafveld. Van dit prehistorische verleden van Pesse is buiten het dorp nog iets te zien; ten westen van de Boerveenseplassen ligt nog een grafheuvel (brandheuvel) uit de ijzertijd/romeinse tijd.
Tegenwoordig is in Pesse meer te beleven. Er is een peuterspeelzaal, er zijn twee basisscholen. De middenstand is vertegenwoordigd met diverse bedrijven zoals een supermarkt, een garagebedrijf, een manege, een persbureau, een bungalowpark en een ontmoetingscentrum (dorpshuis). 
657 Pesserveld, Hoogeveen, Drenthe  6.415801048278809  52.75533418643419  Verder geen gegevens bekend 
658 Pieterburen, Eenrum, Groningen  6.45305555555556  53.4  Pieterburen (Gronings: Paiderboeren) is een plaats in het noorden van de provincie Groningen (Nederland), gelegen in de gemeente De Marne.
Bezienswaardigheden
* De botanische heemtuin, genaamd: Domiestoen (= de tuin van de dominee).
* De koren- en pelmolen, De Vier Winden, uit 1846. De molen is thans in bedrijf op vrijwillige basis en wordt tevens gebruikt als instructiemolen voor het landelijke Gilde van Vrijwillige Molenaars.
Wetenswaardigheden
* In deze plaats bevindt zich de bekende zeehondencrèche van Lenie 't Hart.
* Het dorp is een een startplaats voor wadlopers.
* Even ten noorden van het dorp stond tot 1903 de borg Dijksterhuis. 
659 Pieterzijl, Grijpskerk, Groningen  6.26861111111111  53.2805555555556  Pieterzijl is een klein dorp in de gemeente Zuidhorn in de provincie Groningen (Nederland). Het ligt aan het Zijldiep in het westen van de gemeente. Pieterzijl had in 2005 222 inwoners.
Pieterzijl is ontstaan bij een zeesluis, zijl is het Groningse woord voor sluis. Die sluis werd gebouwd door monniken uit Gerkesklooster, die de sluis vernoemden naar Sint Petrus.
Het dorp heeft tot 1637 bij Friesland gehoord. In dat jaar werd het samen met Visvliet overgedragen aan het gewest Stad en Lande.
Het dorp was sinds 1664 het centrum voor de doopsgezinden in het Westerkwartier. In dat jaar werd in het dorp een vermaanhuis geopend. Dat was tegen het zere been van de plaatselijke classis van de Nederlands Hervormde kerk. Het eerste vermaanhuis werd daarom al vrij snel weer gesloten. Een tweede vermaanhuis werd gebouwd in 1733. Dat werd ongemoeid gelaten. De doopsgezinde gemeente heeft tot 1892 in Pieterzijl een vermaanhuis gehad. Omdat het steeds lastiger werd om een predikant voor Pieterzijl te interesseren is de gemeente toen verplaatst naar Grijpskerk. 
660 Pikveld, Coevorden, Drenthe  6.770537  52.656927  Buurtschap in de gemeente Coevorden ten oosten van Coevorden en ten noorden van het Schoonebeekerdiep, de grens met Duitsland. Naar het gehucht is een stadswijk in het zuidoosten van Coevorden aan weerszijden van het Kanaal Coevorden-Alte Picardie en de Rondweg genoemd. 
661 Plaggenborg, Vlagtwedde, Groningen  7.15611111111111  52.9858333333333  Plaggenborg is een gehucht in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen in (Nederland).
Het ligt tussen de Ruiten-Aa en het Ruiten-Aa-kanaal. Ten zuiden van Plaggenborg ligt Jipsinghuizen en ten noorden ervan Wollinghuizen. Administratief wordt het tot Jipsinghuizen gerekend, samen hebben de beide gehuchten nog geen 150 inwoners.
Hoewel het niet meer zo wordt ervaren, is de naam een scheldwoord, verwijzend naar de plaggenhutten die door de bewoners als borgen (kastelen) worden gezien.
Een andere uitleg van de naam is dat deze verwijst naar de plek waar men de plaggen borg. Dus niet alleen het steken van de plaggen maar ook het stapelen (het bergen) om ze te drogen. 
662 Plankensloot, Midlaren, Zuidlaren, Drenthe  6.680364  53.112557  ES_Molens Plankensloot Midlaren 1890_525
plankensloot_525
Plankensloot
Plankensloot duidt op een houtzaagmolen. De molen was dan ook een olie- en houtzaagmolen.
Deze molen was te vinden aan de Plankensloot in Midlaren. Eigenaar was Jan van Bon (Jan Plankie)
De oorspronkelijke molen is in 1837 gebouwd. In 1845 is deze afgebrand en weer opgebouwd.
In 1847 is hij opnieuw afgebrand en hierna vervangen door 2 afzonderlijke molens.
Er komt een oliemolen aan het begin van de sloot en een houtzaagmolen halverwege.
De plaats heet nu Meerwijk 
663 Polderputten, Ter Apel, Vlagtwedde, Groningen  7.086186  52.858940  Deze informatie is overgenomen van de website van de Noord Nederlandse Ovalracing in Ter Apel.
Ovalracing vertoont sterke verwantschap met de Amerikaanse manier van autoracen waarbij gereden wordt op ovale banen. In ons land gebeurt dat in Ter Apel in het autosportstadion “de Polderputten”.
Het ovalracing-circuit in Ter Apel is helemaal verhard en is ongeveer 600 meter lang. Per race worden maximaal 20 auto's tegelijk gestart en dit in een aantal verschillende klasses. Wie denkt dat 't rondjes rijden op zo'n ovale baan eentonig is, vergist zich. Bovendien is er een extra spanningselement: de snelste rijders starten niet zoals bij de meeste takken van autosport gebruikelijk is vóóraan, maar achteraan. Dit zorgt altijd voor veel actie, spanning, spektakel en sensatie. Het publiek kan de gehele race overzien en alle voorzieningen zijn aanwezig voor een compleet dagje uit. 
664 Poldert, Vlagtwedde, Groningen  7.14187707116389  53.02951187602845  Poldert is een buurtje in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen. Het ligt tussen het dorp Vlagtwedde en de Duitse grens bij het Ruiten-Aa-kanaal.
De naam Poldert komt net als de naam van het nabijgelegen Pallert van het Drentse woord palderd, dat poel. moerassige laagte betekent. 
665 Pruisische Polder, Nieuweschans, Groningen  7.206646  53.181581  Geen idee waar het lag. Ik kan er geen informatie over vinden 
666 Ranum, Winsum, Groningen  6.507161  53.343169  Ranum (Gronings: Roan'm) is een bewoonde wierde in de gemeente Winsum in de provincie Groningen in (Nederland).
Het plaatsje dat ongeveer 1 km ten noorden van Winsum (Obergum) ligt is vooral bekend omdat hier de zich de tweesprong bevindt in de provinciale weg van Groningen naar Lauwersoog (de N361) met de provinciale weg van Winsum naar Spijk (de N363).
Het dorp had ooit en eigen kerk en bijbehorend kerkhof. De kerk is in 1815 afgebroken. Het kerkhof is nog aanwezig. 
667 Rasquert, Baflo, Groningen  6.51583333333333  53.3680555555556  Rasquert (Gronings: Raskert) is een dorp in de provincie Groningen in (Nederland). Het dorp, met 200 inwoners, behoort tot de gemeente Winsum. Tot 1990 was het dorp onderdeel van de gemeente Baflo.
Net als veel dorpen in de omgeving is Rasquert gebouwd op en rond een wierde. Een gedeelte van de wierde is afgegraven en doet nu dienst als ijsbaan.
Het dorp ligt nagenoeg tegen de plaats Baflo aan. Het is hiervan gescheiden door het Rasquerdermaar (anders dan men zou vermoeden, geschreven met een d). Over het maar ligt een brug en een hoogholtje. 
668 Reiderland, Groningen  7.143001556396484  53.23265329711015  Het Reiderland (Duits: Rheiderland) is een landstreek in het grensgebied van Nederland en Duitsland, onderdeel van de Nederlandse provincie Groningen en het Duitse district Leer in Oost-Friesland.
Geografische introductie
Het Reiderland omvat aan Nederlandse kant de gelijknamige gemeente Reiderland, het noordelijk deel van de gemeente Bellingwedde, het oostelijk deel van de gemeente Scheemda en de gemeente Winschoten. Historisch hoort het Nederlandse deel van Reiderland bij het Oldambt.
Aan Duitse kant bevinden zich de gemeenten Bunde, Jemgum, Weener en het dorp Bingum (gemeente Leer). De noord- en oostgrens wordt gevormd door de rivier de Eems. Tot Reiderland behoorde ook het eiland Nesse dat tegenwoordig deel uitmaakt van de haven van Emden.
Tussen het Nederlandse en het Duitse dee