Groningen (provincie)

From veenkoloniale voorouders
Jump to: navigation, search

Groningen (Gronings: Grönnen of Grunnen, Fries: Grinslân) is een provincie in het noorden van Nederland.

Groningen grenst in het noorden aan de Waddenzee, in het noordoosten aan de inhammen Eems en Dollard, in het oosten aan Nedersaksen, (Duitsland), in het zuiden aan Drenthe en in het westen aan de provincie Friesland.

De provincie wordt ook wel Stad en Ommelanden genoemd, omdat historisch de stad (van oorsprong Saksisch) en het omringende platteland (van oorsprong Fries) een gelijkwaardige positie in het gewest innamen. De drie historische Ommelander kwartieren zijn Hunsingo, Fivelingo en het Westerkwartier. De Ommelanden en het Oldambt waren tot de 15e eeuw grotendeels oorspronkelijk Fries, de stad, Gorecht en Westerwolde Saksisch. Nu worden vrijwel overal in de Ommelanden Nedersaksische dialecten gesproken. In de dorpen De Wilp, Opende, Kornhorn en Marum in het Westerkwartier wordt deels Fries gesproken.

Groningen is na Drenthe, Friesland en Zeeland de dunst bevolkte provincie van Nederland, met 246 inwoners per km².

Geografie[edit]

Qua oppervlakte is Groningen een van de kleinere provincies van Nederland. Dat relatief kleine oppervlakte wordt echter wel gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan landschappen.

Het noordoosten van de provincie grenst aan het Eems-Dollardestuarium. In de streek rondom dit estuarium is in de loop van de geschiedenis veel landwinning geweest. De streek wordt vooral gekenmerkt door herenboeren met prachtige kapitale boerderijen en kleine arbeidershuisjes. Nergens in Groningen was het verschil tussen rijk en arm zo groot. Vandaar ook dat er juist in het Oldambt een communistische partij in de gemeenteraad is vertegenwoordigd. Deze NCPN was tot 2006 de grootste partij in de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Reiderland.

Onder het westelijke deel van dit gebied (Fivelingo), bij Slochteren, ligt een grote aardgasbel. De vermindering van de druk in de ondergrondse aardlagen leidt tot een meetbare daling van het maaiveld en regelmatig tot niet natuurlijke aardbevingen.

Het zuidoosten, de Veenkoloniën, was oorspronkelijk een uitgestrekt hoogveengebied dat vanaf de 17e eeuw ontveend en in cultuur gebracht is. Uit die tijd resteert een uitgebreid stelsel van kanalen, welke het gebied een welhaast wiskundig karakter geeft. Traditioneel werden hier vooral fabrieksaardappelen verbouwd, die de basis zijn van een uitgebreide industrie.

Oostelijk van de Veenkoloniën en het Oldambt ligt Westerwolde, een streek op zandgrond. Hier ligt het hoogste punt van Groningen, de Hasseberg. De streek wordt gekenmerkt door een glooiend, kleinschalig landschap met veel bebossing en Meanderriviertjes. De streek lijkt meer bij Drenthe te horen dan bij Groningen.


Ook het zuidelijk Westerkwartier in het westen van de provincie ligt op een lage zandrug. Dit is een uitloper van de Hondsrug. Het heeft qua landschap, een coulisselandschap, veel weg van de Friese Wouden.

Het noorden van het Westerkwartier en Hunsingo kenmerken zich vooral door de wierden. Deze streek behoort tot de oudste cultuurlandschappen van Nederland. Al voor de jaartelling werd begonnen met het winnen van land op de zee, eerst direct rond de wierden, later door het bouwen van steeds nieuwe dijken. Karakteristiek zijn de kerkjes die de wierden domineren en een geheel eigen bouwstijl vertegenwoordigen die eigenlijk alleen in Groningen en Friesland voorkomt, de romanogotiek.

Tenslotte is er de Stad. Oorspronkelijk waren de stad Groningen en plaatsen in de directe omgeving zoals Haren Drentse esdorpen, ontstaan op de Hondsrug.

De belangrijkste kanalen in de provincie zijn het Reitdiep, het Van Starkenborghkanaal, het Eemskanaal, het Stadskanaal en het Winschoterdiep.

Riviertjes in het gebied zijn het Reitdiep, waarin oorspronkelijk de Drentsche Aa en de Hunze samenkomen, de Oude Lauwers en het meanderriviertje de Westerwoldse Aa die ten zuiden van Wedde Ruiten Aa wordt genoemd.

Bij de provincie horen drie kleine, onbewoonde Waddeneilanden: Rottumeroog, Rottumerplaat en Zuiderduintjes. Naar deze Waddeneilanden worden jaarlijks enkele wadlooptochten georganiseerd.

Geschiedenis[edit]

left|15pxZie geschiedenis van Groningen voor het hoofdartikel over dit onderwerp. De geschiedenis van de provincie Groningen is voor een groot gedeelte de geschiedenis van het proces waarbij de stad in de loop der jaren steeds meer de macht kreeg over de Ommelanden. Daarvoor ligt echter nog een periode waarin het grootste deel van de provincie een geheel vormde met het naburige Westerlauwers Friesland en Oost-Friesland. Het was een gebied dat het meeste weg had van de huidige Waddenzee. Bij eb viel het droog, bij vloed stond het grotendeels onder water. In dat kwelderlandschap was permanente bewoning alleen mogelijk op wierden.

Overigens wijst de aanwezigheid van een hunebed bij Noordlaren er op dat de bewoningsgeschiedenis ten minste teruggaat tot de steentijd. De vondst van een hunebed bij Delfzijl is een aanwijzing dat die bewoning zich niet alleen beperkte tot het grensgebied met Drenthe. Volgens sommigen is de aanwezigheid van dat hunebed een bewijs voor de theorie dat de hunebedbouwers vanaf zee het land in trokken.

De oudst bekende vermelding van de stad Groningen dateert uit 1040. De stad was op dat moment in ieder geval nominaal bezit van de bisschop van Utrecht. Aangenomen wordt dat de stad van origine een Drents dorp was. De stad werd ook bewoond door Friezen. De stad had oorspronkelijk enige concurrentie van Appingedam, maar nadat de stad er in geslaagd was om het stapelrecht te verwerven was de dominante positie gevestigd. De invloed van de stad breidde zich gestaag uit. Het toppunt van haar macht werd bereikt aan het einde van de vijftiende eeuw, toen haar invloed tot ver in de huidige provincie Friesland reikte.

Na verloop van tijd nam de hele provincie de taal van de stad over, maar behield een aantal Friese woorden en uitdrukkingen. In sommige delen van de provincie, met name het Oldambt en Westerwolde was de stad uiteindelijk ook formeel de baas.

In de tijd van de Republiek was de gangbare aanduiding voor Groningen Stad en Lande. Die volgorde was geen toeval. De heerschappij van de stad over grote delen van de provincie eindigde in bestuurlijke zin na de Franse tijd. Toen werd de huidige provincie ingesteld waarbinnen de bijzondere positie van de stad formeel werd afgeschaft. De stad bleef echter nog wel eigenaar van grote delen van het Oldambt, Westerwolde en de Veenkoloniën. Daar kwam pas een einde aan in de negentiger jaren van de twintigste eeuw.

Vlag en wapen[edit]

Vlag[edit]

left|15pxZie Vlag van Groningen (provincie) voor het hoofdartikel over dit onderwerp. 130px|right De provinciale vlag is vastgesteld in 1950. Ook de vlag verwijst naar stad en Ommelanden. De rode en blauwe hoekvlakken verwijzen naar de kleuren van de Ommelanden, het centrale groene kruis verwijst naar de stad en de handelsrelatie die de Stad in de Middeleeuwen had met de Scandinavische landen. In tegenstelling tot het Scandinavische model echter, staat het kruis bij de Groninger vlag in het midden. Dit benadrukt de centrale positie van de stad Groningen in het heden en het verleden.

Wapen[edit]

left|15pxZie Wapen van Groningen (provincie) voor het hoofdartikel over dit onderwerp. Het wapen van de provincie Groningen is officieel vastgesteld bij Koninklijk Besluit op 30 december 1947. Het wapen dateert echter al uit de zestiende eeuw. Het is tot stand gekomen nadat de stad en de Ommelanden, na de reductie van de stad in 1594 verenigd werden in een gewest. Het wapen is dan ook een combinatie van het wapen van de stad en het wapen van de Ommelanden.

In het eerste en derde kwartier staat het wapen van de stad. Hiermee worden de gebieden gesymboliseerd die rechtstreeks onder het bestuur van de stad vielen (Gorecht, beide Oldambten, Reiderland en Westerwolde).

In het tweede en vierde kwartier staat het wapen van de Ommelanden. Dit bestaat uit een zilveren schild met drie blauwe balken en elf rode harten. De drie balken staan voor de drie Ommelanden, Hunsingo, Fivelingo en Westerkwartier. De elf rode harten verwijzen naar de onderkwartieren van de drie Ommelanden. De rode harten zijn niet afgeleid van de Friese vlag, die pas uit de 19e eeuw dateert (zie Klein Friesland en de geschiedenis van de Friese vlag).

Het wapen wordt gedekt door een gouden kroon van vijf bladeren en vier parels. Het wordt aan weerszijden vastgehouden door een gouden leeuw als symbool van Nederland.

Taal[edit]

left|15pxZie Gronings voor het hoofdartikel over dit onderwerp. Oorspronkelijk was het grootste deel van de huidige provincie Groningen Friestalig. Alleen in de stad en directe omgeving, en in Westerwolde werd in het verleden al een Nedersaksisch dialect gesproken. Vermoedelijk door de groeiende invloed van de stad op de Ommelanden hebben deze laatsten het Fries ingeruild voor het Gronings.

Het Gronings heeft binnen de groep van de Nedersaksische dialecten een duidelijke eigen plaats. Aangenomen wordt dat dit deels komt door de invloed die het Fries heeft gehad op de vorming van het dialect. Het dialect dat het meest verwant is aan het Gronings wordt ook niet in Nederland gesproken, maar direct over de grens in Oost-Friesland waar zich een vergelijkbaar proces, van Fries naar Nedersaksisch heeft voorgedaan. Overigens is nog steeds een zeer klein gedeelte, in het zuidelijke Westerkwartier, van de provincie Friestalig. Waarschijnlijk is dit het gevolg van recentere immigratie vanuit Friesland, gezien in de Ommelanden overwegend Oosterlauwers Fries werd gesproken.

Volksgebruiken[edit]

left|15pxZie Groningers voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Typisch Groningse volksgebruiken zijn neutenschaiten, ook op e gorre genoemd, kinken en kaaibakken.

In plaatsen als Ter Apel en Kloosterburen, met een aanzienlijk katholiek bevolkingsdeel, wordt carnaval gevierd. Op het Hoogeland wordt hier en daar nog een meiboom geplant . Net zoals in Limburg en andere delen van het land wordt er op 11 november langs de deuren gelopen voor Sint-Maarten. Aan deze Sint-Maarten hebben de Martinikerk en de Martinitoren in de Stad hun naam te danken.

In Westerwolde viert men in plaatsen als Onstwedde en Jipsinghuizen op 21 december Sint-Thomas. Op deze kortste dag van het jaar worden de kwade geesten verjaagd door op midwinterhoorns te blazen. Op 6 januari, Driekoningen, gingen kinderen vroeger langs de deuren om vervolgens snoep te ontvangen van de bewoners. Tegenwoordig wordt dit zelden tot niet meer gedaan.

Streekproducten en -gerechten[edit]

left|15pxZie Lijst van Groninger streekproducten en gerechten voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De provincie Groningen heeft, net zoals de meeste andere regio's, eigen streekproducten en streekgerechten. Voorbeelden hiervan zijn Spekdikken en Groningerkoek.

Cultureel erfgoed[edit]

Het cultuurhistorische erfgoed van de provincie wordt vooral gevormd door de oude dorpskerken, en door borgen (versterkte landhuizen, zoals de Fraeylemaborg in Slochteren). Langs de Duitse grens liggen de vestingdorpjes Bourtange, Bad Nieuweschans en Oudeschans. De stad Groningen kent, ondanks aanzienlijke schade die aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd aangericht, ook een flink aantal monumenten. In het Groninger museum zijn, naast de historische voorwerpen uit allerlei delen van Groningen en de rest van de wereld, ook stukken hedendaagse kunst te bezichtigen.

Groningen heeft een eigen feestdag, Gronings Ontzet, gevierd op 28 augustus.

De olle grieze Martinitoren en de Martinikerk zijn het 'beeldmerk' van Stad en Ommelanden.

Kunstbewegingen[edit]

Inmiddels kent de provincie Groningen een aantal kunststromingen van kunstenaars, die uiteindelijk de 'ruimte' van Groningen hebben gekozen:

Toerisme[edit]

Groningen is lang een toeristisch onbekend gebied gebleven. Het culturele erfgoed, vooral de stad en de vesting Bourtange en bezienswaardigheden als het Nationaalpark Lauwersmeer, de Hortus Haren en de natuur in Westerwolde en het Westerkwartier vormen de belangrijkste redenen voor toeristen om naar de provincie Groningen te komen. Vooral de stad heeft zich de afgelopen decennia ontwikkeld tot geliefd doel voor dagtrips en lange weekends, niet alleen voor Nederlanders, maar in toenemende mate ook voor buitenlanders.

Religie en levensbeschouwelijke stromingen[edit]

Groningen heeft een zeer hoog percentage niet-kerkelijken (1999: 59% bron CBS), met name in de stad en het oosten van de provincie, waar het percentage destijds al boven de 60 lag. Volgens een recent onderzoek van het WRR is het aantal niet-christenen recent nog verder gestegen. Anno 2005 is nog slechts 1 op 4 Groningers aangesloten bij een kerk. Hiermee is Groningen na Flevoland de meest ontkerkelijkte provincie van Nederland. Per eind 2005 was ongeveer 20 procent van de Groninger bevolking protestant en iets minder dan 5 procent van de bevolking was katholiek. Met bijna 3 % kent de Islam in Groningen naar Nederlandse begrippen relatief weinig volgelingen. Uitzonderingen hierop zijn plaatsen als Appingedam, Delfzijl, Hoogezand en Veendam.

Na de Opstand werd ook in Groningen de Nederlands hervormde kerk het voornaamste kerkgenootschap, maar er bleven verspreid door de provincie, met name in de stad en in enclaves als Kloosterburen kleine groepen katholieken. In het begin van de negentiende eeuw ontstond in Ulrum een van de voorlopers van de Gereformeerde kerk. Met name het Hogeland is tegenwoordig overwegend Gereformeerd. Het westen van de provincie, met name de gemeenten Grootegast en Zuidhorn kent een concentratie Gereformeerd vrijgemaakt.

De Veenkoloniën kent een veel gemengder beeld. De verschillende koloniën werden vaak door groepen gelijkgezinden bevolkt, waardoor er bijvoorbeeld katholieke dorpen als Zandberg en Kopstukken ontstonden. Ook een Doopsgezind dorp als Lula is hiervan een voorbeeld.

De stad werd in 1956 zetel van het bisdom Groningen, dat de drie noordelijke provincies en de Noordoostpolder omvat. Winschoten en de stad kenden tot de Tweede Wereldoorlog beiden een relatief grote Joodse gemeente.

Groninger Vrijmetselarij[edit]

left|15pxZie L' Union Provinciale voor het hoofdartikel over dit onderwerp. Rond 1770 kwam de Vrijmetselarij in de provincie Groningen tot ontwikkeling. Door de eeuwen heen hebben de leden van de Loges gewerkt aan hun persoonlijke vorming en getracht naar vermogen bij te dragen aan een betere samenleving. De naam van de oudste Groninger Loge "L' Union Provinciale" (opgericht in 1772) getuigt daarvan. Ook het zegel en de onderscheidingskleuren van L' Union Provinciale duiden er op dat de Loge bij haar oprichting de heersende sociale en economische omstandigheden in de provincie Groningen ten positieve wenste te beïnvloeden. Er was immers in die tijd geregeld strijd tussen de stad Groningen en de Ommelanden.<ref> Vrijmetselarij in Groningen; de website van loge L' Union Provinciale</ref>

Gemeenten[edit]

Groningen kenmerkte zich tot 1990 door een groot aantal kleine, tot zeer kleine gemeenten. In dat jaar werd een ingrijpende herindeling doorgevoerd waardoor het aantal gemeenten drastisch werd verminderd. Sindsdien bedroeg het aantal gemeenten 25, wat gezien het inwoneraantal relatief nog steeds veel was: Gemiddeld telde een Groningse gemeente 22.900 inwoners (zonder de stad Groningen zelfs 16.300), waar het landelijk gemiddelde in 2007 ongeveer 37.000 inwoners per gemeente bedroeg. Per 1 januari 2010 zijn de gemeentes Winschoten, Scheemda en Reiderland opgegaan in de nieuwe gemeente Oldambt, waardoor het huidige aantal gemeentes 23 bedraagt. Zie ook: Lijst van voormalige gemeenten in Groningen.
De huidige gemeenten zijn:

Gemeente Inwoners
(1 juni 2007)
Landoppervlakte
(km2)
Grootste plaatsen
Appingedam 12.165 23,84 Appingedam
Bedum 10.631 44,58 Bedum, Zuidwolde
Bellingwedde 9.449 108,4 Bellingwolde, Blijham
Delfzijl 27.580 132,47 Delfzijl, Farmsum, Wagenborgen
Eemsmond 16.605 189,63 Uithuizen, Uithuizermeeden, Warffum
Groningen 180.824 79,59 Groningen, Hoogkerk
Grootegast 12.155 86,88 Grootegast, Niekerk, Opende
Haren 18.787 45,69 Haren, Glimmen
Hoogezand-Sappemeer 34.375 67,53 Hoogezand, Sappemeer
Leek 19.322 63,57 Leek, Tolbert, Zevenhuizen
Loppersum 10.729 111,02 Loppersum, Middelstum
De Marne 10.712 167,45 Ulrum, Leens, Eenrum, Kloosterburen
Marum 10.077 64,51 Marum, De Wilp
Menterwolde 12.523 80,37 Muntendam, Zuidbroek, Noordbroek, Meeden
Oldambt 39.712 234,46 Winschoten, Scheemda
Pekela 13.273 49,12 Oude Pekela, Nieuwe Pekela
Slochteren 15.405 152,28 Siddeburen, Slochteren, Harkstede
Stadskanaal 34.047 117,85 Stadskanaal, Musselkanaal, Onstwedde
Ten Boer 7.252 45,25 Ten Boer
Veendam 28.086 76,24 Veendam, Wildervank
Vlagtwedde 16.484 167,74 Ter Apel, Vlagtwedde, Sellingen
Winsum 13.969 101,09 Winsum, Baflo, Sauwerd
Zuidhorn 18.397 125,62 Zuidhorn, Grijpskerk, Aduard

Plaatsen[edit]

Woonplaatsen in de provincie met meer dan 5.000 inwoners in 2005:

Nr. Plaatsnaam Aantal
1 Groningen 180.600¹
2 Hoogezand 21.500
3 Veendam 20.430
4 Stadskanaal 20.060
5 Winschoten 18.460
6 Delfzijl 17.080
7 Haren 15.730²
8 Appingedam 12.440
9 Leek 9.440
10 Ter Apel 8.870
11 Oude Pekela 8.630
12 Bedum 8.630
13 Sappemeer 8.200
14 Winsum 7.980
15 Musselkanaal 7.840
16 Zuidhorn 6.230
17 Wildervank 5.610
18 Tolbert 5.510
19 Uithuizen 5.100
¹ het aantal van de gemeente. Het werkelijke inwoneraantal van de stad ligt mogelijk 10.000 tot 15.000 lager, maar doordat op het gebied van dorpen als Hoogkerk, Leegkerk en Dorkwerd grote wijken van de stad zijn gebouwd (waarvan het inwoneraantal in de statistieken bij dat van de betreffende dorpen op wordt geteld) kan het werkelijke inwoneraantal niet precies worden bepaald.

² Haren, Oosterhaar, Voorveld en Hemmen (Glimmen en Harendermolen vormen aparte kernen)


Bron: CBS: Gemeente op maat 2005

Bestuur[edit]

Het bestuurlijk centrum van de provincie is gevestigd in het historische provinciehuis aan het Martinikerkhof in de stad Groningen. Het college van Gedeputeerde Staten bestaat in Groningen uit PvdA, CDA en ChristenUnie. Max van den Berg is sinds 1 september 2007 de Commissaris van de Koningin, als opvolger van Hans Alders.

Uitslag van de verkiezingen voor de Provinciale Staten van maart 2007 en 2011 en voor de Tweede Kamer van november 2006:

Uitslag Statenverkiezingen 2007 en 2011
Partij 2007 2011
stemmen in % zetels stemmen in % zetels
PvdA 26,2 12 24,9 12
VVD 11,7 5 13,1 6
SP 15,9 7 12,8 6
CDA 19,4 9 12,0 5
D66 2,6 1 7,8 3
PVV - - 7,7 3
ChristenUnie 10,3 4 7,6 3
Groen Links 7,6 3 7,2 3
Partij voor het Noorden 3,6 1 3,2 1
Partij voor de Dieren 2,2 1 2,1 1
Opkomst 51,0 43 58 43
Uitslag Kamerverkiezingen 2006
Partij Stemmen in % +/- (2003)
PvdA 31,0 - 8,6
SP 19,2 + 11,9
CDA 18,3 - 2,3
VVD 10,9 - 2,1
ChristenUnie 7,0 + 2,3
GroenLinks 5,9 - 0,1
PVV 3,2 -
D66 1,9 - 2,0
PvdD 1,6 + 1,1
SGP 0,3 + 0,0
LPF 0,2 - 3,2
Opkomst 81,3 - 0,3

College van Gedeputeerde Staten: Na de verkiezingen van 2007 kreeg Groningen een college van GS bestaande uit PvdA, CDA en ChristenUnie. De belangrijkste gedeputeerden waren de oudgedienden Marc Calon en Henk Bleker. Beiden traden in het voorjaar van 2009, vlak na elkaar, af. Het huidige college bestaat uit:

Economie[edit]

Van oudsher is de provincie vooral een landbouwgebied. De vruchtbare zeeklei van het Hogeland en het Oldambt, en de dalgrond in de Veenkoloniën zorgden voor een goed ontwikkelde akkerbouw die basis was voor de suikerindustrie in de stad, en de aardappelmeelindustrie en strokartonindustrie in het oosten van de provincie. De strokarton is inmiddels geschiedenis, de aardappelmeelindustrie houdt nog enigszins stand.

Het ontginnen van de veenkoloniën is daarnaast een stimulans geweest voor de scheepsbouw. Nog steeds worden langs het Winschoterdiep nieuwe schepen gebouwd die middels dwarshellingen te water worden gelaten. Die scheepsbouw hing ook samen met een vraag naar schepen voor de kustvaart, in de negentiende eeuw was Groningen naast Amsterdam en Rotterdam de voornaamste thuishaven van de Nederlandse handelsvloot. Groningen verklaarde zichzelf dan ook tot derde handelsstad van Nederland.

Dienstverlening en handel hebben zich van oudsher altijd geconcentreerd in de stad Groningen. Die tendens heeft zich in de twintigste eeuw alleen maar versterkt.

De haven en de petrochemische industrie in Delfzijl zijn ook belangrijk voor de regionale economie. Daarnaast worden er in de Eemshaven een aantal Energiecentrales gebouwd.

De allerbelangrijkste bijdragen van Groningen aan de Nederlandse economie zijn echter de delfstoffen. In eerste instantie was die bijdrage beperkt, in de buurt van Veendam en Heiligerlee werd wat zout gewonnen. Dat veranderde spectaculair in 1959 toen bij Kolham het aardgasveld van Slochteren werd aangeboord. De directe opbrengst voor de Nederlandse staat is inmiddels (2006) tot meer dan 100 miljard euro opgelopen.

Bekende Groningers[edit]

left|15pxZie lijst van Groningers (provincie) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Zie ook[edit]

Externe links[edit]

Bronnen, noten en/of referenties[edit]

Bronnen, noten en/of referenties:
<references/>


Template:Navigatie provincies Nederland