8ste Bataljon Infanterie

From veenkoloniale voorouders
Jump to: navigation, search

[[Bestand:Karel van der Heijden verliest zijn oog tijdens het gevecht te Samalanga. Uit G. Kepper, 1900.jpg|thumb|400px|Generaal van der Heijden verliest zijn oog tijdens het gevecht te Samalanga met het 8ste Bataljon infanterie]]

Het 8ste Bataljon Infanterie van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger was een Nederlandse koloniale militaire eenheid die actief was in Nederlands-Indië.

Geschiedenis van het 8ste Bataljon Infanterie[edit]

In 1814 werd er uit de in Nederlands-Indië aanwezige troepen acht bataljons "Oost-Indische Infanterie van Linie" gevormd. Deze bataljons werden in 1826 omgevormd tot een drietal "Afdelingen Infanterie", waarna er in 1826, tijdens de Java-oorlog, opnieuw een reorganisatie plaatsvond: de afdelingen werden omgevormd tot acht "Mobiele colonnes". Op 4 december 1830 werden deze acht colonnes vervolgens gereorganiseerd tot het 1e t/m 8e Bataljon Koloniale Infanterie. Op 24 augustus 1833 ontving het 3e bataljon te Salatiga op Java uit handen van de commandant van het KNIL, Generaal-majoor Ridder de Stuers, een eigen vaandel. In 1839 werden de "Bataljons Koloniale Infanterie" hernoemd naar simpelweg "Bataljon Infanterie". Op 2 september 1857 werd een aantal bataljons hernummerd: zo werd het 8e bataljon omgenummerd naar het het 3e bataljon. Op 1 november 1856 werd het tweede Bataljon Infanterie omgenummerd tot 8ste Bataljon; na het vertrek van het rechterhalf achtste Bataljon naar Atjeh, werd op 11 december 1875 het linkerhalf achtste Bataljon opgericht en op 11 december 1877 werd in de plaats van het linkerhalve en het opgeheven rechterhalve Bataljon op Java het achtste Bataljon geformeerd. Dit onderdeel ontving op 4 december 1877 zijn vaandel en wisselde sindsdien tweemaal van vaandeldoek, namelijk in 1903 en in 1930.

Het 8ste Bataljon had in de loop der jaren vele garnizoensplaatsen, onder meer te Kedoeng-kebo, Ngawi, Salatiga, Kota Radja en Willem I, om zich uiteindelijk te vestigen in Malang. Namen van bekende krijgsoversten die aan het Bataljon verbonden waren zijn die van onder meer Van der Heijden en Van Teijn. Krijgsverrichtingen waaraan het Bataljon deelnam waren onder meer de tochten naar Ketapang Doewa, Djempit en Pakan Badak in 1875, de tochten naar de kloof van Beridoen, Lampagger, Lambadak, Lampehling, Biloel-Zuid, Lamtengah en Empetring en de operaties in de XVI Moekims in 1876. Gedurende deze veldtochten verloor het Bataljon op een effectief van ongeveer 650 man: 11 officieren en 105 onderofficieren, korporaals en minderen aan doden en gewonden ofwel bijna 13 procent van zijn sterkte. Bij de bestorming van de benting Lambaroe, op 7 maart 1876, werden gewond: 1 kapitein, 3 luitenants, 16 onderofficieren en minderen; bij een aanval op de versterking ten noordoosten van Kadjoe, op 12 oktober 1876, verloor het Bataljon aan gesneuvelden 9 onderofficieren en minderen en aan gewonden 1 kapitein, 2 luitenants en 28 onderofficieren en minderen. In 1877 nam het 8ste Bataljon deel aan drie zware expedities, namelijk naar Lohong, Langsa, Modjopahit en Samalanga (onder kolonel Van der Heijden, die bij deze gelegenheid een schot in het linkeroog verkreeg). Deze tocht leverde aan gesneuvelden op: 2 officieren en 20 onderofficieren en minderen; aan gewonden 8 officieren en 71 onderofficieren en minderen. Op een effectief van ongeveer 650 man een verlies van 101 man of ruim 15 procent. Alleen de overrompeling van het bivak van het 3e Bataljon door een 500-tal Atjehnezen in de nacht van 10 op 11 december 1877 kostte dit onderdeel reeds 20 gesneuvelden (onder wie twee kapiteins) en 51 gewonden (onder wie een majoor en 4 luitenants). Zie ook Atjeh-oorlog 1877-1881.
In twee jaar tijd vielen onder vijandelijk lood of de klewang niet minder dan 217 man of 31 procent van het oorspronkelijke effectief. Op 11 december 1877 werd het rechterhalf 8ste Bataljon in Atjeh opgeheven en op Java een nieuw 8ste Bataljon geformeerd. Sindsdien verbleef het op Java in parate afwachting; gedurende de Atjeh-tijd verwierven 2 officieren (kapitein Schulze en Van de Pol) en een inlandse hoornblazer (Borra) de Militaire Willems-Orde vierde klasse; 2 officieren, 2 inlandse sergeanten, 1 Europese hoornblazer, 1 inlandse hoornblazer en 2 inlandse fuseliers werden eervol vermeld terwijl 1 inlandse fuselier de bronzen medaille voor Moed, Beleid en Trouw kreeg uitgereikt. In 1941 werd het bataljon opgeheven. Het vaandel werd ingeleverd bij het Departement van Oorlog van het Gouvernement. Na de Japanse inval in 1942 werd het vaandel buitgemaakt door de Japanners en als oorlogsbuit naar Japan gestuurd, samen met andere buitgemaakte vaandels. Het onbekend gebleven schip waarmee de buit naar Japan werd gezonden is waarschijnlijk verloren gegaan in de strijd met de Amerikaanse vloot, de vaandels zijn nooit in Japan aangekomen. Het in 1950 opgerichte Regiment van Heutsz van de Koninklijke Landmacht zet de tradities van het KNIL, waaronder ook het 8ste Bataljon Infanterie, voort. Ter herinnering aan de verrichtingen van het KNIL heeft het vaandel van het Regiment van Heutsz als vaandelopschrift "Krijgsverrichtingen Koninklijk Nederlands-Indisch Leger 1832-1950".

Zie ook[edit]

Template:Link portaal

{Appendix|2=

<references/>
  • Het 75-jarig bestaan van het 8ste Bataljon. Het Nieuws van de Dag voor Nederlands-Indië. (23-08-1930)
  • In Memoriam, het Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger. Militaire Spectator (1950) Bladzijde 460-483.
  • Ringoir, H (1969) De Nederlandse Infanterie. Bussum: C.A.J. van Dishoeck
  • Plink, W.L. (e.a.) (2004) Vaandels en Standaarden bij de Nederlandse Krijgsmacht. Den Haag: Ministerie van Defensie ISBN 90-70793-23-7

}} Template:Navigatie KNIL-onderdelen Template:Navigatie KNIL-acties Template:Navigatie Atjeh-oorlog Template:Navigatie Nederlands-Indië Tweede Wereldoorlog Categorie:WOORD Categorie:Militaire eenheid in Nederlands-Indië